Agendanummer 12 - Motie 2 - De juiste bandbreedte - CDA-SP-50PLUS-PvdD
Tekst van het document
Agendanummer 12 Motie 2 MOTIE De juiste bandbreedte De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, in vergadering bijeen op 7 juni, behandelend het initiatiefvoorstel Gebiedsverbod fatbikes, Constaterende dat: •
In het onderzoeksrapport van VVD en Leefbaar wordt aangegeven dat veel inwoners, bezoekers en ondernemers overlast ervaren van fatbikes in de binnenstad en in Rosmalen1;
•
hetzelfde onderzoeksrapport zich enkel richt op fatbike-overlast en deze overlast niet systematisch afzet tegen overlast door andere vormen van fietsend verkeer;
•
uit de open antwoorden in datzelfde onderzoek ook blijkt dat de ervaren overlast niet alleen betrekking heeft op fatbikes, maar ook op e-bikes, gewone fietsen en ander fietsend verkeer;
•
er op dit moment een pilot loopt op de Driesprong in Rosmalen binnen de aanpak van verkeershufters;
•
mede op basis van deze pilot in oktober aanbevelingen worden verwacht voor een bredere aanpak van verkeershufters;
•
in Enschede inmiddels ervaring wordt opgedaan met een lokaal fatbikeverbod, maar vanwege de onzekerheid wordt geadviseerd de juridische beoordeling van het Enschedese verbod af te wachten;
•
in het bestuursakkoord extra handhavingscapaciteit wordt aangekondigd, maar deze extra BOA-capaciteit pas vanaf 2027 financieel is voorzien en het voorliggende Gebiedsverbod fatbikes per 2026 moet ingaan;
Overwegende dat: •
niet de vorm van de fiets, maar vooral het gedrag van de bestuurder zorgt voor overlast en onveilige situaties;
•
een maatregel alleen effectief is als deze juridisch houdbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar is en kan rekenen op breed draagvlak;
•
het gebruik van de fiets moet worden gestimuleerd en voor iedereen toegankelijk blijven, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een beperking;
•
met een Gebiedsverbod fatbikes de extra BOA-capaciteit per 2027 naar verwachting een substantieel deel voor de handhaving van dit verbod ingezet dient te worden, waardoor deze capaciteit niet elders in de gemeente ingezet kan worden, zoals in de dorpen en wijken;
Gemeenteraad ’s-Hertogenbosch, Onderzoeksrapport fatbike-overlast gemeente ’s-Hertogenbosch, juni 2026 1
•
de raad een zorgvuldig besluit moet kunnen nemen op basis van een vergelijking tussen verschillende scenario’s;
Verzoekt het college: •
in kaart te brengen wat de meest passende oplossing is om overlast door fietsend verkeer in de binnenstad en in het centrum van Rosmalen te beperken;
•
daarbij verschillende scenario’s uit te werken en per scenario expliciet te beoordelen welke typen voertuigen, gebieden en tijdvensters het meest geschikt zijn om overlast en onveiligheid te beperken, zonder de doorstroming van doorgaande fietsers onnodig te belemmeren;
•
per scenario een inschatting te maken en daarbij ten minste de volgende aspecten in beeld te brengen2: 1. doelbereik; 2. uitlegbaarheid en draagvlak onder ; 3. de juridische houdbaarheid; 4. handhaafbaarheid en kosten; 5. neveneffecten (zoals parkeerhinder); 6. proportionaliteit: de veiligheidswinst in verhouding tot de gevolgen voor inwoners, zoals verschillende sociaaleconomische groepen, ondernemers, ouderen en mensen die vanwege hun beperking zijn aangewezen op een transportmiddel met trapondersteuning.
•
in de tussentijd binnen de bestaande BOA-capaciteit meer prioriteit te geven aan de aanpak van gevaarlijk en hinderlijk rijgedrag, conform de in het raadsvoorstel geselecteerde gebieden, onder meer via enkele bewustwordingsdagen waar weggebruikers worden aangesproken op gevaarlijk rijgedrag;
•
de uitkomsten te betrekken bij het raadsvoorstel over de aanpak van verkeershufters die in Q4 2026 aan de raad wordt aangeboden waarbij het college een voorkeursvariant mag opnemen en de visies van handhaving en politie zijn opgenomen;
en gaat over tot de orde van de dag. Robbert Rademakers, CDA Bram Roovers, SP Henry Liebregts, 50PLUS Eileen Samshuijzen, PvdD
Conform het reeds opgestelde afwegingskader van DTV “Aanpak massa- en snelheidsverschillen fietspad Plan van aanpak voor uitvoering pilotprojecten” (2025) uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&W 2