CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bestemmingsplan Brabantbad (toelichting, regels)

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Brabantbad32.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Brabantbad Bestemmingsplan

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1

3.2 3.3

3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1

4.2

4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

5.5 5.6 5.7 5.8 2

5 Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de gemeente Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing 3.1.1 Uitgangspunten locatie Brabantbad 3.1.2 Stedenbouwkundige visie en ruimtelijke inpassing Gebruik Verkeer en parkeren 3.3.1 Verkeer 3.3.2 Parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Algemeen kader Bossche plassen 4.3.3 Nota Duurzaamheid 4.3.4 Woonvisie 's-Hertogenbosch 4.3.5 Welstand 4.3.6 Nota hoogbouw 4.3.7 Horecavisie 4.3.8 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.4.1 Wegverkeerslawaai 5.4.2 Indirecte hinder 5.4.3 Railverkeerslawaai 5.4.4 Industrielawaai 5.4.5 Cumulatie Trillingen Verlichting Externe veiligheid Lucht

7 7 7 9 11 11 12 14 14 17 17 17 18 22 22 22 24 26 26 29 29 29 30 30 32 32 33 33 33 34 34 35 36 36 39 40 45 45 45 47 49 49 52 52 53 53 53 54 54 57

5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4

Bodem Geur Hoogspanningslijnen Water Duurzaamheid Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Explosieven Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de planregels Economische uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog en vooroverleg Omgevingsdialoog Vooroverleg Ontwerpbestemmingsplan en zienswijzen Vaststelling

3

59 60 61 61 63 65 68 70 73 73 73 73 77 79 79 80 81 81

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente 's-Hertogenbosch is voornemens drie woontorens op te richten aan de oostzijde van het Prins Hendrikpark, nabij de plas De IJzeren Vrouw. Deze locatie is ook wel bekend als de 'Brabantbadlocatie'. De woontorens zullen variëren in hoogte (van 48 meter tot 60 meter) en zullen worden ingevuld met maximaal 195 woningen. In de plinten (onderste twee bouwlagen) wordt een gemengd programma toegestaan, waarmee onder andere horeca en commerciële of maatschappelijke functies zich kunnen vestigen. Op de planlocatie bevonden zich vroeger het gemeentelijk zwembad Brabant Bad en sporthal Vinkenkamp. Na relocatie van deze functies is de bebouwing gesloopt. Het voornemen bestond destijds al om op de vrijgekomen locatie woningbouw te realiseren. In het vigerend bestemmingsplan 'IJzeren Vrouw e.o.' wordt dan ook woningbouw in 3 volumes toegelaten. Deze toegestane volumes variëren in hoogte tussen 13 tot 25 meter. Op basis van nieuwe inzichten zijn hogere, smallere bouwvolumes met een groter woningbouwprogramma wenselijker dan een invulling conform het huidige bestemmingsplan. Het voornemen is dus ruimtelijk gezien niet mogelijk op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'IJzeren Vrouw e.o.'. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Onderhavig document maakt de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk en geeft nieuwe regels aan het plangebied.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de zogenoemde 'Brabantbadlocatie', gelegen in het oosten van het Prins Hendrikpark te 's-Hertogenbosch aan de waterplas De IJzeren Vrouw. Het Prins Hendrikpark ligt aan de rand van de wijken Muntel en Vliert, noordelijk/noordoostelijk van de historische binnenstad van 's-Hertogenbosch. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van 's-Hertogenbosch weer.

7

Figuur 1.1: ligging plangebied (bron: Bing Maps)

Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente 's-Hertogenbosch, sectie M, perceelnummer 1203. In figuur 1.2 is deze begrenzing indicatief weergegeven ten opzichte van de bestaande situatie. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door de plas De IJzeren Vrouw en het Prins Hendrikpark. Ten oosten van het plangebied loopt de Van Grobbendoncklaan en ligt tankstation Esso Brabantbad. Tot slot bevindt zich in het zuiden ook een deel van het Prins Hendrikpark. Hier is tevens een kleine speeltuin gevestigd. Ten zuiden van het plangebied, alsmede aan de overzijde van de Van Grobbendoncklaan oostelijk van het plangebied zijn woongebieden gelegen.

8

Figuur 1.2: begrenzing plangebied

1.3

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Een planbeschrijving is opgenomen in hoofdstuk 3. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is te vinden in hoofdstuk 4. Vervolgens worden de verschillende milieuaspecten beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de regels. De financiële haalbaarheid van het initiatief komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Hoofdstuk 8 gaat in op inspraak en vooroverleg.

9

10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de gemeente

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van 's-Hertogenbosch, ten noorden van het centrum. Zoals in het inleidende hoofdstuk al is beschreven ligt het plangebied aan de rand van de wijken De Muntel en De Vliert. Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied in groter verband weer. Het stadscentrum ligt nabij, zuidwestelijk van het plangebied. De Grobbendoncklaan ten oosten van het plangebied ontsluit het plangebied in noordelijke en zuidelijke richten naar de uitvalswegen. Het stadscentrum kan worden bereikt via de Graafseweg. De wijken De Muntel en De Vliert zijn in de jaren 1920 tot 1950 gerealiseerd. De IJzeren vrouw is ontstaan als afgraving bij de realisatie van deze wijken. Rondom de waterplas is het Prins Hendrikpark gerealiseerd, dat voor inwoners van de omliggende wijken een belangrijke groene zone binnen 's-Hertogenbosch is. Ook ten zuiden en oosten van het plangebied zijn woongebieden gelegen, waarbij de bebouwing zuidelijk van het plangebied (tussen de Graafseweg en Westenburgerweg) betrekkelijk recent is opgericht (begin 21e eeuw). Het plangebied bevindt zich in het (zuid)oosten van het Prins Hendrikpark, gelegen naast de plas De IJzeren Vrouw. Momenteel bestaat de locatie uit groenvoorzieningen als onderdeel van het Prins Hendrikpark. Aan de overkant van de plas, zijn een aantal jaren geleden drie kenmerkende woontorens (de 'Amazones') gerealiseerd.

