230913 Beleidskader onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Beleidskader onderwijshuisvesting Talentontwikkeling duurzaam huisvesten
Inhoud Onderwijshuisvestingsbeleid met ambitie Introductie Totstandkoming Rollen en verantwoordelijkheden (governance)
4 6 7
Ambitieus en beleidsrijk Introductie Bossche educatieve agenda Kansengelijkheid, inclusiviteit & talentontwikkeling Accommodatiebeleid Bewegen, spelen en gezondheid Inclusief en divers
11 12 13 14 15 17
Duurzaam Introductie Circulair en flexibel Groen, waterbestendigheid en biodiversiteit
19 21 23
Zakelijk Introductie Grootte, eigenheid en standaardisatie Eigendom en verhuur Duurzame investering, afschrijven en financiële bijdragen Verordening, krimp en groei, onderhoud Samenwerking gemeenten en onderwijs
25 26 28 30 32 33
Bronnen
34
Bijlagen
36
Definities
37
2
Onderwijshuisvestingsbeleid met ambitie
3
Onderwijshuisvestingsbeleid met ambitie
Introductie De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de ambitie dat alle jongeren opgroeien in een fijne omgeving waarin zij hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen door ervaringen op te doen. Om dat te bereiken zetten we in op goede voorschoolse voorzieningen, uitstekend onderwijs, sportfaciliteiten, culturele activiteiten en jongerenwerk voor alle jongeren. Deze activiteiten zijn afgestemd en worden zoveel mogelijk integraal aangeboden. Onze scholen maken daar een belangrijk onderdeel van uit.
#
4
‘’s-Hertogenbosch staat bol van de talenten. Deze talenten zijn eerlijk verdeeld over onze gemeente, maar de kans om ze te ontdekken en te ontwikkelen niet. Onze overtuiging is dat elk kind in ’s-Hertogenbosch een eerlijke start verdient. En elke jongere verdient de kans om te ontdekken waar hij goed in is en wat hij leuk vindt. Verdient het om te leren en trots op zichzelf te zijn.’ Ufuk Kâhya – Wethouder Talentontwikkeling
Wij vinden goede, gezonde en inspirerende scholen van groot belang. Hoe beter we hier invulling aan geven, hoe beter we leerlingen in staat stellen te functioneren en hoe beter zij zich kunnen ontwikkelen. En dat in een tijd waar maatschappelijke ontwikkelingen zich in rap tempo opvolgen; prijzen staan onder druk, energie wordt schaarser, koopkracht is onzeker en klimaatdoelstellingen zijn belangrijker dan ooit. Dit alles vraagt om onderwijshuisvestingsbeleid: 1. Dat ambitieus & beleidsrijk is; onderwijshuisvesting biedt ruimte aan talentontwikkeling en kansengelijkheid in de breedste zin van het woord, is toegankelijk voor iedereen en integraal onderdeel van de wijk en samenleving; 2. Waarin duurzaamheid verankerd is; en waar flexibiliteit en toekomstbestendigheid onder deel van uitmaakt, zodat we kunnen anticiperen op de wensen van nu en in de toekomst. 3. Dat tevens een zakelijke benadering kent t.b.v. een gezonde en duurzame bedrijfsvoering; huisvesting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen, kinderopvang en andere samenwerkingspartners en de gemeente. In dit document wordt verder invulling gegeven aan ons onderwijshuisvestingsbeleid.
5
Onderwijshuisvestingsbeleid met ambitie
Totstandkoming Een beleidskader met een zo grote impact op de onderwijshuisvesting stel je op met de direct betrokken partners. Daarom zijn bij het opstellen van dit beleid de volgende partijen betrokken: • De gemeente; • De schoolbesturen in het Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO); en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) van de gemeente ’s-Hertogenbosch; • Vertegenwoordiging van kinderopvangpartners in onze Kindcentra; • Kinder- en Jeugdparlement. Dat is gebeurd aan de hand van zowel individuele gesprekken en werksessies, als ook plenaire sessies in de vorm van tafelgesprekken met een specifieke focus. Kinderen en jongeren hebben we gericht bevraagd op het onderwerp onderwijshuisvesting, hun inbreng hebben we verwerkt in dit beleidskader. Ook is aansluiting gezocht bij verschillende beleidsdocumenten en thema’s die verder gaan dan alleen onderwijshuisvesting, maar hier wel op ingrijpen. Zo sluiten we onder meer aan op het gemeentelijk duurzaamheids- en klimaatbeleid, het sport- en bewegingsbeleid en de lokale inclusieagenda.
‘We vinden het belangrijk dat er voldoende leraren in het gebouw zijn.’ Groep 7 leerlingen - KC De Ontluiking
6
Onderwijshuisvestingsbeleid met ambitie
Rollen en verantwoordelijkheden (governance) Onderwijshuisvesting is een gedeelde zorg van gemeente en schoolbesturen. Daarbinnen heeft iedere partner wel zijn eigen rol en verantwoordelijkheden. Nieuwbouw en uitbreiding regelt de gemeente en in de basis verzorgt het schoolbestuur het onderhoud en exploitatie van de onderwijshuisvesting. Dit vraagt om een goede en nauwe samenwerking met een professionele en oplossingsgerichte houding van beide partijen.
Rol van de gemeente
Rol van het onderwijs
De gemeente heeft volgens de wet de zorgplicht voor het beschikbaar stellen van voldoende en adequate onderwijshuisvesting voor het PO, VO en Speciaal Onderwijs. Dat betekent dat zij de verantwoordelijkheid heeft om te voorzien in de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, de eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket) en ruimte voor bewegingsonderwijs (waaronder gymzalen).
De schoolbesturen (het onderwijs) hebben de plicht om onderwijs te verzorgen, de huisvesting te exploiteren en als goed huisvader deze te onderhouden en te beheren. Tussentijdse aan passingen en kwaliteitsverbeteringen aan huis vesting behoren daar ook toe. Ook schoolterreinen behoren tot de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Het schoolbestuur ontvangt voor deze taken rechtstreeks een vergoeding van het Rijk.
7
Het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur. De gemeente behoudt het economisch claimrecht op de schoolgebouwen en de grond. De wet stelt dat bij het bouwen van een school het schoolbestuur in beginsel bouwheer is, tenzij met het college van B en W is overeengekomen dat de gemeente als bouwheer optreedt. De bouwheer is de opdrachtgever van een project. In opdracht van de bouwheer worden, in afstemming met de betrokken partijen, het programma van eisen en
het ontwerp opgesteld. Ook geeft de bouwheer binnen de gestelde kaders opdracht aan uitvoerende partijen om een project te realiseren. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestings voorzieningen heeft het schoolbestuur dus te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente voor de realisatie en één vanuit het Rijk voor onderhoud, exploitatie en beheer. Voor het bewegingsonderwijs gelden op onderdelen afwijkende (wettelijke) afspraken.
