3. Bestemmingsplan Prins Bernhardplein 17 Nuland (bijlagen toelichting deel 1)
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Prins Bernhardplein 17 Nuland ’ Bijlagen toelichting deel 1 van 4
's-Hertogenbosch
Bestemmingsplan Prins Bernhardplein 17 Nuland vastgesteld
maart 2022
2
Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije merbeoordeling
57
58
Vormvrije m.e.r.-notitie aan:
Gemeente Den Bosch
van:
M&A Omgeving BV
kenmerk:
221-NPB-mer
datum:
24 mei 2021
betreft:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Prins Bernhardplein 17 te Nuland
INLEIDING
Aan de Prins Bernhardplein 17 te Nuland bestaat het plan om een appartementengebouw te realiseren met een capaciteit van 15 appartementen. In dit kader wordt een bestemmingsplan opgesteld die deze ontwikkeling moet mogelijk maken.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart
Het plan kan worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer dient in dat geval een m.e.r-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegd gezag (college) voorafgaand aan het ontwerpbesluit inzake het voornoemde bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van deze besluitvorming is voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling)
noodzakelijk is in het kader van dit plan. M.E.R.
Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Toetsing Onderhavig plan, kan worden gekwalificeerd als de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: - een oppervlakte van 100 hectare of meer; - een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Onderhavig plan betreft zoals gesteld de realisatie van maximaal 15 wooneenheden. Het plangebied is daarnaast ca. 1.860 m2 groot. De omvang van onderhavig plan blijft hiermee ver onder de indicatieve drempelwaarden kan in eerste instantie met een vormvrije m.e.r.beoordeling worden volstaan. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: - de kenmerken van het project; - de plaats waar de activiteit plaatsvindt; - de kenmerken van het potentiële effect.
pagina 2 van 7
Beoordeling Kenmerken van het project Algemeen Het plan betreft een appartementengebouw aan de Prins Bernhardplein 17 in Nuland. Op de locatie is in een winkelpand met woning aanwezig. Op het perceel worden 15 appartementen met op de begane grond commerciële en maatschappelijke ruimten gerealiseerd in twee gebouwen. Hieronder is een impressie weergegeven.
Impressie van stedenbouwkundige inrichting Omvang het project
Het plan omvat maximaal 15 appartementen, verdeeld over twee gebouwen en het plangebied is ca. 1.860 m2 groot. Beschrijving bestemmingsplan Het bestemmingsplan zal zijn gericht op het mogelijk maken van de voornoemde ontwikkeling. De bestemmingsregels zijn overgenomen uit het vigerende plan, met uitzondering van een aantal kleine aanpassingen die vanwege nieuwe wet- en regelgeving of om te voldoen aan de voorwaarden bij de bestemmingsplan noodzakelijk zijn. De opgenomen bouwhoogtes en bouwvlakken zijn toegespitst op het mogelijk maken van het beoogde appartementengebouw, waarbij enige flexibiliteit wordt geboden. Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de bouwfase op het perceel is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het plan geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee. De nieuwe appartementen hebben een verkeersaantrekkende werking. Dit heeft onder meer ook consequenties voor de aspecten verkeer, lucht en geluid.
De effecten hiervan zijn echter niet relevant. pagina 3 van 7
Plaats van het project Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt in het centrum van de bebouwde kom van Nuland. Het Prins Bernhardplein geldt als centraal plein en ligt aan een kruising van 4 wegen die het centrum ontsluiten in de 4 windrichtingen. De omgeving bestaat overwegend uit woonpercelen. De locatie zelf is bebouwd met een winkelpand met woning.
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: • Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn): In de omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn.
•
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Het plangebied is niet gelegen in een bestaand stedelijk gebied met hogere dichtheden (dichtheden hoger dan 100 personen per 100 m 2).
•
Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valetta, Erfgoedwet): In het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm-mv.
•
Ecologische Hoofdstructuur / Natuurnetwerk Nederland (Provinciale verordening): Het plangebied ligt niet dicht bij een gebied dat is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland of andere door de provincie beschermde natuur.
•
Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming): Door de afwezigheid van geschikte locaties en/of habitatkenmerken kan de aanwezigheid van beschermde soorten worden uitgesloten in het plangebied.
Kenmerken van het potentiële effect Algemeen Het project betreft de realisatie van een appartementengebouw binnen het plangebied aan de Prins B e r n h a r d p l e i n 1 7 i n N u l a n d . De omgeving van het projectgebied kent een beperkt aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: • verkeer: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie (doorstroming, congestie, etc.).
•
geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig project;
•
lucht: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, veroorzaakt door onderhavig project;
•
water: bij onderhavig plan neemt de totale bebouwing toe, waarmee er mogelijk sprake is van negatieve effecten op de waterhuishouding. Het plangebied ligt in een 25-jaars zone grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied kent geen andere provinciaal pagina 4 van 7
beschermde waterbelangen en zijn er geen waterlichamen zoals bedoeld in de Kaderrichtlijn Water gelegen binnen het plangebied.
•
archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het projectgebied.
•
cultuurhistorie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden in het projectgebied.
Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld:
•
natuur: Door de afwezigheid van geschikte locaties en/of habitatkenmerken kan de aanwezigheid van beschermde soorten worden uitgesloten in het plangebied. Wat betreft gebiedsbescherming worden ook geen belemmeringen voorzien. Het plangebied ligt buiten het NNN en binnen een afstand van 5 kilometer zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig.
•
externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot externe veiligheidsrisico’s op de omgeving.
•
bodem: bij onderhavig plan zal nieuwbouw van een appartementengebouw plaatsvinden. Er hoeft niet te worden verwacht dat deze bouwactiviteiten bodemverontreiniging met zich meebrengen; het wonen is een niet-bodembedreigende functie.
Verkeer Voor de locatie is een parkeeronderzoek uitgevoerd door M&A Omgeving. Op basis van de parkeernormen van de gemeente dienen 36 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. In het ontwerpplan zijn 22 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en dienen 8 parkeerplaatsen in het openbaar gebied te worden benut. In het onderzoek is aangetoond dat de parkeerdruk in de omgeving dermate is, dat het gebruik van de openbare parkeerplaatsen door het plan mogelijk is. De locatie wordt verder goed ontsloten door de aangrenzende wegen. Het extra verkeer zal hier in het heersende verkeersbeeld kunnen worden opgenomen. Hiermee hoeven geen negatieve verkeerskundige effecten verwacht te worden (bijvoorbeeld doorstroming, ontsluiting of veiligheid) voor een dergelijke relatieve lage toename. Als conclusie geldt hiermee dat er op het gebied van verkeer geen sprake is van negatieve milieueffecten. Geluid Onderhavig plan kan leiden tot meer geluidshinder op de bestaande omgeving als gevolg van het lawaai van wegverkeer van en naar het onderhavige plangebied. Voor het plangebied is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd door M&A Omgeving BV (rapportnr. 220-NPB17-wl-v1, d.d. 6 december 2020). Hierin zijn de geluidsbelastingen bepaald op de nieuwe woonfunctie ten gevolge van het wegverkeer van de 30 km/h wegen in de omgeving.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ten gevolge het verkeer op genoemde wegen de hoogste geluidsbelasting maximal 55 dB bedraagt op de gevels van de appartementen. Er is geen sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, omdat er geen gezoneerde wegen in de omgeving aanwezig zijn. De appartementen worden voorzien van een minimale gevelwering van 22 dB, zodat wordt voldaan aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Er zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat in de wooneenheden.
pagina 5 van 7
Lucht Onderhavig plan kan leiden tot meer luchtverontreiniging in de omgeving als gevolg van het lawaai van wegverkeer van en naar het onderhavige plangebied. Onderliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 15 wooneenheden. Het plan draagt conform de ministeriële regeling ‘NIBM’ niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadpleging van de NSL-monitoringstool heeft verder aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen in het plangebied en de directe omgeving. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Voorgaande constateringen zijn belangrijke aanwijzingen dat geen sprake is van een betekenisvol negatief milieueffect op het gebied van de luchtkwaliteit. Overigens neemt de luchtkwaliteit in algemene zin de komende jaren toe, blijkt uit algemene gegevens en prognoses voor heel Nederland. Ook gezien dit feit, zal geen sprake zijn van een negatief milieueffect. Water Onderhavig plan kan leiden tot negatieve effecten op de waterhuishouding aangezien onderhavig plan leidt tot meer verstening en verharding. In het plangebied zullen maatregelen genomen worden voor de berging en afvoer van regenwater. Hiervoor is binnen het plangebied voldoende ruimte.
De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. Archeologie Binnen het plangebied geldt een hoge trefkans op archeologische waarden. Door de grondwerkzaamheden die moeten worden uitgevoerd voor de bouw van de appartementengebouwen, kunnen deze waarden worden aangetast. Daarom is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Raap (d.d. 6 april 2021). Uit de resultaten van het archeologisch onderzoek volgt dat archeologische resten op het perceel mogelijk zijn. Daarbij wordt geadviseerd dat als de verstoring van de bodem door de bouwplannen dieper dan 0,8 m-mv plaatsvindt, er eerst een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. In het plan zal de verstoringsdiepte niet dieper zijn dan 0,8 m-mv, zodat op voorhand geen vervolgonderzoek voor archeologie noodzakelijk is. Bij de graafwerkzaamheden zal niettemin goed worden opgelet of er sprake is van archeologische resten in de bodem. In het voorkomend geval zal het werk worden stopgelegd en wordt de gemeente hierover ingelicht.
In onderhavig bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie-1’ opgenomen. Deze leidt kortweg tot een verbod op bouwwerkzaamheden zonder dat afdoende archeologische onderzoek uitgevoerd is. Hiermee is in het wijzigingsplan gewaarborgd dat de archeologische waarden in het plangebied niet geschaad kunnen worden. De ontwikkeling kan hierdoor niet leiden tot een aantasting van archeologische waarden. Er is dus geen sprake van een negatief milieueffect.
pagina 6 van 7
Conclusie In deze aanmeldingsnotitie is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
pagina 7 van 7
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek industrielawaai
59
60