CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

5e774e95-3cc7-4d4c-966f-ff41ae556e91

Commissie OMGEVING 30 september 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoek Kooikersweg-Tilburglaan19.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Hoek KooikerswegTilburglaan

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8

6 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Woonagenda 2017/2018 4.3.3 Detailhandel 4.3.4 Horeca 4.3.5 Welstand 4.3.6 Bomen Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Trillingen Externe veiligheid Lucht Bodem Geur Hoogspanningslijnen Water Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Economische uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg

7 7 7 7 8 8 8 8 9 10 10 12 12 13 13 14 14 15 17 17 17 19 20 20 20 21 21 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 25 25 28 29 30 31 32 35 37 38 41 43 44 45

Regels

46

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd

47 47 53 54 54 3

Artikel 4 Verkeer Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Artikel 11 Slotregel Bijlagen

4

57 58 58 58 58 59 59 60 60 61 62

5

Toelichting

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Kooikersweg op de hoek met de Tilburglaan zijn diverse functies aanwezig waaronder een cafetaria en winkelruimte, met daarboven woningen. Tussen de bouwmassa en de woningen aan de oostzijde is nu nog onbebouwde grond, met deels een bedrijfsbestemming, gelegen. Voor dit plangebied is een plan ontwikkeld om te komen tot een supermarkt, en om de overige reeds bestaande functies te vernieuwen. Op de verdieping worden appartementen gerealiseerd; 14 sociale huurwoningen en 6 woningen in de vrije sector. Op de plaats van de onbebouwde grond wordt een parkeerplaats gerealiseerd. De supermarkt wordt, in het kader van duurzaamheid, met een groen dak uitgevoerd. Om te komen tot een realisering van het bouwplan wordt beoogd om met de coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wro tot vergunningverlening te komen. Nadat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, kan het college direct de vergunning verlenen.

1.2

Begrenzing plangebied

Voor het plangebied wordt de begrenzing van de nieuwe ontwikkellocatie aangehouden, waar ook de aangrenzende parkeerplaats onder valt. Het plangebied is gelegen tussen de Kooikersweg, de Amsterdamstraat, de Tilburgstraat en de appartementen aan de Kooikersweg zelf.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 wordt de inleiding weergegeven. Hoofdstuk 2 voorziet in een beschrijving van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de nieuwe ontwikkeling en de planbeschrijving. Hoofdstuk 4 gaat in op het beleidskaders van het Rijk, de Provincie en het beleid van de gemeente zelf en de toetsing hieraan. Hoofdstuk 5 geeft de toetsing weer op de haalbaarheid van het plan op het gebied van milieu en duurzaamheid. In Hoofdstuk 6 worden de juridisch-bestuurlijke aspecten besproken, waarna Hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid weergeeft. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de participatie en het vooroverleg in het kader van artikel 3.1.1. van de Wro.

7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

Het plangebied is gelegen aan de Kooikersweg op de hoek met de Tilburglaan in het zuidwestelijke gedeelte van 's-Hertogenbosch, in de wijk de Kruiskamp. Hieronder is de ligging hiervan aangegeven.

Figuur 1: globale aanduiding plangebied

2.2

Ruimtelijke structuur

Het gebied bestaat uit bestaande bebouwing, met op de begane grond winkelruimte en een snackbar en op de verdieping 20 woningen; 14 sociale huurwoningen en 6 woningen in de vrije sector. Het westelijke gedeelte bestaat uit een parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt heringericht en voorzien van een nieuwe ontsluiting.

2.3

Functionele structuur

Het gebiedje heeft een buurtfunctie in die zin dat er kleinschalige winkelfuncties aanwezig zijn en een snackbar. De bestaande woningen betreffen sociale huurwoningen in het goedkope segment.

8

2.4

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan "Kruiskamp - Schutskamp", dat op 4 april 2012 onherroepelijk is geworden. De huidige bestemmingen die binnen het plangebied aanwezig zijn, zijn Gemengd-2, Bedrijf, en Verkeer. Aan de zijde van de Amsterdamweg is een aanduiding 'garage' opgenomen. De maximale bouwhoogte bij de bestemming "Bedrijf" bedraagt 6 meter en binnen het bouwvlak binnen de bestemming "Gemengd" bedraagt de maximaal toegestane hoogte 10 meter.

