Bijlage 1: bestuurlijk verslag JADS
Tekst van het document
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 2 Oorspronkelijke opzet .............................................................................................................................. 2 Resultaten op onderwijs .......................................................................................................................... 3 Resultaten op onderzoek ......................................................................................................................... 6 Resultaten op het gebied van kennisvalorisatie ...................................................................................... 9 Organisatie JADS/db ............................................................................................................................. 10 De Stuurgroep (SG) ........................................................................................................................... 10 Management Team (MT) ................................................................................................................... 10 Organigram JADS/db .........................................................................................................................
10 Bedrijfsvoering en (financiële) verantwoording JADS ........................................................................... 11 Achtergrond........................................................................................................................................ 11 Bedrijfsvoering JADS/db .................................................................................................................... 11 Realisatie JADS/db t.o.v. de Business case 2016 ............................................................................. 12 Realisatie in-natura bijdrage van de universiteiten t.o.v. business case 2016 .................................. 14 Joint BSc Data Science .................................................................................................................. 15 Special MSc Eindhoven ................................................................................................................. 15 Special MSc Tilburg ....................................................................................................................... 15 Zichtbaarheid JADS Den Bosch ............................................................................................................ 16 BIJLAGE 1 Monitoringscriteria .............................................................................................................. 19
1
Inleiding 1 december 2020 was de 4e Dies Natalis van JADS; immers op 1 december 2016 werd JADS formeel geopend op de locatie in Den Bosch door Koningin Máxima. Dit bestuurlijk verslag reflecteert op deze vierjarige periode, en geeft aan waar JADS nu staat. We geven inzicht in de mate waarin doelstellingen zijn behaald op basis van de activiteiten die zijn ontplooid, en geven aan wat de daaruit voortvloeiende visie voor de toekomst is. Het zijn vier jaren geweest van pionieren, groeien en bouwen. In al die fases zijn er interne en externe factoren geweest die invloed hebben gehad op de richting die JADS gekozen heeft en die mee de huidige positie van JADS bepaald hebben. Ook na deze vier jaar is de overduidelijke conclusie dat JADS toekomstpotentie heeft. Het is en blijft een unieke samenwerking tussen twee universiteiten, namelijk Universiteit van Tilburg (TiU) en de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), versterkt door samenwerking binnen de Provincie Noord-Brabant (PNB) en mede bouwend op een lokaal data gedreven ecosysteem in de Gemeente ’s-Hertogenbosch (GsH). JADS profileert zich op de drie kerntaken van een universiteit: onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie op het gebied van Data Science. Deze activiteiten worden vorm gegeven op drie verschillende locaties, zijnde op de bestaande campussen in Tilburg en Eindhoven, en op een nieuwe campus in ’s-Hertogenbosch.
Het eerste deel van het bestuurlijk verslag bespreekt de resultaten van JADS over de combinatie van de drie campussen op het gebied van onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie. In het tweede deel wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe campus in ’s-Hertogenbosch, hierna vermeld als JADS/db, en wordt (financiële) verantwoording afgelegd van de verschillende activiteiten.
Oorspronkelijke opzet In de loop van 2015 hebben vier partijen zich verenigd met het doel om op het gebied van Data Science een gezamenlijke activiteit te ontplooien. Dit resulteerde in de Jheronimus Academy of Data Science, opgericht door vier partners: de Technische Universiteit Eindhoven, de Universiteit van Tilburg, de Provincie Brabant en de gemeente ’s-Hertogenbosch. De twee Brabantse universiteiten, TiU en TU/e, vullen elkaar aan op hun kennisgebieden, waarbij TU/e sterk is in de meer technische disciplines en TiU in de sociale en geesteswetenschappen. De stad 's-Hertogenbosch en de provincie Noord-Brabant zagen JADS als een toegevoegde waarde voor de regio door het creëren van een nieuw ecosysteem. Daarnaast heeft de Brabantse regio een lange traditie van innovatie die gebaseerd is op samenwerking. De samenwerking tussen de vier partners werd op 31 mei 2016 formeel vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst (SOK). Daarin hebben de vier partners de doelstellingen geformuleerd, alsook nader vastgelegd wie welke bijdrage zou leveren om de doelstellingen te halen. Deze doelstellingen zijn: I. Onderwijs: Realiseren van een Grand Design van Data Science opleidingen in Brabant II.
Onderzoek: Uitbouw Data Science wetenschap in de regio
III.
Infrastructuur: ontwikkeling dedicated wetenschappelijke kennisinfrastructuur in ’sHertogenbosch
IV.
Valorisatie: Universitaire inzet op valorisatie Data Science
V.
Aangaan huurovereenkomst Mariënburg voor de JADS activiteiten met locatie ’sHertogenbosch.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat drie van de vijf doelstellingen betrekking hebben op JADS in zijn totaliteit, waarbij met name doelstelling III en V een focus hebben op de JADS activiteiten in ’sHertogenbosch, dus op JADS/db. Om deze doelstellingen te kunnen realiseren zijn afspraken gemaakt over de financiële bijdragen van de vier partners. De twee universiteiten TiU en TU/e zouden “in natura” bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs en onderzoek op het gebied van Data Science met een focus op activiteiten op de eigen campus en een investering in het opzetten van een gezamenlijk BSc-programma. De Gemeente ’s-Hertogenbosch en de Provincie Noord-Brabant zouden gezamenlijk € 20mln investeren in de opzet 2
van de nieuwe campus in ’s-Hertogenbosch. Figuur 1 is overgenomen uit de SOK, en geeft in donker blauw de financiering van GsH en PNB aan, terwijl de bijdragen van beide universiteiten weergegeven zijn in groen en oranje.
FIGUUR 1: OVERZICHT JADS VOLGENS DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST Afgesproken is dat JADS de benodigde exploitatiebijdrage van GsH en PNB voor de activiteiten in ‘sHertogenbosch alleen ontvangt als inhoudelijk en financieel verantwoording afgelegd wordt en als aantoonbaar gemaakt is dat beide universiteiten hun in natura bijdragen geleverd hebben. Conform een bestuurlijk besluit in maart 2018 wordt de verantwoording vanaf 2019 aangevuld met een bestuurlijk verslag.
