CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

65 16-04-2022 Businessmodel WeenerXL en arbeidsmarkt

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bijlage 2: Ingekomen interne stukken2.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Arbeidsmarkt 1) Er is behoefte aan inzicht in het businessmodel van Weener XL, hoe zit dat in elkaar en waar zitten de voordelen en de tegenvallers?

Model Weener XL

Werk & Inkomen is in Nederland niet eenvoudig georganiseerd. Daarmee is ook het toelichten van het businessmodel van Weener XL niet eenvoudig. Met onderstaande toelichting trachten we de kern van het model Weener XL zo goed mogelijk weer te geven. Arbeidsparticipatie zit budgettair voor mensen met een verminderde verdiencapaciteit in Nederland complex in elkaar. Om onze taken voor deze mensen mogelijk te maken zijn gelden nodig uit de volgende budgetten: - Inkomensdeel (BUIG-budget), - Werkdeel (re-integratiebudget gemeenten) - Algemene middelen gemeente - Subsidie Sociale werkvoorziening - Omzet werkbedrijven - ESF gelden/projectsubsidies Op jaarbasis gaat het om een totaalbudget van ruim 120 miljoen euro. Bij Weener XL zijn al deze budgetten in één huis ondergebracht. Elders in Nederland zijn deze budgetten veelal versnipperd ondergebracht, bij meerdere organisaties, gemeenschappelijke regelingen en/of verschillende gemeentelijke afdelingen. Bij Weener XL is niet alleen sprake van een budgettaire samenvoeging, maar is vooral een organisatorische samenvoeging van de drie elementen van sturing op primair proces. Dus beleid, uitvoering en budgetten bij elkaar. Dat stelt ons in staat om zowel efficiënt als effectief te kunnen werken.

De kern van het businessmodel van Weener XL is dat het grootste budget, de BUIG, waar we de uitkeringen uit betalen grotendeels objectief verdeeld wordt. Aan de hand van demografische kenmerken wordt de bijstandskans in Den Bosch berekend. Op basis daarvan krijgt Den Bosch budget toebedeeld. Als een gemeente beter presteert dan wat uit de kansberekening komt, dan hou je geld over. Presteert een gemeente minder goed dan uit de kansberekening komt, dan kom je tekort en moet met lokale middelen dat tekort afgedekt worden. Het is dus een model met prikkel werking. Het bijzondere van Weener XL is dat de bedrijfsexploitatie (loonkosten, organisatiekosten, bedrijfsopbrengst en subsidies) zijn gekoppeld aan de uitkeringskant (het saldo van de subsidies voor arbeidsparticipatie, het verstrekken van uitkeringen). Door het koppelen van deze geldstromen én het sterk inzetten op voorkomen van instroom en het bevorderen van uitstroom ‘aan de poort’ én het inzetten van loonkostensubsidies haalt Weener XL een goed resultaat. In 2021 hebben we een positief resultaat op BUIG van 7,8 miljoen euro ten behoeve van de algemene middelen gerealiseerd.

Het ‘communicerende vatenmodel’ Ter illustratie schetsen wij kort het ‘communicerende vatenmodel’, dat Weener XL al enkele jaren succesvol inzet bij het toepassen van loonkostensubsidie. Het vertrekpunt van Weener XL is als volgt: - Als er klanten zijn van wie Weener XL zeker weet dat ze het voor wat betreft arbeid (tijdelijk) niet geheel op eigenkracht kunnen redden; - Dit, de samenleving direct per persoon ongeveer 19.000 euro per jaar kost (bijstandskosten + vast/variabele kosten) als er geen actie wordt ondernomen; - Weener XL een interventie kan plegen om deze mensen georganiseerd te laten werken (door individueel detacheren, subsidieplaatsingen, groepsdetacheringen, schoonmaak, groenvoorziening, post en logistiek, kringloopactiviteiten); - waarbij de kosten lager of gelijk zijn aan deze 19.000 euro; dit voor zowel deze mensen als de gemeente c.q. Weener XL voordelen biedt, dan laten wij deze interventie niet na. Voor de gemeente vanuit een doelmatige besteding van publieke middelen. Door een betaalde baan, met behulp van loonkostensubsidie, bieden we deze mensen structuur, ontmoeting, eigenwaarde, trots en een betere gezondheid. Indirect heeft het ook een positief effect op andere domeinen (wonen, gezondheidszorg, justitie). Schematisch ziet het ‘communicerende vatenmodel’ er als volgt uit:

Door de invoering van Loonkostensubsidie naar realisatie (met als insteek zekerheid op dekking van gemaakte loonkosten) sinds 1 januari 2022, is de werking van dit model na jaar 1 iets veranderd, maar is op dit moment in uitwerking budgettair vergelijkbaar. Een belangrijke sociale en budgettaire werking vanuit de inzet van Loonkostensubsidie is dat een groot aantal mensen deze ondersteuning maar tijdelijk nodig hebben. Ongeveer 25-30 procent van de mensen die de afgelopen jaren gestart zijn in een baan met behulp van Loonkostensubsidie zijn uiteindelijk helemaal uitgestroomd zonder verdere ondersteuning. Zij kunnen het weer redden op eigen kracht. Dus door onze poortaanpak (inkomen en werk parallel op laten lopen met veel reintegratie aandacht aan het begin van het proces), de inzet van Loonkostensubsidie en de realisatie van doorstroom daarop maakt in essentie dat wij een veel lager bijstandsaantal hebben dan dat je op basis van de demografische kansberekening zou mogen verwachten.

Waar zitten de tegenvallers? Tegenvallers is in de context van het zorgdragen voor een goede infrastructuur voor sociale werkgelegenheid wellicht niet helemaal het goede woord. Zorgen of risico’s echter wel. Zorgen zijn er over de toedeling en hoogte van de begeleidingsvergoeding voor mensen die met ondersteuning vanuit de Participatiewet. Zonder te veel in detail te treden zou het beter zijn dat deze, net als de Loonkostensubsidie naar realisatie verdeeld gaat worden. Ook de hoogte van de vergoeding is te laag. Doordat het aantal Sw medewerkers afneemt (met de Pwet gestopt in 2015) komen de kosten steeds meer te liggen op de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn vanuit de Pwet. Dat financieel regime vanuit Rijk is nu aan exploitatiekant te zwak. Door ons model (integraal met inverdienen op bijstand) is de komende coalitieperiode nog te overzien. Wanneer het Rijk niet gaat corrigeren, dan zullen we daar in de toekomst op moeten anticiperen.

In vergelijking met andere gemeenten hebben wij een groot voordeel op de BUIG, omdat we er de afgelopen jaren beter en eerder in slagen mensen naar werk te brengen. Nu het bestand kleiner is en onze zittende populatie een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kent dan vergelijkbare gemeenten, is het realistisch te verwachten dat andere gemeenten een deel van dit voordeel zullen inlopen met een correctie op het macrobudget als gevolg. Daarnaast leert de ervaring dat parameters door de tijd heen worden bijgesteld en het gemeentelijk aandeel jaarlijks kan fluctueren. Dat kan voor- en nadeel opleveren. Daar wij een groot voordeel hebben, is de kans op negatieve bijstelling groter dan op positieve bijstelling. Inmiddels hebben we onze inzet verbreed door o.a. het Participatiehuis naar mensen die lang in de bijstand zitten. Daar kunnen we het landelijk nog nieuw verschil maken, zowel maatschappelijk als financieel.

2) Welke creatieve experimenten/pilots worden er in andere gemeenten gedaan op het gebied van de participatiewet (waarbij de grens van de wet wordt opgezocht) en waar kan dat voor ons toegevoegde waarde hebben op de werkwijze?

