Bijlage 1 Ertveldplas Noord_Toelichting
Tekst van het document
De bewonersvereniging deelt de mening dat de bedrijven op het bedrijventerrein door de woonboten niet belemmerd mogen worden. Na indikking van de woonboten wordt naar haar mening voldaan aan de normen voor geur en geluid. Bedrijven worden niet belemmerd. De bewoners willen na indikking op basis van objectgebonden overgangsrecht een ecologische woonbotengemeenschap creëren. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan hun belangen. Dit recht
3
kan gegeven worden, omdat voor gevoelige bestemmingen bij een hoogspanningsleiding geen sprake is van een richtlijn maar van een rijksadvies. Burgers moeten een eigen beslissingsbevoegdheid hebben. De bewoners van de woonboten kiezen er in dit geval zelf voor om dicht bij een hoogspanningsleiding te wonen. Mogelijke gezondheidsrisico’s vanwege o.a. straling nemen zij voor lief. Bij verkoop van ligplaats en/of woonboot kan op basis van een kettingbeding overeengekomen worden dat ook nieuwe bewoners de risico’s voor lief nemen. De gemeente zegt dat het rijksadvies voor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het bewerkstelligen van een goed woon- en leefklimaat zwaar weegt. Ze voert bovendien een restrictief beleid bij het toelaten van gevoelige bestemmingen bij een hoogspanningsleiding. Binnen de gemeente is de vestiging van een school vanwege de ligging bij een hoogspanningsleiding niet toegelaten. In Orthen-links worden door het rijk, vanwege de gezondheidsrisico’s van de hoogspanningsleiding mogelijk een aantal woningen aangekocht. Bij indikking met een objectgebonden overgangsrecht is voor de gemeente dan ook geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Wethouder zegt zich er zeer van bewust te zijn dat een objectgebonden overgangsrecht de 22 gezinnen meer zekerheid biedt.
De gemeente krijgt onder verwijzing naar de Omgevingswet niet meer ruimte voor een afweging. Er is voor wat betreft hoogspanning ook sprake van een morele afweging. Ook op basis van een morele afweging is objectgebonden overgangsrecht niet gewenst. De bewonersvereniging benadrukt dat het voor de bewoners van de woonboten uit financieel oogpunt veel uitmaakt of na indikking persoonsgebonden of objectgebonden overgangsrecht van toepassing is. Beide vormen van overgangsrecht zijn gericht op beëindiging van de aanwezigheid van woonboten. De gemeente heeft naar de bewoners toe een verplichting om te kiezen voor objectgebonden overgangsrecht. De gemeente geeft aan dat het verschil is dat er bij objectgebonden overgangsrecht nieuwe mensen kunnen gaan wonen. En juist vanwege het ter plekke ontbreken van een aanvaardbaar woonklimaat is daarom niet gekozen voor een objectgebonden overgangsrecht. De voorzitter vraagt of persoonsgebonden overgangsrecht betekent dat bewoning ook moet worden gestaakt wanneer ouders sterven. Hebben kinderen het recht om onder gebruik making van de ligplaats op de boot te blijven wonen. De gemeente zegt dat dat afhangt van hoe het persoonsgebonden overgangsrecht in het bestemmingsplan geregeld wordt. De bewonersvereniging zegt voor wat betreft gevoelige bestemmingen bij een hoogspanningsleiding dat een school iets anders dan wonen is.
In geval van wonen kiezen mensen er zelf voor om bij een hoogspanningsleiding te wonen. Het kunnen maken van deze afweging behoort tot het eigenaarschap van de moderne burger. De gemeente kan bedingen dat in een contract tot verkoop van een ligplaats en/of woonboot een kettingbeding wordt opgenomen, zodat de gemeente ook door nieuwe bewoners niet kan worden aangesproken op gezondheidsrisico’s. De hoogspanningsleiding mag zo bezien geen breekpunt zijn voor het toepassen van objectgebonden overgangsrecht. De gemeente zegt opnieuw dat het niet alleen gaat om de hoogspanningsleiding, maar ook om de ligging van de woonboten binnen de50 dB(A) contour. Ook hier zou de gemeente iets toelaten wat zij normaliter niet toelaat. De bewonersvereniging wijst er op dat bij de woonboten op het Molengat sprake is van een geluidsbelasting van 62 dB(A). Toch is er op basis van het bestemmingsplan sprake van objectgebonden overgangsrecht. De gemeente meet met twee maten. De gemeente zegt dat het bij het Molengat gaat om een niet te vergelijken situatie. De woonboten in het Molengat vielen namelijk wel onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan. De gemeente wijst op de afwegingen, die zijn gemaakt bij het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied 2010. De Raad van State heeft daarover een uitspraak gedaan. Zij wijst ook op de belangen van bedrijven.
