CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Advies commissie Dierentehuis

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief De toekomst van het Dierentehuis 's-Hertogenbosch e.o.7.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport van de Commissie Dierentehuis 29 maart 2021 1. Inleiding Geschiedenis In 2015 zijn er problemen ontstaan tussen de gemeente ’s-Hertogenbosch en het in ’sHertogenbosch gevestigde dierentehuis. Deze problemen bleken hardnekkig. Pogingen van het bestuur van het dierentehuis en de gemeente om uit de impasse te komen zijn niet geslaagd. Op 8 december 2020 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van ’sHertogenbosch een commissie ingesteld die een onafhankelijk advies moet geven over de oplossing van de problemen. Commissie De Commissie bestond uit: Mw. J. Eugster-van Bergeijk, oud-burgemeester, oud-wethouder ’s-Hertogenbosch, voorzitter Drs. L.van Heugten, oud-hoofd afdeling Financiën gemeente ’s-Hertogenbosch, lid Mw. mr.drs. I. Woestenberg, oud-gemeentesecretaris ’s-Hertogenbosch, lid. De opdracht van de Commissie luidde: “Advies uit te brengen onder welke voorwaarden de gemeente en het dierentehuis uit de huidige impasse kunnen komen; aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een robuuste, effectieve en efficiënte opvang van zwerfdieren te waarborgen; daarbij ook een verkenning te doen naar regionale ontwikkelingen”.

Werkwijze De Commissie verrichtte een bureaustudie en voerde vervolgens uitgebreide telefoon- of videogesprekken met de wethouder en ambtenaren van de gemeente, het bestuur van het dierentehuis, de medewerkers van het dierentehuis, de accountant van het dierentehuis, de directeur van Koninklijke Hondenbescherming, een vertegenwoordiging van de Dierenbescherming, een bestuurslid van Dierenambulance ´s-Hertogenbosch, het bestuur van het dierentehuis in Oss, het bestuur van dierentehuis Hokazo, de voorzitter van het dierentehuis in Bruchem en ambtelijke medewerkers van de gemeenten Oss, Uden en Zaltbommel. De Commissie dankt alle gesprekspartners van harte voor hun inbreng. We troffen vrijwel steeds een constructieve en openhartige houding aan. Op basis van de verkregen informatie heeft de commissie conclusies getrokken en haar voorgenomen advies geformuleerd. Met de gemeente en het bestuur van het dierentehuis is het voorgenomen advies besproken. De gemeente en het bestuur hebben de gelegenheid gekregen om te reageren op feitelijke onjuistheden in de tekst.

2. De problematiek Nadat er al wat langere tijd interne problemen bij het dierentehuis bestonden, werd daar in 2015 de gemeente bij betrokken. Oorzaak was verschil van inzicht tussen het bestuur en de organisatie en tussen het bestuur en een aantal stakeholders over een aantal bestuurlijke, 1

organisatorische en financiële vraagstukken. Ondanks een bestuurswisseling, de inzet van het huidige bestuur, het liquideren van een omstreden steunstichting, het oplossen van een aantal interne problemen en meerdere gesprekken tussen de gemeente en het dierentehuis zijn de problemen nooit helemaal opgelost. De relatie tussen de gemeente en het dierentehuis In enge zin gaan de problemen over de relatie tussen de gemeente en het dierentehuis. - Aanvankelijk, in 2015, betrof dit een verschil van mening over een door het dierentehuis opgerichte steunstichting. De gemeente (en andere belanghebbenden) vonden de constructie ondoorzichtig. De steunstichting is in 2016 geliquideerd. - In diezelfde tijd is de relatie verstoord geraakt omdat de toenmalige wethouder openlijk partij trok in een conflict tussen het bestuur en de medewerkers en het vertrouwen in het bestuur opzegde. Hoewel dit een diep litteken bij de stichting heeft nagelaten, is daarna het verschil van mening in een meer zakelijke sfeer beland. - Op dit moment gaat het over de jaarrekeningen die de stichting conform de subsidievoorwaarden aan de gemeente moest overleggen. De stichting heeft na de jaarrekening over 2016 niet meer voldaan aan de verantwoordingsplicht. De gemeente heeft, na herhaalde waarschuwing en het geven van kansen tot herstel, in 2018 de subsidiëring conform de algemene subsidieverordening stopgezet.

Vanaf 2019 heeft het Dierentehuis dus geen gemeentelijke subsidie meer ontvangen. De stichting geeft aan dat de jaarrekeningen op korte termijn kunnen worden geleverd. Dit is meermalen toegezegd, ook aan onze Commissie, maar de toezegging werd tot nu toe niet nagekomen. - Wat de Stichting betreft gaat het er hiernaast over dat de gemeente niet wil overleggen over de overgang van een subsidierelatie naar een inkooprelatie, waarbij de gemeente tegen een reële prijs diensten inkoopt en daarover btw betaalt. De gemeente wil pas over de toekomst praten als de verantwoording over de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. De Commissie is ingesteld naar aanleiding van dit vraagstuk. De financiële positie van het dierentehuis In iets ruimere zin gaat het over de financiële positie van het dierentehuis. De financiële situatie van dit moment ziet er als volgt uit: o Het dierentehuis heeft in 2016 volgens de jaarcijfers, een operationeel verlies geleden dat ten laste is gebracht van de reserves. De conceptcijfers over 2017 en 2018 geven ook een operationeel verlies aan. Het bestuur vindt dat de reserves, gevormd door legaten en schenkingen, niet zijn bedoeld als dekking voor de operationele kosten. Uit de samenvattende cijfers die we op 4 maart jongstleden van het bestuur hebben ontvangen hebben blijkt dat ook de jaren 2019 en 2020 met een verlies zijn afgesloten.

o Het aantal zwerfdieren neemt af. Een drietal kleinere gemeenten betaalt alleen een bedrag per opgevangen zwerfdier en geen bijdrage per inwoner als bijdrage in de kosten van instandhouding. Er ontstaat hierdoor een steeds groter gat tussen de vaste kosten en de vaste inkomsten. o Het dierentehuis is de erkenning van het Centraal Bureau Fondsenwerving kwijtgeraakt waardoor de werving van schenkingen, legaten en erfenissen wordt bemoeilijkt. o Sinds kort wordt ook niet meer voldaan aan de voorwaarden van Dierenlot.

