37888969-c1ca-42e3-994a-2673223bce3f
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan en omgevingsvergunning ´Kerkstraat 6-8 Nuland’ (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 Nuland’, registratienummer 10868693)
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 1 van 7
I. De procedure Het ontwerp bestemmingsplan “Kerkstraat 6-8 Nuland" heeft, samen met de ontwerp omgevingsvergunning met ingang van 1 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening iedereen schriftelijk of mondeling bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch een zienswijze over het ontwerp bestemmingsplan kenbaar kunnen maken. Tevens was het gedurende deze termijn mogelijk om schriftelijk of mondeling bij het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente ’sHertogenbosch een zienswijze over de ontwerp omgevingsvergunning kenbaar te maken. De besluiten worden gecoördineerd voorbereid op grond van de coördinatieregeling zoals opgenomen in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en in de Coördinatieverordening Wro gemeente ’sHertogenbosch. Dit betekent dat de procedure tot verlening van de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de supermarkt gelijk oploopt met de bestemmingsplanprocedure. De bekendmaking stond op 29 januari 2021 in de Staatscourant, het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. De stukken lagen vanaf 1 februari 2021 gedurende 6 weken in de publieksruimte van het Stadskantoor ter inzage. Daarnaast waren ze in te zien via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.
Aangezien de procedures voor het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gecoördineerd zijn en er in de zienswijze verwezen wordt naar het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is ervoor gekozen om de zienswijzen op het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de volledigheid in één document op te nemen. II. De ingediende zienswijzen / ontvankelijkheid De termijn was op 16 maart 2021 afgelopen. Tegen het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning zijn 3 zienswijzen ingediend. Op 15 maart 2021 zijn de volgende zienswijzen ontvangen: -
Zienswijze 1: een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan Zienswijze 2: een zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning Zienswijze 3: een zienswijze op de ontwerp omgevingsvergunning
Door de indieners van zienswijze 2 en 3 is verzocht om een termijn voor het aanvullen van de zienswijzen. Hier is een termijn voor gegeven van 2 weken, gerekend vanaf de laatste datum van de termijn voor het indienen van de zienswijzen. Het was mogelijk om tot en met 29 maart 2021 een aanvulling op de zienswijze aan te leveren. Er is een aanvulling ontvangen op zienswijze 2 op 29 maart 2021. De aanvulling op de zienswijze is als e-mail ontvangen. Op ons verzoek is het emailbericht ook schriftelijk verzonden. Op de ingediende zienswijze 3 is binnen de termijn van verlenging geen aanvulling ontvangen. Omdat er geen inhoudelijke gronden zijn benoemd in de zienswijze is het niet mogelijk om hier verder inhoudelijk op in te gaan bij de beantwoording van de zienswijzen. De zienswijzen zijn binnen de termijnen ingediend en daarmee ontvankelijk.
III. Samenvatting ingediende zienswijzen Hieronder zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat in de nota opgenomen. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de volledige ingediende zienswijzen bij de opstelling van het antwoord is betrokken. De zienswijzen, zoals deze zijn ontvangen, liggen, in het kader van de (verdere) besluitvorming, ook volledig ter inzage bij de gemeenteraad. Inhoud zienswijze 1: 1. Reclamant geeft aan dat het plan in onvoldoende mate voldoet aan het Bomenbeleidsplan van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het Bomenbeleidsplan en de Bomenverordening worden door elkaar gehaald in de toelichting van het bestemmingsplan. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 2 van 7
2.
3.
4.
5.
