9a7c66fd-bf94-469f-9a16-19c2d1a3dd13
Tekst van het document
Bijlagen bij toelichting Bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat 135, 139 en 139a’ Inhoudsopgave Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Bewijsstuk RvR Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 QuickScan externe veiligheid Bijlage 6 Waterparagraaf Bijlage 7 QuickScan flora en fauna 2019 Bijlage 7a QuickScan flora en fauna 2021 Bijlage 7b Volledige lijst NDFF Bijlage 8 Toelichting Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 8a Stikstofdepositieberekening Bijlage 9 Archeologisch onderzoek Bijlage 10 Omgevingsdialoog eindverslag Bijlage 11 Advies Veiligheidsregio
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
COLOFON Titel document:
Vinkelsestraat 135, 139 en 139A te Vinkel Datum: 15 maart 2021 Status:
Inrichtingsvoorstel Formaat:
Dubbelzijdig liggend A4 Opdrachtgever:
Auteur/Adviseur
2
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 1.2
Aanleiding Initiatief
4 4 5
2 Landschap
7 7
3 Landschap
8 8 9
4 Inpassingsplan
11 11 11 11 13 15
1.3
3.1 3.2
4.1
Locatie en omgeving
Historische ontwikkeling Beleid
Inrichtingsvoorstel 4.1.1 4.1.2 4.1.3
4.2
Vinkelsestraat 139 Vinkelsestraat 139 A Vinkelsestraat 135
Beplanting
Bijlage I Landschapsplan Bijlage II Beplantingsplan Bijlage III Profiel AA' Bijlage IV Profiel BB' Bijlage V fruitbomen
3
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
(initiatiefnemer) heeft aan de Vinkelsestraat 135 en 139a te Vinkel een agrarisch bedrijf liggen. Ter plaatse wensen zij het agrarisch bedrijf te staken en te saneren. De huidige bedrijfswoning aan de Vinkelsestraat 135 zal door de staking en sanering van het agrarische bedrijf moeten worden omgezet naar een burgerwoning. Daarnaast zal de overtollige bebouwing behorende bij het agrarische bedrijf moeten worden gesloopt. 135
Om de sanering en sloop te dragen wenst de een woning te realiseren op het perceel aan de Vinkelsestraat 139a, nadat de hier aanwezige stal gesloopt is. Om een woning te kunnen realiseren dient de bestemming gewijzigd te worden.
139 139A
Luchtfoto van het plangebied, aangeduid in paars kader (bron Google earth)
4
135
Plangebied aangeduid in paars (bron Topotijdreis.nl 2017)
Om een woning in het buitengebied te kunnen realiseren dient deel te worden genomen aan de Ruimte-voorRuimteregeling. Echter voldoet het huidig aanwezige agrarische bedrijf niet aan de voorwaarden voor de Ruimte-voor-Ruimteregeling en dient elders een Ruimtevoor-Ruimtetitel te worden verworven. Tenslotte heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch nog aangegeven dat het agrarisch bedrijf aan Vinkelsestraat 139 een potentiële belemmering is voor de voorgestane ontwikkeling. De bewoners van Vinkelsestraat 139 hebben aangegeven dat ook zij het agrarisch bedrijf willen opheffen en ter plaatse willen blijven wonen. De bestemming zal daarom ook gewijzigd worden naar een woonbestemming. Een gedeelte van de agrarische bouwvlakken wordt daarom gewijzigd naar een woonbestemming (3x) en een gedeelte zal de agrarische bestemming blijven behouden, maar dan zonder het bouwvlak.
1.2
Beeld situatie langevelboerderij Vinkelsestraat 135 west-zijde
Beeld bestaande schuren Vinkelsestraat 135 achter bedrijfswoning
Beeld situatie langevelboerderij Vinkelsestraat 135 oost-zijde
Beeld bestaande schuur Vinkelsestraat 139A
Initiatief
De ontwikkeling ziet er concreet als volgt uit: • • •
•
het agrarisch bedrijf ter plaatse van Vinkelsestraat 135 en 139a wordt gestaakt; ter plaatse van Vinkelsestraat 139 wordt de plattelandswoning omgezet naar een burgerwoning met een bestemmingsvlak ‘wonen’ voor ca 3.500m²; ter plaatse van Vinkelsestraat 139a wordt een nieuwe burgerwoning, middels de Ruimte-voorRuimteregeling, gerealiseerd. Ter plaatse wordt een bestemmingsvlak voor wonen toegevoegd van ca. 1.000m², de aanwezige stal wordt gesaneerd; het agrarisch bestemmingsvlak van Vinkelsestraat 135 wordt deels omgezet naar een woonbestemming
5
2 Landschap 1.3
Locatie en omgeving
Het plangebied is gesitueerd op circa 1.000 meter ten oosten van de kern Vinkel, in het buitengebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch (zie figuur pagina 4). De Vinkelsestraat, waar het plangebied aan gelegen is, loopt vanuit het westen bij de kern Vinkel richting het oosten / noordoosten naar de kern Heesch. De Vinkelsestraat is de dorpsverbindingsweg tussen de kernen Vinkel en Heesch. Daarnaast ontsluit de Vinkelsestraat enkele zijwegen richting achterliggend landelijk gebied. De Vinkelsestraat heeft een landelijk en redelijk groen karakter met aan de zuidzijde een groenstrook met bomen grenzend aan het agrarische land en aan de noordzijde een groenstrook met een lage heg en een fietspad welke ook grenst aan agrarisch land. De Vinkelsestraat wordt gekenmerkt door voornamelijk bebouwing ten behoeve van wonen op het platteland, een voetbalclub, niet-agrarische bedrijven en agrarische bedrijfsbebouwing. Langs de gehele Vinkelsestraat ligt bebouwing met diverse doorzichten naar het achterliggende landschap. De bebouwing staat met de langgevel of met de kopgevel richting de straat, waarbij de afstand van de bebouwing ten opzichte van de straat willekeurig is per gebouw en niet op één lijn staat ten opzichte van de straat. Rondom de bebouwing is veel groen in de vorm van singels, bomen en hagen aanwezig.
