Bijlage 1 Nota zienswijzen BP Maliskampsestraat 53
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53”) concept d.d. 23-05-2023
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 1 van 9
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” I. De procedure Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53" heeft met ingang van 20 februari 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De terinzagelegging is bekendgemaakt in het Gemeenteblad d.d. 17 februari 2023 en via de gemeentelijke website. De stukken lagen vanaf 20 februari 2023 gedurende 6 weken in de publieksruimte van het Stadskantoor ter inzage. Daarnaast waren ze in te zien via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. II. De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid Door de volgende personen/instanties zijn zienswijzen ingediend: 1. Bewoner Maliskampsestraat 2. Eigenaar aangrenzend perceel 3. Bewoner Meidoornlaan De termijn van terinzagelegging zou eindigen op zondag 2 april 2023. Op grond van de Algemene termijnenwet wordt een in de wet gestelde termijn die op een zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dit betekent in dit geval dat de termijn wordt verlengd tot en met maandag 3 april 2023.
De zienswijzen van of namens de drie reclamanten zoals in het bovenstaande weergegeven zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. III. Samenvatting ingekomen zienswijzen en beoordeling zienswijzen Hieronder zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat en van commentaar voorzien. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de volledige zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij de opstelling van het commentaar en alle zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, volledig ter inzage liggen in het kader van de (verdere) besluitvorming. 1. Bewoner Maliskampsestraat a. Planregels In artikel 5.4.3 is opgenomen dat het realiseren en in stand houden van de landschappelijke inrichting een voorwaardelijke verplichting is. Is de termijn van 2 jaar een termijn die standaard gehanteerd wordt? Er is geen standaardtermijn die wordt gehanteerd voor de uitvoering van voorwaardelijk verplichtingen. In dit geval is gekozen voor een termijn van 2 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan omdat we te maken hebben met vier individuele bouwkavels. De landschappelijke inpassing wordt bij voorkeur aangelegd als de bouwwerkzaamheden zijn afgerond. Wij verwachten dat het voorbereiden en aanvragen van de vergunningen en het bouwen van de woningen binnen 2 jaar zal plaatsvinden. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 2 van 9
Klopt het dat op basis van artikel 6 een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden voor het graven van de poel ten oosten van de nieuwe woningen?
Voor het graven van de poel moet inderdaad een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In paragraaf 5.12 van de toelichting van het bestemmingsplan staat hierover het volgende: “Specifiek voor deelgebied Maliskampsestraat 53 is op basis van het uitgevoerde onderzoek bepaald dat het aantreffen van behoudenswaardige vindplaatsen weliswaar beperkt is, maar ter controle is wel besloten om tijdens de aanleg van de poel in het plangebied een archeologische inspectie uit te voeren. Indien hierbij geen archeologische resten worden aangetroffen, dan kan de ontgraving onbelemmerd voortgaan. Indien wel resten worden aangetroffen, dan worden deze binnen de contouren van de poel gedocumenteerd en indien behoudenswaardig, opgegraven.”
Een omgevingsvergunning voor het aanleggen van de poel ten oosten van de nieuwe woningen kan dan ook pas worden verleend, nadat een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de werkzaamheden betrekking hebben, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd. In dit geval is vastgelegd dat hiervoor kan worden volstaan met een inspectie. b. Kwaliteitsverbetering De kwaliteitsverbetering van het landschap vindt grotendeels plaats op relatief grote afstand van de nieuw te bouwen woningen. Is dat toegestaan? Bovendien zijn deze percelen op dit moment al als natuur ingericht en is er in de praktijk geen sprake van kwaliteitsverbetering. Mogen deze percelen worden ingebracht ten behoeve van kwaliteitsverbetering? De ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant’ stelt geen voorwaarden aan de afstand van de natuurontwikkeling tot de woningbouwontwikkeling. De natuurontwikkeling moet in ieder geval een kwalitatieve verbetering zijn. De kwalitatieve verbetering van dit plan is toegelicht in het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen als bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan. De desbetreffende gronden zijn nog niet als natuur bestemd en grotendeels nog niet als natuur ingericht.