11

Figuur 2.1: ligging plangebied (bron: Bing Maps)

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied ligt aan de rand van de wijken De Muntel en De Vliert. De plannen voor deze wijken werden gemaakt aan het begin van de twintigste eeuw, toen de vraag naar bouwgrond groot was. De gemeente nam destijds zelf de verantwoordelijkheid om nieuwe uitbreidingsplannen te maken ten noordoosten van de stad. Het werd een bijzondere wijk. De Muntel werd nagenoeg als één geheel opgezet en is daardoor karakteristiek voor de interessante architectuur van die tijd. Die architectuur krijgt vorm in de grote wooncomplexen rondom pleinen en centrale straten, met een sterk rooms-katholiek stempel in de vorm van een kerk met pastorie, een klooster, katholieke scholen en een parochiehuis. In de jaren dertig kwamen de uitbreidingen langs de Graafseweg en ontstond de wijk De Vliert, aansluitend aan De Muntel, maar ruimer en groener van opzet. Nog voor de oorlog verrezen de eerste woningen nabij de zandwinplas De IJzeren Vrouw. Na de oorlog kon De Vliert afgerond worden, met als bekendste element het gelijknamige stadion aan het einde van de hoofdweg, de Aartshertogenlaan. Het geplande tracé van de niet uitgevoerde omlegging van de Zuid-Willemsvaart, in feite scheiding tussen Muntel en Vliert, werd een groene long (Willem van Nassaulaan / Geldersedam). Na de Tweede Wereldoorlog werd ook 'Oost' afgebouwd, maar inmiddels wel afwijkend van de vooroorlogse plannen.

In figuur 2.2 is de bebouwde zone van de wijken De Muntel en De Vliert rood omlijnd. Het plangebied ligt hier ten oosten van (wit omcirkeld) en het centrum van 's-Hertogenbosch ten zuiden.

12

Figuur 2.2: Ligging De Muntel / De Vliert ten opzichte van het centrum en het plangebied Ten zuiden van het plangebied is relatief recente nieuwbouw in de vorm van appartementengebouwen gerealiseerd. Deze bestaan grotendeels uit 5 bouwlagen, met een aantal hogere accenten. In de huidige situatie is in het plangebied groen aanwezig, en is de locatie een onderdeel van het Prins Hendrikpark. De locatie dankt de naam 'Brabantbadlocatie' aan de voormalige bebouwing ten behoeve van het gemeentelijk zwembad. Het zwembad (en de sporthal Vinkenkamp die zich ook op deze locatie bevond) zijn eind jaren '90 naar een andere locatie verhuisd. Destijds is ook de bebouwing gesloopt. Het park kenmerkt zich ter plaatse van het plangebied door enige hoogteverschillen. In figuur 2.3 is een straatbeeld van de huidige situtatie opgenomen, gezien vanuit oostelijke richting vanag de Grobbendoncklaan.

13

Figuur 2.3: Huidige situatie bezien vanuit oostelijke en zuidelijk richting (bronnen: Google Maps, BRO)

2.3

Functionele structuur

De wijken De Muntel en De Vliert zijn woonwijken, maar hebben naast de aanwezige woonvoorzieningen ook een grote diversiteit aan bedrijven en voorzieningen, waaronder diverse maatschappelijke voorzieningen, horeca, detailhandel en zorgvoorzieningen. Diverse bedrijven zijn tussen en achter woningen gevestigd, waardoor er niet altijd sprake is van een functiescheiding tussen wonen en voorzieningen. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich een tankstation, speelvoorzieningen en commerciële functies in de plint van de bebouwing aan de Graafseweg-Westenburgerweg.

2.4

Geldend bestemmingsplan

In het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'IJzeren Vrouw e.o.', dat sinds 26 januari 2010 onherroepelijk is. Ter plaatse gelden de bestemmingen 'Wonen', 'Verkeer' en 'Groen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van gestapelde woningen en bijzondere woonvoorzieningen, parkeervoorzieningen en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen (zoals tuinen of waterhuishoudkundige voorzieningen). De verkeersbestemming is bedoeld voor onder andere wegverkeer, verblijfsgebied of parkeervoorzieningen en de voor groen aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen, plantsoenen en fietspaden. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' zijn de voor 'Groen' aangewezen gronden mede bestemd voor een gebouwde parkeervoorziening. Verder gelden (deels) de functieaanduidingen 'archeologische waarden' en 'parkeergarage'. Ter plaatse van de 14

aanduiding 'archeologische waarden' zijn werkzaamheden die een oppervlakte van meer dan 200 m2 beslaan en waarbij grondwerken op een diepte van meer dan 3 meter beneden peil worden uitgevoerd onderzoeksplichtig. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' zijn de gronden mede bestemd voor een gebouwde parkeervoorziening. De bouwdiepte van de parkeervoorziening dient niet meer dan 3 meter te bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 1 meter. In het plangebied zijn meerdere bouwvlakken opgenomen. Voor deze vlakken geldt een maximaal bebouwingspercentage van 70% en een maximumbouwhoogte die varieert van 13 meter tot 25 meter. In figuur 2.4 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 2.4: uitsnede geldend bestemmingsplan ''IJzeren Vrouw e.o.' (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl)

De functie wonen is dus reeds toegestaan binnen het plangebied. De afmetingen en situering van de beoogde bebouwing voldoen echter niet aan de maximale bouwhoogten en situering van de bouwvlakken. De beoogde torens zijn 60, 54 en 48 meter hoog en worden gedeeltelijk op een andere positie voorzien. Ook worden in de beoogde woontorens in de plinten andere functies dan wonen voorzien, waaronder commerciële en maatschappelijke functies. Dit is binnen de huidige bestemmingen niet mogelijk. Om deze redenen is het voornemen ruimtelijk en deels ook functioneel in strijd met het geldende bestemmingsplan en is een herziening 15

van het bestemmingsplan noodzakelijk.

16

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bebouwing

3.1.1 Uitgangspunten locatie Brabantbad De bebouwingskaders van het huidige bestemmingsplan maken dichte bebouwing aan de rand van het park mogelijk. Vanwege de belangrijke groene en recreatieve functie van het park is dit naar huidige inzichten minder gewenst. Een hogere, maar aanzienlijk smallere bebouwing met transparante plinten maakt het mogelijk om een groene dooradering te behouden en maakt het mogelijk om een groter woonprogramma te realiseren, dat tegemoet komt aan de grote behoefte aan woningen. Een herziening van het huidige bebouwingskader is daarom wenselijk geacht. Voor de locatie Brabantbad zijn nieuwe uitgangspunten opgesteld waarbij de hoofdgedachte is: een samenspel van woongebouwen op een vanzelfsprekende manier ingebed in het park, waarbij verschil in hoogtes zorgt voor een unieke en herkenbare setting die goed in het park is ingebed met een grote aandacht voor een veilige, open en transparante manier van wonen op deze plek. De belangrijkste concrete ruimtelijke uitgangspunten c.q. voorwaarden zijn als volgt: Ter plaatse van de ontwikkeling is een behoorlijk hoogteverschil in het gebied. Het is belangrijk dat de gebouwen en de stallingsgarage goed worden ingepast in het park en er maximaal gebruik wordt gemaakt van de huidige hoogteverschillen. Het te ontwikkelen bouwplan zal goed aan moeten sluiten op de directe omgeving.

