20250527 - Startnotitie IABB - definitief
Tekst van het document
Integrale aanpak Brede Binnenstad Samen investeren in kwaliteit 1
Integrale Aanpak Brede Binnenstad Samen investeren in kwaliteit
Versie: definitief Datum: 21 mei 2025
2
3
Aanleiding Op 10 december 2024 is door de gemeenteraad het raadsvoorstel Verkeerstructuur 2030 (reg.nr. 17061696) vastgesteld. Een van de besluitpunten was de opdracht aan het college om een startnotitie op te stellen voor een integrale kwaliteitsverbetering van de Brede Binnenstad, met als basis de vastgestelde verkeersstructuur. Het doel is te komen tot een beknopte startnotitie voor de integrale opgaven voor de Brede Binnenstad. Zowel qua inhoud als het te volgen proces. We benutten daarbij de creativiteit van belanghebbenden om de fysieke aantrekkelijkheid en de economische vitaliteit van de Brede Binnenstad verder te versterken. We hebben met de kernbelanghebbenden vooraf afspraken gemaakt over de wijze van samenwerking bij de integrale aanpak van opgaven. Daaruit blijkt dat communicatie over hetgeen in de Brede Binnenstad plaatsvindt van cruciaal belang is om vertrouwen en draagvlak te behouden. Vanuit de gemeente is er één centraal aanspreekpunt voor de belanghebbenden nodig, evenals een actueel informatieportaal. Er hebben meerdere sessies plaatsgevonden tussen februari en mei over diverse onderwerpen. De inhoud van deze notitie is mede het resultaat van de gesprekken en bevat niet alleen een schets van de opgaven en de voorziene aanpak (motie: ‘Participatie, Gemeenschappelijkheid en Betrokkenheid bij de binnenstadconfiguratie’).
De notitie geeft tegelijk een beknopt inzicht in de uitvoering van concrete projecten in de komende jaren. De notitie bevat in deze vorm ook meteen een uitvoeringsprogramma voor de jaren 2025 en 2026. Deze is als bijlage opgenomen. In de afgelopen jaren is al veel beleid opgesteld dat de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de leefomgeving en de vitaliteit van de economie moet versterken. Daar waar dat beleid nog actueel is en het vooral om uitvoering vraagt, gaan we geen nieuw beleid maken. Hoogstens scherpen we het beleid aan op basis van nieuwe ontwikkelingen. Het afgesproken beleid is leidend in de keuzes in de uitvoering, als blijkt dat aanpassing van beleid nodig is dan vraagt dat een bestuurlijke weging. Zoals de Raad heeft gevraagd in het amendement Monitor Brede Welvaart, bij het raadsvoorstel Verkeersstructuur 2030, besteedt deze notitie ook aandacht aan monitoring. Verder wordt ingegaan op de 10 december 2024 aangenomen moties ‘Participatie, Gemeenschappelijkheid en Betrokkenheid bij de binnenstadconfiguratie’, ‘Binnenstad in balans met behulp van een Binnenstadfonds’, ‘Optimalisatie kernwinkelgebied’, ‘Kiss & Ride’, ‘Touringcarhaltes in de binnenstad’ en ‘Verkeersstructuur’. Als aanvulling op de genoemde elementen, is het van belang om aan te haken op de doelstellingen van de gebiedsgerichte aanpak voor de Brede Binnenstad.
Daarbij hoort een integrale benadering van zowel de ontwikkeling als het beheer van de openbare ruimte. Dit betekent dat projecten en initiatieven niet op zichzelf staan, maar bijdragen aan samenhangende gebiedskwaliteit en leefbaarheid op de lange termijn. Essentieel is dat we zorgen voor een eenduidige en afgestemde communicatie naar partners, ondernemers, inwoners en bezoekers, zowel over ambities als over uitvoeringsmaatregelen en beheerkeuzes. Dit versterkt het vertrouwen in gemeentelijk handelen en voorkomt versnippering en tegenstrijdige signalen.
4
Waarom een Integrale Aanpak Brede Binnenstad Met een plek in de top vijf van meest vitale centrumgebieden (Goudappel, 2024) neemt de populariteit van ’s-Hertogenbosch onder bewoners, bedrijven en bezoekers steeds verder toe. Deze stijgende lijn is nog niet terug op het peil van vóór Corona, maar trekken we graag door! Voor de woonaantrekkelijkheid (Ranglijst Woonaantrekkelijkheid gemeenten 2024) scoren we nog niet zo hoog, dat willen we verbeteren. We willen de stad nog aantrekkelijker maken, het draagvlak voor voorzieningen en banen vergroten, hoogwaardige openbare ruimtes realiseren én invulling geven aan de grote transitieopgaven op het gebied van economie, wonen, klimaat, energie en mobiliteit. En dat is nog best een uitdaging. We zien namelijk dat de retailmarkt het, evenals in andere steden, lastig heeft en dat dit ook in onze binnenstad leidt tot een groeiende leegstand. Ondernemerschap staat onder druk, er wordt veel van ondernemers gevraagd. Bewoners zoeken naar ruimte voor verblijf en groen en een juiste balans in reuring. Met de ontwikkelingen in de Spoorzone komen er veel bewoners bij die ook wensen hebben op omgevingskwaliteit en voorzieningen. Vanuit de gemeente trekken we samen op met belanghebbenden en willen we proactief inzetten op een versterking van de kwaliteit van de Brede Binnenstad. Dit moet samen en kan geen enkele belanghebbende alleen.
