b2 vast te stellen bp Ertveldplas Noord_Bijlagen Toelichting
Tekst van het document
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Ertveldplas Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Advies Wet verduidelijking voorschriften woonboten Verslagen werkgroep Ertveldplas en bijbehorende stukken Akoestischonderzoek woonboten Ertveldplas Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico woonboten Advies brandweer Actualisatie geuronderzoek Berekening magneetveldzone Stikstofberekeningen
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Persoonsgebonden overgangsrecht
1
Hekkelman Advocaten N.V.
Postbus 1094
Prins Bernhardstraat 1
6501 BB Nijmegen
6521 AA Nijmegen
T 024 - 382 83 84
www.hekkelman.n1
advocatuur@hekkelman.n1
1-lekkel advocaten I notarissen
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch t.a.v. de heer T. Habraken Postbus 12345 5200 GZ 'S-HERTOGENBOSCH
Irk
Per e-mail: t.habraken@ts-hertogenbosch.n1 Nijmegen, 17 september 2020 Ons kenmerk
Telefoonnummer
Den Bosch/Advies woonboten 20201062 - 1968538/1 - TL/
024 - 382 83 38
Faxnummer
t.lam@hekkelman.nl
024 - 382 83 88
Geachte heer Habraken, In uw e-mail van 6 augustus 2020 heeft u mij gevraagd de gemeente 's-Hertogenbosch te adviseren over de betekenis van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten' voor de woonboten die in de Ertveldplas een ligplaats hebben. Hierna treft u mijn advies aan. 1. Inleiding en vraagstelling Ter plaatse van de Ertveldplas geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Dit bestemmingsplan staat woonboten niet toe.' In de afgelopen jaren is de gemeente, samen met de betrokken partijen, bezig geweest om tot een planologisch-juridische regeling te komen voor de betreffende woonboten. In het raadsbesluit van 11 juli 2017 heeft de raad — grofweg — voor een tweeledige oplossing gekozen: 1) de aanwezige woonboten worden onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht, zodat de ten tijde van de peildatum in de woonboten woonachtige personen hun woonboot kunnen blijven bewonen, en 2) de Van Veldekade wordt aangewezen als woonbootlocatie, zodat de bewoners de mogelijkheid hebben om te verhuizen naar een locatie waar zij permanent in een woonboot kunnen wonen. Later is gebleken dat ook de Rosmalense Plas mogelijk geschikt is als woonbootlocatie. Op 4 november 2019 hebben burgemeester en wethouders het voorontwerpbestennnningsplan 'Woonbootlocaties Van Veldekade en Rosmalense Plas' ter inzage gelegd.
1 Zie daarover ook de uitspraak van de Afdeling over dit bestemmingsplan: AbRS 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2285. Hekkelrnan advocaten en notarissen is de handelsnaam waaronder Hekkelman Advocaten N.V. (KvK nr. 09170462) en Hekkelman Notarissen NV. (Kvi< nr. 09170507), beide statutair gevestigd te Nijmegen, ieder voor eigen rekening werken. Op onze dienstverlening zijn van toepassing de algemene voorwaarden (zie www.hekkelman.n1) waarin onder andere een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen.
1-lekkel m rij, Pagina
2/8
In de inspraakreactie van 1 december 2019 is, met verwijzing naar het advies van 11 februari 2019 dat ik voor de gemeente Nijmegen heb opgesteld, gewezen op de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten'. De toepasselijkheid van deze wet zou tot gevolg hebben dat de woonboten die in de Ertveldplas liggen legaal aanwezig zijn. De Bewonersvereniging Ertveldplas heeft deze wet, wederom met verwijzing naar mijn eerdergenoemde advies, recent ook onder de aandacht van de gemeenteraad gebracht. Tegen deze achtergrond wilt u weten wat de betekenis van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten' voor de woonboten in de Ertveldplas is. 2.
Beantwoording
2.1 Algemeen Voor een uitgebreide bespreking van (de parlementaire geschiedenis bij en de rechtspraak van de bestuursrechter over) de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (hierna: 'de Wvvw/), verwijs ik naar mijn advies van 11 februari 2019 dat zich in uw dossier bevindt en ook bij de raad bekend is. Ik volsta in dit advies met een aantal meer inleidende opmerkingen en bezie vervolgens de betekenis van de Wvvw voor de betreffende woonboten. Ik betrek daarbij uiteraard de relevante actuele ontwikkelingen van na mijn advies van 11 februari 2019. 2.2 Wet verduidelijking voorschriften woonboten 'Bouwwerken' in de zin van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: 'de Wabo') zijn (in beginsel) omgevingsvergunningplichtig. In de uitspraak van 16 april 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'de Afdeling'), anders dan daarvoor, geoordeeld dat een woonboot (onder omstandigheden) een 'bouwwerk' is.2 De koerswijziging van de Afdeling had tot gevolg dat nagenoeg alle circa 10.000 woonboten in Nederland illegaal waren.3 Die consequentie achtte de regering niet aanvaardbaar. Op 1 januari 2018 is de Wvvw in werking getreden. Vertrekpunt in het wetsvoorstel was - kort gezegd - het wegnemen van de voor eigenaren en gebruikers van bestaande woonboten nadelige gevolgen van de uitspraak van de Afdeling.
In de Wvvw is daartoe (onder meer) in overgangsrecht voorzien. Dat overgangsrecht, zie artikel 8.2a van de Wabo, luidt als volgt: "1 Indien voor het bouwen of gebruiken van een woonboot of een ander drijvend object dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor verblijf voor of op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is verleend, wordt die vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, c of d. 2 Een woonboot of een ander drijvend object dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor verblijf ten aanzien waarvan tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet
2 3
AbRS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1331. Commissiebrief inzake Wet verduidelijking voorschriften woonboten van 8 mei 2020.
1968538/1
1-lekkel m nL Pagina
3/8
verduidelijking voorschriften woonboten krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening geen vergunning of ontheffing werd vereist voor het bouwen of gebruiken ervan, wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten gelijkgesteld met een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onderdelen a, c of d is verleend.".
De hierboven weergegeven overgangsregeling voorziet in een 'gelijkstellingsregeling' voor twee situaties: 1) ontheffing/vergunning verleend: er is voor het bouwen of gebruiken van een woonboot voor of op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing verleend. In dat geval wordt die vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, c of d van de Wabo. 2) geen ontheffing/vergunning nodig: er is sprake van een woonboot ten aanzien waarvan tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening geen vergunning of ontheffing werd vereist voor het bouwen of gebruiken ervan. In dat geval wordt de betreffende woonboot gelijkgesteld met een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onderdelen a, c of d is verleend. Is de overgangsregeling van toepassing, dan is van een illegale woonboot geen sprake.4 Wordt er een juridisch-planologisch regeling voor de betreffende woonboot in een bestemmingsplan vastgelegd, dan moet met de gevolgen van de Wvvw rekening gehouden worden.5 Is de overgangsregeling niet van toepassing, dan is sprake van een illegale woonboot, waartegen handhavend opgetreden kan worden. 2.3
Ertveldplas 's-Hertogenbosch
Vallen de woonboten in de Ertveldplas onder de overgangsregeling van artikel 8.2a van de Wabo?6 Daarvoor is relevant of tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw (1 januari 2018) sprake was van een provinciale en/of gemeentelijke vergunningplicht voor het
Ik vermeld voor de volledigheid dat uit recente rechtspraak van de Afdeling expliciet blijkt dat de Wvvw niet van toepassing is op gevallen waarin een woonboot permanent wordt verplaatst. In dat geval wordt de situatie als een nieuwe situatie beschouwd. Zie AbRS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:822. 5 AbRS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:621 (Eindhoven). 6 Ik ga er vanuit dat er sprake is van woonschepen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf.