Resultaten op onderwijs Op het gebied van onderwijs omvat JADS de volgende activiteiten: - Een gezamenlijke BSc Data Science, verzorgd door de TiU en de TU/e op de campussen in Tilburg en Eindhoven - Een special track MSc Data Science Engineering, verzorgd door de TU/e op de campus in Eindhoven - Meerdere special tracks MSc Data Science Business & Society, verzorgd door de TiU op de campus in Tilburg - Een MSc Data Science Entrepreneurship en de bijbehorende premaster, verzorgd door beide universiteiten bij JADS/db - Een PDEng-programma Data Science Entrepreneurship, verzorgd door beide universiteiten bij JADS/db - Een permanent education (PE) programma, verzorgd door beide universiteiten bij JADS/db Voor elk van deze activiteiten is al (inhoudelijke en financiële) verantwoording gegeven in de jaarverantwoordingen (opgesteld door JADS/db). We geven hier per activiteit een samenvatting van de eerder weergegeven resultaten. Alle opleidingen kennen een inhoudelijk fundament van kennis en kunde van de datatechniek gecombineerd met kennis en kunde van de social en economic sciences. Dit is uniek en tot op heden is dit hét onderscheidend vermogen t.o.v. andere concurrerende opleidingen.
Joint Bachelor Data Science Het gezamenlijk BSc programma op het gebied van Data Science is bij de TiU en de TU/e gestart in september 2016. Het betreft een driejarige opleiding, die de studenten een basis geeft op het gebied van Data Science, met niet alleen aandacht voor de formele computer science technieken, maar ook voor de bedrijfskundige, maatschappelijke en menselijke aspecten van het gebruik van data in toepassingen. De opleiding werd voorwaardelijk geaccrediteerd eind april 2016, en kreeg het predicaat van een technische opleiding met daaraan gerelateerd de hoge bekostigingsfactor van het Rijk. De opleiding 3
voorzag in een instroom van 80 studenten in 2016 dat zou groeien naar een stabiele instroom van 200 studenten in 2018. De verwachting was dat hiervan 85% uit Nederland zou komen, terwijl de overige 15% internationaal zou zijn. Bij de opstart bleek de instroom van studenten echter achter te blijven t.o.v. de verwachtingen; ook de internationale instroom bleek kleiner dan verwacht. De groei in studentenaantallen over de laatste vier academische jaren is:
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 aantal bachelor 55 133 219 319 In mei 2019 werd de opleiding onvoorwaardelijk geaccrediteerd na het behalen van de macrodoelmatigheidstoets door het Ministerie van OCW. De opleiding wordt ieder jaar opnieuw goed gewaardeerd door studenten, wat belangrijk is voor de heraccreditatie die in mei 2021 gepland staat. Een grote uitdaging van de opleiding is echter de doorstroming van studenten naar de gezamenlijke MSc op het gebied van Data Science Entrepreneurship bij JADS/db. De meeste afgestudeerde BSc’s kiezen voor de MSc track op het gebied van Data Science Engineering bij de TU/e, voor een van de MSc tracks op het gebied van Data Science Business & Society bij de TiU of voor een MSc bij een andere universiteit. Doorstroming naar de MSc Data Science Entrepreneurship is dan ook van de aandachtspunten voor de toekomst, waarbij de reden voor de beperkte doorstroming onderzocht zal worden
MSc Data Science Engineering Het MSc programma Data Science Engineering is in het najaar van 2015 gestart en wordt verzorgd op de locatie van de TU/e. Het betreft een tweejarige opleiding gegeven vanuit de faculteit Wiskunde en Informatica. Het is een van de doorstroom MSc-opleidingen vanuit de Joint BSc, en zorgt voor verdere verdieping in de computer technische kennis samenhangend met Data Science. Deze opleiding heeft dan ook als technische opleiding het hoge bekostigingsniveau van het Rijk. Omdat deze opleiding vorm gegeven is als track binnen een bestaande MSc-opleiding van Computer Science was accreditatie op het moment van opstart niet nodig. Tegelijkertijd is het lastiger om via een track zichtbaarheid voor de opleiding bij nieuwe studenten te creëren. Niettemin kwam het aantal studenten in 2018 dicht bij de 100. De groei in studentenaantallen over de laatste vier academische jaren is:
aantal master
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 16 28 90 199
MSc Data Science Business & Society Inmiddels worden aan de TiU niet twee (zoals in de oorspronkelijke business case voorzien) maar drie MSc-opleidingen aangeboden, die doorstroom MSc-opleidingen zijn voor de Joint BSc Data Science. Deze drie MSc-opleidingen zijn: ▪ Marketing Analytics ▪ Operational Research and Management Science ▪ Data Science and Society (gestart als Business and Governance) Het betreft in dit geval eenjarige in plaats van tweejarige MSc-opleidingen. De belangstelling voor deze opleidingen onder studenten is erg groot. Reeds bij de start van de opleidingen in 2016 waren er 200 studenten ingeschreven. Vooral de TiU-master Data Science & Society is een enorm succes gebleken. Grote aantallen studenten stromen in, veelal met een niettechnische bachelor vooropleiding (zoals Rechten, Psychologie, Sociologie, etc.). Een aanzienlijk deel van hen volgt dan ook eerst een premaster-opleiding (aan TiU). De groei in studentenaantallen over de laatste vier academische jaren is:
aantal master
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 229 318 380 416 4
Joint Master Data Science & Entrepreneurship en de bijbehorende premaster Maandag 5 september 2016 was de formele start van het eerste collegejaar van de Joint Master Data Science & Entrepreneurship en de bijbehorende premaster in JADS/db. De joint master is een tweejarige opleiding met een curriculum waarin studenten worden opgeleid tot data scientist met een entrepreneurial mindset. De opleiding werd – net als de gemeenschappelijke BSc – voorwaardelijk geaccrediteerd in 2016. De werving van de studenten was al voorwaardelijk opgestart. Om toegelaten te worden tot de opleiding waren de eisen hoog. Studenten van de bacheloropleidingen technische bedrijfskunde en econometrie waren direct toelaatbaar. Maar omdat veel studenten nog onvoldoende vooropleiding hadden dan wel kennis op het gebied van de technische computerkunde bleek een premaster noodzakelijk. In drie maanden tijd werd de premaster ontwikkeld en geïmplementeerd met een groei van de instroom als resultaat. De eerste lichting bestond uit 28 master studenten en 31 premaster studenten. De groei in studentaantallen over de laatste vier academische jaren is:
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 aantal premaster 31 71 97 51 aantal master 28 73 195 192 Ten opzichte van de aannames die werden gemaakt in 2016 (zie bijlage 1, waarin alleen van een MSc-opleiding uitgegaan werd) is in de eerste drie collegejaren een groter aantal studenten gestart (in de premaster en master samen) dan verwacht. De opleiding wordt door studenten goed gewaardeerd en op basis van studenteninput steeds verder verbeterd. De grootste uitdaging van de opleiding is het vinden van (excellente) docenten, omdat er schaarste van kennis en kunde is op het zich snel ontwikkelende gebied van Data Science. De baanzekerheid van de opleiding is hoog: de eerste lichtingen studenten hadden doorgaans een baan voordat het diploma werd behaald. In mei 2019 werd door het behalen van de macrodoelmatigheidstoets door het Ministerie van OCW de opleiding onvoorwaardelijk geaccrediteerd. In 2021 moet een heraccreditatie plaatsvinden. De opleiding heeft de uitdaging zich kwalitatief te blijven onderscheiden ten opzichte van opkomende concurrentie.