Financiële bijdrage van het Rijk
Gemeente ’s-Hertogenbosch Onderwijshuisvestingsvoorzieningen
Schoolbesturen Bekostiging Materiële Instandhouding
• • • • • •
• • • • • •
(Vervangende) nieuwbouw Uitbreiding Eerste inrichting Constructiefouten Vandalisme Calamiteiten
Binnen/klein onderhoud Buiten/groot onderhoud Energie Schoonmaak Tuin/plein onderhoud Overige kosten
Doordecentralisatie
Groenonderwijs
Met één schoolbestuur, Ons Middelbaar Onderwijs, is binnen onze gemeente een doordecentralisatieovereenkomst afgesloten. Bij doordecentralisatie draagt de gemeente het economisch eigendom van grond en schoolgebouwen over aan het schoolbestuur en stelt hier een vergoeding tegenover. Het schoolbestuur wordt hiermee zelfstandig verantwoordelijk voor bouw, onderhoud en financiering van het schoolgebouw. Dit is het geval bij het St. Jans Lyceum, het Van Maerlant, het Rodenborch college en de Bossche Vakschool (excl. ISK).
Schoolbestuur Yuverta verzorgt in onze gemeente het groenonderwijs. De verantwoordelijkheid voor de huisvesting van het groenonderwijs wijkt af van de andere VO-scholen. Als gemeente hebben we in de huidige wetgeving geen zorgplicht voor de huisvesting van het groenonderwijs. Toch is ook Yuverta betrokken bij het opstellen van dit beleidskader.
8
Rol van overige instellingen
Eigendom
Het onderwijshuisvestingsbeleid heeft niet alleen betrekking op het onderwijs maar ook op voorschoolse educatie, kinderopvang en naschoolse activiteiten. In ’s-Hertogenbosch kennen we de volgende verschijningsvormen; • Enkelvoudige school – hiervan hebben we 9 scholen in het voortgezet onderwijs, 2 in het basisonderwijs en 4 in het (voortgezet) speciaal onderwijs; • Kindcentrum (KC) – hierin zijn in ieder geval onderwijs en kinderopvang en in een aantal gevallen ook sport bij elkaar gebracht en is sprake van een doorgaande leerlijn. Onze gemeente kent er hiervan 31, allen in het basisonderwijs; • Multi Functionele Accommodatie (MFA) – hierin zijn meerdere gebruikers onder één dak gevestigd, waaronder in ieder geval onderwijs en kinderopvang. Onze gemeente kent er hiervan 4, waarvan twee in het (voortgezet) speciaal onderwijs; • Bossche Brede School (BBS) – hierin zijn in ieder geval onderwijs en kinderopvang bij elkaar gebracht in een doorgaande leerlijn, maar is ook het wijkaanbod versterkt een expliciete wijkvoorziening die organisatorisch onder de verantwoordelijkheid valt van 1 manager. Onze gemeente kent er 6, verdeeld over 7 locaties, allen met het basisonderwijs.
Uitgangspunt van de onderwijswetgeving is dat het juridisch eigendom van het schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur (het bevoegd gezag).1 Daarbij moet opgemerkt worden dat het eco nomisch claimrecht bij einde levensduur gebouw of sluiting van de school bij de gemeente ligt. Het is echter ook mogelijk het eigendom van een schoolgebouw bij andere partijen te leggen dan het bevoegd gezag, te weten bij de gemeente zelf of een derde partij (bijv. een woningbouwvereniging of een andere privaatrechtelijk partij). Onze gemeente kent alle drie deze eigendomssituaties. Bij enkelvoudige scholen en bij kindcentra is het schoolbestuur in de regel juridisch eigenaar van het gebouw. Zij hebben hiervoor de verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Wanneer er naast onderwijs en kinderopvang meer partners of gebruikers onder één dak gehuisvest zijn kiezen we er voor dat de gemeente eigenaar is. Dit is het geval is bij de BBS-en de MFA’s, in deze gebouwen zorgt de gemeente ook voor de uitvoering van het beheer en onderhoud en dragen de gebruikers een vergoeding af aan de gemeente.
Een volledig overzicht van de Bossche scholen is in de bijlagen opgenomen. Als gemeente zetten we in het basisonderwijs in op het realiseren van Kindcentra. In een Kindcentrum werken in ieder geval kinderopvang, basisonderwijs en Sport & Recreatie nauw samen aan een ononderbroken ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar. Kindcentra vormen een centraal onderdeel van de sociale, pedagogische en zorginfrastructuur in onze gemeente en zijn een belangrijke pijler in het integraal jeugdbeleid. Nagenoeg alle basisscholen maken deel uit van een Kindcentrum.
1 ‘Samen doen wat goed is voor de jeugd in ’s-Hertogenbosch’ - Bossche Educatieve Agenda 2023-2035
9
Ambitieus en beleidsrijk
Uitdagende en stimulerende onderwijshuisvesting
Introductie We willen alle kinderen en jongeren in staat te stellen het beste uit zichzelf te halen. Dit doen we door hen te helpen hun talenten te ontwikkelen en daarmee hun geloof in eigen kunnen te vergroten, waardoor zij kunnen meedoen in de samenleving. Het onderwijs speelt hierin een belangrijke rol. Als gemeente faciliteren wij dit onder andere via schoolgebouwen. We geven invulling aan de wijze waarop onze onderwijshuisvesting de komende jaren gaat bijdragen aan talentontwikkeling, kansengelijkheid, doorgaande leerlijnen, gezondheid en inclusiviteit.
BBS
11
Uitdagende en stimulerende onderwijshuisvesting
Bossche educatieve agenda We willen dat alle kinderen en jongeren in onze gemeente de kans krijgen om hun talenten te ontdekken en te benutten. Dit vraagt om afstemming. Daarom werken we met kinderopvang, scholen voor primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs en onze educatieve partners aan de Bossche Educatieve Agenda (BEA) met als doel gelijke kansen voor en maximale ontwikkeling van kinderen en jongeren. Langjarige afspraken zijn hierbij belangrijk. De BEA is in 2023 vastgesteld en loopt tot 2035 met voor elke vier jaar een uitvoeringsagenda.
Drie doelstellingen staan in de BEA centraal: 1. 2. 3.
Optimaal opgroeien in ’s-Hertogenbosch: elk kind en elke jongere verdient een zo optimaal mogelijke ontwikkeling; Gelijke Kansen: de kijk en aanpak is holistisch, daarnaast is er extra aandacht daar waar dat nodig is om gelijke kansen te bieden; Doorgaande ontwikkellijnen: gezamenlijk stemmen we onze werkwijze voor een soepele overgang en het educatieve- en pedagogische aanbod af op wat elk kind en elke jongere nodig heeft.