De bebouwing aan de Vinkelsestraat bestaat uit een mix van (voormalige) bedrijfswoningen, agrarische bedrijven met bijbehorende bebouwing en nieuwbouwwoningen. De bestaande woningen in de omgeving variëren sterk van omvang, welke kan oplopen tot 1000m³. Langs de hele Vinkelsestraat is een constant patroon van bebouwing aanwezig.
Beeld inrit naast bestaande schuur Vinkelsestraat 139A
Beeld agrarisch landschap achter schuur Vinkelsestraat 139A
Beeld bestaand erf Vinkelsestraat 139
Beeld bestaand erf en bedrijfswoning Vinkelsestraat 139
7
3 Landschap 3.1
Historische ontwikkeling
Het omringende landschap is onderdeel van het uitgestrekte Brabantse dekzandlandschap, waarbij het landschap in stroken van noord naar zuid is opgebouwd. Ten zuiden van het plangebied ligt een brede watergang, genaamd Groote Wetering. Dit is een gedeeltelijk gegraven, verbrede en rechtgetrokken waterloop in voormalig natuurlijk beekdal.
Historische kaart 1850 (bron Topotijdreis.nl)
Van oudsher is de Vinkelsestraat een belangrijke verbindingsweg tussen Vinkel en Heesch. Rond 1850 is op deze hoge dekzandrug al agrarische grond ontgonnen en stonden er in de nabijheid al enkele boerderijen. Deze agrarische akkers kenmerkte zich door lange kavels in noord-zuid richting met daarbij houtopstand op de erfgrens. Daarnaast liggen er ook relatief veel zandwegen richting de gronden in het achterland (gronden die verder van de Vinkelsestraat lagen). Deze wegen waren aangezet met laanbomen.
Historische kaart 1900 (bron Topotijdreis.nl)
Tot 1960 is het gebied langzaam gegroeid tot enkele agrarische nederzetting in of nabij het bebouwingslint aan de Vinkelsestraat. Enkele boerderijen hebben zich verder van het lint gevestigd aan één van de zandwegen, waaronder de bebouwing binnen het plangebied (Vinkelsestraat 139 en 139A). Daarnaast zien we ook enkele bosjes en fruitgaarden nabij de agrarische boerderijen.
G Historische kaart 1960 (bron Topotijdreis.nl)
8
139
Topografische kaart 2017 (bron Topotijdreis.nl)
roo
te
W
ete
rin
g
Met de ruilverkaveling in de jaren 70 zijn de kenmerkende smalle kavels met beplanting op de erfgrens en erfbeplanting grotendeels verdwenen. Daarnaast is het lint verdicht met meer bebouwing, zowel nieuwe woonhuizen als bijgebouw/schuren.
139
139A
135 Landschappelijke inpassing Vinkelsestraat 135 - 139 - 139A, zie bijlage maatvaste ondergrond
10
135
4 Inpassingsplan 4.1
Inrichtingsvoorstel
De landschappelijke inpassing betreft de inrichting van 3 woonpercelen. In de toelichting wordt gemakshalve onderscheid gemaakt tussen drie gebieden, namelijk de Vinkelsestraat 139 , 139A en 135.
4.1.1 Vinkelsestraat 139 Het woonhuis met bijgebouwen aan de Vinkelsestraat 139 blijft behouden. Alhoewel de woning een vrijstaande burgerwoning is uit de jaren ‘80, is de inrichting rondom kenmerkend voor een traditioneel boerenerf. Doel is het behoud van de bestaande landschappelijke kwaliteiten. De woning staat haaks op de weg en heeft de ontsluiting middels een halfverhard pad (karrenspoor) aan de noordzijde. Achter de woning is voldoende ruimte voor het parkeren van auto’s. Het bestaande bijgebouw ten oosten van de woning vormt de overgang naar het achterland en de afscheiding van de achtertuin ten zuiden van de woning. Rondom de tuin ten noorden van de woning liggen omheinde dierenweides met een schuilhok. De afrastering is ingetogen en niet ‘schreeuwend’. Het contact met de dieren is groot en vergroot de beleving van het gebied. De oostzijde van deze dierenweides wordt gemarkeerd door een oude bomenrij van eik en berk in de noord-zuid richting. Deze zijn waardevol en blijven behouden.
4.1.2 Vinkelsestraat 139 A Op deze locatie wordt een nieuwe woning gebouwd. De woning heeft een ondergeschikte uitstraling aan het eind van de straat en opent zich richting het landschap. De landschappelijke inpassing is ingetogen en sluit aan op de landschappelijke kwaliteiten van Vinkelsestraat 139.