PDeng Data Science Entrepreneurship Maandag 5 september 2016 was ook de formele start van het PDEng programma Data Science & Entrepreneurship. De opleiding tot Professional Doctor in Engineering is een tweejarige postdoctorale opleiding die werd geaccrediteerd in 2016. Eind 2020 is de opleiding opnieuw bekeken door een accreditatie commissie, waarvan de uitslag in 2021 verwacht wordt. In tegenstelling tot reguliere master studenten komen de trainees in dienst van de universiteit. De trainees hebben een masterdiploma in wiskunde, statistiek of computerwetenschappen nodig om toegelaten te worden tot deelname aan het programma. Het programma bestaat uit een curriculum waarbij de trainees het eerste jaar middels modules en opdrachten extra worden gevormd. In het tweede jaar worden de trainees met een grote eindopdracht aan het bedrijfsleven gekoppeld. De bedrijven krijgen tegen betaling 12 maanden lang een trainee die dagelijks werkt aan de opdracht en die wordt begeleid door de wetenschappelijke staf van de universiteit. Het vinden en contracteren van het bedrijfsleven voor de eindopdrachten van de trainees worden veelal door het impactteam (zie hoofdstuk Valorisatie) gerealiseerd. Tweemaal per jaar worden er ca 10-12 trainees geselecteerd uit de vele aanmeldingen. De aanmeldingen komen veelal tot stand door mond-tot-mond reclame. Slechts minimale marketing is nodig gebleken.
De opleiding kent een hoog internationaal karakter: ca 95% van de trainees komt uit het buitenland. Daarbij varieert de nationaliteit van Oekraïne tot Colombia en van Ethiopië tot
5
Griekenland. Het merendeel van de trainees blijft na de opleiding in Nederland, en regelmatig wordt hen een baan aangeboden door het bedrijf waar de eindopdracht is vervuld.
De groei in het aantal trainees in de afgelopen vier jaar is:
aantal trainees
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 11 29 36 42
Deze instroom is hoger dan oorspronkelijk ingeschat (zie ook bijlage 1).
Permanent Education Het bedrijfsleven ziet in de afgelopen jaren in toenemende mate het belang in van kennis en kunde op het gebied van data. Vele bedrijven produceren enorme hoeveelheden data, en willen hun medewerkers opleiden om uit deze data krachtige inzichten te destilleren, om het bedrijf in staat te stellen slimmere bedrijfsbeslissingen te nemen, en om de digitale innovatie van het bedrijf te verbeteren. Bedrijven investeren daarom in het opleiden van hun medewerkers op dit vakgebied De JADS PE programma’s leiden tot een certificaat voor de deelnemers. JADS heeft er in 2016 voor gekozen om zowel een open-certificaat programma aan te bieden alsmede een certificaat programma op maat gemaakt voor een bedrijf of branche. Voor een deelnemer kan starten wordt gekeken naar de vooropleiding en de werkervaring van de betreffende persoon. De programma’s kennen verschillende startmomenten in het jaar. In het programma komen alle data science vakgebieden aan de orde: van programmeren tot analyseren en visualiseren. Om het certificaat te behalen moet een eindopdracht worden gemaakt, die veelal bestaat uit het oplossen van een vraagstuk uit het bedrijf waar de deelnemer werkzaam is. Op deze manier wordt ingespeeld op zowel de behoefte van de deelnemer als het bedrijf om direct inzicht te geven en verkrijgen van de mogelijkheden met de “eigen” data.
De groei in het aantal deelnemers aan de PE programma’s in de afgelopen vier jaar is:
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 aantal deelnemers 20 60 194 364 Hiermee is sinds 2017 een omzet gehaald die ongeveer 300% is van de omzet die in de oorspronkelijke business case meegenomen werd. Deelnemers blijven regelmatig betrokken bij het programma door te helpen bij het begeleiden van nieuwe deelnemers bij de eindopdrachten. Op deze wijze blijft hun kennis actueel en zorgt de interactie veelal voor nieuwe inzichten en mogelijkheden met data.
Resultaten op onderzoek De tweede doelstelling uit de SOK refereert naar het uitbouwen van onderzoek op het gebied van Data Science wetenschap voor de regio, waarbij deze laatste refereert naar de Provincie NoordBrabant met daarbinnen een specifieke focus op de Gemeente ’s-Hertogenbosch. Ten behoeve van deze doelstelling zijn drie onderzoekscentra opgestart: - DSC/e: Het Data Science Center in Eindhoven -
DSC/t: Het Data Science Center in Tilburg
-
DSC/db: Het Data Science Center in ‘s-Hertogenbosch
Elk DSC heeft zijn eigen specifieke onderzoeksprogramma’s passend bij de lokaal aanwezige disciplines. Daarnaast wordt op de overlappende onderwerpen intensief samengewerkt middels reguliere overleggen.