De ambities die de stad heeft bij de uitrol van de binnenstad naar de Brede Binnenstad moeten op solide wijze ingevuld worden. Dit vraagt om een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij geldt: niet alles kan overal (en tegelijk). Om de komende jaren onze gezamenlijke ambities en opgaven slim, efficiënt en met zo min mogelijk overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers te kunnen verwezenlijken, is een integrale aanpak van de Brede Binnenstad nodig. We beginnen niet bij nul! Hoofdkeuzes uit recent tot stand gekomen beleid, zoals de Verkeerstudie Brede Binnenstad, maar ook andere beleidsstukken zoals de Concept-Omgevingsvisie, het Economisch Perspectief Brede Binnenstad, het Programma Groen en Klimaatbestendig, de Toeristische Visie en de Detailhandelsvisie staan vast en zijn daarmee randvoorwaarden voor deze aanpak. Dit geldt ook voor de gebiedsontwikkelingen in de historische binnenstad en de Spoorzone. De gebiedspaspoorten van Den Bosch Partners, de integrale programmering via UPOR en de in ontwikkeling zijnde ontwerpleidraad voor de openbare ruimte in de Brede Binnenstad zijn belangrijke uitgangspunten voor de verdere uitwerking ervan in de komende jaren. Doel Op verschillende terreinen ambiëren we een leefbare, gastvrije en bereikbare stad te zijn en te blijven. De Brede Binnenstad is echter niet zomaar een gebied.
Het historisch erfgoed, de ambiance, de diversiteit aan cafés en eetgelegenheden en de eigenheid van lokale (boetiek)winkels en andere retailers, de Dieze en bijzondere publiekstrekkende voorzieningen als de Sint-Jan, het Noord-Brabants museum en het Designmuseum dragen in belangrijke mate bij aan de identiteit en het imago van ’s-Hertogenbosch. We leggen de lat voor de Brede Binnenstad van oudsher hoog en zijn ervan overtuigd dat economische vitaliteit en aantrekkelijk wonen allebei nodig zijn om die aantrekkelijke Brede Binnenstad te blijven. Een place to be, buy, live and meet. Het doel van deze integrale aanpak is dan ook tweeledig en samenhangend. Namelijk het verhogen van de verblijfskwaliteit en het versterken van de economische vitaliteit. Concreet werken we aan de volgende effecten (niet limitatief):
5
Versterken economische vitaliteit: − Toename van het aantal bezoekers aan de Brede Binnenstad − Toename van de verblijfsduur van bezoekers van de Brede Binnenstad − Daling van het leegstandspercentage − Behoud voldoende diversiteit aan type voorzieningen − Gelijkblijvende bezettingsgraad parkeergarages, met stijging gebruik OV en fietsenstallingen Verhogen verblijfskwaliteit: − Toename van het percentage groen in de openbare ruimte (zoals struiken, groenvoorzieningen en bomen) − Daling van de score op de hittestress-kaart − Stijging van de waardering van inwoners, bezoekers en ondernemers over de inrichting van de openbare ruimte − Afname van de uitstoot van CO2, NOx en fijnstof binnen de binnenstadsring − Toename van het veiligheidsgevoel bij bewoners Deze beoogde effecten nemen we mee in de monitoring, zodat de meerjarige trends te volgen zijn. Ruimtelijke kwaliteit centraal De focus ligt hierbij op het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Onder kwaliteitsverbeteringen verstaan we het geheel aan kwaliteiten die de waarde verhogen en in die zin betekenis toevoegen voor inwoners, bezoekers en ondernemers van ‘s-Hertogenbosch. Het streven naar ruimtelijke kwaliteit staat hierin centraal.
Dat betekent dat we voor elke interventie in de Brede Binnenstad op zoek gaan naar de juiste balans tussen de kwaliteit die we uit willen stralen, (efficiënt) ruimtegebruik en toekomstvastheid. Om voor een zogenaamd ‘kwaliteitskeurmerk Brede Binnenstad’ in aanmerking te komen zou elk toekomstig project de ruimtelijke of functionele kwaliteit van de Brede Binnenstad in meer of mindere mate moeten vergroten. Positie startnotitie Integrale Aanpak Brede Binnenstad Deze notitie vormt de aftrap van de Integrale Aanpak Brede Binnenstad (IABB). Met de IABB geven we richting voor de versterking van de Brede Binnenstad, zoals op het gebied van parkeren, fietsen, gebiedsgerichte aanpak en de aanpak van leegstand. Aangezien de IABB de start van de aanpak is, zal deze via diverse beleidslijnen, maatregelen en projecten concreet vertaald worden om de ambities te realiseren. Daarbij beschouwen we de uitgangspunten uit de IABB als leidend voor de verdere uitwerking.
6
7
Wat zijn de hoofdopgaven voor de Brede Binnenstad Voor de toekomst en de verdere uitwerking van een integrale aanpak van de Brede Binnenstad leggen we de nadruk op de volgende drie strategische opgaven: • • •
een hoge verblijfskwaliteit een verrassende veelzijdigheid een goede multimodale bereikbaarheid (I)
Hoge verblijfskwaliteit
Een aantrekkelijke, gastvrije openbare ruimte met veel ruimte voor groen, water en ontmoeting. Dat is kort gezegd de ambitie. De Brede Binnenstad groeit hard, door nieuwe woningen, extra arbeidsplaatsen en het groeiend aantal bezoekers, ondervindt steeds vaker de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) en kampt met een onderhoudsopgave van de openbare ruimte. Om hittestress tegen te gaan en meer water te kunnen bergen, is ingrijpen in bestaande inrichting nodig. Naast de noodzaak zorgt het ook voor een hogere verblijfskwaliteit en een omgeving die uitnodigt om er vaker en langer te verblijven. De functies van de bebouwing, zoals wonen, winkelen, horeca en werken veranderen voortdurend. De ruimtelijke structuur en materiaalkeuze van straten en pleinen is daarbij grotendeels ongewijzigd gebleven. Binnen het kernwinkelgebied vervangen we de traditionele weginrichting (trottoir-weg-trottoir) door een aantrekkelijke gelijkvloerse inrichting met het oog op de wandelende bezoeker. De keuzes voor materialen dateren van enkele decennia geleden. We brengen die meer in lijn met elkaar, passend bij een kwalitatieve uitstraling. Met oog voor verbinding en herkenning is er onderscheid te maken tussen materialen in de historische binnenstad en het nieuwere deel van de binnenstad.
