2025-06-18 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
18 juni 2025 Raadzaal J.J.M. Gersjes mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, J.J.E.L. van Creij, L.A.J. van Griensven (vanaf 19.35 uur), W.B.G. Hoeben, B.B.G.M. van den Hoven, mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, M.P. Kagie, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Kitslaar, J.M. Klerks, R.T.P.M. Koolen, W.M. van de Leemput, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, E. Samshuijzen, D.G.G. Scholten, A.C. van Silfhout, C.K.J. Visscher, mr. C.H.A. van den Wildenberg ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers
Afwezig:
W. de Groot MSc, S.C. van Hasselt, T.A.J. Heijmans, A. Hernández, J. Kouwenberg, REV H.W. Pennings, P.J. Romijn, drs. ing. G.M.M. Verbruggen
Verslaglegging:
I.C. Wendt, DemiSec
Heropening en mededelingen De voorzitter opent het vervolg van de commissievergadering Bedrijvigheid en heet iedereen welkom. Een speciaal welkom aan de heer Van den Hoven, die voor het eerst deelneemt aan de commissievergadering. Er is bericht van verhindering ontvangen van de voorzitter, mevrouw Korver. Zij wordt vervangen door de heer Gersjes. De heer Pennings wordt vervangen door de heer Van Creij. Verder zijn de heer Verbruggen, mevrouw Hernández, de heer Romijn, de heer Heijmans en de heer Van Hasselt afwezig. 1.
Zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2026 Omgevingsdienst Brabant Noord De voorzitter geeft de zienswijze in bespreking. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt het goed dat er in de zienswijze aandacht wordt gevraagd voor het Rekenkamerrapport over toezicht en handhaving bij de meest milieubelastende activiteiten en dat het college hierover met de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) in gesprek wil gaan. De PvdD pleit wel voor de juiste volgorde, namelijk eerst een debat in de raadsvergadering en dan pas een gesprek met ODBN. Zo kan de wethouder de richting die de raad wenst, meenemen in het gesprek met ODBN. De Rekenkamer heeft in april een discussienotitie geagendeerd, maar deze notitie weer teruggenomen omdat het college zelf een notitie zou opstellen. De PvdD hoort graag wanneer het college zijn notitie gaat opleveren en spreekt alvast de voorkeur uit om het onderwerp uiterlijk eind augustus te agenderen. De PvdD hoort verder nog in hoeverre dergelijke onderzoeken bij andere deelnemers van ODBN zijn uitgevoerd en of het onderwerp bij de andere gemeenten op de agenda staat. Als dat niet zo is, zou ze dit advies nog willen toevoegen aan de zienswijze. Mevrouw Klerks (Volt) sluit zich aan bij de woorden van de PvdD. Volt kan instemmen met de zienswijze, maar heeft nog enkele vragen.
Gesteld wordt dat een aantal technische adviezen en verbeterpunten van de Rekenkamer zijn doorgevoerd. Volt vraagt of de andere adviezen van de Rekenkamer ook worden overgenomen en of de gemeente daarop monitort. Voorts mist de fractie aandacht voor water, buiten de scope van de waterschappen zelf, met name voor verdroging en vernatting door klimaatverandering en bodemgebruik. Volt vraagt of hier nog iets over opgenomen kan worden in de zienswijze. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) zegt dat GroenLinks positief is over de zienswijze, maar vindt dat sociale en duurzame onderwerpen meer aandacht mogen krijgen van de 1
Omgevingsdienst, met name handhaving bij milieudelicten. Verder hoort de fractie graag of het college een reactie heeft ontvangen van de Omgevingsdienst en of er een actieplan is opgesteld om de opgelegde taakstelling uit te voeren. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) is blij dat de deelnemersbijdrage in 2026 daalt, hoewel het uurtarief met 2,9% stijgt. Het overschot van 2024 wordt geïnvesteerd in AI en robotisering. Leefbaar ’s-Hertogenbosch is benieuwd hoe gemonitord wordt of deze investering effectief is. De voorzitter geeft de wethouder het woord om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Ralph Geers stelt dat volgens het Rekenkamerrapport veel aanbevelingen al in uitvoering waren genomen, bijvoorbeeld door het uitvoerings- en handhavingsstelsel aan te passen. Voor andere vraagstukken moet de gemeente het gesprek nog aangaan met de Omgevingsdienst. Dat het college zelf met een discussienotitie zou komen, is een misverstand bij de Rekenkamer geweest, want die notitie komt pas halverwege 2026. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt hoe zo’n misverstand maandenlang kan voortduren, waardoor beide partijen op elkaar blijven wachten. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat de Rekenkamer in haar rapport een beschouwing gaf van het reguliere proces, waaruit opgemaakt kon worden dat het college pas in de nieuwe raadsperiode met de discussienotitie zou komen.