9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bebouwing

Het plangebied betreft een gedeeltelijk braakliggend gedeelte en een appartementencomplex met winkels aan de zijde van de Kooikersweg. Aan de achterzijde, aan de zijde van de Amsterdamstraat, bevinden zich garageboxen. Voor de herontwikkeling van deze locatie zijn een aantal relevante uitgangspunten opgesteld. Deze zijn o.a.: -

Het nieuwbouwplan dient ertoe bij te dragen dat er een "levendig" straatbeeld ontstaat;

-

De nieuwe situatie moet op een vanzelfsprekende wijze aansluiten op het bestaande fijnmazige weefsel van straten en langzaam verkeersroutes;

-

Verkeer door de Amsterdamstraat dient voorkomen te worden;

vanaf

Het parkeerterrein dient dan ook aan de Kooikersweg ontsloten te worden, zodat een sluipruimte de Kooikersweg wordt voorkomen;

-

Overwegend transparant plint zodat het nieuw te realiseren gebouw zich optimaal voegt in de omgeving;

-

Groene daken en gevels.

Met het in acht nemen van de bovengenoemde uitgangspunten heeft Van Grunsven Ontwikkeling B.V een plan opgesteld voor herontwikkeling van de locatie Kooikersweg. Het plan voorziet in sloop van de bestaande bebouwing en realisatie van nieuwbouw. Daarbij is uitgegaan van de realisering van een supermarkt, een snackbar en 20 woningen, waarvan 14 sociale huurwoningen en 6 woningen in de vrije sector. Het horizontaal gelede nieuwe gebouw heeft een ingetogen uitstraling en sluit qua bouwhoogte aan op de bouwhoogtes in de aangrenzende omgeving en het bestaande weefsel van straten en langzaam verkeersroutes.

10

De commerciële functies zijn geïntegreerd in de plint van het gebouw. Deze commerciële functies in de plint hebben oriëntatie op de Kooikerweg. De entrees van de supermarkt, de snackbar en de appartementen op verdieping zijn goed zichtbaar in de plint. De gevels aan deze zijde van de weg, de Kooikersweg, zijn representatief en overwegend transparant. Dit zorgt voor een goede visuele ruimtelijke aanhaking op de omgeving en de continuïteit van de bestaande stedenbouwkundige structuur. Anderzijds draagt deze representatieve plint aan bij het vergroten van de herkenbaarheid en de zichtbaarheid van de commerciële/winkel strip in de wijk. Ook aan de zijde van de Amsterdamseweg is de gevel zorgvuldig vormgegeven en voorzien van een hoogwaardige groene beplanting. Vanwege deze groene gevels heeft het gebouw gezien vanuit de Amsterdamse straat een markante uitstraling. Deze gevelwand aan de zijde van de Amsterdamseweg volgt de aanwezige groene structuur in het straatpofiel. De aanwezige waardevolle bomen worden gerespecteerd. Het groene dak op de winkelplint en de groene gevels aan de kant van de eengezinswoningen sluiten aan op het groene karakter van de achterliggende woonstraten. Parkeren vindt plaats in een compacte hofvorm aan de westzijde van het gebouw. Dit parkeerhof aan de westzijde van het gebouw wordt ontsloten vanaf de Kooikersweg en biedt de mogelijkheid om rond te rijden.

Er zullen 88 parkeerplaatsen worden gerealiseerd in combinatie met groene elementen en bomen. De snackbar in de plint van het gebouw, aan de westkant van de supermarkt, zal worden voorzien van een terras. Het terras wordt geïntegreerd in de zuidoosthoek van het parkeerhof en heeft oriëntatie op de Kooikersweg. Daarnaast bevinden zich ook op dit parkeerhof, waar de hoofdentree van de supermarkt is gesitueerd, een fietsstalling, en een opstelplaats voor de winkelwagens van de supermarkt. Laden en lossen van de supermarkt vindt inpandig in het gebouw plaats. Hiervoor is een ruimte in de plint ontworpen in de kopgevel van het gebouw, aan de zijde van de Tilburgstraat. Het voordeel hiervan is het minimaal belasten van de woonbuurt.