Het groene en openbare karakter van het park, de beleving van het water en doorzichten naar water toe en de rondwandeling rondom de IJzeren Vrouw moeten behouden blijven. Tegen de locatie is een tankstation gelegen met een 24 uurs shop. Het is belangrijk dat er een natuurlijke afscheiding tussen het nieuwe plan en het huidige tankstation wordt gerealiseerd. Programma: maximaal 195 appartementen verdeeld over drie ronde torens. Sterke oriëntatie van alle appartementen op de plas en op de zonzijde. De gebouwen moeten een duidelijk ensemble vormen. Een 'dansend' ensemble is toegestaan. De gebouwen mogen verschillen in hoogtes. Conform Nota hoogbouw is maximale hoogte van 60 m. mogelijk. Goed evenwicht en balans in de onderlinge gebouwhoogten en verhouding breedte, hoogte van gebouwen afzonderlijk is daarbij belangrijk. Bij de positionering van de blokken is de relatie met het park en op welke wijze je in of aan het park woont belangrijk. Een goede samenhang tussen de blokken kan het gezamenlijke wonen versterken. Karakter van het park niet overschaduwen. Het park loopt door tussen de gebouwen, natuurlijke overgang semi-openbaar naar openbaar. Modernere uitstraling dan binnenstedelijk 's-Hertogenbosch. Stemt overeen met de focus op licht en 17

uitzicht. De bovenste appartementen/penthouses hebben extra buitenruimte. Aandacht voor veiligheid, door bijvoorbeeld een looplijn vanuit de auto naar de lift te realiseren en de entree naar de parkeergarage overzichtelijk te houden. 'Donkere' hoeken dienen vermeden te worden. 3.1.2 Stedenbouwkundige visie en ruimtelijke inpassing Stedenbouwk undig concept Bij de totstandkoming van dit stedenbouwkundig plan is maximaal rekening gehouden met zowel de functie als de ruimtelijk landschappelijke kwaliteiten van het Prins Hendrikpark. Behoud van het open karakter van het park en de aanwezige doorzichtlijnen over het water van en naar de omliggende woonomgeving zijn daarbij belangrijke dragers van het stedenbouwkundige concept. Realisatie van woningbouw in de vorm van drie, in hoogte gevarieerde en ten opzichte van elkaar verspringende, slanke ronde torens op transparante sokkels is een goede vertaling van het stedenbouwkundig concept en de daarbij horende bovengenoemde uitgangspunten. De ronde vorm verzacht de massaliteit van de bebouwing in het park. De kleinere footprint van de torens en het transparante communicatieve karakter van de sokkels zorgen voor het behoud van het bestaande park en voor een maximale beleving van het groene landschap en van de plas. In figuur 3.1 is het concept inrichtingsplan weergegeven.

18

Figuur 3.1: Stedenbouwkundig concept inclusief concept inrichtingsplan

Kwaliteit nieuw stedenbouwkundig plan ten opzichte van het bestaand bestemmingsplan Het nieuwe stedenbouwkundig plan is gebaseerd op het idee van het behouden van een maximale beleving van het park en minimale belemmering van doorkijklijnen over het water van en naar de omgeving. De bestaande openheid, de interactie met de omgeving en het groene landschappelijke karakter van het park zijn de voornaamste kwaliteiten die, bij realisatie van woningen op deze locatie, behouden moeten blijven. Op basis van het geldend bestemmingsplan kan in het park een drietal woongebouwen gebouwd worden met een hoogte variërend van 13 tot 25 meter. Het stedenbouwkundig plan dat de basis vormt van het vigerende bestemmingsplan voorziet, in tegenstelling tot het nieuwe plan, in realisatie van bouwmassa min of meer in de vorm van een traditioneel, halfopen bouwblok (zie figuur 3.2). Bij de nieuwe planvorming wordt veel meer rekening gehouden met de waardevolle bestaande doorzichten en het landschappelijke karakter van het park. Met de hernieuwde invulling neemt ook de footprint van de bebouwing aanzienlijk af.

19

Figuur 3.2: Vergelijking bestemmingsplan)

stedenbouwkundig

concept

(geldend

bestemmingsplan

versus

nieuw

Stedenbouwk undige visie massa Een samenspel van volumes, optimaal ingebed in het park waarbij hogere en lagere accenten samen zorgen voor een uniek en herkenbaar ensemble en een open en transparant karakter. Dansend ensemble dat zich op een zeer harmonieuze wijze voegt in het park en het landschappelijke karakter van het park minimaal aantast . Dit ensemble sluit beter aan op de context van de omgeving. Deze torens staan, in tegenstelling tot de Amazones, letterlijk in het park in plaats van aan de overzijde van het park op het einde van een groenzone. Verschil in de onderlinge hoogtes van de torens is nodig voor duidelijk onderscheid tussen de 3 torens. De onderlinge verspringing van de drie torens in het park en het verschil in de onderlinge hoogtes zorgen voor een optimale inpassing van de bebouwing in het park; een zachte aanlanding in het landschap. Daarmee wordt het open karakter van het park, continuïteit van het landschap en de relatie met de aangrenzende bebouwde omgeving gewaarborgd. De entrees van de gebouwen zijn naar elkaar toe gericht: dit versterkt een gevoel van gezamenlijke ruimte in het park. In figuur 3.3 en 3.4 zijn impressies van de massa van de beoogde woontorens weergegeven.