Er is wat geur en geluid betreft feitelijk sprake van een compromis tussen bewoners en bedrijven. De voorzitter zegt dat burgers en hun opvolgers soms tegen zich zelf beschermd moeten worden.
4
Inrichting locatie na indikken Voor het inrichten van de ligplaatsen voor woonboten op Ertveldplas na indikking zijn drie varianten uitgewerkt te weten een haakse, een parallelle en een schuine indikvariant. Alleen binnen de haakse variant is plaats voor 22 woonboten. Het hangt van de woonwensen van de bewoners van de woonboten af of de schuine indikvariant of de parallelle variant haalbaar zijn. De gemeente licht de drie varianten toe. De bewonersvereniging zegt dat de bewoners bereid zijn om te verhuizen naar een andere locatie voor woonboten. Dat zegt nogal wat. Zij heeft een voorkeur voor de parallelle variant. Er is dan echter te weinig ruimte om alle boten op Ertveldplas een ligplaats te geven. Daarvoor is elders een alternatieve locatie, bijvoorbeeld de Rosmalense Plas, nodig. Over deze en andere alternatieve locaties is lange tijd gesproken binnen een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van bewoners van woonboten en gemeente. De werkgroep hoort al geruime tijd niets meer van de gemeente. Het verbaast de vereniging dat de gemeente nu niet zelf praat over alternatieve locaties. De bewonersvereniging neemt dat de gemeente kwalijk. Zij pleit ervoor om enkele boten een ligplaats op de Rosmalense Plas te geven. De voorzitter vraagt of er overeenstemming is over indikking van woonboten op de Ertveldplas.
De bewonersvereniging wil echter tevens een alternatieve locatie voor een aantal woonboten, die bij indikking geen ligplaats hebben. De gemeente zegt dat met de bewonersvereniging steeds gesproken is over een oplossing voor ligplaatsen voor 22 woonboten elders op de Ertveldplas. Binnen de varianten is gekeken of en –zo jahoe deze ligplaatsen, rekening houdend met de 55 dB(A)-contour, de Vikinghaven en een afstand uit oogpunt van brandveiligheid van minimaal 5 m tussen de boten, gerealiseerd kunnen worden. Er zijn op dit moment nog geen alternatieve locaties. Uit de studie, die in samenspraak met de werkgroep is verricht, is gebleken dat Rosmalense Plas uit financieel oogpunt niet haalbaar is. Deze locatie is alleen tegen zeer hoge kosten geschikt te maken voor alle woonboten. Datzelfde geldt voor de plas in De Groote Wielen. Over Van Veldekekade en Maastrichtseweg kan op dit moment geen uitspraak gedaan worden. Deze locaties scoren positief in het onderzoek. Eerst dient een visie over de toekomstige ontwikkeling van de Zuid Willemsvaart vastgesteld te worden. Wonen op water is bij het opstellen van de visie een thema.
Aangezien het besluit van de raad uit 2014 om de woonboten in de Ertveldplas persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen, gelet op de jurisprudentie niet zonder meer kan worden uitgevoerd, is het overleg onder een onafhankelijk voorzitter tussen bewoners, RiVu, de Viking en de gemeente gestart. Uiteraard zal de raad, gelijktijdig met de uitkomsten van dit laatste overleg, nog een besluit worden gevraagd over de verschillende locaties. De voorzitter vraag of de bewonersvereniging als het gaat om de bereidheid om te verhuizen namens alle bewoners van woonboten spreekt. Hij vraagt of woonwensen geïnventariseerd zijn. De bewonersvereniging zegt niet met alle bewoners on speaking terms te zijn. Zij wijst er op dat 2 boten van een verhuurder zijn. Verder liggen er 2 verloederde boten. De vereniging heeft persoonlijke gesprekken gevoerd met bewoners. Zij accepteren geen haakse variant. Er zijn mogelijk bewoners die bereid zijn om te verhuizen naar een woning. De gemeente zou aan hen een financiële vergoeding kunnen verstrekken. De bewonersvereniging kan woonwensen inventariseren nadat bekend is wat de gemeente te bieden heeft. De gemeente is van mening dat de gemeenteraad eerst een uitspraak dient te doen over indikking op de Ertveldplas met een persoons- of een objectgebonden overgangsrecht. Daarna kan bekeken worden of bewoners een alternatieve oplossing willen.