Hijzelf heeft niet de indruk dat het nodig is om sneller een notitie te agenderen. Bij de volgende bestuursvergadering wil hij wel de andere deelnemers wijzen op het Rekenkamerrapport. Aandacht voor water vindt hij terecht. De Kaderrichtlijn Water wordt gehanteerd en de Omgevingsdienst heeft daar een belangrijke rol in. Er is binnen de organisatie zeker aandacht voor het onderwerp, hoewel dat in het document niet zo nadrukkelijk naar voren kwam. De wethouder is bereid om in de volgende bestuursvergadering expliciet aandacht te vragen voor de KRW. Het lijkt hem niet nodig om de zienswijze hierop aan te passen. De Omgevingsdienst gaat inzetten op AI en robotisering als reactie op de arbeidsmarktkrapte. De wethouder verwacht niet dat er een direct effect zichtbaar wordt, maar op termijn zal er minder personeel nodig zijn voor de basistaken. Het streven is niet om naar minder personeel te gaan, maar om de medewerkers meer in te zetten voor controle en handhaving. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zou toch wel vooraf willen bespreken welke effecten van de inzet op AI en robotisering worden verwacht om te kunnen bepalen of het budget effectief is ingezet. Wethouder Ralph Geers zegt toe dit in de P&C-cyclus mee te nemen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat de raad bij de Voorjaarsnota een motie heeft ingediend over besparingsmogelijkheden.
Deze motie werd ontraden, terwijl de wethouder nu spreekt over besparingen op personeel als gevolg van AI en robotisering. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat de elementen in de motie grotendeels al waren opgepakt door de Omgevingsdienst. Verder verwacht hij geen directe kostenbesparing van AI en robotisering, maar zal er wel anders gewerkt gaan worden. Op termijn zal dat ertoe leiden dat eenvoudige taken geautomatiseerd worden en dat medewerkers worden ingezet op de meer complexe taken. De voorzitter concludeert dat een tweede termijn niet nodig is. Er worden geen moties of amendementen verwacht over de zienswijze. Het voorstel zal als hamerstuk naar de raadsvergadering worden doorgeleid. 2.
Kostendekkingsplan Plan Water en Riolering 2026-2028 De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het een duidelijk voorstel. In 2017 en 2022 werd er vastgesteld dat er binnenkort een grote vervangingsopgave wordt verwacht, maar nu wordt 2
gesteld dat die termijn wel kan opschuiven. Gewoon ge-DREVEN vraagt of dit niet tot problemen gaat leiden. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is tevreden over de uitvoering en vindt het verstandig dat in de evaluatie is gekeken naar benodigde beleidsbijstellingen. Ook is het goed dat er een pilot komt voor het afkoppelen van hemelwaterafvoeren. Wel heeft de PvdD zorgen over de implementatie van de herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater, die in 2028 van kracht wordt. Ze vraagt of de kostenposten die hiervoor zijn opgenomen, voldoende zijn voor alle acties die eruit voortkomen. Als het budget niet voldoende is, wat betekent dat dan voor de rioolheffing vanaf 2029? Waarom wordt er nu ingeteerd op de onderhoudsvoorziening, terwijl vanaf 2029 bovenop de aangekondigde verhoging nog meer verhoogd moet worden? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) spreekt complimenten uit voor het solide rioleringssysteem dat ’s-Hertogenbosch heeft. Hij is net als de PvdD benieuwd naar de impact en de omvang van de investering die nodig is om de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater in te voeren. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de VVD positief is over het voorstel en de voorgestelde aanpassingen begrijpt. De investering in datagedreven werken juicht de fractie toe. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) is blij dat de heffing op gelijk niveau blijft.
Rosmalens Belang vraagt de wethouder om te bevestigen dat de assets en installaties allemaal in kaart zijn gebracht. Eerder moest de afvalstoffenheffing namelijk verhoogd worden om achterstallige investeringen te doen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij het betoog van de PvdD. Het klinkt mooi dat de heffing gelijk blijft, maar doorgaans wordt gesteld dat heffingen kostendekkend moeten zijn. Het zou volgens hem verstandig zijn om een reserve op te bouwen om op termijn installaties te vervangen. Er zijn namelijk nog genoeg zaken die binnenkort aangepakt moeten worden. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat Volt kan instemmen met het gelijktrekken van de fiscale en technische afschrijving van technische installaties. De fractie is verbaasd dat dit nog niet gebeurde. Ze sluit zich aan bij het betoog van De Bossche Groenen over het opbouwen van een reserve. De rioolheffing is immers gebaseerd op de totale lasten en niet op de totale uitgaven. Met de voorstellen voor een pilot, investeren in datagedreven projecten en onderzoek kan Volt instemmen. De voorzitter geeft de wethouder het woord voor een reactie op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Ralph Geers stelt dat de gemeenteraad aan het begin van de bestuursperiode het Plan Water en Riolering heeft vastgesteld. Toen is afgesproken dat er voor 2026-2028 een nieuw dekkingsplan zou komen.
