CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Jongerenwerk Versterkt

Gemeenteraad 31 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Sociale Basisinfrastructuur 2023-20247.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jongerenwerk versterkt

Evaluatief onderzoek en advies Jongerenwerk in ’s-Hertogenbosch

Door Alma van Bommel, onafhankelijk adviseur in opdracht van gemeente ’s-Hertogenbosch. 7 april 2022

Jongerenwerk versterkt Inhoudsopgave 1 5 2 6 3 8 4 3

Achtergrondinformatie onderzoeks- en adviesvraag

p. 3

Schets aanpak onderzoek

p. 5

Bevindingen met betrekking tot de onderzoeksvragen

p. 6

Overige bevindingen vanuit dit onderzoek 4a

De vijf gehoorde perspectieven samengevat

4b

Landelijk onderzoek, deskundigheid en good practices

5 Analyse en conclusies 15 Advies 6 12

21

6a

Korte termijn

6b

Langere termijn

Bijlagen*

p. 8

p. 12 p. 15

Bijlage 1 Introductiebrief van gemeente voor onderzoeker Bijlage 2 Lijst met relevante literatuur en geraadpleegde contacten/organisaties Bijlage 3 Overzicht door betrokken partijen verwoorde perspectieven

* De bijlagen van dit rapport zijn separaat opgenomen ivm privacy van de geïnterviewden. De bijlagen kunnen worden opgevraagd bij de Gemeente ‘s-Hertogenbosch.

2

Jongerenwerk versterkt Achtergrondinformatie onderzoeks- en adviesvraag

1

Achtergrondinformatie onderzoeks- en adviesvraag In 2019 heeft het college van B&W een inkoopstrategie voor de basisondersteuning vastgesteld en een inkoopopdracht voor Farent, MEE, GGD en Humanitas (FMHG). Sinds 1 januari 2020 geeft FMGH uitvoering aan deze opdracht. De opdracht heeft een looptijd van 3 jaar tot 1 januari 2023. Vanaf 1 januari 2023 wil het college de inkoopovereenkomst met 2 jaar verlengen op basis van een aangescherpte inkoopopdracht. Dit onderzoek richt zich op opdracht 7 van de inkoopopdracht, waarbij deelopdracht 7a, het stedelijk jongerenwerk, wordt uitgevoerd door PowerUp073 en deelopdracht 7b, het jongerenwerk in Noord, wordt uitgevoerd in samenwerking door PowerUp073 en Hambaken Connect. Deze laatste ontvangt voor de uitvoering een subsidie.

De gemeente wil de inkoopopdracht basisondersteuning aanscherpen en door ontwikkelen. Daarbij is specifieke aandacht gevraagd voor de beoogde verlengde inkoopopdracht voor Farent (FMGH), waarbij de gemeente ook de beschikking aan Hambaken Connect wil meenemen in een onderzoek en waar nodig verbeteren. In de Raadsinformatiebrief ‘Verlengen inkoopovereenkomst basisondersteuning met 2 jaren’ van december 2021 constateert het college dat de doelen van de inkoopstrategie (samenwerking, flexibiliteit en maatschappelijke impact) niet volledig zijn gerealiseerd door FMGH en Hambaken Connect. Specifiek voor deelopdracht 7 vraagt de gemeente zich af of de doelstellingen in voldoende mate behaald worden en mist daarvan een goed beeld. Voor de aanscherping van deelopdracht 7a en 7b heeft het college opdracht gegeven voor de uitvoering van een onafhankelijk evaluatief onderzoek om in beeld te brengen hoe het jongerenwerk thans bijdraagt aan talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid en in welke mate er in het jongerenwerk wordt ingespeeld op actuele maatschappelijke ontwikkelingen die voor jongeren kansen of risico’s met zich meebrengen.

Daarnaast wil de gemeente zicht krijgen op de verdeling van de capaciteit van het jongerenwerk over de wijken, waarbij de toename van de jongeren in de Groote Wielen wellicht vraagt om een andere verdeling van capaciteit op basis van doelgroep en wijk. De vraag naar verbetermogelijkheden in de meest brede zin maakt deel uit van de evaluatie. Met het oog op de toekomst vormt het jongerenwerk voor de gemeente een prioritair thema.

3

Dit vertaalt zich naar de volgende vraagstelling voor het evaluatief onderzoek: 1. 1

Hoe staat het met de jongeren in ‘s-Hertogenbosch op de thema’s talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid op basis van beschikbare data?

2. 2

Kom tot een kwalitatieve analyse gericht op de rol die het jongerenwerk kan spelen op de thema’s talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid, hoe het jongerenwerk op deze thema’s een rol kan spelen, met welke partners het jongerenwerk kan samenwerken. Bron voor deze kwalitatieve analyse zijn gesprekken met jongeren, jongerenwerkers, werkers op scholen, cultuur en sport, vrijwilligersorganisaties en gemeentelijke afdelingen jeugd, sport, cultuur, openbare orde en veiligheid en wijkmanagement.

3. 3

Maak een vertaling van deze analyses in aanbevelingen voor de aanscherping van de opdracht voor het jongerenwerk vanaf 2023.

Jongerenwerk versterkt Achtergrondinformatie onderzoeks- en adviesvraag

Als achtergrondinformatie onderstaand de uitgangspunten waarover de gemeente zich in 2019 in de inkoopstrategie (na consultatie van betrokken organisaties) expliciet uitspreekt. De gehanteerde lijn in de inkoopopdracht is dat de opdrachtgever bepaalt wat er moet gebeuren en welke resultaten moeten worden geleverd en dat de uitvoerende organisaties bepalen hoe zij hier vorm aan geven om de aangegeven resultaten te bereiken. −

De prioritaire thema’s uit het bestuursakkoord zijn talentontwikkeling, positieve gezondheid en aanpak van eenzaamheid;

−

Er is ruimte voor nieuwe initiatieven van bewoners en het faciliteren van o.a. Right to Challenge, waar echter bij nieuwe initiatieven niet gestapeld maar vervangen wordt.

−

Meerjarige financiële zekerheid wordt geboden aan organisaties en initiatieven die zich in de afgelopen jaren bewezen hebben;

−

Periodiek evalueren en indien nodig herijken van inzet op basis van de behaalde resultaten en effecten;

−

Het bestaande lumpsum budget van de basisinfrastructuur is het uitgangspunt, de gezamenlijke en integrale opdracht gaat er van uit dat de structureel beschikbare middelen kaderstellend zijn en ruimte bieden voor noodzakelijk geachte flexibiliteit.