1968538/1
1-lekkel m Pagina
4/8
bouwen of gebruiken van een woonboot, en zo ja, of de betreffende vergunning is verleend. In artikel 5:17, eerste lid, van de 'Algemene Plaatselijke Verordening 's-Hertogenbosch 2016' (hierna: 'de APV') (zoals die luidde vóór 1 januari 2018) was de volgende regeling voor (onder meer) woonboten vastgelegd. "1. Het is verboden op of aan het openbaar water een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen voor een: a. vaartuig, niet zijnde een woonboot, op de door het college aangewezen gedeelten; b. woonboot buiten de daarvoor door het college aangewezen gedeelten.". Op grond van bovenstaande regeling was het verboden een ligplaats in te nemen buiten de daarvoor door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden in de gemeente. Uit de aanwijzingsbesluiten die u mij heeft toegezonden, blijkt niet dat de Ertveldplas door burgemeester en wethouders was aangewezen. Dat betekent dat het bovenstaande verbod op de woonboten in de Ertveldplas van toepassing is. In lid 4 staat verder: "Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement , het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen, het Provinciaal reglement Noord-Brabant van toepassing is.". U heeft mij laten weten dat bovenstaand vierde lid in dit geval niet van toepassing is.
Ligplaatsvergunning een 'vergunning voor bouwen en/of gebruiken'? 2.4 praktijk heeft de overgangsregeling van de Wvvw (artikel 8.2a van de Wabo) tot In de discussie geleid. De discussie spitst zich toe op de vraag of een ligplaatsvergunningstelsel als een vergunningstelsel voor het bouwen en/of gebruiken van woonboten in de zin van artikel 8.2a van de Wabo moet worden aangemerkt. Is dat het geval, én is de betreffende ligplaatsvergunning niet aangevraagd/verleend, dan kan een woonbooteigenaar of —gebruiker géén aanspraak maken op het overgangsrecht van artikel 8.2a, eerste en tweede lid, van de Wabo. In mijn eerdere advies voor de gemeente Nijmegen concludeerde ik mede op basis van de rechtspraak van de bestuursrechter die op dat moment voorhanden was, dat het erop lijkt dat een ligplaatsvergunningstelsel als een vergunningstelsel voor het bouwen en/of gebruiken van woonboten in de zin van artikel 8.2a van de Wabo heeft te gelden en dus relevant is bij de beoordeling van de vraag of op 1 januari 2018 aanwezige woonboten onder het overgangsrecht van artikel 8.2a van de Wabo vallen. Hoewel nog steeds niet klip en klaar is of een ligplaatsvergunningstelsel als een vergunningstelsel voor het bouwen en/of gebruiken van woonboten in de zin van artikel 8.2a van de Wabo moet worden aangemerkt, is daar inmiddels wel wat meer rechtspraak van de Afdeling over.
Deze rechtspraak wijst erop dat een ligplaatsvergunningstelsel
1968538/1
1-lekkel ‘ rti rl Pagina
5/8
inderdaad een vergunningstelsel voor het bouwen en/of gebruiken van woonboten betreft. Ten eerste wijs ik op de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2019. In deze uitspraak overweegt de Afdeling als volgt: "3.5. De gedoogbeslissing kan niet worden gelijkgesteld met een krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening verleende vergunning of ontheffing, zodat artikel 8.2a, eerste lid, Wabo daarop niet van toepassing is. Bovendien is de gedoogbeslissing afgegeven voor een woonark met een maximale hoogte van 3,5 m. De op de Verordening op het binnenwater 2010 gebaseerde ligplaatsvergunning is verleend op 18 januari 2018. De Wet verduidelijking voorschriften woonboten is in werking getreden op 1 januari 2018. Gelet hierop was [appellant-7 niet voor of op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten in het bezit van een krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening verleende vergunning of ontheffing voor het innemen van een ligplaats met een woonboot met een hoogte van 3,75m.'. (onderstreping, TL).7
In deze zaak was ná 1 januari 2018 een ligplaatsvergunning verleend. De Afdeling oordeelt dat appellant, gelet hierop, niet voor of op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw in het bezit was van een krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening verleende vergunning. Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat, als de betreffende appellant wél voor op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw over een ligplaatsvergunning zou hebben beschikt, hij mogelijk (voor een woonboot van dezelfde omvang) aanspraak had kunnen maken op de overgangsregeling van artikel 8.2a van de Wabo. Ik wijs verder specifiek op de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling van 31 maart 2020. De rechtbank had in de betreffende zaak geoordeeld dat de APVligplaatsvergunning géén vergunning voor het bouwen of gebruiken van een woonboot als bedoeld in artikel 8.2a van de Wabo is. Het ligplaatsvergunningstelsel staat volgens de rechtbank (dus) niet in de weg aan legalisatie op grond van artikel 8.2a, tweede lid, van de Wabo. Burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel hebben hoger beroep ingesteld en de Voorzieningenrechter van de Afdeling via een verzoek om voorlopige voorziening gevraagd de uitspraak van de rechtbank te schorsen in die zin dat zij geen uitvoering hoefden te geven aan de rechtbankuitspraak (door middel van het nemen van een nieuw besluit op bezwaar).
Zij waren er namelijk van overtuigd dat de rechtbankuitspraak in de bodemprocedure onjuist zal blijken te zijn. De Voorzieningenrechter van de Afdeling volgde burgemeester en wethouders van OuderArnstel en overwoog als volgt: "6. In beginsel bestaat in de situatie dat een bestuursorgaan een nieuw besluit op bezwaar moet nemen terwijl de hogerberoepsprocedure nog loopt, geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal het verzoek van het college om de hierna volgende redenen toch toewijzen. De uitspraken van de Afdeling
7
AbRS 31 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2631 (Amsterdam).
1968538/1
1-lekkel m in, Pagina
6/8
van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4172, (zie overweging 2.14) en 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:621, (zie overweging 18.5) leiden de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel, dat een liqplaatsvergunningstelsel in de APV naar het oordeel van de Afdeling wel voorziet in een vergunningplicht voor het bouwen of gebruiken van een woonboot krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 8.2a van de Wabo. Gelet op deze uitspraken bestaat er gerede twijfel over de juistheid van de uitleg die de rechtbank heeft gegeven aan de genoemde uitspraak van de Afdelin van 1 auqustus 2018 en over de vraag of de uitspraak van de rechtbank op dat punt in stand zal blijven. Verder is het belang van [wederpartij C] in zoverre beperkt dat niet aan de orde is dat de woonboot zal moeten worden verwijderd voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. [wederpartij C] heeft er terecht op gewezen dat het college het verzoek pas heeft ingediend nadat hij aan het college een ingebrekestelling had gestuurd. Dit ontneemt echter niet geheel het belang van het college om geen nieuw besluit te hoeven nemen op het bezwaar van [wederpartij C]. Gelet op de datum van het verzoek ziet de voorzieningenrechter echter geen aanleiding om de te treffen voorziening met terugwerkende kracht te laten ingaan.
Dit betekent dat voor zover vóór deze uitspraak al dwangsommen zijn verbeurd doordat het college de uitspraak niet Wig heeft uitgevoerd, deze verbeurd blijven.". (onderstreping, TL).8
De Afdeling heeft nog geen uitspraak in de bodemprocedure gedaan. Ik vermoed dat de Afdeling zal oordelen dat een APV-ligplaatsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 8.2a van de Wabo is. Dit oordeel zou namelijk ook stroken met de visie van de Minister 011ongren (van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) zoals verwoord in haar 'Commissiebrief inzake Wet verduidelijking voorschriften woonboten' van 8 mei 2020.9 Daarin stelt zij, kort gezegd, dat het overgangsrecht van artikel 8.2a van de Wabo het oog heeft op situaties die als gevolg van de Afdelingsuitspraak van 16 april 2014 illegaal zijn geworden. Situaties die daarvoor (om andere redenen) al illegaal waren, worden niet door het overgangsrecht bestreken. Daarvan is sprake als een woonboot tot 1 januari 2018 ligplaatsvergunningplichtig was, terwijl de vereiste ligplaatsvergunning niet was verleend. Ligplaatsregeling in 's-Hertogenbosch 2.5 Op grond van de APV van `s-Hertogenbosch was het vóór 1 januari 2018 verboden een ligplaats in te nemen buiten de door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden in de gemeente. Binnen de door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden gold dat verbod (dus) niet. De ligplaatsregeling is niet geformuleerd als een verbod behoudens vergunning. Van een 'klassiek' vergunningstelsel (zie bijvoorbeeld artikel 2:3 van de APV) is geen sprake.
