A. Brief 31 mei 2021 - Analyse onderzoekstraject naar de effecten van de coronacrisis op het gemeenschapsleven - Stichting Goede Doelen
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad ’s-Hertogenbosch, T.a.v. de raadsgriffie, Onderstaand vindt u de uitgebreide algemene analyse van het onderzoekstraject naar de effecten van de coronacrisis op het gemeenschapsleven van ’s-Hertogenbosch. U kunt de algemene analyse en de uitgebreide analyses van tien verschillende sectoren vinden via deze link https://s-hertogenbosch.lokalegoededoelengids.nl/nieuws/veerkracht-is-groot/ Het ligt in onze bedoeling om een vierde en afsluitende onderzoekronde te houden in de maand september. Met vriendelijk groet,
Algemeen In grote lijnen zijn de data van maart 2021 in veel sectoren vergelijkbaar met mei 2020. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar het lijkt dat september voor sommige sectoren een piek was en voor anderen een dal. In het algemeen zien we in het voorjaar 2021 weinig verandering in de positiviteit in vergelijking met september 2020. Echter de kunst/cultuur-, recreatie- en sportsector zijn nog pessimistisch. Zagen we in september voor de organisaties een positieve trend, in maart 2021 stagneert deze trend. Minder organisaties zijn 100% zeker van hun voortbestaan geworden. Nu verwacht maar (ongeveer) de helft van de organisaties in kunst/cultuur-, recreatie- en sportsector volledige (100%) continuïteit; bij sociaal/maatschappelijk en zorg ligt dit tussen de 60-70%. Verder bestaat in de sportsector groeiende onduidelijkheid over aanpassing, hier geven veel organisaties aan hulp nodig te hebben of het niet te weten. Dit geldt ook (maar in mindere mate) in de recreatie sector. Opmerkelijk genoeg is het percentage organisaties wat aangeeft niet te kunnen aanpassen of daarbij hulp nodig te hebben gestegen ten opzichte van september 2020.
Data en sectoren vergeleken 1. Algemeen: het is opvallend dat veel gegevens van maart 2021 voor veel sectoren vergelijkbaar zijn met mei 2020. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar het lijkt dat september voor bepaalde sectoren een piek was, en voor sommige sectoren een dal. Sectoren die in mei 2020 en maart 2021 positiever zijn dan in september 2020 zijn belangenbehartiging, buurt/wijk en kerk/levensbeschouwing. Sectoren die in mei 2020 en maart 2021 negatiever zijn dan in september 2020 zijn milieu/natuur/dieren en onderwijs/onderzoek (behalve bij klandizie). 2. Algemene veerkracht: we zien veel verschil in veerkrachtigheid tussen sectoren. Waar de meerderheid van sectoren optimistischer lijkt te worden, bestaat bij de recreatie- en sportsector nog relatief veel pessimisme. 3. Aanpassingsvermogen: in een paar sectoren is te zien dat er meer duidelijkheid ontstaat over het omgaan met de corona crisis. In mei 2020 was nog veel spreiding in de antwoorden en gaven meer organisaties aan hulp nodig te hebben of het niet te weten. In september 2020 meldden meer organisaties zich aan te gaan passen, of hebben besloten zich niet aan te (kunnen) passen. In maart 2021 zien we dat veel organisaties al aangepast zijn, of besloten hebben niet te kunnen/willen aanpassen.
Dit komt het meest duidelijk naar voren in de sectoren buurt/wijk, kerk/levensbeschouwing, kunst/cultuur en milieu/natuur/dieren. In de sportsector is nog opvallend veel onduidelijkheid over aanpassing. Hier geven veel organisaties aan hulp nodig te hebben of het niet te weten. Dit geldt ook (maar in mindere mate) in de sectoren recreatie en sociaal/maatschappelijk. Bij de sectoren belangenbehartiging, kunst/cultuur, milieu/natuur/dieren, recreatie en sport zegt meer dan 30% niet aan te kunnen passen. Dit is naar onze mening een vrij hoog percentage. In vergelijking, enkel bij de belangenbehartiging sector zegt 26,7% dat aanpassing niet nodig is. In andere sectoren ligt dit percentage een stuk lager, met ongeveer 15% in de buurt/wijk, recreatie en sociaal/maatschappelijke sector. In andere sectoren ligt het nog lager. Dit benadrukt het belang van (steun bij de) aanpassing in de Corona Crisis. 4. Medewerkers: er zijn niet opvallend veel problemen met personeel en vrijwilligers. Hier verwachte vaak meer dan de helft geen afname. Vaak is aangegeven dat er juist geen afname in vrijwilligers verwacht wordt. Bij het betalen van vaste lasten worden personeelskosten relatief vaak als een ‘probleem’ aangegeven (recreatie, onderwijs/onderzoek, kunst/cultuur, sociaal/maatschappelijk). 5. Continuïteit: de toekomstverwachting is voor sectoren verschillend.
In de sectoren kunst/cultuur, recreatie, sport en zorg is het vertrouwen in 100% continuïteit gedaald in vergelijking met de vorige ronde, terwijl het bij andere sectoren voornamelijk gestegen (of gelijk) is. In de kunst/cultuur- en recreatiesector, verwacht maar (ongeveer) de helft volledige (100%) continuïteit; bij sociaal/maatschappelijk, sport en zorg ligt dit tussen de 60-70%; bij de andere sectoren ligt het vaak boven de 80% met een groot gedeelte van de organisaties dat 100% continuïteit verwacht.
6. Klandizie: hier is het optimisme minder groot. Bij de sectoren verwacht hoogstens 40% geen afname. In de sector kunst/cultuur zijn de verwachtingen erg verschillend, daar wordt een lichte daling (<20%) óf een sterke daling (>50%) verwacht. Dit is ook zo wisselend bij de sector onderwijs/onderzoek, maar daar gelooft de voornaamste groep (50%) dat er geen afname plaats zal vinden. Waar in andere rondes vaak lichte afnames verwacht werden, is er nu meer spreiding te zien. De kerk/levensbeschouwing en recreatiesector zijn nog het meest optimistisch.
Disclaimer Van de 52 respondenten in de quickscan (april) zijn er relatief veel organisaties uit de kunst/cultuur sector ten opzichte van ronde 1, 2 en 3. Vrijwilligersorganisaties uit deze sector zijn meer pessimistisch dan organisaties uit andere sectoren en dit kan ertoe geleid hebben dat de resultaten van de quickscan pessimistischer zijn dan de resultaten uit ronde 1, 2 en 3.
31 mei 2021