CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bijlage 7 bij de Toelichting Eindverslag inspraak

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West40.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Verkeer zal meer verspreid over het etmaal aan- en afrijden. Een andere verdeling van verkeer over het etmaal kan wel een effect hebben op wegverkeerslawaai. Dit omdat geluid in de avond en nacht negatiever wordt beleefd en daardoor ook negatiever wordt beoordeeld dan verkeer overdag. Met een gevoeligheidsanalyse is dit effect bekeken. Conclusie van de gevoeligheidsanalyse is dat een 24-7 economie met relatief meer verkeer in de avond en nacht en minder overdag geen wezenlijk effect heeft op het wegverkeersgeluid. Het merendeel van 24/7 verkeer rijdt van en naar de snelwegen over de Bosschebaan en Rekken. Langs deze wegen is het wegverkeerslawaai van de A59 maatgevend. Het verkeer op de A59 verandert niet of nauwelijks door een 24/7 economie op Heesch West: het aandeel verkeer van/naar Heesch West op de A59 is relatief beperkt. Op andere wegen van de A59 af is het aandeel 24/7 verkeer beperkt en heeft het geen invloed op het wegverkeerslawaai. 64

Reflectie zonnepark Er zijn door insprekers vragen gesteld over de reflectie van geluid op het te realiseren zonnepark. In het rekenmodel is rekening gehouden met de hardheid en eventuele reflectie van de ondergrond. Daar waar zonnevelden zijn voorzien is een "harde bodem" ingevoerd om rekening te houden met het effect van reflectie. Goede ruimtelijke ordening Insprekers stellen dat de toename van industrielawaai, ten opzichte van de huidige situatie, onaanvaardbaar is en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Voor geluid zijn in Nederland specifieke grenswaarden en gedetailleerde berekeningsmethoden voorgeschreven, vaak op gemeentelijk niveau nog aangevuld met geluidbeleid. Dit stelsel beoogt een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen en de burger voldoende te beschermen tegen geluidoverlast, maar maakt het wel mogelijk om, binnen deze kaders, ontwikkelingen tot stand te brengen. Een toename van geluid, ook indien deze significant is, is dus niet per definitie in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Uit het bestemmingsplan en het kopje industrielawaai blijkt dat het plan in dit geval voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

Een te rooskleurig beeld ? Insprekers voeren ook aan dat de rapporten een te rooskleurig beeld laten zien, dat ten onrechte wordt gesteld dat het beperkt aantal woningen dat negatieve geluideffecten ondervindt beperkt is, en dat er vele woningen zijn die ernstige geluidhinder gaan ondervinden. Zoals eerder in de paragraaf al beschreven is het geluidonderzoek uitgevoerd volgens de daarvoor geldende wettelijke eisen en rekenmethodieken. Er is juist uitgegaan van een worst-case benadering (zie eerder in deze paragraaf) en dus niet van een te rooskleurig beeld. Als uit het MER of de presentaties de indruk is ontstaan dat effecten gebagatelliseerd zijn en dat er gesteld is dat het geluideffect van Heesch West beperkt is, is dit niet de bedoeling geweest. Het MER 2019, de Aanvulling MER en het akoestisch onderzoek geven zo objectief mogelijk de geluideffecten weer. Dit middels aantallen woningen, toe- en afnames, geluidcontourenkaarten, gehinderdenberekeningen e.d. In het MER is bij wegverkeersgeluid en cumulatief geluid (omdat dit voornamelijk door wegverkeersgeluid bepaald wordt) gesteld dat “op veel woningen in de omgeving de toename beperkt is”. Dat is ook / nog steeds zo. Er is daarmee niet gesteld en ook niet beoogd te stellen dat Heesch West geen effect op wegverkeersgeluid heeft. In het MER en de Aanvulling is aangegeven waar welke effecten optreden.

Voor industriegeluid en (in het MER van 2019) voor windturbinegeluid is niet gesproken over beperkte effecten of beperkte aantallen woningen met effecten. Op sommige plaatsen is de geluidsbelasting al relatief hoog, en deze wordt in sommige gevallen door het plan verhoogd. Dat wordt niet gebagatelliseerd, zoals sommige insprekers stellen. Toenames van geluidsbelasting worden zoveel mogelijk beperkt, maar dit lukt niet altijd. Uit de MER blijkt dat de beschreven toenames op een aantal plaatsen hinder opleveren. Maar, gelet op de omvang van het aantal woningen en de hoogte van de toenames, zijn deze toenames binnen het gemeentelijk geluidbeleid aanvaardbaar.

65

Daarnaast is op een aantal manieren geborgd dat het berekende geluideffect ook daadwerkelijk het maximale geluideffect is. • Principe van inwaartse zonering in het bestemmingsplan: waarbij afstanden worden aangehouden tussen milieucategorieën en woningen, juist om wezenlijke toename van geluidbelasting te voorkomen en geluidhinder te beperken; • Worst-case berekening (zie hierboven); • Opnemen van eisen aan bedrijven in het bestemmingsplan en in het uitgiftebeleid; • Opnemen geluidzone voor industrielawaai: buiten de geluidzone mag de industriegeluidbelasting niet hoger zijn dan 50 dB(A), binnen de geluidzone niet hoger dan 55 dB(A). Aanvullend regelt separate wet- en regelgeving, zoals de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer, een heel scala aan specifieke voorwaarden aan geluidbelasting. Deze wetgeving geldt te allen tijde, bovenop het bestemmingsplan.

3.13

Luchtkwaliteit In de inspraakreacties wordt gevreesd voor een onaanvaardbare toename van luchtkwaliteit, waarbij wordt aangegeven dat langs wegen en woningen zich een toename voordoet van luchtverontreinigende stoffen die in betekenende mate is. Ook zouden grenswaarden worden overschreden en wordt gevreesd voor ultra fijn stof. Algemeen Door de ontwikkeling van Heesch West neemt de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen op de directe omgeving toe. De hinder wordt op voorhand echter beperkt, door de toepassing van de inwaartse zonering (hogere milieucategorieën alleen centraal op Heesch West op relatief grote afstand van de woningen, aan de randen dichterbij de woningen lagere milieucategorieën) en een zo efficiënt mogelijke verkeersafwikkeling. Daarnaast wordt in de planvorming gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke afwikkeling van verkeer via de Bosschebaan / Rekken, om verkeer zo woningen / bewoond gebied zoveel mogelijk te ontlasten en daarmee uitstoot zo snel mogelijk uit het gebied te krijgen. Zowel in de referentiesituatie als de situatie na realisatie van Heesch West blijven de concentraties ver onder de wettelijk vastgestelde normen – zie hieronder. Nieuwe luchtkwaliteitsberekeningen Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling op de MER is nieuw luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd.

Dit vanwege het nieuwe verkeersmodel en de planaanpassingen (verkleining oppervlak waar bij afwijking en onder voorwaarden milieucategorie 5.1 kan worden wat toegestaan en verkeerskundige maatregelen, zoals het vrachtwagenverbod op de Weerscheut en de snelheidsverlaging op de Zoggelsestraat bij Heesch).

66

Luchtkwaliteit worst-case berekend Vergelijkbaar met geluid (paragraaf 3.12), is voor berekening van het luchtkwaliteitseffect uitgaan van een worst-case invulling van het bedrijventerrein en worst case effecteninschatting. Daarin is ook rekening gehouden met de effecten van stagnatie op wegen (filevorming). Voor luchtkwaliteit is, worst-case, nog niet uitgegaan van de autonome landelijke verbetering van de luchtkwaliteit door schoner wordende technieken (auto’s, bedrijven, landbouw, woningen). Luchtkwaliteitseffecten Voor luchtkwaliteit zijn de berekende effecten van Heesch West vergelijkbaar met die in het MER 2019. In navolging van verkeer en geluid wordt een enigszins minder negatief effect verwacht (vanwege de positieve beïnvloeding van verkeer een kleiner oppervlak voor bedrijven uit milieucategorie 5.1). De ontwikkeling van Heesch West leidt door het verkeer en de bedrijven tot een toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen op de omgeving. Voor de meeste woningen in de omgeving van Heesch West blijft de toename van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen, zoals fijnstof en stikstofdioxide, beperkt tot enkele tienden ug/m3 tot maximaal 1 ug/m3.