Hooguit zou gesteld kunnen worden dat het verbod, in samenhang gelezen met de aanwijzing door burgemeester en wethouders van bepaalde gebieden binnen de gemeente, als een vergunningstelsel kwalificeert. Die uitleg ligt mijns inziens niet voor de hand. De meest voor de hand liggende uitleg is dat de ligplaatsregeling een verbod bevat voor alle gebieden die niet door burgemeester en wethouders zijn aangewezen.
8 9
Vzr. AbRS 31 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:903. Commissiebrief inzake Wet verduidelijking voorschriften woonboten van 8 mei 2020.
1968538/1
1-lekkel m Pagina
7/8
Daarvan uitgaande is het eerste lid van artikel 8.2a van de Wabo in ieder geval niet van toepassing. Er is geen sprake van een verleende vergunning, die na inwerkingtreding van de Wvvw gelijkgesteld wordt met een omgevingsvergunning. De vervolgvraag is of het tweede lid van artikel 8.2a van de Wabo van toepassing is. Dat artikellid is van toepassing als krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening geen vergunning of ontheffing nodig was voor het bouwen of gebruiken van een woonboot. Aangezien ik hiervoor concludeerde dat in 's-Hertogenbosch geen vergunningstelsel, maar enkel een verbod binnen in bepaalde gebieden ligplaats in te nemen gold, zou een strikte lezing van artikel 8.2a van de Wabo ertoe leiden dat de overgangsregeling van het tweede lid op de woonboten in de Ertveldplas van toepassing is. Ik vind echter, mede in het licht van de kennelijke bedoeling van de wetgever (beschreven in de brief van de minister van 8 mei 2020), dat deze uitleg niet juist is. Artikel 8.2a van de Wabo heeft immers tot doel voor situaties waarvan men eerder dacht dat deze legaal waren, en die door de Afdelingsuitspraak van 16 april 2014 illegaal zijn gebleken, in een overgangsregeling te voorzien. In dit geval gold op grond van de gemeentelijke ligplaatsregeling echter ook voor 1 januari 2018 al een verbod op het innemen van een ligplaats in de Ertveldplas.
Daarom vind ik dat de woonboten in de Ertveldplas niet door de overgangsregeling in artikel 8.2a, tweede lid, van de Wabo worden beschermd.1° Nijmegen en Eindhoven 2.6 U vroeg mij nog specifiek in te gaan op de situaties in Nijmegen en Eindhoven. Beide situaties zijn niet vergelijkbaar met de situatie in 's-Hertogenbosch. Voor Nijmegen concludeerde ik dat de Haven- en Kadeverordening niet op de woonboten aan de Oostkanaaldijk van toepassing was. In uw geval lijkt wel sprake te zijn van een ligplaatsregeling op grond waarvan het (absoluut) verboden is ter plaatse een ligplaats in te nemen. Voor de situatie in Eindhoven is de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2020 relevant.11 In deze uitspraak stond het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' centraal. De Afdeling oordeelde dat de raad van Eindhoven ten onrechte de gevolgen van de toepasselijkheid van de Wvvw niet had betrokken in de ruimtelijke afweging in het bestemmingsplan. In dat geval was echter helemaal geen provinciale of gemeentelijke vergunningplicht aan de orde (zie rechtsoverweging 18.5): "Niet in geschil is dat de woonschepen van [appellante sub 5], [appellant sub 4], [appellant sub 6A] en [appellant sub 68], [appellante sub 7] en [appellant sub 8A] en [appellant sub 88] hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf.
De Afdeling stelt vast dat de woonschepen daarom kunnen worden aangemerkt als woonboten als bedoeld in artikel 8.2a van de Wabo. De Afdeling stelt voorts vast dat tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw voor het bouwen of gebruiken van de woonschepen in het
10 Vergelijk in gelijke zin de uitspraak van de rechtbank Limburg van 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:912 (die ik ook in mijn eerdere advies noemde). 11 AbRS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:621 (Eindhoven).
1968538/1
Bijlage Verslagen werkgroep Ertveldplas en bijbehorende stukken
: Zit in de werkgroep Milieu van Rivu en is werkzaam bij Heijmans. Heijmans heeft belang bij behoud van rechten (geluid; geur) op basis van een milieuvergunning uit 2010 voor een asfaltcentrale op het bedrijventerrein. Dit temeer omdat de centrale op termijn vervangen dan wel verplaatst moet worden, waarvoor een nieuwe vergunning nodig is. Is namens Heijmans betrokken bij overleg over de Omgevingswet, die in de maak is. Door een aanpassing van de Wet Geluidhinder zijn woonboten geluidgevoelig geworden. Mogelijk wordt het Bouwbesluit aangepast, waardoor ook een woonboot als een bouwwerk gezien moet worden. : Is bestuurslid van Rivu en voorzitter van de werkgroep Milieu. Is werkzaam bij Heineken. De ondernemersvereniging vertegenwoordigt het belang van alle aangesloten bedrijven. De vereniging valt door de complexiteit van de casus zo nodig terug op een extern juridisch adviseur. Is tevreden wanneer er een oplossing komt. Hij houdt daarbij de mogelijkheid open dat de boten desnoods in het belang van gevestigde en te vestigen bedrijven weg moeten. De bestaande ruimte voor exploitatie en uitbreiding moet blijven. Opheffing van deze ruimte staat niet in verhouding tot het woonbelang. : Is voorzitter van het bestuur van Viking. Hij is van mening dat de Ertveldplas door het ontbreken van voorzieningen niet een ideale locatie is voor woonboten.
De watersportactiviteiten en het wonen bijten elkaar niet. Contacten tussen de vereniging en de bewoners zijn meestal goed. Negatieve ervaringen betreffen diefstal, het zinken van boten, het betreden van de haven. En er komen zonder toestemming -soms gammele- boten bij. De gemeente treedt hiertegen nauwelijks op. Door opening van het Maximakanaal is sluis Engelen sinds januari onder gemeentelijk beheer. Dat maakt het op basis van een verordening misschien mogelijk om boten, die bedoeld zijn om op de plas te gaan liggen, niet door te laten. : Is stedenbouwkundige bij de gemeente. Wijst op de lange voorgeschiedenis waarbij hij refereert aan het bestemmingsplan buitengebied, waartegen door de bootbewoners beroep is ingesteld. Een woonbestemming was ongewenst door o.a. milieubeperkingen en landschapsontwikkeling. De Raad van State heeft de gemeente daarbij in het gelijk gesteld. Een locatiestudie was vorig jaar voor de raad basis om het aanleggen van ligplaatsen voor woonboten op de Rosmalense Plas, de Groote Wielen, kanaal Maastrichtseweg en kanaal Van Veldekekade te bezien. Als voorzitter heeft hij met een werkgroep, met daarin vertegenwoordigingen van bewoners van woonboten, naar invulling van deze locaties gekeken. Bij het bewonen van Ertveldplas spelen woon- en bedrijfsbelangen. Voor de gemeente speelt door de bedrijfsbelangen tevens een zakelijk belang.