Reclamant geeft aan dat het feit dat er bomen binnen het projectgebied kapvergunningplichtig zijn niet wil zeggen dat daarvoor een Boomeffectanalyse (BEA) moet worden opgesteld. Bij een wijziging van het bestemmingsplan moet er worden getoetst aan de voorwaarden onder de punten 8.2.1 en 8.2.3 van het Bomenbeleidsplan. Reclamant stelt dat de processtappen in tabel 6 onder punt 8.2.1 niet doorlopen zijn. Er is pas een bomeninventarisatie met een beperkte BEA opgesteld toen het ontwerp al in grote lijnen vastlag. Een inpasbaarheidsonderzoek in de verkenningsfase/planfase is volgens reclamant niet uitgevoerd. Reclamant stelt vast dat het college het stappenplan (PPB) niet consequent heeft toegepast en de bomendeskundige van de gemeente, zoals toegelicht onder punt 8.2.1 en uitgeschreven onder 8.2.3 onvoldoende zijn meegenomen en te laat in stelling zijn gebracht. Door het onvoldoende toepassen van de eisen, uitgangspunten en richtlijnen uit het Bomenbeleidsplan voldoet de afweging welke bomen in te passen, te verplanten of te kappen en compenseren niet aan het door de gemeenteraad vastgestelde bomenbeleid. Reclamant constateert dat in de ruimtelijke-functionele onderbouwing het Bomenbeleidsplan in het geheel niet voorkomt. Vanwege het ontbreken van het Bomenbeleidsplan kan de ruimtelijke onderbouwing niet dienen als een ruimtelijke en functionele onderbouwing.
Reclamant constateert dat het Bomenbeleidsplan niet wordt benoemd in de raadsinformatiebrief en dat alleen de ecologische waarden van de houtopstanden worden aangehaald. Er wordt gesproken over “enkele” houtopstanden terwijl het gaat om 29 bomen. Dit wordt gezien als een ernstig gebrek. Het Bomenbeleidsplan schrijft een bomeninventarisatie voor en geen Quickscan.
Inhoud zienswijze 2: 1. Reclamant vreest de toename van geluid, te denken valt aan autogeluid, dichtslaande portieren, stemgeluid en rammelende winkelwagens en bedrijvigheid direct naast en achter zijn perceel en mogelijk ook vanaf de wegzijde door de entree van de parkeervoorzieningen. 2. Reclamant stelt dat de privacy zal worden aangetast en er bestaat een kans dat de sociale onveiligheid toeneemt. Bijvoorbeeld door hangjongeren die op de parkeerplaats tot ’s avonds laat bivakkeren. 3. Reclamant stelt dat een enkele afscheiding onvoldoende is om hinder veroorzakende aspecten te voorkomen en voldoende te beperken. 4. Reclamant stelt dat de waarde van het onroerend goed substantieel zal afnemen en zal de planschaderegeling dat tekort niet afdekken. Het waardeverlies had expliciet in de belangenafweging meegenomen had dienen te worden, naast de hinderaspecten zoals ook aangeduid in de zienswijze. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur brengen met zich mee dat actief de belangen/omgevingsfactoren in kaart moeten worden gebracht en vervolgens in de afweging meegenomen dien(d)en te worden.
Inhoud zienswijze 3: 1. Er wordt aangegeven een zienswijze in te dienen tegen de ontwerp omgevingsvergunning voor de kap van de bomen en de aanleg en uitbreiding van een parkeerplaats. Er wordt verzocht om een termijn voor het aanleveren van een gemotiveerde zienswijze.
IV.
Antwoord op de zienswijze
Antwoorden zienswijze 1
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 3 van 7
Algemeen: De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft in zijn openbare vergadering van 9 maart 2021 besloten om de Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch vast te stellen. In de verordening is in artikel 8.1 een overgangsbepaling opgenomen. Wanneer een aanvraag voor inwerkingtreding van de verordening is ontvangen wordt deze beoordeeld op basis van de voorheen geldende Bomenverordening. Het gaat hier om een procedure waarbij het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gecoördineerd worden voorbereid conform de ‘Coördinatieverordening Wro gemeente ’sHertogenbosch’. De aanvraag voor de omgevingsvergunning en de bijbehorende onderzoeken zijn nog voor de inwerkingtreding van de Verordening Bomen, Water en Groen ingediend. Daarom wordt in het bestemmingsplan en bij de beantwoording van de zienswijze verwezen naar het Bomenbeleidsplan en de Bomenverordening.