De toenames zijn in de meeste gevallen lager dan de drempelwaarde van 1,2 μg/m3 (voor PM10 en NO2) die gebruikt wordt om te bepalen of een project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ (NIBM) aan de luchtverontreiniging (zie paragraaf 8.3 van de Aanvulling MER). Bij een aantal woningen zijn de toenames echter groter dan deze drempelwaarde. Doordat de drempelwaarde van 1,2 μg/m 3 voor een aantal woningen voor PM10 en NO2 wordt overschreden moet het project getoetst worden aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide. De grenswaarden voor PM10, PM2,5 en NO2 bedragen respectievelijk 40, 25 en 40 μg/m3. De hoogste concentraties (met bijdrage van Heesch West) in het plangebied bedragen 27 ug/m 3 NO2, 22 ug/m3 PM10 en 13 ug/m3 PM2,5. De toename van luchtverontreinigende stoffen leidt daarmee niet tot overschrijding van wettelijke normen, de concentraties blijven (ver) beneden de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Over de effecten van ultrafijn stof is landelijk nog niet veel bekend (bron: RIVM) en bestaan nog geen normen/advieswaarden. Borging maximaal luchtkwaliteitseffect Op een aantal manieren is geborgd dat het berekende luchtkwaliteitseffect ook daadwerkelijk het maximale luchtkwaliteitseffect is.

• principe van inwaartse zonering: waarbij afstanden worden aangehouden tussen milieucategorieën en woningen, juist om wezenlijke luchtkwaliteitseffecten te voorkomen; • Worst-case berekening (zie hierboven) • Opnemen van eisen aan bedrijven in het bestemmingsplan en in het uitgiftebeleid

67

3.14

Geur Uit de inspraakreacties blijkt vrees voor geuroverlast tengevolge van het plan op de omgeving. Insprekers vragen om de geuroverlast zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen en het tevens in de planregels te borgen. Ook wordt gevraagd de overlast te monitoren. Algemeen Zoals eerder vermeld, wordt in het plan een inwaartse zonering voor bedrijventerrein toegepast aan de hand van de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ waarmee globaal wordt getoetst of deze ontwikkeling in de omgeving past. Doordat inwaartse zonering wordt toegepast, zal voldoende afstand tussen bedrijvigheid en de meeste omliggende verblijfsobjecten in acht worden genomen. Voor Heesch West zijn deze richtafstanden rondom de woningen in het gebied gelegd. Deze richtafstanden zijn bedoeld om hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen door voldoende afstand tot bijvoorbeeld woningen te houden. Hiermee zijn de contouren voor de verschillende milieucategorieën binnen Heesch West bepaald. Daarnaast borgt het wettelijk kader en provinciaal beleid dat bij vergunningverlening getoetst wordt aan de daadwerkelijk optredende geur en dat deze binnen de wettelijke en provinciale normen blijft.

Ondanks de richtafstanden die worden gehanteerd is echter nooit met zekerheid uit te sluiten dat de omgeving onder bepaalde (weers)omstandigheden toch hinder ervaart, bijvoorbeeld door stank van bedrijven, maar zeker niet continu en binnen de wettelijke normen die ervoor gelden. In het MER is ten aanzien van geur opgenomen (paragraaf 13.3): De agrarische activiteiten in het plangebied verdwijnen en daarmee ook de agrarische geuruitstoot. Daar staat tegenover dat de te ontwikkelen bedrijven kunnen leiden tot nieuwe geuruitstoot. Dit geldt niet zozeer voor zeer grootschalige logistiek, maar mogelijk wel voor overige industriële activiteiten. Het is voorhand niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen en welke geurbelasting dit met zich meebrengt. Echter geur is één van de afstandscriteria bij inwaartse zonering die op Heesch West gehanteerd wordt. Op die manier is aan de voorkant geborgd dat er geen overschrijding van geurnormen buiten het plangebied optreedt. Daarnaast borgt het wettelijk kader en provinciaal beleid dat bij vergunningverlening getoetst wordt aan de daadwerkelijk optredende geur en dat deze binnen de wettelijke en provinciale normen blijft. En in paragraaf 13.5 van de MER: Door de realisatie van Heesch West verdwijnen agrarische bedrijven met geuruitstoot uit het gebied.

Daar komt mogelijk geuruitstoot door nieuwe bedrijven voor terug, maar de inwaartse zonering (en wettelijke en provinciale eisen) voorkomen dat dit tot wezenlijke geureffecten leidt buiten de plangrens. Het aspect geurbelasting vanuit het plangebied op de omgeving wordt daarom neutraal beoordeeld (0). Gezien de bevindingen uit het MER, is er geen reden om aan te nemen dat er geuroverlast ter plaatse van woningen plaatsvindt.

68

Verschil geur agrarische en industriële activiteiten Enkele insprekers stellen dat geurhinder van agrarische activiteiten niet te vergelijken zijn met industriële geuren. Het is bekend dat diverse vormen van geur divers worden ervaren door omwonenden. Maar zoals al gesteld: ook voor geur wordt uitgegaan van een inwaartse zonering. Hiermee en met toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) wordt hinder zoveel mogelijk beheerst. Daarnaast, zoals in het voorafgaande is benoemd, borgt het wettelijk kader en provinciaal beleid dat bij vergunningverlening getoetst wordt aan de daadwerkelijk optredende type geur en dat deze binnen de wettelijke en provinciale normen blijft. Geurhinder door afval Een aantal insprekers vreest voor geurhinder door zwerfafval in en rondom het terrein. Door de ontwikkeling van Heesch West neemt het aantal personen binnen het plangebied toe. Het is niet uit te sluiten dat sommige personen zich niet aan de regels houden en afval op straat gooien maar er is ook geen reden om dat direct te veronderstellen. Zwerfafval is niet alleen hinderlijk voor de omgeving maar ook voor het imago van Heesch West en de zich vestigende bedrijven. Het beperken van vervuiling en verontreiniging zal dan ook een onderdeel zijn in het beheer van Heesch West.

Het is hierdoor dan ook niet te verwachten dat grote hoeveelheden zwerfafval in de omgeving terecht komen, laat staan dat dit een duidelijke geurhinder oplevert. Filteren geurhinder Insprekers vragen of de stank en schadelijke stoffen 100% gefilterd kunnen worden. Er moet voldaan worden aan de wettelijke normen ten aanzien van geur en luchtkwaliteit, waaraan getoetst wordt bij de vergunningverlening voor individuele bedrijven. Het 100% filteren van uitstoot en daarmee volledig voorkomen van geurhinder en luchtverontreiniging is voor veel bedrijfsactiviteiten technisch in de praktijk nog niet haalbaar, wel moet voldaan worden aan wettelijke normen en kan de uitstoot worden beperkt met toepassing van BBT. Extra borging geurhinder Ondanks dat aan de hand van de milieuzonering in het bestemmingsplan de geurhinder in beginsel is ingeperkt, en moet worden voldaan aan specifieke bepalingen uit separate milieuwet- en regelgeving, hebben we, naar aanleiding van de inspraakreacties, een aanvulling op de planregels doorgevoerd wat betreft het aspect geur. Deze is ook al even genoemd in paragraaf 3.2.4. Om de zorgen over eventuele milieuhinder verder weg te nemen, is in het ontwerpbestemmingsplan een aantal nadere waarborgen opgenomen voor algemene en specifieke milieuaspecten, waaronder geur.