De beleidsafspraken die destijds zijn gemaakt, worden doorgerekend om vervolgens nieuwe keuzes te kunnen maken. In het document staat nadrukkelijk vermeld dat de egalisatiereserve bedoeld is om schommelingen in de rioolheffing op te vangen en dat het geen overschot is door niet-gedane investeringen. Mevrouw Klerks (Volt) veronderstelt dat die schommelingen juist worden veroorzaakt door al dan niet onverwachte investeringen. Ze begrijpt niet waarom dat budget nu wordt geleegd. Wethouder Ralph Geers ontkent dat de egalisatiereserve wordt geleegd. De reserve was echter zo vol dat het verantwoord was om een deel ervan te gebruiken. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of dat betekent dat er nog andere investeringen vanuit de gemeente nodig zijn. Wethouder Ralph Geers legt uit dat de gemeente een begroting heeft voor het Plan Water en Riolering. Daarmee kan een aantal zaken aangepakt worden. Het effect op de rioolheffing is opgenomen in de tabel: met het huidige beleidsplan kan de heffing gelijk blijven, maar door 3
nieuwe beleidskeuzes kan deze nog veranderen. Mevrouw Klerks (Volt) stelt dat nu al voorzien wordt dat er op korte termijn veel vervanging nodig is. Ze vraagt of dat niet voorzien is in bijvoorbeeld de egalisatieregeling. Wethouder Ralph Geers legt nogmaals uit dat de egalisatiereserve bedoeld is om schommelingen in de rioolheffing te voorkomen, maar niet om te investeren in aanpassingen en vervanging. Het rioleringsstelsel gaat langer mee dan vooraf ingeschat. Daarom moet vaak overwogen of delen al vervangen worden, terwijl dat nog niet echt nodig is. Investeringen kunnen dus ook soms uitgesteld worden. Andere projecten worden soms naar voren gehaald om koppelkansen te creëren. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zou het regulier onderhoud en de implementatie van de Europese richtlijn los van elkaar willen zien. De gemeente moet voldoen aan de richtlijn en zal daar investeringen voor moeten doen. Is het niet tegenstrijdig om de egalisatiereserve af te romen, terwijl bekend is dat die investeringen binnenkort gedaan moeten worden? Wethouder Ralph Geers vindt het niet tegenstrijdig. Omdat de acties en de bijbehorende kosten van de implementatie van de richtlijn nog niet bekend zijn, wil de gemeente daar nog geen geld voor reserveren. De gemeenteraad moet immers nog beslissen welke instrumenten ingezet gaan worden tegen welke kosten.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt de commissie of het niet verstandiger is om het om te draaien en pas de rioolheffing te verlagen als zeker is dat die niet meteen daarna weer verhoogd wordt om de Europese richtlijn te implementeren. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) wil niet uitgaan van toekomstige beleidskeuzes, maar kwantificeert liever welk materiaal aan vervanging toe is om daar vervolgens budget voor te reserveren. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat dit in het reguliere programma is opgenomen. Daar heeft de egalisatiereserve niets mee te maken. Voor de implementatie van de Europese richtlijn en voor de pilot om hemelwaterafvoer op privaat terrein af te koppelen zijn de kosten nog niet bekend. Het college wil de rioolheffing pas verhogen als duidelijk is hoe hoog deze kosten zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) refereert aan de startnotitie, waarin staat dat er vanaf 2029 extra kosten worden verwacht. Dan moeten namelijk veel rioolbuizen vervangen worden, die langer zijn meegegaan dan verwacht. Wethouder Ralph Geers verwijst naar de tabel in het document. Doordat het riool langer meegaat dan verwacht, kunnen de investeringen over een langere tijd worden verspreid. In sommige gevallen is het echter verstandig om het riool meteen te vervangen als de gemeente investeert in vergroening.
De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en vraagt hoe het geagendeerd dient te worden voor de raadsvergadering. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) overweegt een motie of amendement in te dienen. Het voorstel zal als licht bespreekstuk naar de raadsvergadering worden doorgeleid. 3.
Wensen en bedenkingen Startnotitie Integrale Aanpak Brede Binnenstad – Samen investeren in kwaliteit Op 10 september 2024 werd door de gemeenteraad het raadsvoorstel Verkeersstructuur 2030 vastgesteld. Hierin zat een opdracht aan het college om een startnotitie op te stellen voor een integrale kwaliteitsverbetering van de brede binnenstad. Met het voorliggende voorstel wordt de raad in staat gesteld om wensen en bedenkingen in te brengen op de startnotitie. Dat kan middels een motie in de aanstaande raadsvergadering.
