Bespreeknotitie regionaal samenwerken
Tekst van het document
Bespreeknotitie Regionaal Samenwerken Inleiding De regio Noordoost Brabant kent een regionale samenwerking tussen elf gemeenten. Deze samenwerking vindt niet plaats via één organisatie, maar bestaat uit een lappendeken van samenwerkingsvormen en organisaties. Bijvoorbeeld de Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst (ODBN), de GGD, de centrumregeling Jeugdzorg, de RES, de Regio Noordoost Brabant (RNOB) etc. Je zou met enige goede wil kunnen zeggen dat de RNOB de centrale samenwerking is tussen de regiogemeenten, waarbinnen ook de coördinatie plaatsvindt van onderwerpen als de RES en de asielopvang. Deze samenwerking vindt plaats door middel van een convenant (het is dus geen officiële gemeenschappelijke regeling). De komende periode loopt het huidige convenant af en moet dit worden vernieuwd. Het moment om ook als gemeenteraden na te denken over de manier waarop we samenwerken. Uit onderzoek blijkt dat gemeenteraadsleden weinig grip op regionale samenwerkingen ervaren. Dit leidt tot een gebrek van democratische legitimiteit. Meer dan de helft van de respondenten in een raadsledenonderzoek in 2021 geeft aan dat zij het toenemend aantal regionale samenwerkingen zien als een bedreiging voor de lokale democratie. Ook in onze eigen gemeenteraad leeft het gevoel dat de raad te weinig zicht heeft op wat er regionaal allemaal gebeurt.
Tegenover het beeld vanuit de gemeenteraden, staat het beeld vanuit de colleges die regionale samenwerking vooral neerzetten als een middel om: Effectiever te lobbyen bij hogere overheden; Regionaal te werken aan het realiseren van lokaal vastgestelde doelen; Te overleggen om lokale wensen op elkaar af te stemmen. In deze optiek vinden de politieke afwegingen lokaal plaats en is het regionaal niveau vooral uitvoerend van aard. Colleges hebben zeker een punt als ze zeggen dat het meeste van wat regionaal op de agenda staat uitvoering is van wat lokaal is besloten. Je hoeft de agenda’s van de verschillende regionale gremia maar te bekijken, om hier de waarheid van in te zien. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeenteraden het mis hebben. Raden wordt vaak gevraagd om mee te besluiten of mee te praten over zaken die in regionaal verband al verregaande zijn voorgekookt en waar dus eigenlijk nog weinig te veranderen valt. Bovendien is het controleren van de uitvoerende macht, wat gebeurt er met het geld van de burgers, ook een belangrijke taak van gemeenteraden. Het is ontegenzeggelijk moeilijker voor gemeenteraden om die controletaak op regionaal vlak uit te oefenen. Veel van de dingen waar gemeenteraden tegen aan lopen worden veroorzaakt door de wijze waarop we het bestuurlijke systeem hebben ingericht.
Deze notitie is dan ook geen poging om met een alomvattende oplossing voor de problemen van regionale samenwerking te komen. Wij willen hiermee wel een aantal ideeën aan u voorleggen die we in de komende aanpassing van het convenant van de RNOB zouden kunnen meenemen.
Kernproblemen Wij zien drie kernproblemen in de omgang van de gemeenteraad met regionale samenwerking. 1. De gemeenteraad krijgt belangrijke keuzes pas voorgelegd als de colleges daar op regionaal verband al overeenstemming over hebben; De raad heeft dit probleem eerder onderkent en aangegeven dat bij belangrijke regionale beleidsprocessen de raad in de gelegenheid moet worden gesteld om input te leveren voordat het college regionaal tot afspraken komt. In het werkplan van de raad is als actiepunt voor deze
periode opgenomen dat wordt geïdentificeerd om welke processen dit gaat. Hier is tot nu toe geen invulling aan gegeven; 2. Colleges zijn regionaal georganiseerd, maar gemeenteraden niet of nauwelijks. Dit maakt het voeren van een regionaal politiek debat bijna onmogelijk. Er zijn onderwerpen zoals regionale prioriteitsstellingen of regionale verdeelvraagstukken over bijvoorbeeld energie- of asielvoorzieningen waar je ook regionaal een politiek debat zou willen voeren. Anders blijft het regionaal beleid hangen in een optelsom van lokale belangen. Er zijn experimenten gedaan met verenigde voorbereidende vergaderingen om hier verandering in te brengen. In deze bijeenkomsten worden gemeenteraadsleden uit de regio in de gelegenheid gesteld om voorstellen vanuit de regio te voorzien van suggesties voor wijzigingen en hierover met elkaar te discussiëren. Deze bijeenkomsten zijn echter niet verankerd in het convenant en de gemeenteraden zijn niet betrokken bij de voorbereiding (de griffiers van de regiogemeenten wel). Bovendien laat de deelname vanuit onze gemeente aan deze bijeenkomsten nog te wensen over. Het zou goed zijn om het werken met verenigde voorbereidende vergaderingen en de betrokkenheid van de gemeenteraden hierbij te verankeren in het nieuwe convenant. Wellicht kan de regionale klankbordgroep van raadsleden hierin een rol vervullen.
Daarnaast zou ook de voorbereiding binnen onze raad op dergelijke bijeenkomsten moeten verbeteren. 3. De gemeenteraad ervaart een grote afstand met de samenwerkingsverbanden en heeft het gevoel onvoldoende zicht te hebben op wat er speelt. Dit gevoel speelt in veel gemeenten en er zijn in de regio door andere gemeente ook wel oplossingen voor bedacht. Te noemen zijn terugkoppeling door portefeuillehouders in commissievergaderingen en speciale regiotafels waarin de stukken van regio-overleggen worden besproken. De vraag is of deze vormen voor ons geschikt zijn. In het verleden hebben we er voor gekozen om informatievoorziening en debat uit elkaar te trekken. Commissievergaderingen zijn primair bedoeld voor het voeren van het debat en niet voor het geven van informatie. Je kunt je ook afvragen of het op een standaard moment mondeling informeren zoveel bij gaat dragen aan de informatiepositie van de raad. Over regiotafels is op een eerder moment al gesproken. Conclusie destijds was dat het integraal bespreken van alle regiostukken voor de raad weinig zinvol is, aangezien de grote meerderheid van de stukken een sterk uitvoerend karakter heeft.
Kortom als we als gemeenteraad meer zicht willen krijgen op wat er speelt in de samenwerkingsverbanden is het zinvol om nog eens goed te kijken aan welke informatie er behoefte is en hoe we dat zo effectief mogelijk bij de raad kunnen krijgen.
Vragen aan uw commissie 1. Bent u het met ons eens dat we op korte termijn werk moeten maken van het identificeren van de regionale beleidsprocessen waarbij de raad in de gelegenheid moet worden gesteld om input te leveren voordat het college regionaal tot afspraken komt? 2. Vindt u dat regionale voorbereidende vergaderingen een vast instrument moeten worden en de gemeenteraden betrokken moeten zijn bij de voorbereiding ervan? 3. Vindt u dat we ons als gemeenteraad beter moeten voorbereiden op regionale voorbereidende vergaderingen; 4. Vindt u het belangrijk om te onderzoeken hoe de gemeenteraad beter geïnformeerd kan worden over de regionale samenwerking? Hanneke Welten VVD Paul Kagie LHR