Bijlage 1: Concept ontwerp ruimtelijke onderbouwing Snellaadstation Fastned Graafsebaan Rosmalen
Tekst van het document
(Ontwerp) Ruimtelijke Onderbouwing Snellaadstation Fastned Graafsebaan Rosmalen NL.IMRO.0796.0002491
Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding..........................................................................................................................3 1.1
Aanleiding ...........................................................................................................................3
1.2
Ligging perceel ....................................................................................................................3
1.3
Afwijking met bestemmingsplan ...........................................................................................4
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving ..........................................................................................................5 2.1
Bestaande situatie ...............................................................................................................5
2.2 Omschrijving project ..................................................................................................................5 Hoofdstuk 3: Bestaand beleid..............................................................................................................7 3.1
Inleiding ...............................................................................................................................7
3.2
Rijksbeleid ...........................................................................................................................7
3.3
Provinciaal beleid ................................................................................................................9
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant ...........................................................................................9 3.3.2 Verordening Ruimte Noord-Brabant .....................................................................................9 3.4
Gemeentelijk beleid ...........................................................................................................10
3.4.1 Nota Duurzaam 'Samenwerken aan een duurzaam 's- Hertogenbosch' .............................. 10 3.4.2 Welstandsnota ..................................................................................................................11 3.4.3 Archeologie .......................................................................................................................11 3.4.4 Nota Grondbeleid ..............................................................................................................11 Hoofdstuk 4: Ruimtelijke verantwoording ...........................................................................................12 4.1
Stedenbouw ......................................................................................................................12
4.2
Milieu.................................................................................................................................12
4.2.1 Bodem ..............................................................................................................................12 4.2.2 Bedrijven en milieuhinder ..................................................................................................12 4.2.3 Externe Veiligheid .............................................................................................................12 4.2.4 Luchtkwaliteit.....................................................................................................................12 4.3
Waterparagraaf ..................................................................................................................13
4.4
Flora en Fauna en stikstofdepositie....................................................................................15
4.4.1 Gebiedsbescherming / Stikstofdepositie ............................................................................15 4.4.2 Soortenbescherming .........................................................................................................15 4.5
Archeologie .......................................................................................................................15
4.6
Financiële haalbaarheid .....................................................................................................15
4.7
Maatschappelijk haalbaarheid ............................................................................................16
4.7.1 Omgevingsdialoog.............................................................................................................16 4.7.2 Vooroverleg.......................................................................................................................16 Hoofdstuk 5:
Conclusie ...............................................................................................................16
Bijlage 1: Stikstofonderzoek...........................................................................................................17 Bijlage 2: Eindverslag omgevingsdialoog .......................................................................................18 2
Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente ’s-Hertogenbosch stimuleert het gebruik van schoon en slim duurzaam vervoer. De ontwikkeling is dat elektrisch vervoer daar een steeds belangrijkere rol in gaat spelen en grootschaliger gebruikt gaat worden. Om de groei van elektrisch vervoer niet te laten stagneren moet er een voldoende aantal laadstations in de gemeente aanwezig zijn. Een mix aan mogelijkheden van laden is daarbij essentieel. Naast reguliere laadpalen waar langzame accu’s kunnen worden opgeladen, zijn er ook laadpalen nodig om snel (en veel) stroom bij te laden als de berijders van de elektrische auto’s tekort komen om hun bestemming te bereiken of niet de mogelijkheid hebben om de auto’s langzaam te laden. De gemeente laat de realisatie en exploitatie van de laadpunten over aan de markt. Desalniettemin ondersteunt en faciliteert de gemeente dit soort initiatieven. Concreet betekent dat voor snelladen dat de gemeente meewerkt aan de eerste initiatieven voor snellaadstations in de vorm van een pilot, zoals opgenomen in het beleid ‘elektrisch rijden en laden in gemeente ’s-Hertogenbosch’. Dit is een nieuwe ontwikkeling waarbij nog volop wordt gewerkt aan regionaal beleid en lokaal ook mee wordt geëxperimenteerd. De gemeente volgt beide trajecten om vervolgens een separate aanpak voor snelladen in de gemeente uit te werken.