Het is wel duidelijk dat uitgaande van 22 woonboten een parallelle of schuine ligging van de woonboten niet mogelijk is. RiVu zegt dat een verplaatsing van de woonboten naar een andere locatie dan Ertveldplas voor de bedrijven bezien vanuit geluid en geur de beste oplossing is. De ontwikkeling van bedrijven kan –tenzij maatregelen getroffen worden- mogelijk gehinderd worden, wanneer de woonboten op Ertveldplas ingedikt worden. RiVu handhaaft dit standpunt. Mocht het toch tot een indikking van woonboten komen dan dient dit te gebeuren op basis van persoonsgebonden overgangsrecht.
5
Wethouder wil voor het wonen op de Ertveldplas niet met een deeloplossing naar de gemeenteraad gaan. Er zijn aanknopingspunten voor een volledige oplossing. Een schuine ligging van de boten op Ertveldplas is mogelijk als enkele bewoners van woonboten elders gaan wonen. Er kan, rekening houdend met te treffen voorzieningen en de kosten daarvan, nog eens gekeken worden naar Rosmalense Plas en andere alternatieven. De wethouder stelt voor dat gemeente en bewonersvereniging hiervoor met elkaar in overleg gaan. Hiervoor kan 30 dagen uitgetrokken worden. Vervolgens kan er onder voorzitterschap van dhr. Vermathen opnieuw een overleg plaatsvinden. De bewonersvereniging stemt hiermee in. Temeer omdat de gemeente indikking op basis van objectgebonden overgangsrecht niet mogelijk wil maken sluit zij niet uit dat meer bewoners voelen voor een ligplaats op Rosmalense Plas of voor een financiële vergoeding. De bewonersvereniging zegt desgevraagd dat het kan gaan om een goedkopere oplossing, waarbij geen sluis wordt aangebracht. Er moet dan getakeld worden. Dit houdt tevens in dat er nieuwe betonnen arken worden aangeschaft.
Sluiting: De voorzitter concludeert dat er in afwachting van de resultaten van het overleg tussen gemeente en bewonersvereniging nog een overleg nodig is. Voor het overleg tussen gemeente en bewonersvereniging worden 30 dagen uitgetrokken. ’s-Hertogenbosch, 18 november 2016. WvV
’s-Hertogenbosch, 21-6-2016 Betreft: toelichting op oplossingsrichtingen woonbootlocatie Ertveldplas Beste deelnemers overleg woonbootlocatie Ertveldplas, Het afgelopen jaar heeft de Milieuwerkgroep van RiVu deelgenomen aan het proces om te komen tot een oplossingsrichting voor de woonboten gelegen aan de Ertveldplas. Samen met ambtenaren van de gemeente, afvaardiging van de woonbootbewoners en de milieuwerkgroep is onderzocht wat de wettelijke mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Afgesproken was dat de milieuwerkgroep de oplossingsrichtingen laat beoordelen ten behoeve van het standpuntsbepaling vanuit de RiVu. Dit om in het vervolgproces ook dit standpunt mee te kunnen nemen naar het College en de Raad. Oplossingsrichting 2 – zijnde verplaatsen, is juridisch niet getoetst. Oplossingsrichting 3 – indikken, wel. Als input voor de juridische en geluidstechnische beoordeling van oplossingsrichting 3 is een memo van de gemeente gebruikt met de beschrijving van oplossingsrichting 2 en 3 en het door Royal HaskoningDHV uitgevoerde geuronderzoek van 21 december 2015. Onze conclusie is dat het indikken van de woonboten niet persé een positieve invloed heeft op de uitbreidingsmogelijkheden voor de bedrijven op het bedrijventerrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld.
Voor wat betreft geluid heeft dat vooral te maken met het feit dat de contour van 55 dB(A) niet is vastgelegd op een kaart en men dus niet precies weet waar die contour loopt. Veel onzekerheden dus nog voor de bedrijven. Voor wat betreft geur dienen uitbreidingen op grond van het geurbeleid van de provincie Noord-Brabant te worden beschouwd als nieuwe activiteiten en daarvoor gelden strengere normen. Dat kan dus ook beperkend werken voor de bedrijven. Verplaatsing van de woonboten naar een alternatieve locatie zou dan ook onze voorkeur genieten. Voor zover door de gemeente wordt verwezen naar de Omgevingswet en het eventueel uitkomst kunnen bieden van deze nieuwe wet voor deze situatie met de woonboten, in die zin dat hier ruimere juridische mogelijkheden worden geboden om de woonboten op de huidige locatie te laten liggen, is dit nog hoogst onzeker en onduidelijk. Verder is de datum van 1 januari 2018 ook niet echt realistisch, gelet op hetgeen er nog allemaal moet gebeuren en gelet ook op de ervaringen met de Wabo. Tot slot vinden wij dat als toch wordt gekozen voor de indikvariant dan de combinatie met persoonsgebonden overgangsrecht de voorkeur geniet. Dit overgangsrecht is gebonden aan een persoon (de bewoner van de woonboot) én aan een functie (het gebruik van de woonboot als woning).