2

o

De Hondenbescherming heeft de samenwerking voor de opvang oudere honden per 1-1-2021 niet verlengd. Dit scheelt jaarlijks een brutobedrag van €79.000 op een begroting van circa €400.000. Hiertegenover staat natuurlijk ook het wegvallen van de kosten. Het bestuur van het dierentehuis meent dat Hondenbescherming het project heeft stopgezet omdat de Dierenbescherming al langere tijd van plan was om een eigen educatief centrum te bouwen. De Hondenbescherming meldt, en heeft dat uitgebreid aan de Commissie toegelicht, dat de plaatsing van oudere honden is stopgezet omdat, ondanks meerdere gesprekken, van het bestuur geen inzicht werd verkregen in de financiën van het dierentehuis en de prestaties voor de opgevangen oudere honden. o Het dierentehuis heeft een hypothecaire lening lopen bij de Koninklijke Hondenbescherming, die tot voor kort rentevrij was en waarvan de aflossing ad €10.000 jaarlijks werd kwijtgescholden. De resterende hoofdsom is nog € 168.000. Het dierentehuis voldeed niet meer aan de voorwaarden behorend bij de geldlening, met name op het gebied van verantwoording. Als gevolg daarvan is de lening opgezegd en vanaf medio 2019 rentedragend geworden. Het bestuur van het dierentehuis zegt een hypotheeknemer te hebben gevonden die bereid is de hypothecaire schuld over te nemen.

Zowel mondeling als schriftelijk heeft het bestuur van het dierentehuis laten weten een en ander zo spoedig mogelijk te effectueren. Tot die tijd vraagt de Hondenbescherming het dierentehuis rente te betalen en zal aflossing niet worden kwijtgescholden. De Commissie heeft nog niet bij het bestuur kunnen achterhalen wie de lening heeft overgenomen. o De Hondenbescherming wil nieuwe samenwerkingsmogelijkheden overwegen, maar pas als er een ander bestuur is gekomen. o Wij hebben het Dierentehuis een globaal inzicht gevraagd in de beschikbare cijfers over 2020. Die hebben we op 4 maart ontvangen. Uit die cijfers trekken we de conclusie dat de druk op de reserves groot zal zijn en het is maar zeer de vraag tot wanneer dat vangnet nog kan functioneren. De opdracht van de Commissie kan niet los worden gezien van de financiële situatie. Dit temeer daar de huidige financiële bijdrage door de gemeente als uitgangspunt aan de Commissie is meegegeven. De toekomst van de dierenopvang In de meest ruime zin gaat het over het toekomstperspectief van het dierentehuis. Het bestuur van het dierentehuis ziet een toekomst voor zich met de volgende belangrijke elementen: o Het dierentehuis gaat voldoen aan hogere professionele eisen. Hiervoor wil zij toe naar meer betaalde medewerkers. o Het financieringsmodel met de gemeenten wordt gewijzigd.

De deelnemende gemeenten gaan alle vier een bedrag per inwoner betalen. o Dit bedrag moet volgens het bestuur naar €1,21 per inwoner (inclusief kosten van een met de opvang gecombineerde dierenambulance), zijnde de bijdrage die volgens het bestuur de Dierenbescherming rekent. o Het subsidiemodel wordt omgezet in een dienstverleningsmodel. Dit omdat de stichting dan volgens het bestuur een aanzienlijk voordeel op de btw kan realiseren. o Er wordt samengewerkt met andere partijen (andere dierentehuizen in de regio en/of de dierenambulance) om de kosten te verlagen. Er is door het dierentehuis nog geen plan uitgewerkt om deze toekomstvisie te realiseren.

3

Voor de gemeente gaat het over het perspectief voor de uitvoering van de wettelijke opvangtaak. De gemeente kan drie kanten op: o Verder met het dierentehuis. o Samenwerking met andere gemeenten in de regio om in overleg met de betrokken dierentehuizen en de dierenambulances tot een schaalvergroting voor de uitvoering van de wettelijke taak te komen. o Afscheid nemen van het dierentehuis en de wettelijke taak onderbrengen bij een andere organisatie voor de opvang van zwerfdieren. Aan de Commissie is gevraagd het regionale perspectief in haar beoordeling te betrekken.

3. Analyse van de Commissie Bestuur o o

o

o

Het bestuur is gedreven en gericht op de doelen van de organisatie. Heeft duidelijk het hart op de goede plaats. Het bestuur is al enkele jaren bezig met het op orde krijgen van de situatie en heeft hierin stapjes gemaakt. Er is een administratie opgezet en de relatie met de medewerkers is -hoewel zeer afstandelijk- de afgelopen jaren enigszins verbeterd. Het bestuur is in andere opzichten echter weinig effectief. Het bestuur is belangrijke samenwerkingsrelaties kwijtgeraakt (Hondenbescherming, CBF, Dierenlot), breekt niet door een aantal impasses heen (gemeente, accountant), heeft de tering niet naar de nering gezet toen de omzet en de inkomsten daalden en komt niet tot de noodzakelijke strategische samenwerking (andere gemeenten, andere dierentehuizen, dierenambulance). We horen van nagenoeg alle betrokkenen en verschillende stakeholders dat de samenwerking met het bestuur moeizaam tot zeer moeizaam verloopt; het bestuur slaagt er niet in goede bindingen met partners aan te gaan of te behouden. Het lage tempo van handelen en de als lastig ervaren manier van communiceren spelen hierbij een belangrijke rol. De Commissie herkent dit probleem.

Organisatie o o

o

o

o

De medewerkers en vrijwilligers van het dierentehuis vangen, ondanks de problemen waar het dierentehuis voor staat, nog steeds de dieren op en zorgen daar goed voor. De organisatie begint volgens de medewerkers in een isolement te komen nu belangrijke organisaties de samenwerking hebben beëindigd of het lastig vinden om met het bestuur samen te werken. De medewerkers zien met zorg aan dat de goede reputatie van het dierentehuis afkalft, onder andere door het intrekken van het CBF-certificaat en het vertrek van de Hondenbescherming. Er is in de organisatie ongerustheid over de toekomst. De continuïteit van het dierentehuis staat volgens de medewerkers op het spel. De medewerkers denken dat het gewenst is dat er een nieuw bestuur komt dat met een schone lei kan beginnen. De medewerkers hebben bij externe samenwerkingspartners een goede reputatie.

Financiën o

Aangezien er geen recente jaarverslagen zijn, is de financiële situatie niet helemaal duidelijk. De Commissie heeft zich op basis van voorlopige cijfers over 2017 en 2018 4

o

o o o

o

en een van het bestuur ontvangen overzicht met totalen over de periode 2014 t/m 2020 wel een beeld kunnen vormen over de huidige financiële situatie. Duidelijk is dat er de afgelopen jaren tekorten zijn ontstaan, dat in 2020 geen afschrijving van kapitaalsinvesteringen meer heeft plaatsgevonden en dat er fors moet zijn ingeteerd op de reserves. Het stoppen van de vaste kwartaalbijdrage ad €20.000 van de Hondenbescherming vanaf 2021 is een gevoelige klap voor de toekomstige exploitatie van de stichting. Bij overname van de lening van de Hondenbescherming zal voortaan rente en aflossing moet worden betaald. Het tekort neemt hierdoor verder toe. Het bestuur heeft blijkens de gegevens die wij hebben gezien de tering niet naar de nering gezet door de uitgaven te beperken. Er is ook geen sprake van actief ondernemerschap om extra bijdragen te genereren of nieuwe bronnen van verdiensten aan te boren, misschien afgezien van de gesprekken met de gemeente ‘s-Hertogenbosch om de inwonerbijdrage te verhogen. De financiële situatie bevindt zich in een neerwaartse spiraal. De Commissie vindt de financiële situatie uiterst zorgelijk.