De schuur aan de Vinkelsestraat 139A wordt vervangen door een schuurwoning met mogelijk in de toekomst een bijgebouw. De woning wordt binnen de voetprint van de schuur gesitueerd haaks op de Vinkelsestraat. De schuurwoning kenmerkt zich door eenvoud en functionaliteit. Dit vertaald zich in een sobere vormgeving en detaillering. Het materiaalgebruik is streekeigen met bij voorkeur gevels in aardetinten en donkere daken (zie eerste verbeelding woning pag. 6). Het bijgebouw is ondergeschikt en staat achter de voorgevel. Hierdoor ontstaat een voorerf, waar voldoende ruimte is voor drie parkeerplaatsen. De auto’s die eventueel onder een carport of garage staan zijn hierin niet meegeteld. De inrit is bij voorkeur van halfverharding van ‘Padvast’ of een waterdoorlatende steen. Het is ingetogen en geeft een landelijke uitstraling. De parkeerplaatsen zijn aan de zijkant van de tuin georganiseerd, zodat deze niet prominent in beeld staan.
Referentie inrit van ‘Padvast’
De zijkanten van het perceel hebben een groene afscheiding. In de voortuin heeft een lage haag en de zijen achtertuin kunnen hoger worden om de privacy te waarborgen. Ten behoeve van het uitzicht mag er op een enkele plek een gat in de haag gemaakt worden, dit gat moet niet ten koste gaan van de continuïteit van de haag als geheel. Ter hoogte van het bijgebouw staat een gemengde haag met diverse inheemse soortenDe overige grenzen van de tuin worden gemarkeerd door een transparante afscheiding, om het ‘landelijk gevoel’ in de tuin te halen. Deze afscheiding bestaat uit houten palen met een natuurlijke uitstraling (zoals een Frans rasterhek). Referentie beukenhaag
11
De hoeken van het perceel worden benadrukt met twee markante solitaire bomen.
mantelzorgwoning aan de achterzijde woonboerderij wordt afgezet met een lage haag.
Tussen de rijbaan met berm en de tuin ligt een zaksloot. Hier kan het regenwater wat op het dak en verharding valt infiltreren. Conform de berekening kan de zaksloot met een profiel zoals aangegeven in bijlage I met een lengte van 40m ongeveer 40m³ regenwater bergen. Dit is meer dan voldoende voor de nieuwe inrichting, waarbij een bergingscapaciteit van 30,82m² is berekend. De sloot fungeert ook als barrière en ter hoogte van de inrit ligt een duiker icm een poort.
De achtertuin parrallel aan de Vinkelsestraat is begrensd door een gemengde haag. Deze blijft behouden. De noordgrens met de buurman wordt versterkt door een houtsingel. In de achtertuin staat één markante notenboom. Deze blijft behouden.
4.1.3 Vinkelsestraat 135 Aan de Vinkelsestraat 135 blijft de waarde van het boerenerf als kwaliteit behouden. Het achterliggende agrarisch kavel wordt robuust aangezet met diverse landschapselementen om de smalle verkaveling in noordzuid richting te accentueren. Overtollige bebouwing en verharding wordt gesloopt en verwijderd aan de Vinkelsestraat 135. De woonboerderij en bijgebouw in de achtertuin blijven behouden. In het ‘achterhuis’ van de woonboerderij wordt een mantelzorgwoning voor de (schoon)ouders gerealiseerd. De woonboerderij wordt in stijl verbouwd met respect voor de authentieke details. De inrit blijft behouden en er is ruimte voor minimaal 3 parkeerplaatsen nabij de ‘achterdeur’ van de woonboerderij. In de korte achtergevel van de woonboerderij is de garage. De inrit loopt tot aan deze garage. De grens met de westelijke buurman is gemarkeerd door een bestaande beukenhaag. De voortuin van het ‘voorhuis’ van de woonboerderij is afgezet met een bestaande ligusterhaag. Deze blijven behouden. De tuin voor de
Vanuit de tuin en mantelzorgwonig wil men zicht op het achterland en richting de sterrenwacht Halley behouden. De afscheiding is een transparant landhek van houten materialen. In de randen staan fruitbomen op wisselende afstanden van elkaar, waardoor de openingen naar het achterland worden geaccentueerd. Dit geeft een speels effect. Deze structuur wordt op de noord-zuid grenzen naast de akker doorgezet met een bomenrij. Deze bomenrij loopt uit in groepen bomen en solitaire boom. Deze uiteenwaaiering symoliseerd de overgang van een besloten erf richting het open beekdal.
Referentie houtsingel
In de noord-oosthoek van het agrarisch perceel ligt een poel. Het talud waar de meeste zon opvalt (noordoostzijde) is zeer flauw (minimaal 1 op 8). Hierdoor wordt de ecologische waarde van de poel het grootst. De zuid-westzijde mag steiler. De locatie is geschikt aangezien de GHG ca. 140cm beneden maaiveld ligt, waardoor hier gegarandeerd water in de zomer staat. De overige gronden worden ingericht als agrarische grond. De oude sloot wordt opnieuw uitgediept, zodat het water van de daken en verharding ter plaatse kan infiltreren. Deze sloot heeft conform het profiel in Bijlage II met een lengte van 80m een bergingscapaciteit van 56m³. Dit is ruim voldoende voor de verplichte 16,74m³ waterberging van dit perceel. Referentie kersenboom
13
139
139A
135 Beplantingsplan Vinkelsestraat 135 - 139 - 139A, zie bijlage maatvaste ondergrond
14
135
4.2
Beplanting
Ten aanzien van de beplanting worden de volgende soorten gebruikt:
Haag laag: 68m Aanplant • Haag aanplanten met groene beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus) of liguster (Ligustrum vulgare) minimaal 80/100 (2- of 3 jarig bosplantsoen). Deze in één rij aanplanten met minimaal 5 planten per meter (340 stuks). Beheer • De haag 2x per jaar scheren tot een minimale hoogte van 0,7 en maximale hoogte van 1,2m; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart; • Maaisel afvoeren.