En daarnaast is later toegevoegd: −

Vanuit extra middelen: versterking van de relatie tussen basisondersteuning en onderwijs door het laagdrempelig in en om de school organiseren van hulp;

−

Het inzetten op preventief sociaal werk om verwijzingen naar de specialistische hulp te reduceren (geconstateerd werd dat deze toenam, ondanks afname van het absolute aantal jongeren in ’s-Hertogenbosch);

−

Het realiseren van een dekkend ondersteuningsaanbod.

4

Jongerenwerk versterkt Schets aanpak onderzoek

2

Schets aanpak onderzoek In het onderzoek is door de onafhankelijk onderzoeker in vier stappen gewerkt aan:

a1.

2. b

c3.

Een analyse van de beschikbare data (veelal kwantitatief) over het Jongerenwerk in ’s-Hertogenbosch, waaronder ook de inkoopstrategie, de inkoopopdracht 2020-2023 en de relevante kwartaalcijfers 2020 en 2021 Een analyse van een relevant aantal beschikbare wetenschappelijke onderzoeken m.b.t. jongerenwerk alsmede gesprekken met (ervarings)deskundigen buiten de gemeente ’s-Hertogenbosch. Hieronder ook kwaliteitsonderzoekers in het sociale domein. Een kwalitatieve analyse gericht op de rol die het jongerenwerk speelt op de thema’s talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid. Met toekomstgericht de vraag hoe het jongerenwerk het beste op deze thema’s een rol kan spelen en met welke partners het jongerenwerk kan samenwerken. Bron voor deze kwalitatieve analyse zijn gesprekken met o.a. jongeren, jongerenwerkers, werkers op scholen, cultuur en sport, bestuurders en verantwoordelijken van relevante organisaties en binnen gemeentelijke afdelingen jeugd, sport, cultuur en wijkmanagement.

4. d

Een vertaling van deze analyses in een rapportage met aanbevelingen voor de aanscherping van de opdracht voor het jongerenwerk vanaf 2023. Met aandacht voor:

−

Optimalisering van de bijdrage van het jongerenwerk m.b.t. talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid

−

Verbetering van de samenwerking binnen de basisondersteuning en met andere partners om doublures en overlap te voorkomen en zo te komen tot 1+1=3

−

Flexibiliteit van de basisondersteuning om in te kunnen spelen op actuele (maatschappelijke) ontwikkelingen.

−

Het creëren van maatschappelijke impact voor de jongeren van de gemeente.

−

Adviezen ten aanzien van aanscherping van de vernieuwde inkoopopdracht jongerenwerk 2023 e.v., waarbij ook aandacht is voor de uitgangspunten bij de verdeling van capaciteit (situatie Groote Wielen)

N.B. Naast dit evaluatief onderzoek en het uit te brengen advies is een evaluatie gevraagd van de uitvoering van de adviezen van de onafhankelijk kwartiermaker met betrekking tot Jongerencentrum de Poort (thans Noord), uitgevoerd door PowerUp073 en HambakenConnect. In 2021 is rondom het jongerenwerk in Noord na een onderzoek een advies aan het college van B&W uitgebracht (Jongeren gehoord, 17 juli 2021) door de kwartiermaker. Dit advies is integraal overgenomen en na de zomer 2021 in werking gezet. M.b.t. de aanbevelingen uit dit rapport (Jongeren gehoord, 17 juli 2021) wordt een kwalitatieve evaluatie gevraagd die input en advies oplevert voor het vervolg. Deze evaluatie wordt in mei/juni 2022 uitgevoerd en vormt geen onderdeel van dit rapport.

5

Jongerenwerk versterkt Bevindingen met betrekking tot de onderzoeksvragen

3

Bevindingen met betrekking tot de onderzoeksvragen 3.1 Hoe staat het met de jongeren in ‘s-Hertogenbosch op de thema’s talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid op basis van beschikbare data? Informatie over hoe het staat met de jongeren is voornamelijk te halen uit periodieke onderzoeken van de GGD en de gemeente, uit de wijkfoto’s en uit de vier Wijkuitvoeringsplannen. Op basis van die cijfers over jongeren van 12-17 jaar en 18-23 jaar ontstaat een beeld van de aandachtsgebieden en de aantallen jongeren die het betreft (zie bijv. magazine PowerUp073 – Jij bent je eigen held). Daar wordt op wijkniveau (soms ook stedelijk) een breed activiteitenprogramma op gebaseerd, met daarnaast ambulant jongerenwerk en individuele ondersteuning. Er zijn vanuit de opdrachtnemers kwantitatieve kwartaalrapportages die laten zien wat de deelname aan de activiteiten was, er zijn tweewekelijke updates (de poho’s) met informatie over de activiteiten in de 4 wijken en er is in november 2021 door FMGH over de eerste 3 kwartalen van 2021 een verantwoording van de basisondersteuning aan de gemeente gepresenteerd, waarbij ten aanzien van deelgebied 7 ook Hambaken Connect input leverde. Een jaarverslag dat naast de inzet ook duidelijk de ambities verwoordt. Helder wordt verwoord dat er door de partijen in het jongerenwerk gezamenlijk vanuit een

integrale aanpak, anticiperend, preventief en op maat wordt gewerkt aan de doelen vanuit de inkoopopdracht. Ondanks al deze informatie is het in beeld brengen van de resultaten en de impact van het jongerenwerk geen (systematisch) onderdeel van de verantwoording over de uitvoering. Er zijn naast deelnamecijfers ook persoonlijke verhalen en reflecties, die een impressie van de ondersteuning en het belang daarvan voor jongeren geven. De ambities worden echter niet kwantitatief vertaald en de effecten niet structureel gemeten. Daardoor wordt niet (in voldoende mate) duidelijk gemaakt wat het effect van het jongerenwerk is op de betreffende jongeren en op het probleemthema. De volgende jongerenmonitor zal de stand van zaken met betrekking tot de jongeren in (de wijken van) de gemeente inzichtelijk maken op dat moment, maar dat betreft niet dezelfde jongeren als in het vorige onderzoek en de jongeren waar interventies voor zijn gepleegd. Er vindt dus in feite geen aantoonbare effectmeting plaats.

6

Jongerenwerk versterkt Bevindingen met betrekking tot de onderzoeksvragen

3.2

Een kwalitatieve analyse gericht op de rol die het jongerenwerk kan spelen op de thema’s talentontwikkeling, gelijke kansen en positieve gezondheid, hoe het jongerenwerk op deze thema’s een rol kan spelen, met welke partners het jongerenwerk kan samenwerken.