Als de bewoner aan wie het persoonsgebonden overgangsrecht is gebonden, het gebruik van de woonboot als woning staakt, kan het niet worden hervat, ook niet door een andere persoon.
Namens RiVu,
Voorzitter Milieucommissie
Beste gesprekspartners, Ter voorbereiding op het gesprek op 5 juli is afgesproken dat alle informatie vooraf naar iedereen wordt verstuurd. Bij deze onze bijdrage. We hebben zoals aangekondigd in de laatste vergadering juridisch advies ingewonnen en komen tot drie conclusies. 1 Overgangsrecht Bij vaststelling van het bestemmingsplan 2001 lagen de woonboten al op de Ertveldplas. Er is door de gemeente niet tegen het gebruik opgetreden. In het bestemmingsplan van 2010 lagen ze er nog steeds. Daarmee vallen we onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan. (Bron: advies C. Goudriaan) Zie de overgangsbepalingen uit beide bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 2001: Artikel 34, overgangsbepalingen (p. 58) eerste lid, het gebruik van gronden en bouwwerken dat afwijkt van het plan (…), mag worden voortgezet met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen (…) geldende plan en waartegen opgetreden kon worden en ook werd of wordt opgetreden. Bestemmingsplan Buitengebied 2010: Artikel 38.2, Overgangsrecht gebruik (p. 175) a. “Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. (…) c. (…) d.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.” 2 Uitsterfregeling Volgens jurisprudentie gaat een Uitsterfregeling (ook wel objectgebonden overgangsrecht genoemd) voor een PGO. (Bron: Van der Schoot Advies - http://rovoordegemeente.nl/?p=106). Een gemeente mag niet meteen kiezen voor persoonsgebonden overgangsrecht. De volgende stapsgewijze benadering is van belang. 1. Is legalisatie mogelijk? Bijvoorbeeld vanwege het gemeentelijk en provinciaal beleid of andere wetgeving. Zo ja, dan moet een positieve bestemming worden opgenomen. Zo nee, 2. Kan het gebruik onder algemeen, voor iedereen geldend overgangsrecht worden gebracht? Zo ja, dan moet hiervoor worden gekozen. Zo nee, 3. Kan een Uitsterfregeling worden opgenomen? Zo ja, dan moet hiervoor worden gekozen. Zo nee, 4. Kan het gebruik onder het persoonsgebonden overgangsrecht worden gebracht? Zo nee, dan is sprake van een handhavingskwestie. 3 Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Zowel voor een Uitsterfregeling als een PGO moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd worden, waarbij enige afwijking mogelijk is van de normaal geldende milieunormen. In de indikvariant worden de bestaande contouren voor geluid en geur gerespecteerd en blijken bestaande meetpunten eerder bepalend te zijn.
Met deze informatie gaan wij ervanuit dat een Uitsterfregeling (OGO) met indikken op basis van de milieu-eisen van de nieuwe Omgevingswet (2018) een haalbare oplossing is waar de belangen van alle partijen gewaarborgd zijn. Tot 5 juli of eerder, en Bewonersvereniging Ertveldplas
Als voldaan wordt aan de milieu-eisen, mag de gemeente de ligplaatsen positief bestemmen. Dat mag ook een objectgebonden overgangsrecht zijn, conform de plannen voor het Molengat. De gemeente is echter vrij om haar ruimtelijk beleid zelf te bepalen. 3. Persoonsgebonden overgangsrecht Het brengen onder het persoonsgebonden overgangsrecht is voor de gemeente een alternatief voor het aannemelijk maken dat het gebruik binnen de planperiode zal worden opgeheven. Vaste jurisprudentie is dat de gemeente verplicht is om ligplaatsen positief bestemmen als het niet voldoende aannemelijk is dat de ligplaatsen binnen de planperiode zullen worden opgeheven. Vaste jurisprudentie is echter ook, dat deze regel niet opgaat wanneer in het plan een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen wordt.
