Bijlage 1 Nota van zienswijzen bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel DEF
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan ´Brugstraat 36 Vinkel’ (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’)
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 1 van 8
I. De procedure Het ontwerpbestemmingsplan “Brugstraat 36 Vinkel" heeft met ingang van 19 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De terinzagelegging is bekendgemaakt in het Gemeenteblad d.d. 16 juni 2023 en via de gemeentelijke website. De stukken lagen vanaf 19 juni 2023 gedurende 6 weken in de publieksruimte van het Stadskantoor ter inzage. Daarnaast waren ze in te zien via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en een link op de gemeentelijke website. II. De ingediende zienswijzen / ontvankelijkheid Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 4 zienswijzen ingediend: 1. Reclamant sub 1, wonend te Vinkel, d.d. 22 juni 2023 2. Reclamant sub 2, wonend te Vinkel, d.d. 24 juni 2023 3. Reclamant sub 3, wonend te Vinkel, d.d. 26 juli 2023 met verzoek tot extra termijn voor aanvulling gronden 4. Reclamant sub 4, wonend te Vinkel, d.d. 27 juli 2023 De termijn van terinzagelegging zou eindigen op zondag 30 juli 2023.
Op grond van de Algemene termijnenwet wordt een in de wet gestelde termijn die op een zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dit betekent in dit geval dat de termijn wordt verlengd tot en met maandag 31 juli 2023. De zienswijzen van of namens de vier reclamanten zoals in het bovenstaande weergegeven zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. Door de indiener van de zienswijze sub 3 is verzocht om een extra termijn voor het aanvullen van de zienswijzen van twee weken, en vervolgens in tweede instantie, vanwege de vakantieperiode, drie weken. We merken hierbij op dat de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan (16 juni) ruim voor de start van de zomervakantie was. Een algemeen in de jurisprudentie geaccepteerde termijn voor het aanvullen van gronden van een zienswijze is twee weken. Gelet op de vakantieperiode en de verzoeken afwegende ten opzichte van het hiervoor gestelde, is een extra termijn gegeven van drie weken, gerekend vanaf de laatste datum van de termijn voor het indienen van de zienswijze. Het was voor deze reclamant daarmee mogelijk om tot en met 21 augustus 2023 een aanvulling op de zienswijze aan te leveren. Reclamant heeft op 21 augustus echter laten weten geen aanvulling meer te doen.
De zienswijzen zijn binnen de termijnen ingediend en daarmee ontvankelijk. III. Samenvatting ingediende zienswijzen Hieronder zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat in de nota opgenomen. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de volledige ingediende zienswijzen bij de opstelling van het antwoord is betrokken. De zienswijzen, zoals deze zijn ontvangen, liggen, in het kader van de (verdere) besluitvorming, ook volledig ter inzage bij de gemeenteraad. 1. Reclamanten sub 1 en 2 Reclamanten sub 1 en 2 hebben overeenkomstige zienswijzen ingediend over hun uitzicht dat volgens hen wordt aangetast door dit plan. Zij uiten bezwaren tegen dit bestemmingsplan, omdat zij vanuit hun beide woningen op dit moment uitzicht hebben over de velden, recht tegenover hun woningen (reclamant sub 1 merkt hierbij op dat hij ruim 2 km ver weg kan kijken vanuit de woning). Reclamanten zijn hier erg aan gehecht (reclamant sub 1 geeft hierbij aan dat woongenot voor hem een groot goed is) en willen dit graag zo houden. Ze geven aan dat dit uitzicht door dit plan verloren gaat. Ook zal er door dit plan een behoorlijke waardevermindering van zijn huis optreden, aldus reclamanten. Zij geven ook aan dat zij al in de omgevingsdialoog hebben laten weten het niet eens te zijn met het besluit op deze locatie te bouwen. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 2 van 8
Uitzicht reclamanten Het is juist dat reclamanten op dit moment op de plek van de beoogde vrijstaande woning nog relatief vrij uitzicht hebben. Hierbij wordt opgemerkt dat dit vooral geldt voor reclamant sub 2. Reclamant sub 1 heeft hier slechts deels zicht op de velden door de schuine ligging ten opzichte van de plek. In het ontwerpbestemmingsplan is al rekening gehouden met het uitzicht van deze omwonenden, aangezien de zorgen daarover inderdaad in de omgevingsdialoog waren geuit. Om die reden is het plan voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan als volgt aangepast (p.14 van de rapportage omgevingsdialoog): “1. Landschappelijke inpassing aan de noordwestelijke rand van het plangebied wordt aangevuld met boomgroepjes. Hiermee wordt het doorzicht vanaf de Van Rijckevorselweg verbeterd, door de achterzijde van de bedrijvigheid aan de Brugstraat, die momenteel goed zichtbaar is vanaf de Van Rijckevorselweg, met groene elementen deels aan het zicht te onttrekken. 2. Positionering van de nieuwe vrijstaande woning met bijgebouw aan de Van Rijckevorselweg: het is zoeken naar balans tussen de privacy voor de naastgelegen woningen aan de Van Rijckevorselweg en het uitzicht voor de tegenovergelegen woningen aan de Van Rijckevorselweg.
Deze balans wordt gevonden door voldoende afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen, een diepe voortuin en behoud van de volgroeide bomen langs de weg.” Het ontwerpbestemmingsplan hield hier dus al rekening mee en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Niettemin blijft het zo, dat het uitzicht verandert en deels wordt beperkt door de nieuwe vrijstaande woning. Gelet op deze zienswijze en de geuite zorgen, is door de gemeente in samenspraak met de initiatiefnemer beschouwd wat er nog mogelijk is om het plan op dit punt verder te verbeteren voor omwonenden. Dit is overigens gedaan in samenhang met de zienswijze van reclamant sub 4. Op basis van deze analyse, is ervoor gekozen om het plan op dit punt opnieuw aan te passen. In het vast te stellen bestemmingsplan, is het bouwvlak van de beoogde vrijstaande woning aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Zie onderstaande figuren voor de wijziging tussen ontwerp en vast te stellen bestemmingsplan (dit wordt toegelicht op de volgende pagina). Ontwerpbestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 3 van 8
Waar in het ontwerpbestemmingsplan nog sprake was van een bouwvlak van 16 meter (diep) bij 11 meter (breed), is dit in het vast te stellen bestemmingsplan aangepast naar 14 meter (diep) bij 9 meter (breed). Hierdoor is dit bouwvlak smaller en minder groot geworden. Dit is nog steeds een courante woning van voldoende omvang die stedenbouwkundig passend is. Door deze wijziging zal het uitzicht van de reclamanten in mindere mate beperkt worden dan in het ontwerpbestemmingsplan. Ook gelet op het feit dat de woning slechts een maximale goothoogte heeft van 4,5 m. met een kap tot 8 meter, wordt op deze manier voldoende rekening gehouden met de zorgen over uitzicht. De zienswijze is op dit punt gegrond en heeft daarmee geleid tot aanpassing van het plan. Waarde woningen reclamanten Een eventuele compensatie van waardevermindering van omliggende objecten, waaronder woningen, is geen onderdeel van de afwegingen bij dit bestemmingsplan. Reclamanten hebben het recht om een verzoek tot tegemoetkoming in te dienen, binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het plan. 2. Reclamant sub 3 Reclamant heeft in eerste instantie een pro forma zienswijze ingediend, met het verzoek om aanvulling. De gemeente heeft deze extra termijn voor aanvullingen verleend, maar reclamant heeft laten weten geen aanvulling meer te doen.
Beleidskaders en behoefte De betreffende plannen voldoen volgens reclamant niet aan het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid. Zo zou nergens uit blijken dat er (op de voorgenomen locatie) behoefte bestaat aan het realiseren van de betreffende woningen. Ook niet dat dit mogelijk zou zijn in lintbebouwing en dat het mogelijk is in combinatie met de beëindiging van een agrarisch bedrijf, waarbij gerefereerd wordt aan de ladder van duurzame verstedelijking. De stelling van reclamant inzake behoefte wordt niet gevolgd. We lichten dit hieronder toe. Over de behoefte geeft het bestemmingsplan o.a. aan: “De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020-2030. Het realiseren van zes nieuwe woningen binnen het plangebied levert daar een bescheiden bijdrage aan.” Aanvullend daarop: voor het dorp Vinkel is het realiseren van deze zes woningen belangrijk, om in een continu aanbod van woningen te voorzien. Dit draagt bij aan de (toekomstige) leefbaarheid van de kern. Daarnaast is in het bestemmingsplan hierover opgenomen: “Voor de leefbaarheid van een dorp van bescheiden omvang zoals Vinkel, is het van groot belang dat voldoende woningen worden gebouwd. Er is bewust voor gekozen niet alleen grote woningen op grote kavels te realiseren.