Data Science Center Eindhoven 6
Tot en met 2019 werd in het Data Science Centre Eindhoven vooral multidisciplinair onderzoek gedaan in nauwe samenwerking met externe partners op zes verschillende domeinen, zijnde: • Smart Manufacturing & Maintenance • Health Analytics • Quantified Self (=Human Vitality & Technology) • Internet of Data • Customer Journey • Responsible Data Science Elk van deze domeinen werd inhoudelijk gecoördineerd door een wetenschappelijke leider en werd projectmatig ondersteund door een programmamanager. Sommige van deze gebieden bouwden bij de start van het DSC/e voort op bestaand onderzoek, waarbij het DSC/e het multidisciplinaire karakter van het onderzoek en de contacten met het netwerk verder ondersteunde. Andere gebieden werden relatief recent opgestart. Om dit vorm te geven heeft het DSC/e 12 relevante disciplines geïdentificeerd (zoals weergegeven in de “disciplinebloem”), die elk binnen één van de deelnemende faculteiten verder ontwikkeld werd.
Alle onderzoekers die deelnamen aan het DSC/e bleven aangesteld bij één van de faculteiten van de TU/e, maar zochten elkaar in het combineren van disciplines om op die manier relevante uitdagingen op het gebied van Data Science voor de industrie en de maatschappij aan te gaan. Om die samenwerking te faciliteren, concentreerde DSC/e zich met name op twee vormen van activiteiten: 1. Netwerk events: Interne workshops en lunches werden vooral gebruikt om binnen de TU/e wetenschappelijk staf met een verschillende disciplinaire achtergrond met elkaar in verbinding te brengen om zo vanuit een multidisciplinair perspectief onderzoek te kunnen doen. Externe events werden gebruikt om relevante stakeholders uit de industrie of de maatschappij te identificeren voor de verschillende programma’s en om inzicht te krijgen in de actuele onderzoeksvragen van deze stakeholders. 2. Ondersteuning bij project aanvragen: de programmamanagers van het DSC/e faciliteerden het opzetten van een netwerk en samenwerking ten behoeve van projectaanvragen voor funding bij de nationale of Europese overheid, en ondersteunden onderzoekers bij het schrijven van die projectaanvragen In totaal waren een 130 wetenschappers in meer of mindere mate bij het DSC/e betrokken.
Het overgrote deel van deze wetenschappers zijn MSc, PDEngs, PhDs en Postdocs die het onderzoek uitvoerden onder begeleiding van de vaste wetenschappelijke staf. In 2020 is het DSC/e opgegaan in een nieuw instituut aan de TU/e, namelijk het Eindhoven Artificial Intelligent Systems Institute (EAISI). Binnen het EAISI zijn de DSC/e programma’s intact gebleven, maar is de focus van Data Science uitgebreid naar Data en AI.
Data Science Center Tilburg Datawetenschap is een multidisciplinair wetenschapsgebied, met een grote rol voor informatica en wiskundige en statistische technieken, evenals mens-technologie-interactie, sociale wetenschappen en juridische en ethische aspecten. Het Data Science Center Tilburg (DSC / t) combineert de in dit domein relevante wetenschappelijke expertise van de verschillende Schools van Tilburg University. 7
Het onderzoek is gebaseerd op een sterke traditie van kwantitatieve en technische onderzoeksvaardigheden binnen de Universiteit van Tilburg. Het doel van het DSC/t is om een onderzoekklimaat te creëren voor het gezamenlijk identificeren van relevant onderzoek en het geïntegreerd opzetten van onderzoekagenda’s over de grenzen van de Tilburgse onderzoekscholen heen. Daarnaast stimuleert het DSC/t het gemeenschappelijk gebruik van relevante apparatuur en infrastructuur. Op deze manier hoopt het DSC/t een internationaal erkend onderzoekscentrum te zijn op het gebied van data science in combinatie met business, recht, sociale wetenschappen en gedragswetenschappen. Vanuit een disciplinair perspectief legt het DSC/t zich toe op de volgende vragen: 1. Wat is de impact van data science op de sociologische, psychologische en cognitieve aspecten van de mens? Belangrijke thema’s hierbij zijn: mens-technologie interactie, spraakherkenning, neuroscience en de rol van AI. 2. Wat zijn de legale en ethische regels die in acht genomen moeten worden bij het ontwikkelen van data science toepassingen? 3. Welke mathematische, statistische en onderzoek methodes moeten verder ontwikkeld worden om maximaal waarde uit data te kunnen halen, inclusief technieken voor web science, automatische software service, gedistribueerd rekenen, data beheer en data visualisatie? 4.
Hoe kan met data waarde gecreëerd worden middels data ondernemerschap, corporate ondernemerschap en (open) innovatie? De domeinen waarop het DSC/t zich focust zijn: • Consumenten gedrag • Industrie 4.0 of de slimme industrie • Health analytics • Human capital en de arbeidsmarkt • Slimme steden • Financiële instanties • Legal analytics DSC/t gelooft in de kracht van samenwerking om ingewikkelde vragen op te lossen waarmee de samenleving te maken krijgt. Naast interne samenwerking is er daarvoor een focus op externe samenwerking. Daarom besloot Tilburg University onder andere te investeren in het Data Science for Social Good-programma en samen met partners van de overheid, de academische wereld, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld in Nederland en Afrika het Zero Hunger Lab uit te bouwen (https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/impact/creating-value-data/zero-hunger-lab). De deelnemerslijst van de community van het DSC/t bestaat uit meer dan 300 medewerkers van de universiteit. Zij ontvangen updates over de activiteiten van het DSC/t en worden uitgenodigd voor bijeenkomsten. Door deze interactie wordt de ontwikkeling van nieuw interdisciplinair onderzoek gestimuleerd. 64 van deze onderzoekers zijn op dit moment actief in DSC/t onderzoeksprojecten.
Data Science Center ‘s-Hertogenbosch Het onderzoeksprogramma bij JADS/db onderscheidt drie wetenschappelijke vakgebieden: o Data Governance, o Data Analytics, o Data Entrepreneurship. waarvan de kennis toegepast wordt op drie applicatiegebieden: o Nature & Agrofood o Crime & Safety o Social & Digital Entrepreneurship Daarnaast wordt op twee thema’s intensief samengewerkt met DSC/e en en DSC/t, namelijk op de applicatiegebieden: Crime & Safety en Health & Vitality. De wetenschappelijke staf bestaat uit wetenschappers met een aanstelling bij TU/e of TiU die een groot of kleiner deel van hun tijd in DSC/db onderzoek doen. Door het samenbrengen van wetenschappers van beide universiteiten is een synergetisch onderzoekklimaat ontstaan, waarbij de 8
wetenschappers elkaars vakgebied gebruiken voor het indienen van projectvoorstellen. Deze projectvoorstellen hebben een hoge kans van slagen, omdat zowel nationaal als Europees de meerwaarde van de synergie tussen techniek en business in één project gewaardeerd wordt. Daarnaast was het impactteam (zie paragraaf over Valorisatie) in staat veel partnerschappen met bedrijven voor onderzoek aan te gaan. Dit heeft dan ook geleid tot een continue groei van het aantal PhD’s bij JADS/db. Voor de groei van het aantal wetenschappers in de afgelopen vier jaar maken we een onderscheid tussen fte’s van begeleidende wetenschappers (hebben in principe een vaste of tenure aanstelling) en fte’s van PhD’s (hebben altijd een vierjarige aanstelling). De groei is daarmee:
aantal fte wetenschappers aantal PhD's
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 1 5 8 8 2 7 20 25
De onderzoek funding die specifiek voor JADS/db werd gegenereerd is in de afgelopen vier jaar als volgt gegroeid:
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 Bedrag aan onderzoeksfunding 2e / 3e geldstroom € 60.000 € 724.000 € 2.130.000 € 1.978.000 De grootste uitdaging blijft het opzetten van een stabiele wetenschappelijke staf, waarbij meer mensen een groter deel van hun tijd bij JADS/db actief zijn. Dat is een uitdaging omwille van de grote vraag in de markt naar data science talent. Het feit dat in 2019 de universiteiten besloten hebben aan JADS/db een personeelsmandaat toe te kennen helpt om een duidelijkere eigen wetenschappelijke staf op te bouwen op de campus in ‘s-Hertogenbosch.
Resultaten op het gebied van kennisvalorisatie Impact in een universitaire context betekent het uitdragen van kennis uit onderwijs en onderzoek ten behoeve van de omringende industrie of maatschappij. Elk van de drie Data Science Centers hebben de expliciete taak om uit hun onderzoek bruikbare kennis te genereren voor de relevante omringende ecosystemen, die in de praktijk duidelijk overlappen en gezamenlijk de provincie Noord-Brabant afdekken. Daarnaast hebben alle drie de Data Science Centers ook relevante contacten die verder reiken dan de grenzen van de provincie. Aangezien JADS/db nadrukkelijk gericht is op data science in de toepassing van ondernemerschap, is impact hier nog directer verweven met onderwijs en onderzoek. Bovendien zijn de PDEng-opleiding en het PE-programma op het gebied van Data Science in ’s-Hertogenbosch gevestigd, en ook die hebben hun eigen impact op samenwerking met bedrijven.
Hieronder geven we een overzicht van activiteiten die specifiek bij JADS/db op het gebied van valorisatie ontplooid zijn: - Opstarten van langdurige partnerships met bedrijven, not for profit organisaties en overheden (op dit moment 300 in totaal) - Acquireren van tweede (i.e., overheid) en derde (i.e., Europa of industrie) geldstroom onderzoeksmiddelen voor het onderzoek - Nieuwe potentiële studenten en bijbehorende opdrachten zoeken voor de PDEng-opleiding - Acquireren van opdrachten voor de PE-programma’s - Opstarten van Data Challenges, waarbij bedrijven betalen voor een opdracht die studenten tijdens hun opleiding uitvoeren - Opzetten en uitbreiden van het JADS MKB Datalab, waarin MKB-bedrijven opdrachten aanbieden die studenten extra-curriculair uit kunnen voeren - Opzetten van de Playground/incubator, waarin studenten hun eerste ideeën voor een data gedreven business uit kunnen werken
9
Dit alles wordt gefaciliteerd door een team van mensen dat verantwoordelijk is voor het opzetten, faciliteren en onderhouden van bovenstaande activiteiten, alsmede voor partnershipmanagement, event management, alumni contacten, en het organiseren van summer schools en carrièredagen. Zonder inzet van dit team zouden bovenstaande activiteiten en de daarmee gepaard gaande businesscase voor JADS/db niet succesvol kunnen functioneren. Door deze activiteiten heeft de komst van JADS naar ’s-Hertogenbosch ook een sterke impuls gegeven aan de regionale dataeconomie, de ecosystemen daarbinnen en de innovatie daarin. JADS in het algemeen, en JADS/db specifiek trekken talent en nieuwe bedrijvigheid aan, creëren nieuwe business mogelijkheden, versterken bestaande ecosystemen en richten zich op de ontwikkeling van data-competenties in de hele provincie Noord-Brabant en daarbuiten.
Organisatie JADS/db Zoals eerder aangegeven zijn de activiteiten op de campussen van Tilburg en Eindhoven opgevangen in de bestaande organisaties. De campus in ’s-Hertogenbosch is nieuw opgezet tussen de twee participerende universiteiten. Omdat de bedrijfskundige aansturing niet voor alle universiteiten hetzelfde is, kwamen bij JADS/db twee verschillende systemen bij elkaar. Dit heeft in de eerste periode voor aanzienlijke problemen gezorgd. Vandaar dat in 2019 door middel van een gemeenschappelijke regeling een antwoord gekomen is op de behoefte aan, onder andere, verbeterde governance, een personeelsmandaat, een financieel mandaat, en het organiseren van medezeggenschap voor JADS/db. De beide Colleges van Bestuur van de universiteiten hebben diverse verantwoordelijkheden overgedragen aan een stuurgroep. Het management team (MT) van JADS/db legt verantwoording af aan deze stuurgroep.
De Stuurgroep (SG) De Stuurgroep wordt gevormd door twee door het College van Bestuur van TU/e aan te wijzen decanen en twee door het College van Bestuur van TiU aan te wijzen decanen. De aangewezen decanen worden geacht alle bij de activiteiten van het Samenwerkingsverband JADS betrokken faculteiten te vertegenwoordigen. De samenstelling van de Stuurgroep is als volgt: • de decaan van de faculteit Industrial Engineering and Innovation Sciences TU/e, nu tevens voorzitter van de Stuurgroep (nu Prof. Dr. I. Heynderickx) • de decaan van de faculteit Wiskunde en Informatica TU/e (nu Prof. Dr. J.Lukkien) • de decaan van de faculteit Tilburg School of Humanities and Digital Sciences (voorheen de decaan van de faculteit Tilburg Law School) TiU (nu Prof. Dr. Boudewijn Haverkort) • de decaan van de faculteit School of Economics and Management TiU (nu Prof. Dr. Geert Duysters)
Management Team (MT) Het MT bestaat sinds eind 2019 uit: • Directeur Onderzoek, tevens Algemeen Directeur Dr. L.B.J. Vertegaal • Directeur Impact Mr. E.J.A.M. Leijssen LLM • Directeur Onderwijs (tot 1 nov 2020) Prof.dr. W.J.A.M. van den Heuvel • Directeur Bedrijfsvoering Drs.ing. A.C.L. Penners-Wouters
Organigram JADS/db De activiteiten zoals eerder beschreven voor JADS/db hangen als volgt samen in een organigram.
10
FIGUUR 2: ORGANIGRAM JADS/DB
Bedrijfsvoering en (financiële) verantwoording JADS Achtergrond Omdat activiteiten gerelateerd aan JADS op de campussen van TiU en TU/e onderdeel vormen van de bestaande organisatie is strikte financiële verantwoording voor deze (in natura) bijdragen aan JADS niet mogelijk. De betrokken activiteiten worden immers niet op een separate kostenplaats geschreven, maar worden geleverd door staf van de betrokken faculteiten aan beide universiteiten. Voor de activiteiten op de nieuwe campus in ‘s-Hertogenbosch is aparte financiële verantwoording wel mogelijk. Ten behoeve van deze verantwoording is bij beide universiteiten een separate kostenplaats gecreëerd. Conform de samenwerkingsovereenkomst hebben de Provincie Noord-Brabant en de Gemeente 'sHertogenbosch een subsidie van € 20 mln beschikbaar gesteld ter afdekking van de exploitatietekorten van JADS/db gedurende de jaren 2015-2025. Zij hebben daartoe een fonds opgericht, het zogeheten Data Science Financiering Fonds (DSFF). Afgesproken is dat JADS/db de benodigde exploitatiebijdrage voor de activiteiten in ‘s-Hertogenbosch alleen ontvangt als zij zich inhoudelijk en financieel verantwoord én aantoonbaar maakt dat de beide moederuniversiteiten “in natura” hebben geïnvesteerd in het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van de JADS activiteiten op de locaties in Eindhoven en Tilburg.
Daarom zal in dit hoofdstuk eerst kort weergegeven worden hoe de bedrijfsvoering voor JADS/db georganiseerd is (inclusief een paragraaf over de huisvesting). Vervolgens wordt ingegaan op de financiële verantwoording voor de activiteiten bij JADS/db. Tenslotte wordt een justificatie gegeven van de bijdragen van de twee moederuniversiteiten aan de ontwikkeling van JADS activiteiten op de campussen in Tilburg en Eindhoven.
JADS/db Operations Bedrijfsvoering bij JADS/db wordt uitgevoerd door een team dat support functies invult als onderwijsen onderzoekondersteuning, Finance, ICT, HR, Marketing & Communicatie, Safety & Security en Huisvesting. Net als voor de wetenschappelijke staf zijn de betreffende medewerkers aangesteld bij één van beide universiteiten op de specifieke kostenplaats voor JADS/db. Op deze wijze blijven deze medewerkers goed ingebed bij de universiteiten, kunnen zij meeliften in de bedrijfsvoering op systemen van de universiteiten, en wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande processen
11
bij de moederuniversiteiten, rekening houdend met specifieke afspraken die vastgelegd zijn in de Gemeenschappelijke Regeling.
Huisvesting JADS Den Bosch is gehuisvest in het voormalige kloostercomplex Marienburg met nu een totale oppervlakte van ca 15.000 m2. Daarin zijn de functionaliteiten onderwijs, onderzoek, bedrijvigheid en studentenhuisvesting ondergebracht. De combinatie van deze activiteiten in één gebouw is uniek en draagt bij aan het creëren van een hechte Data Science community. De groei naar deze unieke situatie heeft een aantal stadia gekend. Op 5 september 2016 zijn de eerste Bossche JADS-opleidingen gestart in het tijdelijke bouwdeel van Mariënburg, genaamd Manresa. In dit tijdelijke deel had JADS ca. 1750 m2 in gebruik, verdeeld over de begane grond, eerste verdieping en een gedeelte van de tweede verdieping. Tijdens deze opstart is het resterende deel van het Rijksmonumentale Mariënburg in ijltempo verder verbouwd. Planning was om in de zomer van 2017 de definitieve huisvesting in het “Hoofdgebouw” in gebruik te nemen. De definitieve oplevering heeft uiteindelijk pas in maart 2018 plaatsgevonden door vertragingen in de bouw. Toen JADS binnen het pand verhuisde, werd het achtergelaten bouwdeel “Manresa” direct gevuld met verhuur aan Data Science gerelateerde bedrijven. De verhuur van de ruimten wordt, ook nu nog, op basis van een Memorandum of Understanding tussen de eigenaar van het pand, Coffr (voorheen Kadans), en JADS afgestemd.
Met veel van de gevestigde bedrijven is JADS een samenwerking aangegaan. In het gebouw deel “Haakgebouw” zijn 77 wooneenheden gerealiseerd, die ruimte bieden aan 88 personen. Ook over verhuur van deze wooneenheden zijn in het Memorandum of Understanding met Coffr afspraken gemaakt. In basis worden de wooneenheden alleen aan JADS gerelateerde personen verhuurd.
Realisatie JADS/db t.o.v. de Business case 2016 De business case zoals opgesteld bij de start van de samenwerking in 2015 liet zien dat er verspreid over 10 jaar een exploitatietekort van 20 mln€ zou ontstaan. In die business case werd uitgegaan van een model van bekostiging van de activiteiten van JADS/db wat op dit moment nog steeds gehanteerd wordt. De onderwijsinkomsten van JADS/db zijn voor een groot deel afhankelijk van de bekostiging die de universiteiten vanuit het Rijk ontvangen (hiernaar wordt in zijn algemeenheid verwezen als eerste geldstroom, 1G). Voor de geleverde prestaties zoals, behaalde masterdiploma’s, behaalde certificaten door de PDEng trainees en PhD promoties wordt twee jaar ná realisatie per geleverde prestatie een vergoeding uit de rijksbijdrage ontvangen. Om meer stabiliteit te krijgen in de hoogte van deze vergoeding (en dus niet afhankelijk te zijn van fluctuerende prestaties per jaar) is recent een 3-jaars gemiddelde van de gerealiseerde masterdiploma’s, certificaten en promoties ingevoerd. Voor activiteiten die nog groeien (zoals JADS in Den Bosch) is deze wijziging in de bekostiging echter nadelig.
Andere onderwijsinkomsten van JADS zijn: o de wettelijke collegegelden, die EER (=Europese Economische Ruimte) masterstudenten verschuldigd zijn bij aanvang van hun studie o de instellingscollegegelden, die non-EER masterstudenten verschuldigd zijn bij aanvang van hun studie o de inschrijfgelden die verschuldigd zijn bij inschrijving aan de premaster o de cursusgelden van de deelnemers aan Professional Education o de bijdragen vanuit het bedrijfsleven voor een eindproject van de PDEng trainee of voor een betaalde thesisopdracht van masterstudenten. De inkomsten voor onderzoek bestaan uit projectsubsidies vanuit nationale en internationale overheden (hiernaar wordt in zijn algemeenheid verwezen als tweede geldstroom, 2G) en uit onderzoekcontracten met het bedrijfsleven (hiernaar wordt in zijn algemeenheid verwezen als derde geldstroom, 3G). Tegenover deze inkomsten staan directe uitgaven voor het inhuren van tijdelijke onderzoeksstaf die het onderzoek uitvoert (PhD’s, PDEng, Postdocs). Als we vervolgens de realisatie vergelijken met de business case van 2016, moeten we rekening houden met het feit dat in die business case geen investeringen in het Impact team voorzien waren. Daarvoor zijn voor de jaren 2017 t/m 2022 separate subsidies verstrekt. Bij de afwijkingen t.o.v de 12
business case 2016 worden de baten en lasten van dit team derhalve niet meegenomen. Verder bleek in 2018 reeds dat de exploitatietekorten hoger waren dan voorzien omwille van de snellere groei van een aantal activiteiten (zie verder). Daarom is in verschillende bestuurlijke overleggen sinds 2019 een update van het benutten van het DSFF gepresenteerd aan de Gemeenteraad, Provinciale Staten, en beide Universiteitsraden. Het verloop van het fonds t/m 2019 en prognose 2020 is als volgt (waarbij de groene lijn de verwachtte benutting van het fonds weergeeft, en de blauwe balken de realisatie en dus daadwerkelijke benutting van het fonds):
Exploitatieresultaat Baten
Projectkosten
2016 - 2017
2018
2019
-25
1.326
3.183
4.388
Lasten
1.893
6.880
8.642
9.366
Resultaat
-1.918
-5.554
-5.459
-4.979
Bijdrage DSFF
1.918
5.554
5.459
4.979
0
0
0
0
2015
2016 - 2017
2018
2019
Saldo DSFF
20.000
18.082
12.528
7.069
Bijdrage resultaat
-1.918
-5.554
-5.459
-4.979
Saldo DSFF
18.082
12.528
7.069
2.090
Saldo
Aan het sneller benutten van het fonds liggen vijf hoofdoorzaken ten grondslag. 1. Zoals hierboven gemeld werd in 2017 door de overheid besloten de rijksbijdrage die een universiteit ontvangt twee jaar na behalen van een diploma, certificaat of promotie te berekenen op basis van een driejaars-gemiddelde, wat nadelig is voor een groeiende organisatie. Dit heeft een groot effect gehad op de cashflow die in de business case van 2016 werd geprognosticeerd. 2. Vanaf het begin tot 2019 is het moeizaam om internationale (non-EER) studenten te werven voor Den Bosch. Omdat deze non-EER studenten het (hogere) instellingstarief van de universiteiten betalen (en niet meetellen in de Rijksbijdrage) heeft dit een groot effect op de cashflow gehad. 3. In aanvulling op de business case bleek het noodzakelijk om een premasterprogramma aan te bieden om voldoende studenten toe te kunnen laten tot het masterprogramma. Omdat voor een premasterprogramma alleen collegegelden, maar geen rijksbijdrage wordt ontvangen, kost het aanbieden van een premasterprogramma geld.
13
4. Voor onderzoek is een grotere voorinvestering nodig geweest dan verwacht, omdat succesvol binnengehaalde nationale en Europese projectsubsidies pas boekhoudkundig meegenomen kunnen worden als de projecten ook daadwerkelijk in uitvoer zijn, wat extra tijd kostte omdat het moeilijk was om geschikte PhD en postdoc kandidaten te vinden. 5. De benodigde inzet van de ondersteunende staf is ten tijde van het opstellen van de business case onderschat. Er is meer staf nodig gebleken om de stand-alone locatie in Den Bosch te runnen en om de complexiteit van het verenigen van beleid en processen van de beide universiteiten in goede banen te leiden.