Dit betreft voor geur de verplichting tot aantonen van aanvaardbare geurbelasting door activiteiten van bedrijven via een omgevingsvergunning (art. 5.7.2, c). Dit betekent concreet dat alle bedrijven bij een specifieke omgevingsvergunning nodig hebben voor het aspect geur, waarbij getoetst wordt of er sprake is van een aanvaardbare hoeveelheid geur van de inrichting op grond van concrete normen. De in artikel 5.7.2, c opgenomen concrete normen zijn normen die gelijk zijn aan de VNG-milieuzonering. Voor bedrijven die voor ‘geur’ in de staat van bedrijfsactiviteiten een richtafstand hebben van 50 meter of meer, zijn specifieke grenswaarden genoemd. Daarnaast gelden de andere extra verplichtingen voor alle bedrijven zoals genoemd in paragraaf 3.2.4. Met deze nadere waarborgen, zijn wij van mening dat wij zoveel als mogelijk tegemoet komen aan de zorgen hierover uit de omgeving. Daarnaast zal via de afdelingen Vergunningen van de gemeenten worden toegezien op naleving van de gestelde regels (monitoring). 69

3.15

Trillingen Een (beperkt) aantal insprekers heeft gewezen op de vrees voor trillingsoverlast ten gevolge van de planontwikkeling. Door de inwaartse milieuzonering (zie paragraaf 3.2 van dit document) liggen bedrijven op ruime afstand van woningen. Hiermee wordt trillingsoverlast door bedrijfsactiviteiten voorkomen. Naast bedrijfsactiviteiten kan echter ook (zwaar) vrachtverkeer tot trillingsoverlast leiden. Het plan is erop gericht om het (vracht)verkeer zoveel mogelijk over de Bosschebaan en Rekken richting de A59 te leiden. Langs deze wegen liggen een beperkt aantal woningen. Een beperkt deel van het (vracht)verkeer zal echter ook via andere omliggende wegen, van en naar Heesch West rijden. Het is hierdoor niet uit te sluiten dat er ook enige trillingsoverlast bij woningen langs deze wegen ontstaat. Uit bovenstaande blijkt dat er door het plan enige mate van trillingshinder is te verwachten, maar dat er geen sprake is van significante trillingshinder. In de MER (paragraaf 9.5) is dit beoordeeld als een licht beperkte verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie (0/-). Dit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

3.16

Lichthinder Insprekers hebben zorgen geuit over de komst van lichthinder door de bedrijventerreinontwikkeling. Lichtuitstraling kan als hinderlijk ervaren worden. Uit het MER (paragraaf 11.3) blijkt dat, zelfs met maatregelen, rekening moet worden gehouden met enige toename van lichthinder in de directe omgeving van het plangebied. Op grotere afstand (o.a. in Heesch, Vinkel en Geffen) zal de hinder naar verwachting zeer beperkt zijn. In de planontwikkeling is het belang van licht en de uitstraling daarvan op de omgeving al onderkend. Daarom worden maatregelen genomen om de lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken: • In de Parksingels zal de verlichting zo minimaal mogelijk worden afgesteld • Het licht is bij voorkeur in de rijbaan of heel laag bij de grond tenzij vanuit verkeersveiligheid dit niet gewenst is, bijvoorbeeld bij rotondes en kruisingen • Licht op bedrijfshallen moet naar beneden of schuin naar beneden schijnen en mag de omgeving en het groen niet onnodig belasten • Bij voorkeur komen er geen vrijstaande lichtmasten op de bedrijfspercelen maar alleen verlichting in of laag bij de grond en aan de gebouwen. Als het noodzakelijk is vanuit veiligheidsoogpunt om toch lichtmasten te plaatsen dan geldt dat deze niet hoger dan 4 meter mogen zijn en dat ze van het groen afgekeerd moeten zijn.

Deze maatregelen zijn opgenomen in het Circulair Kwaliteitsplan, die als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen en een leidend document vormt in het uitgifteproces. Daarnaast is naar aanleiding van de inspraakreacties een specifieke planregel opgenomen om dit aspect nog nader te waarborgen in 70

artikel 17.4. Hiermee wordt geborgd dat alleen een omgevingsvergunning voor bouwen kan worden verleend, indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden uit de richtlijnen voor lichthinder. Naast lichthinder door kunstmatige lichtbronnen kan er ook hinder ontstaan door reflectie (schittering) van zonnepanelen. In de Aanvulling op de MER is het effect van schittering nader toegelicht. Hieruit blijkt dat nadelige effecten niet geheel zijn uit te sluiten. Het MER beschrijft echter dat de effecten (zeer) beperkt van aard zijn en dat deze effecten met maatregelen zijn te voorkomen. Te denken valt daarbij aan het kiezen van de juiste opstellingshoek, het toepassen panelen met een anti-reflectiecoating en het landschappelijk inpassen van zonneparken. Gelet op het bovenstaande, is de verwachte lichthinder op de omgeving en woningen beperkt, waarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

3.17

Externe veiligheid Een aantal insprekers uiten hun zorgen over de gevolgen voor de veiligheid door het plan. Er wordt in het bijzonder gevreesd voor een ongeluk op het terrein met uitstraling van de effecten naar de omgeving, zoals giftige wolken en gevaarlijke stoffen. Methodiek plan Zoals eerder vermeld, wordt in het plan een inwaartse zonering voor bedrijventerrein toegepast aan de hand van de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ waarmee globaal wordt getoetst of deze ontwikkeling in de omgeving past. Doordat inwaartse zonering wordt toegepast, zal voldoende afstand tussen bedrijvigheid en de omliggende verblijfsobjecten in acht worden genomen. Voor Heesch West zijn deze richtafstanden rondom de woningen in het gebied gelegd. Deze richtafstanden zijn bedoeld om hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen door voldoende afstand tot bijvoorbeeld woningen te houden. Hiermee zijn de contouren voor de verschillende milieucategorieën binnen Heesch West bepaald. Normen en wetgeving Ondanks de richtafstanden zijn calamiteiten op voorhand nooit helemaal uit te sluiten. Daarom is in het MER onderzoek gedaan naar risicovolle ontwikkelingen en activiteiten waarbij is getoetst aan de normen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het PR is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het is dus een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Onderzoek en MER-resultaten Op het terrein van Heesch West worden risicobedrijven toegestaan, mits de risicocontour (PR 10-6 contour) niet over het bouwperceel van derden komt te liggen. In de planregels van het bestemmingsplan was dit in het voorontwerpbestemmingsplan al expliciet geborgd. Dit is gehandhaafd in het ontwerpbestemmingsplan, in artikel 5.4.8, a. Hierdoor zullen geen (beperkt) kwetsbare objecten (zoals woningen) binnen de risicocontour (PR 10-6) van nieuwe risicobronnen komen te liggen. 71

Door de eerder genoemde inwaartse zonering wordt voldoende afstand tussen de nieuwe bedrijvigheid en de omliggende verblijfsobjecten (zoals woningen) in acht genomen. Hierdoor is slechts een beperkte toename van het groepsrisico en blijft het groepsrisico ruim onder de zogenaamde oriëntatiewaarde. Dit is een richtwaarde om het groepsrisico aan te toetsen. Deze toetsing levert in het MER een neutrale tot licht negatieve (0/-) beoordeling op. Uit de toetsing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling op Heesch West onder de wettelijk vastgestelde normen blijft. Met de vaststelling van het bestemmingsplan geven de bevoegde gezagen expliciet aan zich bewust te zijn van eventuele risico's, en dit - gezien de verantwoording - als acceptabel te beoordelen. In het planvormingsproces is overleg gevoerd met de Veiligheidsregio en de Gasunie. Hun adviezen zijn in de planvorming verwerkt. Dit heeft geleid tot nadere waarborgen in het bestemmingsplan en in een Veiligheidsdocument (zie hieronder). Borging in bestemmingsplan Zoals genoemd in de vorige alinea’s, gaat het bestemmingsplan uit van een inwaartse milieuzonering, waardoor voldoende afstand tussen bedrijvigheid en de omliggende verblijfsobjecten in acht wordt genomen.