2
Aanvullende info BEp voor RTG 041016 Inleiding De Bewonersvereniging Ertveldplas is nu 10 jaar bezig om in een constructieve dialoog met de gemeente tot een definitieve oplossing te komen voor de ligplaatsen aan de Ertveldplas. De rondetafelgesprekken zijn geïnitieerd door ons, omdat we een kans zagen om met een onafhankelijk voorzitter, tot een gezamenlijke oplossing te komen die recht deed aan ieders belangen. Dat was het doel en dat is nog steeds ons streven. Dinsdag 20 september zijn we echter onaangenaam verrast door de houding van de gemeente. We hebben van april dit jaar veel tijd, geld en energie gestoken in een mogelijk overgangsrecht voor de ligplaatsen op basis van het bestemmingsplan Buitengebied uit 2001. Pas na meerdere keren te hebben aangedrongen op een reactie is er een afspraak tot stand gekomen. Op 20 september kwam de gemeente met de mededeling dat de ligplaatsen uit een ander bestemmingsplan zijn overgeheveld naar het buitengebied, waardoor een overgangsrecht onwaarschijnlijk is. Uiteraard waren we teleurgesteld over dit feit, maar nog meer over de gang van zaken. De gemeente heeft namelijk vier maanden gewacht om dit feit te vertellen. Door deze gang van zaken is ons vertrouwen in de gemeente als gesprekspartner ernstig beschadigd. We hebben de afgelopen dagen gebruikt om ons te bezinnen over de gang van zaken.
We zagen de ronde tafelgesprekken als kans om in een dialoog tot een gezamenlijke oplossing te komen. Een dialoog is geen discussie of debat: de deelnemers tonen wederzijds respect en onderzoeken hun eigen aannames en veronderstellingen, zodat ruimte ontstaat voor een oplossing. Terugkijkend is dat maar ten dele gelukt. We hebben besloten om te kijken of het komende overleg alsnog een dialoog kan ontstaan en hebben onder tijdsdruk een nieuwe bijdrage geschreven. Eerst gaan we in op de posities en daarna komen we met twee voorstellen.
Posities 1 De gemeente Bekijken we de positie van de gemeente over een langere termijn, dan wordt duidelijk dat we wellicht niet in een overgangsrecht vallen, maar de gemeente de afgelopen decennia wel rechten aan de ligplaatsen heeft toegekend. We hebben als voorbeeld enkele citaten en feiten op een rij gezet. a.
b.
c.
In een uitgebreid krantenartikel uit 1966 blijkt dat de gemeente toen al woonboten naar de Ertveldplas sleepte. Uit verslagen daterend van later blijkt dat de gemeente ook zelf de meerpalen aan de Noordzijde van de Ertveldplas heeft aangelegd. In een beleidsstuk van de gemeente uit 1988 staat op pagina 4: "Concluderend kan worden gesteld dat we wonen op het water wel accepteren en gedogen, maar niet zullen bevorderen, eerder nog laten uitsterven. Wel dient datgene, dat berust op bestaande rechten ten gevolge van jarenlang gedogen uit oogpunt van rechtszekerheid, gelegaliseerd te worden." En in de laatste alinea: “De ligplaatsen op de lokaties Dieze-arm bij Engelen en Ertveldplas zullen worden gedoogd en afgebouwd zodra op legale plaatsen aan de Industriehaven plaatsen beschikbaar komen.” In een bezwaarschrift van Bijleveld & Parnters Avocaten van 7 juli 1992 inzake een steiger van bewoner Van den Brink staat op pagina 2: "Ruim een jaar later en wel bij brief dd. 18 maart 1991, verzonden op 28 maart 1991 (productie 3) werd vervolgens door het college aan appellant meegedeeld dat zijn woonboot tijdelijk werd gedoogd aan de Ertveldplas." Er staat ook in dat bewoners die zich melden een andere ligplaats zouden krijgen. We weten uit overlevering dat de toenmalige bewoners die dat hebben gedaan, inderdaad mochten blijven liggen. Voor bewoners die een brief stuurden werd
d.
e.
f. g.
namelijk geen bestuursdwang toegepast. Zo zijn dus gedoogde ligplaatsen aan de Ertveldplas ontstaan. In 1971 heeft de gemeente een vergunning verleend “aan het woonschip Catharina II om aan de meest Noordelijke oever van de Ertveldplas een ligplaats in te nemen”. En in 1981 “is de dwangligplaats weer in gebruik genomen” vanwege de ontruiming van de Brede Haven. In het raadsvoorstel “Locatiestudie woonboten” van de gemeente uit 2009 staat onderaan pagina 2: "De woonboten die gelegen zijn aan de Ertveldplas, zijn door de gemeente altijd beschouwd als illegaal. Zij zijn niet gedoogd maar ook niet verwijderd. Voor een aantal woonboten op de Ertveldplas geldt het overgangsrecht van de herziening bestemmingsplan ’t Ertveld". De eerste twee zinnen blijken dus niet te kloppen (zie b,c en d), de woonboten die er na 1991 nog lagen waren wél gedoogd (zie c). De derde zin is heel interessant, daarin stelt burgemeester Rombouts zelf dat in ieder geval voor een aantal woonboten het overgangsrecht geldt. In de procedure van het bestemmingsplan van 2010 waren een aantal ligplaatsen ingetekend in het oude én nieuwe bestemmingsplan. Tenslotte zijn in de BAG-registratie, in ieder geval de ligplaatsen nummer 24 en 26 door de gemeente aangeduid met 'plaats aangegeven' en 'geconstateerd' en niet in onderzoek (zie bijlage).