Bij het Sprokkelboschveld is de noordwesthoek al wel als natuur ingericht, maar heeft nog een agrarische bestemming. Met dit bestemmingsplan zetten we dit om naar een natuurbestemming, hierdoor is het mogelijk om de afwaardering wel te kunnen opvoeren. De inrichtingskosten zijn niet opgevoerd. Dit is te zien in de LIR-berekening die als bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Voor de afwaardering staat een oppervlakte van ruim 3 hectare genoemd, voor de aanleg slechts ruim 2 hectare.
In de inspraakreactie van reclamant is opgemerkt dat de gebouwen die zijn genoemd als kwaliteitsverbetering al geruime tijd geleden zijn gesloopt. In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat deze gebouwen zijn gesloopt omdat er asbest aanwezig was. Welke termijn geldt voor het kunnen inzetten van reeds gesloopte bebouwing voor kwaliteitsverbetering? Is dat een standaard termijn die in het beleid is vastgelegd?
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 3 van 9
Het klopt dat de voorheen aanwezige gebouwen zijn gesloopt omdat er asbest aanwezig was. In artikel 3 Maatwerk omgevingskwaliteit is voor toevoegen van een woning het volgende opgenomen: ”Deze beleidsregel heeft betrekking op locaties waarop een agrarische bedrijfsbestemming rust. Feitelijk kan sprake zijn van een reeds beëindigd bedrijf. De IOV vereist bij de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning dat alle overtollige bebouwing wordt gesloopt.”
Er is sprake van een reeds beëindigd bedrijf en alle overtollige bebouwing is gesloopt. In de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant’ is geen termijn gekoppeld aan de inzet van gesloopte bebouwing voor de kwaliteitsverbetering. c.
LIR-berekening Er is een berekening gemaakt om de noodzakelijke investering in het landschap te bepalen. Voor de afwaardering van landbouwgronden wordt € 7,00 per m² gehanteerd. Klopt het dat dit bedrag gebaseerd is op een normbedrag voor natuur van € 1,50 per m² en een normbedrag voor landbouwgrond van € 8,50 per m²?
In de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant’, artikel 7 lid c.3 Waardering Fysieke tegenprestatie staat het volgende: “Voorwaarde is dat de gronden de bestemming ‘Natuur’ krijgen. De afwaardering van de gronden naar natuur bedraagt maximaal € 7 p/m².”
Dit is dus een vastgesteld normbedrag in de ‘Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit NoordBrabant’.
Geldt deze afwaardering ook voor gronden die in de praktijk al als natuur zijn ingericht? Geldt deze afwaardering ook voor gronden waarop reeds een poel met rietkragen en fietsen wandelpaden aanwezig zijn? Ook nu deze gronden niet landbouwkundig aanwendbaar zijn?
Deze afwaardering geldt ook voor gronden die in de praktijk als natuur zijn ingericht, maar nog niet als zodanig zijn bestemd. De afwaardering geldt ook voor de gronden waarop reeds met een poel, wandelpaden e.d. zijn ingericht. Omdat voor de afwaardering van gronden met andere bestemming (dan natuur) naar natuur een normbedrag van € 7,00 geldt, is het niet relevant of de gronden landbouwkundig aanwendbaar zijn. Voor de afwaardering is het omzetten naar de bestemming ‘Natuur’ relevant. d. Stikstofdepositieonderzoek Het stikstofdepositieonderzoek is gebaseerd op Aerius-berekeningen. Klopt het dat in januari 2023 een geactualiseerde versie van Aerius beschikbaar is gekomen? Het klopt dat er in januari 2023 een nieuwe versie van Aerius is verschenen. We hebben het onderzoek dat bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, laten actualiseren. Ook uit de nieuwe berekeningen blijkt dat in zowel de bouw- als gebruiksfase de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 4 van 9
Welke gevolgen heeft het vervallen van de bouwvrijstelling?