Ad. 1: In de toelichting is in plaats van de Bomenverordening 2010 een verwijzing opgenomen naar het Bomenbeleidsplan 2010 in paragraaf 3.3.4. Verder wordt overal correct verwezen naar het Bomenbeleidsplan in de toelichting. Het plan is getoetst aan het Bomenbeleidsplan. Zie antwoord onder 2. De verwijzing naar de Bomenverordening in plaats van het Bomenbeleidsplan zal worden aangepast in de toelichting. Ad. 2: Alle onderdelen zoals beschreven in tabel 8.2.1 van het bomenbeleidsplan zijn doorlopen. Er is in de planfase door initiatiefnemer bepaald welke rol het project heeft op de bomen binnen het projectgebied. Van verschillende ontwerpen voor de inrichting van de buitenruimte is het effect bekeken op de aanwezige bomen. De Bomen Effect Analyse, welke is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting is aangepast op het definitieve ontwerp. Voor de eerdere ontwerpen van het parkeerterrein is ook een Boomeffectanalyse uitgevoerd. Het ontwerp lag dus nog niet vast. Daarnaast is de inpasbaarheid van de bomen onderzocht. Er is een bomeninventarisatie uitgevoerd waarbij tevens de boomkwaliteit van de aanwezige bomen in kaart is gebracht. Er is op basis van het bouwplan gekeken in hoeverre het mogelijk is om de bestaande bomen te behouden en welke maatregelen daarvoor nodig zijn.
Hieruit volgt de conclusie dat het noodzakelijk is om een groot aantal van de bomen te kappen om de benodigde ruimte te creëren voor de uitbreiding van de supermarkt en het aanleggen van het parkeerterrein. Door de situering van het perceel en de noodzaak om het parkeerterrein uit te breiden vanwege de parkeernorm is het voor een groot gedeelte van de bomen niet mogelijk om deze te behouden. De ruimte die beschikbaar zou moeten blijven rondom de bomen zorgt ervoor dat erg veel parkeerplaatsen komen te vervallen. Daarnaast moet een aantal bomen gekapt worden omdat de supermarkt op dit gedeelte wordt aangepast of om de ontsluiting van het parkeerterrein vorm te geven. Met het laten staan van de bomen zou het ook niet meer mogelijk zijn om de benodigde parkeerplaatsen te realiseren. In het huidige plan wordt 1 parkeerplaats minder gerealiseerd dan er volgens de parkeernorm nodig is. De benodigde aanpassingen om meer bomen te kunnen behouden in het ontwerp zijn grootschalig van aard, zoals het opheffen van parkeervakken en het niet kunnen realiseren van de ontsluiting. Omdat er voldoende ruimte moet zijn voor de parkeergelegenheid en omdat de aanleg hiervan zodanige impact heeft op de bomen, met name de wortelstelsels, is geadviseerd om de bomen te kappen en nieuwe bomen te planten.
Voor het behoud van de Hollandse linde met boomnummer 22 zijn specifieke maatregelen van toepassing. Behoud van deze boom is door het beeldbepalende karakter aanbevolen. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met deze boom en de groeiruimte, zodat deze boom behouden kan blijven. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 4 van 7
Er is vervolgens gekeken in hoeverre het, op basis van het ontwerp, mogelijk is om bomen toe te voegen. Dit heeft er toe geleid dat het bestaande (noordelijke) parkeerterrein heringericht wordt en dat hier 7 nieuwe bomen worden geplant en er een groene strook met beplanting wordt toegevoegd. Hierdoor wordt dit bestaande parkeerterrein groener ingericht. Op het nieuwe parkeerterrein worden ook nieuwe bomen geplant en het gebouw wordt voorzien van een groene gevel. De kapvergunningsplicht voor de bomen in dit project is in beeld gebracht en beschreven in de toelichting en de Bomen Effect Analyse, zoals opgenomen onder bijlage 3 bij de toelichting. Er zijn 11 bomen kapvergunningsplichtig in het plan. De kap van de bomen en de compensatie hiervan door het planten van 12 bomen is opgenomen in het ontwerp van de omgevingsvergunning. De ontwerp omgevingsvergunning en bijbehorende bestanden zijn gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan gepubliceerd. In een later stadium, uiterlijk 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden, moet er door de initiatiefnemers een boombeschermingsplan worden aangeleverd. Er is in de afweging welke bomen in te passen, te verplanten of te kappen en compenseren in voldoende mate rekening gehouden met het bomenbeleid. Dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond.
