CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

b2 Ruimtelijke motivering Kloosterstraat

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Buitenplanse Omgevingsplancapaciteit (BOPA) zonnevelden Dungense Polder en Kloosterstraat22.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bij-

door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een

geen depositie-resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op

lage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogel-

alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan

voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stik-

richtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergun-

plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal een ontheffing / omgevings-

stofdepositie uitgesloten worden.

ningplichtige activiteiten. De regels voor vogels en overige Europese

vergunning voor een flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelin-

soorten zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en

gen aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk be-

Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van het Natuur Netwerk

de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gel-

lang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde

Nederland (NNN). Voor deze gebieden is geen extern toetsingskader

den regels die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige

soorten niet in het geding komt. De ontheffing / vergunning kan dan on-

aan de orde. Overigens zijn door de aard van het project negatieve ef-

opzichten minder streng zijn.

der voorwaarden worden verleend.

fecten op dergelijke gebieden ook uitgesloten.

De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te be-

5.14.2

Houtopstanden

schermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De

Voor onderhavige ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitge-

Gezien er geen bomen worden gekapt op de onderzoekslocatie, kan het

soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het alge-

voerd. De quickscan betreft een actualisatie tot een quickscan natuur-

onderdeel houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111 (Bal) buiten be-

meen gelden voor alle drie de categorieën de activiteiten met schade-

waarden onder de omgevingswet op basis van een eerder uitgevoerde

schouwing worden gelaten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

lijke gevolgen. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal be-

quickscan (d.d. 21 februari 2022). De actualisatie is opgenomen als bij-

schermde soorten (art. 11.54 Bal) met een lichte toets verleend. Voor de

lage 2 opgenomen in onderhavige ruimtelijke motivering. Hieronder wor-

vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het

den de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de volledige rappor-

verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde

tage met bevindingen wordt verwezen naar de bijlagen.

Onderzoek

soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

alle ‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat na-

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

delige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of onge-

2000-gebied ‘Bossche Broek Moerputten en Vlijmens Ven’, bevindt zich

daan gemaakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten

op ruim 1,5 kilometer ten westen van het projectgebied. Indien er sprake

van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of na-

zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.

Zonneweide Kloosterstraat

30

Soortenbescherming Navolgende tabel weergeef een overzicht van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen. Indien er werkzaamheden plaats zullen vinden aan de sloot en/of begroeiing aan de westzijde van de onderzoekslocatie, dienen maatregelen om negatieve effecten ten aanzien van de steenmarter en kleine marterachtigen te voorkomen, te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Gelet op de watergang ten noorden van de onderzoekslocatie, zijn overtredingen van de Omgevingswet te vermijden als mogelijke vliegroutes functioneel en duurzaam behouden blijven. Additionele (bouw)verlichting richting deze watergang tijdens de bouw- en eindfase dient te worden voorkomen. Indien een verlichtingstoename niet te voorkomen is dienen maatregelen genomen te worden om de toename tot een minimum te beperken. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door te starten met de werkzaamheden buiten het broedseizoen. Indien binnen het broedseizoen gestart gaat worden, kan dit enkel nadat tijdens een broedvogelinspectie is bevestigd dat er geen broedgevallen aanwezig zijn.

Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie.

Tabel 5.1 Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie soortgroepen en te nemen vervolgstappen

Zonneweide Kloosterstraat

31

Op basis van de quickscan natuurwaarden dient voorafgaand aan de werkzaamheden middels aanvullend ecologisch onderzoek duidelijkheid

aanvullen omliggende groenstructuren bevordert het verplaatsen

Kwetsbare gebouwen en locaties

tussen foerageer- en leefgebied.