Dit leggen we vast in de Leidraad Ontwerp Openbare Ruimte (LOOR), die in samenwerking met interne en externe stakeholders is opgesteld. De opgave met betrekking tot deze pijler spitst zich toe op: - het uitbreiden van het hoogwaardige verblijfsgebied om ontmoeting te stimuleren en gastvrijheid te onderstrepen; - het vergroten van sociale veiligheid; - het groots vergroenen van herkenbare lange lijnen, plekken en pleinen; - het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimte; - het inzetten op de samenhang/verbinding tussen de verschillende deelgebieden in de Brede Binnenstad - het vorstelijk verbinden van veel bestaande en nieuwe woningen inde Spoorzone, de Vliert en Groot Meerendonk met de historische binnenstad. Daarbij benutten we de kwaliteit van het erfgoed en het aanwezige water optimaal. We combineren onder meer de uitgangspunten van de Leidraad Ontwerp Openbare Ruimte met de gebiedspaspoorten van Den Bosch Partners om met belanghebbenden in co-creatie tot een passende gebiedsgerichte invulling te komen. Daarbij is een gelijke, herkenbare, uitstraling vanuit de LOOR het uitgangspunt, aangevuld met gebied specifieke elementen vanuit de gebiedspaspoorten. Het toevoegen van bijvoorbeeld bankjes en speelvoorzieningen verhoogt de verblijfskwaliteit voor bezoekers, van jong tot oud en stimuleert ontmoeting.
8
Relevante besluitgeschiedenis − (Concept) Omgevingsvisie − Leidraad Ontwerp Openbare Ruimte − Economisch Perspectief Brede Binnenstad − Gebiedspaspoorten Groen & Klimaatbestendig − Beleid Beheer Openbare Ruimte Leidende principes/uitgangspunten - Versterken van de herkenbare structuur van verbindingsstraten, dwaalstraten en pleinen van de stad. - Eenduidige en herkenbare keuze van materialen in de Brede Binnenstad. - Versnellen van het vergroenen van de openbare ruimte (motie ‘Verkeersstructuur’). Daarbij rekening houden met de toegankelijkheid van bedrijvigheid en woningen. - Vergroenen is ook het toevoegen van vaste bomen, daarbij accepteren we dat op sommige plekken de ruimte voor evenementen in de straten beperkter is. - Bieden van handvatten om verantwoord vergroenen (in de omgeving) van monumentale panden te realiseren, waarbij de gemeente ook gemotiveerd aangeeft welke panden niet in aanmerking komen voor gevelgroen. - Vastgoedeigenaren, ondernemers en Den Bosch Partners hebben een belangrijke rol in het toevoegen van gevelgroen en geveltuintjes. Waar regelgeving de ontwikkeling in de weg zit, wordt bekeken of hier ruimte gemaakt kan worden. - Actief zorgen voor meer ruimte voor water, bijvoorbeeld door het openmaken van de Grote Stroom of de Binnendieze, zonder dat het ten koste gaat van de bereikbaarheid.
- Verkennen of het aanbod van openbare toiletten kan worden verruimd, met name toiletten met zo min mogelijk drempels voor gebruik. - De huidige inrichting van enkele straatprofielen aanpassen aan de nieuwe verkeersstructuur, waarbij meer ruimte wordt gemaakt voor langzaam verkeer en het toevoegen van groen. - Zorgdragen voor voldoende bankjes en speelgelegenheid in de Brede Binnenstad. - Zorgdragen voor een schone stad door voldoende vuilnisbakken en goede afspraken over het ophalen van afval en reiniging van de openbare ruimte. - Uitvoering geven aan de bestuurlijke afspraak dat de gedoogconstructie voor de coffeeshops in de Hinthamerstraat in 2027 eindigt. - Uitvoering geven aan een nieuw lichtplan, waarbij waardevolle en bijzondere gevels aangelicht worden met moderne sfeerverlichting en een netwerk waar ondernemers op aan kunnen sluiten met sfeerverlichting. (II)
Verrassende veelzijdigheid
De kracht van de Brede Binnenstad is de veelzijdigheid. Dat kan zijn het wonen boven winkels dat bijdraagt aan de levendigheid en veiligheid, de functies in de openbare ruimte, maar ook in de diversiteit in aanbod van winkels, horeca, cultuur en evenementen. De historisch-ruimtelijke aspecten (stratenpatronen, architectuur etc.) vormen al een stevig fundament voor deze veelzijdigheid, maar de Brede Binnenstad is een bijzondere plek waar mensen niet alleen graag verblijven en elkaar ontmoeten, maar ook steeds opnieuw verrast willen worden. De opgave luidt dan ook om een verrassende veelzijdigheid te creëren die bezoekers enerzijds ‘prikkelt’ en continu uitdaagt om nieuwe delen van de Brede Binnenstad te ontdekken en ondernemers anderzijds de ruimte biedt om te experimenteren en nieuwe concepten te ontwikkelen.