4
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat de raad enerzijds gevraagd wordt om wensen en bedenkingen te uiten en anderzijds om de startnotitie vast te stellen. De notitie bevat een lijst met projecten, waarover al besloten is door de gemeenteraad. Voor veel projecten is echter nog geen dekking gevonden. Het is dan ook niet duidelijk wat er nog vastgesteld moet gaan worden. De Bossche Groenen heeft vooral als bedenking dat "de raad er toch weer iets van moet gaan vinden". Hoeveel stadsvisies en integrale aanpakken gaat de raad nog krijgen? Blijft het college papier produceren, of gaat de gemeente echt eens aan de slag? De € 53 miljoen aan externe inhuur wordt vooral gespendeerd aan onderzoeken en rapportages. Maar wanneer komen de bankjes, de bomen en de veilige verkeerssituaties? De Bossche Groenen vraagt welke concrete resultaten de inwoners tijdens de huidige bestuursperiode nog kunnen gaan bekijken. De heer Van Silfhout (Volt) vindt het een ambitieuze uitvoeringsagenda, maar wel sterk gevoed door andere visies en reeds vastgestelde plannen. Volt wil ook graag direct aan de slag en actief monitoren hoe de uitvoering verloopt. Bij de doelstelling "a place to be, buy, live and meet" miste hij "to become". Er moet een plek in de binnenstad zijn waar mensen zich kunnen ontplooien, waar ze kunnen opgroeien. De rol van studenten in de stad ontbreekt volledig.
Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat studenten zich in de binnenstad kunnen ontplooien en hoe kan de stad hen gebruiken om evenementen, cultuur, idealisme en ondernemerschap aan te jagen? Daarnaast vindt Volt de samenwerking met cultuurpartijen te beperkt. Cultuur kan als vliegwiel dienen om grote vraagstukken in de binnenstad op te lossen. Hoe kijkt de wethouder bijvoorbeeld naar de suggestie om de cultuursector invulling te laten geven aan het leegstandsplan? Tot slot zou Volt graag zien dat alle parkeerplaatsen op maaiveldniveau worden verplaatst naar ondergrondse garages. De heer El Amraoui (D66) ziet in de startnotitie een krachtig fundament onder een ambitieus en toekomstgericht plan. De binnenstad is al een fijne plek om te verblijven, maar met de integrale aanpak wordt dit verder verbeterd. Het is goed dat vergroening, bereikbaarheid en economische vitaliteit met elkaar gecombineerd zijn. Ook het proces verdient lof, want het is een cocreatie met ondernemers en bewoners. Niet alles kan meteen uitgevoerd worden, maar met de concrete plannen wordt er goed werk van gemaakt om de binnenstad van Den Bosch klaar te maken voor de toekomst. De heer Scholten (GroenLinks) kan zich grotendeels vinden in de overwegingen van de startnotitie. De fractie ziet ook een brede binnenstad voor zich met een sterke economie, waar het fijn is om te wonen.
GroenLinks mist bij het realiseren van nieuwe verkeersstructuren het monitoren van fiets- en voetgangersverkeer en vraagt de visie van de wethouder hierop. Volgens de notitie moet groen voorrang krijgen op ruimte voor evenementen. GroenLinks kan zich hierin vinden, maar hoort graag hoe het college in de toekomst met groen wil omgaan in de Brede Bossche Binnenstad. Er staan immers veel woningen, waardoor het belangrijk is dat er ook rustige plekken worden gecreëerd. Het belang van groen weegt dan zwaarder dan de cultuurhistorische waarde die mogelijk in de grond zit. GroenLinks vraagt of dit aspect wordt meegenomen. Mevrouw Visscher (SP) ziet in de startnotitie vooral veel dingen staan die het college wil gaan doen. De SP vindt de Brede Bossche Binnenstad een non-issue en vraagt zich bij elk aspect af hoe het met de rest van de gemeente zit. Heeft deze integrale aanpak gevolgen voor het tempo waarin vergelijkbare zaken in de rest van de gemeente aangepakt worden? Wordt het budget met voorrang uitgegeven aan de binnenstad en moet de rest van de gemeente maar wachten? Het hoofdstuk over de financiën is erg vaag. Er wordt gesproken over extra middelen, maar om hoeveel dat gaat en waar het vandaan moet komen, wordt niet vermeld. De SP vraagt zich af wat er gebeurt als de raad niet instemt met het voorstel. De meeste plannen zijn immers al vastgesteld.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) ziet de startnotitie vooral als een opsomming van wensen, plannen en werkzaamheden en vraagt zich af of dat niet leidt tot een overbelasting van de binnenstad. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vindt dat de startnotitie nog onvoldoende houvast biedt. Er zijn veel losse eindjes en het is geen samenhangend plan. Fundamentele keuzes 5
blijven uit. Bosch Belang vindt bovendien dat de positie van de inwoners van de binnenstad onderbelicht blijft. De druk op het centrum is zo groot geworden, dat velen zich verdrongen voelen. Evenementen, toerisme, dagrecreatie en commerciële ontwikkelingen stapelen zich op, wat ten koste gaat van de leefkwaliteit. In de notitie worden veel ambities geschetst, maar de prioritering blijft vaag. Bosch Belang wil dat de binnenstad in eerste instantie bedoeld is voor zijn eigen inwoners. Hun belangen moeten dus goed verankerd worden in het proces en dat ziet Bosch Belang onvoldoende terug in de startnotitie. De heer Van den Hoven (VOOR Den Bosch) stelt dat de integrale aanpak Brede Binnenstad tot doel heeft om een leefbare, gastvrije en bereikbare stad te blijven. Daarvoor worden de verblijfskwaliteit verbeterd en de economische vitaliteit versterkt. VOOR Den Bosch vindt het belangrijk dat de aanpak toewerkt naar een binnenstad waarin bewoners zich prettig voelen en waar Bosschenaren graag komen. Vrijzinnigheid, creativiteit en ondernemerschap moeten er de ruimte krijgen en bezoekers moeten er welkom zijn, mits zij respect hebben voor de stad. De transformatie kan de gemeente niet alleen. Daarom dringt VOOR Den Bosch aan op serieuze samenwerking met bewonersverenigingen, ondernemers, maatschappelijke partijen en de cultuursector. De aanpak gaat veel geld kosten.