20

Figuur 3.3: Sfeerimpressie; behoud van het landschappelijke karakter en bestaande doorzichten

Figuur 3.4: Impressie van de volumeopbouw van de torens

21

3.2

Gebruik

Met de realisatie van de drie torens wordt met name een woonfunctie beoogd. Het zal hier gaan om maximaal 195 woningen. De woningen zullen variëren in grootte van circa 45 m² tot circa 160 m². Daarnaast zijn er enkele grotere woningen voorzien. Met de realisatie van de woontorens wordt met name woonruimte gecreëerd voor de groeiende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Het project zal voorzien in een substantieel aandeel betaalbare woningen. Van het totaal aantal woningen zal (minimaal) 25% in de sociale huur worden gerealiseerd, minimaal 14% in de middenhuur en minimaal 12% in de categorie betaalbare koop. De overige ca. 50% betreft (koop)appartementen in de vrije sector. Ten behoeve van de woonfunctie worden ook parkeervoorzieningen en infrastuctuur aangelegd. De parkeervoorzieningen zullen worden ingepast in een verdiepte parkeerbak die volledig gedekt wordt door het groene begroeide landschap van het park en alleen als een zachte glooiing in het landschap te ervaren zal zijn. Tevens zal er in de plinten van de torens (eerste twee bouwlagen) een gemengd programma komen. Het bestemmingsplan is hierin faciliterend. Binnen de plinten zijn de volgende activiteiten toegestaan: Horeca categorie 3.

Dit betreft horecabedrijven, waarbij de bedrijfsactiviteit gericht is op het – overdag – al dan niet ter plaatse verstrekken en bereiden van etenswaren en dranken en waarvan de openingstijden (in belangrijke mate) binnen de openingstijden van winkels vallen. Andere vormen van horeca zijn niet toegestaan. Het maximum bvo aan horeca is 180 m². Een terras van maximaal 100 m² is hierbij toegestaan. Dienstverlening Maatschappelijke voorzieningen (educatieve, sociaal medische, sociaal culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen) Recreatieve voorzieningen Kunst en cultuur. Deze functies worden op deze locatie passend gevonden. Ze hebben een beperkte inpact op het woon- en leefklimaat, passen op deze plek en binnen de gemeentelijke beleidskaders. De totale omvang van deze functies is beperkt, namelijk 3x320 m² bvo.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer De verkeersgeneratie kan worden berekend op basis van de CROW-kencijfers, die zijn opgenomen in de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Het plangebied behoort tot een 'sterk stedelijk' gebied en de locatie ligt (op basis van de parkeernormen 's-Hertogenbosch) in de deellocatie 'rest bebouwde kom'. In de toekomstige situatie is er sprake van wonen in combinatie met een plint waarin commerciële en/of maatschappelijke functies zijn toegestaan. In totaal wordt voorzien in maximaal 195 appartementen. Het betreft appartementen van variërende grootte. De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van een indicatief, representatief bouwprogramma: 49 woningen met een bvo van 40-80 m2 146 woningen met een bvo van meer dan 80 m2 horeca (daghoreca) van 180 m2 Huisartsenpraktijk / gezondheidscentrum met 12 behandelkamers (worstcase benadering voor de invulling van de plinten). Daarbij is van belang dat het plangebied in een zeer stedelijk gebied ligt, in de rest van de bebouwde kom. De berekende verkeersgeneratie is een indicatie van de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag:

22

Tabel 3.1 Verkeersgeneratie Het CROW kencijfer voor verkeersgeneratie voor een huisartsenpraktijk is gelijk aan bovenstaand kencijfer voor een gezondheidscentrum.

Verkeerscirculatie en ontsluiting De te ontwikkelen woontorens Brabantbad worden ontsloten via één in- en uitrit op de Van Grobbendoncklaan. De inkomende verkeersstroom kan vanuit beide rijrichtingen van de Van Grobbendoncklaan de locatie bereiken, en hetzelfde geldt voor de uitgaande verkeersstroom. De verkeerscirculatie is verduidelijkt in onderstaande plattegrond:

Figuur 3.5 Ontsluiting

De grootste toename is uiteraard waarneembaar op de Van Grobbendoncklaan. Per rijrichting komen er daar circa 750 motorvoertuigen per etmaal bij. Dit resulteert bij een wegvakintensiteit van ruim 20.000 motorvoertuigen op de Van Grobbendoncklaan, in een relatieve beperkte toename van 3 tot 4% per rijrichting. 23

Op wegvakniveau is de invloed van de toename beperkt. De Van Grobbendoncklaan is in de bereikbaarheidsstrategie van 's-Hertogenbosch aangeduid als doorstroomas voor auto's. Daarmee ligt de focus bij dit wegvak op een goede verkeersafwikkeling. De van Grobbendoncklaan heeft dan ook twee rijstroken per rijrichting en is ingericht op de afwikkeling van relatief hoge aantallen verkeer. De relatief beperkte verkeerstoename door het plan voor de Brabantbadlocatie kan daarom zonder problemen worden opgevangen. Een aanvullend onderzoek naar het effect op de verkeersafwikkeling op de twee meest nabijgelegen VRI-kruisingen (Van Grobbendoncklaan - Stadionlaan en Van Grobbendocklaan - Lagelandstraat) laat zien dat de impact van de te ontwikkelen woontorens op de verkeersafwikkeling verwaarloosbaar is (Onderzoek verkeersafwikkeling BOS213 en BOS242 van Goudappel d.d. 6 december 2023). Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 10 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het verschil in intensiteiten tussen de variant met en zonder woontorens bedraagt op beide onderzochte kruispunten minder dan 20 mvt/u in zowel de ochtend- als avondspits over alle richtingen samen. Het planverkeer wikkelt zich grotendeels in de restdag af als gevolg van de aanwezige functies.

Daarnaast is het planeffect in de spitsen op beide kruispunten gedempt door het licht toenemen van de kruispuntvertraging als gevolg van de planontwikkeling. Dit leidt tot andere routekeuzes bij het doorgaand verkeer. Het planeffect wordt dus lokaal gecompenseerd. Verder wordt in het onderzoek gesignaleerd dat in de toekomstige situatie enkele opstelvakken bij de kruisingen punt van aandacht zijn in verband met onvoldoende opstellengte ten opzichte van de geprognosticeerde wachtrijlengte. In de huidige situatie speelt dit overigens deels ook al. Het onderzoek geeft daarbij aan dat de hinder die dit in de praktijk oplevert beperkt is. Bovendien wordt de verkeerstoename in de ochtend - en avondspits in de toekomstige situatie met name veroorzaakt door de autonome groei van het verkeer en niet door het extra verkeer als gevolg van de realisatie van de woontorens. Wat betreft de verkeersafwikkeling is daarnaast van belang dat voor de ontwikkeling gebruik wordt gemaakt van de bestaande ontsluiting op deze weg. De wijze van verkeersafwikkeling verandert hierdoor niet. Verkeer kan het plangebied vanuit beide richtingen bereiken en vice versa. Vanuit het plangebied is er voldoende opstelruimte voor het verkeer om in voorkomende gevallen te wachten tot men de Van Grobbendoncklaan op kan rijden.