Vanuit diverse gesprekken met jongeren, jongerenwerkers, werkers op scholen, cultuur en sport, vrijwilligersorganisaties, gemeentelijke afdelingen en wijkmanagers blijkt een grote motivatie en inzet voor jongerenwerk. De prioritaire thema’s zijn niet altijd expliciet in het handelen, soms ook worden de thema’s niet door iedereen hetzelfde benoemd, maar ze vormen wel de basis voor de activiteitenprogramma’s. Richting uitvoering zie je een groter wordende invloed van persoonlijke keuzes vanuit de diverse jongerenwerkers, hun individuele werkwijze en de vraag van de jongeren. Lang niet alle jongeren die in het onderzoek betrokken werden zijn (bewust) bekend met het jongerenwerk. Dat komt overeen met de gegevens uit de gemeentelijke monitor. Er ligt met betrekking tot het bereiken van impact op de doelthema’s een kans en uitdaging in het bereiken van meer jongeren met betrekking tot jongerenwerk en maatschappelijke participatie. Dit is zeker ook het geval in wijken waarin veel jongeren zijn, maar ze niet echt in beeld komen (bijvoorbeeld in de Groote Wielen). Mogelijk zijn zij veelal thuis of meer online actief dan in de wijk of stad. M.n. het thema positieve gezondheid (ook mentaal) kan hierdoor onvoldoende aandacht krijgen. Herhaald kwam de vraag naar voren hoe je jongeren in beeld krijgt (en zij het jongerenwerk).

De rol van het ambulante jongerenwerk wordt daarin als de belangrijkste

genoemd. Vindplaatsen kunnen ook uitgebreid worden met scholen en met stedelijke activiteiten, waarmee de doelgroep ook breder wordt dan alleen de jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben, alhoewel zij in ieders beleving (ook die van jongeren zelf) prioriteit in de aandacht en een passend aanbod nodig hebben. Het verbinden van het jongerenwerk en de scholen is gestart maar kent nog veel onduidelijkheden, waardoor er een risico in de opbouw en continuïteit gesignaleerd wordt. Dit vraagt om een gedeelde visie, afstemming en explicitering. De stuurgroep schooljongerenwerk vormt daarin een verbindende rol tussen gemeente en onderwijs. Samenwerking is in het jongerenwerk een duidelijk uitgangspunt, maar door de vele spelers in het veld is er regelmatig sprake van onduidelijkheid in de rolneming en regievoering. Daar heeft men last van en het draagt soms bij aan wederzijdse irritatie. Niet alleen wordt de hoeveelheid spelers op het veld als groot ervaren, ook de initiatieven, programma’s en doelsubsidies zijn voor velen in het onderzoek wel erg groot. Daarbij werd herhaaldelijk het risico genoemd van overlap, lacunes en tijdelijkheid in inzet en effecten, terwijl duidelijkheid en duurzaamheid de wens is.

In de gesprekken met diverse uitvoerende partners lijkt het organisatiebelang en de eigen identiteit soms bovengeschikt aan het collectief belang van de jongeren in de gemeente.

3.3 Een vertaling van deze analyses in aanbevelingen voor de aanscherping van de opdracht voor het jongerenwerk vanaf 2023. Concreet betekent dit voor de aanscherping van de inkoopopdracht, dat expliciet aandacht zou moeten worden besteed aan en afspraken gemaakt over: −

7

De focus en doelstellingen van het jongerenwerk, waarbij onderliggende data en gekozen prioriteiten het uitgangspunt vormen op bestuurlijk en uitvoerend niveau. Dit betekent voor de gemeente het aanscherpen van het WAT met inbreng van een stem van de opdrachtnemers (zijnde de professionals), bij voorkeur door co-creatie aan de voorkant, of een gedegen consultatie. Daarmee ontstaat ook meer gedeeld eigenaarschap.

−

Het gericht en systematisch monitoren en verantwoording afleggen over de (gemeten) resultaten op een eenduidige wijze die door alle partijen wordt onderschreven en gepraktiseerd. Dat vraagt een gezamenlijk leertraject en een proactieve rol vanuit de professionele organisaties. En vervolgens sturing van opdrachtgever naar opdrachtnemer en binnen de organisaties van bestuur naar coördinatie naar uitvoering.

−

De samenwerking met het onderwijs (en eventuele andere partners) in samenspraak vorm geven, waarbij aandacht is voor de rollen, regie, structurele financiering en continuïteit.

Jongerenwerk versterkt Overige bevindingen vanuit dit onderzoek

4

Overige bevindingen vanuit dit onderzoek Tijdens de vier stappen (zie 2 a t/m 2d) in het onderzoek bleek dat bij ieder die met of voor jongeren werkt, de wens om alle jongeren kansen en perspectief op een goede toekomst te bieden groot is. De verschillende actoren benoemen zonder uitzondering het jongerenwerk als cruciaal voor jongeren en de stad, zij zetten zich daar maximaal voor in, maar hebben toch regelmatig een ander beeld van de situatie. Beelden die niet altijd op grond van cijfers tot stand komen, maar veelal op grond van waarnemingen, aannames of (on)bekendheid met de verschillende posities, verwachtingen of feiten. In de bijlage worden deze vijf (groeps) perspectieven verwoord zoals ze in de diverse persoonlijke gesprekken zijn genoemd. Het geeft zicht op wat er gedacht en verwacht wordt en van waaruit men handelt of stuurt. Niet op de persoonlijke maar wel op de institutionele lijn wordt kritisch naar elkaar gekeken en geoordeeld, er wordt meer van de ander verwacht dan waargemaakt lijkt te worden. Dat creëert afstand en heeft invloed op de samenwerking en het wederzijds vertrouwen. Er lijkt sprake van een kloof in plaats van gedeeld eigenaarschap. De perspectieven laten echter ook zien dat er gedeelde doelen zijn van waaruit via samenwerking de ervaren afstand tussen opdrachtgever en opdrachtnemers verkleind kan worden.

Deze bevindingen zijn meegenomen in de analyse en de adviezen.

4a

De vijf gehoorde perspectieven samengevat

1 De gemeente als opdrachtgever Er is met negen medewerkers van de gemeente gesproken. Unaniem geeft men aan van het WAT en niet van het HOE te zijn, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Soms speelt tussen opdrachtgever en opdrachtnemer daarbij onduidelijkheid, aanpassingen of verschil in interpretaties van het WAT, maar soms speelt ook rolbewustzijn en rolvastheid een rol. Dat lijkt zowel voor de gemeente te gelden (soms te top down, dingen naar zich toe trekkend, of moeten acteren op korte termijn doelsubsidies) als voor de uitvoerende organisaties (soms te autonoom, solistisch of juist te afwachtend).

