Bijlage 1. Memo Toetsing Nota Verbonden Partijen
Tekst van het document
MEMO:
1.
Toetsing oprichting warmtebedrijf aan de nota verbonden partijen
Inleiding
In het collegevoorstel “Oprichting gemeentelijk warmtebedrijf” (februari 2025) wordt het college onder andere gevraagd in te stemmen met de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf (Warmte Holding ’s-Hertogenbosch B.V. en Warmtebedrijf De Groote Wielen Noord B.V.). Dit gemeentelijk warmtebedrijf is nodig omdat de wetgeving rondom warmtenetten verandert. De nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. De Wcw schrijft voor dat warmtenetten met meer dan 1500 aansluitingen voortaan gerealiseerd en geëxploiteerd moeten worden door warmtebedrijven, die voor meer dan 50% in publieke handen zijn. Publieke partijen anders dan de gemeente beraden zich nog op hun rol in warmtebedrijven. Private partijen in de warmtemarkt zijn op dit moment niet geïnteresseerd in een minderheidsbelang in deze publieke warmtebedrijven. Dit betekent dat de gemeente ’sHertogenbosch nu een voortrekkersrol op zich moet nemen als zij in een bepaald gebied over wil gaan tot de aanleg van een warmtenet. Dit is het geval in gebiedsontwikkeling de Groote Wielen Noord. De verwachting is echter dat warmtenetten ook op andere plekken in ’s-Hertogenbosch een rol gaan spelen in de warmtevoorziening. Met de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf voorziet de gemeente daarom nu in een behoefte, maar sorteert zij ook voor op de toekomst.
Het gemeentelijk warmtebedrijf is een verbonden partij conform de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV). Een verbonden partij is een zelfstandige rechtspersoon waarin de gemeente een financieel én bestuurlijk belang heeft. Binnen de gemeente ‘s-Hertogenbosch liggen de raadskaders en uitvoeringsafspraken van het college omtrent verbonden partijen vast in de nota verbonden partijen.1 De nota bevat onder andere een stappenplan om te komen tot een nieuwe verbonden partij. In dit document worden de stappen om te komen tot de oprichting van een nieuwe verbonden partij doorlopen voor het gemeentelijk warmtebedrijf. Er ligt tijdsdruk op de oprichting van het gemeentelijk warmtebedrijf vanwege de samenhang met de gebiedsontwikkeling van de Groote Wielen Noord. Ontwikkelaars willen de zekerheid hebben dat de gemeente daadwerkelijk overgaat tot de aanleg van een collectieve warmte- en koude voorziening in het gebied. Daarnaast is er een juridische entiteit nodig om de opdracht tot realisatie en exploitatie van het warmtenet te kunnen gunnen aan een externe partij. Om de aanleg van het warmtenet efficiënt uit te kunnen voeren is het van belang dat dit gelijktijdig gebeurt met de aanleg van de riolering en het leggen van andere kabels en leidingen.
Vanwege dit kritische pad werken we in dit document stap 1 t/m 7 uit de nota verbonden partijen uit. Vervolgens leggen we het concept college besluit tot oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf voor aan de raad, zodat deze haar wensen en bedenkingen aan het college mee kan geven. Stap 8 (sturing en (risico)beheer) en stap 10 (interne organisatie en evaluatie) worden in meer detail uitgewerkt nadat het finale besluit tot oprichting genomen is. De wensen en bedenkingen van de raad kunnen hier dan in meegenomen worden.
1 Nota verbonden partijen ’s-Hertogenbosch 2024 – 2027 (16 april 2024)
2.