Binnen deze drie doelstellingen: • •
• • •
•
Stimuleren we ontmoeting tussen kinderen en jongeren met diverse achtergronden en uit verschillende wijken en dorpen; Vindt het onderwijs zo veel mogelijk dicht bij huis plaats. Dat zorgt ervoor dat het leven van kinderen binnen en buiten school meer met elkaar verbonden zijn. Leerlingen die meer of andere begeleiding nodig hebben krijgen een ontwikkelomgeving die past bij hun behoefte; Werken we nadrukkelijk samen met ouders en opvoeders bij de ontwikkeling van hun kind(eren); Volgen kinderen en jongeren onderwijs dat het beste bij hun talenten en interesses past. We maken beroepsonderwijs aantrekkelijker voor zowel ouders als leerlingen; Zijn bibliotheek, sportvereniging, jongerenwerk en andere organisaties onze gelijk waardige partners bij het vergroten van de mogelijkheden van kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen; Krijgen professionals in de kinderopvang en het onderwijs de ruimte om vanuit eigen vakmanschap en inzicht te werken om kinderen en jongeren zelfvertrouwen te geven en te laten floreren.
12
Uitdagende en stimulerende onderwijshuisvesting
Kansengelijkheid, inclusiviteit & talentontwikkeling Onderwijshuisvesting voor elk kind •
•
•
•
2
Onderwijsvoorziening in elke kern en elke wijk: Binnen onze gemeente hebben we voor iedereen voldoende, kwalitatief goede en toegankelijke schoolgebouwen. Schoolbesturen en gemeente streven samen naar goede spreiding van onderwijsvoorzieningen, op voorwaarde dat kwalitatief onderwijs en daarnaast ook een gezonde exploitatie mogelijk zijn. We streven naar thuisnabij onderwijs dat veilig bereikbaar is, te voet, met de fiets of het OV; Eigenheid en diversiteit staan centraal: Als gemeente en schoolbesturen geloven we erin dat met een pluriform aanbod van scholen talentontwikkeling gestimuleerd kan worden en kansenongelijkheid terug gedrongen kan worden. In de gemeente ’s-Hertogenbosch hechten we waarde aan de eigenheid van scholen op het gebied van signatuur en onderwijsconcept en de kwaliteit en betaalbaarheid van onderwijs niet in het geding komen. We zorgen er samen voor dat er keuze is in scholen en Kindcentra; Vorming van Kindcentra heeft de voorkeur: Alle basisscholen binnen onze gemeente maken deel uit van een Kindcentrum. Hiermee ontstaat een gezamenlijke visie op het jonge kind en wordt ook de overgang naar de basisschool vergemakkelijkt. Vanuit deze gezamenlijke visie zetten wij als gemeente daarom primair in op de realisatie van Kindcentra; Bestaande Brede Bossche Scholen blijven bestaan: In 7 buurten binnen de gemeente hebben we ook een Brede Bossche School.
De BBS-en blijven bestaan naast onze kindcentra. De BBS-en zijn ván en vóór de wijk. Iedereen is er welkom. Hiermee versterken we het wijkaanbod. Specifiek voor kinderen zijn er buitenschoolse culturele en sportactiviteiten;
Uit ‘Iedereen doet en telt mee’
•
•
Elke leeromgeving is passend bij de vraag: We zorgen er gezamenlijk voor dat binnen onze gemeente voor elke leerling een doorgaande flexibele leerlijn is met optimale ontwikkelkansen vanuit een sterke sociale basis en voor een positief opgroeiklimaat en een passende onderwijsplek. We volgen hiervoor het principe van thuisnabij onderwijs. Ambities en doelstellingen zijn vastgelegd binnen het SWV de Meierij; Elk schoolgebouw is toegankelijk voor iedereen: We leggen binnen onze gemeente het ontwerp van nieuwe schoolgebouwen ook ter toetsing voor aan het Gehandicaptenplatform. De feedback die daaruit voortvloeit wordt meegenomen in het ontwerp waardoor nieuwe schoolgebouwen goed toegankelijk zijn. Bij toekomstige ontwikkelingen zetten we ook in op het inclusief inrichten van schoolpleinen.2
13
Uitdagende en stimulerende onderwijshuisvesting
Accommodatiebeleid Slim combineren binnen accommodaties Als gemeente streven we ernaar om samen met maatschappelijke partners tot een divers aanbod aan accommodaties te komen ten behoeve van onderwijs, talentontwikkeling en kansengelijkheid. Accommodaties die ruimte bieden aan multifunctioneel en gedeeld gebruik. Het maken van slimme combinaties is hierbij het uitgangspunt, waarbij we uitgaan van functionaliteit en maatschappelijke meerwaarde van activiteiten in plaats van organisaties. Dit betekent ook dat multifunctioneel en gedeeld gebruik prevaleert boven solistisch gebruik van accommodaties en ruimten. Uitgangspunten voor accommodatiebeleid zijn3: • Het kwalitatief versterken van een uitnodigend en toegankelijk voorzieningenaanbod voor organisaties en initiatieven uit de samenleving; • Het hanteren van een beheersstructuur waarbij multifunctioneel en gedeeld gebruik van accommodaties voorop staat; • Het komen tot een goede spreiding van accommodaties binnen de gemeente aansluitend bij de sociale opgave en de maatschappelijke behoefte in de wijken en aansluitend bij onze ambities op de verschillende beleidsterreinen. Het accommodatiebeleid is vertaald naar onderwijshuisvesting voor wat betreft de kindcentra, BBS-en en MFA’s. Voor het VO geldt dat zij gestimuleerd worden om ruimte beschikbaar te stellen voor maatschappelijk gebruik.
Als gemeente faciliteren we dit vanuit het Makelpunt ’s-Hertogenbosch. We maken afspraken over gedeeld ruimtegebruik en een bijdrage in de exploitatie hiervoor.
‘Jongeren vinden inspiratie in goede en gezonde scholen.’ Ton Reijnen - bestuurder Stichting Talentis
3
Uit ‘Beleidskader accommodatiebeleid’ – Raadsvoorstel 9 juni 2020
14
Uitdagende en stimulerende onderwijshuisvesting
Bewegen, spelen en gezondheid Een plek om te spelen Als gemeente streven wij ernaar om met bewegen en spelen een goede gezondheid te stimuleren. Daarom combineren we speel- en sportlocaties waar mogelijk met scholen. We spelen daarbij in op de behoeften van de wijk. Onze ambitie is om schoolpleinen, daar waar mogelijk, openbaar toegankelijk te maken, of ze open te stellen. We houden situaties in stand waar een school gebruik maakt van nabije openbare trap- en speelveldjes. Natuurlijk spelen, vergroening van speelplekken en het aantrekkelijker maken van de speel voorzieningen voor alle kinderen zijn daarbij de assen waarlangs ontwikkeld moet worden. Bij een groot aantal scholen wordt het schoolterrein ook na schooltijd al intensief gebruikt door de buurt. Dit zal de komende jaren alleen maar versterkt worden. We maken afspraken over eigendom en verantwoordelijkheden (overlast, molest en (vervangings-) onderhoud). Doel is: • Meer gedeelde (buiten)ruimte creëren; • Inrichten met natuurlijke elementen; • Focus van kwantiteit naar kwaliteit.