Hij hoopt dat er nu voor de bootbewoners een oplossing komt. : Was ca. 7 jaar voorzitter van het bestuur van bewonersvereniging Ertveldplas. Hij woont ca. 10 jaar op de Ertveldplas. Hij heeft soms moeite met de feiten, maar voldoende vertrouwen in het vinden van een oplossing. De bewoners zijn eerder door de Raad van State in het ongelijk gesteld in het vooruitzicht dat er door de gemeente binnen 5 jaar voor een alternatief zou worden gezorgd. Het alternatief wordt echter steeds vooruit geschoven. Inmiddels geldt een woonboot door wijziging van de Wet Geluidhinder (2012) als geluidsgevoelig. Het probleem is daardoor ingewikkelder geworden. Een sluis tussen het Maximakanaal en Rosmalense Plas kost veel geld. Er zijn voorbeelden in het land waarin ligplaatsen op een plas zijn aangelegd zonder zo’n voorziening. Hopelijk is er ruimte om te blijven wonen op Ertveldplas. Bij een aanleg van ligplaatsen elders zijn er hopelijk betaalbare alternatieven.
2
De voorzitter meent te begrijpen dat niet alle bewoners persé op Ertveldplas willen blijven wonen. Verder vraagt hij of het uitmaakt of er één of 22 boten binnen een milieucontour liggen. Tenslotte vraagt hij of er een alternatieve plek is. Zo ja, kan een nieuwe ligplaats door de bewoners betaald worden? Zijn zij bereid om te verhuizen? De gemeente zegt dat het niet uitmaakt hoeveel boten binnen de geluidcontour liggen. De normering voor geluid ligt vast in wetgeving en door middel van de geluidzone in het bestemmingsplan. De geluidaspecten voor de locatie Ertveldplas zijn in een eerder stadium in beeld gebracht en vormen een belemmering voor het positief bestemmen van de woonboten. Wonen strookt niet met de vastgestelde geluidzone en schaadt hiermee het belang van bedrijven. Daarnaast speelt ook het aspect van volksgezondheid een rol. Er kan een ontheffing verleend worden wanneer het geluidniveau tussen 50 en 55 dB(A) ligt. Voor circa 10 boten met een huurcontract geldt dat een ontheffing niet mogelijk is. Ook geur is een probleem. Geurregelgeving ligt vast in een emissierichtlijn die veelvuldig door jurisprudentie is bevestigd. Dit is daardoor ook een richtlijn waar vrijwel niet van afgeweken kan worden. In de huidige situatie vormt geurregelgeving geen probleem ten opzichte van de woonboten. Toekomstige ontwikkelingen kunnen echter wel belemmerd worden.
Dat geldt voor zowel uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven als nieuwvestiging van (geurproducerende) bedrijven op braakliggende kavels. Dit geldt temeer omdat het bestemmingsplan categorie 5-bedrijven toelaat. Er ligt ca. 10 ha grond braak. De voorzitter merkt voor wat betreft de braakliggende kavels op dat daar geen sprake is van bedrijven, die lid zijn van ondernemersvereniging Rivu. Rivu merkt op dat er weinig ruimte is voor categorie 5-bedrijven. Deze ruimte is landelijk en provinciaal verdeeld en is van bovenregionaal belang. Deze ruimte moet beschikbaar blijven. Heineken is eigenaar van een braakliggende kavel. De gemeente zegt desgevraagd dat de situatie aan de Ertveldplas niet in lijn is met het rijksadvies van 2005 voor ontwikkelingen in de buurt van hoogspanningslijnen is. Nieuwe woonbestemmingen binnen een magneetveldzone moeten volgens dit advies worden vermeden omdat er aanwijzingen zijn dat wonen binnen de magneetveldzone van een hoogspanningslijn gezondheidsrisico’s met zich mee brengt. Dit is weliswaar geen harde regelgeving maar een dringend rijksadvies. Opgemerkt wordt dat de gemeente op andere plekken in de stad het nodige doet om gevoelige functies als wonen, onderwijs e.d. onder hoogspanningsleidingen te voorkomen dan wel op te lossen. Er zijn i.v.m. deze richtlijn woningen aangekocht.
Met name het aspect van volksgezondheid speelt hier een rol. Er wordt geen bedrijfsbelang geschaad. De voorzitter wil graag weten waar voor de bewoners, de bedrijven, de watersportvereniging en de gemeente oplossingen liggen. De bewonersvereniging zegt dat de oplossing voor de bewoners is dat zij op de Ertveldplas kunnen blijven wonen (HvdW). Zij vraagt zich af hoe andere gemeenten met dit probleem omgaan. Waar liggen in de wet mogelijkheden om dit probleem op te lossen. Tot op heden is alleen maar juridisch naar regelgeving en beleid gekeken. Gekeken kan worden naar Pernis en Amsterdam. Er zijn daar woonwijken binnen de geluidscontour aangelegd (HvdW en PT). De Ertveldplas is van een rafelzone een duurzame waterwoongemeenschap geworden. Door de bewoners en gemeente is geïnvesteerd in allerlei voorzieningen. De bewonersvereniging wijst op een plan van bewonersvereniging voor woonboten op Ertveldplas, dat in 2008 aan de gemeente is voorgelegd. De ligplaatsen krijgen bij een positieve bestemming een hogere waarde. De bewoners kunnen deze waarde investeren in een opwaardering van het gebied. De Ertveldplas is feitelijk een hoogstedelijk gebied. Ertveldplas had vanuit deze invalshoek in het locatie-onderzoek voor ligplaatsen voor woonboten meegenomen kunnen worden (PT). De voorzitter zegt dat het plan eerst in overleg met de gemeente opnieuw besproken kan worden.
Hij vraagt of het probleem opgedeeld kan worden. Hij vraagt in dat verband of er naast bewoners, die willen blijven wonen, bewoners zijn die willen verhuizen naar een andere plek of die willen verhuizen naar een woning.
3
De bewonersvereniging kan niet voor iedereen spreken. Verhuizen naar een woning is geen optie voor bewoners met een boot waarop een hypotheek rust. De meeste bootbewoners hebben een huurovereenkomst. De gemeente kan dat gegeven aangrijpen om anders naar het probleem te kijken (HvdW). De gemeente zegt gekeken te hebben naar mogelijkheden, die anders –minder juridisch- omgaan met regelgeving en beleid. Er is eerder gekeken naar een benadering vanuit Stad en milieu. Dat bood geen oplossing. De gemeente heeft getracht om Ertveldplas aan te melden als experiment in het kader van de Crisisen Herstelwet. Dit met de bedoeling om de milieunormen soepeler te kunnen toepassen. Het ministerie heeft aangegeven dat dit project niet in aanmerking komt omdat niet aan de voorwaarden voldaan wordt. Deze voorwaarden zijn dat het experiment innovatief, duurzaam en ter bestrijding van de economische crisis moet zijn. Mogelijk ligt er voor wat betreft geluid een oplossing in de komst van de nieuwe Omgevingswet. Deze wet geeft qua geluid voor woonboten, die nu niet positief bestemd kunnen worden, misschien meer ruimte. De overgangstermijn van de Wet Geluidhinder van 3 jaar is voor wat betreft het geluidgevoelig zijn van positief bestemde woonboten ook opgerekt tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (TH).
Het probleem wordt kleiner wanneer een boot met huurcontract, die binnen de 55 dB(A)-contour ligt, vertrekt. Een boot kan bijvoorbeeld naar een aan te leggen permanente ligplaats gaan, waar aan milieunormen voldaan wordt. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid de beste oplossing (SP; WA). Een andere oplossing kan zijn om alle woonboten op de Ertveldplas buiten de 55 dB(A)-contour te leggen. Er moet dan ingedikt worden (TH; WvdV). Het geluidniveau is te hoog, maar ligt onder 55 dB(A). Bezien moet worden of een ontheffing verleend kan worden. Bezien moet worden of geur dan een probleem is. Er wordt dan niet voldaan aan de richtlijn met betrekking tot hoogspanning. De bewoners kiezen daar dan eventueel zelf voor. Uit oogpunt van volksgezondheid zou er niet voor gekozen moeten worden. Het gemeentebestuur moet dan overschrijding willen accepteren bijvoorbeeld omdat sprake is van persoonsgebonden overgangsrecht. Rivu zegt dat geur subjectief is. Hoogspanning brengt gezondheidsrisico met zich. Bij indikking op de Ertveldplas buiten de 55 dB(A)-contour ontbreekt –analoog aan de Stad en milieubenadering- een verbetering in de toekomst. Verplaatsing van alle woonboten naar een vaste, legale ligplaats heeft duidelijk haar voorkeur (WA). De bewonersvereniging vraagt of de grens van 55 dB(A) voor woonboten niet verlegd wordt naar 60 dB(A) (HvdW).