Jaarrekeningen o

o

o

o

o o

o

o

De jaarcijfers over 2017 zijn gereed, maar volgens de accountant voldoet het geschreven bestuursverslag nog niet aan de vereisten en is de continuïteitsveronderstelling in onvoldoende mate onderbouwd, zodat er nog geen accountantsverklaring ligt. De jaarcijfers over 2018 zijn gereed, maar nog niet voorzien van een bestuursverslag. Daarna moet nog accountantscontrole plaatsvinden. Voor zover wij weten zijn de jaarcijfers 2019 en 2020 nog niet gereed. De accountant meldt dat het zeer moeilijk is om de juiste gegevens van de stichting te krijgen en dat hij er ontzettend veel tijd in moet stoppen. Dat wordt bevestigd door de financiële gegevens; de accountantskosten waren de afgelopen jaren enorm hoog. Er lijken geen financiële onrechtmatigheden of ingewikkeldheden aan de orde te zijn, zodat het niet goed te begrijpen is waarom het afwikkelen van de jaarrekeningen zo lang duurt. De Commissie stelt vast dat het bestuur onmachtig is om de jaarrekeningen afgerond te krijgen. De commissie vindt overigens wel dat deze situatie beëindigd moet worden anders blijft het voor alle partijen en ook eventuele toekomstige partners een hindernis. Ons voorstel zou zijn om de jaarrekeningen over 2017 tot en met 2020 niet meer te maken. Dit zou ontzettend veel tijd kosten, als het al gaat lukken, en ook tot flinke kosten leiden omdat de accountant dan nog vier jaarrekeningen moet controleren.

Nu de gemeente indertijd na onderzoek van het jaarverslag van de steunstichting en ook wij na ons onderzoek van nu niets hebben gevonden wat lijkt op financiële onrechtmatigheid lijkt het gerechtvaardigd voor te stellen deze jaarrekeningen niet meer te maken. Om een goed beeld te hebben van de financiële situatie van het Dierentehuis zou er dan per 1 januari 2021 een herstartbalans gemaakt kunnen worden die door de accountant wordt goedgekeurd. Er is dan in elk geval een nieuw financieel ijkpunt en partijen kunnen het financiële verleden achter zich laten. De gemeente zou dan de gereserveerde subsidies in moeten zetten en het bestuur van het dierentehuis, c.q. een kwartiermaker, moet tot een nette afwikkeling komen van de vorderingen en schulden uit de herstartbalans. 5

Relatie met de gemeente ’s-Hertogenbosch o

o

o

o

De stichting voldoet al sinds de jaarrekening 2016 niet meer aan de subsidievoorwaarde dat tijdig jaarrekeningen moeten worden ingediend die voorzien zijn van een accountantsrapport. Het bestuur van het dierentehuis toont zich weinig bewust van de positie die de gemeente als verstrekker van subsidie en de instelling als ontvanger tegenover elkaar hebben. Het afleggen van verantwoording is geen bureaucratische overbodigheid, maar een essentie in de relatie tussen gemeente en stichting. De stichting heeft hoop gevestigd op een privaatrechtelijke relatie met de gemeente, onder andere omdat de gemeente zich dan minder zal bemoeien met de stichting. Dit is een misvatting. Aangezien het gaat om een wettelijke taak die niet in normale concurrentie kan worden aanbesteed, zal de gemeente altijd een tamelijk intensieve controlepositie ten opzichte van het dierentehuis moeten innemen. Ook zal de gemeente de gezondheid en de continuïteit van de organisatie moeten kunnen beoordelen. De gemeente is in de kwestie van de jaarrekeningen zeer coulant geweest tegenover de stichting. Bij ongewijzigde situatie zou de gemeente dit nog langdurig moeten blijven. Het is namelijk naar de mening van de Commissie niet te verwachten dat de stichting na al die jaren plotseling snel de vier jaarrekeningen gaat afwikkelen. Er is een doorbraak nodig om uit de impasse te komen.

Financiële bijdrage gemeenten o

o

o

Er is geen landelijke richtlijn voor de financiering van de wettelijke taak van de gemeenten. De bandbreedte voor de uitvoering van het vervoer en de opvang van zwerfdieren is erg groot. Wij hebben een beperkte benchmark uit 2016 gevonden (bijlage 3). Daarbij zijn de bijdragen voor de instandhouding, voor opvang van zwerfdieren en voor de dierenambulance opgeteld en dit pakket is uitgedrukt in een bedrag per inwoner. Het gemiddelde bedrag was €0,87 per inwoner. Dit bedrag zou volgens de toen bekende voornemens stijgen naar €0,99 per inwoner. De gemeente ’s-Hertogenbosch betaalt voor het pakket omgerekend €0,96 per inwoner per jaar (€0,77 voor opvang, €0,19 voor dierenambulance1). De gemeente zit hiermee rond of -gezien het tijdsverloop sinds de benchmark- iets onder het gemiddelde. De gemeenten Boxtel, Vught en Sint-Michielsgestel kwamen voor dit pakket in 2019 gemiddeld uit op minder dan €0,30 per inwoner2, waarvan €0,103 voor de dierenambulance. Zij zitten hiermee zeer laag. Het verschil tussen ’s-Hertogenbosch enerzijds en Vught, Boxtel en SintMichielsgestel anderzijds, voor de uitvoering van een wettelijke taak bij een en dezelfde instelling, is blijkbaar historisch ontstaan, maar eigenlijk niet uit te leggen. De stichting is er tot op heden niet in geslaagd de bijdrage bij Vught, SintMichielsgestel en Boxtel succesvol ter discussie te stellen.

De gemeente ’sHertogenbosch heeft zich er niet hard voor gemaakt om met de andere gemeenten tot een harmonisatie van de bijdragen te komen.

1

Bron: gegevens ’s-Hertogenbosch en Dierentehuis Den Bosch Bron: gegevens Dierentehuis Den Bosch 3 Bron: Dierenambulance ’s-Hertogenbosch 2

6

o

In de regio zijn 2 andere dierentehuizen. De gemeente Oss betaalt omgerekend €2,89 per inwoner4 en zit hiermee bijzonder hoog. De gemeenten die aangesloten zijn bij Hokazo in Uden komen (na een recente verhoging) uit op €1,03 per inwoner5, dit zit rond het gemiddelde.

Toekomstplan dierentehuis o o

o

o o

Het bestuur van het dierentehuis heeft ons bouwstenen voor een toekomstplan toegezonden. De in de bouwstenen opgenomen uitgangspunten (bv meer professionele krachten, hogere inwonerbijdrage, regionale samenwerking) zijn voor discussie vatbaar of nog onvoldoende uitgewerkt. De bouwstenen zijn dan ook een startpunt, geen eindpunt. De motivering voor de gewenste hoogte van de gemeentelijke bijdrage is niet valide. Er is geen VNG-richtlijn en de Dierenbescherming berekent geen vast bedrag per inwoner. Ook de aanname ten aanzien van de btw klopt niet. Voor het dierentehuis is de btw-winst beperkt, tenzij er fors geïnvesteerd gaat worden. Er zijn nog geen stappen ondernomen om met de gemeenten over het toekomstplan te overleggen. Wij betwijfelen in hoge mate of het bestuur het vermogen heeft om voor dit toekomstplan bij de gemeenten en de regionale partners de handen op elkaar te krijgen.