Voor een veilige verkeersafwikkeling is het wel noodzakelijk vanuit beide rijrichtingen uitvoegstroken op de Van Grobbendoncklaan te realiseren richting de woontorens. Hierdoor belemmert het afremmend/wachtend autoverkeer richting de woontorens niet de doorstroming voor het doorgaande verkeer op de Van Grobbendoncklaan dat geen stilstaand verkeer verwacht op die plek. Een goede en veilige verkeersafwikkeling via de Van Grobbendoncklaan blijft daarmee geborgd 3.3.2 Parkeren Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is, wordt er gekeken naar andere oplossingen. Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2021, vastgesteld op 12 oktober 2021. Het plan is getoetst aan deze nota. Hiertoe is een separate notitie opgesteld, die in Bijlage 5 is opgenomen. Hierna worden de voornaamste bevindingen en conclusies besproken. Parkeren auto's Berekening parkeerbehoefte Voor de binnen het plan te realiseren functies gelden de volgende parkeernormen: 1. Sociale huurwoningen: 0,7 parkeerplaats per woning 2. Woningen 40- 80m2: 1,1 parkeerplaats per woning 3.

Woningen > 80m2: 1,4 parkeerplaats per woning 4. Bezoek woningen: 0,2 parkeerplaats per woning 5. Daghoreca: 5 parkeerplaatsen per 100m2 bvo 6. Huisartsenpraktijk: 2,7 parkeerplaats per behandelkamer De functie huisartsenpraktijk is in combinatie met de daghoreca de 'worst case benadering' voor de invulling van de plinten. 24

Ook is gekeken naar de aanwezigheidspercentages van de verschillende functies, zodat dubbelgebruik is meegenomen. Daaruit blijkt dat de maatgevende periode voor het parkeren de avond op een werkdag is. In het kader van dit bestemmingsplan is bekeken of het plan qua parkeernormen haalbaar is. Daarbij is een soort worstcase benadering toegepast. Hierbij is van hetzelfde bouwprogramma uitgegaan als bij de verkeersgeneratie (zie paragraaf 3.3.1). Uitgaande van dit programma zijn 267 parkeerplaatsen nodig in de maatgevende periode. Hierop mogen de reductiefactoren uit het maatwerkkader uit de Nota worden toegepast. Toepassing maatwerkkader De afstand van het plangebied tot NS-station 's-Hertogenbosch Oost is tussen 400 en 800 meter. Conform de nota mag een reductie van 5% worden toegepast. De resterende parkeerbehoefte na toepassing van dit maatwerk bedraagt 254 parkeerplaatsen in de maatgevende periode. Daarnaast is het voornemen van de ontwikkelaar om deelauto's beschikbaar te stellen. Hiervoor biedt de nota eveneens een maatwerkkader. In dit geval kunnen maximaal 12 deelauto's worden ingezet. Gebruik van 12 deelauto's levert een reductie op van 48 parkeerplaatsen. De resterende parkeeropgave bedraagt daarmee 206 parkeerplaatsen.

Conclusie en parkeeroplossing De parkeerbehoefte in de maatgevende periode, na toepassing van de reductie vanwege de ligging én het gebruik van deelauto's, bedraagt 206 parkeerplaatsen. Hierin kan worden voorzien door: 87 parkeerplaatsen in de parkeergarage en 119 parkeerplaatsen op maaiveld. Op eigen terrein binnen het plangebied kunnen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De halfverdiepte parkeergarage heeft een oppervlakte van circa 3.800m2. Hierbinnen zijn 87 parkeerplaatsen te realiseren. Uitgaande van een benodigde ruimte van 30m2 per auto (inclusief ruimte voor de rijbaan en incourante ruimte zoals kolommen, overblijvende hoekjes e.d.) is voor 87 parkeerplaatsen circa 2.600m2 nodig. Op maaiveld is binnen de bestemming 'verkeer' voldoende ruimte voor 119 parkeerplaatsen (zie ook Bijlage 5). Er zijn voldoende parkeerplaatsen beschikbaar binnen het plangebied. De parkeerdruk op het openbaar gebied neemt niet toe en er wordt voldaan aan de Nota. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen zal ten finale worden getoetst aan de Nota. In de regels is een bepaling opgenomen, die deze toets aan de Nota en dus de realisatie van voldoende parkeerplaatsen waarborgt (Artikel 8). Parkeerbehoefte fiets De fietsparkeerbehoefte is eveneens beschouwd in de notitie in Bijlage 5.

Daarbij is onderscheid gemaakt tussen enerzijds de behoefte van de bewoners van de woningen (fietsparkeren vindt plaats in de parkeergarage) en anderzijds de behoefte van de bezoekers van de woningen en van de functies in de plinten (fietsparkeren op maaiveld). Bewoners van de woningen De fietsparkeernorm bedraagt: 3 fietsparkeerplaatsen voor woningen van 40-80 m² 4 fietsparkeerplaatsen voor woningen >80 m². Een berging van minimaal 5 m² is goed voor 2 fietsparkeerplaatsen. De maximale totale behoefte voor de bewoners bedraagt: 49 woningen (40-80 m²) x 3 = 147 146 woningen (>80 m²) x 4 = 584 Totaal: 731 fietsparkeerplaatsen. 25

Bezoekers van de woningen en functies in de plinten De fietsparkeernorm bedraagt: Bezoekers woningen: 0,5 fietsparkeerplaats per woning Huisartsenpraktijk (zelfde norm als gezondheidscentrum): 1,3 fietsparkeerplaats per 100m2 voor bezoekers en 0,4 fietsparkeerplaats per 100m2 voor medewerkers Horeca (café/bar): 3 - 10 fietsparkeerplaats per 100m2 (CROW-norm) De maximale totale behoefte bedraagt: 195 woningen x 0,5 = 98 fietsparkeerplaatse 780m2 (12 behandelkamers) huisartsenpraktijk: 7,8 x 1,7 = 14 fietsparkeerplaatsen 180m2 horeca (café/bar): 1,8 x10 =18 fietsparkeerplaatsen Totaal: 130 fietsparkeerplaatsen

Conclusie en fietsparkeeroplossing De fietsparkeerplaatsen voor de bewoners van de woningen worden in de parkeerkelder voorzien. Deze kunnen (deels) in bergingen of (deels) in een gezamenlijke stallingsruimte worden gerealiseerd. De benodigde oppervlakte is erg afhankelijk van de gekozen oplossing. Bij een gezamenlijke stallingsruimte (dubbellaagse fietsenrekken) kan worden uitgegaan van 1,5m2 ruimte per fiets (afhankelijk van de inrichting van de ruimte zou dit ook lager kunnen uitvallen). Uitgaande van 731 fietsplekken betekent dat ca. 1.100m2. De halfverdiepte parkeergarage biedt hiervoor, rekening houdende met de te realiseren parkeerplaatsen voor auto's, voldoende ruimte. Voor bezoekers van de woningen en voor de functies in de plinten wordt het fietsparkeren (130 fietsplekken) opgelost op maaiveld. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar binnen de bestemming 'verkeer' (zie ook Bijlage 5). Binnen het bouwplan kan worden voorzien in voldoende fietsparkeergelegenheid. De finale toetsing vindt plaats bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen.

