CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van zienswijzen bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek

Gemeenteraad 31 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan verbrede reikwijdte De Groote Wielen Noordoosthoek15.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de uiteindelijke Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 16 van 28

besluitvorming over de windturbines zullen hiervoor nog de benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en uiteraard zal daarbij moeten worden voldaan aan de dan geldende wettelijke regels en normen. 11.2

Het bestemmingsplan biedt ruimte om woningen te bouwen in het gebied tussen de wettelijke geurzonecontour en gezondheidskundige contour. In dat geval is het belangrijk dat u toekomstige bewoners hier goed over informeert, zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken en vóór het betrekken van een woning weten dat er sprake kan zijn van (vlagen van) landbouwgeur. In de OER van het bestemmingsplan wordt, ten aanzien van geur, voldoende duidelijk dat er in de nabijheid van het plangebied veehouderijen aanwezig zijn. Hiermee is in voldoende mate voorzien in communicatie over de aanwezigheid van landbouwgeur.

11.3

Naar verwachting wordt de WHO-norm voor fijnstof in de komende jaren verlaagd, daar is In de beoordeling van de toekomstige situatie geen rekening mee gehouden. In de toekomstige situatie wordt een inschatting gemaakt van het schoner worden van het wegverkeer, maar het is de vraag hoe snel verduurzaming van het wegverkeer zich gaat ontwikkelen. De GGD adviseert om luchtkwaliteit onderdeel uit te laten maken van de monitoring: nagaan hoe de situatie zich daadwerkelijk ontwikkelt richting 2030 en of er tegen die tijd aanvullende maatregelen gewenst zijn om de hoge ambities te kunnen waarmaken. Als gemeente hebben we het schone luchtakkoord ondertekent. De brede doelstelling (oftewel afspraak die we met elkaar gemaakt hebben) is 50% gezondheidswinst in 2030 (ten opzichte van 2016) voor de gezondheidseffecten afkomstig van Nederlandse bronnen. Onderdeel van het schone luchtakkoord is monitoring voor de hele gemeente (waaronder voor het plangebied De Groote Wielen Noordoosthoek). Daarom hebben we besloten dit niet apart voor dit plangebied te regelen.

11.4

Omdat verkeer tal van stoffen emitteert en de WHO concludeert dat de gezondheidseffecten niet aan één enkele component zijn toe te schrijven, wordt in plaats van de specifieke waarden voor fijnstof en NOx vanuit gezondheid een afstandscriterium gehanteerd. Door afstand te houden tot de weg, wordt gezondheidsschade voorkomen, aangezien dit minder blootstelling aan het volledige mengsel tot gevolg heeft. Het advies is daarom bij de bouw een afstand aan te houden van tenminste 50 meter tussen een gevoelig object (inclusief woningen) en een drukke doorgaande weg (meer dan 10.000 motor-voertuigen per etmaal). De afstand geldt hierbij tot de eerstelijns bebouwing. Met het ondertekenen van het schone luchtakkoord, wordt rekening gehouden met de gezondheid van onze inwoners. Het streven is om 50% gezondheidswinst te halen ten opzichte van 2016. De afspraken uit het schone lucht akkoord zullen worden nageleefd, hiermee dragen we positief bij aan de gezondheid van alle inwoners van de gemeente 'sHertogenbosch, waaronder ook de toekomstige bewoners van de Groote Wielen. Het advies van GGD Nederland is ons bekend en luidt: “Niet binnen 300 meter van een snelweg gevoelige objecten (als woningen) bouwen onafhankelijk van de vraag of aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan”.

Voor andere drukke doorgaande wegen wordt een afstand van 50 meter geadviseerd tussen weg en de eerste lijn van woonbebouwing. Een 'drukke verkeersweg' wordt hier gedefinieerd als een weg met meer dan 10.000 mvt/etmaal. Vanwege de ecologische verbindingszone en aanwezige bedrijvigheid gelden beperkende bouwcontouren in het plangebied direct langs de Hustenweg en Empelsehoefweg. Deze contouren staan op de plankaart ingetekend. Hierdoor laat het bestemmingsplan de eerste woningen pas op tientallen meters afstand van de wegrand toe. Aan de westzijde van het plangebied, daar waar zich geen beperkende bouwcontouren bevinden, zal voor de positie van de eerste woningen – en daarmee afstand tot de weg - aansluiting worden gezocht bij de rooilijn van de recent gebouwde woningen in de aangrenzende woonwijk De Lanen. De

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 17 van 28

eerste lijnsbebouwing in woonwijk De Lanen bevindt zich op circa 50 meter afstand van de Hustenweg. Ook leiden de bepalingen en beperkingen van de Wet geluidshinder – gelet op de berekende geluidscontouren van het wegverkeer – automatisch tot een ‘aan te houden’ afstand van de weg die aansluit bij de adviesafstand van de GGD. Dit om voor de nieuwe woningen beneden de wettelijke maximale ontheffingswaarde van 63 dB te blijven. Kortom: de aanwezige EVZ, hindercontouren van bedrijven alsook het (moeten) voldoen aan de geldende normen voor geluid, zullen er toe leiden dat voor de woningen in de eerste lijn een voldoende afstand van de weg wordt aangehouden. Overigens toont het luchtonderzoek aan dat ter plaatse van de doorgaande weg de concentraties aan NO2, PM10 en PM2,5 - na ontwikkeling van het gehele plan - op minder dan de helft liggen van de wettelijke grenswaarden, hetgeen daardoor beoordeeld kan worden als een 'goede' kwaliteit van lucht. Deze kwaliteit van lucht zal (voor de stoffen NO2 en PM10) in 2030 afnemen tot nabij laatste richtwaarden van de WHO. Hiermee zorgen we – in de balans van dringende woonontwikkeling alsook daarmee gepaarde bereikbaarheid en ontsluiting van deze woonwijk - voor een goede kwaliteit van lucht voor de bewoners van De Groote Wielen. 12.