Perspectief dierenopvang De commissie constateert dat de opvang van dieren sterk aan het veranderen is. o De eisen en wensen op het gebied van dierenwelzijn betekent dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan dierenopvang. Zowel aan de huisvesting als aan het vervoer, de opvang en de verzorging van de dieren. o Het werven van vrijwilligers is voor sommige taken (24/7 bereikbaarheidsdiensten, bestuursfuncties) moeilijker aan het worden. o Het aantal op te vangen dieren neemt al jaren af. Oorzaken zijn onder meer de nadruk op preventie van dierenleed, het toegenomen chippen van dieren en digitale ontwikkelingen (vraag en aanbod van honden en katten via Facebook en Marktplaats). o Dierentehuizen hebben voor de herplaatsing van dieren steeds minder een lokale binding nodig. Mensen komen van heinde en verre om dieren op te halen. De ontwikkelingen leiden ertoe dat in toenemende mate naar schaalvergroting zal worden gekeken. In Oss (alle voorzieningen goed op orde, maar een te klein werkgebied om de kosten van een bijdetijdse opvang te dragen) is dat duidelijk te zien.

4. Opties voor de toekomst van het dierentehuis Zelfstandig voortbestaan o

4 5

Op zichzelf heeft het dierentehuis voldoende toekomstmogelijkheden als zelfstandige organisatie, mits er tijd is om de huidige problemen op te lossen, er door een bestuur voortvarend, strategisch slim en ondernemend aan de toekomst wordt gewerkt en er ook een open en constructieve werkhouding naar het personeel ontstaat.

Bron: gegevens Gemeente ’s-Hertogenbosch Bron: gegevens Hokazo

7

o

Wel denkt de Commissie dat de financiële bijdrage verhoogd zal moeten worden om het huidige kwaliteitspeil te kunnen vasthouden. Op korte termijn, omdat door het wegvallen van de inkomsten en de voordelige lening van de Hondenbescherming (circa een kwart van de begroting) de kostendruk hoog zal worden. Ook de reserves voor onderhoud en renovatie zijn in de jaarrekening 2016 al volledig ingezet.

Overname van het dierentehuis door de Dierenbescherming o

o

Denkbaar is dat de Dierenbescherming (delen van) de voorziening overneemt. De bestuurskracht wordt hierdoor duurzaam sterk, enkele functies (o.a. 24-uurs meldkamer) worden beter geborgd omdat ze door beroepskrachten worden uitgevoerd en de organisatie kan profiteren van de professionele kennis en de netwerken in de organisatie van de Dierenbescherming De consequentie van deze keuze is dat het beleid van de Dierenbescherming leidend wordt, al is er ruimte voor enige couleur locale. De Dierenbescherming ziet de eventuele overname van (de huidige activiteiten van) het dierentehuis idealiter als tussenstap naar één of twee voorzieningen in een veel groter gebied. De consequentie van de keuze voor overnemen is dat het perspectief van de Dierenbescherming voor schaalvergroting wordt geaccepteerd.

Uitbesteding van de wettelijke taak o

o

Het is mogelijk dat ’s-Hertogenbosch zijn wettelijke taak (het vervoeren en gedurende 2 weken opvangen van zwerfhonden en zwerfkatten) opdraagt aan een ander dierentehuis (bv Oss) en voor het overige geen verantwoordelijkheid neemt voor een dierentehuis. Deze minimalistische variant komt in beeld als de bestuurlijke problemen van Dierentehuis ’s-Hertogenbosch niet kunnen worden opgelost.

Samenwerking in de regio Noord Oost Brabant In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voorzieningen die voor gemeenten in Noord Oost Brabant werkzaam zijn. In bijlage 2 heeft de commissie de kansen en belemmeringen van samenwerking op een rijtje gezet. o Het dierentehuis kan een lichte vorm van samenwerking aangaan met de dierentehuizen Oss en/of Hokazo. De partners kunnen daarbij streven naar een versterking van hun organisaties door het delen van kennis, afspraken over specialisatie, bundeling van bedrijfsvoeringstaken (inkoop, administratie etc.) en verdeling van opvangtaken. Deze optie heeft geen fundamentele financiële voordelen. o Het dierentehuis kan samengaan met het dierentehuis in Oss. Er ontstaat door samenvoeging een kwalitatief hoogwaardige, robuuste, toekomstbestendige organisatie. De taken van de dierentehuizen kunnen in het samengevoegde werkgebied gelet op het gedaalde aantal op te vangen dieren, waarschijnlijk op één locatie worden geconcentreerd. Mits zakelijk aangepakt, levert dat een behoorlijk efficiencyvoordeel op (minder huisvestings- en personeelskosten). Dit is vooral financieel voordelig voor de gemeente Oss. Wij taxeren dat samengaan met Oss voor ’s-Hertogenbosch niet goedkoper zal zijn dan wat de gemeente in de huidige situatie moet betalen, mogelijk zelfs duurder.

Dit hangt af van de scherpte van de opdracht aan de dierentehuizen en de keuze van de te behouden vestiging.

8

o

o

o

De consequentie van deze keuze is dat Oss of ’s-Hertogenbosch geen dierentehuis meer in de eigen gemeente zal hebben. Daarmee gaat ook een deel van de werk- en vrijwilligersplaatsen verloren. Een soortgelijke optie is het samengaan met Hokazo en nog een stap verder gaat de optie van één regionale organisatie waarin ’s-Hertogenbosch, Oss en Hokazo opgaan en er voor concentratie van opvang op een of twee locaties wordt gekozen. We achten deze optiesop dit moment niet realistisch. Er is aan de basis weinig enthousiasme voor, de problemen worden nog niet als urgent ervaren, wij zien geen trekkerschap in de regio en wij betwijfelen zeer of dit ingewikkelde project in alle 15 betrokken gemeenten de eindstreep haalt. Deze optie wordt op wat langere termijn wellicht interessanter, zeker als de Dierenbescherming aan schaalvergroting gaat trekken. Wel denkt de Commissie eerder aan de schaal Noord Oost Brabant dan aan een groter gebied. Dit enerzijds vanwege de noodzakelijke betrokkenheid van gemeenten bij hun wettelijke taak, anderzijds om blijvend een plaats te kunnen geven aan vrijwilligerswerk in deze sector.

Samenwerking met de Dierenambulance o

Denkbaar is dat het dierentehuis, al dan niet samen met de gemeente, opnieuw probeert om samenwerking te zoeken met de Dierenambulance ’s-Hertogenbosch, om te zien of concentratie in één organisatie en/of op één locatie mogelijk is. Ook een samenwerking tussen de dierenambulances in de regio (Den Bosch en Oss, mogelijk ook Hokazo) hoort tot de te onderzoeken mogelijkheden.