9
10
Het Economisch Perspectief Brede Binnenstad (EPBB) speelt met de indeling in verschillende sfeer- en dwaalgebieden al goed in op deze behoefte aan afwisseling, contrastwerking en diversiteit aan plekken passend bij de verschillende behoeften van doelgroepen, seizoenen en momenten van de dag, maar de uitwerking van dit perspectief dient grotendeels nog plaats te vinden. Deze sfeer- en dwaalgebieden zijn door Den Bosch Partners al grotendeels uitgewerkt in gebiedspaspoorten. De ambitie met betrekking tot de openbare ruimte biedt kansen om op aan te haken en zodoende de verschillen tussen de sfeer- en dwaalgebieden, ook vanuit economisch perspectief, verder te vergroten waardoor de verleiding voor bezoekers groot is om in de toekomst nog langer in de Brede Binnenstad te verblijven en te besteden en (boven)regionaal bezoek te behouden. Relevante besluitgeschiedenis − (Concept) Omgevingsvisie − Economisch Perspectief Brede Binnenstad − Paraplubeheersverordening Woningsplitsing, verkameren en parkeren − Detailhandelsbeleid − Horecavisie − APV Leidende principes/uitgangspunten Herijken van de contour van het kernwinkelgebied (motie: ‘Optimalisatie kernwinkelgebied’). Formuleren van regels die zorgen voor bredere commerciële mogelijkheden in het kernwinkelgebied. Denk aan het, onder voorwaarden, samenvoegen van panden en voorkomen van rechtstreekse woonmogelijkheden in de plint.
Zorgdragen van een gelijk speelveld en bewaken van kwaliteit door het handhaven van gestelde regels, zoals bij terrassen en uitstallingen. Met vastgoedeigenaren inventariseren van knelpunten en mogelijkheden om wonen boven winkels (meer) mogelijk te maken, waarbij ook aandacht is voor het stallen van fietsen van bewoners. Uitzetten van een Koop Lokaal campagne gericht op bezoekers uit de gemeente en omliggende gemeenten (regio). Oog hebben voor en ruimte bieden aan experiment en creativiteit voor vrijgekomen, toegewezen ruimte. Met de culturele sector en de amateurkunstverenigingen bespreken van mogelijkheden voor meer kleinschalige (optredens van) culturele en amateurkunst Contrasten tussen sfeergebieden versterken en daarmee inspelen op de gebiedspaspoorten van Den Bosch Partners en het Economisch Perspectief Brede Binnenstad. Samen met Den Bosch Partners en vastgoedeigenaren inzetten op passende winkelformules naar 's-Hertogenbosch te halen. Ruimte bieden (waar mogelijk) aan bijvoorbeeld nieuwe uitstallingen en straatelementen. De gebiedspaspoorten van Den Bosch Partners kunnen dienen als input voor gebiedsgerichte keuzes. Aandacht voor maatregelen om de binnenstad aantrekkelijker te maken voor de jeugd/ jongeren. Onderzoeken van meer ruimte voor horeca bij het middenblok op de Markt (zijde Pensmarkt), passend bij de kwalitatieve uitstraling van de Markt.
11
-
-
(III)
De historie van de stad in verhalen aan bezoekers kenbaar maken door gebeurtenissen, bewonersverhalen of verdwenen straatbeelden meer zichtbaar te maken in de openbare ruimte met kunst, design of technologie. Inzetten op het strategisch programmeren van evenementen en overlast spreiden door in te zetten op het spreiden van (afgesloten) geluidsevenementen om de geluidsdruk op de binnenstad te verlagen. Ontwikkelen van routes, zichtlijnen, bestemmingen die uitnodigen om verder te dwalen. Goede multimodale bereikbaarheid
In navolging op het besluit van de gemeenteraad over de nieuwe verkeersstructuur zal de focus van de aanpak liggen op het bieden van betere verbindingen en meer ruimte voor de voetganger, fiets en het OV. De auto wordt daarbij niet vergeten. We maken de Brede Binnenstad beter bereikbaar voor het bestemmingsverkeer. Binnen het verdelingsvraagstuk van de steeds schaarser wordende ruimte zoeken we continu naar de juiste balans. In dit document worden de uitgangspunten voor parkeren benoemd, uitwerking daarvan in concrete situaties hoort thuis in het parkeerplan dat op korte termijn, samen met belanghebbenden, wordt opgesteld. Een goede multimodale bereikbaarheid is belangrijk om de Brede Binnenstad van ’sHertogenbosch voor verschillende doelgroepen nog aantrekkelijker te maken en de economische vitaliteit te versterken. Omwille van de veiligheid en omgevingskwaliteit worden met name de duurzame mobiliteitsvormen (lopen, fietsen en openbaar vervoer) gestimuleerd en wordt het gebruik van de privéauto conform STOMP-principe gefaciliteerd.
Relevante besluitgeschiedenis − Verkeersstructuur 2030 − Aanpak Mobiliteit Brede Binnenstad − Economisch Perspectief Brede Binnenstad − Bestuursakkoord 2022-2026 Leidende principes/uitgangspunten - Uitvoeren van de maatregelen behorend bij Aanpak Mobiliteit Brede Binnenstad en de Verkeersstructuur 2030, zoals het bevorderen van de doorstroming op de Magistratenlaan, het aanbrengen van het parkeerverwijssysteem (motie: ‘Verkeersstructuur’) en het zetten van knips ten behoeve van het inprikkersysteem. - Om gebiedsgericht meer flexibiliteit en ruimte te creëren voor een hogere verblijfskwaliteit (groen, uitstalling, zitgelegenheid) of voor voetgangers en fietsers wordt er (na de invoering van STS) vanuit de parkeerbalans gekeken welke parkeerplaatsen van maaiveld kunnen verdwijnen en kunnen worden verplaatst naar parkeergarages. - Minimaal behouden (als uitgangspunt voor het parkeerplan) van het huidige (peildatum 1-12025) aantal bewoners en bezoekersparkeerplaatsen (optelsom van de huidige garages + straatparkeren + transferia) binnen de Brede Binnenstad. Verschuiving van maaiveld naar garage is daarbij mogelijk. Deze aantallen worden bijgehouden, zodat in de uitwerking van het parkeerplan deze compensatie meegenomen wordt. - De parkeergarages binnen de binnenstadsring blijven voor bezoekers beschikbaar, totdat er geschikte alternatieven beschikbaar zijn.