Het vervallen van de bouwvrijstelling heeft geen gevolgen. In het onderzoek dat bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, was de bouwfase al meegenomen. De berekening met de nieuwe versie van Aerius heeft uitgewezen dat ook in de bouwfase de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2. Eigenaar aangrenzend perceel a. In het beeldkwaliteitsplan wordt aandacht besteed aan de houtwallen, die om de bouwpercelen komen te liggen. Hierbij wordt ook gesproken van schapenhekwerk. Helaas krijg ik geen inzage in de aanleg van de 'vogelbosjes' zoals deze aangrenzend aan mijn perceel zijn ingetekend. Onduidelijk is welke vegetatie wordt toegepast en of hier in de beginjaren ook gebruik wordt gemaakt van een schapenhek of ander type van afscheiding? Het is onduidelijk wie het beheer van deze beplanting uit gaat voeren. Daarnaast is een opening in deze beplanting zichtbaar. Helaas wordt niet omschreven, waarom voor deze opening is gekozen. In het landschappelijk inpassingsplan zoals als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan staat beschreven waar de vogelbosjes uit bestaan. Daar staat het volgende: “In het grasland zullen enkele bossages (vogelbosjes; L01.02; 643 m²) gerealiseerd worden.
De bossages zullen bestaan uit struiksoorten (wilde appel (Malus sylvestris), hondsroos (Rosa canina), tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata), sleedoorn (Prunus spinosa) en Gelderse roos (Viburnum opulus)) welke aangeplant worden als bosplantsoen (één stuk per m², willekeurig gemend met groepen van één tot drie stuks per soort, met een mengverhouding van 20% van iedere soort).”
Tussen de vrij groeiende houtwal (op grond van de gemeente) en de achtertuinen (privaat eigendom) wordt een schapenhek aangebracht, op de grens van het openbare naar het private deel. Het schapenhek wordt niet voorgesteld op de grens met het aangrenzende agrarisch perceel. Onder f. is aangegeven dat dit wordt aangepast en dat ook op de westelijke grens van het plangebied een schapenhek wordt geplaatst. Voor wat betreft de openingen in de houtwal is bepaald dat elke woning één opening van maximaal 4 meter mag hebben. De openingen in de houtwal bieden vanuit de woonpercelen zicht op het omliggende landschap. De positionering van deze opening gebeurt in samenspraak met de gemeentelijk stedenbouwkundig supervisor. Het boerenerf met de 4 woningen wordt verder landschappelijk ingepast en omzoomd door een houtwal. De omliggende gronden worden ingericht als kruidenrijk grasland en een lagergelegen gebied, dat als natte zone kan worden ingezet. Dit gedeelte is toegankelijk voor zowel bewoners als omwonenden. Het beheer en onderhoud van de beplanting gebeurt door de gemeente. In het landschappelijk inpassingsplan staat beschreven hoe dit gebeurt.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 5 van 9
b. Het is onduidelijk hoe de afwatering tussen de hiervoor genoemde groenstrook en het perceel van reclamant gaat plaatsvinden. In beide gevallen is sprake van een onverharde ondergrond en is er geen sprake van afwatering. Het hemelwater zal ter plaatse infiltreren. De vogelbosjes worden zodanig aangeplant dat deze niet over het aangrenzende perceel hangen. Omdat deze goed wordt onderhouden, verwachten we geen nadelige effecten zoals wateroverlast door bladophoping. c.
Aan de noordzijde van het perceel van reclamant wordt de landschappelijke inrichting over een stuk grond gelegd, dat feitelijk al geruime tijd als akkerland in gebruik is. Hierdoor wordt de huidige vorm van het perceel aangetast, omdat een hoek uit het perceel wordt genomen. Hier zou bij de inpassing wellicht rekening mee gehouden kunnen worden.