Geluid (zw. 5, 8, 9, 19)

12.1

Er is in de plannen niets opgenomen over het tegengaan van geluids- of trillingsoverlast tijdens de bouw. Dit was wel verplicht bij de bouw van de woningen aan de Zonkade. Geluidsoverlast en trillingshinder tijdens de bouw wordt niet in het bestemmingsplan geregeld maar in het Bouwbesluit. Om geluid -en trillingoverlast te voorkomen zijn er in het Bouwbesluit 2012 regels opgenomen voor geluid en trillingen bij het (ver)bouwen van bouwwerken en sloopwerkzaamheden. Aan deze voorwaarden moet tijdens de bouw worden voldaan, in bepaalde gevallen kan het bevoegd gezag ontheffing verlenen, al dan niet onder voorwaarden.

12.2

Omdat water veel geluid draagt wordt geluidsoverlast verwacht van de bouwontwikkelingen aan de andere kant van de Groote Wielenplas. Om geluidsoverlast tegen te gaan wordt voorgesteld om rondom de plas groen aan te leggen en geen bebouwing. Zoals onder 11.1 staat aangegeven wordt geluidsoverlast die ontstaat tijdens bouwontwikkelingen niet in het bestemmingsplan geregeld maar in het Bouwbesluit. Verder wordt in het voorgenomen woongebied primair gewoond. Dus als het woongebied geluidshinder met zich meebrengt betreft dit geluidshinder die gerelateerd is aan het gebruik wonen. Dit is gangbaar in een woonwijk en zal dan ook niet tot een onaanvaardbaar niveau aan geluidshinder leiden.

12.3

Door het aanleggen van een nieuw strand wordt ook van daaruit (geluids)overlast verwacht. Van een openbaar park of stadsstrand wordt in de regel geen hinder verwacht die significant effect zal hebben op het omliggende woongebied. Het is dan ook niet nodig deze toelaatbare functie akoestisch te onderzoeken. Het bestemmingsplan laat op deze locatie kleine tot middelgrote evenementen met een minimale frequentie toe. Het betreft hier incidentele evenementen, kortdurend van aard, die slechts een paar keer per jaar (maximaal 4 keer per jaar) in verschillende vormen mogen plaatsvinden. De geluidsnormen zijn in de regels vastgelegd. Omdat de middelgrote evenementen slechts een beperkt aantal keer in het jaar mogen plaatsvinden, hebben deze geen noemenswaardig effect op de leefomgeving. Onacceptabele hinder wordt - mede door het vergunningsstelsel voor evenementen (conform het Apv) en controle daarop - niet verwacht.

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 18 van 28

12.4

De GGD denkt in de ontwerpfase graag mee over mogelijkheden om woningen en gebouwen zo gunstig mogelijk te positioneren en uit te voeren. Vanuit gezondheid verdient het treffen van maatregelen aan de bron de voorkeur, gevolgd door maatregelen in de overdracht. De GGD adviseert om toekomstige bewoners ook goed over de geluidsbelasting te informeren, zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken en vóór het betrekken van een woning weten dat er sprake kan zijn van geluidsbelasting. Uit de onderliggende onderzoeken blijkt dat binnen het plangebied in beginsel een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het bestemmingsplan laat niet zonder meer positionering van woningen toe die de gezondheid van de bewoners kan schaden. In artikel 11 “Algemene bouwregels” onder b van het ontwerp bestemmingsplan was het volgende opgenomen: a. een omgevingsvergunning voor een bouwplan (ingevolge 6.2.1 Bro) dat betrekking heeft op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen wordt niet eerder verleend dan met akoestisch onderzoek de geluidbelasting op de gevel is aangetoond en wordt voldaan aan de criteria conform onderstaande tabel:

Geluidbelasting Criteria < 49 dB

Geen

49 dB - 53 dB

indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming worden vergroot; indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden; indien mogelijk moeten overdrachtsmaatregelen worden getroffen; het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; in ieder geval bij woningen/appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied, conform de Nota hogere grenswaarden geluid voor de gemeente 's-Hertogenbosch, of diens opvolger; de woning dient tenminste één geluidluwe gevel te bezitten; bij een aanvraag om bouwvergunning dient een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit waarbij voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting indien daar sprake van is.