Ad. 3: Zie beantwoording onder 2. Hier zijn de genomen stappen beschreven om tot de keuze te komen welke bomen in te passen, te verplanten of te kappen en compenseren en de relatie tot het bomenbeleid. Dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond.
Ad. 4: In de toelichting van het bestemmingsplan is het Bomenbeleidsplan opgenomen. Dit wordt onder het gemeentelijk beleid benoemd. Daarnaast is in de planbeschrijving van de toelichting opgenomen onder 4.4 op welke manier dit onderdeel in het plan verwerkt is. De ruimtelijk-functionele onderbouwing, zoals opgenomen als bijlage bij de toelichting dient om aan te tonen dat er sprake is van een ontwikkeling waar behoefte aan is, deze toets is niet verplicht op basis van de Ladder van duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro). In de ruimtelijk-functionele onderbouwing is het aanbod van supermarkten, levensmiddelenspeciaalzaken en winkels met artikelen voor persoonlijke verzorging onderzocht. Daarnaast is er gekeken naar het supermarktaanbod in de omgeving en de relevante trends. De opgenomen beleidskaders hebben betrekking op het ruimtelijk beleid en detailhandelsbeleid van de provincie en de gemeente omdat deze van belang zijn bij het uitbreiden van de supermarkt. Dit is dus geen uitputtende lijst van het gemeentelijk beleid. Het relevante gemeentelijke beleid bij de ontwikkeling is opgenomen in de toelichting. Hier komt het Bomenbeleidsplan in terug. Dit onderdeel van de zienswijze is dan ook ongegrond.
Ad. 5: De quickscan voor Flora en fauna is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. In dat kader wordt er gesproken over houtopstanden omdat deze term ook gehanteerd wordt in de Wet natuurbescherming. In dat kader is de uitdrukking enkele houtopstanden Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 5 van 7
overgenomen uit het onderzoek en vermeld in de raadsinformatiebrief. Het inrichtingsplan is opgenomen en de ontwikkeling is beschreven in de raadsinformatiebrief. Dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond. Conclusie: De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Het aanpassen van de verwijzing naar de Bomenverordening in de toelichting heeft geen juridische gevolgen.
Antwoorden zienswijze 2 Ad. 1: Om de mogelijke effecten van de beoogde ontwikkelingen in beeld te brengen is er een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, opgesteld door De Roever Omgevingsadvies d.d. 6 augustus 2020. Het akoestisch onderzoek is bijgevoegd als bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Doel van het onderzoek is om de impact van de geluidsbelasting ten gevolge van de beoogde ontwikkeling in de directe omgeving te bepalen zodat een afweging gemaakt kan worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de toekomstige bedrijfsvoering haalbaar en uitvoerbaar is. In de geluidsberekening is uitgegaan van verschillende geluidbronnen om de geluidsbelasting in een representatieve bedrijfssituatie te bepalen. Het akoestisch onderzoek gaat hierbij uit van de drukste dag ofwel de worstcase situatie. Zowel het langtijdgemiddelde geluidsniveau als de maximale geluidsniveaus (piekgeluiden) zijn inzichtelijk gemaakt op de geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving. Tevens is de geluidsbelasting in de tuinen van de omliggende woningen inzichtelijk gemaakt, dit in het kader van de goede ruimtelijke ordening. De geluidsbronnen die in het akoestisch onderzoek zijn verwerkt, zijn onder andere personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, winkelwagens en dakinstallaties.
