CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

70 21-04-2022 Reserve SociaalZorgfonds

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bijlage 2: Ingekomen interne stukken670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sociaal & Zorgfonds 2022 21-04-2022 In de financiële verordening (art 212 gemeentewet) is het doel van de reserve Sociaal & Zorgfonds vastgesteld als: “Alle middelen binnen het sociaal domein blijven beschikbaar binnen het sociaal domein”. Daarmee is de reserve sociaal en zorgfonds bedoeld als remweg voor het opvangen van financiële risico’s en tekorten in het sociaal domein. In de collegebrief van november 2021 hebben we aangekondigd dat het financiële beeld voor het sociaal domein en voor de reserve Sociaal & Zorgfonds zich in positieve zin ontwikkelde. We gaven aan dat dit vooral veroorzaakt werd door de extra rijksmiddelen voor jeugdhulp en de voor onze gemeente meevallende uitname uit het gemeentefonds voor overgang van cliënten vanuit de WMO naar de WLZ (Wet Langdurige Zorg). We hebben ook te maken met een aantal risico’s. Zeer recent is een onderzoek van DIVOSA verschenen met als titel “Jeugdhulp blijft duur, maar WMO explodeert”. Dat rapport bevestigt hetgeen wij al langere tijd zien. Voor de jeugdhulp zien we een stabilisatie in de aantallen maar een steeds duurder wordende zorg. Met inzet van de toegekende rijksmiddelen wordt gewerkt aan een hervormingsagenda om dat beeld bij te buigen. Op basis van de huidige rijksmiddelen denken we voor de jeugdhulp de komende jaren rond de nullijn te zitten. Daarbij zijn er twee belangrijke risico’s.

We zijn begin 2022 gestart met de nieuwe PxQ-systematiek, we verwachten de eerste betrouwbare informatie daarover pas in het tweede half jaar. En de nog steeds dreigende korting op de rijksmiddelen van landelijk € 500 miljoen, de consequentie daarvan zou voor onze gemeente rond de € 5 miljoen structureel uit kunnen komen. Voor de Wmo wijst DIVOSA op een aanhoudend effect van het abonnementstarief boven op de gevolgen vergrijzing en de verdergaande extramuralisering. We houden in onze ramingen rekening met een jaarlijkse groei van 6% in de aantallen, het is maar zeer de vraag of dat voldoende zal zijn. We voorzien bij gelijkblijvende omstandigheden de komende jaren een tekort op de Wmo ontstaan dat van jaarlijks met circa 1 miljoen oploopt tot zo’n € 4 miljoen in 2025. Ook voor de Wmo geldt dat we moeten afwachten hoe de nieuwe PxQ systematiek uitvalt. Er is nog geen zicht op extra rijksmiddelen voor de Wmo. Verder egaliseren we via het Sociaal & Zorgfonds de exploitatieresultaten van een aantal elementen uit de participatiewet: reïntegratie, sociale werkvoorziening, stimuleringsmaatregelen en beschut werk. Dit heeft de laatste jaren een wat wisselend beeld opgeleverd, maar een bufferfunctie om schokken op te vangen blijft hier nodig.

In de centrumregeling Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang (BW/MO) is vastgelegd dat bij beëindiging van de centrumregeling het saldo van de regionale middelen voor beschermd wonen naar rato wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het aandeel van ’s-Hertogenbosch bedraagt ongeveer 55%, dat betekent dat 45% toevalt aan de regiogemeenten. In het beeld van de reserve moeten we daarmee rekening houden. Op dit moment is van de totale reserve van 35,7 miljoen rond de 24,0 miljoen gevormd vanuit beschermd wonen. Op basis van deze verdeelsleutel bedraagt het regionale deel in de reserve 10,8 miljoen. In het regionale deel van de reserve zien we, bij gelijkblijvende omstandigheden, de overschotten verder oplopen. Maar de vraag is hoe lang nog, er ligt een verdere decentralisatie van beschermd wonen in het verschiet en een herijking van de rijksmiddelen in de vorm van een objectief verdeel model. De discussie daarover is nog lang niet afgerond. Bij de algemene reserve wordt als gewenste omvang 15% van de algemene uitkering gehanteerd. Om daar bij aan te sluiten zou als gewenste omvang van de reserve sociaal & zorgfonds eveneens 15% van de rijksmiddelen gehanteerd kunnen worden. Die rijksmiddelen bedroegen voor 2021: Jeugd: Wmo: Participatie: Totaal:

43 miljoen 68 miljoen 29 miljoen 140 miljoen

De gewenste omvang van de reserve sociaal & zorgfonds zou dan 21 miljoen (15% van 140 miljoen) zijn. Na aftrek van het regionale deel bedraagt de reserve op dit moment 24,9 miljoen (35,7-10,8 miljoen). Het afromen van het surplus zou nu 3,9 miljoen opleveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11516110/1