54 dB - 63 dB

alle criteria zoals hierboven genoemd; bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh) te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde;

Deze regel is in het vastgesteld bestemmingsplan direct onder de bestemming “Woongebied” gevoegd. Omdat aan bouwen van geluidsgevoelige gebouwen in een zone met een geluidsbelasting op de gevel van minder dan 49 dB geen criteria worden gesteld, is deze regel komen te vervallen. In het vastgestelde bestemmingsplan is ten aanzien van Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 19 van 28

mogelijke geluidshinder in artikel 9.2 onder “bouwen” lid “a algemeen” het volgende geregeld: Bouwen

Voorwaarden

a. algemeen

1. Een bestemmingsplanactiviteitvergunning voor een bouwplan dat betrekking heeft op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen wordt niet eerder verleend dan nadat met een akoestisch onderzoek voor de geluidbelasting op de gevel (niet zijnde een dove gevel), is aangetoond dat deze niet meer bedraagt dan 63 dB en is aangetoond en wordt voldaan aan de volgende criteria: a. bij een geluidsbelasting op de gevel van 49 dB - 53 dB: - de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming niet kan worden vergroot zodat de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner dan 49 dB bedraagt; - dat er geen bronmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB ; - dat er geen overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB; - het stedenbouwkundig ontwerp zodanig vorm is gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; - bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) voldoet aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied, conform de Nota hogere grenswaarden geluid voor de gemeente 's-Hertogenbosch, of diens opvolger; - de woning tenminste één geluidluwe gevel te bezit; - bij de aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek

is gevoegd waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit, waarbij, indien daar sprake van is, voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting; b. bij een geluidsbelasting op de gevel van 54 dB - 63 dB: - alle criteria onder a. en - bij appartementen en gelijkvloerse woningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde is gesitueerd; - bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde is gesitueerd;

Dit artikel regelt dat binnen een zone met onevenredige geluidsbelasting niet zonder meer geluidsgevoelige objecten als woningen kunnen worden gepositioneerd. Als er binnen deze zones geluidsgevoelige objecten worden gebouwd moeten er geluidsreducerende maatregelen moeten worden getroffen. Er zal dan ook geen sprake zijn onevenredige gezondheidssituaties waarover toekomstige bewoners geïnformeerd moeten worden. Afgezien van de ambtelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd, biedt dit onderdeel geen grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 13.

Beleidskaders (zw. 5) De Beleidskaders werken thema's over energiebesparing, opwekking groene energie, waterbeheer en recreatie nog maar weinig uit. Het betreft hier een Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader dat later, in overleg met verschillende belanghebbende partijen, door het college met omgevingsvergunningen verder wordt ingevuld. Daarin worden ook de genoemde thema’s nader uitgewerkt. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 20 van 28

14.

Privacy (zw. 9)

14.1

Het ontwerp bestemmingsplan voorziet in hoogbouw. Deze voorgenomen ontwikkelingen vormen een inbreuk op de bestaande situatie en een aantasting van de privacy. Het voorliggend ontwerp bestemmingsplan en de kaders beleidsregels ruimtelijke kwaliteit geven inderdaad de mogelijkheid van appartementsgebouwen langs de Groote Wielenplas op het Schiereiland. In de kaders is enkel aangegeven dat dit plaats kan vinden in het eerste bouwblokken op het schiereiland (rondom het voorgenomen strandpark). Zoals hierboven onder 5.1 is overwogen wordt het begrip hoogbouw, de locatie van de voorgenomen hoogbouw en de maximale hoogte van de hoogbouw beter in het bestemmingsplan opgenomen. Of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt en op welke locaties dient nog nader uitgewerkt te worden. Derhalve kan nu nog geen uitspraak gedaan worden in hoeverre privacy van omwonenden wordt aangetast. Wel wordt opgemerkt de locatie waar mogelijk hoogbouw wordt gerealiseerd circa 160 meter van de bestaande woningen ligt. Deze afstand is dusdanig groot, dat zeker kan worden gesteld dat de geplande hoogbouw de privacy voor bestaande woningen aan de overkant niet onaanvaardbaar zal aantasten.

15.

Provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) (zw. 14)

15.1

Herbegrenzing werkingsgebieden. In artikel 5.3 van de lOV zijn de voorwaarden voor een grenswijziging op verzoek opgenomen. Een toetsing aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 5.3 van de lOV, met name lid 1 a tot en met c en leden 2 en 3, is niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontbreken van een dergelijke afweging achten wij strijdig met artikel 5.3 van de lOV. In het plangebied liggen ingevolge de IOV enkele werkingsgebieden waarvan de begrenzingen gewijzigd moeten worden om het woongebied te kunnen ontwikkelen. Deze wijzigingen betreffen de grenzen van de werkingsgebieden ‘Natuur Netwerk Brabant (NNB)’, ‘behoud en herstel watersystemen’ en ‘Attentiezone Waterhuishouding’. Artikel 5.3 lid 1 IOV geeft aan dat de Gedeputeerde Staten van de provincie bevoegd zijn de in de verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als: a. dit nodig is voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging bijdraagt aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er sprake is van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e. de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld.