De gemeente mist een systematisch zicht op de impact van het jongerenwerk en wil meer afstemming en eenduidigheid in het monitoren. Een meer pro-actieve rol, meer data-based initiatieven, een adequate en zelfkritische verantwoording vanuit een professionele opdrachtinvulling van de organisaties zou het jongerenwerk en de onderlinge samenwerking versterken.

8

Jongerenwerk versterkt Overige bevindingen vanuit dit onderzoek

2

Organisaties als opdrachtnemer Er is met vier bestuursleden gesproken, waarbij ook JC NumberOne vertegenwoordigd was, ondanks dat ze formeel geen onderdeel van de inkoopopdracht zijn. Het beeld is dat de gemeente soms te dicht op de uitvoering (het HOE) zit en te weinig ruimte laat aan de professionele organisaties. De vele organisaties, programma’s en actoren maken het niet altijd overzichtelijk waar de regie ligt. Er is de wens om meer co-creatie aan de voorkant te realiseren (over het WAT en daaraan gekoppeld zeker ook over de wijze van monitoren en verantwoording afleggen), zodat er vervolgens meer ruimte en autonomie voor de organisaties is. De incidentele subsidies en de snelle benodigde inzet van jongerenwerkers daarin maken dat de basisondersteuning en de samenwerking tussen partijen soms onder druk komt te staan.

3

Coördinatie en uitvoering van jongerenwerk Gesproken is met drie coördinatoren, zeven jongerenwerkers on the job en twee wijkmanagers. Er is er een duidelijk gerichte aandacht op de jongeren die een steuntje in de rug nodig hebben tijdens het opgroeien. Er wordt vooral ingezet op maatwerk en een preventieve aanpak. Men biedt op wijkniveau een rijk activiteitenprogramma op grond van data uit onderzoeken en bevindingen, zo zijn er o.a. de WUP’s (wijkuitvoeringsplannen), de jongerenmonitor en het onderzoek van de GGD, gegevens van de scholen, de wijkmanagers en de gemeente (O&S). Het programma wordt getoetst aan drie thema’s zoals PU073 deze hanteert. De resultaten van de inzet worden niet systematisch in beeld gebracht. De kwartaalrapportages laten het aantal deelnemers bij activiteiten zien, maar men is ook bekend met kwalitatieve terugkoppelingen zoals in het jaarverslag en een special edition van PU073. Daaromheen is de aandacht individueel gericht en past men het programma aan als de situatie (bijv. corona) daarom vraagt. De contacten met de gemeente zijn positief, maar de aansturing vanuit de gemeente wordt niet altijd als transparant ervaren, bijvoorbeeld over wat de doelstellingen van het jongerenwerk nu precies zijn, welke prioriteiten er gesteld worden, hoe er gemonitord moet worden. Men ervaart dat huidige monitoring in de ogen van de gemeente niet snel voldoet.

Wie voor de gewenste duidelijkheid verantwoordelijk is, lijkt in de complexe lijnen niet altijd in beeld. Men verwacht meer en anders van de gemeente dan nu het geval is. De eigen organisatie wordt daarin niet of minder aangesproken.

9

Men werkt data-based, maar dat kan volgens eigen bevinding nog meer. Ook is er de wens om meer wetenschappelijk onderzoek deel uit te laten maken van het Jongerenwerk. De onderlinge samenwerking tussen uitvoerders wordt positief gewaardeerd, maar tegelijkertijd is het behouden van de eigen organisatie-identiteit en autonomie belangrijk. Het voorbeeld van NumberOne (niet zijnde onderdeel van de inkoopopdracht) is meegenomen, omdat vanuit de autonome positie en ambities de gemeente wel wordt aangesproken op faciliteiten, er verwachtingen zijn en er een koers wordt ingezet (samen met een lokale school), die niet is afgestemd in breder verband. Dit kan interfereren met de inkoopopdracht en een onbedoeld effect hebben op de beeldvorming over het gemeentelijk jeugdbeleid en het jongerenwerk.

Naast PU073 is er Hambaken Connect, die sterk werkt vanuit de verbinding en relatie met de eigen wijk. Men wil expertise delen en ondersteunende inzet elders leveren, maar de wijkgebonden aanpak en de focus op knelpunten blijft voorop staan. Gelijke kansen vraagt om ongelijk investeren is het credo. Er wordt gelet op de problematiek in de wijk ook een meer educatief programma geboden, zoals huiswerkbegeleiding, leesclubs en oriëntatie op studie en beroep. De jongerenwerkers tonen zich intrinsiek gemotiveerd en werken vanuit een grote betrokkenheid met de jongeren, opgebouwd in de wijk of in het JC. Op uitvoeringsniveau lijken de uitgangspunten en prioriteiten in eerste instantie iets minder in beeld en geven jongerenwerkers aan eigen keuzes te maken en primair af te stemmen op wensen en behoeftes van jongeren. Bij doorvragen blijkt er wel degelijk bekendheid met de Wijkuitvoeringsplannen en met de prioritaire thema’s. Op wijkmanagers niveau is er een duidelijk beeld van wat er leeft in de wijk en hoe de jongeren zich daar ontwikkelen. De Groote Wielen wordt getypeerd als een wijk met een groeiend aantal jongeren, maar relatief weinig gedragsproblemen en relatief weinig jongeren op de straat, hetgeen niet betekent dat er achter de voordeur geen problemen zijn.

Jongerenwerk versterkt Overige bevindingen vanuit dit onderzoek

4

Het onderwijs met betrekking tot jongerenwerk Gesproken is met schoolleiders, jongerenwerkers op scholen, jongeren en beleidsmedewerkers die betrokken zijn bij schooljongerenwerk (SJW). Sinds 2020 loopt er een pilot voor jongerenwerk op scholen, deze is geleidelijk uitgebouwd van 1 naar nu vijf scholen voor sterk vmbo. Dit vanuit de gedachte dat het onderwijs een logische vindplaats is en zich verbindt in de driehoek jongeren-wijk-school. Er wordt door een stuurgroep gewerkt aan het vormgeven en scherp krijgen van schooljongerenwerk. De (toekomst)visie, aanpak en financiering op langere termijn worden door het onderwijsveld nog als onvoldoende expliciet beschouwd. De continuïteit vormt daarmee een risico als ook de financiering vanuit tijdelijke middelen stopt. In het proces loopt men tegen problemen aan en er vinden waar nodig bijstellingen plaats.