Door twee-aaneen gebouwde woningen in de planvorming op te nemen, zijn de nieuwe woningen voor een grotere doelgroep bereikbaar. Tijdens gesprekken met buurtbewoners is, ter bevestiging, gebleken dat veel belangstelling bestaat voor de nieuwe woningen, die derhalve in de bestaande woonbehoefte kunnen voorzien.” Gelet hierop, is er wel degelijk behoefte aan de beoogde woningen. Het plan voldoet daarnaast aan alle geldende beleidskaders. Dit wordt hieronder toegelicht. Het landelijke en provinciale beleid is beschreven in paragrafen 4.1 en 4.2 van de Plantoelichting. Hierin is gemotiveerd dat het plan voldoet aan deze beleidskaders, als ook aan de ladder duurzame verstedelijking. Er wordt dan ook primair verwezen naar de motivering in die paragrafen. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 4 van 8
Het gemeentelijk beleid dat voor het initiatief van belang is bestaat uit de Woonvisie 2020, Stedenbouwkundige visie uitbreiding Vinkel, Nota Parkeernormering 2021, Welstandsnota en Verordening bomen, water en groen en Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch. Het plan voldoet aan al deze beleidskaders. We verwijzen primair naar de plantoelichting; paragraaf 4.3.1 en 4.3.2 (Woonvisie 2020, Stedenbouwkundige visie), paragraaf 4.3.3 (parkeerbeleid), paragraaf 4.3.4 (welstandsbeleid) en 4.3.5 en 4.3.6 (Verordening bomen, water en groen, Visie Duurzaam). Reclamant voert specifiek aan dat dit plan niet mogelijk zou zijn in lintbebouwing en in combinatie met de beëindiging van een agrarisch bedrijf. Gelet op de bulletsgewijze motivering in het begin van paragraaf 4.3.2 van de plantoelichting, is deze stelling onjuist. Hieruit blijkt dat het plan juist aan de uitgangspunten voor herontwikkelingen in lintbebouwing voldoet, zoals het volledig opheffen van de bedrijfsbestemming en slopen van opstallen of het creëren van een groene overgang met bomen richting het landschap. De stelling van reclamant houdt daarom geen stand. MER-plicht Voorts stelt reclamant dat er wel sprake is van een m.e.r.-plicht, in tegenstelling tot wat het resultaat van de vormvrije m.e.r.-beoordeling aangeeft.
In bijlage 8 van de plantoelichting is beschreven en gemotiveerd dat met dit plan geen sprake is van een m.e.r.-(beoordeling)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage. Reclamant heeft geen gronden aangevoerd waaruit anders zou blijken. Monumentale boerderij Met de plannen wordt volgens reclamant daarnaast afbreuk gedaan aan het Monumentenbeleid waar in Nederland, maar ook vooral in Brabant, zoveel waarde aan wordt gehecht. Reclamant overweegt op dit moment om in dat verband een "contra -expertise" te laten opstellen, omdat er zeker een aantasting plaatsvindt van de monumentale boerderij, aldus reclamant. De rol en inbedding van de monumentale boerderij in de plansituatie is zorgvuldig beschouwd. In de Toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan staat hierover: “Uit de cultuurhistorische waardenkaart volgt dat de boerderij Brugstraat 36 de aanduiding ‘overige bouwkunst’ heeft. De monumentale langgevelboerderij wordt gesplitst in twee wooneenheden, waarmee een economische drager ontstaat voor het behoud van de cultuurhistorische waarde van de boerderij.” Er is geen sprake van aantasting van de monumentale waarde van de boerderij. Dit wordt hieronder verder gemotiveerd.