Daarnaast was in het voorontwerpbestemmingsplan al een regeling opgenomen dat risicovolle bedrijven zijn toegestaan, mits de PR 10-6-contour geheel binnen de eigen inrichtingsgrens van een bedrijf ligt. Deze regeling is vanzelfsprekend gehandhaafd in het ontwerpbestemmingsplan. Aanvullend op bovenstaande regels, zijn op basis van het advies van de Veiligheidsregio nadere waarborgen opgenomen in het bestemmingsplan, namelijk: • Verplichting tot inwinnen advies bij Veiligheidsregio indien gebouwen aaneen of rug-aan-rug worden gebouwd (art. 5.3, b) • Verplichting tot aantonen dat geen aantasting plaatsvindt van het aspect brandveiligheid bij het toestaan van bedrijven in de 2 e fase (art. 5.6.2, d, 8) • Verplichting tot het centraal kunnen afsluiten van eventueel aanwezige mechanische ventilatie voor zover dit technisch mogelijk is (art. 5.4.5) • Het houden van een minimale afstand van 3 meter vanaf de perceelsgrens voor zover het gaat om de opslag van brandbare stoffen (art. 5.4.7, b, 4) • Voorwaardelijke verplichting voor het inwinnen van advies bij de leidingbeheerder voordat de gronden van het zonnepark in gebruik kunnen worden genomen, in verband met de kathodische spanning in relatie tot de leidingen (art. 15.4).

Veiligheidsdocument Er is een veiligheidsdocument opgesteld waarin maatregelen ten aanzien van externe veiligheid zijn opgenomen, die zich niet goed lenen voor borging in het bestemmingsplan. Dit Veiligheidsdocument zal als sturend document worden gehanteerd in het gronduitgifteproces voor bedrijven. Het grootste deel van de maatregelen in het document hebben betrekking op de aanwezigen binnen het plangebied en eventuele passanten, omdat mogelijke effecten van een ongeval daarop betrekking hebben.

72

Conclusie Uit de toetsing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling op Heesch West onder de wettelijk vastgestelde normen blijft. Er is slechts een beperkte toename van het groepsrisico, die gezien de verantwoording, als acceptabel wordt beoordeeld. Ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan zijn daarnaast een extra waarborgen opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, om de risico’s verder te beheersen.

3.18

Gezondheid Een groot aantal insprekers vreest voor gezondheidsproblemen door het plan van Heesch West. Een aanzienlijk deel was weliswaar ingegeven door de komst van de windturbines (die inmiddels geen onderdeel meer zijn van het plan), maar een deel van de bezwaren zien ook op vrees voor gezondheidsproblemen door het industrieterrein zelf. Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling op de MER zijn op basis van de nieuwe geluid- en luchtkwaliteitsonderzoeken nieuwe GES (Gezondheidseffectenscreening)-berekeningen uitgevoerd. Dit op basis van de worst-case uitgangspunten voor geluid en luchtkwaliteit (zie paragrafen 3.12 en 3.13). Heesch West leidt tot toename van geluids- en luchtkwaliteitseffecten. Er is verschuiving in een aantal GES-klasses zichtbaar ten opzichte van de referentiesituatie. De effecten van Heesch West zijn vergelijkbaar met die in het MER 2019. In navolging van verkeer en geluid wordt een enigszins minder negatief effect verwacht dan in 2019 (vanwege de positieve beïnvloeding van verkeer en een kleiner oppervlak voor bedrijven uit milieucategorie 5.1). Het verdwijnen van de veehouderijen binnen het plangebied beperkt voor de bewoners aan de zuidzijde en rond het plangebied de gezondheidsrisico’s vanuit veehouderijen. De GGD heeft, zoals ook afgesproken met de omgeving, een advies gegeven op de gezondheidsaspecten van Heesch West.

Dit advies is als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd. In het advies is een aantal aandachtspunten gegeven ten aanzien van geluid, luchtkwaliteit, elektromagnetische spanning en geur. Naast specifieke adviezen op met name aspecten geluid en luchtkwaliteit, heeft de GGD algemene adviezen gegeven voor verdere inrichting van het landschapspark, monitoring, het zonnepark en het oprichten een leefbaarheidsfonds. De adviezen worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan en bij verdere uitwerking van het plan meegenomen

3.19

Kosten en baten en planschade Insprekers vrezen dat de waarde van de woningen daalt na realisatie van het bedrijventerrein. Insprekers stellen dat, door het steeds grotere normaal maatschappelijk risico, een goede ruimtelijke ordening vraagt dat het nadeel voor omwonenden zo veel mogelijk wordt beperkt. Ook wordt opgeroepen het plan niet verder in procedure te brengen. De kosten kunnen dan weer worden terugverdiend door de aangekochte gronden als agrarische grond uit te geven en verder te verdelen over de inwoners van de gemeenten of er kan een verlies worden genomen. Tot slot wordt gesteld dat de gemeente grote belangen heeft bij het uitgeven van de kavels en dat daarom cat. 5.1 aan bod zal komen. 73

De wet voorziet in een systeem waarin planschade afgehandeld wordt. Het is dan ook niet aan afzonderlijke plannen om dit systeem in twijfel te trekken en daar op voorhand rekening mee te houden. Dit strekt namelijk niet tot het voeren van een goede ruimtelijke ordening maar is een geheel ander vraagstuk. Wel is het vanuit een goede ruimtelijke ordening nodig om een locatie te kiezen die de overlast op omwonenden zoveel mogelijk beperkt. Deze locatiekeuze –en onderbouwing is gegeven in paragraaf 4.2 van de Aanvulling op de MER, en ook beschreven onder thema Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik van dit document (paragraaf 3.8). Of planschadevergoedingen daadwerkelijk aan de orde zijn, wordt niet beoordeeld in deze fase, maar pas in de fase na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan (tot 5 jaar na dat moment). Daarbij worden planschadeverzoeken door een onafhankelijke adviseur beoordeeld, waarbij tevens wordt meegewogen in hoeverre de ontwikkeling voorzienbaar was, en wordt een bepaald algemeen maatschappelijk risico meegenomen. Wel zijn in de exploitatie planschadevoorzieningen opgenomen, op basis van de mogelijk te verwachte planschade, waarmee het plan uitvoerbaar is. Per 1 januari 2019 hebben de gezamenlijke gemeenten Oss, Bernheze en ’s-Hertogenbosch voor een bedrag van ruim € 67 miljoen geïnvesteerd in Heesch West, met name in grondaankopen.

Met de uitgifte van de bedrijfskavels wordt een substantieel deel van deze investering terugverdiend. Desondanks zullen bij uitgifte van niet meer dan 50 hectare bedrijventerrein niet alle gemaakte kosten kunnen worden terugverdiend. De gezamenlijk gemeenten houden vanwege boekhoudvoorschriften rekening met een verliesvoorziening van ruim € 43,0 miljoen, waarvoor zij reeds middelen hebben gereserveerd. Bij uitgifte van 80 hectare is er mogelijk zelfs sprake van het geheel kunnen terugverdienen van de investeringen. Het niet verder in procedure brengen van het plan brengt een groter financieel tekort en risico met zich mee. De uitgifte van de bedrijfskavels geschiedt op marktconforme condities. De gezamenlijke gemeenten hebben geen specifiek financieel belang bij de komst van categorie 5.1 boven de categorie 4 bedrijven.

3.20

Werkgelegenheid Een aantal insprekers stelt dat Heesch West geen werkgelegenheid creëert voor de lokale omgeving. Ook wordt aangegeven dat er bovendien een tekort is aan arbeidskrachten voor het geplande terrein. Daardoor wordt ook de ontwikkeling van bestaande bedrijven afgeremd, omdat deze nog moeilijker personeel kunnen vinden. Er wordt vanuit het perspectief van werkgelegenheid een tegenstelling verondersteld tussen de ontwikkeling van bedrijven op Heesch West en ontwikkelkansen van bedrijven in de regio. De ontwikkeling van Heesch West zou geen werkgelegenheid bieden aan de regio of zou de ontwikkeling van bedrijven in de regio remmen door een gebrek aan arbeidspotentieel in de regio. Die veronderstellingen zijn niet juist. Regionale bedrijven(verenigingen) uiten een heel ander belang. Er is juist een sterke wens vanuit deze belanghebbenden om voortvarend aanbod aan te bieden voor de regionale behoefte. De concrete belangstelling van bedrijven voor Heesch West heeft in belangrijke mate een regionale herkomst. Heesch West creëert direct en indirect en op verschillende niveaus banen. Het profiel en de herkomst van de bedrijvigheid komt overeen met de bedrijven en sectoren waar de regio een sterke positie in heeft. Dit sluit ook aan op het opleidingsaanbod. Een positie die met de ontwikkeling van Heesch West behouden en verder ontwikkeld wordt.

Het is een evident belang om deze bedrijvigheid duurzaam verder te ontwikkelen en te behouden. Zo wordt werkgelegenheid behouden en ontwikkeld bij de betreffende bedrijven zelf en tegelijkertijd ook in het netwerk van (vaak ook regionale) ketenpartners en andere economische relaties. De ruimte in de regio die vrijkomt door het vertrek van bedrijven naar Heesch West, kan, afhankelijk van de locatie van herkomst, door andere bedrijven worden ingenomen. Ook 74

kunnen regionale verplaatsers mogelijkheden bieden voor transformatie en verbetering van leefbaarheid, bijvoorbeeld ook in de omgeving van Heesch West gelegen dorpen. De doorstroming draagt bij om kleinere, vaak lokale, bedrijven weer een passende vestigingsplek op de lokale bedrijventerreinen te kunnen bieden. Meer nog dan eerder al het geval was, heeft het bedrijventerrein een sterke regionale focus. Via het regionaal economisch overleg en het 1-loket houden we grip op de “vraag en aanbod”-verhoudingen in de regio. Voor een deel komen de bedrijven van buiten de regio, waarbij we via het intake-team aandacht hebben voor duurzame vestiging van het bedrijf door relaties te maken in de keten. Het vestigingsprofiel van Heesch West is in belangrijke mate een weerslag van economische sectoren waarin de regio een sterke positie heeft en wil behouden en verder ontwikkelen. We zien dit ook concreet terug in de belangstelling van bedrijven. Het betreft veelal bedrijven die zich verbonden voelen met de regio en de omgeving. Ook inclusief ondernemen maakt hier onderdeel vanuit, waarbij ondernemingen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans willen geven. We ontwikkelen Heesch West voor verschillende doelgroepen, die ook verschillend omgaan met werkgelegenheid. Voor de regionale verplaatsers geldt dat werkgelegenheid wordt behouden en ontwikkeld binnen de regio.

Heesch West heeft een verwachting over het aantal werknemers op het terrein, 2.500 a 3.000 arbeidsplaatsen. Maar net zo belangrijk is het gegeven dat door Heesch West bedrijven in de regio Oss-Den Bosch vooruit kunnen in hun groei. Bieden wij deze bedrijven geen uitbreidingslocaties, dan zullen zij onze regio verlaten met werkgelegenheidsverlies tot gevolg.

75

4

Samenvatting en beantwoording unieke inspraakreacties en handgeschreven aanvullingen pamfletten In de navolgende tabel wordt een samenvatting van de uniek binnengekomen inspraakreacties en handgeschreven aanvullingen op de binnengekomen pamfletten (zie hoofdstuk 2) weergegeven, evenals de reactie van de gemeente daarbij. 1. Kenmerk 10754507 ’s-Hertogenbosch en kenmerk 1374206 Bernheze 1 Inspreker vraagt of aangesloten wordt bij de wetenschappelijke oproep en constatering om snelle, verstrekkende en ongekende veranderingen in alle onderdelen van de samenleving te realiseren. Inspreker geeft enkele overwegingen om Heesch West klimaatneutraal te realiseren: - De mondiale klimaatakkoorden die in het verleden gesloten zijn, kennen afspraken waarin de opwarming van de aarde tot 1,5 of 2 graden wordt begrensd. Daarbij is onderbouwd aangegeven wat er gebeurt als de opwarming doorgaat - Miljoenen soorten worden met uitsterven bedreigd. Dit gaat om 12% van alle soorten - Mensen slopen de aarde zelf, door haar welvaart. Men is weliswaar tevreden maar de welvaart belast de aarde onevenredig - We koesteren onze vrijheid maar dit brengt kosten voor de aarde met zich mee. - We moeten naar een ander type economie. Motto: denk mondiaal, handel lokaal

Juist vanwege de door inspreker genoemde klimaatzorgen, ontwikkelen we Heesch West tot een zo duurzaam mogelijk bedrijventerrein, in lijn met de duurzame ambities van de drie gemeenten. Bij de planontwikkeling anticiperen we op toekomstige doelen, in eerste instantie met name 2030. Het Circulair Kwaliteitsplan beschrijft dit ook en stelt hiervoor in hoofdstuk 5 een afwegingskader voor duurzaamheid voor potentiële bedrijven (gekoppeld aan het bestemmingsplan, zie hieronder). Aan de hand van dit kader moeten bedrijven via een scoremethodiek aantonen dat hun bedrijf en plan voor de locatie voldoende duurzaam is. We leggen daarbij een hoge ambitie neer ten aanzien van duurzaamheid, zonder vooraf alles in detail vast te leggen met strikte normen. We verwijzen daarnaast naar de beschrijving van duurzaamheid in het plan in paragraaf 12.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. In de planregels van het bestemmingsplan is op diverse plekken een regel opgenomen ter borging van deze duurzame ambities. Voorbeelden hiervan zijn: - Realisatie drijvend zonnepark (bestemming Waarde - Zonnepark) - Verplichting tot aardgasvrij (art. 5.4.13) - Verplichting tot duurzaam dakgebruik (art. 5.4.4), zie ook antwoord in rij 3 - Verplichting tot bijdrage aan duurzaam bedrijventerrein, met koppeling aan dit duurzame afwegingskader uit het Circulair Kwaliteitsplan (art.

5.7) Daarnaast is duurzame ontwikkeling, naast regionale meerwaarde en werkgelegenheid, een belangrijk aspect in het afwegingskader voor gronduitgifte. Daarmee wordt vooruitgelopen op verdere wettelijke kaders. Zie verder het thema Duurzaamheid en het antwoord in rijen 2 en 214. 76

2

Inspreker vraagt of klimaat-neutrale bouw, energetische autarkie, maximale isolatie en warmtepompen worden geëist. Inspreker vraagt of het bedrijventerrein energetisch autarkisch wordt in zijn totaliteit. Inspreker vraagt of gezorgd wordt dat het terrein alle benodigde energie zelf opwekt via windturbines en zonneweiden.

3

Inspreker vraagt of de eis bestaat voor zonnepanelen, ook op de zuidflanken en op daken?

Als gezegd streven we met de ontwikkeling van Heesch West naar een zo duurzaam mogelijk bedrijventerrein. Dit wordt beoogd door duurzame bouw en duurzame lokale opwekking, in belangrijke mate ook op de bedrijfskavels zelf. Maar bijvoorbeeld ook toekomstig hergebruik van materialen is in het Circulair Kwaliteitsplan bij de gronduitgifte een belangrijke ambitie. Zie verder het antwoord bij rij 1. In het bestemmingsplan is een verplichting opgenomen voor het verplicht duurzaam gebruiken van de daken van de bedrijven in artikel 5.4.4: Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een gebouw wordt alleen verleend als minimaal 80% van de totale oppervlakte van het dak van het gebouw wordt gebruikt om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken (waarbij de technieken met het hoogste rendement moeten worden toegepast), tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert - in die gevallen dient de constructie van het gebouw wel dusdanig te worden vormgegeven dat het dak wel geschikt is voor het dragen van voorzieningen om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken.