Hieronder zijn impressies weergegeven van het nieuwe bouwplan:

11

3.2

Gebruik

3.3

Verkeer en parkeren

Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets dat is vastgesteld op 21 september 2016. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente. De nota geeft alleen voor de meest voorkomende functies, te weten wonen, werken en winkels, parkeernormen. Voor de ontwikkeling van andere functies gelden richtlijnen hoe met parkeren omgegaan moet worden. Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. 12

Op grond van de parkeernormen is berekend dat minimaal 88 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten aangelegd. Als niet alle benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein mogelijk zijn, mag indien beschikbaar in openbaar gebied aangelegd worden. Het bouwplan Kooikersweg kent 65 pp op eigen terrein. De overige 23 parkeerplaatsen kunnen in het openbaar gebied (op de huidige locatie) aangelegd worden. Deze parkeerplaatsen in het openbare gebied zijn echter al aanwezig in de huidige situatie langs de Kooikersweg en Tilburglaan. Voor de laad- en losgelegenheid voor het nieuwe programma aan de Tilburglaan zullen de huidige parkeerplaatsen aan de Tilburglaan heringericht moeten worden. Er zal worden voldaan aan de parkeernormen die gelden op grond van het geldende parkeerbeleid Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets. Het laden en lossen van de supermarkt vindt gedeeltelijk inpandig plaats, in die zin dat de oplegger van de vrachtwagen inpandig wordt gelost en geladen. Bevoorraders rijden vanaf de Kooikersweg de Tilburglaan in, rijden achteruit het bevoorradingsdock in en rijden na het bevoorraden weer via de Tilburglaan en de Kooikersweg weg.

3.4

Openbare ruimte

Er zal worden geparkeerd in de openbare ruimte en op eigen terrein. Ook wordt daar de ontsluiting van het parkeerterrein worden aangelegd.

3.5

Bomen

Er zullen geen bomen worden gekapt ten behoeve van dit bouwplan. Ook worden geen extra bomen aangeplant. Wel worden groenvoorzieningen aangebracht in de openbare ruimte zoals heesters. Het inrichtingsplan geeft aan hoe de ontwikkeling eruit komt te zien.

13

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid: 1. een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9.

ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Het laatstgenoemde nationaal belang houdt in dat bij stedelijke ontwikkelingen de ladder van duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) dient te worden gemotiveerd. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030. Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonvisie 's-Hertogenbosch gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Dit in lijn met de principes van de compacte, complete en contrastrijke stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie.

14

De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2021 tot en met 2025 bedraagt 6.600 woningen, waarvan 4.800 woningen zijn opgenomen in harde plannen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien moet de harde plancapaciteit op orde blijven en dus moeten er jaarlijks gemiddeld voor zo'n 1.000 woningen plannen worden vastgesteld. Hoewel voorliggend plan met de nieuwe winkelstrip in veel bredere zin een impuls geeft aan de leefbaarheid van deze buurt, draagt het plan met 20 woningen ook bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave.

4.2

Provinciaal beleid

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening in werking getreden. Hierin geeft de provincie Noord-Brabant de hoofdlijnen aan van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal, cultureel, milieu- en natuurbeleid. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen, zoals de concentratie van verstedelijking.

De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken; ontwikkelen, zowel gebiedsgericht als thematisch zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen; beschermen van provinciale belangen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, door middel van de Verordening ruimte; stimuleren, door middel van subsidies en door het beschikbaar stellen van kennis en informatie. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Op de Structurenkaart is het plangebied/projectgebied aangeduid als Stedelijk Gebied. Dit betekent dat het plan inpasbaar is op grond van het provinciale beleid.

Verordening Ruimte Noord-Brabant De Verordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 11 mei 2012 de Verordening ruimte Noord-Brabant 2012 vastgesteld. Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte zijn:     

ruimtelijke kwaliteit; stedelijke ontwikkelingen; natuurgebieden en andere gebieden met waarden; agrarische ontwikkelingen, waaronder de intensieve veehouderij; overige ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Het plangebied/projectgebied ligt volgens de Verordening binnen de structuur Stedelijk. Dit betekent dat het plan inpasbaar is op grond van de Verordening Ruimte.

Omgevingsvisie Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. 15

De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen.

De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030. Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonvisie 's-Hertogenbosch gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen.

Dit in lijn met de principes van de compacte, complete en contrastrijke stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie. De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2021 tot en met 2025 bedraagt 6.600 woningen, waarvan 4.800 woningen zijn opgenomen in harde plannen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien moet de harde plancapaciteit op orde blijven en dus moeten er jaarlijks gemiddeld voor zo'n 1.000 woningen plannen worden vastgesteld. Hoewel voorliggend plan met de nieuwe winkelstrip in veel bredere zin een impuls geeft aan de leefbaarheid van deze buurt, draagt het plan met 20 woningen ook bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave. Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) Het plan is niet besproken in het RRO omdat geen sprake is van een significante wijziging van het gebied ten opzichte van hetgeen nu reeds is toegestaan, en aanwezig is.

16

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. De RSV vermeldt over het plangebied dat er sprake is van stedelijk gebied, waar dergelijke functies zijn toegestaan. Bovendien is nu reeds een snackbar aanwezig. Ook is detailhandel met wonen toegestaan, en reeds aanwezig.

Beleidskader en visies te raadplegen via: https://www.shertogenbosch.nl/ruimtelijkeplannen/onherroepelijke-structuur-en-gebiedsvisies.html

4.3.2 Woonagenda 2017/2018 Woonvisie 's-Hertogenbosch 2020 Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd:    

Passend en betaalbaar wonen voor iedereen Leefbare en inclusieve buurten Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad Strategisch innovatief woonprogramma.

Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten.

17

Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid.

Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad.

Strategisch innovatief woonprogramma Nieuwbouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus. We zetten in op het realiseren van (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen, maar ook hebben we aandacht voor groenstedelijke dorpse woonmilieus. Naast deze aandacht voor de diversiteit en versterking van woonmilieus moet er ook flink gebouwd worden. De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. Met daarbinnen een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën: - minimaal 30% sociale huur - minimaal 20% middenhuur en goedkope koop - maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop.

Doorwerking plan Dit plan biedt ruimte om de komende jaren woningen toe te voegen. Dit past binnen het woonbeleid van de gemeente en de ambitie om te komen tot een gedifferentieerd woonaanbod. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030.

Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonvisie 's-Hertogenbosch gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Dit in lijn met de principes van de compacte, complete en contrastrijke stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie. De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2021 tot en met 2025 bedraagt 6.600 woningen, waarvan 4.800 woningen zijn opgenomen in harde plannen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien moet de harde plancapaciteit op orde blijven en dus moeten er jaarlijks gemiddeld voor zo'n 1.000 woningen plannen worden vastgesteld. Hoewel voorliggend plan met de nieuwe winkelstrip in veel bredere zin een impuls geeft aan de leefbaarheid van deze buurt, draagt het plan met 20 woningen ook bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave. 18

4.3.3 Detailhandel De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch heeft de Nota detailhandel 's-Hertogenbosch 2011 vastgesteld op 11 oktober 2011. Het detailhandelsbeleid is restrictief ten aanzien van perifere, grootschalige detailhandelsvestigingen om overaanbod te voorkomen en om het goed functioneren van de binnenstad te waarborgen maar het is ook restrictief in het verlenen van medewerking aan (grootschalige) uitbreiding van winkelcentra ter bescherming van de fijnmazige winkelstructuur. De uitgangspunten van het detailhandelsbeleid zijn de volgende:   

binnenstad: het primaat voor vestiging van grootschalige non-foodwinkelformules met niet-volumineuze artikelen (megastores) ligt bij de binnenstad. periferie: streven naar clustering in winkelgebieden. Solitaire winkelvestiging en verspreide bewinkeling doen daaraan afbreuk. winkelcentra in wijken: de fijnmazige, hiërarchische winkelstructuur voor de dagelijkse boodschappen moet in stand blijven; megasupermarkten verstoren die structuur. Deze indeling volgt de lijnen van het drieslagmodel, gebaseerd op koopgedrag en koopmotief van de consument: recreatief winkelen (binnenstad), doelgericht winkelen (periferie), boodschappen doen (woonwijken).

Op 14 april 2015 heeft de gemeenteraad Aanvullingen op Nota Detailhandel 2011 en wijzigingen beleid Nietbedrijventerrein gebonden functies op bedrijfslocaties vastgesteld. De basisuitgangspunten van de Nota detailhandel zijn daarbij niet gewijzigd. De aanvullingen hebben betrekking op het onder voorwaarden en criteria mogelijkheden creëren voor:    

vestiging van afhaalpunten op perifere detailhandelslocaties en op traffic points; vestiging van solitaire afhaalpunten; vestiging van (ondergeschikte) detailhandel bij specifieke bedrijfsformules die niet thuishoren in reguliere winkelcentra; het voeren van een assortiment dieren, dierbenodigdheden en -voedsel (dibevo) door tuincentra