Deze eerste pilot levert daar waardevolle input voor en is nodig om te bepalen welke strategische keuzes de gemeente gaat maken en de juiste kaders geven voor nieuwe initiatieven. De gemeente voert al sinds september 2017 overleg met Fastned over de vestiging van een snellaadstation in ’s-Hertogenbosch. Het snellaadstation bestaat uit een viertal oplaadpunten en wordt voorzien van een luifel. Het is gepland op een stuk grond dat eigendom is van de gemeente. Deze locatie aan de Graafsebaan is het meest kansrijk op basis van de ligging aan een doorstroomweg en omdat er geen belemmeringen zijn vanuit beschikbaarheid en/of bijzondere omgevingswaarden zoals archeologie, ecologie.. Met Fastned is overeenstemming bereikt over de voorwaarden waarop de gronden verhuurd kunnen worden. Fastned is nu bezig om de inrichting en vormgeving van het station verder uit werken. Van belang daarbij is dat in een vroegtijdig stadium met de omwonenden en omliggende bedrijven moet worden overlegd. De locatie heeft de bestemming ‘Groen’; een snellaadstation is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Voorgesteld wordt om begin 2020 te starten met de juridischplanologische procedure voor een afwijking of herziening van het bestemmingsplan.
1.2
Ligging perceel
Na een integrale beoordeling is een locatie aan de Graafsebaan (61) in Rosmalen als meest kansrijk beoordeeld. Dat station komt te staan nabij de voormalige Harense Smid / BCC (nu het innovatiecentrum van Heijmans).
Figuur 1: ligging plangebied binnen de gemeente 3
Figuur 2 luchtfoto projectgebied
1.3
Afwijking met bestemmingsplan
Het projectgebied ligt in het bestemmingsplan Kanaalpark dat op 23 april 2014 is vastgesteld.
Figuur 3: uitsnede plankaart Ter plaatse geldt de bestemming 'Groen'. Deze gronden zijn bestemd voor: a. groen(voorziening); b. park; c. plantsoen; d. fiets- en voetpaden; e. binnen de aanduiding 'parkeren' zijn parkeervoorzieningen mogelijk; f. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals sportvoorzieningen, speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, abri's, telefooncellen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke De beoogde ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan omdat de bestemmingsomschrijving geen snellaadstation toestaat. Onderzocht is of met een uitgebreide afwijkingsprocedure ex artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° Wabo / reguliere afwijking ex artikel 4 lid 9 bijlage 2 Bor medewerking aan het voornemen kan worden verleend. Dit heeft geresulteerd in deze ruimtelijke onderbouwing dat als motivering ten grondslag ligt aan het besluit om van het bestemmingsplan af te wijken.
4
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1
Bestaande situatie
Het projectgebied bevindt zich nabij het hoofdkantoor van Heijmans op een braakliggend terrein. Momenteel is het projectgebied begroeid met gras. Aan de noordkant grenst het projectgebied aan de Graafsebaan. Parallel aan de Graafsebaan ligt een fietspad en trottoir. Aan de westkant van het projectgebied ligt de doodlopende zijstraat van de Graafsebaan, de Stenenkamerstraat richting de voormalige Harensesmid / BCC, nu het innovatiecentrum van Heijmans. Via de Graafsebaan is de rijksweg A59 te bereiken. Het projectgebied ligt op circa 500 meter van de A59.
Figuur 4: foto projectgebied in vogelvlucht naar het zuiden Aan de overkant van de Graafsebaan ligt het restaurant Casa Don Arroyo, waarachter een woonwijk van Rosmalen ligt. Ten zuidoosten van het projectgebied ligt een detailhandelsbestemming en in het zuidoosten ligt het hoofdkantoor van Heijmans. De omgeving van het projectgebied kan getypeerd worden als een snelweg locatie voor bedrijven en detailhandel en volumineuze goederen.