VOOR Den Bosch vraagt of dit budget beschikbaar is en waar de eerste prioriteit ligt. De heer Altenburg-Collin (VVD) is blij dat de integrale aanpak eindelijk op tafel ligt. Het biedt kansen om de binnenstad te laten bruisen en te vergroenen voor de inwoners, bereikbaar te houden voor bezoekers en ruimte te bieden aan ondernemers. Belangrijk is dat het aantal parkeerplaatsen op peil blijft, zodat de binnenstad bereikbaar blijft voor bezoekers. Zij zorgen ervoor dat ondernemers kunnen voortbestaan, wat de binnenstad een aantrekkelijke leefomgeving maakt. De VVD hecht groot belang aan monitoring. Er moeten echter niet alleen data worden verzameld, maar er moet ook actie ondernomen worden. Gevraagd wordt of de wethouder bereid is om binnen een jaar bij te sturen als bijvoorbeeld blijkt dat verkeersmaatregelen negatief uitpakken voor de bereikbaarheid. Tot slot vraagt de VVD om bij herinrichting voldoende rekening te houden met wensen van inwoners en ondernemers. Betrek hen doorlopend bij het ontwikkelen van plannen, zodat er breed draagvlak ontstaat. De heer Koolen (PvdA) noemt als belangrijkste punten voor de PvdA een goede balans en samenhang tussen onderdelen van het plan, betrokkenheid en draagvlak voor maatregelen en het meten van de effecten van de uitvoering. De PvdA is voorstander van investeren in kwaliteit.
Kwaliteit hangt echter af van het perspectief van inwoners en ondernemers. De gemeente moet de juiste balans zien te vinden in de realisatie van de beleidsdoelstellingen en moet alle belanghebbenden in het proces betrekken. De PvdA juicht een goede monitoring toe en vraagt de wethouder om lokale kennisinstellingen te benutten voor de dataverwerking. Bij voorkeur worden daarbij ook geanonimiseerde omzetcijfers van ondernemers betrokken om het economisch effect van maatregelen te meten. De heer Ploegmakers (CDA) merkt op dat het CDA al jarenlang aandringt op een integrale visie op de binnenstad en in 2016 reeds een motie hierover heeft ingediend. Tussentijds zijn er vele rapporten verschenen en er zijn stappen gezet. Integraliteit ontbrak echter. Voor CDA betekent integraliteit ook participatie door alle betrokken partijen. De startnotitie is een goed begin. Het CDA zou nu graag met spoed samen aan de slag gaan om te werken aan een binnenstad die in balans is. De heer Kitslaar (Rosmalens Belang) is blij dat het college aan de slag gaat met de integrale aanpak van de binnenstad, want er ligt een kans om het centrum mooier en groener te maken, maar ook leefbaarder en toegankelijker. Het moet een plek zijn waar iedereen graag naartoe gaat. Hiervoor zijn voldoende bankjes, schaduwplekken en openbare toiletten nodig. Er zullen klankbordgroepen komen.
Prima, vindt Rosmalens Belang, zolang daar niet alleen de bekende gezichten aan deelnemen, maar jongeren, ondernemers en inwoners uit alle wijken van de stad. De bijlage bij de startnotitie bevat vele concrete activiteiten en projecten die de komende drie jaar opgepakt moeten worden. Dat vindt Rosmalens Belang wel erg ambitieus. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) stelt dat de startnotitie een verzameling van eerder genomen besluiten is. Leefbaar ’s-Hertogenbosch wil vooral dat de gemeente start met de uitvoering. De fractie heeft geen behoefte aan een nieuw debat over de bereikbaarheid en 6
vergroening van de binnenstad. Het college heeft ook de zegen van de raad niet nodig voor het starten met het opstellen van een uitvoeringsagenda met besluiten, waarvoor de raad al jaren geleden mandaat heeft gegeven. Het lijkt een strategie van het college om steeds met nieuwe beleidsstukken te komen, terwijl de afgelopen jaren qua uitvoering nauwelijks iets werd bereikt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) ziet ook geen nieuwe keuzes in de startnotitie. Staand beleid moet gewoon uitgevoerd worden. Wel wordt aangegeven dat parkeergarages een kostendekkende exploitatie moeten hebben. Dat lijkt de PvdD verstandig. Om dat te borgen, stelt ze voor om eerst naar de exploitatiemogelijkheden te kijken voordat er een nieuwe garage wordt gebouwd. De PvdD wil ook graag wat meer werk maken van de verantwoordelijkheid voor het afvalbeleid door ondernemers. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat de PVV voorstander is van een mooie binnenstad voor inwoners, bezoekers en ondernemers. Het is wel belangrijk dat de stad voor alle voertuigen goed bereikbaar blijft. Een knip in doorgaande wegen is daarom niet gewenst, want dat levert op andere plekken verkeerstopstoppingen op en een verminderde bereikbaarheid van de binnenstad. De PVV hoort graag hoe het college dat wil rijmen met het verbeteren van het ondernemersklimaat. Deelmobiliteit is mogelijk, maar moet wel op vrijwillige basis worden ingezet.