Bovendien wordt voor een wijziging van de grenzen van een NNB verlangd dat de wijziging tot doel heeft de ecologische samenhang van het Natuur Netwerk Brabant te verbeteren en de kwalitatieve en kwantitatieve ambities van het NNB worden behouden of versterkt (artikel 5.3 lid 2. Aan een wijziging van de attentiezone wordt de voorwaarde gesteld dat dit geen nadelig effect heeft op de waterhuishouding ter plaatse Artikel 5.3 lid 3. In het ontwerp bestemmingsplan zijn de nodige wijzigingen van deze werkingsgebieden aangeduid. Echter het ontbreekt in het ontwerp OER aan een goede onderbouwing waaruit blijkt of de nodige wijzigingen kunnen voldoen aan de voorwaarden die de IOV in artikel 5.3 aan een wijziging verbindt. Dit onderdeel deel van de zienswijze is gegrond. Het OER is aangevuld met een nadere aanvulling waaruit blijkt dat de nodige wijzigingen voldoen aan gestelde voorwaarden De gemeente verzoekt bovendien de provincie om herbegrenzing van het reserveringsgebied waterberging wat voor een deel ligt op de locatie van het huidige plangebied. Er zijn geen gevolgen voor het belang wat gediend zou worden met het reserveringsgebied. Dit is samen met Waterschap Aa en Maas getoetst. Daaruit blijkt dat er: Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 21 van 28

 voor de huidige situatie van ruimtegebruik en klimaat er geen waterbergingsopgave is;  ook voor het toekomstig ruimtegebruik er geen opgave wordt verwacht;  ook voor het toekomstig klimaat er geen opgave wordt verwacht. Het gehele reserveringsgebied is bovendien van grotere omvang en grotendeels gesitueerd buiten de plangrens van het bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek. Het verzoek betreft een verkleining van de begrenzing van het totale reserveringsgebied waterberging: het laten vervallen van het deel wat nu in het plangebied ligt. 15.2

Natuur netwerk Brabant (Nee, tenzij) In bijlage 9 bij de toelichting: "verkennend natuuronderzoek De Groote Wielen" is in de conclusie opgenomen dat een nadere uitwerking van de Nee, tenzij-toets noodzakelijk is. Een dergelijke toets is echter niet opgenomen in het plan. Onduidelijk is hoe kan worden voldaan aan de voorwaarden van dit Nee tenzij-principe zoals opgenomen in artikel 3.19 van de lOV.Het ontbreken van een dergelijke verantwoording aan het provinciale beleid achten wij strijdig met de lOV. Binnen het werkingsgebied NNB geldt paragraaf 3.2.3 van de IOV. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op het NNB dient tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarde en kenmerken te strekken. Ingevolge artikel 3.17 van de IOV kan een bestemmingsplan een ontwikkeling slechts toelaten binnen dit werkingsgebied als onder andere is voldaan aan het nee, tenzij-principe conform artikel 3.19 van de IOV. Hieraan wordt voldaan als: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er voor de ontwikkeling geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten het Natuur Netwerk Brabant; c. er geen andere oplossingen voorhanden zijn die de aantasting van het Natuur Netwerk Brabant voorkomen; d. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt; e. er bij het verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; f.

op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. De “Nee, tenzij-toets” is naar aanleiding van deze zienswijze opgesteld en opgenomen in bijlage 14 van het vastgesteld bestemmingsplan. De uitwerking van de nee tenzij-principe is gedeeltelijk vastgelegd in het voorliggend bestemmingsplan. Het overige deel en de compensatie ex artikel 3.22 IOV j.o. 3.23 IOV wordt planologisch juridisch vastgelegd in het bestemmingsplan “Natuurzone De Groote Wielen Noordooosthoek”, dat separaat aan de vaststellingsprocedure van dit bestemmingsplan, in procedure is gebracht. Hiermee wordt alsnog voldaan aan artikel 3.19 van het IOV.

15.3

Er is geen borging van de kwalitatieve verplichting in het plan opgenomen. Artikel 12 lid d in het bestemmingsplan biedt onvoldoende juridische zekerheid dat aan artikel 3.9 van de IOV. Omvang en wijze van de kwaliteitsverbetering ontbreekt zoals opgenomen in artikel 3.9 van de IOV. Het plangebied ligt volgens de IOV in het Landelijk gebied. Ingevolge artikel 3.9 van de IOV gaat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied, gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In het bestemmingsplan dient de verbetering van het landschap financieel, juridisch en feitelijk te worden geborgd. Als dit niet mogelijk is, dient een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te zijn verzekerd. Over de besteding van dat fonds wordt periodiek verslag gedaan in het RRO. Artikel 12 lid d in het ontwerp bestemmingsplan luidde: “Artikel 12 Algemene aanleg- en gebruiksegels (….) Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 22 van 28

d. voor het totale plangebied is een investering gedaan door de gemeente 'sHertogenbosch ter grootte van 1% van de totale gronduitgifte ten behoeve van de kwaliteitsverbetering landschap uiterlijk binnen 1 jaar na ontwikkeling van het totale plangebied.” Dit lid biedt inderdaad geen juridische zekerheid dat aan de kwaliteitsbijdrage zal worden voldaan. De kwaliteitsbijdrage zal, daar waar kan, beter financieel, juridisch en feitelijk in het bestemmingsplan worden gewaarborgd. Daar waar het niet kan zal op grond van artikel 3.19 lid 4 een passende financiële bijdrage in een landschapsfond worden verzekerd. De OER, de regels en de verbeelding zullen hierop worden aangepast. Bovendien hebben we het bestemmingsplan Natuurzone De Groote Wielen Noordoosthoek in procedure gebracht waarin de benodigde kwaliteitsbijdrage die buiten het plangebied wordt gerealiseerd in wordt gewaarborgd. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 14 is op dit onderdeel gegrond. 15.4