De gemeente heeft de ligplaatsen voor de WOZ getaxeerd tot € 100.000, wat betekent dat aan de ligplaatsen een forse waarde is toegekend. Een aantal ligplaatsen zijn door hypotheekverstrekkers getoetst als 'continuïteit gewaarborgd' en voldoende bevonden voor de verstrekking van een hypotheek.
2 De Vikinghaven Het belang van de Vikinghaven is ongestoord gebruik van de Ertveldplas. In de gesprekken is duidelijk geworden dat deze kan worden gewaarborgd. De Vikinghaven maakt zich vooral zorgen over de beperkte middelen die de gemeente heeft om handhavend op te treden tegen zwerfboten. Bij een definitieve oplossing stelt de Vikinghaven dat de mogelijkheden voor handhaving goed geregeld moeten zijn. 3 De RIVU De RIVU komt op een heldere manier op voor haar bedrijfsbelangen. De aanvullende onderzoeken naar geluid en geur maken een onderbouwde toetsing mogelijk. Resumé: Uit het geluidsonderzoek blijkt dat met het aanhouden van de 55 dB grens (of 60 dB grens als die in de nieuwe omgevingswet wordt opgenomen) de RIVU de waarborg biedt dat de geluidsruimte in het huidige bestemmingsplan volledig kan worden benut. En dat zonder geluidswerende maatregelen (!). Niet zozeer de ligplaatsen, maar de huidige woonbebouwing om het industrieterrein maakt verdere uitbreiding van de contouren onmogelijk. In het geuronderzoek is een streng toetsingskader opgebouwd door het aanhalen van normen van andere provincies die veel strikter zijn dan de provincie Noord-Brabant. Toch komt DHV tot een positieve conclusie: Voor wat betreft de vestiging van nieuwe geur emitterende bedrijven [...] blijkt dat lage (diffuse) bronnen tot een geurvracht van circa 20 MouE/uur zonder meer mogelijk zijn.
[...] Bij een bedrijfssituatie waarbij de geuremissies middels een schoorsteen plaatsvinden is inzichtelijk gemaakt dat een veelvoud van 20 MouE/uur mogelijk is. De laatste concluderende zin van het onderzoek luidt als volgt: “Uit de resultaten van de indicatieve berekeningen kan tevens worden geconcludeerd dat de indikvariant de mogelijkheden voor het vestigen van geur producerende bedrijven vergroot.” In het aanvullend juridisch advies dat de RIVU heeft laten opstellen blijkt dat de kans op een daadwerkelijke belemmering niet kan worden uitgesloten, maar de milieuruimte in het huidige bestemmingsplan volledig kan worden benut.
4 De BEp De bootbewoners hebben al lang te maken met een onduidelijke situatie. De meeste woonboten liggen er al decennia. De gemeente heeft nooit handhavend opgetreden. Wel heeft ze op diverse momenten rechten aan de ligplaatsen toegekend (zie 1 De gemeente).
Voorstellen Wij zien twee oplossingen die de belangen van alle betrokkenen volgens ons waarborgen. De ene is een lang gekoesterde droom: het creëren van een ecologische waterwoonlocatie met meerwaarde voor de waterstad ‘s-Hertogenbosch. De andere is een meer pragmatische oplossing. Oplossing 1: Kanaalzone als stedelijk ontwikkelingsgebied De stad ’s-Hertogenbosch heeft een groot stedelijk transitiegebied. Het is echter nog niet zo benoemd. Door de ontwikkeling van de Kanaalzone te gebruiken als kader ontstaat een stedelijk ontwikkelingsgebied van nationale betekenis. Daarin komen alle initiatieven in en rond het gebied samen en zijn verruimende maatregelen mogelijk op het gebied van financiering en milieuregels. De ontwikkeling van de ecologische woonbotenlocatie op de Ertveldplas past in deze zienswijze.
Er liggen namelijk veel mogelijkheden tot nieuwe verbindingen: het streven om met de Kanaalzone een meerwaarde te geven aan de waterstad; het streven om van het terrein De Heus met de Verkadefabriek en het eiland met de Brabanthallen en De Gruijter, een stedelijk cultuur & innovatiegebied te ontwikkelen; het streven van de RIVU om het industrieterrein tot een toekomstgericht en groen bedrijvenlandschap om te vormen; het streven van Heineken om de groenste bierbrouwer van de wereld te worden; het streven van Brabant Wonen om van Orthen Links een moderne stadswijk te maken; het streven van het Waterschap Aa en Maas om een robuust natuurgebied van de Ertveldplas tot aan de Maas te maken; het streven van de Provincie Noord-Brabant om de ontwikkeling van de Kanaalzone te stimuleren (project Vergeten kanalen); het streven van de gemeente om werkgelegenheid te scheppen met toekomstgerichte werkgelegenheid in de agro & andere sectoren; het streven van initiatiefgroepen voor ontwikkeling van onder andere De Heusden, GZG terrein en de Vikinghaven; het streven van de bootbewoners om een ecologische woonbotenlocatie op de Ertveldplas te creëren. Al deze ambities vormen samen de mogelijkheid voor een samenhangende ontwikkeling van het centrum met een gezonde blik op de toekomst.
Ronde Tafel Gesprek Definitieve oplossing ligplaatsen Ertveldplas Bijlage BEp: voorbeelden van stedelijke ontwikkelingsprogramma’s in andere steden 1. Assen - de Florijnas en ’s-Hertogenbosch - de Willemsas Bron: http://www.florijnas.com/algemeen/wat-de-florijnas
“De FlorijnAs in Assen is een groot ontwikkelingsprogramma. De projecten omvatten onder meer de nieuwe stationsomgeving, vaarverbinding en Stadsboulevard. Daarnaast zorgt de FlorijnAs voor ontwikkeling op het gebied van natuur, recreatie, wonen en werken. In oktober 2011 hebben verschillende partijen de Structuurvisie getekend. Hierin spreken zij af hoe de groei van Assen zich tot 2030 het beste kan ontwikkelen. De Structuurvisie is bindend en de basis voor verdere bestemmingsplannen. De FlorijnAs is door het Rijk aangemerkt als lokaal project met nationale betekenis in het kader van de Crisis- en herstelwet. Vanuit die wet wordt vooraf afstemming gezocht over de opgaven voor wonen, bereikbaarheid en werkgelegenheid. Groot voordeel van de wet is dat ingewikkelde procedures worden voorkomen. Dit levert tijdwinst op in de uitvoering.” Transitiegebieden Assen
2. Amsterdam - Innovatie Cruquius-gebied (CHW) In Amsterdam is de ontwikkeling van het voormalige bedrijventerrein Cruquiusgebied ingezet als stedelijk ontwikkelingsgebied. Daardoor kan ze afwijken van de hogere waarde van het industrieterrein op ligplaatsen voor woonschepen, hoeft voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet voldaan te worden aan de binnenwaarden en mogen in afwijking van het Activiteitenbesluit de maximale geluidsniveaus worden verhoogd met maximaal 5 dB(A).
5. Doetichem - Iseldoks (Hamburgerbroek) Hamburgerbroek-Noord is een voormalige bedrijfslocatie ten zuiden van de historische binnenstad van Doetinchem. Het terrein zal de komende jaren transformeren van een bedrijfslocatie naar voornamelijk een woongebied (ongeveer 450 woningen) gecombineerd met commerciële voorzieningen (ongeveer 7.600 m2 brutovloeroppervlak) en een aantrekkelijk verblijfsgebied.
6. Roosendaal - Havengebied In Roosendaal ligt nabij het centrum en het station een verouderd bedrijventerrein. Het is een van de schaarse terreinen binnen de stadsgrenzen waar het nog mogelijk is een grote kwaliteitswinst te boeken door intensiveren, combineren en transformeren. De inzet van de gemeente is een metamorfose van het gebied tot multifunctioneel gebied met wonen en stedelijke voorzieningen. Voor het gehele gebied is in een masterplan een dynamisch streefbeeld neergelegd. Dit streefbeeld is het vertrekpunt geweest voor nadere verkenningen van de ontwikkelingsmogelijkheden in deelgebieden. De ontwikkelingen hangen sterk samen met de milieubelasting in het gebied. Binnen het plangebied zijn maar liefst vier mogelijke Stad & Milieusituaties te vinden: vanwege het industrielawaai, geluidhinder van een bedrijf in het gebied en het RBCstadion. Per locatie blijken brongerichte, afschermende maatregelen goed mogelijk, waardoor de milieubelasting aanzienlijk kan worden ingeperkt. Ook dienen zich allerlei kansen aan voor duurzame oplossingen. Het globale ontwikkelingsbeeld zal in afzonderlijke ruimtelijke deelplannen worden ingevuld. De gestructureerde aanpak van de milieusituatie, schept in de uitwerking ruimte voor kwalitatief hoogwaardige gebiedsinvullingen. De gemeente wil
daartoe de mogelijkheden van Stad & Milieu optimaal inzetten. [Bron: Handreiking Stad & Milieubenadering] 7. Amersfoort - Woonboten Havenweg
8. Arnhem - Haven van Coers
Aanwijzingsbesluit woonbotenlocaties en herziene bestemmingsplan (B&W 2008 en 2015)
Het herziene bestemmingplan is op 27 junuari 2015 vastgesteld (Staatscourant nr. 3292) 9. Pernis – diverse woonlocaties en een school > 55dB Bron: Stap 3-besluit Interimwet – Bestemmingsplan Pernis – Gemeente Rotterdam 2011
Bestemming van woonfuncties tot 64 dB.