4

5

Daarnaast is in de planvorming een drijvend zonneveld aan de westzijde van het plangebied opgenomen, en wordt ruimte geboden voor een tijdelijk zonneveld in de 2e fase van het plan. Inspreker vraagt naar de grondprijs, opdat de grondprijs zo hoog is dat Dat is in deze fase nog niet bekend. De grondprijs wordt marktconform bepaald. bedrijven in de hoogte gaan bouwen met het oog op minder grondgebruik. We streven intensief en mogelijk meervoudig grondgebruik na. De maximale bouwhoogten zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Zie verder het antwoord in rij 8. Inspreker spreekt de wens uit voor het minimaliseren van het verharde of Zie thema’s Ruimtelijke Kwaliteit (paragraaf Groene buffer / landschappelijke bebouwde ruimtegebruik zodat er ruimte blijft voor groen en bomen, dit kan inpassing) en Ecologie. Aanvullend daarop het volgende. door zo hoog mogelijk te bouwen en zoveel mogelijk onverhard voor de Een bedrijventerrein kent natuurlijk noodzakelijke verharding. De wegen adaptatie van regenwater. Inspreker vraagt hoe de biodiversiteit gehandhaafd worden gedimensioneerd op wat nodig is vanwege veiligheid en wordt in en rondom het gebied, of de biodiversiteit in kaart gebracht is en toegankelijkheid. Verhard oppervlak dient een optimaal functioneel en veilig welke maatregelen genomen worden om de biodiversiteit te beschermen en gebruik. uit te bouwen.

Belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van Heesch West echter, is het beperken van verharding, zowel op de uitgeefbare percelen, als in de parken en 77

6

Inspreker vraagt of het maximale aantal bomen geplant wordt.

7

Inspreker vraagt welke maatregelen genomen worden om de verharding te minimaliseren en welk effect dit heeft op de totale verharding.

8

Inspreker vraagt of hoogbouw geëist wordt in verband met minder ruimtegebruik.

9

Inspreker vraagt of het ruimtebeslag voor parkeren minder wordt gemaakt dan de berekende behoefte. Inspreker vraagt of OV, gemeenschappelijke auto's en de promotie van fiets en fietspaden geregeld wordt. Inspreker vraagt of een streng milieuzone regime wordt gevoerd op het terrein waar alleen elektrisch aangedreven, emissie loze voertuigen welkom zijn.

ontsluitingsassen. We verwijzen naar de beschrijvingen in paragrafen 3.6 en 4.3 van het Circulair Kwaliteitsplan over dit onderwerp. Hieruit blijkt dat minimaliseren van verharding het uitgangspunt is, in het kader van het groene karakter, duurzaamheid en waterberging. Dit aspect wordt meegewogen bij de gronduitgifteselectie, maar is ook geborgd via bepalingen in het bestemmingsplan – waarin wordt verplicht minimale percentages groen en blauw te realiseren op de bedrijfspercelen. Biodiversiteit is een van de vijf thema’s van het Circulair Kwaliteitsplan en dus ook een belangrijk aandachtspunt voor de ontwikkeling. We verwijzen ook naar onder andere het hoofdstuk 17 Natuur in Aanvulling MER en de MER uit 2019. Er worden zeer veel nieuwe bomen geplant. Bovendien worden zoveel mogelijk bestaande bomen behouden. Er worden op het terrein zelf nieuwe, brede groene singels gerealiseerd met inheemse soorten. In de singels staan niet alleen bomen maar ook heesters, struiken, kruidenlaag en zoombeplanting. Dit komt de biodiversiteit ten goede. Over het gehele terrein worden bosstroken aangeplant. Op sommige plekken zijn deze wel tot 80 meter breed. Onder andere in hoofdstuk 3.3 van het Circulair Kwaliteitsplan is globaal beschreven hoe het landschapspark er uit komt te zien.

Het landschapsontwerp wordt in een participatietraject met omwonenden en natuur- en landschapsorganisatie verder ontworpen. Zie het antwoord in rij 5. Er wordt geen hoogbouw geëist met het oog op minder ruimtegebruik. Er wordt met name gestuurd op meervoudig grondgebruik om toch zuinig met de ruimte om te gaan. Voorbeelden zijn het combineren van wateropvang en parkeren en energieopwekking op daken. De type bedrijven die op dit bedrijventerrein komen lenen zich niet goed voor letterlijk op elkaar stapelen. Logistiek bijvoorbeeld is lastig te stapelen. Nee, bedrijven moeten voldoen aan de eigen parkeerbehoefte. Het is ook mogelijk dat de parkeerbehoefte in een collectieve uitwerking plaatsvindt (nietregionaal). Zie ook het thema Mobiliteit. Fiets/gemeenschappelijk auto/OV: veilige en aantrekkelijke ontsluiting per fiets binnen het terrein en inpassing in doorgaande fietsroutes is een belangrijk uitgangspunt om fietsgebruik te bevorderen. Het terrein is gelegen langs de 78

10

Inspreker vraagt wat gedaan wordt met de uitstoot van stikstof, zowel van de gebouwen als activiteiten die plaatsvinden.

11

Inspreker vraagt welke eisen gesteld worden omtrent de te gebruiken materialen (LCA), afval en het afkoppelen van het riool, ook de vraag of circulair gedacht en gehandeld wordt.

Bosschebaan, hier is een goede busverbinding aanwezig. Verder is in een belangrijke sector in het vestigingsprofiel, namelijk logistiek, het al steeds meer gebruik om medewerkers met minibusjes vervoer aan te bieden. Het volledig uitsluiten van voertuigen met fossiele brandstoffen is nog niet reëel. Wel wordt gestuurd op een zo duurzaam mogelijk wagenpark en goede laadvoorzieningen bij de bedrijven. Dit is ook een van de aspecten die zal worden getoetst bij de gronduitgifte en via het bestemmingsplan. Beoogd wordt ook een business-to-business brandstofpunt te vestigen die duurzame brandstoffen aanbiedt. Zie thema Stikstof. Circulariteit is onlosmakelijk met het bedrijventerrein verbonden. Er is een Circulair Kwaliteitsplan opgesteld. Dit is een integraal visie-, ambitie- en ontwikkelplan. Heesch West wordt niet ontwikkeld zoals dat standaard in het verleden gebeurde. We richten de blik nadrukkelijk op de toekomst. Voor energie, klimaat en CO2 richten we ons daarbij alvast op de (inter)nationale doelstellingen van 2030. De eisen die gesteld worden aan de materialen staan in het Circulair Kwaliteitsplan in hoofdstuk 4. Bij toepassing van materialen zetten we in op ambitie grondstoffenakkoord 2030 en herbruik(baarheid) van materialen. Voor het afkoppelen van het hemelwater gaan we veel verder dan de eisen van het de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Het landschapspark en de bedrijven samen zorgen voor een zeer riante opvang- en infiltratiecapaciteit. Zo zijn er bijvoorbeeld ruim 2,5 km aan wadi’s en ruim 13,5 hectare aan oppervlaktewater. Bedrijven moeten bijvoorbeeld op eigen terrein parkeren aan de zijde van de Parksingels en daar ook hun waterafvoer en -infiltratie mee combineren. Het waterpeil in de centrale parkzone kan fluctueren zodat hier ook nog extra bergingscapaciteit is. Het hele systeem kan extreme natte en droge periodes opvangen. Alleen huishoudelijk water zoals toiletspoeling mag door bedrijven via bestaande rioolwatersystemen afgevoerd worden. Al het andere vuile water moeten de bedrijven zelf oplossen. Door bijvoorbeeld het water op eigen terrein te zuiveren en her te gebruiken.

79

12

Inspreker vraagt of het gebruik van het riool geminimaliseerd wordt door al het regenwater niet af te voeren maar ter plaatse in de grond te laten lopen.

Ja, zie het antwoord onder rij 11.