Haag: 92m Aanplant • Haag aanplanten met groene beuk (Fagus sylvatica) of liguster (Ligustrum vulgare) minimaal 100/120 (2- of 3 jarig bosplantsoen). Deze in één rij aanplanten met minimaal 4 planten per meter (368 stuks). Beheer • De haag 2x per jaar scheren tot een minimale hoogte van 0,7 en maximale hoogte van 2,0m; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart; • Maaisel afvoeren.
Gemengde haag 57m Aanplant Aanplant enkele rij 2- of 3 jarig bosplantsoen met minimaal 4 planten per meter. Groepsgewijs planten met 3 à 5 per soort in het volgende assortiment: • 25% Haagbeuk (Capinus betulus) • 25% Veldesdoorn (Acer campestre) • 25% Gewone beuk (Fagus sylvatica) • 25% Meidoorn(Crataegus monogyna) 228 stuks Beheer • De haag dient minimaal 1x per jaar te worden gesnoeid tot een minimum van 0,7m en maximum van 1,5m breed en minimum 1,0m en maximum van 2,0m hoog; • Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag; • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart; • Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid; • Indien snoeiwerkzaamheden machinaal worden uitgevoerd, wordt geen klepelmaaier gebruikt; • Maaisel afvoeren.
Houtsingel 108x5m Aanplant • Singel aanplanten met 2- of 3 jarig bosplantsoen (345 stuks) met de volgende soorten: 1. 20% Vuilboom (Rhamnus frangula), 2. 10% Kornoelje (Cornus sanguinea) 3. 10% Kamperfoelie (Lonicera periclymenum) 4. 20% Gelderse roos (Viburnum opulus) 5. 10% Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) 6. 20% Hazelaar (Corrylus avelana) 7. 5% Lijsterbes (Sorbus aucuparia) 8. 5% Tamme kastanje (Castanea sativa) • Aanplant in verspringend verband 1,25 x 1,25m Beheer • Tenminste 75% van de oppervlakte van het element wordt periodiek (minimaal 1x per 7 jaar) afgezet, waarbij per 100m element maximaal 10 overstaanders gehandhaafd mogen worden; • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de onder-groei en/of de stoven niet schaadt; • Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee; • Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; • Snoeiwerkzaamheden in beginsel uitvoeren in de periode tussen 1 november en 15 maart; Overhangende takken kunnen gedurende het • gehele jaar worden teruggesnoeid; • Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats-vinden.
15
Landschapsboom 18 stuks Aanplant Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren Onderstaand assortiment toepassen op voorgestelde locatie. Code refereert naar code op beplantingsplan: • Tv - 1 st Hollandse linde (Tilia vulgaris) 16-18 • Cs - 1 st Tamme kastanje (Castanea sativa) 16-18 • Tc - 1 st Kleinbladige linde (Tilia cordata) 16-18 • Bp - 3 st Ruwe berk (Betula pendula) 14-16 • Cb - 4 st Haagbeuk (Carpinus betulus) 16-18 • Qr - 6 st Zomereik (Querus robur) 16-18 • KEUZE - 2st: Men kan kiezen uit de soorten: Hollandse linde (Tilia vulgaris) 16-18 Tamme kastanje (Castanea sativa) 16-18 Zomereik (Quercus robur) 16-18 Okkernoot ( Juglans regia) 16-18 Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren. • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt; • Bomen niet hoger opkronen dan 3,5m.
16
139
Fruitbomen: 3 stuks Aanplant Bomen planten in ruim plantvak en goed verankeren. Onderstaand assortiment toepassen. Alternatieven zijn mogelijk, indien streekeigen. Zie bijlage V voor mogelijke variabelen. Achter de naam staat de grootte van de aanplant en het aantal: • Kers, Dubbele meikers 14-16, 1 st • Kers, Morel 14-16, 1 st • Kers, Udense Spaanse 14-16, 1st Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Indien het appel, pruim of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; • Er mag geen snoeihout verbrand worden in de directe omgeving van de bomen of versnipperd hout verwerkt worden in de boomgaard; • De hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf; • Snoeiwerkzaamheden kunnen gedurende het gehele jaar worden verricht.
Poel: 1 stuk Aanleg • Diepte poel maximaal 1,70 meter. • Taluds minimaal 1:3. • Landbiotoop rond poel en droog gedeelte van de oevers mag ingezaaid worden met mengsel met inheemse kruiden of voorzien van kruidenrijk hooi/ maaisel. Beheer • Minimaal de helft van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit open water. De waterdiepte van de in de diepste delen van de poel is minimaal 0,5 m in de periode tussen 1 oktober en 1 april. • Een incidentele droogval is toegestaan in de periode 15 juni tot 15 november. • Voor behoud van voldoende open water wordt het element periodiek opgeschoond/gebaggerd. • Maximaal 20% van de oppervlakte van de oevers bestaat uit opslag van bomen of struiken. Het teveel aan opslag wordt verwijderd. • Vertrapping van de oevers bij het gebruik van het element als veedrinkpoel wordt voorkomen. Bij het gebruik als veedrinkpoel is minimaal de helft van de oeverlengte uitgerasterd. • Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden. • Er vindt geen wateronttrekking plaats, behalve ten behoeve van het drenken van vee op aangrenzende percelen.