15
Gezonde omgeving stimuleert bewegen Voorzieningen voor bewegingsonderwijs behoren tot de onderwijshuisvesting waarvoor wij als gemeente zorg moeten dragen. De wet en de verordening geven hier regels voor. Het is zaak zo optimaal mogelijk met de beschikbare ruimte om te gaan. Daarbij wordt breder gekeken dan alleen het gebruik door het onderwijs. De exploitatiebekostiging van gymzalen/ sportzalen/sporthallen vanuit het Rijk gaat uit van gebruik buiten schooltijd door onder meer zaalsportverenigingen. Dit gebruik wordt veelal gecoördineerd door de afdeling Sport & Recreatie. De meeste ruimten voor bewegingsonderwijs in het basisonderwijs zijn in beheer bij en eigendom van de gemeente. De meeste sportvoorzieningen in het voortgezet, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs zijn in eigendom en beheer bij de schoolbesturen. Op basis van de toenemende aandacht voor intensivering van bewegingsonderwijs en van naschoolse bewegingsactiviteiten vinden we het belangrijk dat nabij scholen/kindcentra, naast binnensportvoorzieningen, voldoende andere sport- en bewegingsmogelijkheden buiten beschikbaar zijn. Hier houden we bij het ontwerp en de realisatie rekening mee. Ook creëren we binnen onze gemeente gezonde leeromgevingen; zo beschikt elke school over een of meerdere watertappunten voor de leerlingen en richten we groene schoolpleinen in.
16
De fysieke leeromgeving van het kind
Inclusief en divers Er is onderwijs voor alle kinderen, ongeacht de herkomst van de kinderen. Er zijn verschillende groepen anderstaligen, waaronder AZC-leerlingen, expats en migranten en sinds 2022 ook Oekraïense vluchtelingen. Voor deze leerlingen hebben we diverse onderwijsvoorzieningen georganiseerd. Decentraal in het basisonderwijs op verschillende scholen in onze gemeente. In het voorgezet onderwijs hebben we dit via een internationale schakelklas (ISK) centraal georganiseerd. Als leerlingen het nieuwkomersprogramma doorlopen hebben stromen ze veelal door naar het regulier onderwijs.
We zien een groei van het aantal anderstaligen en verwachten dat deze structureel van aard zal zijn. Daarnaast zien we dat deze instroom fluctueert en moeilijk te voorspellen is. Qua huisvesting is een stabiele en kwalitatief goede voorziening gewenst voor anderstaligen, waarin we makkelijk kunnen op- en afschalen: permanente onderwijshuisvesting met een flexibele schil, zowel in het PO als in het VO.
Internationale school Bij interesse vanuit het bedrijfsleven voor een internationale school en de bereidheid om deze te bekostigen zijn wij als gemeente bereid om hieraan mee te werken.4
4
Uit ‘Slagkracht en ambitie. Met lef en energie de toekomst in.’ - Bestuursakkoord gemeente ’s-Hertogenbosch 2022-2026
17
Duurzaam
Duurzame onderwijshuisvesting
Introductie Met het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid in ons achterhoofd, waarin we onder andere de ambitie hebben om klimaatneutraal te zijn in 20455, willen we ook met onze onderwijshuisvesting, zoveel als mogelijk, bijdragen aan een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving. We realiseren bij nieuwe onderwijshuisvestingsprojecten klimaatneutrale (CO2 neutrale)6 gebouwen. Hierbij zetten we in op hernieuwbare en duurzame energie7 en op het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen. Om hier inzicht in te hebben, zorgen we bij verbouw of nieuwbouw voor beschikbaarheid van data rondom energieverbruik. Naast duurzame energie zetten we ook in op maatschappelijke meerwaarde en bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit.
5
Uit ‘Slagkracht en ambitie. Met lef en energie de toekomst in.’ - Bestuursakkoord gemeente ’s-Hertogenbosch 2022-2026
6
Uit ‘Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch’
7
Uit ‘Visie energielandschap – deel A’ + infographic Energielandschap ’s-Hertogenbosch
19
Verduurzamen op natuurlijke momenten Momenten van (ver)nieuwbouw zijn bij uitstek geschikt als ‘natuurlijke momenten’ om ons vastgoed te verduurzamen. Schoolbesturen zijn uiteraard (tussentijds) vrij om, binnen de mogelijkheden die zij hebben, zelf (aanvullende) maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van schoolgebouwen. Bij situaties die voortkomen uit de Wet Milieu beheer bestaat er spanning tussen de verplichtingen en de bekostiging ervan. Een schoolbestuur ontvangt geen aanvullende bekostiging om maatregelen die voortkomen uit de Wet Milieu beheer (erkende maatregelenlijst energiebesparing) te financieren. En wij als gemeente zijn op onze beurt niet verantwoordelijk voor het realiseren van deze maatregelen, maar hebben wel een toezichthoudende taak. Ook wij, als gemeente, ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Samen met schoolbesturen blijven we daarom hierover in gesprek en blijven we hierop in VNG-verband en vanuit de sectorraden op aandringen bij het Rijk.
Op weg naar BENG voor bestaande gebouwen Bij al het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed, waaronder ook de scholen in eigendom van de gemeente, is al een zo groot mogelijke stap richting klimaatneutraal gezet. De gebouwen hebben, waar mogelijk, minimaal energielabel B.
‘De lichten en digibords zijn vrijwel altijd aan in lokalen, ook wanneer hier geen les wordt gegeven. Door hier intelligenter mee om te gaan zou er veel energie bespaard kunnen worden.’ Leerlingen van het Pierson en het SGDB
Voor het zoveel als mogelijk klimaatneutraal maken wordt aangesloten op de (methodiek van de) wetgeving voor Bijna-Energie-Neutrale-Gebouwen (BENG) en worden bestaande schoolgebouwen (niet in eigendom van de gemeente) zo energiezuinig mogelijk gemaakt.
Fris, gezond en energieneutraal (ENG) is het uitgangspunt Voor de (ver)nieuwbouw van scholen geldt dat ze energieneutraal (ENG) en gasloos zijn. De realisatie van schoolgebouwen met nul-op-de-meter door gebruikers moedigen wij als gemeente aan. Bij oplevering van (ver)nieuwbouw beschikt een schoolgebouw over minimaal energielabel A. Ook stellen we dat (ver)nieuw(d)e scholen voldoen aan de gemiddelde score van Frisse Scholen klasse B. Daarbij hanteren we de eis dat de onderdelen licht, lucht en akoestiek een minimale score ‘Frisse Scholen klasse B’ hebben. Voor de andere onderdelen hanteren we geen minimale eis zolang de gemiddelde score van het geheel klasse B behaalt.