5. Conclusies en advies van de Commissie Conclusies De Commissie trekt op basis van de feiten en de analyse de volgende conclusies. a) Het Dierentehuis Den Bosch is terechtgekomen in een neerwaartse spiraal. Bij ongewijzigd beleid loopt de organisatie bestuurlijk en financieel vast. b) De problemen van Dierentehuis Den Bosch zijn grotendeels te wijten aan het functioneren van het bestuur: onmacht om de jaarrekeningen afgewikkeld te krijgen, een te traag tempo van handelen en onvermogen om goede relaties met andere organisaties te onderhouden. c) Zonder een doorbraak vanuit de gemeente ’s-Hertogenbosch m.b.t. de jaarrekeningen worden de problemen van het dierentehuis niet opgelost. d) Het huidige bestuur heeft het hart op de goede plaats, maar zou in het belang van een gezonde toekomst van het dierentehuis plaats moeten maken. e) Het bedrag dat de gemeente beschikbaar stelt aan het dierentehuis is tot 2016 toereikend geweest. Het bedrag per inwoner was echter aan de lage kant en is, uitgaande van ongewijzigd kwaliteitsniveau, te laag nu het dierentehuis de voordelen van de relatie met de Hondenbescherming niet meer heeft. f) Als er bestuurlijk en qua verantwoording met een schone lei kan worden herstart, zijn er voldoende mogelijkheden voor een lokaal dierentehuis.

g) Een regionale voorziening (samen met Oss of een nog grotere schaal) is de meest toekomstbestendige oplossing, maar is alleen doelmatig als het aantal voorzieningen in de regio kan worden teruggebracht. h) Voor een grote stap naar regionale samenwerking ziet de Commissie op dit moment geen draagvlak. Wel zijn kleine stappen mogelijk. 9

Advies Het advies van de Commissie is gericht op een duurzame toekomst voor het dierentehuis en een goede relatie tussen het dierentehuis en de gemeente ’s-Hertogenbosch. De Commissie adviseert samengevat het volgende: 1. De impasse m.b.t. de jaarrekening wordt opgelost door het opstellen van een herstartbalans per 1 januari 2021 die gevalideerd wordt door een accountant. 2. De gemeente ’s-Hertogenbosch rekent de opvang over de afgelopen jaren af en hervat de structurele relatie met het dierentehuis. 3. Het bestuur van het dierentehuis verbindt zich plaats te maken voor een nieuw bestuur en mee te werken aan het opstellen van de herstartbalans. 4. Het nieuwe bestuur van het dierentehuis maakt in nauwe samenwerking met de medewerkers en in overleg met de gemeente ’s-Hertogenbosch een herstelplan. 5. De gemeente maakt in overleg met het nieuwe bestuur van het dierentehuis een keuze tussen zelfstandig voortbestaan, samengaan met het dierentehuis in Oss of overname van het dierentehuis door de Dierenbescherming. 6. Indien het dierentehuis zelfstandig blijft, zal vanaf 2021 een hoger bedrag per inwoner nodig zijn. Wij schatten dit in op minimaal €0,20 - €0,30 extra per inwoner per jaar. 7.

Het nieuwe bestuur van het dierentehuis en de gemeente ’s-Hertogenbosch investeren in het op gang brengen van samenwerking tussen de dierentehuizen, dierenambulances en Dierenbescherming en tussen de meest betrokken gemeenten. De adviezen hangen onderling samen en zijn niet deelbaar. We schetsen voor de gemeente ’s-Hertogenbosch in paragraaf 7 een alternatief voor het geval het advies niet integraal kan worden uitgevoerd.

6. Toelichting en uitwerking van het advies Ad 1. Doorbreken impasse jaarrekeningen Het is noodzakelijk om de impasse te doorbreken m.b.t het leveren van de jaarrekeningen. Dit is mogelijk door de jaarrekening te vervangen door een herstartbalans die door een accountant mede opgesteld en/of gevalideerd wordt. Dit zou het volgende betekenen: o De herstartbalans vervangt de jaarrekeningen 2017 t/m 2020. o Aan het bestuur kan décharge worden verleend als de herstartbalans geen problemen m.b.t. de rechtmatigheid laat zien. Ad 2. Advies aan de gemeente ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch kan, als uit deze herstartbalans geen nieuwe problemen blijken, de opvang van de afgelopen jaren afrekenen en de relatie met het dierentehuis hervatten. De Commissie adviseert de gemeente concreet het volgende: o De gemeente accepteert de herstartbalans als verantwoording in plaats van de jaarrekeningen 2017-2020. De gemeente kan hiervoor redelijkerwijze als voorwaarde stellen dat het bestuur van het dierentehuis, dat niet in staat is geweest de jaarrekeningen tijdig te overleggen, plaatsmaakt voor een ander bestuur. 10

o

De gemeente betaalt de gereserveerde subsidie aan het dierentehuis over de jaren 2019-2020, conform de oude subsidievoorwaarden. o De gemeente hervat de relatie met het dierentehuis met ingang van 2021. De subsidie per inwoner, per zwerfhond en per zwerfkat worden opgeteld tot één totaalbedrag van € 0,77 per inwoner. Dit bedrag wordt verhoogd met €0,20 - €0,30 per inwoner. Inclusief de €0,19 per inwoner aan de dierenambulance komt de bijdrage voor de wettelijke taak aldus op €1,16 - €1,26 per inwoner. Uit de herstartbalans en het overleg met het nieuwe bestuur kan blijken dat dit bedrag hoger of lager moet zijn. (Zie toelichting bij advies 6). o De gemeente gaat over van subsidiëring van het dierentehuis naar inkoop van de wettelijke taak. Het dierentehuis heeft hierdoor bij het huidige uitgavenniveau een btw-voordeel, terwijl de overgang naar een inkooprelatie voor de huishouding van de gemeente geen verschil maakt. o De gemeente formuleert zijn visie op de uitvoering van zijn wettelijke taak voor zwerfdieren, als basis voor het overleg over de toekomst van het dierentehuis vanaf 2022. Het lijkt de Commissie, ter wille van een vlot verloop van de afwerking, gewenst dat de gemeente aan een kwartiermaker of interim-bestuur verzoekt om de herstartbalans op te maken en dat samen te doen met het dierentehuis en een door de gemeente te betalen accountant. Ad 3.