Bijlage I Landschapsplan
17
Bijlage II Beplantingsplan
18
139
pluktijd aug. aug. begin aug. juli- aug. aug. sept. aug.-sept. pluktijd 28 juni 6 juli 22 juli 19 juli 5 juli 15 juli
pruimen Belle de Louvain Eldense blauwe Ontario Opal Reine Claude dOullins Reine claude Verte Victoria Kersen Dubbele meikers Mierlose zwarte Morel Udense spaanse Varikse zwarte Hedelfinger uitleg Handappel/peer Moesappel Sapappel/peer bakappel inmaak perensap zelfbestuiver
1 2 3 4 5 6 7
1 2 3 4 5 6
H M S B I P z
bijzonderheden
1,2,3,4 rood kokend rood kokend
kleur rood donker zuur geel met rood zwart groot donker
z,2,5 4,5 z 1,2 1,2 1
z 5,7 z z z,2,7 2,5,7 z,3,5
4,3 z,1 1,4 z,1,2 3 z 1,3
z,5,13 4 5,13 6 3,10,14 z 1,5,6 6,10,14 3 12,14 4,,6,14 1,4,17 6,10,12 z 1,13
sappig zoet sappig sappig zeer goede smaak rood kokend wit vruchtvlees tamelijk saprijk
kleur groot rood-blauw blauw groot groengeel paars roodgeel groengeel klein groengeel langwerpig rood
H S H H,P H S H,S,I,P,D H,P S S S
H,M,B zacht-zuur M,B,(H) moesappel S zacht-zuur H zacht-zuur H fris aroma H,M,S,(B) zacht-zuur S zoet H aromatisch H,M aromatisch H zeer goede smaak H fris zuur H speciaal aroma H,M zacht zuur H zacht zuur M zoet
gebruik
wordt bestoven door nr:
iedere boom moet b j het planten voorzien worden van minimaal 1 boompaal boombeschermer wanneer de boomgaard beweid wordt: pantanetgaas 180cm hoog. 1 zak 20 kg groencompost per plantgat toevoegen (aanschaf door aanvrager)
okt--nov. dec-febr. sept. okt.-jan nov.-dec. dec-febr. sept. okt-nov nov-jan nov.-mrt. jan-apr
peren Beurre Hardy Brederode Clapp's Favourite Conferance Doyenne du comice Gieser wildeman Juttepeer Maagdenpeer Pondspeer Saint remy Winterjan
dec.-mrt nov-jan nov-jan nov-febr sept-okt nov-jan nov-mrt nov-jan nov-jan okt-dec okt-mrt okt-dec aug-sept sept nov-mrt
1 2 3 4 5 6 8 9 10 11 12
X XXX XX XX XX XX XXX XXX XX XX XXX XX XX X XXX
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 12 13 14 15 17
rasnaam appels Brabantse Bellefleur Bramley's Seedling Dubbele Bellefleur Glorie van Holland Gravensteiner Groninger Kroon Jasappel Lemoenappel Lombarts Calville Notarisappel Schone van Boskoop Sterappel Yellow Transparant Zigeunerin Zoete Ermgaarde
nr.
bewaarb aar gebru kstijd
Bijlage V fruitbomen
21
Bijlage 2 Bewijsstuk RvR
Colofon Rapport: Leveringsdocument bouwtitel Vinkelsestraat 139a te Vinkel Datum: 24 november 2020 Opdrachtgever
Projectlocatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, kadastraal bekend gemeente Nuland, sectie E, nummer 2630 Opdrachtnemer
Projectleiding
Inleiding Dit document vormt samen met het toetsingsformulier de aanvraag voor een bouwtitel in het kader van de Ruimte-voor-Ruimteregeling van de provincie Noord-Brabant. Op de locatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, kadastraal bekend gemeente Nuland, sectie E, nummer 2630 zijn voornemens een nieuwe woning op te richten met gebruikmaking van de Ruimte-voor-Ruimteregeling. De bouwtitel is afkomstig van de locatie Hapsebaan 33 te Vianen welke is gesaneerd in het kader van de Ruimte-voor-Ruimteregeling. In onderstaande tabel staan de oppervlakten en ingetrokken fosfaatrechten weergegeven.
Hapsebaan 33 te Vianen Totale oppervlakte (m2) Totaal aantal ingetrokken kg fosfaat
17.772 52.041
Oppervlakte ingezet voor locatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, sectie E, nummer 2630 (m2) Kg fosfaat ingezet voor locatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, sectie E, nummer 2630 (kg)
1.000 3.500
Totaal Oppervlakte Hapsebaan 33 te Vianen (m2) Totaal oppervlakte ingezet voor locatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, sectie E, nummer 2630 (m2)
1.000
Kg fosfaat ingetrokken Hapsebaan 33 te Vianen (kg) Totaal kg fosfaat ingezet voor locatie Vinkelsestraat 139a te Vinkel, sectie E, nummer 2630 (kg)
3.500
1.000
3.500
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING
3
2. VOORONDERZOEK 4 2.1 Inleiding............................................................................................................................................ 4 2.2 Topografische beschrijving .............................................................................................................. 4 2.3 Historisch overzicht en omgeving .................................................................................................... 5 2.4 Dossieronderzoek ............................................................................................................................ 6 2.5 Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................. 7 2.6 Beschrijving van de onderzoekslocatie ........................................................................................... 7 2.7 Asbest .............................................................................................................................................. 8 2.8 Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer regio Noordoost Brabant ......................................... 8 2.9 Onderzoekshypothese ..................................................................................................................... 8 3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE 9 3.1 Inleiding............................................................................................................................................ 9 3.2 Onderzoeksstrategie NEN 5740 locatie B, Vinkelsestraat 139a ..................................................... 9 3.3 Onderzoeksstrategie NEN 5707 locatie B, Vinkelsestraat 139a ..................................................... 9 4. VELDWERKZAAMHEDEN 11 4.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 11 4.2 Grondbemonstering ....................................................................................................................... 11 4.3 Grondwatermonstername .............................................................................................................. 12 5. LABORATORIUMONDERZOEK 13 5.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 13 5.2 Grond(meng)monster(s) ................................................................................................................ 13 5.2.1 Analyseresultaten grond(meng)monsters ...........................................................................