In het plan is geen passende bestemming Natuur voor de NNB-ecologische verbindingszone opgenomen. Er is in het plan geen zekerheid dat zal worden voldaan aan de vereiste maatvoering van de EVZ/NNB/ kwaliteitsverbetering. Natuurcompensatie dient in het plan geregeld te zijn. In het ontwerp bestemmingsplan is aan het gebied, waarop het NNB kan worden toegevoegd, de bestemming “Woongebied” met de aanduiding “overige zone -ecologische verbindingszone” neergelegd. Ter plaatse van deze aanduiding is naast de andere(stedelijke) functies als genoemd in artikel 8.1 ook een ecologische verbindingszone toegestaan. De regels sluiten stedelijke ontwikkelingen en of -gebruik binnen deze zone niet uit. Al hierom is de zienswijze gegrond. Onder lid 8.4.2 “Bouwactiviteiten die zijn toegestaan met omgevingsvergunning” staat dat de bouwactiviteiten niet in strijd mag zijn “met de gronden die gereserveerd zijn voor de ecologische verbindingszone binnen de aanduiding ‘overige zone – ecologische verbindingszone’. Deze gronden zijn gereserveerd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van een ecologische verbindingszone.

Indien, na ontwikkeling van de ecologische verbindingszone, gronden binnen deze aanduiding niet benodigd zijn voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van een ecologische verbindingszone mogen de gronden gebruikt worden ten behoeve van andere functies genoemd in artikel 8.1.” Nog afgezien van het feit dat artikel 8.1 deze binnen het NNB ongewenste ontwikkelingen al niet uitsluit, laat dit lid deze ook toe “zo deze niet benodigd zijn voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van een ecologische verbinding” laten de regels ontwikkelingen. Dit betekent dat nadat herbegrenzing heeft plaatsgevonden binnen de aanduiding NNB alsnog ongewenste ontwikkelingen zijn toegestaan. Dit gedeelte van de zienswijze is gegrond. De gronden in het plangebied die aan het NNB kunnen worden toegevoegd, ter compensatie van de gronden waar het NNB ten behoeve van de stedelijke ontwikkeling dient te worden verwijderd, krijgen de bestemming ‘Natuur’ met de juiste maatvoering. Daar waar de NNB buiten het plangebied komt te liggen, hebben we een nieuw bestemmingsplan in procedure gebracht waarin deze gronden de bestemmingen ‘Natuur’ en’ Water’ met de aanduiding “ecologische verbindingszone” krijgen. Dit onderdeel van de zienswijze biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 14 is op dit onderdeel gegrond.

Separaat aan dit bestemmingsplan is het bestemmingsplan “Natuurzone De Groote Wielen Noordoosthoek” in procedure gebracht. Hierin worden de werkingsgebieden NNB, “behoud en herstel van watersystemen” en “attentiezone waterhuishouding” dat buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan planologisch juridisch gewaarborgd.

15.5

Verzocht wordt om de aanduidingen "overige - behoud en herstel watersystemen" en "attentiezone waterhuishouding" op en rondom de nieuwe waterloop op te nemen op de verbeelding van het bestemmingsplan. In het ontwerp bestemmingsplan is op de verbeelding alleen op de locatie waar de Hoefgraaf zal worden omgelegd, de aanduiding “overige zone toe te voegen attentiezone Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 23 van 28

waterhuishouding” neergelegd. Het verzoek van de provincie is om deze ook op de gronden rondom de nieuwe waterloop (EVZ) te leggen. De aanduiding “overige zone – behoud en herstel watersystemen” ontbreekt. De aanduiding is zoals verzocht op de verbeelding van dit plan als in het nieuwe bestemmingsplan aangegeven. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijzen 14 is op dit onderdeel gegrond 15.6

De waterbelangen die nagestreefd worden in artikel 3.26 en 3.27 IOV zijn niet in het ontwerp bestemmingsplan geborgd. Als oplossing wordt aangedragen de EVZ de bestemming Natuur te geven. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op ‘Attentiezone waterhuishouding’ strekt ingevolge artikel 3.26 tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen NNB. Artikel 3.27 van de IOV geeft aan dat een bestemmingsplan dat van toepassing is op ‘Behoud en herstel van Watersystemen’ mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van het Watersystemen strekt. Zoals hierboven overwogen bieden de regels in het ontwerp bestemmingsplan geen adequate bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen binnen deze aanduidingen. Dit onderdeel van de zienswijze is gegrond. Zoals aangegeven onder 10.1 zal het traject van de nieuwe Hoefgraaf de bestemming ‘Water’ met de nodige beschermingsmaatregelen krijgen. Langs de nieuwe Hoefgraaf wordt een EVZ aangelegd. Deze gronden krijgen de bestemming ‘Natuur’. In de aan deze bestemming verbonden regels zullen ongewenste ontwikkelingen binnen de aanduidingen ‘Attentiezone waterhuishouding’ en ‘Behoud en herstel van Watersystemen’ uit. . Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

Zienswijze 14 is op dit onderdeel gegrond.