Wij hebben geconstateerd dat de delen van het plangebied al sinds 2003 onderdeel zijn van het aangrenzende akkerland. Het plangebied wordt aangepast op de huidige grens van het aangrenzende akkerland. Ook het inpassingsplan en de LIR-berekening worden aangepast. d. Het is onduidelijk wat er met de afvoer van het hemelwater gebeurt. Waar komt dit binnen het plangebied terecht? Helaas is hier niets over omschreven in het plan. In paragraaf 5.9 van de toelichting van het bestemmingsplan staat het volgende: “De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 780 m² aan bebouwing. De aan te leggen verharding ten behoeve van de op- en afrit, paden en terrassen wordt worst-case ingeschat op circa 800 m². In totaal zal dus circa 1.600 m² extra verhard en bebouwd oppervlak worden gerealiseerd. Op basis van gemeentelijk beleid dient 1.600 x 0,06 = 96 m³ waterberging te worden gerealiseerd. De realisatie van de 4 nieuwe woningen komt tot stand in combinatie met het landschappelijke inrichtingsplan. Onderdeel van het landschappelijk inrichtingsplan is de realisatie van een poel alsmede een natte zone. Binnen deze voorzieningen is voldoende ruimte aanwezig om aan de waterbergingsopgave van 96 m³ te voldoen.”
Direct aansluitend aan het nieuwe erf worden in het lagergelegen gebied een poel en greppels aangelegd. Het hemelwater van de bebouwing en verharding op het erf wordt naar dit aangrenzende lagergelegen landschappelijk ingerichte gebied gebracht. De technische uitwerking daarvan moet nog plaatsvinden. e. De ingetekende poel valt in het gebied met de aanduiding 'archeologie - 1'. Dit geeft beperkingen in de mate waarin de grond afgegraven mag worden. Daarnaast is de vraag of hier al een archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden? Indien dit niet het geval is, is de vraag of de aanleg van de poel op deze plek wel uitvoerbaar is. In paragraaf 5.12 van de toelichting van het bestemmingsplan staat over de poel het volgende: “Specifiek voor deelgebied Maliskampsestraat 53 is op basis van het uitgevoerde onderzoek bepaald dat het aantreffen van behoudenswaardige vindplaatsen weliswaar beperkt is, maar ter controle is wel besloten om tijdens de aanleg van de poel in het plangebied een archeologische inspectie uit te voeren. Indien hierbij geen archeologische resten worden aangetroffen, dan kan de ontgraving onbelemmerd voortgaan. Indien wel Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 6 van 9
resten worden aangetroffen, dan worden deze binnen de contouren van de poel gedocumenteerd en indien behoudenswaardig, opgegraven.”
Een omgevingsvergunning voor het aanleggen van de poel ten oosten van de nieuwe woningen kan dan ook pas worden verleend, nadat een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de werkzaamheden betrekking hebben, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd. In dit geval is vastgelegd dat hiervoor kan worden volstaan met een inspectie. Indien uit dit rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door de werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een erkend archeoloog. Omdat het aspect archeologie geen directe belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan kan het onderzoek worden uitgesteld naar de uitvoeringsfase. f.
Door het gebied zijn wandelpaden ingetekend. Eén van de wandelpaden loopt over de grens van mijn perceel. Hoe gaat u ervoor zorgen, dat gebruikers van dit wandelpad mijn perceel niet zullen betreden? In de praktijk wordt soms een route binnendoor gekozen, die dan al snel over mijn perceel komt te liggen. Ook eventuele honden, die hier worden uitgelaten, zullen wellicht deels van de wandelpaden afwijken. Het is onduidelijk hoe de verschillende wandelpaden op elkaar aansluiten, en met welke materialen deze worden aangelegd.