5

Binnen het vmbo is de wens om het jongerenwerk te versterken groot, men ervaart wederzijdse versterking en voordelen voor jongeren, school en jongerenwerkers. Bij andere schooltypes is er een meer afwachtende houding ten aanzien van jongerenwerk op school, anders dan het bieden van ruimte voor activiteiten. Op die schooltypes wordt aangegeven dat duidelijkheid ten aanzien van doel en regievoering er nog niet zijn. Ook de relatie tussen schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk op scholen is nog niet helder.

De jongeren over jongerenwerk Er is gesproken met jongeren die in de jongerencentra actief zijn en met jongeren op school. De groep die bekend is met de jongerencentra en actief gebruik maakt van het jongerenwerk is zonder uitzondering positief over het programma en de individuele begeleiding. Het jongerenwerk biedt hen een tweede (soms zelfs eerste) huiskamer en steun, zij voelen zich er gekend en gewaardeerd. Jongeren op scholen geven veelal aan het jongerenwerk niet (bewust) te kennen. Vaak wel de jongerencentra van horen zeggen of een incidenteel bezoek, maar verder dan dat gaat het niet. Ook en vooral omdat de behoefte niet gevoeld wordt, men heeft eigen sportactiviteiten, vrienden en bezigheden. Als er door hen invulling aan jongerenwerk gegeven mocht worden, zou dat vooral meer sportactiviteiten en -faciliteiten op stedelijk niveau zijn.

Aanvullend is in het onderzoek gekeken naar het stedelijk jongerenonderzoek (juni 2020), waarin overzichten op wijkniveau van de onderzochte bekendheid met jongerencentra. Deze blijkt sterk te verschillen per wijk en jongerencentrum (tussen 5% en 40%), maar is de meeste gevallen gering. Ook mogelijkheden van (maatschappelijke) jongerenparticipatie blijken in gesprekken met jongeren veelal onbekend of onbewust. Hierin zouden onderwijs en jongerenwerk voor de jongeren logische informatiebronnen en aansprekers zijn.

10

Jongerenwerk versterkt Overige bevindingen vanuit dit onderzoek

4b

Landelijk onderzoek, deskundigheid en good practices

In de zoektocht naar meer kennis en good practice voorbeelden, bleek er een wereld van wetenschappelijke onderzoeken, van ervaringsverhalen, van deskundigen en van andere gemeentes die een vergelijkbaar proces hebben doorlopen. In de bijlage een selectie met relevante en uiterst interessante literatuur. Herkenbaar in visie en vraagstelling, maar soms al verder gevorderd in onderzoeksresultaten en bevindingen. Aan alle organisaties is de vraag gesteld in welke mate data, onderzoeken en good practices een bijdrage leverden in de eigen ontwikkelingen. Op dit punt is nog winst te halen en ik heb het in mijn adviezen dan ook meegenomen als werkvorm in deling van kennis en inspiratie in teamverband. Met name op het gebied van monitoring is breed in het land sprake van een zoektocht. Sociale interventies en zeker bij preventief werken, laten zich lastig “meten”, terwijl weten nodig is. Hierop zijn echter ook antwoorden gevonden en is er expertise ontwikkeld, met name bij NJI. Organisaties als Sociaal Werk Nederland en NJI toonden zich in dit onderzoek uitnodigend in het meedenken en delen van kennis en ervaring. In het onderzoek is met meerdere mensen gesproken en was er het aanbod om vanuit Den Bosch actief in een netwerk te participeren, dat was eerder ook het geval geweest, maar leek nu even niet ingevuld te worden.

Onder de mensen met wie gesproken is, was deskundigheid aanwezig die in een training of masterclass van betrokkenen in het Jongerenwerk in Den Bosch prima zou passen. Dat zou o.a. door een op het onderwerp monitoren van sociale interventies gepromoveerde medewerker van NJI zijn. De promovendus die samen met PowerUp073 en HC een onderzoek doet naar het effect van jongerenwerk, kan op termijn ook een interessante gesprekspartner zijn.

11

Tenslotte is gesproken met drie gemeentes (en zijn aanvullend hun websites bestudeerd), die alle drie al een tijd in ontwikkeling waren op het gebied van Jongerenwerk. Men bood spontaan een vervolgoverleg aan of een werkbezoek in de organisatie. Ieder van de gemeentes had iets te bieden dat interessant voor Den Bosch zou zijn om verder te verkennen: −

Tilburg, met R-Newt als opdrachtnemer, sterk in het co-creëren van de opdracht en het monitoren, een aanbod dat veel activiteiten heeft op het gebied van talentontwikkeling en loopbaankansen.

−

Utrecht, met een interessante vorm van jongerenparticipatie, ook met betrekking tot de inkoop en het monitoren.

−

Noordwijk, met de invoering van Kompas (monitorsysteem vanuit NJI) en de brede netwerkconstructie onder leiding van een netwerkcoördinator.

Jongerenwerk versterkt Analyse en conclusies

5

Analyse en conclusies Op basis van de input en de verschillende perspectieven is een analyse gemaakt en zijn conclusies getrokken. De conclusies hebben vooral te maken de benodigde dialoog, met meer data-based werken, met gericht monitoren en sturing geven waar nodig.

5.1

DATA als basis Het gemeentelijk Jongerenonderzoek 12-24, de Jongerenmonitor (Hart van Brabant) en de wijkuitvoeringsplannen geven relevante informatie over welke problemen er onder jongeren zijn en waar deze zich het sterkst manifesteren. Hoewel jongerenwerk veel breder en vooral ontwikkelingsgericht is, vormen de aandachtsgebieden wel een belangrijke basis voor de inzet, gerichtheid en concentratie van jongerenwerk. Daarmee is probleemsturing en preventief werken een logisch uitgangspunt voor het bepalen van de doelstellingen (prioritaire thema’s) en indirect de formatie van het jongerenwerk. De drie prioritaire thema’s zijn op basis van ontwikkelingen aangepast, maar PU073 hanteert niet precies dezelfde thema’s en stuurt jongerenwerkers daar op aan, die op hun beurt met deze thema’s soms flexibel omgaan. Dit compliceert het monitoren van de resultaten op de door de gemeente gestelde thema’s. Ondanks de logische verbinding tussen enerzijds visie en aandachtsgebieden en anderzijds inhoud en inzet van het jongerenwerk, lijkt er zowel aan de kant van de opdrachtgever als aan die van de opdrachtnemer niet altijd een expliciete en structurele verbinding met bestaande analyses en onderzoeken. Ik kwam deze niet tegen in het eerder bepalen van de lumpsum c.q. de totaalomvang van het jongerenwerk door

de gemeente, maar zeker ook niet in de flexibele inzet over de wijken of thema’s door de uitvoerende organisaties. Vanuit het veld kwam in het onderzoek herhaaldelijk de vraag richting de gemeente naar meer inzet (ambulant, op de scholen, in een groeiende wijk) terwijl de opdracht en de financiën vast staan. Deze individuele vragen worden overigens vooral op uitvoeringsniveau gesteld op basis van ervaren werkdruk, persoonlijke ambities of verzuim van een collega. De demografische gegevens over jongeren in de stad prognoseren tussen 2019 (start lopende inkoopopdracht) en 2032 een terugloop van ruim 10%, waarbij op wijkniveau grote verschillen zijn. Twee uitersten als voorbeeld: de groei in de Groote Wielen lijkt de piek bereikt te hebben in 2022 en gaat vanuit dat jaar tot 2032 zelfs ca. 20% dalen. Maaspoort gaat echter volgens de prognoses een vergelijkbaar of zelfs iets hoger percentage groeien. Belangrijk om deze demografische prognoses in beeld te hebben en houden en deze naast de kwalitatieve data aan te wenden bij de inkoop van jongerenwerk. Het gelijk houden van de budgetten is bij een daling van ca. 10% op termijn dus een feitelijke uitbreiding van de inzet van Jongerenwerk. Vanuit de lumpsum gedachte is het aan de opdrachtnemer om de inzet in wijken kwantitatief en kwalitatief te laten aansluiten bij de wijk.

12

Jongerenwerk versterkt Analyse en conclusies

5.2

In gesprek over het WAT Aan de voorkant van de inkoopopdracht bepaalt de gemeente het WAT. Daarbij baseert men zich op data, resultaten en politieke beleidskeuzes. Daarna worden opdrachtnemers geconsulteerd. Dit proces vraagt meer dan thans het geval is om gedeeld eigenaarschap met de betrokkenen in het veld maar wel met onderscheidende rollen (opdrachtgever en opdrachtnemer). In andere gemeentes (o.a. Tilburg en Utrecht) blijkt co-creatie met een bredere kring betrokkenen het eigenaarschap te vergroten, hetgeen het proces, de kennis en het rolbewustzijn kwalitatief versterkt. Op dit moment zien we dat de doelstellingen maar gedeeltelijk gehaald lijken te worden. Door de wijze van monitoren is dat moeilijk inzichtelijk te maken, maar in de gesprekken viel op dat in de uitvoering de scherpte regelmatig leek te ontbreken. Niet de opdracht maar de wens van de jongere op dat moment lijkt leidend in de uitvoering. Dat kan leiden tot andere keuzes dan bedoeld, individueel, of als groep (bijv.schoolpauzes vanwege drukke aula doorbrengen in het jongerencentrum).

5.3

Het MONITOREN Het monitoren tijdens het proces blijkt een langdurige zoektocht, die ook elders in het land herkend wordt. Uit het voorliggende onderzoek blijkt onvrede aan twee kanten. Er wordt door de gemeente teveel gevraagd (“en ze doen er toch niets mee”) en vanuit de gemeente het gevoel dat de aangeleverde verhalen of cijfers niet altijd voldoende informatie en inzicht bieden om er iets mee te kunnen doen. Maar hoe meet en communiceer je dan het effect van preventief jongerenwerk en van sociale interventies? Vanuit het WAT zijn naast de inhoud ook gezamenlijke afspraken nodig over het inzichtelijk maken van de resultaten en de impact van het jongerenwerk.

13

De vraag is of de opdrachtnemers die verschillen altijd in beeld hebben. Wat mogelijk ook niet voldoende in beeld is als jongerenwerkers disbalans ervaren (werkdruk, ambities, ziekte, niet ingevulde vacatures) en om additionele inzet vragen. Het lijkt door hen niet tot probleem van de opdrachtnemer gemaakt te worden, want een oplossing wordt verwacht vanuit de gemeente. Met betrekking tot incidentele middelen (bijv. corona-gelden) is aan de voorkant goed en gedeeld overleg nodig over het wat, om ongewenste neveneffecten en frustratie in het proces te voorkomen. Een scherp WAT op alle niveau’s en het vervolgens consistent handelen versterkt de te behalen resultaten.

Niet alleen de output, maar ook de outcome zijn bepalend om zicht te krijgen op het effect voor jongeren en hun toekomst, maar ook of de publieke middelen goed besteed en verantwoord kunnen worden. Op basis van het voorliggende materiaal kan dat slechts beperkt en ontbreken de resultaten van longitudinaal onderzoek op effectniveau. Het proces van monitoren heeft aan twee kanten een hoge prioriteit en vraagt van partners samen optrekken, deskundigheid vergroten en eenduidige afspraken. Daarmee kan ook voorkomen worden dat er in de controlefuik gestapt wordt.

Jongerenwerk versterkt Analyse en conclusies

5.4

Reduceer de complexiteit Er lijkt in het jongerenwerk in de loop der jaren een complexiteit gegroeid met een ingewikkeld lijnenspel waarbinnen veel stuurelementen aanwezig zijn. Soms lijkt sturing afwezig, soms bij meerdere partijen belegd, soms dubbel. Het overzicht houden is dan niet gemakkelijk, maar er is dan ook onduidelijkheid. In het onderzoek waren er regelmatig vragen naar wie bepaalt, wie voert regie, wie bewaakt, welke route kennen de middelen, wie is van wat, hoe liggen de verantwoordelijkheden, wat is de positie en doelstelling van een netwerk, wat zijn de geldstromen?

5.5

Het reduceren van de complexiteit, naar meer mean and lean, hoofdlijnenbeleid, zou de effectiviteit en focus ten goede komen. Dit betekent overigens niet dat complementaire krachten verloren hoeven te gaan, ze kunnen juist benut worden. De gemeente Noordwijk is hier een interessant voorbeeld van.

Openstaande vragen Er zijn twee door het veld benoemde vragen die een aandacht nodig hebben van de gemeente. Een antwoord dat een op visie en objectieve feiten gebaseerde onderbouwing nodig heeft om draagvlak te kunnen genereren. Dit betreft: 1.

De toekomst van het schooljongerenwerk. Wat is de gedeelde visie over SJW (van school – jongerenwerk – gemeente en jongeren), wat zijn logische keuzes qua inzet, inhoud, positionering en financiering? Hierop kan de stuurgroep SJW waar alle partijen in vertegenwoordigd zijn op korte termijn een visie en advies voor de gemeente in formuleren.

2.