In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en loca-

te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslocatie voor

De maatregelen welke getroffen worden voldoen aan de eisen zoals ge-

ties’ waarvoor de regels bescherming bieden:

de das. Dit soortgerichte vervolgonderzoek is uitgevoerd en is opgeno-

steld in het kennisdocument van de das (BIJ12, 2017). Ten aanzien van

1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen);

men in bijlage 3. Het vervolgonderzoek bevestigt de verwachting dat het

primair en secundair geschikt foerageergebied wordt, samenvattend,

2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties);

projectgebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van de das.

geen compensatie nodig geacht en is geen ontheffing noodzakelijk. Het

3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).

Nabij het projectgebied zijn sporen van de das aangetroffen. Circa 500

plan creëert een erg geschikte toekomstige situatie voor de das. Om te

meter oostelijk van het projectgebied zijn twee dassenburchten aange-

waarborgen dat deze plannen gerealiseerd worden zal een ecologisch

Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal

troffen, waarvan gebleken is dat deze actief worden gebruikt.

werkprotocol opgesteld worden.

personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en

Als gevolg van de voorgenomen plannen, bestaande uit onderhavig pro-

5.14.3

ject en de nabijgelegen ontwikkeling van een zonneweide aan de Kloos-

Het aspect flora en fauna vormt in beginsel geen belemmering voor het

terstraat, gaat zonder het nemen van maatregelen mogelijk de functie

plan. Er is nader soortgericht onderzoek naar de das uitgevoerd. Om

verminderd worden van op dit moment 6,4 hectare primair foerageerge-

overtreding van de Ow te voorkomen zullen specifieke inrichtings- en

Risicobronnen

bied en 6,7 hectare secundair foerageergebied van de das. Om overtre-

beheersmaatregelen voor de das uitgewerkt dienen te worden. Deze

Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage

ding van de Ow te voorkomen zullen specifieke inrichtings- en beheers-

maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol uitgewerkt te wor-

VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen.

maatregelen voor de das uitgewerkt dienen te worden. Deze maatrege-

den en de bijbehorende maatregelen dienen opgenomen te worden in

Het gaat om de volgende soorten activiteiten:

len dienen in een ecologisch werkprotocol uitgewerkt te worden en de

het inrichtingsplan en beheersplan. Er wordt geschikt primair foerageer-

bijbehorende maatregelen dienen opgenomen te worden in het inrich-

en leefgebied voor de das gecreëerd.

in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De Conclusie

tingsplan en beheersplan. Verder zijn in het kader van de uitvoering van de werkzaamheden en in Door het treffen van maatregelen kunnen de zonnevelden mogelijk een

de toekomstige situatie enkele aandachtspunten in het kader van de

secundaire foerageerfunctie voor de das behouden. De initiatiefnemer is

zorgplicht van toepassing. Het plan is uitvoerbaar.

voornemens om de overige gronden in het projectgebied biodivers in te richten voor verschillende doelsoorten amfibieën, weidevogels en grondgebonden zoogdieren. Er wordt geschikt primair foerageer- en leefgebied gecreëerd voor de das in de vorm van: 

struweelhagen die dienen als foerageermogelijkheid, schuilplaats en looproute voor de das;

grasland voor weidevogels biedt ook jaarrond een voedselbron voor de das;

natuurlijke oevers zullen als beschutting en rustzones voor dassen dienen;

Zonneweide Kloosterstraat

5.15

Omgevingsveiligheid

5.15.1

Toetsingskader

Omgevingsveiligheid (voorheen: externe veiligheid) heeft betrekking op de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal.

aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat in bijlage VI van het Bkl.

activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal;

het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor;

buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal;

windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.

In het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente ’sHertogenbosch worden beperkingen met betrekking tot externe veiligheid genoemd, waarbij milieubelastende activiteiten, transportroutes en buisleidingen aan bod komen (artikel 22.39b). Naast de eerdergenoemde activiteiten die als risicobronnen worden beschouwd, bevat het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen:

32

opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling

5.15.2

5.1.2.4);

In de directe omgeving van het projectgebied ligt de snelweg A2. Voor

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (af-

de snelweg ligt het projectgebied binnen de aandachtsgebieden voor

deling 5.1.2.5);

explosies (groot deel van het projectgebied, m.u.v. het oosten) en brand

exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-

(alleen uiterst westelijk, buiten de beoogde zonnevelden) van deze risi-

ven (afdeling 5.1.2.5);

cobron. Voor het overige zijn er in de omgeving van het projectgebied

opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik

geen risicobronnen gesitueerd. Gezien de aard van de beoogde functie

(afdeling 5.1.2.5 Bkl).

is er geen sprake van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object dan

5.16.2

wel van handelingen met gevaarlijke stoffen in de zin van het Bevi. Om-

De ontwikkeling maakt geen trillinggevoelige gebouwen mogelijk. Een

Plaatsgebonden risico

dat er slechts beperkt en kortdurend personen in het projectgebied ver-

nadere toetsing aan dit aspect kan daarom redelijkerwijs achterwege

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt

blijven, heeft de ontwikkeling geen invloed op de hoogte van het groeps-

blijven.

door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het

risico. Tevens betreft een zonneweide geen object met een hoge infra-

plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden

structurele waarde. Het aspect omgevingsveiligheid is voor deze ruimte-

voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot

lijke ontwikkeling dan ook niet relevant.

   

Onderzoek

gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour

5.15.3

10-6-contour van een activiteit vallen.

Wat betreft het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een even-

Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden Het groepsrisico is een concretisering van de wettelijke verplichting dat het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet inhouden ook met het oog op het waarborgen van de veiligheid. Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl):

Conclusie

3. gifwolkaandachtsgebied. Voor beperkt kwetsbare, kwetsbar en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden en moet ad-

Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kunnen de SBR-richtlijn, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.

5.16.3

Onderzoek

Conclusie

Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.17

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

5.17.1

Toetsingskader

Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of

wichtige toedeling van functies aan locaties.

sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat

5.16

het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag

Trillingen

5.16.1 Toetsingskader Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet beschermt (delen van) trillinggevoelige gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activiteiten (art. 5.80 Bkl). Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties.

1. brandaandachtsgebied; 2. explosieaandachtsgebied;

reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand dan 100 meter bestaan.

geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden. Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publicatie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indicatie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie.

Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen (zoals woningen) in de buurt van spoorwegen moet het aspect trilling worden beoordeeld in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er

Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernormen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten vol-

vies bij de Veiligheidsregio worden ingewonnen (artikel 5.2 Bkl).

Zonneweide Kloosterstraat

33

doen. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft dit gedaan in de Nota Par-

5.17.3

keernormering 2021. De activiteit dient in dit geval aan het gemeentelijk

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het

Beleid waterschap De Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toe-

beleid te worden getoetst.

initiatief.

komstbestendige leefomgeving

5.17.2

Onderzoek

Verkeer In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit agrarische gronden. De nieuwe functie heeft een verwaarloosbare verkeersaantrekkende werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer van de zonneweide en de groene inpassing. Hierbij is uitgegaan van maximaal 2 motorvoertuigbewegingen (lichte busjes) per maand. Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. In de aanlegfase van de zonneweide zal wel (tijdelijk) een toename plaatsvinden van verkeer. Het gaat hier onder meer in de vorm van vrachtwagens en busjes die de materialen komen leveren. Gelet op de tijdelijkheid van de verkeersbewegingen en het relatief beperkte aantal zal het initiatief geen negatieve effecten in verkeerskundig opzicht opleveren.