De boerderij wordt in het plan gesplitst in twee wooneenheden maar is feitelijk nu al opgedeeld (met verleende en uitgevoerde omgevingsvergunning), een woning in het stalgedeelte en een woning in de boerderijwoning. Op het boerenerf staan nu een aantal bijgebouwen (die niet onder de bescherming van het gemeentelijk monument vallen), waarvan de kapschuur in 2017 nader is onderzocht. Zowel de kapschuur als de andere bebouwing op het erf bleken geen bijzondere bouwhistorische waarden te bezitten. Bij een herontwikkeling, van het na sloop van de bijgebouwen vrijgekomen erf, dient voldoende afstand tot de monumentale boerderij worden gerespecteerd. In de planopzet, waarbij het terrein rondom de boerderij wordt herontwikkeld door de bouw van een vijftal woningen, wordt voldoende rekening gehouden met de aanwezige monumentale boerderij. De boerderij blijft voldoende vrij van de Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 5 van 8
nieuw te ontwikkelen woningen, de boomgaard op de hoek van de Brugstraat en de van Rijckevorselweg, blijft behouden waardoor de boerderij met erf in ruime mate vrij blijft te staan. Vanuit de monumentale waarden bezien van de omstreeks 1940 gebouwde boerderij, bestaat tegen de herontwikkeling van het erf op de getoonde wijze geen bezwaar. Milieu -en omgevingsaspecten Tot slot is volgens reclamant, los van een goede ruimtelijke ordening, ook onvoldoende rekening gehouden met de diverse milieuaspecten, zoals (de ontsluiting van) het verkeer, maar ook onderdelen als geluid, luchtkwaliteit (waaronder stikstof) en een verslechterde privacy zijn onvoldoende belicht, aldus reclamant. Reclamant stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de diverse milieuaspecten, maar nergens toont reclamant aan waarom dat zo zou zijn. De genoemde aspecten van verkeer, geluid, luchtkwaliteit en stikstof zijn voldoende onderzocht of gemotiveerd, in de paragrafen 3.4, 5.2, 5.3, 5.7, 5.8 en 5.9 van de plantoelichting, en in de onderzoeken zoals opgenomen in bijlagen 2 (bedrijven en milieuzonering), 3 t/m 5 (geluid), 7 (geur/luchtkwaliteit) en bijlage 9 (Aerius berekening). Daarnaast wordt gewezen op een verslechterde privacy. Niet gebleken is dat dit het geval is voor reclamant.
Met inachtneming van de aanpassing van het bouwvlak van de dichtstbijzijnde woning (zie beantwoording bij reclamanten sub 1, 2 en 4), ligt deze woning op ruime afstand van de woning van reclamant, namelijk ca. 25 meter, waarbij eventueel zicht bovendien alleen mogelijk is in de voortuin van reclamant. Er is dan ook geen sprake van een (significante) aantasting van privacy. Vaststelling bestemmingsplan Reclamant concludeert dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld. Dit zou een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit opleveren, hetgeen o.m. een strijdige situatie op zou leveren op grond van artikel 3:2 jo. artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) . Gelet op bovenstaande, is er geen aanleiding om te concluderen dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld of dat er een strijdigheid is met de genoemde artikelen van de Awb. Het bestemmingsplan voldoet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening en ligt ter vaststelling voor. De zienswijze is ongegrond en heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. 3. Reclamant sub 4 Reclamant heeft moeite met één specifieke woning in het plan, genaamd “woning G”. Dit gaat om de bouw van een nieuwe vrijstaande woning aan de van Rijckevorselweg.
Het bouwvlak van deze woning komt op ongeveer 5 meter te liggen van de grens van het perceel van reclamant; en komt te liggen ter hoogte van het tuinterras van reclamant. De gekozen positionering stelt de privacy van reclamant onder druk, zo stelt reclamant. Gezien de mogelijkheden voor een alternatieve positionering van de woning op het omvangrijke perceel, kan reclamant niet volgen waarom juist voor deze positionering is gekozen. Een alternatieve positionering is minder indringend voor reclamant. De plantoelichting geeft geen zicht op de overwegingen en afwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd. Indien een alternatieve positionering toch niet mogelijk zou zijn, is het planologisch waarborgen van een afdoende beschermende erfafscheiding eveneens denkbaar voor reclamant. Zo wordt elders in het plangebied voorzien in een functieaanduiding voor het realiseren van een
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 6 van 8
afschermende voorziening. Weliswaar is dit gedaan vanwege een andere reden (borging goed woonen leefklimaat), maar eenzelfde verplichting zou kunnen worden opgelegd om de privacy te waarborgen van reclamant. Dat kan mogelijk ook met een meer groene afscheiding, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het planten en in stand houden van (bijvoorbeeld) leibomen. Bijlage 1 van de planregels voorziet in de planologische basis voor de ruimtelijke inpassing van het plangebied ten opzichte van de omgeving. Reclamant stelt voor om in dit inpassingsplan groenaanplant op of tegen de grens van zijn perceel op te nemen. Privacy reclamant De gemeente is van mening dat de positie en vormgeving van de beoogde vrijstaande woning in het ontwerpbestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is, mede omdat hierbij al rekening was gehouden met de genoemde zorgen over privacy. Die zorgen daarover waren ook al in de omgevingsdialoog geuit. Om die reden is het plan voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan als volgt aangepast (p.14 van de rapportage omgevingsdialoog): “2. Positionering van de nieuwe vrijstaande woning met bijgebouw aan de Van Rijckevorselweg: het is zoeken naar balans tussen de privacy voor de naastgelegen woningen aan de Van Rijckevorselweg en het uitzicht voor de tegenovergelegen woningen aan de Van Rijckevorselweg.