2.2 Omschrijving project Een snellaadstation is enkel voor volledig elektrische auto's. Alle elektriciteit, voor zowel installaties bij het station als het opladen van auto's, is afkomstig van zon of wind. Daarbij draagt de realisatie van het snellaadstation actief bij aan de vermindering van concentraties luchtverontreinigende stoffen. Het snellaadstation bestaat uit verharding, een overkapping en de laadinstallaties. Ook wordt een (nuts)voorziening voor technische installaties gerealiseerd, zie figuur 5 voor de beoogde situatie. In figuur 6 is een foto van een snellaadstation op een andere locatie weergegeven. Het ontwerp in de foto wijkt iets af van het beoogde ontwerp aan de Graafsebaan. De vormgeving en het materiaalgebruik komen wel overeen met figuur 6. 5
Figuur 5: situering voorgenomen snellaadstation in het projectgebied
Figuur 6: voorbeeld snellaadstation Bij het snellaadstation wordt in de technische zone een kleine nutsvoorziening (transformator), meterkast en technische installaties geplaatst. Bij gebruik wordt het station verlicht met heldere spots die enkel naar beneden zijn gericht. De verlichting op het station wordt geleidelijk gedimd wanneer niemand aanwezig is. Zoals in figuur 6 te zien is, zorgt Fastned door het open karakter van het ontwerp van het snellaadstation voor een minimale ruimtelijke impact. Onder andere de materialisering van het station, door het gebruik van hout, zorgt voor een goede ruimtelijke inpassing. 6
Hoofdstuk 3: Bestaand beleid 3.1
Inleiding
Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, wordt onderzocht of deze niet in strijd is met de verschillende beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt getoetst aan relevant nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid: 1. een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Het laatstgenoemde nationaal belang houdt in dat bij stedelijke ontwikkelingen de ladder van duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) dient te worden gemotiveerd. In paragraaf 3.2.3 wordt hier nader op ingegaan. 3.2.2. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Dit besluit stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang:
rijksvaarwegen; project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en hoofdspoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 7
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan De ontwikkeling binnen het projectgebied raakt geen van bovenstaande rijksbelangen. Het Rijksbeleid zoals vastgelegd in het Barro geeft hierdoor geen uitgangspunten voor deze ruimtelijke onderbouwing. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2 Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Hiertoe wordt de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). In deze ladder moet worden getoetst aan de volgende zaken: · · · ·
Is het een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?
Uit jurisprudentie blijkt dat een bedrijfsuitbreiding van 400 m2 in een gebied waar de functie reeds voorkomt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is. De beoogde ontwikkeling heeft een ruimtebeslag van ca. 300 m2. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bovendien is er wel een regionale behoefte aan een dekkend netwerk van snellaadstations. In dit geval gaat het niet alleen om een regionale behoefte, maar om een landelijke behoefte. De ontwikkeling geeft hier mede invulling aan. Een landelijk dekkend netwerk is alleen mogelijk bij realisatie op goed bereikbare plekken langs het hoofdwegennet. Hierbij wordt veelal aangesloten bij bestaande tankstations, zodat sprake is van efficiënt ruimtegebruik. In dit geval is sprake van een goed bereikbare locatie bij de afslag 48 Rosmalen aan de A59. De huidige locatie is braakliggend en wordt door de ontwikkeling intensiever benut. De beoogde ontwikkeling voldoet daarom aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.4 Visie op de laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer (2016) Deze visie van het Ministerie van Economische Zaken is tot stand gekomen op basis van input van de Green Dealpartners en diverse andere geconsulteerde partijen.
Op basis van de overheidsambities, de huidige situatie en marktontwikkelingen, de gesignaleerde kansen voor Nederland en de scenariostudie wordt een perspectief geschetst voor een toekomstbestendige laadinfrastructuur. Om aan de visie invulling te geven, is een beleidsagenda geformuleerd die een handelingsperspectief biedt tot 2020. Aangegeven wordt dat essentieel is dat de laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer de ontwikkeling van elektrisch vervoer in Nederland richting 2035 optimaal accommodeert. Dit betekent dat er voldoende laadinfrastructuur is, zodat de toename van elektrische voertuigen niet wordt belemmerd. Voor het merendeel van de mensen die een elektrisch voertuig wil rijden, mag de beschikbare laadinfrastructuur geen obstakel zijn. Optimaal betekent ook dat deze laadinfrastructuur op een kosteneffectieve wijze vorm krijgt en onderdeel wordt van het toekomstig slimme energiesysteem. De maatschappelijke baten staan hierbij voorop. Volgens de visie heeft Nederland op dit moment een goed ontwikkeld landelijk netwerk. Dit netwerk moet blijven meegroeien om de groei van het aantal elektrische voertuigen te accommoderen. Omdat de businesscase niet rendabel is, wordt daar vanuit Green Deal door de overheid ondersteuning voor geboden.
Het is van belang dat interoperabiliteit gewaarborgd is en dat men door heel Europa op een voor de EV-rijder aantrekkelijke manier kan reizen. Op dit moment is dat nog niet het geval en daarom wordt ingezet om dit op Europees niveau te organiseren. Daarbij schept het Rijk randvoorwaarden voor bedrijven om te blijven innoveren in technologieën in en rondom de laadinfrastructuur.
8
Volgens de visie draagt elektrisch rijden bij aan: · · ·
de versterking van de economische positie van Nederland; de energievoorzieningszekerheid van Nederland en; aan de klimaatdoelen door de reductie van CO2 en verbetert de leefbaarheid in steden door de afname van luchtvervuiling.
De realisatie van snellaadstations vergroot het netwerk van oplaadpunten voor elektrisch rijden, waardoor de drempel om elektrisch te rijden verder afneemt en het aantal elektrische auto's toeneemt. De ontwikkeling draagt dan ook bij aan de doelstellingen van het Rijk en past binnen de visie op de laadinfrastructuur.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: · Werken aan de Brabantse energietransitie · Werken aan een klimaatproof Brabant · Werken aan de slimme netwerkstad · Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Op het gebied van mobiliteit binnen de energietransitie is de ambitie van de provincie dat de provinciale infrastructuur in 2050 meer duurzame energie levert dan nodig is voor het in standhouden van de infrastructuur én dat de infrastructuur in 2050 is ingericht voor maximale ondersteuning van duurzaam vervoer (o.a. fietsen en elektrisch rijden), bijvoorbeeld via een fijnmazige oplaadstructuur.
De provincie wilt in 2050 alleen nog zero-emissievervoer en gebruikt alleen nog hernieuwbare energiebronnen. De realisatie van het snellaadstation draagt bij aan de Brabantse energietransitie. De ontwikkeling is in lijn met het provinciaal beleid. 3.3.2 Verordening Ruimte Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De interim omgevingsverordening zorgt voor een uitwerking van de omgevingsvisie in regels. Voor de ontwikkeling van het snellaadstation is het volgende artikel relevant: Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Voor stedelijke ontwikkeling zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: · stedelijk concentratiegebied · kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar
9
Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in Verstedelijking afweegbaar. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio's te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom streven wij naar duurzame verstedelijking. Om te verduidelijken welke aspecten daarbij een rol spelen, zijn een aantal aspecten benoemd die daarbij om aandacht vragen. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. Daarom zijn deze aspecten specifiek benoemd zodat die van begin af aan bij de ontwikkeling van een plan betrokken worden. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1.
Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: · de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; · het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: · bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; · bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; · geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; · houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; · geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; · draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
De beoogde ontwikkeling betreft een de realisatie van een snellaadstation binnen een stedelijk concentratiegebied. De huidige locatie is braakliggend en wordt door de ontwikkeling intensiever benut. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de provinciale interim omgevingsverordening om opgave vanuit de energietransitatie te ontwikkelen binnen bestaand stedelijk gebied. Het geeft daarbij optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Nota Duurzaam 'Samenwerken aan een duurzaam 's- Hertogenbosch' De gemeente ‘s-Hertogenbosch werkt aan een gezonde, groene en klimaatbestendige gemeente. Ze innoveren en maken grote stappen in de energietransitie. In juli 2019 is daarom de Nota Duurzaam 'Samenwerken aan een duurzam 's-Hertogenbosch' vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch. In het kader van de verduurzaming van 's-Hertogenbosch heeft de gemeente vier ambities opgesteld in de nota: 1. We gaan voor een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving 2. We gaan voor C02 - neutrale gemeente 3. We gaan voor waardebehoud van grondstoffen 4. We gaan voor duurzame mobiliteit
10
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een snellaadstation voor elektrische auto's en sluit daarmee aan bij ambitie 4. Deze ambitie is hieronder verder beschreven: Duurzame mobiliteit We zetten ons in voor een bereikbare, actieve, leefbare, veilige, gastvrije en duurzame gemeente. Om dat te bereiken werken we aan een toename van elektrisch verkeer, schone en slimme bevoorrading, deelmobiliteit, zero-emissie openbaar vervoer en we willen inclusieve toegang tot mobiliteit in de gemeente. Er is al veel geïnvesteerd in een goed fietsnetwerk, inclusief fietsparkeren. Dat blijven we doen, de komende jaren staan diverse snelfietsroutes op de agenda. We werken ook met de markt en inwoners samen, denk daarbij aan deelfietsen en een pilot voor Mobiliteit als Dienst in het Paleiskwartier. Hierbij houden we de ambitie ‘s-Hertogenbosch CO2-neutraal in 2050 voor ogen. We werken ook aan een gezondere leefomgeving door minder uitstoot van luchtvervuilende stoffen als stikstof en fijnstof, en minder geluidsoverlast. Tot slot is inclusieve mobiliteit een doel: mobiliteit voor iedereen. De ontwikkeling van een snellaadstation ten behoeve van elektrische auto's is in lijn met de ambitie van de gemeente om in te zetten op duurzame mobiliteit. Het vegroten van het netwerk van snellaadstations draagt bij aan het aantrekkelijker maken van het elektrisch rijden.
3.4.2 Welstandsnota Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. De welstandscommissie heeft op 3 december 2020 positief op het bouwplan geadviseerd. 3.4.3 Archeologie De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente. Dit beleid is op 15 juni 2010 vastgesteld. Ten behoeve van het beleid zijn voor archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeentegrenzen specifieke eisen of voorwaarden opgesteld en verwerkt tot een archeologische beleidskaart. De zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting zijn op de beleidskaart vertaald in zones waar verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen aanwezig zijn (al dan niet afgedekt door een recent ophogingspakket). Voor de zones met een lage verwachting zijn op de beleidskaart geen nadere eisen opgenomen. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op dit aspect. 3.4.4 Nota Grondbeleid In de Nota Grondbeleid 2005 (februari 2005) stelt de Raad primair de kaders vast voor het door het college te voeren grondbeleid.
Grondbeleid wordt door de gemeente 's-Hertogenbosch gezien als het beleid dat, ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, streeft naar het creëren van ruimte voor wonen, werken, winkelen en recreëren in zowel uitleggebieden als bestaand stedelijk gebied, door het oppakken of ondersteunen van concrete ontwikkelinitiatieven. In de Nota Grondbeleid zijn vastgelegd: de kaders voor actief en passief grondbeleid, het prijsbeleid, de financiële grondslagen, het risicomanagement en de mate waarin voorzieningen worden opgenomen in de grondexploitatie. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op dit aspect.
11
Hoofdstuk 4: Ruimtelijke verantwoording 4.1
Stedenbouw
De locatie van het snellaadstation is gelegen aan de Graafsebaan. Met de aanleg van het Màximakanaal is een gedeelte van de Graafsebaan omgelegd om voldoende ruimte te creëren voor een viaduct over het Màximakanaal. Daar waar de omlegging richting het viaduct begint, bevindt zich de beoogde locatie van het snellaadstation. Aan de noordzijde van dit gedeelte van de Graafsebaan bevindt zich op dit moment een restaurant. Aan de zuidzijde bevindt zich het hoofdkantoor van Heijmans, een adviesbureau en het innovatiecentrum van Heijmans (voormalig BCC). De omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van relatief veel infrastructuur (Màximakanaal, viaduct, Graafsebaan) en de aanwezigheid van kantoren. Tussen het adviesbureau en de toegang naar het innovatiecentrum bevindt zich op dit moment een strook gras. Vanwege de afmetingen, de ligging van deze strook en de aanwezigheid van de toegangsweg naar de terreinen van Heijmans, maakt deze groenstrook geen onderdeel uit van het Kanaalpark. Mede door het duurzame karakter is het snellaadstation dan ook goed passend in de omgeving en dan met name in deze groenstrook omdat op deze wijze het snellaadstation door middel van de reeds aanwezige infra ontsloten kan worden. Er hoeft voor de ontsluiting dus geen extra verharding te worden aangebracht.