De oriëntatiefase
Stap 1: Organiseer een multidisciplinair afwegingsteam In februari 2024 is er een kwartiermaker warmtebedrijf gestart om verder te verkennen wat er voor nodig is om het gemeentelijk warmtebedrijf daadwerkelijk op te richten. Sinds augustus 2024 is er een brede ambtelijke stuurgroep actief. Doel van deze stuurgroep is om al in een vroeg stadium zoveel mogelijk disciplines bij dit onderwerp te betrekken. In de stuurgroep zitten de afdelingshoofden van Leefomgeving (SO/LO), Wonen en Grondzaken (SO/WGZ), Financiën en Juridische Zaken (SO/FZJ), Projectmanagement en Voorbereiding (SB/PROJM & VB) en Concernfinanciën (M&D/F). De aanleiding, de activiteiten, structuur en financiële aspecten van een gemeentelijk warmtebedrijf zijn in de stuurgroep aan de orde gekomen. Daarnaast zijn binnen de sector Stedelijke Ontwikkeling (SO) een financieel adviseur, senior jurist en senior beleidsmedewerker betrokken. Gedurende het voorbereidende proces is gebruikt gemaakt van externe adviseurs. Adviesbureau Fakton Energy heeft een business plan opgesteld voor het warmtebedrijf. Advocatenkantoor AKD heeft geadviseerd over de juridische aspecten rondom realisatie en exploitatie van warmtenetten en structurering van het warmtebedrijf.
Stap 2: Motiveer het publieke belang dat gediend wordt Het publieke belang dat gediend wordt door de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf is het faciliteren van de aanleg van collectieve warmtenetten en daarmee het borgen van een duurzame, betrouwbare en betaalbare toekomstige warmtevoorziening voor ’s-Hertogenbosch. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de ambitie om in 2045 klimaatneutraal te zijn2. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. In totaal gaat het om zo’n 74.000 huishoudens die samen verantwoordelijk zijn voor 37% van de totale CO2 uitstoot in ’s-Hertogenbosch. De komende jaren moet de gemeente duidelijkheid gaan bieden aan bewoners en gebouweigenaren over het alternatief voor aardgas en het bijbehorende tijdspad in een warmteprogramma. De alternatieven voor aardgas zijn grofweg in te delen in twee categorieën: individuele oplossingen (lucht- of bodem water warmtepompen) of een collectieve oplossing (een warmtenet aangesloten op een duurzame bron). De verwachting is dat collectieve warmtenetten voor ongeveer een derde van de gebouwde omgeving een oplossing zullen zijn3. De wetgeving rondom warmtenetten verandert. Hierdoor krijgen publieke partijen een belangrijke rol in het realiseren en exploiteren van warmtenetten.
De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de huidige Warmtewet en treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. De Wcw geeft het college van B&W de bevoegdheid om te bepalen waar er binnen de gemeente een warmtenet gerealiseerd wordt. Dit gebeurt door het vaststellen van een warmtekavel. Vervolgens wijst het college een warmtebedrijf aan dat exclusief bevoegd is om warmte te transporteren en te leveren binnen dit kavel. Dit warmtebedrijf is integraal verantwoordelijk voor de hele warmteketen, van opwek tot levering, en moet voor meer dan 50% in publieke handen zijn. 2
Bestuursakkoord van de gemeente ’s-Hertogenbosch 2022-2026 (31 mei 2022)
3 Het Planbureau voor de leefomgeving heeft in 2020 met de Startanalyse voor elke buurt in Nederland doorgerekend
wat de duurzame strategie met de laagste nationale kosten is. Alle buurten waarvoor onder die aannames een warmtenet de beste oplossing is telden afgerond op tot 2,6 miljoen woningen.
Om collectieve warmtenetten te kunnen realiseren is het dus wettelijk gezien noodzakelijk dat er warmtebedrijven zijn met een publiek meerderheidsbelang die deze taak op zich kunnen nemen. Door de warmtevoorziening onder te brengen in publieke warmtebedrijven wordt warmte weer een nutsvoorziening, waarbij de overheid de regie houdt op de basisbehoefte van (duurzame) warmte. Borgt de markt of samenleving het maatschappelijk belang? Nee. Op dit moment stokt de aanleg van collectieve warmtenetten. Als gevolg van de verwachte invoering van de Wet collectieve warmte (Wcw) trekken bestaande private warmtebedrijven zich terug. De aanleg en exploitatie van een collectief warmtenet uitbesteden aan een (markt)partij is op dit moment dus geen optie. Onder de nieuwe Wcw is dit overigens ook niet mogelijk, omdat het warmtebedrijf voor meer dan 50% in publieke handen moet zijn. Is er bij het borgen van het publieke belang behoefte aan meer of andere invloed dan geborgd kan worden via wet- en regelgeving (subsidies, heffingen, opdracht aan derden etc.)? Ja. Collectieve warmtenetten worden op dit moment niet zonder gemeentelijke regie en risicodragende participatie gerealiseerd. Als deze regie achterwege blijft, zullen huishoudens en ondernemers uiteindelijk voor een individuele oplossing kiezen.