Conclusie

5.18

Water

5.18.1

Toetsingskader

Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden in de effecten van het initiatief op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater. De weging van het waterbelang zorgt er voor dat per initiatief de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de planvorming worden betrokken (artikel 5.37 lid 1 van het Bkl). Daarbij is het van belang dat er op een gestructureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van belang is. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele weging van het waterbelang noodzakelijk. De weging van het waterbelang is een instrument waarmee de waterhuishoudkundige belangen een doorlopende positie krijgen in het ruimtelijke beleid, niet alleen op basis van concrete ontwikkelingen. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duur-

Parkeren De zonneweide betreft een bedrijfsmatige functie, maar van vaste werknemers of verblijvende personen ter plaatse is geen sprake. Incidenteel zal er sprake zijn van een parkeerbehoefte bij onderhouds-, beheer-, controlewerkzaamheden e.d. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van een toegang tot het terrein, dan wel van de berm van de Bosscheweg. De incidentele parkeerbehoefte kan daarmee in voldoende mate worden opgevangen op eigen terrein. Gelet op de beperkte aanwezigheid van personen voor onderhouds-, beheer-, controlewerkzaamheden is het aanleggen van permanente parkeerplaatsen niet noodzakelijk.

zaam watersysteem. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren.

Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding.

Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

Zonneweide Kloosterstraat

34

Waterschap De Dommel hanteert drie principes die inhoudelijke sturing

de zuidelijke watergang (langs de Kloosterstraat, B-watergang) te voor-

5.18.3

Conclusie

geven aan de watertransitie:  Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt.  Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan.  Wat schoon is moet schoon blijven.

zien van een flauwe oever met beplanting. In de waterparagraaf is een

De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.

principeprofiel hiervoor opgenomen.

Voor de aanpassingen aan de B-watergang, duikers en schotbalkstuw dient een vergunning op basis van de ‘Keur’ aangevraagd te worden.

Het waternetwerk vormt een belangrijke pijler onder de ontwikkeling. Aan de noordkant van het projectgebied ligt een A-watergang, de Dun-

5.18.2

Onderzoek

gense Sloot. De bijbehorende onderhoudsstrook met een breedte van 5

Het planvoornemen betreft de realisatie van een zonnepark met een op-

meter reikt over het projectgebied. Binnen deze zone worden geen zon-

pervlakte van ca. 7 hectare. In de huidige situatie is het plangebied ge-

nepanelen en bijbehorende voorzieningen bij het zonnepark geplaatst.

heel onbebouwd en onverhard en bestaat dit uit agrarische gronden.

Ook wordt hier geen beplanting aangebracht, die het onderhoud van de

Het plan heeft daarmee mogelijk relevante gevolgen voor de waterhuis-

watergang belemmert. De A-watergang blijft geheel behouden en kan

houding. Voor het project is een waterparagraaf opgesteld. Deze is op-

blijven functioneren als primaire afwatering.

genomen in bijlage 6. Hierna worden de voornaamste uitgangspunten en randvoorwaarden besproken.

Verder zijn binnen het projectgebied enkele B-watergangen gelegen. Deze lopen van zuidzuidoost naar noordnoordwest door het projectge-

Waterkwantiteit

bied en sluiten aan de noordkant aan op de Dungense sloot. De toe-

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de verharding toenemen.

komstige verkaveling van het zonnepark sluit aan bij deze watergangen.

De toename aan verharding bestaat uit de opslagcontainer, monitorings-

Tussen de velden met zonnepanelen zijn robuuste open zones voor-

gebouw en twee transformatorstations. Ook wordt een entree aangelegd

zien, met bloemrijke beheerpaden en natuurvriendelijke oevers. De be-

bestaande uit circa 200 m² verharding. De beheerpaden langs de zon-

doeling is dat het bestaande netwerk van watergangen dus geheel

nepanelen bestaat uit onverharde grond (grasland) en zijn niet te be-

wordt behouden en wordt opgewaardeerd in ecologisch, waterkwaliteits-

schouwen als en derhalve niet meegenomen als verharding. In totaal is

en belevingsoogpunt. Het uitdiepen van de bestaande watergangen

in de toekomstige situatie circa 262 m² verharding voorzien. De ontwik-

draagt hieraan bij.

keling blijft daarmee onder de 500 m² verharding. Op basis van de waterschapsverordening van het waterschap is geen vergunning noodza-

Waterkeringen

kelijk.

Het projectgebied ligt niet binnen de beschermingszone van een water-

Op basis van de ‘Verordening bomen, water en groen 's-Hertogenbosch

kering.

2021’ (zie ook par. 3.4.3) van de gemeente dient bij een toename van

Hemelwater

500 m² verharding of minder gecompenseerd te worden met minimaal

De projectlocatie biedt voldoende mogelijkheden om het hemelwater op

10 mm water per m² toename verhard oppervlak. Dit is komt neer op

te vangen. Daarbij zullen de panelen worden bevestigd met een kliksys-

2,62 m³ waterberging. De compensatie hiervoor wordt gerealiseerd door

teem waardoor regenwater tussen de kieren van de panelen kan druipen. Dit zorgt voor een betere verspreiding van het water onder de panelen.

Zonneweide Kloosterstraat

35

6

Financiële en maatschappelijke verantwoording

volle landschap. Het struweel en de nieuwe bomen zijn daarom verwij-

Een uitgebreide toelichting op de opzet van de financiële participatie is

derd, met uitzondering van een bestaande solitaire boom die behouden

opgenomen in de separate bijlage bij dit document

Financieel-economische haalbaarheid

Op verzoek van de gemeente is bovendien aan de oostzijde van de

king op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend be-

De ontwikkeling is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Tussen

Dungense Polder een ecologische verbindingsstrook van 25 meter

stemmingsplan. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de om-

gemeente en initiatiefnemer zal een ontwikkelovereenkomst worden ge-

breed toegevoegd. Gedurende het gehele proces is ook afgestemd met

gevingsvergunning toegelicht.

sloten waarmee de financiële uitvoerbaarheid van het plan wordt ge-

Waterschap De Dommel, dat heeft meegedacht over de inrichting van

waarborgd. Verder zal mogelijk de ontwikkeling van het zonnepark

watergangen, vernatting en natuurvriendelijke oevers om waterhuis-

(deels) gefinancierd worden vanuit de SDE++ subsidie. Als voorwaarde

houdkundige doelen te realiseren binnen het plan.

6.1

blijft. In plaats daarvan is buiten het hekwerk een informele zoom van bloemrijk grasland en struiken opgenomen.

6.2

Maatschappelijke verantwoording

6.2.1

Omgevingsdialoog

Procedure omgevingsvergunning

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrek-

6.3.1

Vaststellingsprocedure

Voor de omgevingsvergunningaanvraag voor onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de reguliere procedure gevolgd. De be-

om in aanmerking te komen voor de SDE++ subsidie is het verkrijgen van de omgevingsvergunning gesteld als een vereiste.

6.3

Voor het gehele communicatie- en participatieplan wordt verwezen naar de bijlage van onderhavige ruimtelijke motivering.

slistermijn begint te lopen zodra de aanvraag is ontvangen. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt.

6.2.2

Financiële participatie

Tijdens het participatieproces is het ontwerp voor de zonneweides meer-

Het streven bij de ontwikkeling van de zonneweide is om te komen tot

De formele procedure start met het indienen van de vergunningaan-

dere keren aangepast, mede op basis van wensen van omwonenden en

100% lokaal eigendom. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de ge-

vraag met bijbehorende stukken (bouwplan, motivering met bijbeho-

betrokken instanties. Het oorspronkelijke ontwerp uit het projectvoorstel

meente ’s-Hertogenbosch om de energietransitie zo veel mogelijk in sa-

rende onderzoeken, participatiestukken e.d.) bij het college van de ge-

van 2021 was sterk landschappelijk en ecologisch van opzet, met stru-

menspraak met en ten gunste van de lokale gemeenschap vorm te ge-

meente. De gemeente zal een kennisgeving over de aanvraag in het

weelhagen rond elk zonneveld, bloemrijk grasland, natuurvriendelijke

ven.

Gemeenteblad plaatsen. De aanvraag wordt beoordeeld op volledigheid en juistheid van gegevens. Ook wordt de aanvraag mogelijk doorgezon-

oevers en behoud van zichtlijnen vanaf de A2. Daarbij werd in samenspraak met Rijkswaterstaat al rekening gehouden met de ruimtereserve-

De invulling van dit lokaal eigendom wordt gerealiseerd via een samen-

den naar de gemeenteraad. De gemeenteraad moet in sommige geval-

ring voor een eventuele weguitbreiding.

werking met Platform Coöperatief Duurzaam (PCD). Mocht tijdens de

len bij het verlenen van de vergunning een (bindend) advies aan het col-

verdere uitwerking blijken dat het volledig realiseren van lokaal eigen-

lege geven over de verlening van de vergunning. De gemeente sluit met

In 2022 is het ontwerp gewijzigd naar aanleiding van gesprekken met

dom via PCD niet haalbaar is, dan is voorzien in een terugvalscenario.

de initiatiefnemer meestal een anterieure overeenkomst vanwege kos-

omwonenden: in plaats van losse struweelstructuren werd gekozen voor

In dat geval wordt het lokaal eigendom vormgegeven door middel obli-

tenverhaal. Vervolgens wordt het besluit opgesteld. Het college moet

een aaneengesloten struweelrand rondom het plangebied, ingericht als

gaties, waarbij bewoners financieel kunnen deelnemen aan het project.

binnen 8 weken een besluit nemen op de aanvraag; dit mag éénmaal

ecologische zone voor onder andere de das. Ook kwamen er bomen-

De verwachte voorwaarden van deze obligaties zijn een looptijd van 15

met 6 weken worden verlengd (artikel 16.64 Omgevingswet).

rijen langs de Kloosterstraat, Bosscheweg en A2 voor een meer samen-

jaar met een jaarlijks rendement van circa 5,5%. Deze voorwaarden zijn

hangend en beschut beeld. In 2024 is het ontwerp opnieuw aangepast

echter indicatief en kunnen nog wijzigen als gevolg van ontwikkelingen

om tegemoet te komen aan het advies van de provincie Noord-Brabant,

in de financiële markten. Ten allen tijden zal er 50 cent per MWh

die wenst voor behoud van openheid in het cultuurhistorisch waarde-

beschikbaar worden gesteld in een omgevingsfonds.

Zonneweide Kloosterstraat

6.3.2

Bezwaar en beroep

Na de besluitvorming bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Na het bezwaar is er nog de gelegenheid voor beroep en hoger beroep.

36

7

Belangenafweging en conclusie

In de voorliggende ruimtelijke motivering is het voornemen tot realisatie van een zonneweide op de locatie aan de Kloosterstraat in het gebied Dungense Polder, nabij de A2, beschreven. Naast de realisatie van de zonneweide en bijbehorende installaties, voorziet het plan ook in de realisatie van waterberging, groen en landschapsmaatregelen. Uit de voorliggende ruimtelijke motivering blijkt dat het initiatief in lijn is met de relevante beleidskaders op diverse be-stuursniveaus en dat de ontwikkeling met de toevoeging van land-schaps-, groen- en (potentiële) waterelementen een meerwaarde voor de omgeving oplevert. Het initiatief draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van de realisatie van voldoende duurzame energievoorzieningen. Uit de diverse onderzoeken en verantwoordingen in de ruimtelijke motivering blijkt dat er geen onevenredig negatieve effecten voor de omgeving optreden en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Daarmee past de realisatie van het initiatief binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Zonneweide Kloosterstraat

37

Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 3: Aanvullend onderzoek das Bijlage 4: Stikstofonderzoek Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Waterparagraaf Bijlage 7: Reflectierapport Bijlage 8: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 9: Participatieverslag Bijlage 10: Cultuurhistorisch onderzoek Bijlage 11: Technische tekeningen

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK s-Hertogenbosch +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16192065/1