13 5.3 Asbest ............................................................................................................................................ 14 5.3.1 Analyseresultaten asbest materiaalmonster ....................................................................... 14 5.3.2 Analyseresultaten grond(meng)monsters asbest (fijne fractie) ........................................... 14 5.4 Grondwatermonster ....................................................................................................................... 15 5.4.1 Analyseresultaten grondwatermonster ................................................................................ 15 5.5 Toetsing van de gestelde hypothese ............................................................................................. 15 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocaties Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Analyserapport asbestmateriaalmonster Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabel en analyserapport grondwatermonsters
17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
1.
INLEIDING
In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu B.V. een vooronderzoek uitgevoerd voor de Vinkelsestraat 135, 139 en 139a. Aanvullend hierop is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Vinkelsestraat 139a. Het actualiserend vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een bestemmingswijziging (omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning) van de Vinkelsestraat 135 en 139. Op de Vinkelsestraat 139a zal woningbouw plaatsvinden. Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld.
In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari 2019. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000). Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN5740 en NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is.
Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina 3 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
2.3
Historisch overzicht en omgeving
Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat onderzoekslocatie A al in 1900 bebouwd is. In 1956 zijn op de onderzoekslocatie enkele stallen bijgebouwd, dit is op de kaart uit 1966 te zien. Onderzoekslocatie B is tot aan het einde van de jaren 50 altijd in gebruik is geweest als akker of weiland. Vanaf het einde van de jaren 50 tot aan nu is de onderzoekslocatie bebouwd geweest. De kaart uit 2008 geeft de huidige situatie weer. Op de kaart uit 1900 is te zien dat op onderzoekslocatie C bebouwing staat in de loop van de jaren komen er meer bedrijfsgebouwen op de onderzoekslocatie.
Topografische kaart 1869
Topografische kaart 1900
Topografische kaart 1966
Topografische kaart 1978
Pagina 5 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
Topografische kaart 1988
Topografische kaart 2008
Afbeelding 2a t/m 2f: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie omtrent uitgevoerde bodemonderzoeken en bouw-, sloop- en milieuvergunningen is op 6 februari 2019 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente ’sHertogenbosch. Door een medewerker van de gemeente is per email aangegeven dat er voor de onderzoekslocaties en aangrenzende percelen geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, bodemonderzoeken en milieuvergunningen beschikbaar zijn. Wel is er een bouwvergunning aangetroffen voor de bouw van een stal op onderzoekslocatie B. Voor onderzoekslocatie B is de in tabel 2.1 weergegeven bouwvergunning verleend. Dossiernummer Datum Aard bouwvergunning RZ/AJ V94.5806 3 oktober 1995 Bouw van een kalverenstal Tabel 2.1: Overzicht verleende bouwvergunningen
Opmerkingen Geen bijzonderheden
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
Pagina 6 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocaties wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv] 0 -23
Lithostratigrafie Formatie van Boxtel
Lithologie Zandige eenheid, hoofdzakel jk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind 23 - 46 Formatie van Beegden Zandige eenheid, hoofdzakel jk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en f jn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken 46 - 75 Formatie van Sterksel Zandige eenheid, hoofdzakel jk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket;identificatie B45E0312)
De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt ca. 6,1 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 5,5 m+ NAP. De onderzoekslocaties bevinden zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 22 februari 2019 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het maaiveld. Locatie A (Vinkelsestraat 139) Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Nuland, sectie E, nummer 2462. De oppervlakte bedraagt 640 m2. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 161.561 / Y = 412.984 Op de onderzoekslocatie staat een woning met tuin. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een woning aan de Vinkelsestraat 137, aan de oostzijde door weiland, aan de zuidzijde door een stal aan de Vinkelsestraat 139a en aan de westzijde door de Vinkelsestraat. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2a. Locatie B (Vinkelsestraat 139a) Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Nuland, sectie E, nummer 2062(ged.). De oppervlakte bedraagt 1.500 m2. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 161.552 / Y = 412.896 De onderzoekslocatie bestaat uit een weiland met daarop een kalverenstal met asbestverdachte dakbedekking. Ten noorden van de kalverenstal ligt een klinkerverharding en ten zuiden van de kalverenstal ligt een mestput.
De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een woning aan de Vinkelsestraat 139, aan de oostzijde door weiland, aan de zuidzijde door akkerland en aan de westzijde door de Vinkelsestraat. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2b. Tijdens de veldinspectie is op het maaiveld een stuk asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen, dit is opgestuurd naar het laboratorium. Locatie C (Vinkelsestraat 135) Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Nuland, sectie E, nummer 2061. De oppervlakte bedraagt 1.800 m2. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 161.621 / Y = 413.096 Op de onderzoekslocatie staat een woning met tuin, tevens is er een oprit die verhard is met klinkers. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Vinkelsestraat, aan de oostzijde door een woning aan de Vinkelsestraat 133a, aan de zuidzijde door stallen en aan de westzijde door een woning aan de Vinkelsestraat 135a.