De gemeente zegt dat in het kader van de nieuwe Omgevingswet bekeken wordt of versoepeling van milieunormen mogelijk is. Bij het kiezen van een oplossing kan hiermee rekening gehouden worden (TH). In samenspraak met de werkgroep voor de nieuwe woonbootlocaties is er voor gekozen om de Rosmalense Plas door een sluis te ontsluiten op het Maximakanaal. De kosten van zo’n sluis bedragen ca. € 2.000.000,00. De beste oplossing is misschien indikken op de Ertveldplas en het aanleggen van legale nieuwe ligplaatsen aan Van Veldekekade, op de Rosmalense Plas en/of op een andere geschikte locatie (WvdV). Het is de bedoeling dat er meerdere woonmilieus komen. Nog niet duidelijk is of aanleg financieel haalbaar is, wat een ligplaats voor een bootbewoner gaat kosten en of eventueel gehuurd kan worden (WvdV). Viking ziet een oplossing in het beëindigen van de overlast van enkele woonboten. De gemeente heeft de eigenaren/gebruikers van deze boten aangeschreven. Zij wijst opnieuw op de mogelijkheid om boten bij de sluis tegen te houden. Rivu verwacht dat een aanpassing van de gemeentelijke regelgeving handhaving vergemakkelijkt. Zij informeert naar de huurovereenkomsten, die de gemeente met de bootbewoners is aangegaan. Deze overeenkomsten verlopen op 1 juli.
De gemeente zegt dat de overeenkomsten in afwachting van een eventuele oplossing onder dezelfde voorwaarden met één jaar verlengd worden. De bewonersvereniging zegt dat de overeenkomsten van belang zijn voor gemeentelijk handhavend optreden.
4
De voorzitter spreekt met de aanwezigen af dat de volgende scenario’s in overleg met de gemeente voor het volgende overleg voorbereid worden: 1. De woonboten blijven op de huidige plek op de Ertveldplas liggen. 2. De woonboten blijven niet op de Ertveldplas liggen. Dit scenario vergt een nieuwe locatie. Er vindt –al dan niet geleidelijk- een afbouw plaats. 3. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om verschillende maatregelen (tegelijkertijd) toe te passen. Dit kunnen zijn dat de woonboten op basis van uitsterfbeleid door indikking en/of verdunning buiten de 55 dB(A)-contour komen te liggen, wachten op eventuele mogelijkheden van de Omgevingswet e.d. De gemeente zegt desgevraagd dat de resultaten van het overleg worden meegenomen in het voorstel aan de raad, waarbij 4 woonbootlocaties ruimtelijk en financieel nader worden uitgewerkt. De bewonersvereniging zegt dat voor haar binnen de uit te werken scenario’s uitgangspunt is dat bedrijven niet belemmerd worden. De voorzitter zegt desgevraagd dat binnen de scenario’s qua tijdplanning rekening gehouden wordt met de Omgevingswet. Het volgende overleg is op 1 september om 16.00 uur in het stadskantoor. ’s-Hertogenbosch, 30 juni 2015. WvV
5
juist een heel mooi gebied kan ontstaan. Hij stelt voor om te leren van steden waar dat soort gebieden met succes ontwikkeld worden. Dit vraagt om een open houding. Hier hebben we allereerst bestuurlijke wil, creativiteit en lef voor nodig en daarnaast een streefbeeld waarin alle partijen zich kunnen herkennen; een samenhangend beeld hoe dit gebied er over pakweg 10, 20, 30 jaar uitziet. Het pad zal niet lopen langs de traditionele weg van gebiedsontwikkeling. De gemeente zal vooral regisseur en ondersteuner zijn. De heer roept op aan de gemeente en andere partijen om samen te kijken naar hoe het bij andere steden in Nederland wel lukt en hoe we die kennis kunnen gebruiken om aan het hele gebied invulling te geven. Door middel van het voorstel in scenario één heeft de bewonersvereniging hier alvast een voorschot op genomen. De heer spreekt over miljoenen besparen, nationaal belang en innovatie. De voorzitter vraagt hem om dit verder toe te lichten. De heer geeft aan dat scenario twee (verplaatsen) veel geld kost. Hij ziet liever dat dit geld gestoken wordt in de ontwikkeling van de stad; het gebied aan de Ertveldplas. De voorzitter merkt op dat je dan niet bespaart, maar het geld anders uitgeeft. De heer zegt dat als de plekken bestemd worden, de bewoners zelf aan de slag gaan met riolering etc. en dat het de gemeente geen geld kost.
Het is een kans voor de stad om, duurzaamheid, duurzaam bedrijfsleven en verdere natuurontwikkeling te realiseren. Dit zijn uitgangspunten waar de gemeenteraad naar streeft. De heer geeft aan dat de bewonersvereniging het scenario gebaseerd heeft op de toekomstvisie van de stad en verschenen nota’s. Innovatie ziet de heer in het feit dat categorie 5 bedrijvigheid wordt gecombineerd met wonen en natuur. De heer vraagt of de bewoners precies kunnen aangeven om welke gemeenten en welke projecten het dan gaat. Er is ten tijde van het raadsvoorstel ook al gekeken naar andere gemeenten (bv. Amersfoort) en die gevallen bleken niet vergelijkbaar te zijn met deze casus. Mevrouw wil graag dat het geluid gemeten wordt. Zij heeft de indruk dat er geen rekening is gehouden met de natuurlijke geluidswallen. Ook is er niet onderzocht wat er gebeurt als je iets doet aan de bron. Mevrouw geeft aan dat er door de wetgever bewust is gekozen om te berekenen in plaats van te meten. Meten heeft geen zin. De geluidszone is gebaseerd op de volledige capaciteit van de bedrijven. Dit hoeft niet te betekenen dat deze ook volledig gebruikt worden. Dus het zou kunnen dat de bewoners op dit moment het gebied als stil ervaren. Mevrouw wil graag weten of er maatregelen aan de bron genomen kunnen worden. De heer haakt hierop aan, hij vraagt of het plaatsen van geluidswallen mogelijk is.
Naar zijn inzicht kunnen deze ook aan de rand van een bedrijventerrein worden geplaatst, want bij snelwegen is dit ook mogelijk. Mevrouw denk dat het effect van geluidswallen klein zal zijn. Ze legt ook het principe van zonering uit. Het industrieterrein mag een bepaald aantal dB(A) produceren op de grens van de zone. Je moet het industrieterrein zien als één bron. Als je geluidswallen plaatst op bepaalde stukken, betekent dit dus dat andere bedrijven meer geluid mogen maken. Het enige wat je zou kunnen doen is de zone inperken. De voorzitter vraagt of het een mogelijkheid is om de zone aan te passen. Mevrouw zegt dat je eerst moet weten wat zo’n scherm doet. Ze denkt dat dat tegen zal gaan vallen. De heer vraagt zich af of het plaatsen van geluidswallen reëel is. Hij vraagt zich of hoe dit er dan uit komt te zien en wat het gaat kosten. De heer haakt hierop aan en zegt dat bedrijven niet extra kosten willen hoeven maken voor geluidsonderzoek. Hij meldt bovendien dat gebouwen een hoogte van ca. 25m mogen hebben, als daar een geluidsbron bovenop komt, heeft een scherm niet veel effect. De heer geeft aan dat de bewoners nu geen last ondervinden van het geluid. Mevrouw vraagt of een belevingsonderzoek zinvol is. Mevrouw geeft aan dat dit niet zinvol is. Mevrouw geeft aan dat bij andere gemeenten maatregelen worden aangeboden ter compensatie voor geluidsbelasting.