Voor de toekomstbestendigheid van de fijnmazige winkelstructuur in het westelijk stadsdeel van 'sHertogenbosch is de Actualisering detailhandelsbeleid westelijk stadsdeel vastgesteld op 20 september 2017, met als hoofdpunten:      

de maximale grootte van supermarkten in dit stadsdeelcentrum Helftheuvelpassage gaat terug van ca 2.500 m² wvo naar circa 2.000 m² wvo, met een terughoudendheid in het toevoegen van supermarkten; buurtsteunpunten Boschveld en Kooikersweg groeien niet door tot buurtwinkelcentrum; het buursteunpunt Boschmeersingel / Oude Vlijmenseweg krijgt een opwaardering door relocatie en uitbreiding van de daar gevestigde supermarkt; geen full service- of discountsupermarkt in buurtsteunpunt Boschveld; voor buurtsteunpunt Kooikersweg is versterking door toevoeging van een supermarkt is gewenst omwille van de leefbaarheid in de wijk; in de buurtsteunpunten vestigt zich maximaal één full service- of discountsupermarkt; de maximale grootte van supermarkten in buurtsteunpunten wordt met 100 m² wvo vergroot tot ca 1.300 m² wvo; geen toename van supermarktruimte in buurtsteunpunt Boschmeersingel.

Het plan om een supermarkt te realiseren past binnen dit beleid. Zo wordt bestaande supermarkt vervangen in het gebied, en deze zal qua omvang kleiner zijn dan 1.300 m² wvo. Volledigheidshalve hebben we er voor gekozen de in 2017 opgestelde actualisering detailhandelsbeleid Westelijk stadsdeel, waar het onderhavige planinitiatief naadloos in past, opnieuw te toetsen in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Dit om de actualiteit t.a.v. de stand van zaken en planinitiatieven in West goed te betrekken. Het betrokken adviesbureau BRO concludeert dat de onderhavige planontwikkeling past in de gewenste detailhandelsstructuur en, samen met de andere ontwikkelingen in West, leidt tot een versterking van de respectievelijke (verzorgings)functies en de toekomstbestendigheid ervan, waardoor er per saldo sprake is van een positief effect op de detailhandelsstructuur.

19

4.3.4 Horeca Op 12 mei 2020 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de 'Horecavisie ’s-Hertogenbosch, samen werken aan gastvrij ontmoeten!' vastgesteld. Het hoofddoel van de horecavisie is het verhogen van kwaliteit, vernieuwing en diversiteit met behoud van het fijnmazige karakter en de leefbaarheid van (binnen)stad en dorpen. Er is al een snackbar aanwezig. In het nieuwe horecabeleid zijn nieuwe categorieën opgenomen. Dit beleid geeft in categorie de mogelijkheid tot daghoreca, en in categorie een cafetaria. Omdat beide functies geen belemmering geven voor de nieuwe woningen, en passend zijn op deze locatie zijn beide functies toegestaan. Om ervoor te zorgen dat mensen ook buiten, droog, hun bestellingen kunnen nuttigen, wordt een luifel gerealiseerd.

4.3.5 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. De welstandcommissie heeft het plan akkoord bevonden.

4.3.6 Bomen Bij de ruimtelijke procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit de Verordening Bomen, Water en Groen uit maart 2021, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. Bij de ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor is een bomeninventarisatie uitgevoerd. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. De inventarisatie bestaat minimaal uit:     

digitaal ingemeten tekening; boomsoorten; stamomvang op 1,30 meter boven maaiveld; kroonomvang; vitaliteit en levensverwachting van de boom.

Hieruit blijkt welke bomen waardevol en te behouden zijn. Deze bomeninventarisatie komt terug in het ontwerp waardoor te zien is welk effect het plan op het bestaande groen heeft. De bomendeskundige heeft de bomeninventarisatie vervolgens gebruikt als basis om het groenplan op te stellen, en de uitvoering ervan is afgesproken met de ontwikkelaar. Op deze manier is geborgd dat er voldoende bomen behouden blijven. Er worden geen bomen gekapt ten behoeve van dit plan.

20

Hoofdstuk 5 Milieu, duurzaamheid en waarden 5.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden. 5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren.

Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNGuitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter).