Deze balans wordt gevonden door voldoende afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen, een diepe voortuin en behoud van de volgroeide bomen langs de weg.” Ook is bij de bepaling van de hoogte van de nieuwbouw, de hoogte van de omliggende woonbebouwing gerespecteerd door een gelijksoortige hoogtebeperking op te leggen van 8,5 meter bouwhoogte en 4 meter goothoogte. In de zienswijze wordt gevraagd om een alternatieve positionering die minder indringend is voor de buurman in verband met de privacy en om het opleggen van een voorwaardelijke verplichting voor een groene afscherming. Ondanks dat het ontwerpbestemmingsplan hier naar onze mening voldoende rekening mee hield, heeft de gemeente samen met de initiatiefnemer dit verzoek beschouwd om te kijken of nog verder tegemoet kan worden gekomen aan de zorgen. De gemeente overweegt op basis daarvan als volgt, ook in samenhang met de zienswijzen van reclamanten sub 1 en 2. Een positionering van het bouwvlak meer naar voren toe is niet wenselijk vanwege het uitzicht van de tegenovergelegen woningen (zie de bezwaren en beantwoording bij reclamanten sub 1 en 2). Een positionering verder naar achteren dan het nu opgenomen bouwvlak is ook niet wenselijk, omdat de woning dan te ver in de 2e lijn komt te liggen, wat stedenbouwkundig niet wenselijk en aanvaardbaar is.
Hoewel een andere positionering van het bouwvlak dus niet mogelijk is, is het plan op dit punt wel aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In het vast te stellen bestemmingsplan, is het bouwvlak van de beoogde vrijstaande woning aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Waar in het ontwerpplan nog sprake was van een bouwvlak van 16 meter (diep) bij 11 meter (breed), is dit in het vast te stellen plan aangepast naar 14 (diep) bij 9 meter (breed) (zie onderstaande figuren). Hierdoor is dit bouwvlak smaller en minder groot geworden. Dit is nog steeds een courante woning van voldoende omvang die stedenbouwkundig passend is. We verwijzen voor de visualisatie van deze wijzigingen naar de figuren onder reclamanten sub 1 en 2, pagina 3 van deze nota. Door deze wijziging zal de (eventuele) aantasting van de privacy van reclamant verder beperkt worden. Immers, door het smallere bouwvlak, wordt meer afstand gehouden tot de perceelsgrens van reclamant. Waar er in het ontwerpbestemmingsplan sprake was van ca. 5 meter afstand tot de Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 7 van 8
perceelsgrens (en ca. 19 meter tot de woning zelf), is in het vast te stellen bestemmingsplan een afstand aangehouden van ca. 7 meter tot de perceelsgrens en 21 meter tot de woning zelf. Daarnaast is het bouwvlak zelf minder groot geworden (van 176 m2 naar 126 m2), wat ook de kans op inkijk vermindert. Leibomen In samenhang hiermee, gelet op het tweede deel van de zienswijze van reclamant, is bovendien in de planregels, in artikel 6.2.5, lid b en in artikel 6.5.3, lid b, een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het plaatsen van leibomen tegen de erfgrens aan. Deze leibomen zijn ook toegevoegd in het landschapsplan (‘Notitie landschappelijke inpassing’). Het betreffen leibomen met een hoogte van 3 meter op 1 meter afstand van de erfgrens van reclamant, over een lengte van 15 meter. Deze oplossing is eind augustus met reclamant zelf besproken en afgestemd. In onderstaand figuur is dit weergegeven met de oranje lijn en nummer 8:
Met deze aanpassingen manier wordt de eventuele aantasting van privacy van reclamant verder tegengegaan en is een extra publiekrechtelijke regel opgenomen om dit te borgen. De zienswijze is gegrond en heeft daarmee geleid tot aanpassing van het plan. 4. Conclusie Nota van zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn ontvankelijk en deels gegrond en deels ongegrond. Er zijn enkele aanpassingen aan het plan gedaan, om aan de zorgen van de indieners van de zienswijzen tegemoet te komen.
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Brugstraat 36 Vinkel’ Pagina 8 van 8