De PVV vraagt zich af of de partijen die voorstander zijn van autodelen dat ook bespreken met hun potentiële kiezers. Als de kiezers van GroenLinks, PvdA, D66, De Bossche Groenen en Volt hun auto wegdoen en voor deelvervoer kiezen, hoeven de stemmers op andere partijen zich geen zorgen meer te maken over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen. De voorzitter geeft de wethouder het woord om te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Ralph Geers begint zijn betoog met de opmerking dat de raad in december 2025 heeft ingestemd met het opstellen van de startnotitie. Het college stelt geen beleid op omdat het zo graag papierwerk doet, maar omdat de raad hiertoe besloten had. Het college gelooft bovendien dat verkeersmaatregelen geen doel op zich zijn, maar een middel om de kwaliteit van de binnenstad te verbeteren. Dat heeft geleid tot het totaalpakket met als onderdelen: bereikbaarheid, economische vitaliteit en een aantrekkelijke woonomgeving. Het beleid is opgesteld in samenspraak met bewoners en economische stakeholders. Op beleidsniveau willen de meeste partijen ongeveer hetzelfde: ondernemers willen óók een groene stad en inwoners begrijpen dat winkels bereikbaar moeten zijn voor bevoorrading. Pas bij de uitvoering ontstaan de dilemma’s: bijvoorbeeld als ergens bomen worden geplant, waardoor er geen ruimte meer is voor de kermis.
Voor dergelijke spanningsvelden kunnen geen generieke regels worden opgesteld. Dat dient op straatniveau te gebeuren, samen met alle betrokkenen. Het klopt dat er als bijlage een overzicht van projecten is opgenomen, waarover de raad al heeft besloten. Dat is gebeurd omdat betrokkenen zich afvroegen wat er allemaal al op stapel staat in de binnenstad. Na de zomer komt er een uitvoeringsprogramma en kan bepaald worden welke projecten prioriteit hebben. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de gemeenteraad moet besluiten over de prioritering, want hij verwacht dat de fracties daar heel verschillend over denken. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat het uitvoeringsprogramma een bevoegdheid van het college is. De raad kan bij de startnotitie wel wensen en bedenkingen meegeven, bijvoorbeeld over de prioritering. Het college zoekt echter wel naar een balans, samen met betrokken partijen. Als zij iets anders vinden dan de raad voorstelt, moet het college deze twee tegen elkaar afwegen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt waarom de raad nog moet prioriteren, aangezien over alle voorstellen al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Wethouder Ralph Geers legt uit dat het college in de hele binnenstad aan de slag wil, maar nog niet heeft besloten waar het beste kan worden begonnen.
Er spelen bewoners- en ondernemersbelangen en op veel plekken kunnen werkzaamheden gecombineerd worden. Samen met alle betrokken partijen moet bepaald worden waar de urgentie het hoogst is.