Advies aan het huidige bestuur van Dierentehuis Den Bosch Het bestuur van het dierentehuis zou, zowel vanwege de verantwoordelijkheid voor het verleden als vanwege betere kansen voor de toekomst van het dierentehuis, plaats moeten maken voor een nieuw bestuur. De Commissie adviseert het bestuur van het dierentehuis concreet het volgende: o Het bestuur accepteert dat het onder de gegeven omstandigheden voor het dierentehuis het beste is om een ander bestuur met een schone lei te laten beginnen. o De bestuursleden beëindigen hun lidmaatschap van het bestuur en blijven in functie tot er een nieuw bestuur is. Dat kan een tijdelijk bestuur zijn of een kwartiermaker. o Het bestuur werkt mee aan het opstellen van de herstartbalans. o Het nieuwe bestuur c.q. de kwartiermaker zorgt en toont aan dat aan de uit de herstartbalans voortkomende rechten en verplichtingen wordt voldaan. Het scheidende bestuur verleent hieraan de noodzakelijke medewerking o Het bestuur draagt de zaken ordelijk over aan het nieuwe (tijdelijke) bestuur of de kwartiermaker. Ad 4. Advies aan het nieuwe bestuur van Dierentehuis Den Bosch Het nieuwe bestuur van het dierentehuis (dat kan ook een tijdelijk bestuur of een kwartiermaker zijn) zou het maken van een herstelplan, in nauwe samenwerking met de medewerkers en in goed overleg met de gemeente ’s-Hertogenbosch, als eerste taak moeten oppakken.

Dit plan zou in ieder geval de volgende elementen moeten bevatten: o Uitgangspunten voor het bestuur en de governance binnen de stichting. o Maatregelen om de financiën op orde te krijgen. o Beleid ten aanzien van de doorberekening van kosten aan de gemeenten Vught, Sint-Michielsgestel en Boxtel. o Ontwikkelen van ondernemerschap voor het oppakken van nieuwe taken of het aanboren van andere markten. 11

o o o

o

Verbetering van de relatie met het eigen personeel. Herstel van de relatie met de Hondenbescherming, investeren in de ontwikkeling van een nieuwe vorm van samenwerking. Opbouw van de relatie met de Dierenbescherming, de Dierenambulance, de omliggende dierentehuizen en andere stakeholders, gericht op nieuwe of betere samenwerking. De visie op de toekomst van het dierentehuis, als basis voor het overleg met de gemeente over de toekomst van het dierentehuis vanaf 2022.

Ad 5. De verdere toekomst van het dierentehuis Na de herstart van het dierentehuis kan het overleg beginnen over de definitieve situatie. De Commissie acht drie opties voor de toekomst van het dierentehuis Den Bosch kwalitatief goed, financieel verantwoord en organisatorisch uitvoerbaar: 1) zelfstandig voortbestaan; 2) samengaan met het dierentehuis in Oss, mits de opvang op één locatie wordt geconcentreerd en 3) overname van het dierentehuis door de Dierenbescherming. De gemeente en het nieuwe bestuur van het dierentehuis zouden deze keuze bij voorkeur in overleg moeten maken. o Bij keuze voor zelfstandigheid behoudt ’s-Hertogenbosch een eigen dierentehuis. De keuze is voor de komende jaren in voldoende mate robuust en toekomstbestendig. De gemeente moet rekenen op het structureel doortrekken van de extra bijdrage van €0,20 - €0,30 om de kwaliteit van de uitvoering in stand te kunnen houden. o Bij keuze voor samengaan met Oss ontstaat er voor lange tijd een robuuste en toekomstbestendige organisatie. De kwaliteit van de dierenopvang kan optimaal blijven. Een besparing ten opzichte van de huidige bijdrage mag niet worden verwacht; in hoeverre de optie duurder wordt hangt van de opdracht aan de samen te voegen dierentehuizen. Gevolg van deze keuze zou zijn dat een van de twee gemeenten in de toekomst geen eigen dierentehuis meer heeft.

De gemeente zou het wegvallen van het dierentehuis in ’s-Hertogenbosch als eventuele consequentie van het samengaan met Oss op voorhand moeten accepteren. o Bij keuze voor overname door de Dierenbescherming wordt het dierentehuis opgenomen in een robuuste en toekomstbestendige organisatie die professioneel op de taak is ingericht. Overname van het dierentehuis door de Dierenbescherming is een keuze voor een pad naar opschaling en betekent minder ruimte voor lokaal beleid. Op korte termijn behoudt het Dierentehuis een beperkte vorm van zelfstandigheid. De kosten voor de gemeente zullen hoger zijn dan bij volledige zelfstandigheid. De Dierenbescherming hanteert een richttarief voor de opvangtaak van €0,90/inwoner exclusief btw. Dit bedrag is nog voor bespreking vatbaar, maar het is exclusief afschrijvings- en huisvestingslasten, die wij inschatten op circa €0,50. De commissie heeft een lichte voorkeur voor alternatief 1. Ten opzichte van alternatief 2 omdat het jammer is als een van de goede dierentehuizen in ’s-Hertogenbosch of Oss op korte termijn zou moeten verdwijnen. Het is ook kapitaalvernietiging en het heeft nogal wat sociale gevolgen.

Ten opzichte van alternatief 3 omdat de consequenties van de langetermijnplannen van Dierenbescherming nog onvoldoende concreet zijn en omdat de gemeenten en de dierentehuizen bij alternatief 1 zelf meer zeggenschap hebben en de regie over het tempo en de mate van schaalvergroting kunnen behouden. Bij het overleg over de toekomst past ook overleg over de vermogenspositie van het Dierentehuis. Mogelijk is een eigendomsswitch verstandig. Voor de gemeente kan het namelijk strategische voordelen hebben om het pand in eigendom terug te krijgen.

12

Ad 6. De gemeentelijke bijdrage indien het dierentehuis zelfstandig blijft. De gemeente heeft jarenlang voordeel gehad van de relatie tussen het dierentehuis en de Hondenbescherming. De rentevrije lening en de kwijtschelding van de aflossing betekende dat de vaste huisvestingslasten van het Dierentehuis relatief laag waren. De bijdrage van de Hondenbescherming voor de oudere honden kon gedeeltelijk na aftrek van de kosten hiervoor als dekking in de exploitatielast worden gebruikt. Nu het dierentehuis de relatie met de Hondenbescherming kwijt is geraakt, zijn deze voordelen niet meer aan de orde. Wij verwachten dat ze niet kunnen worden goedgemaakt door normale taken of inkomsten van dierentehuizen. De gemeente zal hier dus in elk geval voor een deel een hogere subsidie tegenover moeten zetten. Het structurele tekort als gevolg van het terugtrekken van de Hondenbescherming bedraagt bijna €100.000: een bijdrage voor de oudere honden van €79.000 waarvan wij inschatten dat er de laatste jaren slechts zeer beperkte kosten tegenover stonden en de kosten van de over te sluiten lening die wij schatten op €10.000 aflossing en €8.000 rente per jaar. De Commissie denkt dat het Dierentehuis hiervan een bedrag van €70.000 zelf kan opvangen door: - Minder vast personeel. Voor de oudere honden was extra personeel beschikbaar. Dat kan nu vervallen.