De definitie van alternatief bepaald wordt in het parkeerplan. - Beoordelen wat er nodig is om het gebruik van transferia verder te stimuleren.
12
13
-
-
-
-
Inzetten om de beschikbare parkeercapaciteit in de garages zo efficiënt als mogelijk te benutten om zoveel mogelijk doelgroepen te faciliteren en een hoge bezettingsgraad te bewerkstelligen ten behoeve van een haalbare exploitatie. Zorgdragen voor voldoende fietsenstallingsmogelijkheden, inclusief inpandige stallingen. (motie: ‘Verkeersstructuur’). Mogelijkheden om de openingstijden en toegankelijkheid van de fietsenstallingen passend te laten zijn bij de behoeften van gebruikers onderzoeken. Onderzoeken van mogelijkheden voor het reserveren van parkeerplaatsen in bepaalde garages of het aanpassen van tarieven voor de garages binnen de binnenstadsring om daarmee zoekverkeer te voorkomen. Versterken van de bereikbaarheid en onderzoeken van voorzieningen voor bijzondere doelgroepen. Haltes voor touringcars op strategische plaatsen realiseren (motie: ‘Touringcarhaltes in de binnenstad’). Haltes voor openbaar vervoer, fietsenstallingen en autoparkeerplaatsen moeten via aantrekkelijke looproutes vanuit het centrum van de historische binnenstad bereikbaar zijn (autoparkeergarages op ongeveer 15 minuten lopen). Dit geldt overigens voor de gehele Brede Binnenstad.
Stapsgewijs invoeren van het selectief toegangssysteem (STS) in de Hinthamerdriehoek en na evaluatie de getrokken lessen betrekken bij het fasegewijs uitrollen over de overige deelgebieden in de historische binnenstad en buurt 't Zand. Iedere straat/gebied heeft daarbij een andere dynamiek.
14
Hoe werken we (samen) verder Voortbordurend op de methodiek van Den Bosch Partners met behulp van gebiedspaspoorten brengen we in aanloop naar de definiëring van concrete projecten eerst de doelen, strategische opgaven (en de voor stakeholders belangrijke thema’s die daaraan verbonden zijn), op integrale wijze samen. Het is een tussenstap waarop bestaand beleid, bestaande ambities en bestaande plannen van eenieder (al dan niet vastgesteld) tot 2040 voor ’s-Hertogenbosch een plek krijgen. Deze analyse van het gebied gaat ons helpen bij het aanbrengen van samenhang en focus in de bestaande doelen, bij het prioriteren en het bijdragen aan ‘realisatiekracht’ door een gezamenlijk geformuleerde strategie met inwoners en ondernemers uit de Brede Binnenstad. Gebiedsgericht en in co-creatie De analyse van het gebied wordt onder andere gevoed door de gebiedspaspoorten, de concept omgevingsvisie en de UPOR programmering voor de onderhoudsopgaven en bevat een gezamenlijk perspectief voor de lange termijn (20-25 jaar), de hoofdopgaven met betrekking tot de belangrijkste plekken, pleinen en lijnen in de Brede Binnenstad voor de middellange termijn (5-10 jaar) en concrete opgaven en gezamenlijke initiatieven in de verschillende sfeer- en dwaalgebieden van de Brede Binnenstad voor de korte termijn (2-4 jaar).
Op basis hiervan wordt een integraal uitvoeringsprogramma opgesteld die we – gekoppeld aan ingrepen in de hoofdstructuur en met het bestaande UPOR als belangrijke onderlegger - sfeergebied voor sfeergebied, zo mogelijk in co-creatie, met bewoners en ondernemers in zo kort mogelijke sprints willen uitrollen. Klankbordgroep en begeleidingsgroep Voor de gebiedsgerichte aanpak ligt de eindverantwoordelijkheid bij de gemeente. Bij deze gebiedsgerichte aanpak hebben we de hulp van alle stakeholders in de Brede Binnenstad hard nodig. Zowel op proces (afstemming van maatregelen, verbinding, advisering) als inhoud (meebouwen). Om deze vorm van participatie te stroomlijnen, stellen we een klankbordgroep en een begeleidingsgroep in. De rol van de klankbordgroep is tweeledig: zij geeft (on)gevraagd advies aan het projectteam op basis van gezamenlijk geformuleerde prioriteiten en vormt het platform waar vroegtijdig de gezamenlijke participatie, thema’s en planning worden besproken. Door de meest betrokken wethouders zal ieder kwartaal met (een delegatie van) de klankbordgroep gesproken worden over voortgang en aandachtspunten. We proberen in deze klankbordgroep ook jongerenambassadeurs te betrekken.
De begeleidingsgroep bestaande uit experts (op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, economie en participatie) en een vertegenwoordiger uit de klankbordgroep en het projectteam, staan op iets grotere afstand om toe te zien op de wijze van participatie en programmasturing. Een ‘dedicated’ programmateam Deze integrale aanpak Brede binnenstad wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking en via intensieve co-creatie met de inwoners en economische stakeholders van de Brede Binnenstad. We richten een speciaal programmateam in dat deze samenwerking vormgeeft. Vanuit dat team zal proactief en frequent overleg plaatsvinden met de stakeholders, en vanuit dit team zullen de verschillende activiteiten en projecten binnen de ambtelijke organisatie gecoördineerd en in samenhang uitgevoerd worden.