Mensen die een beroep op de Participatiewet doen moeten kunnen rekenen op bewezen goede ondersteuning en dienstverlening. Bij Weener XL werken we al jaren aan consistente ontwikkeling van de juiste interventies, ondersteuning en goede dienstverlening/hospitality. De afgelopen jaren hebben we bewezen daar goede resultaten mee te halen. We hebben nagenoeg de laagste bijstandsdichtheid (2,1%) van alle 100.000+ gemeenten en laten al jaren een constant positief saldo op BUIG zien. Derhalve zijn wij altijd wat kritisch op experimenten/pilots. Op dit moment zien we op een paar onderwerpen pilots/experimenten in het land.

a. Loslaten kostendelersnorm voor jongeren (Rotterdam), in het kader van de hardheid van de Participatiewet. Verschillende gemeenten experimenteren hier mee. Wij zijn hier eigenlijk geen voorstander van. Op deze manier ontstaan er grote verschillen in Nederland waarmee inkomenspolitiek ontstaat. Daarnaast is SZW bezig om deze ontwikkeling landelijk vorm te geven, die lijn volgen wij uiteraard. Met het collegevoorstel ‘met vertrouwen ruimte pakken in de Participatiewet’ van vorig jaar. Hebben wij de belangrijkste hardheden uit de Participatiewet verzacht. b. Vertrouwensexperiment (Tilburg), in het kader van de hardheid van de Participatiewet. In dit experiment wordt ingezet op klanten met vertrouwen benaderen ipv wantrouwen. Wij geloven er niet in dat je dit bij wijze van experiment moet doen. Dit moet onderdeel zijn van de structurele dienstverlening, wij werken al jaren vanuit deze grondhouding. Zakelijk en sociaal. c. Basisbanen (Groningen), om meer mensen mee te laten doen loopt in Groningen een experiment met de basisbaan. Feitelijk kun je hier eigenlijk niet spreken van een experiment binnen het kader van de Participatiewet. De gemeente Groningen heeft namelijk ongeveer €860.000,- vrijgemaakt om 25 mensen een volledig gesubsidieerde basisbaan te geven (ongeveer €34.000,- per baan).

Onze analyse is dat de mensen die in Groningen op de basisbaan werken met vergelijkbare kenmerken in ’s-Hertogenbosch vaak met LKS of zelfs regulier aan de slag zijn. De bijstandsdichtheid in Groningen is ook ruim 2x zo hoog (4,3%) als in ’s-Hertogenbosch. Derhalve is het experiment van de Basisbaan als in Groningen vormgegeven voor onze stad geen meerwaarde. Mogelijk zou de landelijke bekendheid van de basisbaan in een Bossche variant gebruikt kunnen worden om publieke organisaties te stimuleren om in te zetten op gesubsidieerde arbeid. In ons geval zou dat dan een baan met Loonkostensubsidie zijn, dus niet volledig gesubsidieerd maar naar werkelijk gerealiseerde loonwaarde. d. Loslaten zoekperiode jongeren (Utrecht). De gemeente Utrecht handhaaft generiek niet meer op de verplichte zoektijd van vier weken waarin jongeren geen beroep kunnen doen op werkbemiddeling of een uitkering. De wet biedt echter de mogelijkheid om maatwerk toe te passen. Wij maken hier gebruik van. Is een zoekperiode van 4 weken niet passend voor een jongere, dan ontheffen wij deze jongere van de zoekperiode. Soms kan het echter wel meerwaarde hebben om de zoekperiode toe te passen. Wij zien in dit experiment geen meerwaarde.

Zelf zijn wij ook met een belangrijke innovatie bezig, het Participatiehuis. Een naar ons weten unieke vorm van dienstverlening in Nederland om mensen die al lang in bijstand zitten via sociale activering naar re-integratie te begeleiden. Ook Financiële nazorg is een vernieuwing die we recent hebben ingevoerd. Iemand die uitstroomt uit de Participatiewet ontvangt een jaar lang financiële nazorg van één van onze consulenten. Op die manier begeleiden we iemand bij alle financiële vragen en veranderingen die ontstaan door de verandering van bijstand naar werk. Dit verlaagt voor veel mensen de drempel om aan de slag te gaan. Via o.a. deze dienstverlening willen we de komende jaren resultaten bereiken met de groep die al langer dan 2 jaar in de bijstand zit.

3) Welke programma’s lopen er op het vlak van een leven lang leren?

