3. Bijlage 3 Advies Adviesraad Wmo en Jeugdhulp
Tekst van het document
Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch Aan: College van B&W gemeente ‘s-Hertogenbosch Van: Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch Betreft: Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente ’s-Hertogenbosch 2022 ’s-Hertogenbosch, 18 juli 2021 Geacht College, De Adviesraad wil haar complimenten en dank uitspreken voor het voorwerk, dat door de beleidsmedewerkers is verricht. Een klus, die in de ogen van de Adviesraad weinig opwindend is. De bijgevoegde “was-wordt lijst”, heeft de georganiseerde doolhof aan regels, voorwaarden, eisen verplichtingen enz. voor de Adviesraad tot een in- en overzichtelijk geheel gemaakt. De vele tekstuele wijzigingen en aanpassingen zijn door het geboden overzicht relatief snel door te nemen. De “nieuwe” tekst wijkt weinig af van de oude versie. Voor de Adviesraad heeft dit dan ook weinig aanleiding gegeven daar opmerkingen over te maken. De Adviesraad wil echter wel aandacht vragen voor het volgende: De vertaling van de regelingen zoals die in de Verordening zijn opgesteld, zijn leesbaar en te begrijpen voor de beleidsmedewerkers, begeleiders, professionals en andere beroepsmatig betrokken personen. In de praktijk moet er echter een vertaalslag gemaakt worden richting de mensen die zich met een hulp- of informatievraag tot de gemeente wenden.
Voor veel mensen geeft dit een sterk gevoel van afhankelijkheid. Door Koo en medewerkers van de wijkpleinen wordt daar met veel inzet aan gewerkt. Echter een overgroot deel van de inwoners weet niet wie of wat Koo is (90%!); men weet de wijkpleinen maar moeilijk te vinden. Ondanks meerdere acties en inspanningen is daar nog veel te winnen. Advies • Onderschat het gegeven niet dat de verordening van de WMO een sterk intern gericht document van de gemeente is, waarvan menig inwoner van ‘s-Hertogenbosch geen weet heeft. Verbetering van de informatie over de mogelijkheden van de WMO is zeer gewenst. •
Het bestaan van Koo is bij een gering aantal inwoners bekend. Ga na of de keuze voor de naam Koo een juiste keuze is geweest. De naam Koo wordt geassocieerd met een persoon, zelden met een organisatie. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de naamsbekendheid kan hier meer duidelijkheid over geven. Mocht blijken dat de keuze voor de naam Koo een verkeerde keuze is geweest, dan is het veranderen van de naam geen overbodige luxe voor de inwoners.
•
De wijkpleinen zijn in de afgelopen periode moeilijk bereikbaar geweest. Daarbij speelt dat de wijkpleinen een groot geografisch gebied omvatten. Om informatie en bereikbaarheid toegankelijker te maken, adviseert de Adviesraad meer aan activiteit en bereikbaarheid te organiseren op buurtniveau. Mensen uit een buurt kennen elkaar, zijn in aantal geringer, delen samen een buurtcultuur en ontmoeten elkaar vaker. Ook voor vragen aan de gemeente kan er in een overzichtelijke gemeenschap makkelijker gecommuniceerd worden.
•
De Adviesraad kan zich voorstellen dat het voor professionals/vrijwilligers vaak lastig is de regels van de verordening WMO en/of PGB toe te passen. In twijfelsituaties wordt snel vastgehouden aan de rigide teksten en normeringen van de verordening. De Adviesraad is regelmatig geconfronteerd met teleurgestelde en zich te kort gedane mensen, die zich afgewezen en niet geholpen voelen. Er ontbreekt vaak, ongewild, een tekort aan invoelingsvermogen of ruimte in het beoordelen van de situatie.