3.4

Openbare ruimte

De ruimte rondom het bouwplan behoudt haar groene, boomrijke karakter. Het gebied behoudt ook een openbaar karakter, waarbij wordt beoogd dit mede te versterken door de functies in de plint. De groenstructuren zullen behouden blijven en versterkt worden. Het groene en openbare karakter van het park, de beleving van het water en doorzichten naar water toe en de rondwandeling rondom de IJzeren Vrouw blijven behouden.

3.5

Bomen

In de huidige situatie zijn in en rondom het plangebied veel bomen aanwezig, grotendeels van een forse omvang. Om inzicht te krijgen in het bomenbestand op de planlocatie en de eventuele effecten die het pan hierop hebben is door Pius Floris Boomverzorging een bomeneffectanalyse (BEA) uitgevoerd. Voor het gehele rapport wordt naar Bijlage 1 verwezen. Hieronder worden de belangrijkste conclusies toegelicht. Tevens wordt in paragraaf 4.3.8 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig het beleid van de stad 's-Hertogenbosch ten aanzien van bomen toegelicht. Boomkwaliteit In totaal bevinden er zich 88 bomen binnen de planlocatie. Uit de inventarisatie blijkt dat de kwaliteit van de bomen over het algemeen redelijk goed is. Onderstaand is een overzicht weergegeven. 26

Tabel 3.2 Inventarisatie kwaliteit bomen binnen het plangebied

Bomeneffectanalyse (BEA) De ontwikkeling betreft realisatie van 3 woontorens, een halfverdiepte parkeergarage, bovengrondse parkeergelegenheid en nieuwe infrastructuur. Uit de BEA komt het volgende naar voren. Als de kaarten over elkaar worden gelegd blijkt dat 71 van de 88 bomen in principe behouden kunnen worden. Er treden geen negatieve effecten voor deze bomen op. Het aantal niet te behouden bomen bedraagt 17. Uit het onderzoek blijkt dat bij 3 van de 17 niet te behouden bomen behoud eventueel mogelijk is. Dit betreffen boom 49, 76 en 77. Afgelopen jaar is boom nr. 49 verloren gegaan door een storm. Hiervoor zal een nieuwe boom herplant worden. Dit kan op dezelfde plek, aangezien hier geen parkeerstrook is voorzien. Bij bomen nr. 76 en 77 is snoei van de kroon benodigd. Acceptatie van de kronen op 1 tot 3 meter vanaf de balkons van de woontoren is een vereiste. Bij boomnr. 77 speelt daarnaast de windbelasting een grote rol (zie hieronder), waardoor behoud niet realistisch is. Onderzoek windbelasting Enkele bomen bevinden zich zonder gewijzigde omstandigheden in de grenszones wat betreft stabiliteit. Dit heeft met name te maken met een matige dikte-lengte verhouding van de bomen. Alle overige bomen blijven ruim binnen de veilige zones.

Afhankelijk van welke bomen uiteindelijk geveld of verplant worden kan een snoeiingreep bij de risicobomen wenselijk zijn, vooral wanneer deze vrij komen te staan. Bij een snoei-ingreep waarbij het kroonvolume wordt gereduceerd, neemt de windvang af waardoor de bomen binnen de veilige zones kunnen vallen. Boom 77 komt tegen de rand van de parkeergarage waarbij de buurboom zeker komt te vervallen (nr 88). Een toename van de windbelasting op deze boom is te verwachten. Gelet op de schade die deze boom reeds heeft aan de stam, wordt geadviseerd om deze boom te verwijderen om risico voor breuk en/of windworp uit te sluiten. Verplantbaarheid Volwassen bomen Binnen of nabij de bouwput liggen 14 volwassen bomen (nrs. 76 t/m 88 en nr 22). Uit het onderzoek blijkt dat de bodemomstandigheden en bewortelingspatroon van de platanen op het huidige parkeerterrein ongunstig zijn voor het maken van een goed te transporteren kluit zijn. Hierdoor is de kans op een succesvolle verplanting klein (minder dan 50%). Een goede kluit is essentieel voor het behoud van de balans tussen boven- en ondergrondse delen van de bomen en behoud van voldoende stabiliteit na verplanting. De ongunstige 27

bodemomstandigheden en de omvang van de volwassen bomen resulteren in een negatief advies voor het verplanten van deze bomen. Voor boomnr. 22 (esdoorn) is eveneens een negatief verplantingsadvies afgegeven. Een volwassen boom van deze soort laat zich moeilijk verplanten. Bovendien vertoont deze boom een geringe scheutlengte en een matige groeikracht als gevolg van de matige grondslag. Verplanting wordt afgeraden. Zoals hierboven al gemeld is boomnr. 49 afgelopen jaar al verloren gegaan. Jonge bomen Verder vallen er 2 jonge bomen vallen binnen het ruimtebeslag van de middelste woontoren (boomnrs 20 en 21). Voordat deze bomen ontwikkeld zijn tot volle wasdom, zullen problemen ontstaan met betrekking tot takken nabij de balkons en gevel van de woontoren. Deze bomen kunnen verplant worden.

Doorwerk ing initiatief Uit het onderzoek blijkt dat 71 van de 88 bomen in principe behouden kunnen worden zonder negatieve effecten op de bomen. Van de 17 bomen waar wel effecten te verwachten zijn, kan 1 boom met aanvullende maatregelen worden behouden: - boomnummer 76. Hiervoor moet de kroon gesnoeid worden. Daarnaast zal voor boomnr. 49 een nieuwe boom geplant worden. Bomen nr 20 en 21 kunnen verplant worden. Het aantal niet te behouden bomen als gevolg van de planontwikkeling bedraagt 13. Dit betreffen boomnummers 22, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87 en 88. Nadat de bouw van de woontorens is afgerond, zal dit deel van het park ook heringericht worden. Daarbij worden ook veel nieuwe bomen geplant, waarmee niet te handhaven bomen gecompenseerd worden.