Een keuze die – als deze op grote schaal wordt gemaakt – kan leiden tot hogere maatschappelijke kosten, meer ruimtebeslag en meer geluidsoverlast.4 Moet de gemeente volledig én direct betrokken zijn bij de uitvoering van het publieke belang? Nee. De gemeente mag de realisatie en exploitatie van collectieve warmtenetten wettelijk niet zelf uitvoeren. Een publiekrechtelijke rechtsvorm is onder de Wet collectieve warmte (Wcw) niet mogelijk.5 Uit de Wcw volgt dat een warmtebedrijf een privaatrechtelijke rechtspersoon moet zijn. Dat wordt in stap 7 verder toegelicht. Dit betekent dat de uitvoering van de taak op afstand van de gemeente geplaatst wordt en niet langer onder directe politieke verantwoording valt. Het beoogde gemeentelijk warmtebedrijf is een aparte rechtspersoon en vervult de rol van eigenaar en financier van het collectieve warmtenet. Ook is zij opdrachtgever voor partijen die (een deel van) de uitvoering op zich nemen. De gemeente is betrokken in haar rol van aandeelhouder en opdrachtgever (partij die het warmtebedrijf aanwijst). Stap 3: Met wie voert de gemeente de taak uit? Indien de gemeente haar beleidsdoelstellingen wil halen en in een bepaald gebied over wil gaan tot de aanleg van een warmtenet, moet zij op dit moment een voortrekkersrol op zich nemen. De gemeente wordt 100% aandeelhouder in het op te richten gemeentelijk warmtebedrijf.
Andere publieke partijen zoals netbeheerders, drinkwaterbedrijven, waterschappen en provincies zijn hun rol in het realiseren en exploiteren van warmtenetten nog aan het bepalen. Op regionaal niveau worden gesprekken gevoerd tussen de Provincie Noord-Brabant, Energie Beheer Nederland (een 100% staatsdeelneming) en Enexis over een op te richten regionaal warmtebedrijf. De verwachting is dat regionale warmtebedrijven op termijn zullen participeren in de gemeentelijke warmtebedrijven die nu opgericht worden. Zij zullen dit echter niet doen voordat de Wet collectieve warmte (Wcw) in werking is getreden.
Berenschot (2024): De keuze voor warmtenetten of andere warmteoplossingen, verkenning naar conflicterende belangen tussen het individu en de maatschappij 5 Advies AKD Advocaten, 7 november 2024 4
Private marktpartijen trekken zich als risicodragende partij terug van de warmtemarkt. Het door de Wcw gedicteerde minderheidsbelang van private partners bij de realisatie en exploitatie van warmtenetten lijkt op dit moment geen aantrekkelijke optie te zijn voor deze partijen. Hun rol als dienstverlener aan publieke partijen en de toekomstige warmtebedrijven, om op deze manier hun kennis en ervaring over te dragen, is nog in ontwikkeling. In eerste instantie is het college daarom voornemens een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten (100% eigendom van de gemeente), waarin op een later tijdstip andere partners in kunnen stappen. Het gemeentelijk warmtebedrijf is eigenaar en financier van het warmtenet, maar zal zoveel mogelijk van haar uitvoerende taken (ontwikkeling, realisatie, onderhoud en exploitatie van het warmtenet) middels een aanbesteding bij professionele marktpartijen proberen te beleggen. Stap 4: Formulering van het principebesluit Principebesluit: Het college is voornemens een zelfstandig gemeentelijk warmtebedrijf op te richten, waarin de gemeente ‘s-Hertogenbosch een 100% belang heeft. Dit principebesluit is niet eerder expliciet door het college genomen. Wel heeft de gemeenteraad op 10 oktober 2023 ingestemd met de verkenning naar de oprichting van een publiek warmtebedrijf waarbij het aandeelhouderschap ligt bij de gemeente.