16.

Milieuhindercirkels (zw. 13)

16.1

In het plan is milieutechnisch niet goed rekening gehouden met het melkveehoudersbedrijf op het adres Empelsehoefweg 8. Hindercirkels geur en geluid zijn groter. In de zienswijze wordt gesproken over 380 melkkoeien. Dit genoemde aantal is niet in overeenstemming met het vergunde aantal, namelijk 340 melkkoeien en 267 stuks jongvee. Binnen het agrarisch bedrijf is geen mestvergistingsinstallatie vergund. Er ligt een aanvraag van 18 september 2020. Voor de benodigde omgevingsvergunning is enkel een OBM (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) verleend. Dit is een pre-toets enkel op het aspect veiligheid. De benodigde omgevingsvergunning is dus wel aangevraagd, maar niet verleend, derhalve is een mestvergistingsinstallatie in de planvorming niet mee beschouwd. De vergunningsplichtige mestvergister kan op de aangevraagde locatie worden vergund. De gekoppelde hindercontour van dergelijke installatie is 100 meter. Gemeten vanaf de aangevraagde locatie binnen het bedrijf raakt de contour van 100 meter van de mestvergister het plangebied niet. Een vergunde situatie van de mestvergister zal daarmee geen belemmering opleveren voor het plan. Terecht wordt opgemerkt dat het bedrijf een 'intensieve veehouderij' betreft. Het bedrijf is dan ook niet grondgebonden. De melkkoeien en jongvee worden permanent op stal gehouden. De weidegang die wordt aangehaald is niet van toepassing.

Genoemde maximale geurbelasting van 6,4 ou/m3 heeft betrekking op het bedrijf aan de Hustenweg 8 en niet van het bedrijf aan de Empelsehoefweg 8. Dit treft daarom voor de gegeven locatie geen doel. De maximale geurbelasting van het bedrijf van de Empelsehoefweg 8 op de grens van het plangebied is 1,8 ou/m3, daarmee wordt voldaan aan de belangrijke grens van 5 ou/m3 conform het gemeentelijk geurbeleid. Met de omgekeerde werking is de belasting op de rand van het plangebied bepaald op 4,5 ou/3, daarmee wordt nog steeds aan de aangegeven norm van 5 ou/m3 voldaan. Daarbij heeft gemeente ‘s-Hertogenbosch een andere vaste afstand vastgelegd tussen agrarische bedrijven, c.q. veehouderijen en geurgevoelige objecten, Voor dit soort activiteiten, namelijk rundveehouderijen is deze 50 meter tot woningen in de bebouwde kom (hier het geval). Deze relevante contour ontbreekt inderdaad op de plankaart. Binnen een afstand van 50 meter gemeten vanaf het bouwblok mogen zich inderdaad geen gevoelige objecten bevinden of worden opgericht. De genoemde contour Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 24 van 28

voor het aspect geluid is (op basis van de VNG-handreiking 'bedrijven & milieuzonering' voor bedrijven voor het houden en fokken van rundvee geen 100 of 50 meter, maar 30 meter. Deze contour voor het aspect geluid valt binnen de maatgevende contour van 50 meter voor geur en heeft daarom geen toegevoegde waarde op de plankaart. De plankaart zal worden voorzien van de juiste contour voor het aspect geur (vaste afstand) van 50 meter vanaf het bouwblok. Dit biedt onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 13 is op dit onderdeel gegrond 17.

Juridische haalbaarheid van het plan (zw. 12, 16)

17.1

Er moet een maximaal aantal woningen worden opgenomen in het BP. Onderzoeken gaan namelijk tot maximaal 3000 en dit is nergens beschermt in het bestemmingsplan. De onderzoeken gaan inderdaad uit van maximaal 3.000 woning in het plangebied. Er is niet onderzocht wat de gevolgen zullen zijn als er meer woningen worden gebouwd. In de regels wordt geen maximaal aantal woningen genoemd. De zienswijze is gegrond. Om te voorkomen dat er meer woningen worden gebouwd dan ruimtelijk aanvaardbaar in het plangebied, dient er een maximaal aantal woningen in de regels te worden opgenomen. Dit onderdeel van de zienswijze biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 12 is op dit onderdeel gegrond.

17.2

De bouwontwikkelingen kunnen alleen plaatsvinden na een binnenplanse afwijking. De binnenplanse afwijking kan echter hiervoor niet worden gebruikt omdat deze volgens de wet alleen voor ondergeschikte afwijkingen kan worden gebruikt. Ingevolge artikel 3.6 lid c Wro kunnen in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden worden opgenomen. Gelet echter op de toelichting van dit artikel kan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid alleen maar worden gebruikt voor kleine (ondergeschikte) wijzigingen die een moment van overweging nodig hebben. De uitwerking van een woongebied voldoet niet aan deze kleinschalige wijzigingen. De zienswijze is gegrond. De regels zullen worden aangepast waardoor voor het uitvoeren van activiteiten in het plangebied een omgevingsvergunning is verplicht. Dit onderdeel van de zienswijze biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 16 is op dit onderdeel gegrond.