In de arbeidsmarktregio Noordoost Brabant werken werkgevers, werknemersorganisaties, onderwijsinstellingen en overheden – onder voorzitterschap van de portefeuillehouder arbeidsmarkt van centrumgemeente ’s-Hertogenbosch - sinds 2017 aan een integrale aanpak leven lang ontwikkelen. Dit wordt gedaan op vier sporen. Inwoners en werkgevers in alle gemeenten van de regio kunnen hier gebruik van maken. 1. Bewustwording We werken aan een échte leer- en ontwikkelcultuur in de regio, zodat mensen en organisaties wendbaar en weerbaar worden en zich blijven ontwikkelen, nodig voor de snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Dit doen we met de campagne Keep on Learning, bestaande uit onder meer een estafette langs inspirerende werkgevers (zie Noordoost Brabant Werkt | Keep On Learning), ambassadeurs uit het netwerk en events (zoals de regionale loopbaandag en werkgeversevents). 2. Oriëntatie De afgelopen jaren zijn flinke stappen gezet in het versterken van de regionale dienstverleningsinfrastructuur. Alle inwoners kunnen nu hulp krijgen bij hun loopbaan via o.a. het Leerwerkloket, Wijzer in je Werk of Regionaal Mobiliteitsteam. Alle bedrijven kunnen hulp kunnen krijgen bij versterking leercultuur, duurzame inzetbaarheid van medewerkers en een duurzaam personeelsbestand via o.a.

de aanpak duurzame inzetbaarheid (gratis scan, adviesgesprek, inspiratiebijeenkomsten en gesubsidieerde ontwikkeltrajecten) en het Werkgeversservicepunt. Er wordt gewerkt aan een betere vindbaarheid, overzichtelijkheid en efficiency van dienstverlening voor inwoners en werkgevers in 1 portaal. 3. Scholingsaanbod Alle onderwijsinstellingen in de arbeidsmarktregio (zoals Koning Willem I college, Yuverta, Avans Hogeschool, HAS en JADS) werken aan laagdrempelig, kort, modulair scholingsaanbod voor werkenden. Op de transities van ‘niet werk naar werk’ en ‘van werk naar werk’ wordt in de publieke dienstverlening steeds meer scholingsaanbod ontwikkeld en ingezet, zoals praktijkleren, kweekvijvers en leerwerkarrangementen. Veel scholingsaanbod (publiek en privaat) is vindbaar via het platform Brabant Leert 4. Ontwikkelbudgetten De afgelopen twee jaar zijn veel budgetten beschikbaar gekomen voor mensen en bedrijven voor loopbaanadvies, scholing en van werk naar werk trajecten, veelal via landelijke en provinciale budgetten (zoals STAP budget, SLIM subsidie, NL leert door, Regionaal Mobiliteitsteam). Budgetten zijn vaak tijdelijk en inzetbaar op een specifieke doelgroep. Mede dankzij een integrale aanpak en financial engineering lukt het tot nu toe om in de regio een breed leven lang ontwikkelen programma in de lucht te houden.

4) Welke corona-effecten zien we op het werkgedrag van mensen en betekent dat iets voor ons arbeidsmarktbeleid? Mensen hebben meer flexibiliteit ontwikkeld in werkgedrag. Hoe dit uitpakt richting de toekomst is moeilijk te zeggen. Dit is onder meer afhankelijk van sector, beroep en werkgever, of het werk dit toelaat en toegevoegde waarde biedt. De huidige krapte op de arbeidsmarkt zal hier minstens zo sterk op inwerken. Werknemers en werkzoekenden zullen meer dan voorheen eisen kunnen stellen aan werkplek, werktijden en andere randvoorwaarden in het werk. De coronaperiode heeft ook geleid tot uitstel van loopbaanstappen en minder binding met het werk. Versterkt door de vele vacatures vanwege de krapte op de arbeidsmarkt leidt dit nu tot een grote arbeidsmobiliteit. In de coronaperiode is hier in het beleid op ingespeeld met versterking van de regionale infrastructuur met ‘van werk naar werk’ dienstverlening. Het regionaal arbeidsmarktbeleid richt zich de komende jaren vooral op de uitdagingen arbeidskrapte, leven lang ontwikkelen en toegankelijkheid van dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11516112/1