Pagina 7 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Op het terrein zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2c. 2.7
Asbest
Op onderzoekslocatie A is asbestverdachte dakbedekking aangetroffen op de stallen achter het woonhuis. Omdat het op onderzoekslocatie A alleen om een bestemmingswijziging gaat is het niet noodzakelijk om een asbestonderzoek in bodem uit te voeren. Ter plaatse van onderzoekslocatie B is op de kalverenstal mogelijk asbesthoudende dakbedekking aangetroffen zonder goot. De onderzoekslocatie is derhalve verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. 2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer regio Noordoost Brabant
Vinkel valt onder de bodemkwaliteitskaart van regio Noordoost Brabant [rapport Bodemkwaliteitskaart Noordoost Brabant, Tauw, projectnummer 4736324 d.d. 12 juli 2011] uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de onderzoekslocaties liggen in het homogene deelgebied Buitengebied. Voor de bovengrond en ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘AW2000’. Op de bodemfunctieklassenkaart hebben de locaties de functieklasse ‘natuur en landbouw’. 2.9
Onderzoekshypothese
Locatie A (Vinkelsestraat 139) Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als ”onverdacht” beschouwd worden op het voorkomen van verontreinigingen. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt vooralsnog niet verwacht (niet verdacht). Locatie B (Vinkelsestraat 139a) Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet worden uitgesloten. De locatie wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Locatie C (Vinkelsestraat 135) Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd worden op het voorkomen van verontreinigingen. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).
Pagina 8 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor onderzoekslocatie B, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009) NEN 5707 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. 3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 locatie B, Vinkelsestraat 139a
Voor het uitvoeren van het onderzoek is uitgegaan van de strategie ONV (onverdacht) van de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'onverdacht' Aantal boringen oppervlakte
tot 0,5 m
èn tot 2m
1500 m2
8
2
Aantal te nemen monsters èn met peilbuis 1
grondwater
grond 0-0,5 m
0,5-2,0 m
11
9
1
1
Analysepakket
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
bovengrond
ondergrond
grondwater
2 NEN-grond incl. lutos
1 NEN-grond incl. lutos
1 NENgrondwater
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “onverdacht” 1) Uit elke boring van 0,5 tot 2,0 diepte worden drie monsters in trajecten van ten hoogste 0,5 m genomen.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’ (drogestof-bepaling, 9 zware metalen, 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen, 7 Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie). Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’ (9 zware metalen, 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen), 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie). 3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 locatie B, Vinkelsestraat 139a
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.
Pagina 9 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
ONDERZOEKSNORM NEN 5707 “VED-HE”
Oppervlakte
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte
Gaten tot onderzijde
Aantal te
locatie
inspecteren punten
laag tot maximaal 0,5 m
verdachte laag met een
analyseren
van het maaiveld
in de verdachte laag
maximum van 2 m
(meng)monsters
1.500 m2
7
7
1
2
Tabel 3.2: onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina 10 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht. 4.2
Grondbemonstering
Op 22 februari 2019 en 1 maart 2019 zijn boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven volgens de in paragraaf 3.2 en 3.3 weergegeven onderzoeksstrategie. Zie bijlage 3 voor de situering van de asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Assistentie is verleend door de heer L. Koomen. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor ( 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Het filter bevindt zich van 1,9 – 2,9 meter beneden maaiveld. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin visueel afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 02 09 Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Dieptetraject [m-mv.] 0,15 – 0,5 0 – 0,4
Visuele waarneming spoor kolen en baksteen spoor baksteen en asfalt
Op basis van de visuele waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het regenachtig en bewolkt weer. De inspectie efficiëntie van het terrein is, ingeschat op 50-60%. Tijdens de inspectie is op het maaiveld één stuk asbestverdacht materiaal gevonden. Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in totaal 7 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 meter tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG1 t/m ABG7). In asbestinspectiegat ABG5 is met behulp van de Edelmanboor (12 cm) een boring verricht tot 2 meter beneden maaiveld. De druipzone (0 – 0,2 m-mv.) van de asbestinspectiegaten is apart bemonsterd. Het uitkomende materiaal is vervolgens voorbehandeld en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van de inspectiegaten is visueel geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen.
Pagina 11 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
Het aangetroffen plaatmateriaal van het maaiveld is verpakt en overgedragen aan het geaccrediteerde laboratorium Synlab in Rotterdam. Zie tabel 4.2 voor een overzicht van het aangetroffen asbestverdachte materiaal. Vindplaats Asbestverdacht materiaal aangetroffen Nab j boring 1 Gr jze vlakke plaat (1 plaatje, ca. 34 gram) Tabel 4.2: Aangetroffen asbestverdachte materialen
Geselecteerd voor analyse Ja, materiaalmonster ABV1
De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn per asbestinspectiegat beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4. Tevens zijn foto’s van de asbestinspectiegaten opgenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld (meng)monsters samengesteld voor de analyse op asbest (kwantitatief). 4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 1 maart 2019 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.3 samengevat. Peilbuisnummer Pb 1 filterstelling [m-mv] 1,9 - 2,9 grondwaterpeil [m-mv] 1,1 toestroming goed zuurgraad [pH] 6,71 elektrisch geleidingsvermogen [µS/cm] 265 troebelheid [NTU] 114 (matig troebel) drijflaag geen geur geen waargenomen afwijkingen geen Tabel 4.3: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.4 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina 12 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden. 5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. (Meng)monsternummer
Grondmonster(s) 1)
MM1
01-1 03-1 04-1 05-1 06-1 07-1 08-1 10-1 11-1 MM2 02-1 09-1 MM3 01-3 01-4 02-2 02-4 03-2 03-3 Tabel 5.1: schema grond(meng)monsters
Bodemlaag [m-mv] 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0,15 – 0,5 0 – 0,4 1,1 – 1,5 1,5 – 2,0 0,5 – 1,0 1,5 – 2,0 0,6 – 1,0 1,0 – 1,5
Zintuiglijke waarnemingen geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden spoor kolen, baksteen en kalk spoor baksteen en asfalt geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden geen b jmengingen / bijzonderheden
1) Het eerste cijfer geeft het boorpunt aan, het tweede cijfer het monsternametraject (zie bijlage 3).