Onderzoek of er mogelijkheden te vinden zijn deze medewerkers meer instrumentaria te geven waardoor zij minder streng hoeven te oordelen en ruimte krijgen binnen het systeem om meer maatwerk toe te passen of met meer ruimhartigheid een noodzakelijke voorziening kunnen bieden. De Adviesraad denkt hierbij niet alleen aan directe ondersteuning aan de medewerkers op de vloer, maar ook een kritisch kijken naar vormen als hiërarchische lijnen in de organisatie en meer zelfstandigheid bij de uitvoerende medewerkers, enz. Wij hopen hiermee een bijdrage te hebben kunnen geven aan de ontwikkeling van de omvangrijke materie van de WMO. Namens de leden van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ’s-Hertogenbosch, Frans Leenders, voorzitter
Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch Aan: College van B&W gemeente ‘s-Hertogenbosch Van: Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch Betreft: Reactie op verzoek aanvullend advies m.b.t. verordening WMO 2022, i.c. PGB
‘s-Hertogenbosch, 25 juli 2021 Geacht College, De Adviesraad heeft kennisgenomen van de voorgestelde aanvullende regelingen in de Verordening WMO 2022 m.b.t. de verhouding Hulp in Natura (HIN) en Persoonsgebonden Budget (PGB). Bij het doornemen van de aangeleverde tekst was de bevinding van de Adviesraad dat het voorgestelde gebaseerd is op een logische redenering vanuit het systeem. Na er over doorgepraat te hebben is de Adviesraad echter van mening, dat het in de praktijk “makkelijk” door te voeren is, maar dat op een aantal essentiële punten onduidelijkheden voor de praktijk blijven of kunnen gaan ontstaan. In de tekst wordt gesuggereerd, dat door het strikter hanteren van diplomeringeisen de kwaliteit beter tot z’n recht zal komen. De Adviesraad is echter van mening, dat dat slechts ten dele waar is. Het aanbod vanuit de formele voorzieningen (gediplomeerde professionals) wordt vaak gekenmerkt door slechte continuïteit vanwege grote wisselingen bij ondersteuners, onvoldoende kennis van specifieke benaderings-/of behandelingsattitudes, makkelijke doorgevoerde wisseling van persoon bij opgebouwde vertrouwensrelaties tussen cliënt en hulpverlener, enz. Het probleem zit vaak niet in het wel of niet hebben van een diploma of in slechte motivatie van uitvoerende personen.
Het zit meer in de organisatie van de ondersteuning op basis van kwaliteitsnormen zoals een vertrouwensrelatie, een weten hoe om te gaan met een persoon die angstig is voor een nieuw begeleider; Sleutelwoorden zijn vertrouwen, continuïteit en specifieke (ervarings-)kennis. Diplomering is daarbij een belangrijk facet, maar niet altijd het meest essentiële. De laatste tijd zien we regelmatig ouderprojecten ontstaan die vanuit PGB gelden gefinancierd worden. Wanneer uitgegaan wordt van de gedachte dat bij PGB minder kosten zijn dan bij een op basis van HIN gefinancierde voorziening vraagt de Adviesraad zich af of deze gedachte juist is. Zelf gestarte ouderenzorgprojecten voor samenwonen, hebben dezelfde lasten. Wat wel een verschil kan zijn, is dat deze projecten een grotere duurzaamheid kennen op basis van bijvoorbeeld het eigenaarschap. De Adviesraad vraagt zich ook af of er bij de korting van het PGB (informeel) i.r.t. de HIN financiering (formeel) gekeken is naar eventuele gevolgen voor individuele situaties bij mensen, die al een PGB voorziening hebben. De Adviesraad heeft geen inzicht in de tarieven, die bij de gewijzigde situatie ontstaan. Mensen mogen niet de dupe worden van een nieuwe richtlijn, die vanuit het systeemdenken wordt doorgevoerd. Het lijkt ons zinvol dit risico te onderzoeken.
Mantelzorgers zijn vaak vanuit de relatie met de persoon of vanuit een persoonlijke betrokkenheid in staat een groot deel van de benodigde ondersteuning op zich te nemen. Veel mantelzorgers nemen veel werk op zich. Vaak voorbijgaand aan hun eigen kracht en energie. In de tekst van de verordening vindt de Adviesraad weinig aandacht voor deze belangrijke groep in de maatschappij. Bij veel mantelzorgers treft men de genoemde (zachte) kwaliteitsnormen aan.
Advies: De Adviesraad begrijpt, dat het proces van de verordening WMO binnen het systeem z’n beslag moet krijgen. De Adviesraad zal daarom de voorgenomen aanpassingen onderschrijven, met de geschetste kanttekeningen zoals in deze reactie beschreven. Tot slot De Adviesraad adviseert om in het komende jaar de aandacht sterker te richten op de kracht en waarde van de ontwikkeling van kwaliteitsnormen, zoals die hierboven genoemd zijn. Daarbij dient de rol van de mantelzorgers onderdeel te zijn. De Adviesraad wil bij een eventueel initiatief graag participeren. Mede namens de leden van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp Frans Leenders, voorzitter Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch