CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Effecten maatregelen 2024

Commissie BEDRIJVIGHEID 25 augustus 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie Afvalvisie1.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Effecten maatregelen 2024 Deze bijlage is een korte evaluatie van de beleidsmaatregelen die in het kader van de Afvalvisie 2020 in februari 2024 zijn genomen. In de Afvalvisie is de ambitie opgenomen om maximaal 125 kilogram restafval per inwoner per jaar met de minicontainer huis-aan-huis in te zamelen bij de laagbouw (exclusief grof restafval). In 2020 was dit nog 189 kilogram fijn restafval bij de laagbouw. Wat is het effect geweest van de beleidsmaatregelen op de aspecten milieu, service richting inwoners en het kostenplaatje? Wat is er precies veranderd? Vorig jaar zijn we in plaats van 1x per 2 weken restafval inzamelen bij de laagbouw (minicontainers) naar 1x per 3 weken gegaan. Tegelijkertijd zijn er PBD-minicontainers uitgezet bij de laagbouw (40.000 huishoudens) die ook 1x per 3 weken geleegd worden. Vanwege de lagere inzamelfrequentie op het restafval zijn als servicemaatregel extra luiercontainers (verzamelcontainers) uitgezet binnen de gemeente. Huishoudens met kleinere percelen (<150m3) hadden de mogelijkheid om de PBD-container te weigeren. Van de grofweg 13.000 huishoudens heeft ongeveer een vijfde deel hier gebruik van gemaakt, veelal omdat men een vierde container teveel vond. Bij het klant contact centrum zijn hier ook klachten over binnengekomen. Een half jaar na ingebruikname van de PBD-container mochten huishoudens deze weer inleveren.

Dit hebben zo’n 2.300 huishoudens gedaan. Momenteel maken zo’n 36.000 huishoudens gebruik van de PBD-container. 1. Milieu Om de effecten van de beleidsmaatregelen inzichtelijk te maken, is het nodig de ingezamelde hoeveelheden naast elkaar te zetten. Tabel 1 en 2 laten dit zien. We hanteren de eenheid ‘kilogram per inwoner’, omdat de inwoneraantallen per jaar verschillen. Kleine kanttekening is dat de maand januari 2024 nog de oude situatie betreft. Fijn restafval We zien dat de hoeveelheid fijn restafval in 2024 in de laagbouw (inzameling met minicontainers) met 22 kilo per inwoner is gedaald. (zie tabel 1). Hier staat tegenover dat er een stijging is van het ingezamelde restafval bij de hoogbouw. Er is vooral bij de ondergrondse containers meer restafval ingezameld dan in 2023. Daarbij is wel 4 kilogram per inwoner aan PBD via de nascheidingsroute eruit gehaald. Helaas zitten we met 156 kg nog niet in de buurt van de ambitie van 125 kg per inwoner per jaar voor de laagbouw, al is het een stap in de goede richting. Gemiddeld over alle inwoners zitten we nu op 189 kg per inwoner. Inclusief grof restafval is dit 216 kg. Het landelijke gemiddelde voor gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse is 146 kg per inwoner (inclusief grof restafval).1 Onderstaande cijfers zijn nog exclusief de gescheiden ingezamelde luiers (0,8 kg/inw).

Vanwege een landelijk tekort aan verwerkingscapaciteit is er nog geen mogelijkheid om luiers te recyclen en wordt dit dus verwerkt als restafval.

Inzamelmiddel Minicontainer Ondergrondse container Inpandige rolcontainer

2023kg/inw 2024kg/inw Verschil 178,1 156,0 -22,1 225,2 237,9 12,7 295,7 295,8 0,1

Tabel 1. Hoeveelheden fijn restafval per inwoner per jaar naar inzamelmiddel

1

Bron landelijke gemiddelden: Benchmark huishoudelijk afval 2023 van branchevereniging NVRD.

Afvalsoort Fijn restafval GFT PBD Glas Textiel Oud papier Luiers Frituurvet KCA subtotaal fijnHHA Grof restafval Grof tuinafval Puin Hout overiggescheiden subtotaal grofHHA totaal restafval totaal gescheiden Totaal fijnengrofHHA

2023kg/inw 196,4 60,9 7,9 21,0 4,4 32,1 0,6 0,2 1,3 324,7 24,8 12,4 4,0 16,1 19,5 76,8 221,1 180,3 401,5

2024kg/inw 188,8 55,9 14,2 19,2 4,7 30,7 0,8 0,2 1,3 315,7 27,0 13,9 5,9 19,3 22,6 88,8 215,8 188,7 404,5

Verschil -7,6 -5,0 6,3 -1,9 0,3 -1,4 0,2 0,1 0,0 -9,0 2,2 1,5 1,9 3,3 3,1 12,0 -5,4 8,4 3,0

Tabel 2. Ingezamelde hoeveelheden 2023 en 2024 in kg per inwoner. PBD-inzameling Sinds de uitzetting van de PBD-minicontainers is de inzameling van PBD-afval gestegen met 6 kilogram per inwoner. Dat maakt dat we via bronscheiding nu zo’n 14 kilogram per inwoner per jaar inzamelen. Tel hierbij op de 4 kilogram uit de nascheiding en dan komen we uit op 18 kilogram PBD per inwoner per jaar. Het landelijke gemiddelde van gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse is 25 kilogram PBD per inwoner per jaar, dus hier valt nog wel wat winst te behalen. Dat is ook te zien aan de aanbiedpercentages van de PBD-containers (zie kopje 2. Service). Een kanttekening hierbij is dat we minder restafval naar de nascheidingsinstallatie hebben kunnen doorzetten dan gebruikelijk, in verband met een grote brand bij de verwerker. Vanaf 2025 kunnen we al ons restafval uit de hoogbouw laten nascheiden. Luiers en incontinentiemateriaal In 2024 zijn er ook meer luiers gescheiden ingezameld dan in 2023. Van 97 ton in 2023 naar 136 ton in 2024; een stijging van 40%. Helaas kunnen we dit dus nog niet apart laten verwerken. Voor het milieurendement is het wel interessant de luierinzameling op te schalen zodra die mogelijkheid zich voordoet. Nu zamelen we nog 0,8 kg per inwoner in. Het landelijk gemiddelde voor gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse is 3,3 kg. 2.

Service Voor een optimaal scheidingsresultaat is een goede dienstverlening van belang. Afvalscheiding draait namelijk vooral om het de inwoner zo gemakkelijk mogelijk te maken (voor de recyclebare soorten afval). De algehele klanttevredenheid van de inwoners werd tijdens een nulmeting gewaardeerde met het cijfer 7,5 (op een schaal van 0-10) en in de Afvalvisie 2020 wordt gestreefd naar het cijfer 8. Zeer recent (februari-maart 2025) is er weer een onderzoek geweest onder de inwoners. Hieruit blijkt dat de klanttevredenheid is gestegen naar een 7,8. Zie ook bijlage 3 van de discussienotitie. Inzameling met nieuwe PBD-minicontainer De meerderheid van de respondenten (80%) scheidt nu hun PBD-afval. Diegenen die geen PBD-afval scheiden geven als reden: niet in het bezit van een PBD-container (69%), geen ruimte om PBD te bewaren (26%), ondergrondse containers voor PBD te ver weg (25%) of weten niet waar deze staan (15%). Bijna driekwart van de respondenten met een minicontainer voor PBD vindt de inzamelfrequentie prima, waar 22% vindt dat dit vaker zou mogen. Bijna iedereen zegt elke inzamelronde zijn container aan te bieden (iedere 3 weken). Uit de inzamelcijfers blijkt dat het aanbiedpercentage gemiddeld rond de 70% ligt. Iets meer dan de helft zegt dat de container 75%-100% vol zit.

Restafval 1x per 3 weken inzamelen Twee derde van de respondenten maakt gebruik van de grijze minicontainer voor restafval. Hiervan vindt ook twee derde dat 1x per 3 weken inzamelen een prima frequentie is, 28% zou graag vaker willen. Bijna iedereen zegt elke inzamelronde zijn container aan te bieden (iedere 3 weken). Uit de inzamelcijfers blijkt dat het aanbiedpercentage gemiddeld rond de 80% ligt. Bijna de helft zegt dat de container 75%-100% vol zit. De meerderheid van de respondenten (70%) geeft aan minder restafval te hebben nu ze ook een PBD-container aan huis hebben. Een deel (25%) zegt dat het geen effect heeft, omdat zij voorheen ook al het PBD wegbrachten. Van de respondenten die in hun huishouden luiers en/of incontinentiemateriaal gebruiken zegt 17% dit naar een luiercontainer te brengen. Meer containerwisselingen restafval Ondanks de daling van de inzamelfrequentie op het restafval zegt een meerderheid hier goed mee uit te komen. Hier zijn bij het klant contact centrum ook maar weinig klachten over gekomen. We zien dit nogmaals bevestigd in een vrij groot verschil in het aantal ruilingen van minicontainers voor restafval in 2024 ten opzichte van 2023. Met name het aantal huishoudens dat is overgestapt naar een kleinere restafvalcontainer als gevolg van het scheiden van PBD-afval valt op.

Containerwisselingen Van 140L naar 240L Van 240L naar 140L

2023 88 284

2024 114 517

Tabel 3. Ruilingen volumes minicontainer restafval Service niet het belangrijkste voor de inwoners Verder is in het onderzoek ook gevraagd in hoeverre men een hoge service van belang vindt als het gaat om de afvalinzameling, in relatie tot het milieu en lage kosten. Ruim de helft van de respondenten (56%) geeft aan dat zij het milieu het meest belangrijke aspect van afvalinzameling vinden. Gevolgd door lage kosten (31%) en hoge service (9%). 3.

Kosten

Als laatste kijken we naar het financiële plaatje en hoe deze is veranderd sinds februari 2024. De frequentieverlaging op het restafval bespaart natuurlijk kosten, maar daar staat ook de nieuwe PBD-inzameling tegenover. Er worden acht inzamelrondes per jaar meer gereden. Deze kosten worden grotendeels gedekt door de vergoeding van producentenorganisatie Verpact, die verplicht is om bij te dragen aan de inzameling en recycling van verpakkingen die het verpakkend bedrijfsleven op de markt brengt. Gemeenten kregen hiervoor in 2024 €261 per ton brongescheiden PBD. Daarnaast besparen we op de verwerkingskosten van restafval (€92 per ton), omdat er dankzij de frequentieverlaging minder restafval is ingezameld. Alles bij elkaar levert de nieuwe inzamelwijze een kleine plus op, omdat de PBD-vergoeding en besparing op verwerkingskosten van het restafval net wat meer oplevert dan de extra kosten die we maken op de inzet van personeel en voertuigen. Driewekelijkse inzameling maakt planning minder beheersbaar Er zijn bijkomende factoren in de nieuwe manier van inzamelen die kostenverhogend werken. Dat heeft te maken met de driewekelijkse inzameling, die planningtechnisch nadelig is. Hierdoor kun je niet plannen met een vierwekelijkse cyclus, maar moet je noodgedwongen met een twaalfwekelijkse cyclus werken.

Dit heeft te maken met de andere afvalsoorten, die we nog wel twee- of vierwekelijks inzamelen (GFT en oud papier). Hierdoor vallen in de huidige, langere cyclus steeds verschillende routes samen op een dag, wat leidt tot oneffenheden in de planning en inzet van personeel. Binnen die twaalf weken vallen pieken en dalen in de inzet telkens op andere dagen. Routes kunnen hierdoor niet automatisch gekoppeld worden aan een vaste auto en chauffeur. Dit vergt dan weer extra handmatige aanpassingen. Kortom, de planning is er in het algemeen een stuk minder beheersbaar en voorspelbaar op geworden. Dat is niet kostenefficiënt ten opzichte van een twee- of vierwekelijkse inzameling. Ook voor inwoners zit er nu minder regelmaat in, in combinatie met de twee- en vierwekelijkse GFT- en papier inzameling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15601428/2