17.3

De voorwaarden verbonden aan de binnenplanse afwijkingen bieden onvoldoende rechtszekerheid. Uitwerking van het plangebied via beleidsregels ruimtelijke kwaliteit brengt met zich mee dat deze niet binnen de kaders van een bestemmingsplanprocedure plaatsvindt. Hierdoor hebben belanghebbenden geen rechtsmiddelen om tegen de plannen te ageren. Voor het woongebied de Noordoosthoek van de Groote Wielen wordt op grond van de Crisis en Herstelwet een bestemmingsplan verbrede reikwijdte opgesteld. De gemeente wil daarmee experimenteren met de mogelijkheden die artikel 7c lid 6 van de BuChw biedt om tot een adequate invulling van het plangebied te komen. Daarbij wil de gemeente ter invulling van het plangebied gebruik maken van door het college nog op te stellen beleidsregels. In de planregels wil de gemeente daarvoor open normen stellen. Ingevolge artikel 7c zesde lid BuChw kunnen in het bestemmingsplan tevens regels worden gesteld waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Daarbij kan worden bepaald dat de beleidsregels worden vastgesteld door de raad of door burgemeester en wethouders. De beleidsregels mogen open normen bevatten die in de beleidsregels nader kunnen worden uitgelegd. Een verwijzing naar de beleidsregels is verwerkt in artikel 8.4.2 van het ontwerp bestemmingsplan.

Artikel 8.4.2 in het ontwerp bestemmingsplan luidt: 8.4.2 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan met omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijking van het bepaalde in lid 8.4.1 en het bouwen of veranderen van bouwwerken toestaan binnen de bestemming Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 25 van 28

'Woongebied' voor zover het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Bouwwerk

Voorwaarden

a. hoofdgebouwen

1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt voldaan aan de maatvoering zoals opgenomen in de Beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit voor de betreffende gronden;

Tijdens en na de totstandkoming van het ontwerp bestemmingsplan heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraken gedaan over het gebruik van deze mogelijkheid. Daarin geeft de Afdeling aan dat het werken met open normen en beleidsregels bij bestemmingsplannen op zichzelf niet in strijd is met het recht. Echter ten behoeve van de rechtszekerheid, dienen de betreffende open normen in de planregels voldoende concreet en objectief te zijn begrensd. In de planregels wordt geen concrete objectieve grenzen aan de open norm gesteld. Daarmee is de rechtszekerheid niet gewaarborgd en is in zoverre de zienswijze gegrond. In de planregels dient de open norm voldoende objectief en concreet te worden begrensd. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 16 is op dit onderdeel gegrond 17.4

Het gebruik binnen de bestemming wonen is te breed. De maatschappelijke functies die de bestemming toelaat zijn niet goed onderbouwd. Het is niet duidelijk of de voorwaarde 'ten behoeve van het voorzieningengebied van onderhavig plangebied' alleen geldt voor het buurtcentrum, of ook voor het educatief voorzieningencluster en eerstelijnszorg. Ook is het onduidelijk wat moet worden verstaan onder het 'voorzieningengebied van onderhavig plangebied'. Is er in het plangebied een nader afgebakend voorzieningengebied voorzien, of wordt wellicht gedoeld op voorzieningen die zich richten op het plangebied? Bovendien geldt dat deze planregel niet valt te handhaven. Om een goed functionerend woongebied te hebben zijn maatschappelijke voorzieningen in het plangebied nodig. Zo zal de wijk een onderwijsbehoefte generen die ligt tussen de 11.000 (bij 2.300 woningen) en 15.000 BVO (bij 3.000 woningen). Inclusief parkeren en buitenterrein gaat het om een totaal terreinoppervlakte dat ligt tussen de 20.000 m2 (bij 2.300 woningen) en 25.500 m² bij 3.000 woningen). Een combinatie van educatieve voorzieningen met kleinere wijkvoorzieningen is voorstelbaar. Gelet op de effecten die dergelijke voorzieningen op de omgeving kunnen hebben is het wenselijk dat hier in het bestemmingsplan randvoorwaarden worden gesteld.

Alvorens een omgevingsvergunning aan de bouw van dergelijke voorzieningen wordt verleend, dient aan deze randvoorwaarden (milieu en parkeren) te worden voldaan. Die voorzieningen die niet nodig zijn in de woonwijk, omdat deze, onder andere, in de nabijheid (centraal) al worden vervuld, zullen in de regels worden uitgesloten. De voorwaarde: 'ten behoeve van het voorzieningengebied van onderhavig plangebied' komt te vervallen. In de regels zal worden beschreven dat alleen educatieve voorzieningen (met een BVO van maximaal 25.500m²), eerstelijnszorg voorzieningen (met een maximale gebruiksoppervlakte van 500m² en buurtcentra in het plangebied zijn toegestaan. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 16 is op dit onderdeel gegrond.