7
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vindt de ultieme participatie dat de gemeente doet wat ze zegt. De gemeente moet eindelijk eens de plannen gaan uitvoeren, waarover de raad al jarenlang gediscussieerd en besloten heeft. Een voorbeeld is de aanpak van de Magistratenlaan. Hij stelt voor om de kosten van de afzonderlijke projecten te ramen, om te weten of ze ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Wethouder Ralph Geers legt uit dat in het uitvoeringsprogramma wordt geconcretiseerd welke acties uitgevoerd moeten worden. Dan ontstaat ook een beeld van de financiën. De gebiedsgerichte aanpak is erop gericht om werk met elkaar te combineren. De heer Ploegmakers (CDA) heeft in de startnotitie wel degelijk al een prioritering gelezen, namelijk de Hinthamerdriehoek en het Museumkwartier. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat dit klopt. Er is ook al begonnen met werkzaamheden, bijvoorbeeld op het Burgemeester Loeffplein en in de Kerkstraat. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of de Hinthamerdriehoek en het Museumkwartier budget is gealloceerd. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat er € 20 miljoen tot € 25 miljoen aan budget is gereserveerd voor de komende anderhalf jaar. Maar pas als een gebied wordt aangepakt en alle partijen geparticipeerd hebben, kan er een plan worden gemaakt en kunnen de werkzaamheden verwerkt worden in de begroting.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) benadrukt dat de projecten uit de startnotitie in 2025 en 2026 uitgevoerd moeten worden. Wat gaat het kosten om dat allemaal te fiksen? Wethouder Ralph Geers stelt dat in de begroting nooit per project budget wordt gereserveerd, maar per begrotingsonderdeel. Veel onderdelen van de gebiedsgerichte aanpak landen dus in de reguliere begroting. Uiteraard wil het college zoveel mogelijk werk verzetten in de stad en daarvoor is het extra budget beschikbaar. Het is dus niet zo dat het ten koste gaat van werkzaamheden in de omliggende wijken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) wil voorkomen dat werkzaamheden waarvoor allang mandaat is gegeven, vertraging oplopen door de integraliteit van de aanpak. Als de raad eerder heeft besloten om bepaalde straten, zoals de Magistratenlaan, aan te pakken, moet dat gewoon volgens planning gebeuren, los van participatie in het kader van gebiedsgerichte aanpak. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat een van de randvoorwaarden voor de aanpak van de Magistratenlaan was dat er een knip gezet kan worden. De werkzaamheden worden zeker uitgevoerd, maar de volgorde van de uitvoering is nog niet vastgesteld, omdat het college wil meebewegen met wensen uit de participatie en kansen die zich voordoen om werkzaamheden te combineren.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat vanaf 2009 al werd gesteld dat de Magistratenlaan heringericht moest worden om de binnenstad autoluw te maken. Hoe is het dan mogelijk dat er nog steeds over gedebatteerd wordt en dat nog steeds niet duidelijk is wat er moet worden gedaan en wat het kost? Verder zegt de wethouder dat er een participatietraject moet komen. Maar op deze manier belandt men in een cyclus, want over al die projecten is al geparticipeerd, wat uiteindelijk heeft geleid tot een raadsbesluit. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat de heer Hoeben wel heel abstract naar de projectenlijst kijkt. Er staan ook veel projecten op die in de reguliere planning zitten en waarover de raad nooit een expliciete afweging heeft gemaakt. Juist bij (onderhouds)projecten zal gekeken worden of er iets extra’s gedaan kan worden, wat bijdraagt aan de uitgangspunten van de startnotitie. Hij benadrukt dat de projecten waarover de raad een besluit heeft genomen, sowieso worden uitgevoerd. Volt verzocht het college om studenten en kunstenaars te betrekken bij het aantrekkelijker maken van de binnenstad. Dat zal in de volgende fase zeker gaan gebeuren, bijvoorbeeld via 8
de klankbordgroepen. Enkele weken geleden heeft het college de raad geïnformeerd over de aanpak van leegstand in de binnenstad. Er wordt ruimte geboden aan maatschappelijke en culturele initiatieven. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of er al concrete ideeën zijn voor wat er in de binnenstad voor studenten georganiseerd kan worden. Wethouder Ralph Geers wil dat juist met de studenten zelf bespreken. De partijen die het dertienpuntenplan hebben geschreven, zijn uitgenodigd om mee te denken met de startnotitie. Daar zaten nog geen studenten bij. Bij het laden van het uitvoeringsprogramma zullen er steeds meer partijen aanhaken. GroenLinks vroeg naar de spanning tussen rustige plekken en bruisende evenementen. De stad heeft zeker rustige parkjes nodig, waar bewoners kunnen recreëren. De suggestie om lokale kennisinstellingen bij het proces te betrekken voor de monitoring zal de wethouder meenemen. Het gebruik van omzetcijfers ten behoeve van de monitoring vindt de wethouder lastig. Deze gegevens kunnen alleen op vrijwillige basis worden aangeleverd. De vraag is ook wat de cijfers zeggen in relatie tot het bredere verhaal. Belangrijk is dat er goede data worden verzameld, waaruit de gemeente zinvolle conclusies kan trekken.
De heer Koolen (PvdA) merkt op dat de gemeente data op een bepaald aggregatieniveau kan verwerven, bijvoorbeeld het aantal transacties per dag in een bepaalde branche. Dat zijn harde gegevens die goed gebruikt kunnen worden om te onderzoeken of ingrepen in de stad effect hebben gehad op het aankoopgedrag van bezoekers. De huisbankier van de gemeente kan hierover wellicht adviseren. Wethouder Ralph Geers denkt dat het weinig zinvol is om een dergelijk onderzoek te doen op basis van geaggregeerde cijfers, omdat de verschillen per ondernemer en per straat of wijk heel verschillend kunnen zijn. Bovendien zullen niet alle ondernemers hun gegevens willen afstaan, waardoor er een vertekend beeld ontstaat. De heer Koolen (PvdA) kan zich voorstellen dat op het niveau van 'horeca' en 'detailhandel' inzichtelijk gemaakt kan worden wat er verandert als de gemeente bijvoorbeeld een parkeergarage sluit. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat de gemeente op dat abstractieniveau wel data ontvangt van onderzoeksbureaus die naar bestedingspatronen kijken. De gemeente zal dit echter moeten finetunen door gevolgen te meten op straatniveau. Hiervoor zullen gemeentemedewerkers worden ingezet, eventueel samen met de lokale kennisinstellingen. De heer Van Griensven (PVV) herhaalt zijn vraag over het verbeteren van het ondernemersklimaat in relatie tot de verminderde bereikbaarheid voor autoverkeer.