2. Kenmerk 1376902 Bernheze 13 Inspreker is ervan overtuigd dat de realisatie van het bestemmingsplan ten Zie thema's Gezondheid en Woon- en leefklimaat. koste gaat van het woonklimaat en gezondheid tot in Geffen, Heesch en Vinkel. 14 Inspreker stelt dat het plan zorgt voor een rood eiland in een groen gebied en Zie thema's Windturbines en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. niet aansluit bij bestaande aaneengesloten bedrijfsstructuren. De locatiekeuze voor een industrieterrein met windpark zorgt voor versnippering, wat in strijd is met nationaal en regionaal beleid om industrie en windturbines in enkele grote parken te clusteren. 15 Inspreker stelt dat op Heesch West uiterst hinderlijke bedrijven worden Zie thema's Proces en participatie, Milieucategorie en Behoefte. gevestigd die op andere plekken worden geweerd en op maatschappelijk verzet stuiten, daarom hebben de betrokken gemeenten besloten de bedrijven weg te stoppen aan de uiterste van de gemeenten ten koste van inwoners in Geffen, Heesch en Vinkel. Inspreker spreekt van een bedenkelijke manier van politiek bedrijven.

Inspreker stelt dat in de communicatie niet is ingegaan op de mogelijkheid om bedrijven met milieucategorie 5.1 toe te laten, er is beweerd dat het uitgangspunt milieucategorie 4 is, maar milieucategorie 5.1 bedrijven kunnen eenvoudig worden toegelaten via artikel 6.5.1 lid d, zonder de omwonenden deugdelijke rechtsbescherming te bieden. Inspreker meent dat op voorhand duidelijk is dat milieucategorie 5.1 bedrijven zich zullen vestigen in Heesch West, gezien het provinciaal overschot van bedrijventerrein met milieucategorie 4 en de slechte ontsluiting van Heesch West. Inspreker stelt dat voor toelating milieucategorie 5.1 een unaniem positief advies nodig hebben van de drie betrokken gemeenten, wat geen probleem oplevert aangezien de gemeente financiële belangen hebben bij het honoreren van de verzoeken. Inspreker stelt dat het gebied waarbinnen milieucategorie 5.1 bedrijven mogen worden toelaten het grootste gedeelte van het bedrijventerrein beslaat, hierdoor zullen de kavels eromheen leeg 80

16 17

18

blijven omdat andere bedrijven geen milieucategorie 5.1 bedrijf als buurman willen. Inspreker stelt dat onduidelijk is of het positief advies voor het toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven moet komen van het college van B&W of de gemeenteraad, wat weinig uitmaakt aangezien de coalitie een meerderheid heeft binnen de gemeenteraad. Inspreker stelt dat een unaniem advies door de drie gemeenten behaald kan worden via een krappe meerderheid in de raad en meent dat van echte unanimiteit sprake is als in artikel 6.5.1 lid d wordt opgenomen dat de betrokken gemeenteraad unaniem achter het besluit moet staan, in dat geval laat de raadsfractie zich niet volledig leiden door financiële belangen en kan het hinder voor omwonenden voorkomen. Inspreker voelt zich onder druk gezet door het onaangekondigde plan en de procedure en verwacht dat er alsnog ruimte is voor overleg en maatwerk.

Zie thema Proces en participatie.

Inspreker wijst op het MER rapport op bladzijde 123 "Aandachtspunt is wel Zie thema Mobiliteit. dat de A59 in westelijke richting al in de referentiesituatie aan de capaciteit zit en er al sprake is van filevorming" en dat het plan meer verkeer tot gevolg zal hebben. Inspreker wijst erop dat door het plan het sluipverkeer, het aantal files en opstoppingen op de A59 en toegangswegen zal toenemen. Inspreker wijst erop dat door het plan wegen onveiliger worden rondom Heesch West en de bereikbaarheid van woningen in gevaar komt. Inspreker wijst erop dat als gevolg van het plan de woning in waarde daalt. Zie thema Kosten en baten en planschade.

19

Inspreker is van mening dat de gezondheid wordt aangetast door de toename in fijnstof en geluidsoverlast.

Zie thema's Luchtkwaliteit, Geluid en Gezondheid.

20

Inspreker geeft aan dat de Koksteeg open moet blijven omdat hierdoor verkeerstoenames in en rond Vinkel hierdoor veroorzaakt worden. Dit afsluiten van de Koksteeg is volgens inspreker gebaseerd louter op het "ongewenste" mengen van verkeer van en naar Heesch West met lokaal/regionaal verkeer. Het argument van verkeersveiligheid is volgens inspreker bedenkelijk aangezien doorgaande fietsers (schoolgaande jeugd vanuit Vinkel naar Oss) wel op het industrieterrein mogen "mengen" met zwaar vrachtverkeer. Volgens inspreker wordt ten onrechte gesteld dat indien de Koksteeg niet zou worden afgesloten, deze eerst een forse opwaardering zou moeten krijgen. De huidige weginrichting voldoet voor nu

Zie thema’s Mobiliteit en Ruimtelijke kwaliteit.

81

21 22

23

24

en ook het toekomstige aantal voertuigen per dag. In het verkeersmodel is volgens inspreker uitgegaan van te hoge intensiteiten. Uit tellingen uit 2018 blijkt dat de intensiteit op de Koksteeg 800 tot 1.000 motorvoertuigen bedraagt in plaats van de 1.900 motorvoertuigen die in het verkeersmodel zijn opgenomen. Er is hierdoor volgens inspreker dan ook geen reden om de Koksteeg af te sluiten en een nieuwe doorsteek van de Koksteeg naar de Weerscheut te maken om daarmee nadelige gevolgen (als gevolg van de opwaardering van de Koksteeg) voor de uitgeefbaarheid van het bedrijventerrein te voorkomen. Inspreker stelt tevens dat als er daadwerkelijk menging van verkeer dreigt te gaan ontstaan, er andere praktische oplossingen zijn om dit te voorkomen, zoals enkel toegang voor bestemmingsverkeer, verkeerssluizen, slagbomen. Inspreker stelt dat met deze maatregelen een doorsteek langs de ecologisch en cultuurhistorisch waardevolle Ruitersdam kan worden voorkomen. Tevens stelt inspreker dat aanwonenden van de Koksteeg dan niet om hoeven te rijden en dat er dan geen verkeerstoename is in de kern van Vinkel. Inspreker is van mening dat de gigantische bouwhoogte niet inpasbaar is in Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. het relatief kleinschalige landschap.

Inspreker geeft aan dat met de keuze voor bouwhoogte 25 tot 30 meter er lijkt te worden voorgesorteerd op bedrijven in milieucategorie 5.1, want die hoogte is niet nodig voor cat. 4 bedrijven. De term 'bedrijvenpark in groen' is misleidend en zorgt voor horizonvervuiling. Inspreker vraagt de drie windturbines van 210 meter hoogte te schrappen, vanwege negatieve effecten voor het landschap en het woonklimaat.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

Zie thema Windturbines.

Inspreker geeft aan dat geurhinder voor iedereen anders kan zijn maar dat zij Zie thema’s Geur, Externe veiligheid en Gezondheid. vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder, bij langdurige blootstelling, nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. Inspreker stelt voor om in de planregels te borgen dat bedrijven die stankhinder veroorzaken er zich niet kunnen vestigen. Inspreker vraagt om de stankoverlast te voorkomen dan wel maximaal te beperken, de stankoverlast meermaals per jaar te monitoren en bij overschrijding van de stankoverlast te handhaven. Inspreker wijst op verschillende voorbeelden van ongelukken bij 82

industrieterreinen waaruit blijkt dat een industrieterrein bij Oss en Heesch niet gewenst is. 25

26

27

28

29

30

Inspreker wijst erop dat het bedrijventerrein voor geluidsoverlast zal zorgen door de verkeersaantrekkende werking en de bedrijfsprocessen (24/7) van de industriële bedrijven. Inspreker wijst erop dat de 210 meter hoge windturbines voor geluidshinder zullen zorgen. In het bijzonder in de nacht zal het een overheersend geluid vormen. Inspreker wijst erop dat door slijtage de geluidshinder groter zal zijn en dat de rapporten onvoldoende rekening hiermee houden. Daarnaast is onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid om binnen het grootste deel van het terrein 5.1 op te richten. Inspreker is van mening dat de MER en de toelichting bij het bestemmingsplan ten onrechte stellen dat het aantal woningen dat negatieve effecten van de toename van de geluidbelasting ondervindt, relatief beperkt is. Reclamant stelt dat het onterecht is de schadelijke gevolgen te bagatelliseren door te wijzen op de al hoge geluidbelasting door de A59. Inspreker meent dat als een woonklimaat slecht is door geluidhinder alles in zijn werk gesteld moet worden om dit te verbeteren en afgezien moet worden van ontwikkelingen die de hinder nog verder doen toenemen, er is daarom sprake van een slechte ruimtelijke ordening.