20
Duurzame onderwijshuisvesting
Circulair en flexibel Circulair bouwen is toekomstgericht Hoewel vernieuwen van de onderwijshuisvesting de norm is, is circulair bouwen de ambitie. Waar mogelijk gebruiken we de bestaande gebouwen, we passen die aan om nogmaals 40 jaar ingezet te kunnen worden voor het onderwijs. Aan de hand van een businesscase wordt bepaald wat de beste optie is. Op deze manier stimuleren we om duurzaam en circulair om te gaan met de beschikbare grondstoffen en materialen. Ook houden we bij (ver)nieuwbouw rekening met circulariteit in het ontwerp. De toegepaste bouwmaterialen vergroten de restwaarde van het vastgoed op het moment dat het ‘economisch’ afgeschreven is. Hetzelfde geldt voor ‘passief bouwen’ waarbij gestreefd wordt naar zo weinig mogelijk gebruik van installaties voor verwarming en koeling. Verder wordt bij (ver)nieuwbouw het kwaliteitskader primair- en voortgezet onderwijs van Kenniscentrum Ruimte OK als richtlijn toegepast.
Inzicht in materialen maakt hergebruik mogelijk nu en in de toekomst Aan het einde van de levensduur van elk schoolgebouw staat de gemeente voor de keuze van nieuwbouw of vernieuwing van het bestaand gebouw. In het kader van circulariteit en de toepassing en kennis van materialen in het gebouw, willen wij als gemeente van elk nieuw schoolgebouw een materialenpaspoort laten opstellen. De eigenaar/gebruikers zijn gedurende de levensduur van het gebouw verantwoordelijk voor het bijhouden van dit materialenpaspoort bij wijzigingen aan het gebouw. Hiermee borgen we dat aan het einde van de levensduur duidelijk is welke materialen een tweede leven gegund krijgen. Daarnaast stellen we bij (ver)nieuwbouw een inventarisatie van materialen verplicht en het opstellen van een projectenkaart, zodat scholen inzicht hebben in vrijkomende materialen en gebruik kunnen maken van elkaars materialen.
21
Schoolgebouwen zijn flexibel in te delen en demontabel Bouwen voor leegstand willen we zoveel mogelijk tegen gaan. Dit doen we door passend, flexibel en multifunctioneel te bouwen. Wanneer (beperkte) toekomstige groei of krimp aannemelijk is op een locatie, willen wij dat de mogelijkheid bestaat om op relatief eenvoudige wijze het gebouw uit te breiden of delen van het gebouw voor andere doeleinden in te zetten. Wij denken hierbij aan een bandbreedte van 10-20% door het stellen van eisen aan de indelingsflexibiliteit en uitbreidbaarheid van een gebouw.
Afvalvrije scholen dragen bij aan bewustwording Om een bijdrage te leveren als school aan circulariteit, dient ook vanzelfsprekende bewustwording te worden gecreëerd op het thema afval. Het onderwijs speelt een centrale rol in deze bewustwording en aansluiten bij het landelijke programma van VANG naar een afvalvrije school is een stap naar een afvalvrij ’s-Hertogenbosch.
‘Veel scholen bieden nog geen mogelijkheden voor afvalscheiding, terwijl veel leerlingen dit wel graag zouden willen doen.’ Leerlingen van het Pierson en het SGDB
Duurzame mobiliteit Binnen onze gemeente verplaatsen we ons op een schone manier: te voet, met de fiets, het open baar vervoer of met emissievrije auto’s. We stimuleren leerlingen, personeel en ouders om op een duurzame wijze naar school te komen. Dit doen we bijvoorbeeld door laadmogelijkheden voor elektrische fietsen en auto’s te faciliteren. We sluiten aan op het gemeentelijk parkeerbeleid. Ons voortgezet en voortgezet speciaal onderwijs is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. We bevorderen een veilige afwikkeling van brengen en halen, door gebruik te maken van een combinatie van verkeerskundige maatregelen en inzetten op verkeersgedrag.
22
Duurzame onderwijshuisvesting
Groen, waterbestendigheid en biodiversiteit Groen en waterbestendigheid Wij vinden het belangrijk dat de kinderen in onze gemeente kennis maken met natuur (groen) en water (blauw). We willen daarom dat schoolpleinen (verder) vergroenen en dat we de opvangmogelijkheden voor water organiseren op en rondom schoolgebouwen en schoolpleinen. Op deze manier kunnen de kinderen door natuurinclusief spelen en natuureducatie nieuwe ervaringen opdoen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en projecten wordt daarom de aanleg van een minimale oppervlakte groen verplicht gesteld. Daarbij zijn wij als gemeente zuinig op bestaand groen. Wateropvang kan worden georganiseerd door wadi’s, infiltratiesystemen en groen. In de verordening ‘Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021’ is een kwantitatieve en kwalitatieve groennorm opgenomen. Voor scholen zijn (provinciale) subsidies beschikbaar voor de aanleg van de schoolpleinen.
8 Uit ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig – Bouwstenen voor de Bossche omgevingsvisie’
Samen met de schoolbesturen voeren wij het gesprek over medegebruik van elkaars groen en speelplekken en de wijze waarop onderhoud en de bekostiging van het onderhoud van een natuurlijk schoolplein plaats zal vinden. Dit in het kader van het gewenste speelbeleid binnen onze gemeente.
Biodiversiteit Voldoende biodiversiteit kan ziekten en plagen voorkomen en is van levensbelang om natuurlijke processen en ecosystemen te behouden. Investeren in biodiversiteit is ook investeren in de omgeving.8 Wij hanteren in onze gemeente voor de bouw van scholen het principe van natuurinclusief bouwen.
23
Zakelijk
Betaalbare onderwijshuisvesting
Introductie Onderwijshuisvesting heeft ontegenzeggelijk een financiële component. We kunnen het geld dat gemeenten en schoolbesturen hiervoor beschikbaar hebben maar één keer uitgeven. Keuzes die we maken bij het realiseren van onderwijshuisvesting hebben effect op de korte (investeringsruimte) maar nog veel meer op de lange termijn (exploitatie). Daarom is het nodig om slimme keuzes te maken.
€
25
Betaalbare onderwijshuisvesting
Grootte, eigenheid en standaardisatie Schaalgrootte als basis in regulier basisonderwijs
Total Cost of Ownership (TCO) is het uitgangspunt
Bij het bevorderen van talentontwikkeling en gelijke kansen speelt ook de exploitatie van een school een belangrijke rol. Om kwetsbare exploitaties te voorkomen, kijken we naar schaalgrootte in relatie tot de context van een school of een wijk. Op natuurlijke (vervangings) momenten overleggen we met schoolbesturen over herschikkingsmogelijkheden voor scholen die langdurig (>10 jaar) onder of rond de wettelijke opheffingsnorm zitten. Binnen kleine kernen is ‘aanwezigheid van onderwijs’ ons uitgangspunt.
Het schoolbestuur ontvangt een rijksvergoeding voor materiële instandhouding via de lumpsum uitkering. Schoolbesturen kunnen deze middelen inzetten als investering in gebouwen. De voor waarde hiervoor is dat aannemelijk is dat met deze investering de exploitatielasten lager uitvallen dan de vergoeding die ervoor ontvangen wordt. Aandachtspunt hierbij is dat de kosten en baten over de gehele levensduur (TCO-benadering) in kaart worden gebracht.