Bij de voertuigen is ook het optrekken meegenomen van de voertuigen en de dichtslaande portieren. Er zijn in het plan voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in artikel 3.4.1 Voorwaardelijke verplichtingen akoestiek ter borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het gaat hier om het realiseren en in stand houden van (geluidsreducerende) erfafscheidingen, het gebruik van stille winkelwagens en het gebruik van een stil verhardingstype op het parkeerterrein. Op deze manier wordt het geluid richting de omwonenden beperkt en doordat deze voorwaardelijke verplichtingen opgenomen zijn, is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Het akoestisch woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen en in de tuinen wordt aanvaardbaar geacht. De zienswijze is ongegrond. Ad. 2: Er wordt een erfafscheiding geplaatst op het parkeerterrein met een hoogte van 2 meter om een afscheiding te creëren. Voorheen was dit gedeelte in gebruik als tuin van de naastgelegen woning. Deze erfafscheiding voorkomt tevens zo veel mogelijk het zicht op de tuin, zodat de privacy niet aangetast zal worden. Er wordt door de exploitant een poort geplaatst aan de voorzijde van het parkeerterrein. Daarnaast worden er, los van de maatregelen die zijn opgenomen in de inrichting van het terrein, door de exploitant van de supermarkt maatregelen genomen om sociale onveiligheid tegen te gaan.
De exploitant heeft aangegeven dat de parkeerplaats verlicht zal worden én voorzien zal worden van camerabewaking. En tevens dat de poort na sluitingstijd wordt gesloten. Er worden vanuit exploitant voldoende maatregelen genomen om eventuele overlast tegen te gaan, dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 6 van 7
Ad. 3: Er is een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen om geluidreducerende maatregelen te treffen om eventueel optredende geluidsoverlast zo goed als mogelijk tegen te gaan en daarnaast worden er aanvullende maatregelen genomen vanuit de initiatiefnemer (stille winkelwagens en een stil verhandingstype op het parkeerterrein. Onderdeel van de voorwaardelijke verplichting is dat een erfafscheiding ‘gesloten’ moet zijn en een minimale massa van 10 kg/m 2 moet hebben. Dit is conform de Handreiking meten en rekenen industrielawaai, waarmee het voldoet aan de vereisten en middels het opnemen van deze voorwaardelijke verplichting in de regels tevens geborgd is. Dit aspect is voldoende meegenomen en dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond. Ad. 4: Wanneer er waardeverlies wordt verwacht vanwege de ontwikkeling dan is het mogelijk om een verzoek tot een tegemoetkoming vanwege planschade in te dienen. De belangen van de omgeving zijn meegenomen in het plan, dit is meegenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden tussen de omwonenden en de initiatiefnemer.
Diverse maatregelen zoals het kappen/herplanten van bomen, het aanpassen van laad- en lostijden, aanpassen/plaatsen van de afscheiding tussen de parkeerterreinen van de supermarkt en de tuinen van omwonenden zijn doorgesproken en tot stand gekomen na overleg. Dit gedeelte van de zienswijze is ongegrond. Conclusie: De zienswijze is ongegrond. Antwoord zienswijze 3: 1. Deze zienswijze is gericht op de ontwerp omgevingsvergunning met activiteit kappen. Er is geen inhoudelijke aanvulling ontvangen op de zienswijze. Omdat er geen inhoudelijke gronden zijn benoemd in de zienswijze is het niet mogelijk om dit verder mee te nemen in de beantwoording. Voor een nadere toelichting aangaande het kappen van de bomen en het uitbreiden van het parkeerterrein wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1. De zienswijze is ongegrond.
Conclusie De ingediende zienswijzen zijn deels gegrond en deels ongegrond. Op basis van de ingediende zienswijzen zal de verwijzing naar de Bomenverordening worden toegevoegd in de toelichting. Voor de overige punten leiden de zienswijzen niet tot planaanpassingen. Aan het belang van het realiseren van het plan moet een groter gewicht worden toegekend dan aan het belang van de indieners van zienswijzen.
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan ‘Kerkstraat 6-8 te Nuland’ Pagina 7 van 7