De vogelbosjes worden ingezet als natuurlijke afscheiding tussen het aangrenzende agrarisch perceel en het perceel dat landschappelijk wordt ingericht als natte zone, kruidenrijk grasland en groenweide. In overleg met reclamant is besloten op de rand van het akkerland een schapenhek te plaatsen om te voorkomen dat wandelaars en hun huisdieren ongehinderd het perceel van reclamant op kunnen lopen. Het profiel in figuur 3 van het landschappelijk inpassingsplan is aangevuld met de vogelbosjes en het schapenhek op de westelijke plangrens. De wandelpaden zullen op natuurlijke wijze worden aangelegd en niet worden verhard. g. Bij de verdere behandeling van deze zienswijze, ga ik ervan uit, dat naast mijn naam ook de perceelnummers geanonimiseerd worden. Perceelnummers zijn door eenieder in te zien via diverse kanalen. Er is geen reden om vanuit privacy-overwegingen deze nummers te verwijderen uit de stukken. h. Veel van de omschreven bezwaren, die ik op dit ontwerp-bestemmingsplan naar voren breng, komen voort uit vragen die het plan bij mij oproepen. Helaas heb ik geen uitnodiging gezien, om hier met mij als eigenaar van aangrenzende grond, over in gesprek te gaan. Dit is wellicht een gemiste kans. Heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden? Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 7 van 9
In juni 2020 heeft er een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Om deze reden heeft er geen omgevingsdialoog plaatsgevonden. Omwonenden zijn destijds en ook nu weer via een huisaan-huis brief geïnformeerd. Helaas zijn daarbij grondeigenaren die niet woonachtig zijn in de omgeving van het plangebied niet aangeschreven. U heeft in 2020 en ook nu weer de mogelijkheid gekregen te reageren op het bestemmingsplan. Conclusie: Deze zienswijze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan: Het gedeelte van het plangebied aan de Maliskampsestraat is ter hoogte van de aangrenzende kadastrale percelen verkleind; In het landschappelijk inpassingsplan is het profiel in figuur 3 aangevuld; op de westelijke plangrens wordt een schapenhek geplaatst
3. Bewoner Meidoornlaan a. Wordt de natuurcompensatie op het eigen perceel dan ook zo bestemd en het perceel daarbij zodanig opgeknipt? De natuurcompensatie op het eigen perceel wordt ook als natuur bestemd. De gronden voor de woningen zullen kadastraal gesplitst worden van de openbare ruimte. b. Het perceel heeft een smalle strook parallel aan de Maliskampsestraat. Dit wordt dan onderdeel van de natuurcompensatie? Dit is ook onderdeel van de natuurcompensatie. U ziet dit terug in het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan en de LIR-berekening die als bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. De daarin opgenomen inrichtingsschets is leidend voor de inrichting van de strook langs de Maliskampsestraat als groene weide en loopt door tot de plangrens ter hoogte van de Torenstraat. c.
Het gebied grenzend aan dit perceel heeft voor het waterschap de bestemming overloop/inundatiegebied. Het waterschap is naarstig op zoek naar extra ruimte voor waterbuffer. Zijn er plannen om dit gebied verder te ontwikkelen in die richting? Of andere plannen?
Het gebied waar op wordt gewezen ligt ten zuiden van de Kleine Wetering en is aangewezen als reserveringsgebied waterberging. De opgave voor extra waterberging ligt dus niet binnen het plangebied. Met het project Hoogwateraanpak ’s-Hertogenbosch (ook wel bekend als HoWaBo) gaat het waterschap Aan en Maas aan de slag met de nadere vormgeving van het gebied ten zuiden van de Kleine Wetering. Dit is niet van invloed op de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Maliskampsestraat 53’.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 8 van 9
d. Het perceel achter in de Maliskampse bossen is eerder al als natuurcompensatie aangewend. Nu wordt het eerdere ‘plas-dras’- gebied dat onderdeel is van het kampenlandschap omgevormd tot bos en wordt dit nogmaals als natuurcompensatie gezien. Dat kan toch niet? Deze grond is nog niet eerder als natuurcompensatie aangewend. Het perceel wordt ingericht in overeenstemming met het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Maliskampsestraat 53’ krijgen de gronden de bestemming ‘Natuur’. Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Maliskampsestraat 53” Pagina 9 van 9