Populatie-eigenheid en ruimte Talentontwikkeling, Kansengelijkheid en Inclusiviteit staan hoog in het vaandel van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Onderwijshuisvesting kan hierin een bijdrage leveren. Om er voor te zorgen dat elke basisschool de mogelijkheid heeft om gericht extra aanbod te creëren, passend bij de behoefte van de populatie van de school, verruimen we de vaste voet van elke basisschool. Dit doen we gestaffeld, rekening houdend met de achterstandsscores van scholen. Dit doen we afhankelijk van de achterstandsscore van de school met minimaal 25 m² BVO, gestaffeld oplopend tot 75 m² BVO. Deze verhoging wordt uitgewerkt in het Integraal Huisvestingsplan (IHP).
‘Dit beleidskader draagt bij aan optimale inzet van middelen voor het ondersteunen en versterken van de omgeving waar kinderen en jongeren in staat worden gesteld om hun interesses, talenten en ambities te leren kennen en zich te ontwikkelen tot de volwassenen van morgen. De kinderopvang draagt hier graag een belangrijke steen aan bij.’ Ghislaine Fonteijn - directeur bestuurder Kanteel kinderopvang
26
Standaardiseren waar het kan, leidt tot realisatie van ambities Als gemeente zien wij een meerwaarde in standaardisatie van schoolgebouwen, omdat dit bijdraagt aan de betaalbaarheid van onze onderhuishuisvesting, zonder dat dit de eigen heid van een school in de weg hoeft te staan. Samen met schoolbesturen zoeken we naar mogelijkheden om (bouw)processen, maatvoering, installaties en materialisatie te standaardiseren. Schoolbesturen behouden hierbij de vrijheid in de indelingsmogelijkheden passend bij het onderwijsconcept en in het uiterlijk van het gebouw, passend bij de eigenheid en identiteit van de school. We sluiten aan op landelijke ontwikkelingen hierin.
We realiseren wat we afspreken We maken aan de voorkant heldere afspraken over het aantal leerlingen waarvoor we onderwijs huisvesting realiseren. Deze afspraken leggen we vast en vertalen we in een te realiseren oppervlak van het schoolgebouw en we koppelen dit aan een realistisch bouwbudget. Het gezamenlijk uitgangspunt is ‘we bouwen niet voor leegstand’.
Effect verduurzaming We constateren dat verduurzaming leidt tot een vergroot installatieoppervlak in een school. We willen voorkomen dat dit ten koste gaat van de beschikbare ruimte voor het onderwijs. Daarom nemen we het gerealiseerde inpandig installatie oppervlak boven de 50 m² BVO niet mee in de berekening van de normatieve ruimtebehoefte voor het basisonderwijs.
27
Betaalbare onderwijshuisvesting
Eigendom en verhuur Heldere afspraken over eigendom kindcentra biedt houvast Als gemeente zetten we in het basisonderwijs voornamelijk in op het realiseren van kindcentra. In een kindcentrum werken in ieder geval kinderopvang, basisonderwijs en vaak ook sport nauw samen aan een ononderbroken ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar. In onze kindcentra huisvesten we deze partijen samen onder één dak. Waarbij de kinderopvang haar ruimtes langjarig huurt van de gebouweigenaar. We willen het eigendom, verhuur en gebruik van de Bossche kindcentra eenduidig organiseren. We gaan daarom uit van de mogelijkheden die de WPO biedt: • Het schoolbestuur is eigenaar van het kindcentrum; • Gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisatie sluiten, met het oog op continuïteit en volledigheid van aanbod van kinderopvang, per locatie een overeenkomst over hoe partijen samenwerken; • Op de ruimtes van de kinderopvang passen we artikel 110 lid 5 (WPO) toe, waarbij we met een akte verklaren dat een deel van het gebouw blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn; • Schoolbestuur verhuurt aan kinderopvangpartner en maakt met hen exploitatieafspraken. Schoolbestuur dekt met de opbrengsten uit het gehuurde de kosten voor onderhoud en beheer. Het surplus draagt het schoolbestuur af aan de gemeente.
De gemeente koppelt deze inkomsten aan de onderwijshuisvesting; • Het eigendom van de sportvoorzieningen in een kindcentrum ligt bij de gemeente (S&R). We leggen dit kadastraal vast met het schoolbestuur en maken afspraken over de gezamenlijke exploitatie van de gedeelde verantwoordelijkheden.
28
BBS-en en MFA’s Als gemeente zijn we eigenaar van de BBS-en en MFA’s. We geven in deze gebouwen ruimtes voor het onderwijs in gebruik aan de schoolbesturen en brengen bij hen in rekening de kosten voor het onderhoud gekoppeld aan de geïndexeerde MI-vergoeding én het aantal leerlingen van de school (februaritelling). Gedurende haar bestaan fluctueert het aantal leerlingen op een school. Zo kan een school substantieel meer of minder leerlingen hebben dan bij aanvang (normatief) was toegekend in een BBS of MFA. In beide gevallen gaan gemeente en schoolbestuur in het kader van het doelmatig en efficiënt inzetten van middelen/financiën met elkaar in gesprek.
Eenduidig huurprijsbeleid We willen dat in alle wijken het volledige aanbod aan kinderopvang (Peuterarrangement, VVE, kinderdagopvang en BSO) beschikbaar is. We creëren daarom een leveled playingfield over onze gemeente heen. Voor de verhuur aan de kinderopvangpartners gaan we uit van een beleidshuurtarief voor alle kinderopvanglocaties. In wijken waar beleidsmatig onze aandacht naar uitgaat kunnen we afwijken op het beleidshuurtarief. Zo borgen we dat ook in de wijken waar het financieel minder rendabel het volledige aanbod mogelijk blijft. Deze wijze van huurprijsbepaling passen we voor de kinderopvang toe in al ons gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.
Incidentele verhuur is mogelijk We vinden het belangrijk dat ons maatschappelijk vastgoed optimaal wordt benut. Daarom staan we incidentele verhuur of structureel kleine verhuur (paar uur per week, beperkte ruimten) aan niet-commerciële, culturele en maatschappelijke partners toe. School of schoolbestuur en huurder/gebruiker maken hier onderling afspraken over.
29
Betaalbare onderwijshuisvesting
Duurzame investering, afschrijven en financiële bijdragen Investeringen die verduurzaming bespoedigen Het realiseren van de duurzaamheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen, maar heeft de ambitie van energieneutrale gebouwen (ENG) en wil deze ook bekostigen. De gebruikers dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage om bijv. nul-op-de-meter gebouwen te realiseren. Deze mogelijke financiële bijdragen door de schoolbesturen zijn: • Een bijdrage per bruto vierkante meter, onderbouwd door een (positieve) businesscase per situatie, voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B) of het behalen van Nul-op-de-meter in plaats van ENG; • Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen; • Een bijdrage uit het eigen vermogen. De gemeente bekijkt desgevraagd de mogelijkheden van voorfinanciering. Voor de bijdragen geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van 15 jaar.
Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. Wij spreken af dat 5 jaar voorafgaand aan de beoogde vernieuwing van het schoolgebouw, de schoolbesturen en gemeente afspraken maken over het onderhoudsniveau de komende 5 jaar. Het mogelijke restant dat overblijft vanuit de MI-vergoeding wordt geïnvesteerd in de (ver)nieuwbouw voor kwaliteitsverbetering of verduurzaming. Hiervoor maken we tijdig afspraken over het sparen en inzetten van middelen.
‘Wat brengt duurzaamheid ons op. Wat kost het ons om niet te verduurzamen.’ Archel Kerkhof - bestuurder Filios Scholengroep
30
Gewogen keuze maken voor levensduurverlenging of (ver)nieuwbouw In overleg tussen schoolbesturen en gemeente wordt bepaald, welke gebouwen mogelijk in aanmerking komen voor levensduurverlening i.p.v. nieuwbouw. Om deze keuze te maken wordt een businesscase opgesteld, waaruit blijkt of levensduurverlening past binnen de kaders en ambities van het onderwijshuisvestingsbeleid. Voor deze uitwerking stelt de gemeente middelen beschikbaar.
Schoolgebouwen schrijven wij financieel af in 40 jaar De afschrijvingstermijn van de investeringen in schoolgebouwen is vastgesteld op 40 jaar. Dit betekent echter niet dat een schoolgebouw automatisch na 40 jaar direct vervangen hoeft te worden. De bouwkundige, technische en/of onderwijskundige staat bepaalt mede na 40 jaar het moment van vernieuwing.
Alternatieve financiering We blijven uitgaan van de huidige investeringssystematiek door de gemeente in de onderwijs huisvesting. Wel volgen we de landelijke ontwikkelingen op het gebied van alternatieve financieringsvormen voor de onderwijshuisvesting.
31
Betaalbare onderwijshuisvesting
Verordening, krimp en groei, onderhoud De gemeente ’s-Hertogenbosch spant zich in voor het scheppen van structurele condities voor financieel gezonde onderwijshuisvesting. Dit doen we door kredieten beschikbaar te stellen om projecten uit te kunnen voeren. Tegelijkertijd wordt van de zijde van de schoolbesturen een inspanning verwacht wat betreft het bieden van kwalitatief goed onderwijs, efficiënte inzet van ruimten, verantwoorde omgang met gemeenschapsmiddelen en het zorgdragen voor adequaat onderhoud van gebouwen.
Werken conform de onderwijshuisvestingsverordening De zorgplicht van de gemeente voor het beschikbaar stellen van voldoende en adequate onderwijshuisvesting voor het basis, voortgezet, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs is nader uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’. Deze regeling bevat ‘spelregels’ voor de schoolbesturen en het gemeentebestuur op het terrein van onderwijshuisvesting.
We gaan werken vanuit een IHP Om ervoor te zorgen dat we onze middelen voor onderwijshuisvesting doelmatig inzetten gaan we werken op basis van een integraal huisvestingsplan. Hiermee geven we een meerjaren doorkijk op onze inzet in de onderwijshuisvesting op stedelijk en wijkniveau. En op basis van dit IHP geven we ook uitvoering aan de vernieuwing van onze portefeuille onderwijshuisvesting.
Krimp en groei vangen we op binnen de huisvestingsportefeuille Met het oog op het efficiënt inzetten van gemeenschapsmiddelen, is het uitgangspunt binnen de gemeente dat groei en krimp van scholen zoveel mogelijk onderling wordt opgevangen.
We volgen hierin zowel de verordening als het ‘Aanmelding & Toelatingsbeleid voor kindcentra in ’s-Hertogenbosch’. Voorafgaand aan beslissingen over medegebruik analyseren we altijd de context van het medegebruik, alvorens tot besluitvorming over te gaan. Als een onderwijsvoorziening te maken heeft met structurele leegstand en er geen opbrengsten tegenover staan voor de exploitatie, is vanuit het oogpunt van exploitatie sprake van een ongewenste situatie. In deze situaties zoeken we samen met de schoolbesturen naar mogelijkheden om structurele leegstand structureel terug te dringen en daarmee de capaciteit beter af te stemmen op de behoefte.
Scholen onderhouden op conditieniveau 3 Waar het gaat om investeringen in schoolgebouwen van gemeentezijde, verwachten we van de juridisch gebouweigenaar dat hij zijn gebouwen in ieder geval gedurende de periode van afschrijving in stand houdt op minimaal conditieniveau 3, conform de NEN 2767. Dit om desinvesteringen of het vroegtijdig terugvallen van gebouwen aan de gemeente met een hoge boekwaarde te voorkomen. De juridisch eigenaar van het gebouw heeft de taak om het gebouw als goed huisvader te beheren en te exploiteren.
32
Betaalbare onderwijshuisvesting
Samenwerking gemeenten en onderwijs Bouwheerschap bij schoolbestuur, tenzij In beginsel volgen we de wetgeving waarbij bevoegd gezag optreedt als bouwheer. Wel gaan schoolbesturen en gemeente tijdig hierover in gesprek. De huidige markt is grillig en de opgaves voor onderwijshuisvesting worden steeds complexer. Het realiseren van onderwijshuisvesting vraagt om specifieke kennis en kunde en voldoende capaciteit. Om tot een succesvolle realisatie te komen, bekijken we samen per situatie of afwijken van de wetgeving wenselijk om te handelen gericht op risicobeheersing in plaats van risicovermijding. We borgen altijd de inbreng van alle betrokken partijen, ongeacht waar het bouwheerschap ligt.
Betrokkenheid gemeente, schoolbestuur én kinderopvang in projectorganisatie Samen met de schoolbesturen en organisaties voor kinderopvang bespreken we jaarlijks de planning voor huisvesting. We voeren deze gesprekken met het IHP als uitgangspunt.
We sluiten daarom elke fase af met een fasedocument waarbij we inzage geven in het ontwerp, financiën en afwijkingen van het gezamenlijk vastgestelde programma van eisen.
Samen optrekken bij uitvoering onderhoud In beginsel is de juridisch eigenaar van een gebouw verantwoordelijk voor de uitvoering van het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Elke vijf jaar geeft de eigenaar aan de gemeente en/of de gebruikers inzage in de status van het MJOP, het wel of niet uitvoeren van de onderhoudsactiviteiten en een update van het materialenpaspoort (bij mogelijke interne verbouwingen). Eens in de vijf jaar vindt er een gezamenlijk overleg plaatst over de voortgang van het MJOP mede in relatie tot de levensduur van het gebouw en of het gebouw nog voldoet aan de norm (conditiescore 3, NEN 2767) die is gesteld door de gemeente. Gemeente en schoolbesturen maken herstelafspraken wanneer sprake is van achterstallig onderhoud.