Inspreker wijst erop dat in de toelichting wordt opgemerkt dat bij de woningen waar een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) voor industrielawaai wordt vastgesteld, verwacht wordt dat aan de vereiste binnenwaarde wordt voldaan, inspreker mist waarop deze verwachting is gebaseerd. Inspreker stelt verder dat een tuin juist in het woongebied een belangrijk onderdeel is van wonen, door het toenemen van de geluidbelasting is geen sprake meer van een goed woonklimaat, hier is ten onrechte geen rekening mee gehouden. Inspreker betwist op basis van het bovenstaande dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect geluid. De rapporten schetsen een te rooskleurig beeld, waardoor de geluidsbelasting in werkelijkheid groter zal zijn. Inspreker doet een beroep op u om de drie hoge windturbines te schrappen. Inspreker geeft aan dat de windturbines zorgen voor landschapsvervuiling, geluidshinder en gezondheidsproblemen als stress en slaapproblemen.

Zie thema Geluid.

Zie thema Windturbines.

Zie thema’s Windturbines, Milieucategorie en Geluid.

Zie thema Geluid.

Zie thema's Woon- en leefklimaat en Geluid.

Zie thema Windturbines.

83

31

32

33 34

35

36

37

Inspreker wijst erop dat hogere windturbines met grote wieken meer laagfrequent geluid produceren en langdurige blootstelling hieraan vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieverlies, verstoorde nachtrust en fysiologische stress kan veroorzaken. Inspreker wijst op hinderlijke lichtvariaties en slagschaduw door de windturbines die overeenkomen met zeeziekte. Inspreker is van mening om het voorzorgsbeginsel toe te passen bij de bouw van windturbines vanwege aanwijzingen voor gezondheidsschade bij omwonenden. Inspreker wijst erop dat windturbines slachtoffers maken onder insecten, waardoor het ecosysteem verstoord kan worden.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines.

Zie thema Windturbines

Inspreker is van mening dat er geen sprake is van goede ruimtelijke ordening, Zie thema Windturbines. omdat de afstanden tussen woningen en windturbines in omringende EUlanden langer zijn. Inspreker wijst daarnaast op uitspraken van de Raad van State dat omwonenden belanghebbend zijn indien zij binnen een afstand die gelijk is aan 10x de tiphoogte van de windturbine wonen. Dit geldt dus voor de omwonenden van Vinkel, Heesch en Geffen binnen de 2100 meter van de windturbine. Ook is het een feit dat het relatief weinig waait in dit gedeelte van Brabant. Inspreker stelt dat de gemeente ambities heeft die over de ruggen van de Zie thema’s Windturbines, Duurzaamheid en Proces en participatie. bewoners heen gaat, zonder burgerparticipatie. De weerstand is groot. De lokale bestuurders dienen zeker ook naar de belangen van omwonenden te kijken. Financiële belangen van de gemeente mogen niet doorslaggevend zijn. Inspreker vraagt zich of het prestigedrang is? Inspreker is van mening dat er een duurzame oplossing mogelijk is zónder windturbines en mét burgerparticipatie. Inspreker wijst op de eis van zorgvuldig ruimtegebruik, of er vraag is naar deze Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. hoeveelheid hectare bedrijventerrein. Inspreker stelt dat het nieuwe bedrijventerrein ten koste gaat van het bestaande agrarische, en grotendeels onbebouwde, gebied.

Inspreker beweert dat er te weinig vraag is naar categorie-4 bedrijven, omdat Zie thema Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. er nu al een overschot is van 500 hectare. Inspreker stelt dat er zorgvuldiger omgegaan dient te worden met de ruimte.

84

38

39

28

40

41

42

43

44

Inspreker verzoekt om het financiële verlies te nemen en omwonenden te behoeden voor horizonvervuiling, slagschaduw, extreme geluidsoverlast, waardedaling en overige overlast als niet wordt gecompenseerd. Inspreker wijst erop dat realisatie van het bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat tal van emissies gaan optreden die schadelijk zijn voor mens en milieu. Inspreker stelt dat in het bestemmingsplan ten onrechte is geconstateerd dat de voorgenomen activiteit geen negatieve effecten heeft voor de Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, Moerput-ten & Bossche Broek en Rijntakken. Inspreker is van mening dat de toename van uitstoot van stikstof significante gevolgen heeft voor genoemde Natura 2000-gebieden (en voor verderop gelegen Natura 2000-gebieden). Inspreker wijst erop dat de passende beoordeling die is gemaakt bij de PAS, ontoereikend is om te kunnen concluderen dat geen significante nadelige effecten op Natura 2000-gebieden zullen optreden. De stikstofruimte die is gereserveerd in de PAS, mag derhalve niet worden ingezet. Inspreker verzoekt om het plan niet in procedure te brengen en geeft aan dat een gedeelte van de kosten kan worden terugverdiend door de aangekochte gronden weer als agrarische grond of als grond voor lichte bedrijven uit te geven. Inspreker wijst erop dat omwonenden niet zijn geïnformeerd over de procedure en de actualiteit van het plan.

Inspreker stelt dat er is gezwegen over het eventueel toelaten van milieucategorie 5.1 bedrijven, wat een poging lijkt op het misleiden van de omwonenden. Ook bestuurders hebben bij de terinzagelegging aangegeven dat het onwaarschijnlijk is dat 5.1 bedrijven worden toegelaten. Inspreker verzoekt om het plan niet in procedure te brengen en geeft aan dat een gedeelte van de kosten kan worden terugverdiend door de aangekochte gronden weer als agrarische grond of als grond voor lichte bedrijven uit te geven.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema's Gezondheid en Ecologie.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Stikstof.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

Zie thema's Milieucategorie en Proces en participatie.

Zie thema Kosten en baten en planschade.

85

3. Kenmerk 1370722 Bernheze en kenmerk 9198966 ’s-Hertogenbosch 45 Inspreker is ervan overtuigd dat de realisatie van het bestemmingsplan ten Zie thema's Gezondheid en Woon- en leefklimaat. koste gaat van het woonklimaat en gezondheid tot en van in Geffen, Heesch en Vinkel. 46 Inspreker stelt dat het plan zorgt voor een rood eiland in een groen gebied en Zie thema's Windturbines en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. niet aansluit bij bestaande aaneengesloten bedrijfsstructuren. De locatiekeuze voor een industrieterrein met windpark zorgt voor versnippering, wat in strijd is met nationaal en regionaal beleid om industrie en windturbines in enkele grote parken te clusteren. 47 Inspreker stelt dat op Heesch West uiterst hinderlijke bedrijven worden Zie thema's Proces en participatie, Milieucategorie en Behoefte. gevestigd die op andere plekken worden geweerd en op maatschappelijk verzet stuiten, daarom hebben de betrokken gemeenten besloten de bedrijven weg te stoppen aan de uiterste van de gemeenten ten koste van inwoners in Geffen, Heesch en Vinkel. Inspreker spreekt van een bedenkelijke manier van politiek bedrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923620/1