10. Provincie Gelderland: transitiegebieden in stedelijke regio’s Gedeputeerde Staten (GS) steunen integrale stedelijke bouwprojecten met een extra bedrag van 13,7 miljoen euro. De betrokken gemeenten hebben grote stappen gezet om deze projecten te realiseren ondanks de crises. Nu de plannen zich uitkristalliseren en de uitvoering start, willen GS deze sleutelprojecten een extra impuls geven die niet alleen voor de Gelderse economie van belang is. 'Met onze extra bijdrage investeren we in het publieke deel van de projecten zoals de openbare ruimte, om zo gemeenten meer bewegingsruimte te bieden in de afsluitende onderhandelingen met woning-bouwverenigingen of marktpartijen. Uiteindelijk willen we hiermee ook bereiken dat de woningbouw-projecten kunnen starten', aldus Jan Jacob van Dijk, gedeputeerde voor het Gelderse Stedenbeleid. Sleutelprojecten De provincie heeft in 2008 met de acht grote Gelderse steden in elke stad een gebiedsontwikkelingsproject benoemd, dat cruciaal is voor de stad en de regionale uitstraling.
Arnhem In sleutelproject Rijnboog investeren GS 1,8 miljoen in de aanleg van de openbare ruimte in Bartok en Paradijs om de herontwikkeling van deze deelgebieden uitvoerbaar te maken. Apeldoorn In sleutelproject Kanaalzone investeren GS 1,1 miljoen in het aantrekkelijk maken van het Vlijtsepark. Daarnaast 0,9 miljoen als bijdrage aan de start van 74 woningen in Schatkamer Zuid. Doetinchem In sleutelproject De Schil investeren GS 1,5 miljoen: 5 ton om de binnenstad te verbinden met de Oude IJssel en 1 miljoen voor een inpassing / verplaatsing van een gemaal in Doetinchem zodat dit geen belemmering meer is voor Iseldoks I (mix woningtypen en winkelruimte). Ede In sleutelproject Veluwse Poort investeren GS 1,75 miljoen in het opknappen van de Mauritskazerne en Frisokazerne. De gebouwen hebben een prominente plaats op de Kazerneterreinen. Harderwijk In sleutelproject Waterfront investeren GS 1,75 miljoen in het herinrichten van de Burgemeester De Meesterstraat. Deze verkeersader voor Harderwijk wordt veranderd om de verwachte verkeersgroei en parkeerbehoefte tot 2020 op te kunnen vangen als onderdeel van het sleutelproject Waterfront. Nijmegen In sleutelproject Waalfront investeren GS 1,9 miljoen voor deelprojecten aan de Handelskade, zoals parkeermogelijkheden voor ondernemers uit de Binnenstad, het inrichten van het Havenplein en een nieuwe waterkering voor de Handelskade.
Ook het toeristisch aantrekkelijk maken van de Waalkade is onderdeel van investeringen GS (1,2 mln). Zutphen In sleutelproject IJsselsprong investeren GS 1,8 miljoen: 6 ton voor het inrichten van de Marspoortstraat die de verbinding vormt tussen IJsselkade en binnenstad en 1,2 miljoen voor een parkeergarage in de spoorzone ter vervanging van parkeren op de IJsselkade.
Robuuste Investeringsimpuls Deze subsidie is onderdeel van de Robuuste Investeringsimpuls. Dit is een extra investering van 250 miljoen euro in de economie en werkgelegenheid van Gelderland. Er wordt geïnvesteerd in regionale
economie, (jeugd)werkgelegenheid, mobiliteit, bouw en energie en infrastructuur. Dit levert in twee jaar tijd 3.000 tot 4.000 mensjaren aan werkgelegenheid op. Daarbovenop komen nog eens 2.000 leerwerktrajecten voor jongeren.
Bijlage: BAG registratie
-
Beste mensen, Hanneke en ik hebben een verslag gemaakt van de eerste bijeenkomst. We zijn inmiddels druk bezig de voorbereidingen van de inventarisatie. Maandag is een bijeenkomst gepland en gaan we zien wat eruit komt. @ : we hebben het email-adres van Ido niet. Kun jij het verslag doorsturen en ons zijn email-adres sturen voor een volgende keer? Dank. Voor nu: een goed weekend. Vriendelijke groeten van
en
[Paginanummer]