De heer Habraken zegt dat dit uit de Interim-wet Stad- en
2
Milieubenadering komt. Maar deze wet is in deze situatie niet van toepassing, aangezien niet aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan (zuinig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit). Hier wordt een functie toegevoegd in het buitengebied (geen zuinig ruimtegebruik) en valt niets te compenseren. De heer van der Velden sluit hier op aan. Hij zegt dat we al eerder geconcludeerd hebben dat de Interim-wet niet van toepassing is. Hij stelt voor om nu verder te kijken naar de scenario’s en dit te laten rusten. De voorzitter concludeert dat er nu vragen worden opgeroepen die al eens beantwoord zijn. Mevrouw zegt dat ze graag wil weten wat de woonwensen zijn van iedereen. Ze zegt niet te kunnen praten namens iedereen. De bewonersvereniging heeft wel een enquête gehouden, maar zolang er nog niks concreet is, is het lastig. Er is niet bekend wie wel wil verhuizen en wie niet. Het lijkt haar heel slim om hier inzicht in te krijgen, zodat we weten waar we het over hebben. Ze benadrukt nogmaals dat ze streeft naar een definitieve oplossing, waarbij de bestemming is geregeld. Ze wil legale woonbootlocaties en geen onzekerheid meer. De heer licht scenario twee toe: verplaatsen. Er zijn vier locaties onderzocht waar de boten naar verplaatst kunnen worden: de Van Veldekekade, de Maastrichtseweg, de Groote Wielenplas en de Rosmalense plas.
Een minpunt van de locatie de Groote Wielen is dat niet alle grond op deze locatie in eigendom is van de gemeente. De locatie Van Veldekekade en de locatie Maastrichtseweg zijn afzonderlijk niet groot genoeg om alle boten te kunnen plaatsen. We willen beide locaties niet combineren, aangezien er dan onvoldoende waterbreedte overblijft voor een goede bevaarbaarheid. De kosten van de verschillende locaties verschillen. Als je de kosten buiten beschouwing laat, is de locatie de Rosmalense plas de meest ideale. De landschapsvariant van de Rosmalense plas heeft de voorkeur van de Provincie. Deze locatie biedt mogelijkheden voor zowel te verplaatsen als nieuwe woonboten. De heer legt uit dat de kosten per boot lager worden als er meer ligplaatsen gerealiseerd kunnen worden. De Van Veldekekade heeft een verbinding met open water en een sluis. Dit heeft een groot voordeel. Een locatie zonder sluis is slechts voor een aantal boten geschikt, niet alle boten zijn namelijk takelbaar. Overigens is er in het kader van de studie over de Zuid Willemsvaart nog een optie mogelijk van een jachthaven op deze plaats. De heer geeft aan dat hij in het onderzoek een sobere uitwerking voor de Rosmalenseplas mist. Hij doelt dan op een invulling met een beperkt aantal woonboten en zonder sluis.
De heer Van der Velden antwoordt dat daar in de werkgroep wel over is gesproken, maar dat de wens van de werkgroep lag bij een verbinding met open water. De heer licht scenario drie toe: mix van maatregelen. De verschillende maatregelen worden besproken: actief indikken, passief indikken, wachten op de nieuwe Omgevingswet, inventariseren van vertrekwens van huidige woonbootbewoners en aanwijzen nieuwe woonbootlocaties. In dit scenario wordt uitgegaan van een persoonsgebonden overgangsrecht en niet van positief bestemmen, aangezien op de Ertveldplas nooit een gezond woon- en leefkwaliteit kan worden gerealiseerd. Voorkomen dient te worden dat hier steeds nieuwe bewoners komen. Scenario drie bevalt de bewonersvereniging heel goed, maar ze willen wel een positieve bestemming in plaats van een persoonsgebonden recht. Volgens de heer is de Ertveldplas geen geschikte woonlocatie. De bewonersvereniging heeft een oplossing gevonden voor de hoogspanning; wilgeneilanden. Daarnaast is geur ook nog een probleem. De gemeente kan niet zomaar over het geurprobleem heen stappen. Je komt dan aan de mogelijkheden van het bedrijventerrein.
3
VERSLAG OVERLEG OVER WOONSCHEPEN ERTVELDPLAS
Datum:
14 januari 2016
Plaats:
Stadskantoor (Kratonzaal)
Tijdstip:
16.00 uur
Aanwezig:
Voorzitter:
dhr.
Belanghebbenden: Bewonersvereniging Ertveldplas Ondernemersvereniging Rivu Watersportvereniging Viking
mevr. dhr. dhr.
Gemeente:
Dhr.
Bericht van verhindering:
Geen
(directeur Stade Advies)
en dhr. en dhr.
, mevr. en dhr.
, dhr. (verslag)
Opening: De voorzitter opent het overleg.
Verslag van het overleg d.d. 1 september 2015: Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van het verslag wordt door mw Van der Werf het volgende ingebracht: Blz. 1 en 2: De bewonersvereniging spreekt opnieuw de wens uit om een belevingsonderzoek te houden. Andere gemeenten houden wel zo’n onderzoek om te bezien of er echte problemen zijn. In Oss is zo’n onderzoek gedaan in het centrumgebied. Het bestuur van de bewonersvereniging kan haar leden niet duidelijk maken waarom een geluidsscherm aan de rand van het industrieterrein overschrijding van de geluidsnormen niet beperkt. De gemeente reageert daarop door te melden dat zij is gebonden aan wettelijke geluidsnormen en in geval van Rietvelden aan een geluidzone. Geluidnormen bij een gezoneerd terrein zijn wettelijk geregeld. Het oordeel van de bewoners verandert daar niets aan. De normen gelden ook in geval bewoners zeggen geen last te ervaren. Een centrumgebied is een ander gebied dan een gezoneerd industrieterrein met aangrenzend gebied. Een belevingsonderzoek heeft in geval van zo’n terrein geen zin. De gemeente is bereid om uitleg te geven over zonering tijdens een vergadering van de bewonersvereniging. Blz. 4: De bewonersvereniging wijst er op dat bij een oplossingsrichting niet alleen gekeken moet worden naar persoonsgebonden overgangsrecht, maar ook naar objectgebonden overgangsrecht.
De gemeente geeft aan dat, hoewel ambtelijk de voorkeur uitgaat naar persoonsgebonden overgangsrecht vanwege het ontbreken van een gezond woon- en leefklimaat, in het voorstel richting de raad ook aandacht zal worden besteed aan objectgebonden overgangsrecht. .
1
De gemeente heeft het vooraf toegezonden voorstel van de bewonersvereniging tot het aanleggen van wilgeneilanden bezien en daarop gereageerd. Het voorstel is geen reëel alternatief voor het aanleggen van boten. De constructie blijkt niet duurzaam te zijn in verband met golfslag en fluctuerende waterstand. Uit het voorstel blijkt bovendien dat slechts op een klein deel de benodigde afstand van de hoogspanningsleiding gehaald wordt, waardoor veel woonboten binnen de zone van de hoogspanningsleiding liggen. Het is de gemeente niet duidelijk in welke andere gemeenten wilgeneilanden een goede oplossing bleken te zijn. De bewonersvereniging heeft deze gemeenten niet genoemd. De bewonersvereniging zegt dat drijvende eilanden een alternatief voor wilgeneilanden kunnen zijn. Dit temeer omdat de oever van Ertveldplas steiler afloopt dan verwacht. Een drijvend eiland kan verder van de oever liggen. De gemeente zegt dat ook bij een drijvend eiland golfslag een probleem zou kunnen zijn. Bij Rosmalense Plas is bovendien gebleken dat de kosten van zo’n eiland erg hoog zijn. De bewonersvereniging geeft aan dat het helder is dat de voorgestelde wilgeneilanden niet de oplossing zijn waar ze op hoopten. Mogelijk dat later in het traject toch nog naar gekeken kan worden naar drijvende eilanden, indien er geen andere oplossing voorhanden is.