De Groote Wielen Noord is destijds in het raadsvoorstel gebruikt als casus om de overwegingen rondom gemeentelijke rolinname verder uit te werken. In dit document gaan we daarom direct door met het uitwerken van stap 5 tot en met 7 uit de nota verbonden partijen om daarna een concept collegebesluit te formuleren.
3.
De onderzoeksfase
Stap 5: Onderzoek of sprake is van een verbonden partij conform de BBV Een 100% gemeentelijk warmtebedrijf is een verbonden partij conform de BBV. Het begrip verbonden partij ligt vast in de Gemeentewet en in het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV). Een verbonden partij is een zelfstandige rechtspersoon waarin de gemeente een financieel én bestuurlijk belang heeft. Financieel belang De gemeente heeft een financieel belang in het gemeentelijk warmtebedrijf. Zij stort als aandeelhouder kapitaal in het warmtebedrijf. In het geval van de Groote Wielen Noord betreft dit de verkregen WBI subsidie en de in de grondexploitatie gereserveerde cofinanciering (€3,5 miljoen in totaal). Daarnaast zal de gemeente in haar rol als aandeelhouder in de toekomst mogelijk leningen of garantstellingen verstrekken aan het warmtebedrijf. De gemeente stelt dus financiële middelen beschikbaar aan het warmtebedrijf die ze kwijt is als het warmtebedrijf failliet gaat. Dit noemen we risicodragend kapitaal. Bestuurlijk belang De gemeente krijgt zeggenschap over het warmtebedrijf via stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA), zoals bepaald in de concept statuten. Voorafgaand aan de AvA machtigt het college de portefeuillehouder Financiën om de gemeente als aandeelhouder te vertegenwoordigen.
Stap 6: Analyseer wet- en regelgeving De volgende wet- en regelgeving is van belang in het kader van de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf: • de Gemeentewet • de verwachte Wet collectieve warmte (Wcw) • het Burgerlijk wetboek, boek 2 • de wet normering topinkomens (WNT) • de wet Markt en Overheid • het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Daarnaast zijn er nog een aantal raadskaders relevant: • het raadsbesluit Kaders verbonden partijen 2011: raadsvoorstel kaders verbonden partijen2011-gewijzigde beh…_jawi (raadsinformatie.nl) • het raadsbesluit eindrapportage Rekenkamercommissie Verbonden partijen 2011: Brief gemeenteraad eindrapportage onderzoek Verbonden Partijen versie DEF raad (raadsinformatie.nl) • de Nota Verbonden partijen ’s-Hertogenbosch 2024-2027 • de Handreiking archiefverordening (20170724-lopai-brain-handreiking-archiveringverbonden-partijen.pdf (vng.nl) Een deel van de wet- en regelgeving die van belang is in het kader van de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf wordt hieronder nader toegelicht6 De Gemeentewet De Gemeentewet bepaalt dat ons college slechts namens de gemeente kan besluiten tot het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon als daar een openbaar/publiek belang is gelegen. En nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college.
De Gemeentewet bevat ook voorschriften over de verhoudingen tussen het college en de raad. En schrijft voor dat het college bevoegd is te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, waardoor alle aandeelhoudersbesluiten worden voorbereid door het college. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Uit het BBV volgen de wettelijke eisen die gelden voor de informatie die de gemeente in de begroting en de jaarrekening ter verantwoording geeft over (het functioneren van) verbonden partijen. Dit betreft met name de paragraaf verbonden partijen die deel uitmaakt van de gemeentelijke begroting en het jaarverslag. Wet Markt en Overheid De Wet Markt en Overheid geeft gedragsregels voor overheden en overheidsbedrijven die marktactiviteiten ondernemen. De wet staat marktactiviteiten door overheidsorganisaties en – bedrijven toe indien dit gebeurt op basis van een expliciet besluit, waarbij het publiek belang van de marktactiviteit wordt afgewogen tegen de private belangen van ondernemers.