28

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: •

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

•

duurzaam economisch groeipotentieel;

•

sterke en gezonde steden en regio's;

•

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1.

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2.

kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 29

3.

afwentelen wordt voorkomen.

Doorwerk ing plangebied Met het voorgenomen plan worden drie woontorens met in totaal maximaal 195 wooneenheden en een gemengd programma in de plinten (3x320 m² bvo) opgericht. Gelet op de aard van het project en de ligging van het plangebied, zijn er in beginsel geen rijksbelangen aan de orde. Het onderhavige plan combineert de hoofdfunctie wonen met andere passende functies in de plinten van de gebouwen. Tussen en rondom de gebouwen is ruimte voor groen en landschapsbeleveing. Door de gewijzigde stedenbouwkundige invulling van het plan ten opzichte van het huidige bestemmingsplan, is deze combinatie van functies veel beter mogelijk. Bovendien wordt beter aangesloten bij de kenmerken, kwaliteiten en identiteit van het gebied. De smalle bouwvormen met transparante materialisering zorgt voor het zoveel mogelijk behouden van het groene karakter van het gebied. Deze keuzes sluiten aan bij de afwegingsprincipes uit de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Doorwerk ing plangebied Het Barro heeft geen doorwerking naar het bestemmingsplan, omdat er geen nationale belangen aan de orde zijn. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het onderhavige plan voorziet in een programma van maximaal 195 woningen en 3x320 m² bvo aan gemengde functies in de plinten. Aangezien het vigerende bestemmingsplan reeds woningbouw op deze locatie toelaat, laat het nieuwe plan bij benadering een netto toename zien van ca. 57 woningen.

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er op basis van vaste jurisprudentie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de ladder van toepassing. Behoefte woningen De gemeente 's-Hertogenbosch moet voorzien in de groeiende woningbehoefte en veranderende woonwensen. Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030, een groei van ruim 8.000 woningen. Ook daarna wordt nog een stevige groei in de woningbehoefte voorzien, die naar verwachting pas na 2035 licht gaat afvlakken. Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde 30

plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2021 tot en met 2025 bedraagt 6.600 woningen, waarvan 4.800 woningen zijn opgenomen in harde plannen. Om voor de periode tot 2030 in de woningbehoefte te kunnen voorzien, moet de harde plancapaciteit op orde blijven. Dat vraagt continu aandacht voor het doorlopen van de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures. Van belang daarbij is dat er binnen de harde plancapaciteit sprake is van een diversiteit in woonmilieus. Dit om de aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Als wordt gekeken naar het meest recente woonwensenonderzoek (2019), dan blijkt dat de meeste starters en doorstromers in de eigen gemeente willen blijven wonen. Het centrum en omgeving (maximaal 15 minuten loopafstand) is daarbij het meest in trek. Maar liefst 56% van de starters, 55% van de doorstromers onder de 65 jaar en 69% van de doorstromers boven de 65 jaar wil het liefst wonen in het centrum en omgeving daarvan (maximaal 15 minuten loopafstand van het centrum). Het plan voor de Brabantbadlocatie maakt al jaren onderdeel uit van de potentiële plancapaciteit en ligt binnen het stedelijk gebied (zie verderop onder 'binnen bestaand stedelijk gebied'). Binnen het huidige bestemmingsplan is de bouw van circa 120 woningen al mogelijk.

Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan draagt het voorliggend plan niet alleen extra bij aan de woningbouwopgave, maar wordt ook de ruimtelijke kwaliteit vergroot (zie paragraaf 3.1). Het plan ligt binnen het stedelijk gebied van 's-Hertogenbosch. Met maximaal 195 woningen in een groen, maar (hoog)stedelijk woonmilieu, draagt het plan bij aan de woningbouwopgave en voorziet het in de grote behoefte van starters en doorstromers aan woningen in en nabij het centrum. Het plan voorziet in woningen met een gebruiksoppervlakte variërend van circa 50 m² tot circa 160 m², met uitzondering van enkele grotere woningen. Deze woningen zijn, zeker gezien de locatie, aantrekkelijk voor de groeiende groep één- en tweepersoonshuishoudens. In het plan wordt voorzien in een mix van type woningen, waarbij één woontoren in exploitatie komt bij een woningcorporatie om zo voldoende sociale en middeldure huurwoningen in het project te waarborgen. Daarnaast zal bij het invullen van het definitieve woonprogramma in de andere twee torens worden ingezet om dit in lijn te doen met de woonbehoefte aan middenhuur en sociale koopwoningen. Daarmee levert het plan een bijdrage aan het vergroten van het betaalbare aanbod voor starters. Het plan vormt daarmee een aanvulling op het al aanwezige woningaanbod.

Behoefte functies plinten In de plinten is een divers programma mogelijk met een totale maximale omvang van 960 m² bvo. Gelet op de kleinschalige omvang van het programma in relatie tot de totale plancapaciteit voor de beoogde functies binnen de gemeente, is duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur ten gevolge van leegstand uitgesloten. Hieronder volgt een beschouwing van de toegestane functies in relatie tot de onderhavige locatie. Lichte horeca (categorie 3, maximaal 180 m² bvo + maximaal 100 m² terras). Vestiging van lichte horeca op deze locatie past in het gemeentelijke horecabeleid (zie nader paragraaf 4.3.7). De locatie is aantrekkelijk voor deze functie. Anderzijds kan een dergelijke functie een meerwaarde vormen voor de leefbaarheid van het gebied en een verbinding tussen de bebouwing in het plangebied en de omgeving tot stand brengen. Dienstverlening. De ruimtes in de nieuwe bebouwing zijn geschikt voor de vestiging van dienstverlenende bedrijven. Voor deze functies is in 's-Hertogenbosch een divers aanbod beschikbaar. Onderhavige locatie nabij het stadscentrum in een groene omgeving is onderscheidend ten opzichte van het meeste andere aanbod voor deze functies. Maatschappelijke en culturele voorzieningen.