En als tweede de situatie van NumberOne met de wens om te verhuizen naar de Groote Wielen. Op basis van de cijfers en de situatie in de wijk, kan een verhuizing gekoppeld aan het verhuizen van de school niet aan de orde zijn. Wel kan door stadsbrede samenwerking tussen jongerenwerk en onderwijs er waar nodig en

mogelijk in schoolgebouwen wellicht ruimte geboden worden voor naschoolse activiteiten. Zo zou o.a. ook in de Groote Wielen een aanvullende en thuisnabije plek in schoolgebouwen kunnen komen voor Jongerenwerk, waarbij de school ook als vindplaats kan dienen en tevens een flexibele schil in de locatie voor het jongerenwerk vormt. Deze laatste opties passen in het gesprek van en met de stuurgroep Schooljongerenwerk. Het voorbeeld van een autonoom acterend Number One laat een rolverwarring zien (wie is waarvoor verantwoordelijk en aan zet?). Vergroten van duidelijkheid op rollen, lijnen en inhoud, is voor meerdere partijen zinvol.

14

Jongerenwerk versterkt Advies

6

Advies 6a

Korte termijn

Bij de aanscherping van de inkoopopdracht ligt een aantal zaken (waaronder de inkoop-partijen) al vast. Aanscherping voor de komende twee jaar kan dus enkel in de marges en de voorwaarden en definities (normering/indicatoren) van goed jongerenwerk. Dit advies gaat uit van twee stappen, hetgeen het wellicht zelfs overzichtelijker en kansrijker maakt. Op basis van het onderzoek is het advies om onderstaande prioriteiten te stellen en daarover afspraken te maken voor het komende jaar. De dialoog tussen betrokkenen is een belangrijke voorwaarde om de verschillen in perspectieven te overbruggen. In mijn voorgestelde aanpak ben ik er van uitgegaan dat co-creatie een belangrijke factor is om als opdrachtgever en opdrachtnemer dichter bij elkaar te komen in datgeen wat cruciaal is, zoals het zicht krijgen op de resultaten en effecten van jongerenwerk. Indien er overeenstemming is over datgene wat behaald moet worden en hoe dat aangetoond kan worden, groeit het gedeeld eigenaarschap met respect voor de onderscheidende rollen.

A1

Breng scherpte in het huidige WAT en de prioritering daarin. Expliciteer ook de velden waar op gewerkt wordt vanuit de paraplu van talentontwikkeling en vanuit samenwerking als basishouding. Talentontwikkeling als paraplu, een brede definitie van waaruit in samenwerking met partners in en rondom het jongerenwerk aan talenten, gelijke kansen en vitale gezondheid gewerkt wordt op vier velden. Dat kan er als volgt uitzien:

TALENTONTWIKKELING

Vrije tijd

Leren & werken

Individuele ondersteuning

Maatschappelijke participatie

15

Laat bijvoorbeeld de opdrachtnemers een presentatie maken van de huidige en relevante DATA, waaronder de thema’s per wijk en benoem met elkaar de prioritaire thema’s. Bespreek de inkoopopdracht (al dan niet al geactualiseerd), spreek met elkaar af wat je daarin anders wilt binnen de kaders en kom tot een verlengde opdracht met daarin ook de voorwaarde om binnen 3 maanden te komen tot één gedeelde en voor de gemeente passende wijze van monitoren (zie A2). Helder moet zijn dat opdrachtnemers binnen hun opdracht en financiering flexibel moeten zijn om antwoord te geven op nieuwe problemen (zoals eerder Corona) of verschuivingen tussen wijken i.v.m. omvang of aard.

Jongerenwerk versterkt Advies

A2

Gebruik de periode tussen 1 mei en de zomervakantie 2022 om met de betrokken partijen te komen tot een nieuwe en gezamenlijk gedragen wijze van monitoren voor de verlengde inkoopperiode, te gebruiken door de gezamenlijke partners. Dat vraagt allereerst gedeelde en gerichte kennis. Start bijv. met een inspiratiesessie met een externe spreker (good practice voorbeeld uit andere gemeente), vervolgens samen vorm geven aan een kennis-carrousel met korte pitches van deelnemers (n.a.v. relevante literatuur en werkbezoeken). Van daaruit starten en afronden in twee sessies met als eindproduct een gedragen en voor ieder haalbaar en zinvol systeem van monitoren.

A3

Maak schooljongerenwerk onderdeel van de basisondersteuning en betrek de VO-scholen in de aanloop naar die beslissing. Dat vormt deels een verschuiving van activiteiten, maar deels ook een uitbreiding. Deze zou kunnen passen binnen de terugloop in aantal jongeren (op termijn ca. 10%). Deze beslissing zou ook over 2 jaar genomen kunnen worden als onderdeel van de nieuwe inkoopopdracht. Tot dan kan het SJW nog 2 jaar verder ontwikkelen en gedurende die tijd gefinancierd uit de tijdelijke NPO-middelen of door op te nemen in de aktie-agenda Gelijke Kansen. Dit laatste vanuit de community gedachte van school, wijk en jongerencentrum, waarbij de school de aanvullende vindplaats van jongeren kan zijn, naast het ambulante wijkjongerenwerk en wellicht ook de social media.

A4

Deze sessies kunnen geïnitieerd worden door de opdrachtnemers, waarbij de gemeente aan tafel vertegenwoordigd is. Inzet van een externe deskundige (bijv. A. Donker, NJI, gepromoveerd op monitoren) zou zinvol zijn.

De stuurgroep waarin gemeente, onderwijs en jongerenwerk samen aan tafel zitten, zou een heldere visie op schoolgebonden jongerenwerk kunnen formuleren inclusief een financiële paragraaf. Deze kan aan scholen en gemeente als advies worden voorgelegd. In principe zouden meerdere partners SJW kunnen leveren, maar dat wordt medebepaald door de wijze van financieren.

Breid jongerenparticipatie als onderdeel van het jongerenwerk en maatschappelijke participatie uit, ook in de inkoopopdracht. In bekendheid van mogelijkheden, in actief deelnemen, in het organiseren van een stem voor jongeren. Communiceer daartoe de diverse mogelijkheden van jongereninspraak (bijv. jongerenambassadeurs) in Den Bosch in de jongerencentra en op de scholen. Op een tweetal plaatsen is medezeggenschap rondom jongerenwerk al gerealiseerd. In Rosmalen is een bestuur van jongeren dat overweegt te stoppen.

Dat alles omzetten in een structuur van een stedelijke jongerenraad en een wijkjongerenraad, zou recht doen aan het geven van een stem aan jongeren, het benutten van hun visie en ervaringen, hen laten groeien in democratie en inspraak, terwijl de risico’s van bestuurlijke verantwoordelijkheid er dan niet zijn.