Realisatie in-natura bijdrage van de universiteiten t.o.v. business case 2016 De activiteiten die onderdeel uitmaken van de afgesproken in-natura bijdrage van de universiteiten, zijn ingebed in de reguliere organisatiestructuren van de beide universiteiten. Dit is uitdrukkelijk iets anders dan de trekkingen uit het DSFF, waarin de bijdrage van de Provincie en Gemeente zijn geregeld. Ten tijde van de samenwerkingsovereenkomst zijn aannames gedaan over de ontwikkelingen van de in-natura activiteiten. In de jaarverantwoordingen van JADS/db wordt inzicht gegeven in deze ontwikkelingen. Hierbij een samenvatting uit deze jaarverantwoordingen 2016-2019.
Ten behoeve van deze ontwikkelingen hebben de universiteiten gezamenlijk de volgende financiële bijdragen geleverd:
Detaillering voor de onderwijsactiviteiten en hun kosten en baten wordt hieronder gegeven. Aanvullend op deze bijdragen hebben onderzoekers in DSC/e en DSC/t bijgedragen aan het realiseren van een onderzoekklimaat over de grenzen van de eigen universiteiten heen. Een inschatting van deze inspanning wordt geraamd op meer dan 15 M€ over beide universiteiten en over de periode van 2016 – 2019.
14
Joint BSc Data Science Begroting op basis van businesscase De joint bachelor Data Science heeft als startjaar 2016 en wordt op de locaties van TiU en TU/e verzorgd. De extra kosten zitten met name in personele kosten. Tot 2020 is volgens de financiële businesscase d.d. 24 juni 2015 een investering benodigd van € 3,3 M netto. Deze investering bedraagt louter de personele kosten van wetenschappers voor het onderwijsdeel van hun tijd, na aftrek van opbrengsten van collegegelden en rijksbijdragen. Kerngegevens: • Opleiding start in 2016 • Prognose studenten: 80 instroom in 2016, 200 vanaf 2018 • 15% internationale studenten, 85% nationale studenten • Bekostiging rijk: hoog (factor 1,5 techniek) • Het break-even point ligt in 2020 • Beperkt onderwijsmanagement- en ondersteuning van 3 fte Realisatie De opleiding is op beide locaties gestart in 2016. Bij de opstart bleek de instroom van studenten achter te blijven t.o.v. de begroting; ook de internationale instroom bleek kleiner dan verwacht. Als gevolg van de lagere instroom waren de opbrengsten uit collegegelden en uit de rijksbijdrage lager. Daardoor hebben de universiteiten meer voorgefinancierd en zullen ze dat ook nog gedurende een langere periode moeten doen. Het break-even point wordt nu in 2023 verwacht.
Voor de joint bachelor zijn niet alleen kosten gemaakt voor het geven van het curriculum, maar daarnaast ook voor uren besteed aan het ontwikkelen en onderhouden van vakken. Special MSc Eindhoven Begroting op basis van businesscase Het MSc programma Data Science Engineering start najaar 2015 en wordt op de locatie van deTU/e verzorgd. De extra kosten zitten met name in de personele kosten van nieuwe wetenschappers. Extra kosten voor huisvesting en dergelijke zijn marginaal. Tot 2020 is volgens de financiële businesscase d.d. 24 juni 2015 een investering benodigd die netto circa € 1,5 M bedraagt. Deze investering bedraagt louter de personele kosten van wetenschappers voor het onderwijsdeel van hun tijd na aftrek van opbrengsten van collegegelden en rijksbijdragen. Kerngegevens: • Opleiding start in 2015 • Prognose studenten: 40 instroom in 2015, 100 vanaf 2018 • 40% internationale studenten, 60% nationale studenten • Bekostiging rijk: hoog (factor 1,5 techniek) • Het break-even point ligt in 2020 • Beperkt onderwijsmanagement- en ondersteuning van 3 fte Realisatie Ook voor de special master track geldt dat de instroom van studenten trager op gang is gekomen dan werd voorzien in de businesscase. De beoogde 100 studenten werden in 2018 net niet gehaald.
Ten gevolge van de tragere instroom van studenten zijn er in de eerste jaren minder inkomsten uit collegegelden en rijksbijdrage gerealiseerd. Daardoor moeten de universiteiten zelf meer voorfinancieren gedurende een langere periode. Het break-even point wordt nu in 2023 verwacht. Special MSc Tilburg Begroting op basis van businesscase Volgens de business case worden er in Tilburg twee master-programma’s onder de paraplu van JADS gebracht. Uiteindelijk zijn er dat drie geworden:
15
▪ ▪ ▪
Marketing Analytics Operational Research and Management Science Data Science and Society (gestart als Business and Governance)
Voor deze drie opleidingen zijn extra personele kosten gemaakt voor het aantrekken van nieuwe wetenschappers. Extra kosten voor huisvesting en dergelijke zijn minimaal te noemen.
Kerngegevens: • Opleiding start in 2016 • Prognose studenten: 100 instroom in 2016, 150 vanaf 2018 • 40% internationale studenten, 60% nationale studenten • Bekostiging rijk: hoog (factor 1,5 techniek) • Het break-even point ligt in 2020. • Beperkt onderwijsmanagement- en ondersteuning van 3 fte Realisatie TiU heeft in de tussenliggende jaren de drietal master-programma’s op het gebied van Data Science ontwikkeld. De belangstelling voor deze tracks is groot, zoals ook eerder in het rapport aangegeven.
Zichtbaarheid JADS Den Bosch JADS kent ondertussen de nodige nationale en internationale zichtbaarheid voor de activiteiten op het gebied van onderwijs en onderzoek. Vooral ook de activiteiten waarin JADS/db uniek is, namelijk het creëren van directe waarde uit data voor het omliggende bedrijfsleven en het opleiden van studenten die weten hoe ze die waarde kunnen creëren, krijgen veel aandacht in verschillende media. Hieronder worden een aantal voorbeelden van media-aandacht gegeven.
16
17
18
BIJLAGE 1 Monitoringscriteria
Zoals afgesproken in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) (artikel 4, lid 2, pagina 7) verschaffen de universiteiten bij de verantwoording inzicht in hun bijdrage aan het behalen van de doelen conform afgesproken monitoringscriteria. Daarbij is afgesproken dat het terzake te verstrekken inzicht niet van invloed is op het ter beschikking stellen van de middelen uit het DSFF.
19