Bij (ver)nieuwbouw projecten of uitbreiding nemen de gemeente (ambtelijk) en het schoolbestuur deel aan de stuurgroep. In het vooroverleg verdelen gemeente en schoolbesturen de rollen op basis van de verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap. Wanneer het schoolbestuur optreedt als bouwheer neemt de gemeente in ieder geval deel aan de stuurgroep. Wanneer de gemeente optreedt als bouwheer, neemt de betreffende school zitting in de projectgroep én stuurgroep. Binnen alle projecten, onafhankelijk van wie bouwheer is, wordt TCO als uitgangspunt gehanteerd. Het belang van lagere exploitatielasten ligt bij de scholen en het belang van werken binnen de beschikbare middelen bij de gemeente. Bij het inrichten van het (ver)nieuwbouw project wordt vastgelegd op welke wijze de belangen worden geborgd en hoe hierover keuzes c.q. afwegingen in worden gemaakt en hoe hierop wordt gerapporteerd.
33
Bronnen
Bronnen
Waar sluit dit beleid op aan? 1. 2. 3. 4.
‘Samen doen wat goed is voor de jeugd in ’s-Hertogenbosch’ - Bossche Educatieve Agenda 2023-2035 ‘Iedereen doet en telt mee’ - Lokale Inclusie Agenda 2021 – 2025 Beleidskader accommodatiebeleid – Raadsvoorstel 9 juni 2020 Slagkracht en ambitie. Met lef en energie de toekomst in. - Bestuursakkoord gemeente ’s-Hertogenbosch 2022-2026 5. Samenwerken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch – mei 2019 6. ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig – Bouwstenen voor de Bossche omgevingsvisie 7. Energielandschap ’s-Hertogenbosch 8. Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 9. ‘Sportief binnen samen verder’ - nota zaalsport ’s-Hertogenbosch 2020 10. Talentontwikkeling in ’s-Hertogenbosch
Extern: 1. 2. 3.
Aanmelding & Toelatingsbeleid voor Kindcentra in ’s-Hertogenbosch 2019 www.compasnul13.nl Kwaliteitskader Huisvesting voor het Primair en Voortgezet Onderwijs van het Kenniscentrum Ruimte-OK
35
Bijlagen
Bijlagen
Definities Primair onderwijs Basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs (SBO) en het Speciaal en (Voortgezet) speciaal onderwijs (SO/VSO).
Voortgezet onderwijs De scholen voor voortgezet onderwijs en het praktijkonderwijs.
Basisonderwijs Basisscholen (in de Bossche context met name gehuisvest in kindcentra).
MJOP Meerjaren onderhoudsplanning. Uit deze planning blijkt welk onderhoud aan het pand plaats moet vinden, wanneer het gepland staat en welke kosten gemaakt worden voor het onderhoud.
IHP Integraal Huisvestingsplan. Het planningsinstrument voor toekomstige scholenbouw binnen een gemeente.
Bouwheer De opdrachtgever aan onder meer architect, adviseurs en aannemende partijen in lijn met art. 103 WPO, art. 101 WEC en art. 6.13 WVO.
TCO Total Cost of Ownership. De methode waarbij op basis van de kosten en baten over de gehele levensduur investeringskeuzes worden gemaakt.
37
Bijlagen
Overzicht van Bossche Scholen Basisonderwijs Naam school
Schoolbestuur
Jenaplanschool Antonius Abt (locatie Slot)
Antonius Abt
Jenaplanschool Antonius Abt (locatie Park)
Antonius Abt
L.W. Beekmanschool
ATO-Scholenkring
KC Noorderlicht
ATO-Scholenkring
KC De Hobbit (locatie Hoge Kamp)
ATO-Scholenkring
KC De Hobbit (locatie Laaghemaal)
ATO-Scholenkring
KC Sterrenboom (vm Wijboom en Sterrenbosch)
ATO-Scholenkring
KC De Ontdekking
ATO-Scholenkring
Het Rondeel (BBS Aan de Aa)
ATO-Scholenkring
KC De Springplank
ATO-Scholenkring
KC Caleidoscoop
ATO-Scholenkring
BS Merlijn
ATO-Scholenkring
KC De Terp
ATO-Scholenkring
KC Meander
ATO-Scholenkring
KC De Groote Wielen (Windkracht 5)
ATO-Scholenkring
KC De Sprong
ATO-Scholenkring
KC De Hoven
ATO-Scholenkring
KC aan de Oosterplas (vm Aquamarijn en Oberon)
ATO-Scholenkring
BS De Mariaschool
Filios Scholengroep
BS De Hoogakker
Filios Scholengroep
KC ‘t Schrijverke
Signum
Wittering.nl (Windkracht 5)
Signum
Campus aan De Lanen
Signum
KC Zuiderster (vm Bossche Broek Zuid)
Signum
38
Naam school
Schoolbestuur
KC Het Palet
Signum
KC De Haren (BBS Hadore)
Signum
KC De Duizendpoot (BBS Hambaken)
Signum
KC Westerbreedte (BBS Kruiskamp Noord)
Signum
KC 't Stadshart (vm Bossche Broek)
Signum
KC De Kruisboelijn (BBS Kruiskamp Zuid)
Signum
KC De Kameleon West
Signum
KC De Kameleon (BBS De Graaf)
Signum
KC De Kwartiermaker
Signum
KC Boschveld (BBS Boschveld)
Signum
KC ‘t Wikveld (locatie Meerwijkweg)
Signum
KC ‘t Wikveld (locatie Zeis)
Signum
KC ‘t Ven
Signum
EC 't Sparrenbos (locatie Eikakkerhoeven)
Signum
EC 't Sparrenbos (locatie Maaslandhoeven)
Signum
KC De Troubadour
Signum
KC De Masten (Meerlaer)
Signum
KC De Matrix
Signum
KC De Ontluiking (vm Den Krommenhoek)
Signum
KC IJzeren kind
Signum
BS Nour (BBS Kruiskamp Z)
Simonscholen
VS De Driestroom
Stichting Pallas
KC De Vlindertuin
Stichting Talentis
BS De Bron
Stichting Talentis
39
Voortgezet onderwijs Naam school
Schoolbestuur
Praktijkschool De Rijzert
De Rijzert
Ds. Pierson College
Ds. Pierson
St. Janslyceum
OMO
Bossche Vakschool Hervion
OMO
Rodenborchcollege
OMO
Van Maerlant
OMO
Stedelijk Gymnasium
OSZG
Sancta Maria Mavo
Sancta Maria
Yuverta VMBO
Yuverta
Speciaal en voortgezet speciaal onderwijs Naam school
Schoolbestuur
Mythylschool Gabriël (SO/VSO)
Gabriël
Herman Broerenschool SO/VSO (locatie Waterleidingstraat)
HUB
Herman Broerenschool SO/VSO (locatie Molenhoek)
HUB
Stedelijk VSO
HUB
De Rietlanden SO
Koraal
Dieze College VSO
Koraal
40