Invulling van (een deel van) de ruimtes met maatschappelijke en/of culturele functies kan een meerwaarde bieden voor de omgeving, bijvoorbeeld omdat het sociale netwerken kan versterken. Te denken valt aan een invulling als buurthuis of daarmee vergelijkbare voorziening voor de buurt. Ook kunst en cultuur kan passend zijn. De transparante plinten zijn daarvoor uitermate geschikt en ook een dergelijke functie past goed bij de groene omgeving met openbaar toegankelijke paden. Recreatieve voorzieningen. Door de ligging van het plangebied aan de rand van een groot park met een 31

waterplas, is de planlocatie zeer geschikt als uitvalsbasis voor recreatieve activiteiten. Samenvattend kan worden gesteld dat met het beoogde programma in de plinten bij deze locatie passende functies worden toegestaan.

Binnen bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied en heeft tevens al een bestemming voor een stedelijke functie (wonen). De behoefte wordt derhalve binnen bestaand stedelijk gebied opgevangen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De toenemende verschillen binnen Noord-Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave in de provincie (ca. 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat er de komende 10 jaar een kans ligt om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken.

De provincie wil met haar partners de transformatiepotenties in beeld brengen en onderzoeken hoe deze onderwerpen kunnen worden aangepakt. Doorwerk ing plangebied Voor de onderhavige planontwikkeling, die plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, is met name de ambitie tot duurzame verstedelijking in combinatie met zorgvuldig ruimtegebruik van belang. Met de gekozen planinvulling wordt de bestaande locatie met een stedelijk functie passend ingevuld, maar wordt tegelijkertijd voldoende onbebouwd (groen) terrein behouden. Door een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, die reeds lange tijd voor woningbouw is aangewezen, optimaal en passend te benutten, past de ontwikkeling bij de provinciale ambities op dit punt. De planontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie. 32

4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 november 2019 deze verordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte 2014. In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

Doorwerk ing plangebied Het plangebied ligt volgens de Verordening binnen de structuur 'concentratiegebied' (stedelijk gebied) en betreft de ontwikkeling van een locatie voor wonen in combinatie met voorzieningen in de plint. Het dient te gaan om een duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.42 lid 1). Hiervan is sprake omdat een nieuw, toekomstbestendig gebouw ten behoeve van een functie waaraan ook op lange termijn grote behoefte zal bestaan, wordt gerealiseerd. Ook houdt de ontwikkeling rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water. Hierop wordt in paragraaf 4.3.8 nader ingegaan. Het plan is dan ook in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. Ook worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur.

Doorwerk ing plangebied Het plangebied behoort tot 'De Maasvleugel'. Deze vleugel verbindt de stad aan de Maas. De stedelijke verbindingsas, de radiaal Noord, is vanaf de Rompert als langzaamverkeersroute doorgetrokken naar Oud-Empel en de Maasboulevard. Hier kan de Bosschenaar genieten van de wateractiviteiten en de natuur op 33

en langs de Maas. Het plangebied ligt in bestaand bebouwd gebied op een locatie met eigen identiteit en karakter. Eén van de doelstellingen van het woonbeleid in ’s-Hertogenbosch is de woningdifferentiatie in de woonwijken vergroten. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen wordt gewerkt aan enerzijds het doorbreken van de eenzijdigheid van het woningaanbod in buurten. Anderzijds het bieden van voldoende keuzemogelijkheden aan de inwoners van de stad, in de vorm van een gedifferentieerd en gevarieerd woningaanbod met een eigen identiteit en karakter. Dat laatste speelt met name in op de trend van wonen in een herkenbare kwaliteit en omgeving. Aan bovenstaande doelstelling draagt het planvoornemen bij. Met de realisatie van de woontorens aan de rand van de IJzeren Vrouw en het Prins Hendrikpark wordt wonen in een herkenbare omgeving mogelijk gemaakt. 4.3.2 Algemeen kader Bossche plassen De gemeente 's-Hertogenbosch is rijk aan waterplassen. Deze plassen bieden ruimte voor recreatie, zijn rijk aan natuur en biodiversiteit en vervullen functies als waterberging. De gemeente koestert haar plassen en hecht waarde aan benutting van de (ecologische, landschappelijke en waterbeheerkundige) waarden en duidelijkheid voor de toekomst. De inrichting en het beheer moeten beter aansluiten bij de beoogde functies.

Doorwerk ing plangebied De IJzeren Vrouw ligt dicht tegen de binnenstad met rondom de buurten De Muntel, De Vliert, Graafsebuurt Noord en Hinthamerpoort. De plas neemt binnen het stadsecologisch netwerk een belangrijke plek in als groter groengebied. In het beleidsdocument 'Bossche plassen' wordt aangegeven dat er aan de oostzijde van de plas woningbouwplannen bestaan. Met onderhavig document wordt invulling gegeven aan bovengenoemde woningbouwplannen. De waterplas blijft hierbij ongemoeid. 4.3.3 Nota Duurzaamheid In mei 2019 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid ('Samenwerken aan een duurzaam 's-Hertogenbosch') vastgesteld. Overkoepelende doelstelling is dat 's-Hertogenbosch in 2050 duurzaam is. Deze is vertaald in vier concrete ambities: 1. 2. 3. 4.

Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; CO2-neutrale gemeente; Waardebehoud van grondstoffen; Duurzame mobiliteit.

Deze ambities zijn uitgewerkt in 17 concrete Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Naast deze ambities kent 's-Hertogenbosch ook een verstedelijkingsopgave. Aspecten zoals veiligheid en gezondheid zullen hierin moeten worden meegenomen. Per ambitie is in de Nota beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe men dit wil monitoren. Daarnaast is een aantal goede voorbeelden opgenomen, bedoeld als inspiratie voor alle betrokken partijen.

Doorwerk ing plangebied De verstedelijkingsopgave voor 's-Hertogenbosch ziet onder meer op het bieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor verschillende doelgroepen. Daarbij is van belang dat, zeker in geval van nieuwe initiatieven op het gebied van huisvesting en woningbouw, een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving centraal staat. Het plangebied biedt hiervoor al een aantal voorwaarden vanwege de groene directe omgeving. Dit groene karakter blijft ook behouden en is een nadrukkelijke voorwaarde voor de beoogde ontwikkeling. Ook is door middel van onderzoek gemonitord dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft onder meer akoestiek en luchtkwaliteit. Hiermee voldoet de locatie van het initiatief aan deze randvoorwaarden. 34

In paragraaf 5.13 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de wijze waarop bij de ontwikkeling en uitvoering van het plan rekening is gehouden met het thema duurzaamheid. 4.3.4 Woonvisie 's-Hertogenbosch Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd: Opgave 1 - Passend en betaalbaar wonen voor iedereen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. Opgave 2 - Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14308006/1