15
UPOR als kansrijk sturingsinstrument voor de uitvoering Het integraal programmeren van de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte – het UPOR-proces – is hiervoor een kansrijk sturingsinstrument. Niet alleen als organisatorisch hulpmiddel, maar ook voor beleidsmatige regie, bestuurlijke prioritering en gebiedsgerichte uitvoering. Het UPOR maakt het mogelijk om projecten en opgaven uit verschillende beleidsvelden, sectoren en externe partners te bundelen in een meerjarige programmering. Dit voorkomt dat ingrepen versnipperd plaatsvinden en biedt de ruimte om kansen voor integrale kwaliteitssprongen daadwerkelijk te benutten. In de uitvoering van deze startnotitie kijken wij op welke manier we deze werkwijze kunnen benutten.
16
Hoe meten we of onze doelen behaald worden Naast de maatregelen die voortvloeien uit de gezamenlijk opgestelde aanpak voor de Brede Binnenstad maakt ook een meerjarige monitoring onderdeel uit van het project. Het doel van deze monitoring is om de effecten van de beoogde doelen en strategische opgaven te meten om indien nodig – bij te kunnen sturen. Uit de beschikbare informatie van de wijk- en buurtmonitor is de informatie voor de wijken in de Brede Binnenstad gegroepeerd in een Monitor Brede Binnenstad 2025. Daarmee wordt de Brede Binnenstad als een separate ‘wijk’ inzichtelijk. De monitor geeft middels een aantal indicatoren op jaarbasis inzicht in de brede welvaart in de Brede Binnenstad (amendement: ‘Monitor Brede Welvaart’). Deze monitor kent een relatief lage frequentie van (1 x 1-2 jaren) en is bedoeld om langjarige trends in beeld te brengen. In gesprekken met de kernbelanghebbenden werd duidelijk dat daarnaast, met name de economische stakeholders, behoefte hebben aan een meer economisch getinte monitor voor de Brede Binnenstad, waarbij ook vergelijkingen met andere steden van gelijke omvang worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld Breda en Zwolle. We onderzoeken, welke informatie daartoe aanwezig en te genereren is. Als basis kan de Economische Monitor dienen, die jaarlijks wordt geüpdatet.
Doordat ook deze monitor een relatief lage frequentie heeft, ontwikkelen we aanvullend een ‘Dashboard Brede Binnenstad’ (1x per maand/kwartaal), waarbij we op basis van continue meer frequent beschikbare data kwantitatief een aantal aspecten goed kunnen blijven volgen. Met dit instrument willen we, op basis van feitelijke data, inzicht krijgen in onder andere verkeersbewegingen, parkeercijfers, bezoekersstromen en de ontwikkeling daarvan gedurende de periode van realisatie van de nieuwe verkeersstructuur, maar ook in de periode daarna. Hierbij wordt de kanttekening geplaatst dat alle individuele wijzigingen in de verkeersstructuur, naast (plaatselijke) overlast, om een gewenningsperiode vragen. Pas als alle maatregelen zijn uitgevoerd en er gewenning is opgetreden kunnen er echt eindconclusies worden getrokken. Effecten kunnen positief en negatief zijn, belangrijk is dat we de oorzaak kennen van het effect en die oorzaak versterken, wegnemen of aanpassen. Data op zichzelf zegt niet zo veel, pas als er verbanden aan te tonen zijn vormen ze een basis voor sturen. Voor de economische effecten in relatie tot verkeersmaatregelen moet die relatie nog aantoonbaar gemaakt worden. We bekijken welke varianten er in andere steden gebruikt worden.
Als gemeente beschikken we niet over omzetcijfers of pintransacties van individuele ondernemers, dat is een hindernis in het leggen van verbanden. Daarnaast spelen veel variabelen een rol, die niet allemaal te wegen zijn in invloed of effect. Een van de variabelen, het aantal bezoekers aan de binnenstad alsmede hun verkeersbewegingen, kunnen we met het dashboard monitoren. Alsook de bezetting van parkeergarages en fietsenstallingen en het leegstandspercentage. We werken beide wijzen van monitoren met belanghebbenden uit en starten dit jaar met het vastleggen van de nulmetingen. Voor de kernbelanghebbenden is monitoring en – zo nodig (bij)sturen op de conclusies een belangrijk element in de samenwerking.
17
Hoe gaan we de integrale aanpak bekostigen Net als voor de gehele integrale aanpak en uitvoering van diverse maatregelen in de Brede Binnenstad geldt ook voor de financiële dekking dat de winkel open moet blijven, terwijl we tegelijkertijd alle mogelijkheden voor een structurele financieringsstrategie (op basis van expertise en ervaringen bij andere publieke partijen) nauwkeurig verkennen. Minister Beljaarts gaf bijvoorbeeld recent aan, dat er weer een nieuwe ronde komt van Impulsgelden Centrumgebieden. Uw Raad vindt een gebiedsgerichte aanpak belangrijk getuige het aannemen van de motie ‘Binnenstad in Balans met behulp van een Binnenstadfonds’. Deze motie is gericht op het versterken van de Brede Binnenstad en de wens om dit te faciliteren door diverse budgetten binnen één (binnenstad)fonds bijeen te brengen om daarover voorts in prioritering van opgaven ‘vrijelijk’ over te kunnen beschikken. Dit is niet mogelijk. Met name vervangings- en beheergelden zijn één-op-één gekoppeld aan de reeds aanwezige assets. Deze gelden hebben dus al een bestemming en zijn niet vrijelijk inzetbaar. Uiteraard biedt het vitaliseren van de openbare ruimte (vervangen van de huidige assets) wel een kans om ‘waarde toe te voegen’ aan de openbare ruimte en dat het een motor kan zijn om nieuwe beleidswensen te realiseren. Voor deze nieuwe beleidswensen zijn dan wel extra middelen nodig.