21

Locatie De locatie van het plangebied is omringd door woningbouw. Alleen het plangebied zelf bevat zowel winkels (supermarkt, snackbar en overige commerciële ruimte) als woningen en is daarom aan te merken als een gebied met functiemenging conform de genoemde VNG-brochure. Supermarkten vallen onder categorie B. Dit betekent dat er in ieder geval sprake zal moeten zijn van een bouwkundige afscheiding tussen woningen en de supermarkt. Hiermee is in de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden. Onder andere is de geluiduitstraling van de toegestane functies in het plangebied nader inzichtelijk gemaakt naar de gevoelige bebouwing in de directe omgeving. Hierbij is rekening gehouden met het zorgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonenden en wordt ervoor gezorgd dat de bedrijfsvoering van de toegestane functies niet belemmerd worden. Dit beide in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Tevens de opmerking dat de locatie momenteel reeds bestemd is als enkelbestemming gemengd en enkelbestemming bedrijf en dat de nieuwe bestemming / planvorming qua functie hier binnen past.

In de rapportage ‘Akoestisch onderzoek bouwplan Kooikersweg te 's-Hertogenbosch; industrielawaai’ opgesteld door adviesbureau Cauberg Huygen, gedateerd 20 april 2021 en met referentie 06146-52282-18, is de geluidsbelasting afkomstig van de te verwachten bedrijfsactiviteiten van de toegestane functies inzichtelijk gemaakt. De bedrijfsactiviteiten omvatten het in werking zijn van installaties (luchtbehandeling, ventilatie, koeling en dergelijke), stemgeluid van bezoekers op het terras van de snackbar, winkelwagens, laad- en losactiviteiten en transportbewegingen ten gevolge van bezoekersverkeer van de commerciële ruimten, de aan- en afvoer van producten en afval met vrachtwagens en bestelauto’s en de verkeersbewegingen ten gevolge van de woningen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat, om te kunnen voldoen aan het geluidsbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch en om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving te borgen, er maatregelen/voorzieningen moeten worden getroffen.

Dit zijn onder andere het realiseren van ‘schermen’ aan de buitenzijde van slaapkamers, gesloten schermen bij de balkons met hoogte van minimaal 1,25 of 1,50 meter en tussen de appartementen blokken met een hoogte van minimaal 1,3 meter, en het realiseren van ‘dove’ gevels (westgevels van twee woningen, eentje op de eerste verdieping en een op de tweede verdieping) dus zonder te openen delen, het inpandig laden en lossen van de supermarkt. Deze voorwaarden worden in de regels van het bestemmingsplan opgenomen, evenals een beperking van transport in de avond- en nachtperiode zowel in de tijdsperiode als in aantallen.

De woningen boven de bedrijvigheid (supermarkt, snackbar en commerciële functie), zoals het plan mogelijk maakt, zijn ook intern akoestisch beschouwd. Deze beschouwing is weergegeven in rapportage ‘Nieuwbouw Kooikersweg te 's-Hertogenbosch; aanvraag omgevingsvergunning akoestiek’, datum 20 april 2021, referentie 06146-52282-19 en opgesteld door Cauberg Huygen welke onderdeel is van de omgevingsvergunningaanvraag activiteit bouwen. In dit akoestisch onderzoek is de interne geluidswering en het geluid van installaties inzichtelijk gemaakt en is de geluidswering van de gevels berekend. De bouw van het totale gebouw wordt dusdanig uitgevoerd dat er naar verwachting geen sprake zal zijn van enige mate van geluidsoverlast / geluidshinder. Er wordt voldaan aan de bepalingen voor wat betreft geluid zoals opgenomen in het Bouwbesluit.

Conclusie: Bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen en bij de te realiseren woningen.

22

1.3

Geluid

Inleiding

Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluidsonderzoekszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van de Rijksweg A59, de Kooikersweg en de Kruiskampsingel Noord. Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze wegen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 53 dB ten gevolge van de Rijksweg A59 en 63 dB ten gevolge van de Kooikersweg en t.g.v. de Kruiskampsingel Noord. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden: •

Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding);

•

Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming);

•

Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling).

Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woonen leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente ’s-Hertogenbosch een ‘hogere waarde beleid’ vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale toegestane geluidsbelasting niet overschrijden. Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan de maximale toegestane waarde kan formeel geen ontheffing worden verleend.

Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Hierbij wordt rekening gehouden met de gecumuleerde geluidsbelasting. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat 23

in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning activiteit bouwen is aangetoond dat aan deze binnenwaarde wordt voldaan.

Plan Wegverkeerslawaai Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zones van wegen, zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet ("zones langs wegen"). Het betreft 20 woningen/appartementen. Voor deze geluidgevoelige bestemmingen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wet geluidhinder. De rapportage ‘Akoestisch onderzoek bouwplan Kooikersweg te 's-Hertogenbosch; wegverkeerslawaai’, opgesteld door adviesbureau Cauberg Huygen met datum 26 maart 2021 en met referentie 06146-52282-15. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ten gevolge van wegverkeer op de Rijksweg A59 en Kooikersweg. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.

Er zijn maatregelen onderzocht om de geluidbelasting te reduceren. De resultaten staan in het akoestisch onderzoek. Bij afweging van de te nemen maatregelen blijkt dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen financieel niet realistisch en doelmatig zijn in relatie met de beoogde ontwikkeling. Ontvangermaatregelen worden getroffen, zoals het realiseren van balkons met gesloten balustrade en ter plaatse van alle balkons wordt de onderzijde van de bovenliggende vloeren absorberend uitgevoerd. Tevens worden er bouwkundig geluidsluwe gevels gerealiseerd. De gevels van alle woningen worden voorzien van voldoende geluidswering zodat er aan het wettelijk vereiste binnengeluidsniveau wordt voldaan. Hierbij is rekening gehouden met de gecumuleerde geluidsbelasting. Met de te nemen maatregelen wordt er formeel nog niet voldaan aan het gemeentelijke geluidbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch, want er zijn geen volledige geluidsluwe zijden bij sommige appartementen aanwezig. Aangezien aan de voorzijde slechts een gedeelte van de gevel geluidsluw is, maar omdat ook aan de achterzijde van het appartement een gedeeltelijke luwe gevel aanwezig is (met daarachter een slaapkamer), is het afwijken van het geluidsbeleid verdedigbaar. Dit met inachtneming van het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en nabij de woningen.

Zo worden de slaapkamers voldoende beschermd (geluidsluwe gevel) wat de nachtrust ten goede komt en is er sprake van een licht verhoogde geluidsbelasting op de gevel van de woonkamers/keukens tussen 06.00 en 07.00 uur, ten gevolge van het laden en lossen van de supermarkt en aanverwante activiteiten, wat het woon- en leefklimaat ook niet negatief beïnvloedt. Derhalve is hier sprake van een goede ruimtelijke ordening en zijn er dus gegronde redenen, in dit specifieke geval, om af te wijken van het geluidbeleid. Voor de geluidgevoelige bestemmingen heeft het college van burgemeester en wethouders – onder voorwaarden - een hogere waarde-besluit genomen. Dit besluit wordt in een aparte procedure ter inzage gelegd (tegelijkertijd met dit bestemmingsplan).

Railverkeerslawaai Langs alle spoorwegen bevinden zich conform de Wgh geluidszones. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Het plangebied van de ontwikkeling ligt niet in een geluidszone en railverkeerslawaai is daarom niet van toepassing

Industrielawaai In het plangebied is vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. Tevens is er in de directe omgeving geen gezoneerd industrieterrein aanwezig met een contour tot in het plangebied. Industrielawaai Wet geluidhinder is geen belemmering. 24

Conclusie geluid Railverkeer en industrielawaai Wet geluidhinder is niet van toepassing. Voor wegverkeerslawaai worden hogere waarden Wet geluidhinder verleend middels een aparte procedure (hogere waarden-besluit). Er wordt met gegronde redenen afgeweken van de voorwaarden uit het geluidsbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het woon- en leefklimaat van de bewoners van de appartementen is als aanvaardbaar beoordeeld.