Het snellaadstation bestaat uit een overkapping met zonnepanelen, laadpunten en een traforuimte. Deze voorzieningen zijn op een dusdanige wijze aangebracht dat het naastgelegen adviesbureau zichtbaar blijft en het profiel van de Graafsebaan niet aantast. Gelet de aanwezigheid van de grote infrastructurele werken, de kantoren en het innovatiecentrum is een snellaadstation met deze uitstraling dan ook passend in de omgeving. Op deze wijze is er dus sprake van een goede stedenbouwkundige inpassing van het snellaadstation.
4.2
Milieu
4.2.1 Bodem Het snellaadstation wordt gerealiseerd op een deel van de berm naast een parkeerterrein. Het snellaadstation is geen gevoelige functie in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.2.2 Bedrijven en milieuhinder Een snellaadstation met een capaciteit < 10 MVA valt volgens de richtafstandenlijst in categorie 2 met als maatgevende aspect geluid. De richtafstand ten opzichte van een rustige woonwijk of rustig buitengebied bedraagt 30 m. De dichtsbijzijnde woning ligt op circa 60 meter afstand. Er is sprake van een aanvaardbaar woon –en leefklimaat. 4.2.3 Externe Veiligheid Toetsingskader: Bevi / Bevt / Bevb Een snellaadstation is geen gevoelige functie uit het oogpunt van externe veiligheid. Ten aanzien van brand of explosiegevaar bestaan geen (aanvullende) veiligheidseisen met betrekking tot technische installaties, transformatorhuisje, snelladers of elektrische auto's. Explosiegevaar is niet van toepassing. In de directe omgeving van het projectgebied ligt één risicovolle inrichting. Dit betreft het Heijmans Milieutechniek. De realisatie van het snellaadstation betreft geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. In de directe omgeving zijn verder geen risicovolle inrichtingen gevestigd.
De A59 is een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Dit vormt echter geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, omdat zoals hiervoor is aangegeven een snellaadstation geen kwetsbaar object is. Het aspect externe veiligheid vormt daarom ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.4 Luchtkwaliteit Een snellaadstation is enkel voor volledig elektrische auto's. Alle elektriciteit, voor zowel installaties bij het station als het opladen van auto's, is afkomstig van zon of wind. Daarmee draagt de realisatie van dit station actief bij aan de vermindering van concentraties luchtverontreinigende stoffen. 12
4.3
Waterparagraaf
Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de ‘Startovereenkomst Waterbeheer’ door verschillende overheden, is de watertoets van toepassing op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch vastgelegd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Kansen worden benut en functies zoveel mogelijk gecombineerd. Uitgangspunten voor integraal waterbeheer De actuele beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeente vastgesteld in het Waterplan (2017). Hierin staat dat we in ’s-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem willen creëren ook is hierin het hemelwaterbeleid vastgelegd. Dit is gebied specifiek gedaan, kijkend naar de watersystemen en de uitgangspunten per wijk. Het hemelwaterbeleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Hemelwater en Grondwater 2017. De doelen van het waterschap Aa en Maas zijn vastgelegd in de Keur (2015). De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: · Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; · Voorkomen van vervuiling van water; · Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. hergebruik; 2. infiltratie/bergen; 3.