Door aan te sluiten op reguliere onderhoudsmomenten en vervangingsopgaven kunnen inhoudelijk en financieel koppelingen worden gelegd waardoor werk met werk kan worden gemaakt. Werk met werk door beleidsmatige ambities te combineren met beheeropgaven. Hierdoor kunnen in samenhang afwegingen worden gemaakt in het belang van een Integrale Aanpak Brede Binnenstad en de gebiedsgerichte aanpak. Na inventarisering, zien we vanuit diverse budgetten voor de periode 2025-2026 (en evt. uitloop 2027) een totale investering van 20 – 25 miljoen als haalbaar en realiseerbaar voor de Brede Binnenstad. Van dit bedrag is ca. meer dan de helft afkomstig van in voorbereiding zijnde beheeren vitaliseringswerkzaamheden. In het totale bedrag zitten zowel investeringen die samenhangen met mobiliteit, de versterking van de kwaliteit van de openbare ruimte, de groenstructuren, bruggen en pleinen en voor economische impulsen. Het doel is deze middelen te combineren om een nog aantrekkelijkere leefomgeving en economisch vitalere Brede Binnenstad te realiseren. Dit bedrag is voor nu te beschouwen als een ‘ongebundeld’ Binnenstadfonds. Voor de eerste jaren 2025/2026 met uitloop naar 2027 - kunnen we in ieder geval met de reeds bestaande investeringsmiddelen vooruit. Ook met betrekking tot de mobiliteitsinvesteringen.
Wel zijn bij de Voorjaarsnota 2026 extra middelen aangevraagd om deze integrale aanpak proactief en in nauwe afstemming met belanghebbenden gedurende deze periode te kunnen uitvoeren. Aangezien er voor de middellange en lange termijn nog geen integrale invulling en afweging heeft plaats gevonden over de maatregelen die de kwaliteit van de Brede Binnenstad nog aantrekkelijker en economisch vitaler maken, is het op dit moment nog niet bekend of het bijeenbrengen van deze budgetten de komende jaren toereikend is. We starten met een gebiedsgerichte aanpak voor de Hinthamerdriehoek (Hinthamerstraat en omgeving). In co-creatie met belanghebbenden wordt een ‘ontwerp herinrichting Hinthamerdriehoek’ (met alternatieven met ramingen) voorbereid. Daarnaast starten we met co-creatie voor het Museumkwartier met inbreng van de gebiedspaspoorten van Den Bosch Partners om te komen tot een ‘ontwerp herinrichting Museumkwartier’. De ramingen van beide ontwerpen geven voorts een indicatie van benodigde financiën voor de daarna volgende sfeergebieden. Hierover willen we verdere duidelijkheid geven richting de begroting van 2027.
18
19
Hoe kan de vinger aan de pols gehouden worden Budgetrecht Er is een extra kredietbehoefte voor kwaliteitsverbetering van de Brede Binnenstad voor de jaren na 2026. Het inzichtelijk maken van deze kredietbehoefte willen we doen op basis van ontwerpen van een tweetal sfeergebieden met alternatieven en ramingen. Hierover willen we verdere duidelijkheid geven richting de begroting van 2027. Het is aan uw Raad om keuzes te maken uit de alternatieven en hiervoor budget (gefaseerd) beschikbaar te stellen. Tussentijdse rapportages Wij zullen jaarlijks informeren over de voortgang van het totaalpakket, de realisatie en de effecten daarvan. Dit hebben we tot op heden gedaan met de RIB Aanpak Mobiliteit Brede Binnenstad met bijbehorende routekaart. We verbreden deze RIB inhoudelijk tot een ‘RIB Integrale Aanpak Brede Binnenstad’. De routekaart blijft daarbij een handig instrument om de stand van zaken in de diverse onderdelen te schetsen. Daarnaast informeren we waar nodig tussentijds over de relevante ontwikkelingen binnen de verschillende deelopgaves via de reguliere wegen, zoals de P&C-cyclus, infobulletin, wethoudersbrief, collegebrief, raadsinformatiebrief of raadsvoorstel. Risicogestuurd werken Risicogestuurd werken is het expliciet en gestructureerd kunnen leren omgaan met risico's.
Een risico is een onzekere gebeurtenis met oorzaken, een kans van optreden en gevolgen voor doelstellingen. Dit kunnen negatieve en positieve gevolgen zijn. We brengen de risico's in kaart en kennen hieraan beheersmaatregelen toe om de kans van optreden of het effect na het optreden van het risico te verkleinen. Dit risicodossier volgt het proces en actualiseren we periodiek. Het evalueren van het risicodossier en de gekozen beheersmaatregelen helpt om hier in de toekomst effectiever mee om te gaan.
20
21
Tot slot We realiseren ons dat de voorgestelde Integrale Aanpak Brede Binnenstad veel raakvlakken heeft met andere vraagstukken, in ontwikkeling zijnde beleid, programma’s, projecten en gebiedsontwikkelingen en beheeropgaven in de Brede Binnenstad. De aanpak is nadrukkelijk adaptief van aard, hetgeen betekent dat we niet alleen de onderlinge relaties goed in het vizier houden, maar dat er te zijner tijd ook ruimte is om nieuwe strategische opgaven uit andere domeinen aan te haken. Het is in potentie een groeimodel, maar we moeten ook gewoon een keer beginnen. Dat is overigens behoorlijk uitdagend omdat, de gebiedsgerichte wijze waarop we in cocreatie met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden samen willen werken aan het aantrekkelijker maken van de leefomgeving en het vergroten van de economische vitaliteit, een experimentele werkwijze betreft. We zullen dan ook met elkaar moeten leren hoe we de leefbaarheid Brede Binnenstad stap voor stap nog beter kunnen maken. Laten we dat gewoon gaan doen!
afbeeldingen: Angeline Swinkels (pag. 7, 16) / Twycer (pag. 10) / Studio 38C (pag. 13) / Kleurstof (pag. 19) / Sandra Peerenboom (voorblad, pag. 21)
22
Bijlage: Wat gaan we als eerste doen Een eerste schets Voor de korte termijn hebben we op basis van gesprekken met een voorbereidingsgroep van kernbelanghebbenden (vertegenwoordigers van ondernemers en bewoners) een allereerste iteratieslag gemaakt. De schetsmatige uitkomst hiervan is terug te vinden in figuur 1. Daarbij staan onderstaande inspanningen op de planning.