16

Jongerenwerk versterkt Advies

A5

Geef (nogmaals en enkel vanuit de verantwoordelijke persoon binnen de gemeente) duidelijkheid aan de Raad van Toezicht en het Bestuur van NumberOne met het oog op de verhuisplannen van jongerencentrum in Rosmalen. Op basis van dit onderzoek en de demografische gegevens is een verhuizing niet noodzakelijk en zinvol. Daarnaast is het probleem van de afstand relatief klein. Jongeren die daar naar gevraagd werden zagen hierin ook geen groot punt. De afstanden naar een ander Jongerencentrum zijn soms groter dan tussen Rosmalen en de Groote Wielen.

A6

Meer procesbewaking en gerichte sturing (op de opdracht en de resultaten, niet op het hoe) vanuit de gemeente is nodig. Geef als gemeente zowel naar relevante afdelingen binnen de gemeente als naar organisaties duidelijkheid m.b.t. wie de eerst verantwoordelijke is inzake jongerenwerk. Houd die informatie compact en simpel. Zorg dat vervolgens de contacten, coördinatie en aansturing primair via deze verantwoordelijke beleidsmedewerker verlopen, met de gemeentelijke organisatie als backoffice achter hem/haar.

17

Wel zouden nabije scholen ruimte voor dagactiviteiten kunnen aanbieden. Dat kan in de stuurgroep voor schooljongerenwerk besproken worden. Het schuiven van inzet tussen wijken is voor PU073 onderdeel van lumpsum financiering.

Voorkom ruis en shoppen. Zorg daarbij intern wel voor een secundant, met het oog op sparren en continuïteit bij onverhoopte uitval. Ook binnen de opdrachtnemende organisaties kan het versterken van de sturing op o.a. data-based en doelgericht werken en het monitoren en meten van impact leiden tot versterking van het jongerenwerk.

Jongerenwerk versterkt Advies

6b

Langere termijn

De toekomst begint vandaag. Als de verlenging van de inkoopopdracht straks rond is, staat de volgende inkoopopdracht al weer voor de deur. In feite zou je daar dus al bijna aansluitend mee moeten beginnen. De opdracht voor langere termijn is namelijk groter en complexer dan die voor de korte termijn. Op hoofdlijnen:

B1

Start tijdig met de voorbereidingen van de nieuwe inkoopopdracht. Gebruik daarbij de nieuwe monitorgegevens, het nieuwste Jongerenonderzoek en de politieke keuzes m.b.t. jongerenwerk. Formuleer in een samen-sessie een onderbouwd WAT en zorg voor een externe en materiedeskundige voorzitter. Die ook in staat is om te ondersteunen bij het maken van passende criteria en monitor-eisen. Na een brede sessie zou dit voldoende input moeten leveren voor een gedeeld

B2

Maak op bestuurlijk niveau de structuur eenvoudig en inzichtelijk. Voeg opdracht 7a en 7 b samen en maak Hambaken Connect onderdeel van de inkoopopdracht. Hun specialisme kan voor de wijk behouden worden, maar tevens ook flexibel ingezet waar elders nodig.

B3

vervolg vanuit eigen rol en verantwoordelijkheid, daarin ligt het hoe bij de opdrachtnemer die via adequate informatie de opdrachtgever in staat stelt het proces te monitoren en zo nodig bij te sturen.

Onderzoek of een verdere vorm van samenwerking of samengaan wenselijk is, zonder verlies van kwaliteit, wel met het gedeeld belang van jongeren (en niet de organisaties) voorop.

Laat PowerUp073 meer als een krachtig en professioneel netwerk functioneren en verbreden en samenwerken met andere aanbieders van jongerenwerk. Een netwerk dat coördinerend, uitvoerend, kennisdelend, vernieuwend en verbindend is. Beleg als opdrachtgever de rol van opdrachtnemer op bestuurlijk niveau en niet op netwerkniveau.

Daarmee zou het organogram van het jongerenwerk vereenvoudigd kunnen worden en de lijnen en verantwoordelijkheden transparanter.

18

Ten slotte “Als een kind leert lopen en 50 keer valt, denkt het nooit: misschien is dit niks voor mij”, woorden van Berthold Gunster van Omdenken. Aan dit citaat moest ik denken in het gesprek met een 19-jarige in jongerencentrum 4-West. Nu MBO-student sociaal werk, na een periode van vallen, en weer opstaan, en weer vallen en weer opstaan. Het jongerenwerk was er voor haar, geloofde in haar en gaf haar nooit op. Stimuleerde haar, bood haar perspectief op een ander leven, een gelukkige toekomst. Door te geloven in een jongere, biedt je de jongere ruimte in zich zelf te geloven, te groeien, te leren en gelijke kansen te bereiken. De talenten en flexibiliteit van jongeren zijn groot, die van onze jongerenwerkers en de vele organisaties daarachter ook. Hoe mooi dat de gemeente en organisaties het belang van jongerenwerk zo hoog hebben en daarin doelgericht wil investeren. Omdat iedere kans, ieder nieuw perspectief voor een jongere, zijn of haar toekomst en die van generaties daarna positief beïnvloedt. Het vraagt aan allen die in dit onderzoek betrokkenen waren het eigen perspectief te verbinden met dat van anderen. Doelen delen, ruimte en vertrouwen krijgen en geven, verantwoording afleggen. Want samen kom je verder.

Jongerenwerk wordt op deze manier sterker én versterkt onze jongeren! Graag bedank ik ieder die heeft meegeholpen in dit onderzoek, die tijd wilde vrijmaken, meedacht, deskundigheid en ervaringen wilde delen. Zonder uitzondering werd ik gastvrij ontvangen en deed men actief mee, omdat we allemaal willen dat het goed of beter gaat met onze jongeren in ’s-Hertogenbosch. Ik hoop dat dit onderzoek en advies daar een klein steentje aan kan bijdragen. Utrecht, 7 april 2022

Alma van Bommel

Colofon Dit document is gemaakt door Alma van Bommel als onafhankelijk adviseur in opdracht van Gemeente ‘s-Hertogenbosch * De bijlagen van dit rapport zijn niet in dit rapport opgenomen ivm privacy van de geïnterviewden. De bijlagen kunnen worden opgevraagd bij de Gemeente ‘s-Hertogenbosch.

Versie

19

7 april 2022

“Als een kind leert lopen en 50 keer valt, denkt het nooit: misschien is dit niks voor mij” - Berthold Gunster (Omdenken)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12129112/1