afvoer; · Hydrologisch neutraal ontwikkelen, zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische · achteruitgang zowel in als buiten het projectgebied. Ook mogen er geen hydrologische · knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. Dit · betekent dat: 1. de afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. de grondwateraanvulling in het projectgebied gelijk blijft of toeneemt; 3. grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. (grond)waterstanden in het projectgebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het projectgebied; Het projectgebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. Daarnaast zien we water als kans voor meervoudig ruimtegebruik en vergroting van de beleving van water. Deze uitgangspunten dragen bij aan een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem. Dit waterbeleid dient te worden vertaald naar waterhuishoudkundige inrichting in het plan. Het is conform paragraaf 3.1.3 van het Activiteitenbesluit voor bedrijven verboden hemelwater op het vuilwaterriool te lozen.
Ingevolge de gemeentelijke Hemelwaterverordening dient op eigenterrein een voorziening te worden getroffen dat 60 mm hemelwater per m² kan verwerken. Het voornemen voorziet in 212 m² nieuwe verharding. De voorziening dient daarom 12.720 mm (12.720 liter) aan hemelwater te kunnen verwerken. Omschrijving motivering waterbergingsoplossing op het perceel Het terrein is enkel bedoeld voor volledig elektrische auto's, dus kans op vervuiling is zeer klein, maar niet uit te sluiten. Afstromend regenwater wordt middels infiltratiekratten geleidelijk opgenomen in de grond. Voor het gebruik van de infiltratiekratten is de gemeentelijke norm gehanteerd dat voor elke m² verharding een hemelwatervoorziening voor 60 mm water op eigen terrein wordt aangebracht. · Ten behoeve van het snellaadstation aan de Graafsebaan worden er daarom 30 infiltratiekratten aangelegd. Hierbij geldt de volgende berekening: · 60mm x 212m2 (verhard oppervlak) = 12720mm · mm = liter, dus = 12720 liter = 12,72 m3 · de gehanteerde kratten zijn 0,6x0,6x1,2 meter = 0,43m3 Totaal worden er (12,72 / 0,43 = 29,59) 30 kratten aangelegd. De ligging van de infiltratiekratten is te zien in de onderstaande figuur.
13
Fig 7: Ligging infiltratiekratten Zowel het dakoppervlak met zonnepanelen als de verharding worden regelmatig schoongemaakt door een eigen onderhoudsteam. Hierbij wordt enkel gebruik gemaakt van ecologische of milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen. Beleid Waterschap Op circa 90 meter ten westen van het projectgebied is een A-watergang met een beschermingszone A aanwezig. Het projectgebied ligt buiten de beschermingszone en er daarom is geen watervergunning vereist.
Fig. 8: uitsnede legger Waterschap Aa en Maas
Binnen het waterschap geldt een compensatie-eis bij een toename aan verharding van meer dan 2.000 m2. De toename aan verharding in dit project is 212 m2, dus er is op grond van de Keur van het waterschap geen compensatie benodigd. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
14
4.4
Flora en Fauna en stikstofdepositie
4.4.1 Gebiedsbescherming / Stikstofdepositie In de omgeving van het projectgebied ligt geen Natura-2000 gebied. Daarnaast ligt de ecologische hoofdstructuur niet nabij het projectgebied. De ontwikkeling betreft een snellaadstation voor elektrische auto's. Hierdoor heeft de ontwikkeling geen verkeersaantrekkende werking op stikstof uitstotende auto's. De energie die door het snellaadstation wordt gebruikt is afkomstig van zon of wind. Derhalve mag er van worden uitgegaan dat de gebruiksfase qua stikstof depositie geen significante negatieve effecten op de beschermde Natura2000 gebieden zal hebben. Voor de aanleg fase is een stikstofdepositie-berekening uitgevoerd. Deze is bijgevoegd in bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. Uit deze berekening blijft dat ook de aanleg van het snellaadstation geen negatieve effecten vanwege stikstofdepositie heeft op Natura2000 gebieden. 4.4.2 Soortenbescherming Momenteel is het projectgebied braakliggend en enkel begroeid met gras. Ofschoon het Kanaalpark in de nabijheid ligt, vormt het perceel geen onderdeel hiervan. Er wordt daarom niet verwacht dat ter plaatse beschermde plant- of diersoorten aanwezig zijn. De ontwikkeling leidt dan ook niet tot verstoring of vernietiging van matig of zwaar beschermde planten- en/of diersoorten. Daarmee is er geen strijd met de Wet natuurbescherming.