23
Wat doen we in 2025 met overloop naar 2026 Start planvorming - Studie doorstroming Magistratenlaan - Studie parkeerverwijssysteem - Studie knip kanaalboulevard en mitigerende maatregelen De Muntel - Voorbereiding knip Stationstunnel en Veemarktweg - Studie opknappen Stationstunnel - Herijken contour kernwinkelgebied - Aanbesteding Lage Diezebrug - Ontwerp herinrichting Hinthamerdriehoek - Ontwerp herinrichting Hinthamereinde - Studie vergroenen Hinthamerstraat - Ontwerp herinrichting Bethaniëstraat / Baselaarsstraat - Studie vergroenen Hoge Steenweg / Orthenstraat - Studie vergroenen Museumkwartier - Studie vergroenen Markt / Marktstraat - Parkeerplan - Uitwerking Plan Gevelverlichting - Visie op fietsen in/door de binnenstad - Analyse van fietsenstallingsmogelijkheden in de binnenstad en alternatieven schetsen (motie: ‘Verkeersstructuur’) - Onderhoud fietsbrug – Molenberg - Herziening transferiumbussen (6 nieuwe haltes en aantrekkelijke looproutes) - Herziening routering lijnbussen historische binnenstad - Groen (in omgeving) bij historische bebouwing - Afspraken (omtrent nachtbezorging) met bezorgdiensten en leveranciers maken - Openingstijden van fietsenstallingen en transferia aan laten sluiten op de wensen van (personeel en bezoekers van) horeca - Kaders maatwerk voor doorbreken panden Start realisatie - Herinrichting Kerkplein / Gastelstraatje - Realisatie trap Visstraat
/ Opstapplaats Binnenhaven - Herinrichting van der Does de Willeboissingel en zijstraten - Vervangen elektrapalen en watertappunten haven - Oliemolensingel - Herinrichting Kerkstraat - Realisatie Lage Diezebrug - Onderhoud toog van brug – St. Josephstraat - Herstel liften Paleisbrug - Willemstraat - Kanaalboulevard fase 2-3 - Voetgangersbrug Zuid-Willemspark - Burgemeester Loeffplein - Fietsenstalling Gasthuiskwartier - STS gebied Hinthamerdriehoek - Fietsbrug Bastion Deuteren / Molenberg - Mobiliteitshubs deeltweewielers - Koop Lokaal campagne (motie: ‘Verkeersstructuur’) - Aansluiting Vogelstraat op snelfietsroute F2 (incl. calamiteitenroute en botenhelling) - Gedragsaanpak ‘Bewust bestellen’ (stimuleringsactie pakketbezorging) - Stimuleringsactie gericht op bezorgfietsen en –diensten - Pilot invulling leegstaande panden, inclusief daarbij ruimte voor uitstalling 24
Wat doen we in 2026 met overloop naar 2027 Start planvorming - Hubs voor touringscars (halen/brengen + langparkeren) (motie: ‘Touringcarhaltes in de binnestad’) - Kiss&ride-zones (motie: ‘Kiss & Ride’) - Pakkethubs - Parkeerreserveringssysteem met aandacht voor ‘Parking for cars and buses’ Start realisatie - Vergroten capaciteit/doorstroming Magistratenlaan - Realisatie parkeerverwijssysteem - Realisatie knip Kanaalboulevard + mitigerende maatregelen De Muntel - Knip Stationstunnel realiseren / opknappen Stationstunnel (gebiedspaspoort DBP) - Knip Veemarktweg realiseren / herinrichten Cultuurplein - Realisatie bushaltes Binnenstadsring - STS gebied Museumkwartier - Herinrichting Onderwijsboulevard (Groene Loper) - Herinrichting Visstraat / Smalle Haven / Brede Haven - Start bouw Lage Diezebrug - Uitvoering Bethaniëstraat / Baselaarsstraat - Uitvoering Hinthamereinde - Uitvoering Hooge Steenweg / Orthenstraat - Uitvoering Museumkwartier - Uitvoering Markt / Marktstraat - Onderhoud fietsbrug – Molenberg - Gedragsaanpak ‘Bewust bestellen’ (stimuleringsactie pakketbezorging) - Stimuleringsactie gericht op bezorgfietsen en –diensten - Pilot ‘verkeershandhaving’ - Uitvoering 1e fase Gevelverlichting - De Paleisbrug en Stationstunnel worden voorzien van passende verlichting ter bevordering van de veiligheid.
We vervolmaken de lijst met mogelijke maatregelen en daarbij horende kaart, zetten deze in planning, verkennen de inpassingsmogelijkheden om vervolgens zo spoedig mogelijk tot uitvoering van de eerste maatregelen over te gaan. Tegelijkertijd gaan we met stakeholders aan de slag om fasegewijs de analyse per deelgebied op te stellen. Voor de lange termijn maken we efficiënt gebruik van al het werk dat er in het kader van de Omgevingsvisie is verricht. Uitvoering en (beleid)ontwikkeling gaan komende maanden dus hand in hand!
25