6
Nota verbonden partijen ’s-Hertogenbosch 2024 – 2027 (16 april 2024)
Boek 2 Burgerlijk Wetboek In dit wetboek staan algemene regels voor de oprichting, fusie, splitsing, ontbinding of de werkwijze van privaatrechtelijke rechtspersonen. En over de te benoemen organen, hun taken en bevoegdheden. Er zijn wettelijke regelingen voor de verdeling van de bevoegdheden tussen de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA), het bestuur en de raad van commissarissen (RvC) of de raad van toezicht (RvT). Ook kent Boek 2 BW bepalingen waar de boekhouding en financiële verslaglegging van rechtspersonen aan moeten voldoen. Wet normering topinkomens7 De gemeente wil goed gekwalificeerde bestuurders en toezichthouders benoemen bij verbonden partijen. Daar past een beloning bij die aansluit bij de rol en verantwoordelijkheden van de bestuurder of toezichthouder in de publieke of maatschappelijke context van de organisatie. Het uitgangspunt van onze gemeente is dat het maximum zoals beschreven in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector hiervoor voldoende ruimte biedt. Stap 7: Werk de definitieve juridische vorm uit Het advies is om het gemeentelijk warmtebedrijf te structureren door middel van twee besloten vennootschappen in een holdingstructuur: • Warmte Holding ’s-Hertogenbosch B.V. en • Warmtebedrijf De Groote Wielen Noord B.V.
De keuze voor besloten vennootschappen (B.V.’s) Uit de Wet collectieve warmte (Wcw) volgt dat een warmtebedrijf een privaatrechtelijke rechtspersoon moet zijn.8 De Wcw geeft het college van B&W de bevoegdheid om te bepalen waar er binnen de gemeente een warmtenet gerealiseerd wordt. Dit gebeurt door het vaststellen van een warmtekavel. Vervolgens wijst het college een warmtebedrijf aan dat exclusief bevoegd is om warmte te transporteren en te leveren binnen dit kavel. Dit warmtebedrijf is integraal verantwoordelijk voor de hele warmteketen, van opwek tot levering, en moet voor meer dan 50% in publieke handen zijn. Dit betekent dat meer dan 50% van de aandelen direct of indirect in handen zijn bij de gemeente, het rijk, de provincie of een ander openbaar lichaam.
7 Amendement raad, juli 2011: ”Dat bij verbonden partijen waarin de gemeente een meerderheidsbelang
heeft, de zogeheten Balkenende-norm voor de bezoldiging als richtlijn wordt gehanteerd. Als hiervan wordt afgeweken, wordt de motivatie hiervoor in het jaarverslag weergegeven en de raad hierover in kennis is gesteld”. De Balkenende-norm is later wettelijk vastgelegd in de Wet Normering Topinkomens. 8 Advies AKD Advocaten (2024)
Met aandelen zoals hiervoor genoemd wordt gedoeld op aandelen in een Nederlandse besloten vennootschap of naamloze vennootschap (al dan niet beursgenoteerd). Een privaatrechtelijke inrichting van het warmtebedrijf is dus noodzakelijk en de keuze tussen de mogelijke rechtsvormen is beperkt. Vanwege het feit dat de Nederlandse regelgeving met betrekking tot de inrichting van een besloten vennootschap flexibeler is dan voor de inrichting van een naamloze vennootschap, is het advies van AKD advocaten om te kiezen voor een besloten vennootschap (B.V.) als rechtsvorm van het warmtebedrijf. Met flexibeler wordt hier bedoeld dat de structuur van een B.V. makkelijker naar eigen wens in te richten is dan een N.V. structuur. Zo is er geen verplicht minimumkapitaal vereist bij een B.V. Bij een N.V. is het minimumkapitaal 45.000 euro. Daarnaast hoeft er bij inbreng in natura (zowel bij oprichting als daarna) bij een B.V. geen accountantsverklaring te worden overgelegd. Verder is er bij een B.V. meer vrijheid van inrichting. Er kunnen bijvoorbeeld stemrechtloze en winstrechtloze aandelen uitgegeven worden. Stemrechtloze aandelen bieden de mogelijkheid om een private partij te laten participeren, zonder dat de gemeente zeggenschap weggeeft. Op grond van artikel 2:118 BW is het niet mogelijk om stemrechtloze aandelen uit te geven voor de N.V.