- Een meer reële bijdrage per inwoner van de gemeenten Vught, Sint-Michielsgestel en Boxtel. Voor het resterende bedrag van €30.000 - € 45.000 zou de gemeentelijke bijdrage met €0,20 - €0,30 per inwoner per jaar moeten worden verhoogd. Het bedrag voor de opvangtaak wordt dan €0,97 - €1,07 per inwoner per jaar, exclusief btw. Hiernaast blijft €0,19 exclusief btw per inwoner nodig voor de dierenambulance. Het dierentehuis heeft hiermee een forse opgave, want uit de cijfers die wij van het dierentehuis hebben ontvangen blijkt dat er moet ook nog een tekort van €100.000 ten opzichte van 2020 moet worden goedgemaakt. De Commissie denkt dat dit moet kunnen. Uit analyse van de cijfers blijkt dat er tot nu toe weinig of niets is gedaan met de daling van de omzet; bij een fors dalende omzet past een verlaging van de personele lasten. Voorts zouden er meer inkomsten moeten kunnen worden gehaald uit goede doelen. De inkomsten uit giften en legaten is de afgelopen jaren gedaald tot € 20.000 tot € 30.000, terwijl dit bedrag in 2016 en 2017 nog ruim boven de € 100.000 lag. Er zijn volgens de medewerkers mogelijkheden tot actiever ondernemerschap, bv pensionactiviteiten. Een deel van de kosten (en dus de tekorten) was incidenteel, waaronder de bovenmatige accountantskosten en een Corona-effect.

Al met al denkt de Commissie dat een actief bestuur met een extra bijdrage van de gemeente in staat moet zijn het dierentehuis weer goed op de rails te krijgen. Mochten er uit de herstartbalans of analyse van de detailcijfers nog nieuwe inzichten naar voren komen, dan zal er indringend overleg moeten zijn met het nieuwe bestuur over de mogelijkheden die het Dierentehuis heeft om die gevolgen op te vangen, dan wel de noodzaak om de gemeentelijke bijdrage met een hoger bedrag per inwoner aan te passen. Het bedrag van € 0,20 - € 0,30 exclusief btw is dus niet in beton gegoten. Als de gemeente de verhoging niet acceptabel vindt, ligt een andere strategische keuze in de rede óf moet de kwaliteit van het dierentehuis tot een veel lager niveau worden teruggebracht.

13

Ad 7. Investeren in regionale samenwerking. De dierenopvang is erbij gebaat als de organisaties die zich in de regio met vervoers- en opvangtaken bezighoudenregelmatig contact met elkaar onderhouden. Zo kan van onder op een lichte vorm van samenwerking ontstaan (kennisdelen, specialisatie, taakverdeling, uitwijkmogelijkheden). Dit kan de basis zijn voor eventuele verdere samenwerking in de toekomst. Voorlopig doel zou kunnen zijn dat de organisaties bij investeringen in de huisvesting (nieuwbouw, uitbreiding, bijzondere voorzieningen, renovatie) met elkaar bespreken hoe optimaal gebruik zou kunnen worden gemaakt van de gezamenlijk beschikbare capaciteit. Ook afstemming van dierenambulances kan op de agenda. De Commissie denkt dat er bij de dierentehuizen van ’s-Hertogenbosch, Oss, Hokazo en bij Dierenbescherming bereidheid is om deel te nemen aan zo’n overleg. De gemeenten ’s-Hertogenbosch, Oss en Uden zouden een geregeld overleg over de uitvoering van de gemeentelijke taken moeten voeren. Dit is een stimulans voor het overleg tussen de dierentehuizen.

Als er een ambtelijk en bestuurlijk netwerk is, bestaat er ook al een structuur die kan worden ingezet als er door de gemeenten initiatieven moeten worden genomen om meer kracht te zetten achter het initiëren of het realiseren van samenwerking De Commissie heeft tijdens haar werkzaamheden uiterst plezierige contacten gehad en constructieve gesprekken gevoerd met ambtenaren van Oss en Uden, met de besturen van de dierentehuizen Oss en Hokazo en met de Dierenbescherming. Er ligt een lijn die de gemeente en het dierentehuis van ’s-Hertogenbosch kunnen oppakken.

7. Als het advies niet kan worden uitgevoerd Als het advies van de Commissie niet kan worden uitgevoerd, kan de gemeente afscheid nemen van het dierentehuis Den Bosch en zijn wettelijke taken onderbrengen bij het dierentehuis Oss of bij een ander dierentehuis. Toelichting o De gemeente heeft een alternatief nodig voor het geval het advies van de Commissie niet kan worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld omdat de herstartbalans op thans onbekende problemen wijst, omdat de verhoging van de bijdrage per inwoner voor de gemeente niet acceptabel is of omdat het bestuur van het dierentehuis ervoor kiest om geen plaats te maken voor een nieuw bestuur. o Dit alternatief is voor het dierentehuis niet gunstig omdat het leidt tot een harde sanering zonder invloed in het nieuwe bestuur of op de nieuwe organisatie, maar is voor de uitvoering van de wettelijke taakvoldoende en acceptabel. o Dierentehuis Oss ligt het meest voor de hand, gezien de afstand, de kwaliteit van de opvanglocatie en de beschikbare capaciteit. Mede vanwege de mogelijk hoge kosten van Oss, kan ook worden overwogen om met Hokazo of de Dierenbescherming in gesprek te gaan. De commissie spreekt de hoop uit dat het zover niet hoeft te komen.

’s-Hertogenbosch 29 maart 2021 De Commissie Dierentehuis Jetty Eugster, Laurens van Heugten, Irma Woestenberg. 14

Bijlage 1 Overzicht van voorzieningen in de regio Dierentehuis Den Bosch werkt voor ’s-Hertogenbosch, Vught, St Michielsgestel en Boxtel. De huisvesting is goed. Het dierentehuis vraagt aan de gemeente ’s-Hertogenbosch een bijdrage van €0,65 per inwoner, aangevuld met een bijdrage van €51 per zwerfhond en €50,50 per zwerfkat. Daarbovenop komen de kosten van de dierenambulance, €30.000 per jaar en de subsidie aan de Stichting Zwerfkat Boxtel, jaarlijks €10.000. In Oss is een dierentehuis dat voor Oss en (tot de aanstaande herindeling) voor Landerd werkt. De huisvesting is goed. Het dierentehuis vraagt aan de gemeente Oss een bijdrage van €2,53 per inwoner en rekent geen bijdrage per zwerfdier. Daarbovenop komen de kosten van de dierenambulance, €33.000 per jaar. Is Uden is het dierentehuis Hokazo dat werkt voor 9 gemeenten in Noordoost Brabant. De huisvesting is slecht. Het dierentehuis vraagt aan de aangesloten gemeenten een bijdrage van 0,67 per inwoner, aangevuld met een bijdrage van €70 per zwerfhond en €105,80 per zwerfkat. De kosten van de dierenambulance zijn hierbij inbegrepen. Er zijn buiten de regio twee dierentehuizen die een relatie hebben met gemeenten in Noord Oost Brabant. In Bruchem is een dierentehuis voor de Bommelerwaard. Bruchem deelt de Dierenambulance met ’s-Hertogenbosch. In Waalwijk is een dierentehuis waar de gemeente Heusden bij is aangesloten.