5.2.1
Analyseresultaten grond(meng)monsters
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat per 1 juli 2013 de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabel en het analyserapport.
Pagina 13 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
(Meng)monsternummer
Bodemlaag [m-mv]
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
MM1 MM2
0 – 0,5 0 – 0,5
geen bijmengingen / bijzonderheden spoor kolen, baksteen, asfalt en kalk
--kwik lood ---
MM3 0,5 – 2,0 geen bijmengingen / bijzonderheden Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing --0,616 * 56,2 * ---
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv.) bijmengingen met kolen, baksteen, asfalt en kalk licht verhoogd is met kwik en lood. In visueel waargenomen schone grondmengmonsters MM1 (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv.) en MM3 (dieptetraject 0,5 – 2,0 m-mv.) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Zware metalen, zoals kwik en lood, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. 5.3 5.3.1
Asbest Analyseresultaten asbest materiaalmonster
Het analyseresultaat van materiaalmonster ABV1 dat is aangetroffen op het maaiveld nabij boring 1 is opgenomen in tabel 5.3. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Monsternummer
Soort asbest
ABV1 – grijze vlakke plaat Chrysotiel Tabel 5.3: Analyseresultaten materiaalmonsters
Schatting gewichtspercentage 2-5%
Hechtgebondenheid
Asbest [gram]
Hechtgebonden
1,2 gram
Uit de analyse blijkt dat het aangetroffen plaatmateriaalmonster asbesthoudend is. Het aangetroffen plaatmateriaal (grijze vlakke plaat) is mogelijk te herleiden aan de agrarische bebouwing. 5.3.2
Analyseresultaten grond(meng)monsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn mengmonsters samengesteld van minimaal 10 kg. De mengmonsters zijn genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.4 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. Mengmonster
ABM1
Inspectiegaten
Traject [m-mv]
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABG2 0,08 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG3 0 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG4 0 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABM2 ABG5 0 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG6 0 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG7 0 – 0,2 geen bijmengingen/bijzonderheden ABM3 ABG1 0 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG2 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG3 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG4 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABM4 ABG5 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG6 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden ABG7 0,2 – 0,5 geen bijmengingen/bijzonderheden Tabel 5.4 : schema grond(meng)monsters fijne fractie
Asbestverdacht materiaal (fractie >20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Pagina 14 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 8 voor het analyserapport. Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
ABM1 geen bijmengingen/bijzonderheden ABM2 geen bijmengingen/bijzonderheden Tabel 5.5: analyseresultaten n.a. = niet aangetoond
grove fractie [mg/kg d.s.] serpentij amfibool n n.a. n.a. n.a. n.a.
fijne fractie [mg/kg d.s.] serpentijn
amfibool
4,2 0,94
4,2 0,22
Indicatieve asbestconcentratie
46,2 mg/kg d.s. 3,14 mg/kg d.s.
In mengmonsters ABM1 en ABM 2 is een licht verhoogde asbestconcentratie aangetoond. De verhoogde asbestconcentraties in ABM1 en ABM2 liggen beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) waardoor er geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in bodem. 5.4 5.4.1
Grondwatermonster Analyseresultaten grondwatermonster
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
** ***
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor de toetsingstabel en het analyserapport. Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
Grondwaterstand [m-mv]
Verhoogde component
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing
1
1,9 - 2,9
1,1
---
---
-
Tabel 5.6: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. 5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. De resultaten van het onderzoek naar asbest in bodem zijn in overeenstemming met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest. Op het maaiveld is asbesthoudend plaatmateriaal gevonden. In de fijne fractie is asbest aangetoond.
Pagina 15 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
De licht verhoogde asbestconcentraties in ABM1 en ABM2 liggen echter beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) waardoor er geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater niet in tegenspraak zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Pagina 16 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vinkelsestraat 135, 139 en 139a te Vinkel / AM19027
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu B.V. in februari en maart 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Vinkelsestraat 139a. Tevens is er vooronderzoek gedaan op Vinkelsestraat 135 en Vinkelsestraat 139. Locatie A (Vinkelsestraat 139) en locatie C (Vinkelsestraat 135) Uit de verzamelde (historische) informatie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocaties geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse sprake is van een bodemverontreiniging. Gebaseerd op de verzamelde gegevens kunnen de locaties als “onverdacht” worden beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt vooralsnog niet verwacht (niet verdacht). De resultaten van dit vooronderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart geven een voldoende beeld van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De verwachte bodemkwaliteit ter plaatse vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning. Locatie B (Vinkelsestraat 139a) Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met kwik en lood. In de ondergrond en het freatisch grondwater zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
Tevens zijn in de bovengrond plaatselijk verhoogde asbestconcentraties aangetoond. De verhoogde asbestconcentraties liggen beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) waardoor er geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Asbestverontreinigingen komen heterogeen verspreid voor in de bodem. Dit wil zeggen dat de aan‐ of afwezigheid van asbest per kubieke meter kan verschillen. Geadviseerd wordt daarom, bijvoorbeeld bij grondwerkzaamheden, alert te blijven op de aanwezigheid van (plaatselijke) asbestverontreinigingen.