De oproepingstermijn voor een algemene vergadering is bij een N.V. minimaal 15 dagen (art. 2:115 BW). Bij een B.V. is dat minimaal 8 dagen (art. 2:225 BW). De keuze voor een holdingstructuur Op dit moment richt de gemeente een warmtebedrijf op om de collectieve warmte- en koudevoorziening in De Groote Wielen Noord te kunnen realiseren en exploiteren. De meest eenvoudige structuur zou dan een structuur zijn bestaande uit slechts één besloten vennootschap (B.V.); het warmtebedrijf, waarvan 100% van de aandelen door de gemeente wordt gehouden. De verwachting is echter dat er in de toekomst nog meer collectieve warmtenetten in het gemeentelijk warmtebedrijf ondergebracht zullen worden. AKD Advocaten adviseert daarom om een holdingstructuur te hanteren.9 Het warmtebedrijf wordt daarmee in feite “opgeknipt” in afzonderlijke onderdelen voor de verschillende warmtenetten, die in afzonderlijke B.V. ’s worden ondergebracht. Het voordeel van een structuur met verschillende deelnemingen is risicospreiding; de verplichtingen en risico’s van de ene deelneming besmetten in beginsel niet de gezonde onderdelen van de andere deelnemingen. Stel dat een warmtenet in een wijk zwaar verlieslatend is, dan treft dat niet direct de warmtenetten in de andere B.V. ’s.
De holdingstructuur voorziet ook in een mogelijke verdeling op basis van warmtekavels (gebieden waarvoor het college vaststelt dat er een warmtenet moet komen). Er kan dan bijvoorbeeld voor worden gekozen om iedere warmtekavel in een afzonderlijke deelneming onder te brengen. Anderzijds kan er met deze structuur ook voor gekozen worden om de activiteiten per warmtebron in afzonderlijke deelnemingen onder te brengen. Een ander voordeel van de holdingstructuur is dat er met verschillende (markt)partijen samengewerkt kan worden. Er zijn verschillende B.V. ’s waarin een (markt)partij kan deelnemen. Als er maar één vennootschap is, kan er alleen in die B.V. worden samengewerkt. Een holdingstructuur biedt dus meer mogelijkheden voor samenwerking. Aandachtspunt hierbij is wel de inbesteding. Onder bepaalde voorwaarden mag de gemeente rechtstreeks opdrachten gunnen aan een eigen B.V. en de daaraan verbonden ondernemingen (‘inbesteding’). Eén van de voorwaarden om een beroep op inbesteding10 te kunnen doen is dat er geen directe participatie 9
Advies AKD “Memo Holdingstructuur”, 16 januari 2025
10
Artikel 2.24a Aanbestedingswet.
van privékapitaal is in de gecontroleerde rechtspersoon. Als een marktpartij gaat participeren in de holding, is er sprake van privékapitaal en is een beroep op inbesteding uitgesloten. Statutair doel Het statutaire doel van de vennootschap staat beschreven in artikel 2.2 van de akte van oprichting. Aandelenkapitaal Als 100% aandeelhouder heeft de gemeente een financieel belang in het gemeentelijk warmtebedrijf. Zij stort bij aanvang 3,5 miljoen euro aan eigen vermogen in het “Warmtebedrijf De Groote Wielen Noord B.V.”. Dit betreft de verkregen WBI subsidie voor de aanleg van een WKO bronnet en de in de grondexploitatie hiervoor gereserveerde cofinanciering. Daarnaast zal de gemeente in haar rol als aandeelhouder in de toekomst mogelijk leningen of garantstellingen verstrekken aan het warmtebedrijf als er behoefte is aan tijdelijke financiering. Bestuur en vertegenwoordiging Binnen het warmtebedrijf worden de grote kaderstellende besluiten voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) waarin het college (via de wethouder Financiën) de gemeente vertegenwoordigt. Denk hierbij aan benoemingen en ontslag van bestuurders, bestuursbesluiten voor omvangrijke investeringen of andere belangrijke onderwerpen, de vaststelling van de jaarrekening en het wijzigen van statuten.