Voor alle soorten blijft wel de zorgplicht van kracht. Het aspect ecologie vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.5
Archeologie
Voor de projectlocatie geldt dat er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde. De ontwikkeling ligt voor een deel binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' en voor een deel binnen 'Waarde - Archeologie 2', waar ten behoeve van bouwwerken respectievelijk 50 m2 en 100 m2 gegraven kan worden. Met de aanleg van het snellaadstation is de oppervlakte waarbinnen de bodemingrepen plaatsvinden minimaal. Het snellaadstation bestaat uit een overkapping die steunt op drie poeren. De grondroering vindt plaats op een oppervlakte van 18 vierkante meter (3 x poer van 2 bij 3 m). Voor de aanleg van de technische zone (nutsvoorziening, meterkast en technische installaties) geldt een verstoringsoppervlakte van 16,5 m2 (12,75 m2 kabeltracé en 3,75 m2 fundering trafo). De totale verstoringsoppervlakte ten behoeve van het snellaadstation bedraagt 34,5 m2. Hiermee wordt grenswaarde van 50 m2 niet overschreden. Het aspect archeologie is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Mochten er tijdens het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt de wettelijke plicht deze waarden direct te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente ’s-Hertogenbosch (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).
4.6
Financiële haalbaarheid
De gemeente heeft met de initiatiefnemer een huurovereenkomst en een huurafhankelijk recht van opstal gesloten. De huurprijs is markconform en overeengekomen op basis van een advies van BZO Tankstations. In de huurovereenkomst zijn de volgende afspraken vastgelegd: - De plankosten wordt afgedekt door middel van de legesopbrengsten in het kader van de door de initiatiefnemer aan te vragen omgevingsvergunning; - De kosten van eventuele planschade en/of nadeelcompensatie zijn voor de initiatiefnemer; - De kosten voor de aanpassingen in het openbaar gebied zijn eveneens voor de initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal voor het project geregeld.
15
4.7
Maatschappelijk haalbaarheid
4.7.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft in juli / augustus 2020 een omgevingsdialoog gevoerd. Tijdens deze dialoog zijn de partijen benaderd die mogelijk direct effecten van het initiatief zouden kunnen hebben. Daar waar nodig heeft de initiatiefnemer het plan uitgelegd en vragen beantwoord. Het plan is naar aanleiding van opmerkingen van de eigenaar van het naast liggend perceel op onderdelen gewijzigd. Zo wordt de trafo meer zuidelijker gesitueerd en de te plaatse prijspaal zal zo worden geplaatst dat deze het zicht op het naastgelegen perceel zo min mogelijk zal beperken. Deze wijzigingen zijn in het bouwplan doorgevoerd. 4.7.2 Vooroverleg De gemeente heeft het plan op 4 januari 2021 voor vooroverleg aan de provincie voorgelegd. De provincie gaf aan geen aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen op het plan. Op 8 februari 2021 heeft de gemeente het plan voorgelegd aan het Waterschap. Het initiatief treft geen belangen die worden behartigd door andere instanties.
Hoofdstuk 5:
Conclusie
In deze ruimtelijke onderbouwing is nadrukkelijk aandacht besteed aan de ruimtelijke, stedenbouwkundige en milieukundige effecten van het initiatief. Er is gemotiveerd aangetoond dat het initiatief zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in het plangebied en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk planologische beleid en de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieukundige deelaspecten onderzocht. Gebleken is dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering oplevert voor een goede ruimtelijke ordening. Mede op basis van deze ruimtelijke onderbouwing kan een afwijking van het geldende bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, aan het initiatief worden verleend.
16
Bijlage 1: Stikstofonderzoek
17
Bijlage 2: Eindverslag omgevingsdialoog
18
19