5.4

Trillingen

Bij trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het vrijwel altijd om bescherming tegen trillingshinder bij personen. In sommige gevallen kan er ook sprake zijn van verstoring van activiteiten door trillingen (bijvoorbeeld laboratoria of computercentra welke gevoelig zijn voor trillingen). Trillingen is een mee te nemen aspect in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening'. Weg- of railverkeer en bepaalde industriële activiteiten kunnen trillingen in de bodem veroorzaken. De trilling verspreidt zich verder via de bodem naar gevoelige objecten. Hoewel de sterkte afneemt naarmate de afstand tot de bron groter wordt, kan de trilling ergens anders hinder opleveren. Wegverkeer over een oneffen wegdek veroorzaakt trillingen. De aard en heftigheid van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig, de belading, snelheid en de oneffenheden waar het verkeer overheen rijdt. Ook treinverkeer kan zorgen voor trillingen. De snelheid en gewicht van treinen is hierbij een belangrijke factor bij het ontstaan van trillingen. Daarnaast zijn de eigenschappen van de trein (onder andere belading) en de interactie van de trein met de ondergrond van belang bij het ontstaan en doorgeven van trillingen naar de omgeving (de bodem). Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van relevante bronnen van trillingen, zoals spoor, zware industrie en/of zeer drukke verkeerswegen.

Trillinghinder is gelet op de ligging van het plangebied in haar omgeving en gelet op de plaatsvindende activiteiten, niet te verwachten en geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.4.1 Verlichting Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Er zijn veel functies met kunstmatige verlichting, zoals (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling. Bij onderhavig plan is lichthinder niet relevant te noemen, omdat er in de directe omgeving geen noemenswaardige lichtbronnen zijn gesitueerd. Voor het parkeerterrein van deze ontwikkeling is een lichtplan opgesteld. Uit dit lichtplan blijkt dat hinder naar de omliggende woningen niet te verwachten is. Verlichting is geen belemmering voor het initiatief.

5.5

Externe veiligheid

Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's – met het voldoen aan normen – aanvaardbaar zijn en wanneer ze verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden.

25

De aanvaardbare risico's zijn vast gelegd in diverse besluiten. De belangrijkste in de ruimtelijke ordening zijn: a. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) b. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) c. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10-6/jaar). Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

Activiteitenbesluit (eventueel vuurwerkbesluit) Tot slot wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening ' (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit (of vuurwerkbesluit)

26

Beleidsvisie externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn op een bepaalde locatie.

Toetsing beleidsvisie De beoogde ontwikkeling voorziet in woningbouw en commerciële functies. De bewoners, medewerkers en aanwezigen worden als normaal zelfredzaam beschouwd. Deze objecten worden beschouwd als kwetsbaar object (naar analogie van het Bevi). Hiervoor zijn in het Uitvoeringskader EV, deel C de eisen geformuleerd. Deze eisen zijn vertaald in kleurenkaarten. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in een groen gebied. Kwetsbare objecten zijn hierin wel toegestaan. Er is geen strijdigheid met het gemeentelijke veiligheidsbeleid geconstateerd. Beschouwing risicobronnen De onderstaande risicobronnen zijn aanwezig in de nabijheid van de ontwikkeling:

Figuur: Uitsnede signaleringskaart externe veiligheid

27

Inrichtingen met gevaarlijke stoffen zijn gevestigd op het industrieterrein De Rietvelden. Echter blijkt uit een inventarisatie van de aanwezige risicobedrijven dat er geen risicocontour tot in het plangebied reikt. Andere risicovolle bedrijven, zoals LPG-tankstation, zijn ook allen op voldoende afstand gesitueerd.

Een buisleiding is ten oosten en zuiden gelegen van de planlocatie op meer dan 550 meter en is daarmee niet relevant voor deze ontwikkeling.

Transportroutes vervoer van gevaarlijke stoffen is gelegen op circa 350 meter van de bebouwing, te weten de Rijksweg A59. Het spoor is op grotere afstand gesitueerd.

De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.

Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. Voor de voorliggende locatie is alleen de Rijksweg A59 relevant.

Advies Veiligheidsregio: In overleg met de regionale brandweer is besloten dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied buiten 325 meter van relevante transportroutes (wegen of spoorwegen) geen aanvullende eisen vanuit externe veiligheid meer worden gesteld. Tevens is in het kader van de verantwoording van het GR niet meer nodig is om voor dergelijke ontwikkelingen advies in te winnen bij de regionale brandweer (Veiligheidsregio). Deze afspraak is tevens opgenomen in de gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. Een advies van de Veiligheidsregio is derhalve niet gevraagd en betrokken.

Conclusies en restrisico Risicobronnen zijn op voldoende afstand gesitueerd van het plangebied. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

5.6

Lucht

Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; PM2,5 fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen beperkend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en plannen. Uitgangspunt is dat een ruimtelijke plan (een project) niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10610224/1