Daarnaast werkt dit tehuis voor Waalwijk, Altena en Loon op Zand. Aangezien deze dierentehuizen buiten de regio Noord Oost Brabant liggen, hebben we hierover geen nadere informatie opgevraagd. De Dierenambulance ’s-Hertogenbosch (DAS) is een afzonderlijke organisatie die ook voor Heusden, Zaltbommel en Maasdriel werkt. De dierenambulance heeft overwogen met het dierentehuis samen te gaan, maar heeft inmiddels een andere keuze gemaakt. In Oss werkt de Dierenambulance Maasland, die beheerd wordt door de Dierenbescherming. Hokazo heeft een eigen Dierenambulance. In Noord Oost Brabant zijn nog twee kleinere dierenambulances werkzaam, maar die hebben geen contract met de gemeenten.

15

Bijlage 2 Kansen en belemmeringen voor schaalvergroting in de regio De commissie ziet veel kansen voor regionale samenwerking, maar er zijn ook behoorlijk wat belemmeringen. We schetsen die in deze bijlage enerzijds omdat ze een rol spelen in de afwegingen die wij hebben gemaakt voor ons advies; anderzijds om te voorkomen dat volautomatisch wordt ingezet op het behoud van een eigen dierenthuis, dan wel al te lichtzinnig wordt gekozen voor samenwerking. Rationeel gezien past de huidige versnipperde organisatie van dierenopvang en dierenambulances die we in de regio zien niet meer bij de veranderende omstandigheden. Een grotere schaal -een subregionale of regionale aanpak- zou beter passen en zal in de toekomst onvermijdelijk zijn. De winst van een regionale samenwerking zit enerzijds in verbetering van kwaliteit door organisatiekracht en kennisbundeling. Ook is specialisatie en taakverdeling mogelijk. Het financiële voordeel zit in de efficiencyslag die mogelijk is door een concentratie van opvangvoorzieningen. In Brabant Noord Oost zijn voor de opvang maximaal twee goede dierentehuizen nodig, op termijn kan mogelijk zelfs worden volstaan met één voorziening. De Dierenbescherming denkt zelfs aan een nog groter gebied met een of twee opvangmogelijkheden. Ook voor de dierenambulances zou concentratie een doelmatige oplossing zijn.

De belangrijkste belemmering is dat voor samenwerking de medewerking van alle gemeenten én van de betrokken organisaties nodig is. Gemeenten gaan niet over alle taken van dierentehuizen en dierenambulances, regionaal is er geen autoriteit die knopen kan doorhakken en niemand voelt zich geroepen om de kar te trekken. Er is bovendien geen traditie van samenwerking. De besturen en medewerkers van dierentehuizen in de regio kennen elkaar nauwelijks en weten ook heel weinig van elkaar. Het doorkiezen op een efficiënte regionale oplossing wordt voorts gehinderd door de -zeer begrijpelijke- eigen belangen van de organisaties en gemeenten. Sommige gemeenten en organisaties willen graag de eigen voorziening voor de bewoners behouden. Er kunnen financiële belangen spelen op het gebied van huisvesting (b.v. desinvestering, geen andere bestemming van het gebouw mogelijk). Ook kunnen gemeenten en dierentehuizen de belangen willen beschermen van medewerkers, vrijwilligers en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt die in de voorzieningen werken of dagbesteding hebben. Tenslotte kunnen emoties (zoals hechting aan het eigen tehuis) en verschillen in visie (bijvoorbeeld over inslaapbeleid of gastopvang) belemmerend zijn. Dat speelt in deze sector een belangrijke rol, zo is in het verleden meermalen gebleken.

Niet zozeer een belemmering maar wel een risico is dat een dierenopvang met een grotere schaal misschien niet meer kan rekenen op uitvoering door voornamelijk vrijwilligers. Opschaling van kleinschalige vrijwilligersorganisaties leidt vaak tot noodzaak tot (dure) professionalisering. Dit risico wordt groter naarmate voor een grotere schaal wordt gekozen.

16

Bijlage 3. Benchmark (uit Raadsinformatiebrief gemeente Dordrecht, 2016)

Amsterdam

Aantal inwoners 822.000

Rotterdam

624.000

€1,44

2015

1095

Utrecht

339.000

€0,71

2015

1100

Eindhoven

217.000

€1,22

2012

Almere

197.000

€1,07

2015

Breda

178.500

€0,80

2013

Zoetermeer

123.600

2014

Dordrecht

119.000

€0,90 €1,26 €1,65 (vanaf 2017)

Alphen aan de Rijn

108.000

€1,09

2016

Alkmaar

107.400

€1,39

2015

Roosendaal

77.000

€0,49

2014

Lelystad

76.400

€0,93

2015

370

Roermond

57.000

€0,73

2014

257

Noordoostpolder

46.500

€0,82

2015

145

Zwijndrecht***

44.500

€0,74 (streefbedrag €1,25)

2015

126

Venray

43.300

€0,42

2015

Heusden

43.200

€0,60

2014

Dronten

40.400

€0,69

2015

Lochem

33.300

€1,20

2015

Papendrecht***

32.200

€1,00

2015

Hendrik-Ido-Ambacht***

28.900

€0,17 (streefbedrag €1,10)

2014

30

Sliedrecht***

24.800

€0,36 (streefbedrag €1,10)

2015

25

Zeewolde

21.900

€0,73

2015

40

Alblasserdam***

19.900

€0,70 (streefbedrag €1,10)

2015

60

Urk

19.700

€1,09

2015

Gemeente

Prijs per inwoner **

Jaar

€1,19

2015

Aantal dieren* 1274

2015

457

434

79

* De definitie van het aantal dieren verschilt. Het betreft minimaal de zwerfdieren die opgevangen worden in het kader van de wettelijke taak en in sommige gevallen zijn er ook aantallen meegenomen zoals afstandsdieren en andersoortige opvang (na detentie, gedwongen opvang, huisuitzetting etc.) ** Niet alle gemeenten scharen exact dezelfde diensten onder opvang van (zwerf-)dieren. Voor de genoemde bedragen wordt minimaal de wettelijke taak uitgevoerd (14-daagse opvang). In sommige gevallen bevat de prijs per inwoner ook diensten ten aanzien van vervoer, destructie van kadavers en opvang langer of uit andere bron dan wettelijke plicht. *** Louterbloemen streeft naar een hogere bijdrage per inwoner in de andere Drechtsteden. Deze verhoging is mede ingezet vanwege de beoogde nieuwbouw. Hiertoe zijn nieuwe overeenkomsten voorgesteld of opgesteld. Het gaat om een stijging van de huidige bedragen per inwoner naar €1,10 of €1,25 naargelang het aantal inwoners (zie de aangegeven streefbedragen in tabel 1.). De omvang van de gemeente houdt namelijk verband met de omvang van de zwerfdierenproblematiek. Voor sommige gemeenten is een ingroeimodel voorgesteld, omdat de kosten zeer sterk oplopen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9986089/1