Geuronderzoek: De gemeente licht het in opdracht van de gemeente door DHV gehouden geuronderzoek toe. De resultaten van dat onderzoek zijn vooraf aan de deelnemers van het overleg toegezonden. Het onderzoek richtte zich op: 1. de bestaande situatie; 2. de mogelijkheden tot uitbreiding van bestaande geur emitterende bedrijven; 3. de vestiging van nieuwe bedrijven op braakliggend terrein. De beoordeling bij 2 en 3 betreft een nog niet bestaande situatie, waarbij een inschatting is gemaakt van de mogelijkheden. Bij 1 en 2 geldt de vraag wat onder “aaneengesloten woonbebouwing” gezien moet worden. Conclusie van het onderzoek is dat de huidige ligging van de woonboten in elk geval beperkingen kan opleveren voor nieuwvestiging van bedrijven en voor (uitbreiding van) de Heineken brouwerij. De indikvariant laat voor beide gevallen een positiever beeld zien. Voor wat betreft ontwikkelruimte voor de huidige bedrijven geldt dat de woonboten in de indikvariant niet het meest maatgevende toetspunt zullen zijn. Zij zorgen daarmee niet voor meer beperkingen dan de reeds aanwezige bebouwing buiten het industrieterrein. Voor braakliggende percelen geldt dat er ruime mogelijkheden blijven voor eventuele geurproducerende bedrijven om zich hier te vestigen. Rivu heeft zich in het verleden niet verzet tegen de woonboten.
Het is voor de gemeente belangrijk om te weten wat naar aanleiding van het geuronderzoek de mening van Rivu over de huidige ligging en over indikking van de ligging van de woonboten is. Deze mening neemt zij mee in een voorstel over de woonboten aan de gemeenteraad. Rivu heeft ingestemd met een geuronderzoek, omdat zij niet op voorhand afwijzend is over indikking van de ligging van woonboten op Ertveldplas. Zij maakt een onderscheid tussen belangen van individuele bedrijven en het gezamenlijke belang van de bedrijven. Rivu heeft bezwaar tegen elke belemmering die van woonboten uitgaat of kan uitgaan voor bedrijven en nog te vestigen bedrijven op het bedrijventerrein. Het innemen van een standpunt is lastig als er enkele onzekerheden zijn. Niet duidelijk is of en hoe bedrijven gaan uitbreiden en hoe braakliggende terreinen ingevuld gaan worden. Niet duidelijk is wat de provincie onder “aaneengesloten woonbebouwing” zal verstaan. Rivu gaat, zoals zij dat ook vorige keer bij het voornemen van de gemeente tot het regelen van persoonsgebonden recht deed, juridisch advies inwinnen. Zij wil de conclusies voor wat betreft geur en geluid juridisch laten toetsen om de wettelijke gevolgen en mogelijkheden voor de bedrijven in beeld te hebben.
De gemeente vraagt Rivu of men ook een standpunt inneemt over een eventuele toepassing van persoonsgebonden overgangsrecht in relatie tot een positieve bestemming /objecten gebonden overgangsrecht. Rivu geeft aan dat deze keuze voor hen niet relevant lijkt.
2
Ook de gemeente heeft braakliggende grond in eigendom. Rivu is benieuwd naar het standpunt van de gemeente over ontwikkeling daarvan bij een eventuele beperking door de geurrichtlijn. De gemeente overweegt om aan de raad voor te stellen om bij indikking op basis van persoonsgebonden overgangsrecht in te stemmen met het wonen op de boten. Daarbij wordt rekening gehouden met de ruime mogelijkheden die er, op basis van het geuronderzoek, voor vestiging van eventuele geurproducerende bedrijven op de braakliggende percelen blijven bestaan. Op dit moment is niets te zeggen over een eventuele extra investering bij het ontwikkelen van braakliggende grond. Afhankelijk van het type bedrijf is er uit oogpunt van geur altijd een juridische belemmering mogelijk. Van belang kan zijn hoe hoog een schoorsteen is en waar een schoorsteen staat. Anderzijds blijkt uit het geuronderzoek dat er zeker in de indikvariant ruime mogelijkheden zijn op de braakliggende percelen voor de vestiging van geurproducerende bedrijven. De bewonersvereniging zegt dat woonboten bij indikking van de ligging uit oogpunt van geur geen belemmering vormen voor uitbreiding van bestaande bedrijven. In het meest negatieve geval vormen ze een belemmering voor een uitbreiding van de Heineken brouwerij. Uitbreiding van Heijmans wordt nu al belemmerd door bestaande positief bestemde bebouwing.
De bewonersvereniging vraagt zich af wat de definitie van een woonboot is. De bewoners van woonboten gaan op gegeven moment rechten ontlenen aan de huidige situatie, die al lang bestaat. Bij een belemmering van bedrijven kan mogelijk alsnog de mogelijkheid van drijvende eilanden bezien kan worden. Rivu stelt dat het huidige geuronderzoek niet aangeeft dat er voor bewoning van boten geen mogelijkheden zijn. Geurnormen en processen kunnen echter gaan veranderen. Hoe gaat het bevoegd gezag hiermee om? Ook dat wil Rivu laten bezien? Rivu wil bij een voorstel tot indikking van de woonboten desgevraagd duidelijkheid over een hogere grenswaarde voor geluid en duidelijkheid hebben over wat onder “aaneengesloten bebouwing” wordt verstaan. De gemeente geeft aan dat bij vestiging van geurproducerende bedrijven op de braakliggende gronden creatief omgegaan kan worden met situering van emissiepunten. Bovendien kan, voor zover het bestemmingsplan daarin beperkingen oplegt (bv. bouwhoogte), bezien worden of deze belemmeringen kunnen worden weggenomen. De gemeente gaat er van uit dat Rivu juridisch advies inwint voordat een raadsvoorstel wordt opgesteld, zodat het standpunt van de Rivu vooraf besproken kan worden (en daarover zonodig actie kan worden ondernomen).
De voorzitter spreekt met Rivu af dat zij binnen 6 weken en zo mogelijk eerder op basis van een in te winnen juridisch advies een reactie geeft op de ligging van woonboten op Ertveldplas. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar indikking van de ligging van de woonboten.
Ligging boten: De gemeente zegt dat de boten, uitgaande van indikking, evenwijdig en haaks op Ertveldplas kunnen komen te liggen. Het is van belang dat alle boten kunnen aanleggen. Dit temeer omdat nog niet duidelijk is of er elders vaste ligplaatsen voor woonboten komen. Er loopt nog een studie naar het toekomstige gebruik van de Zuid Willemsvaart. Nog niet duidelijk is of de Van Veldekekade een bestemming voor woonboten krijgt. Bij een haakse ligging is er ruimte voor alle 22 boten. Viking verzoekt om bij een inrichting van de plas de kleinste boten aan de zijde van de haven en de grotere boten verder weg te leggen. Door het verankeren van een boot is een dubbele lengte van een boot nodig. De bewonersvereniging zegt dat zo’n lengte bij gebruik van stalen meerpalen niet nodig is. Zij wil overigens een woonwensenonderzoek gaan doen. Dit om te weten wat de woonwensen van de huidige bewoners zijn. Dat kan variëren van een ligplaats voor de woonboot tot wonen aan de wal. Uit het onderzoek blijkt dan mogelijk dat er minder ligplaatsen nodig zijn. De gemeente stelt voor om te wachten met een woonwensenonderzoek totdat besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Hiermee wordt ingestemd.