17.5

Het niet opnemen van de maatvoering van toekomstige hoofdgebouwen is in strijd met de rechtszekerheid. Voor bepaalde aspecten kan naar beleidsregels worden verwezen, maar niet voor de volledige normstelling. Deze regels dienen bij uitstek in een appellabel bestemmingsplan te worden neergelegd. Zoals onder punt 17.3 als is overwogen is het opnemen van open normen in planregels, die uiteindelijk in beleidsregels worden uitgelegd, niet in strijd met de wet, omdat artikel 3.1.2 lid 2 Bro en artikel 7c lid 6 BuChw deze mogelijkheid toelaat. Deze open normen dienen vanwege de rechtszekerheid dan wel concreet en objectief te zijn begrensd. Concrete objectieve normen die op voorhand bekend zijn, dienen in de planregels en niet in Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 26 van 28

beleidsregels te worden verwerkt. Op grond van de conclusie onder punt 17.3 worden de regels al aangepast. Daarbij zullen ook die normen die al concreet en objectief vaststaan in de planregels worden verwerkt. Dit onderdeel van de zienswijze biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 12 is op dit onderdeel gegrond. 17.6

De definitie '(zorg- en flex)woningen' in artikel 8.1 is door het gebruik van de haakjes onduidelijk. De term flexwoningen is uit het bestemmingsplan gehaald. Deze worden beschouwd als normale woningen die niet op locatie wordt gebouwd maar elders. Ze kunnen makkelijker en sneller worden geplaatst en verplaatst. Ze moeten (qua bouwbesluit en welstand voldoen aan dezelfde eisen als normale woningen. Omdat flexwoningen niet anders worden beoordeeld dan traditionele woningen is term flexwoningen komen te vervallen.

17.7

Een van de functies die niet aan een melding of vergunning is gekoppeld, betreft kennelijk het realiseren van bijzondere woonvoorzieningen. Immers, die functie is niet opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1. Het is niet navolgbaar waarom deze gebruiksvorm niet aan nadere voorwaarden of een meldings- c.q. vergunningplicht is gekoppeld, en vrijwel al het andere gebruik wel. Volgens artikel 1.13 van de Begripsbepalingen in het bestemmingsplan betreft een ‘bijzondere woonvoorziening’: “een (gedeelte van een) gebouw dat dient om te voorzien in een aangepaste woonbehoefte bijvoorbeeld ten behoeve van personen voor wie de normale woonvoorzieningen niet passend of toereikend zijn, zoals gehandicapten, of anderszins verzorgingsbehoevenden”. Dit begrip is in de regels opgenomen om voor de zorg aangepaste erfbebouwing bij woningen voor zorgbehoevende mogelijk te maken. Echter het begrip is niet meer actueel omdat dit al anderszins in het bestemmingsplan is geregeld (bijgebouwen regeling in combinatie met toestaan mantelzorg. Het begrip “bijzondere woonvoorzieningen” komt te vervallen. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 16 is op dit onderdeel gegrond

17.8

De in het plan opgenomen 'omgevingswaarden', hoewel staat vermeld dat het deels gaat om resultaatsverplichtingen, vormen in feite geen enkele garantie voor het daadwerkelijk behalen van resultaat. Na uitgifte van het plangebied heeft het college het helemaal niet meer in eigen hand om alsnog de omgevingswaarden te realiseren. Omgevingswaarden in het bestemmingsplan heeft geen rechtsgevolgen voor particulieren. Zoals onder 3.2 al overwogen hebben de omgevingswaarden ook geen juridische basis. Om die reden komen ze te vervallen. De ambities worden, daar waar kan, op een andere manier in het bestemmingsplan vastgelegd. Dit onderdeel biedt grond om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 16 is op dit onderdeel gegrond.

18.

Actualisatie bestemmingsplan watertuinen (zw. 8)

18.1

Verzoek om ook meteen bestemmingsplan de Watertuinen in het plan mee te nemen en de maatschappelijke bestemming, bruggetjes en reststroken te herbenoemen. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er is geen relatie tussen de te herbenoemen maatschappelijke bestemming, bruggetjes en reststroken in het bestemmingsplan dat over de Watertuinen ligt, en het bestemmingplan De Groote Wielen Noordoosthoek. Daarom is er dan ook geen noodzaak om dit deel in het plangebied op te nemen. Als er een noodzaak is om het bestemmingsplan dat over de Watertuinen ligt te actualiseren, dan zal dat plaatsvinden in een afzonderlijk plan.

V. Conclusie Zienswijze 20 is niet ontvankelijk. De zienswijzen 1, 5, 6, 7, 9, 12, 13, 14, 15, 16 en 17 zijn gegrond, de overige zienswijzen zijn ongegrond. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 27 van 28

Gelet op de inhoud van deze ingediende zienswijzen is het nodig het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De wijzigingen zijn opgenomen in de Nota van Wijzigingen bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek’. Bovendien is op grond van zienswijzen 6 en 14 een bestemmingsplan de aanleg van het NNB en de verlegde Hoefgraaf voor een deel van de kwaliteitsverbetering buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan, het bestemmingsplan Natuurzone “De Groote Wielen Noordoosthoek in procedure gebracht.

Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek en OER’ Pagina 28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12203760/1