Het bestuur van de vennootschap is eindverantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen het warmtebedrijf. Het warmtebedrijf staat onder direct toezicht van het college via de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) 11 Normaal gesproken wordt er een Raad van Commissarissen (RvC) ingesteld, die functioneert als onafhankelijk intern toezichthouder op het bestuur van een vennootschap. We kiezen er bewust voor om bij oprichting van het warmtebedrijf geen RvC in te stellen.12 Dit past namelijk niet bij de wens tot publieke regie en zeggenschap die in de Wet collectieve warmte wordt nagestreefd. Het is belangrijk dat de publieke partij de doorslaggevende zeggenschap heeft over belangrijke beslissingen binnen het warmtebedrijf. Hieronder verstaan we onder andere het algemene beleid en de keuzes die gemaakt worden om de leveringszekerheid te borgen, de duurzaamheidsdoelen te bereiken en de tarieven die in rekening worden gebracht (dit staat ook in de Memorie van Toelichting, p. 28). Een RvC wordt vaak ingesteld om de aandeelhouder wat meer op afstand te houden. Het is in het geval van het gemeentelijk warmtebedrijf juist niet de bedoeling van de wetgever dat de aandeelhouder op afstand komt te staan. Zoals gezegd moet de publieke partij de touwtjes in handen hebben.
Mocht de wens om een RvC in te stellen toch nadrukkelijk aanwezig zijn, dan zal deze slechts een adviserende en toezichthoudende rol hebben. Er zullen geen goedkeuringsbevoegdheden worden toegekend aan de RvC. Op die manier kan de RvC de doorslaggevende zeggenschap van de gemeente niet doorkruisen. Aanvankelijk zijn de activiteiten van het warmtebedrijf beperkt tot het beheren van het contract met de realiserende en exploiterende partij van het warmtenet in De Groote Wielen Noord. Als het warmtebedrijf groeit overweegt de gemeente een adviserende en toezichthoudende RvC in te stellen. In dat geval zullen de statuten daarop aangepast worden.
11 12
Advies AKD Advocaten (2024) Advies AKD Advocaten (24-1-2025), deze lijn is afgestemd met het Ministerie van KGG.
De gemeente neemt regie in et structureren van een toe omst estendig armte edrij
egionaal armte edrij 100 armte edrij ind oven
50 u lie
armte edrij t and
armte edrij oord
armte edrij il urg
armte edrij reda
armte edrij Helmond
ealisatie en e loitatie armte en oude voor iening 0 jaar oor oningen ase 1,2 van de ge iedsont i eling su sidie en co inanciering ,5 mln voor onrenda ele to
uridisc e ver oudingen, rollen, verant oordelij orte euille ouder inanci n
iet toe o goede edrij svoering, e eersmatige as ecten
esluit o a over enoemen en ontslag estuurders aar lan en egroting Meerjaren lan en meerjaren egroting aststellen jaarre ening
rote esluiten armte edrij eranderingen aandelen a itaal tatuten ij iging nt inding vennootsc a
100
100
Dagelij s estuur vennootsc a telt jaar lan en egroting o telt meerjaren lan en meerjaren egroting o nderte ent jaarre ening oe ic t
drac t gever
nt er , realisatie, e loitatie incl e eer en onder oud en acturatie en lantenservice van et armtes steem ordt aanvan elij integraal aan de mar t uit esteed, aardoor ennis en unde iervan ge orgd is
oetsing tec nisc e, organisatorisc e en inanci le e aam eid armte edrij en verstre en leveringsvergunning
n ormeren
eden
Volgorde besluitvorming Op basis van bovenstaande uitwerking van stap 1 t/m 7 van het stappenplan uit de Nota verbonden partijen ’s-Hertogenbosch 2024 – 2027 wordt het volgende proces doorlopen: 1. Het concept besluit tot oprichting van en deelname in een gemeentelijk warmtebedrijf is ambtelijk voorbereid en wordt na bespreking in het GMT vrijgegeven voor bestuurlijke besluitvorming 2. Het college legt het voorgenomen besluit tot oprichting van en deelname in een gemeentelijk warmtebedrijf voor aan de raad in een wensen en bedenkingen voorstel. 3. Na het horen van de wensen en bedenkingen van de raad neemt het college het finale besluit om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten (stap 9 uit de nota verbonden partijen). Vervolgens kan overgegaan worden tot daadwerkelijke oprichting en inrichting van het warmtebedrijf. Stap 8 (sturing en (risico)beheer) en stap 10 (interne organisatie en evaluatie) uit de nota verbonden partijen zullen dan verder uitgewerkt worden.