3
De bewonersvereniging kan onder voorwaarden instemmen met indikken van de ligging van woonboten. Een haakse ligging van de boten zal niet voor alle bewoners acceptabel zijn. De bewoners van de woonboten zullen bij zo’n ligging niet uit eigen beweging van de huidige plek weggaan. De bewonersvereniging vraagt of bezien kan worden of de boten schuin gelegd kunnen worden. Ook kan een combinatie met drijvende eilanden bezien worden. Tenslotte kan ook gewerkt worden met aanlegsteigers. Tussen de boten moet een minimale afstand van 5 m aangehouden worden in verband met brandveiligheid. De gemeente zegt dat de inrichting van de plas vooralsnog van een latere orde is. Wel wordt met de bewonersvereniging afgesproken om nu al apart te overleggen over de schuine indikvariant. Rivu vraagt zich af hoe de bewoners van de woonboten de straling van de hoogspanningsleiding ervaren. Er wordt immers ook bij indikking niet voldaan aan de richtlijnen. Viking wijst er op dat op een andere locatie door de gemeente 3 woningen, die onder de hoogspanningsleiding staan, gesloopt worden. De gemeente zegt dat er op basis van geluid en de hoogspanning geen sprake is van een goed woonen leefklimaat. Om te voorkomen dat nieuwe bewoners hier aan blootgesteld kunnen worden, wordt daarom voor deze plek uitgegaan van een persoonsgebonden overgangsrecht.
Rivu zegt dat de gemeente te zijner tijd door de bewoners aansprakelijk gesteld kan worden voor eventuele gezondheidsschade als gevolg van de straling. Voor deze schade maakt het niet uit of sprake is van persoonsgebonden of objectgebonden overgangsrecht. Ook een persoonsgebonden overgangsrecht kan erg lang duren De bewonersvereniging neemt alleen genoegen met objectgebonden overgangsrecht. Ook de bewoners van woonboten op Molengat vallen daaronder, terwijl niet voldaan wordt aan de geluidsnormen. De bewoners hebben geld geïnvesteerd in hun boten. De vereniging gaat juridisch laten toetsen of zij gedwongen kan worden om genoegen te nemen met persoonsgebonden overgangsrechtDe bewoners zijn bereid om bij een positieve bestemming of objectgebonden overgangsrecht een duurzame woonbotengemeenschap te maken. De gemeente zegt dat er een juridisch verschil is tussen woonboten op Molengat en Ertveldplas. De woonboten op Molengat vallen onder het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan, waaraan men rechten kan ontlenen. Voor woonboten op Ertveldplas is dat niet zo. Indikking van woonboten op Ertveldplas moet gezien worden als een planologisch nieuwe situatie. De gemeente wil inwoners in (planologische) nieuwe situaties niet blootstellen aan straling van hoogspanningsleidingen.
Rekening houdend met de voorgeschiedenis wordt een persoonsgebonden overgangsrecht voor de Ertveldplas daarom als het maximaal haalbare gezien. De bewonersvereniging ervaart de straling als overkomelijk. Er ontstaan volgens de woonbootbewoners in de toekomst misschien meer technische mogelijkheden om straling te ondervangen. De bewonersvereniging kan (vooralsnog) niet instemmen met indikking op basis van persoonsgebonden overgangsrecht.
Handhaving: Rivu vindt dat handhaving goed georganiseerd moet worden en zal hiervoor in haar reactie aandacht vragen. De bedrijven op het bedrijventerrein hebben belang bij een goede handhaving. Juridisch gezien zijn zij de belanghebbende partij. Voor handhaving moet voldoende personele capaciteit beschikbaar zijn. Dit ook om te voorkomen dat er nieuwe woonboten aanleggen. Handhaving kan helpen bij het krijgen van een definitieve oplossing. Er kan ook gekeken worden naar alternatieven. Zij vraagt of er voor de woonboten een aansluiting op de riolering komt. De bewonersvereniging ziet graag dat handhaving wordt meegenomen in het voorstel aan de gemeenteraad. Viking is geen voorstander van gedogen. Het is zaak om direct op te treden tegen illegale boten in geval van wonen of overnachten. De havenmeester mag boten, die te dicht bij de havenopening
4
liggen, in het uiterste geval zelf wegslepen. Via de sluiswachter in Empel kan voorkomen dat nieuwe woonboten het kanaal opkomen om op de Ertveldplas te gaan liggen. De bewonersvereniging zegt dat opgetreden kan worden op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening. Elke boot heeft een certificaat heeft met een uniek nummer. Dat nummer is te zien als een soort kenteken. Viking wijst op de mogelijkheid om voor boten een verbod om aan te meren opgenomen kan worden. De gemeente zegt dat er voor woonboten (buiten de 22 aan de Ertveldsplas waar het hier over gaat) al een handhavingstraject loopt. Er komt geen voorstel om het aanleggen met woonboten te gedogen. Het kost onder verwijzing naar het gehouden locatieonderzoek teveel geld om alle boten te verplaatsen. Zo’n verplaatsing is dus naar verwachting geen optie. De gemeente zegt desgevraagd dat Rijkswaterstaat voor wat betreft Ertveldplas door de aanleg van het Maximakanaal geen partij meer is.
Omgevingswet: De gemeente heeft gekeken naar mogelijkheden die de toekomstige Omgevingswet gaat bieden. Eén van de doelstellingen van de wet is om gemeenten meer afwegingsruimte te geven. Dat zou bv. kunnen op het gebied van milieuaspecten/normering. Het creëren van meer afwegingsruimte gebeurt via de nog op te stellen uitvoeringsbesluiten. De inhoud daarvan is op dit moment nog niet bekend. Op dit moment is dus ook nog niet aan te geven of deze wet ook daadwerkelijk mogelijkheden biedt voor een soepelere toepassing van milieunormen. De gemeente wil in het voorstel aan de raad opnemen om met de uitvoering te wachten op duidelijkheid over de normstelling in de nieuwe Omgevingswet. De bewonersvereniging kan zich hierin vinden. Resumerend: De Rivu zal binnen 6 weken met een reactie komen op basis van het door hen in te winnen juridisch advies. Pas daarna zal er raadsvoorstel worden opgesteld. Op dit moment ligt het voor de hand dat daarin wordt voorgesteld te kiezen voor het scenario van mix van maatregelen (o.a. indikking op basis van persoonsgebonden overgangsrecht). Aandacht wordt besteed aan te treffen voorzieningen, daarmee gepaard gaande kosten en de verdeling van de kosten. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met voorkeuren van bewoners als het gaat om inrichting van de ligplaatsen.
Er wordt rekening gehouden met een mogelijkheid tot een (al dan niet schuine) haakse ligging van de woonboten om alle boten een plek te kunnen geven. Dit temeer omdat nog niet duidelijk is of er binnen de gemeente vaste ligplaatsen voor woonboten komen. In het voorstel wordt aandacht besteed aan handhaving. Er komt een apart overleg om de effecten van een schuine (indik-) ligging te onderzoeken. De deelnemers aan deze werkgroep worden in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op een concept van het voorstel. In het voorstel wordt in elk geval het standpunt van Rivu meegenomen. Sluiting: De voorzitter sluit het overleg.
’s-Hertogenbosch, 2 februari 2015. WvV
5
1
GEWIJZIGD VERSLAG OVERLEG OVER WOONSCHEPEN ERTVELDPLAS Datum: Plaats: Tijdstip: Aanwezig:
4 oktober 2016 Stadhuis (kamer BenW) 15.30 uur Voorzitter:
dhr.
Belanghebbenden: Bewonersvereniging Ertveldplas Ondernemersvereniging RiVu
mevr. dhr.
Watersportvereniging Viking
dhr.
Gemeente:
Bestuurlijk: dhr. (wethouder ruimtelijke ordening en wonen) Ambtelijk: Dhr. , mevr. dhr. en dhr. (verslag)
Bericht van verhindering:
Geen
(directeur Stade Advies)