De voorzitter zal deze vraag door wethouder Roy Geers laten beantwoorden. Wethouder Roy Geers begint met de vragen over monitoring. GroenLinks vond de monitor sterk gericht op autoverkeer. Momenteel worden er data over fiets- en voetgangersverkeer verzameld en geanalyseerd. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt naar de toezegging dat bij het Fietsnetwerk 3.0 inzicht gegeven zou worden in de fietsmodaliteit. Wethouder Roy Geers antwoordt dat die terugkoppeling nog volgt. Belangrijk is dat de gegevens op een juiste manier worden geanalyseerd en gebruikt. Met belanghebbenden moet bepaald worden wat de waarde is van de monitoring. Verkeerstellingen zijn onvoldoende om een oordeel te vormen over getroffen verkeersmaatregelen, omdat ze geen inzicht geven in oorzaak/gevolg. Er moet dus gekeken worden welke effecten verkeersmaatregelen hebben en welke andere oorzaken ten grondslag kunnen liggen aan veranderingen in bijvoorbeeld omzet. Dat gesprek moet nog gevoerd worden met de stakeholders. 9
De heer Van Griensven (PVV) vraagt of er al informatie is opgevraagd bij steden die al een knip hebben ingevoerd. Wethouder Roy Geers antwoordt dat dit moeilijk te vergelijken is, omdat elke stad andere verkeersmaatregelen neemt. Er zijn wel wat gelijkenissen. In sommige steden heeft het juist een positief effect. De heer Altenburg-Collin (VVD) refereert aan het afsluiten van de Hinthamerstraat, waarbij veel ondernemers klaagden over zeer forse omzetderving. Dan is het verband toch klip-en-klaar? De wethouder kan ook zeggen: als het duidelijk is dat de omzetdaling komt door een afsluiting, dan wordt daarop geacteerd door de gemeente. Wethouder Roy Geers stelt dat het op vele manieren benaderd kan worden. Tijdelijke en permanente maatregelen zijn niet met elkaar te vergelijken. Na het invoeren van permanente maatregelen moeten mensen aan de nieuwe situatie wennen. Vervolgens moet gemeten worden wat het effect is van de verandering. Als blijkt dat verkeersmaatregelen enorme impact hebben op de binnenstad en ondernemers schade oplopen, dan moet de gemeente kijken naar aanvullende maatregelen, wijzigingen of zelf terugdraaien van de maatregelen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de wethouder 'enorme impact' iets kan kwantificeren. Wethouder Roy Geers legt uit dat het college de gesprekken hierover nog moet aangaan met de belanghebbenden.
Er moet draagvlak zijn voor de maatregelen, maar ze moeten ook bijgestuurd kunnen worden als dat nodig is. Een verkeersmaatregel kan ook een positief effect hebben, waardoor besloten wordt om juist te versnellen. De heer Van Silfhout (Volt) is benieuwd hoe die impact gewogen wordt. Sommige bedrijvigheid past ook niet meer in een moderne binnenstad. Welke impact wordt als positief gezien en welke impact als negatief? Wethouder Roy Geers benadrukt dat dit gesprek met de belanghebbenden moet worden gevoerd. Tot slot gaat hij in op de Magistratenlaan, hoewel de raad hier op 10 december 2024 al over gedebatteerd heeft. Toen heeft hij aangegeven dat dit besluit belangrijk was voor de maatregelen die de gemeente treft op de Magistratenlaan. Op basis van dat kader worden er nu plannen uitgewerkt voor de herinrichting. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) voegt eraan toe dat in 2209 en 2011 al voorstellen werden gedaan om het verkeer uit de binnenstad te weren. De uitgangspunten zijn hetzelfde gebleven. Hij vindt het jammer dat er nu nog studies gepland staan voor de herinrichting van de Magistratenlaan, terwijl al vijftien jaar duidelijk is dat daar iets moet gebeuren. Wethouder Roy Geers antwoordt dat de knip voor het station, waartoe de raad op 10 december 2024 heeft besloten, ervoor gezorgd heeft dat de Magistratenlaan heel anders ingericht moet gaan worden.
De maatregelen hiervoor worden op dit moment uitgewerkt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) veronderstelt dat de Magistratenlaan met stip op 1 staat op de prioriteitenlijst. Wethouder Roy Geers antwoordt dat eerst de Magistratenlaan wordt aangepakt, dan een parkeerverwijssysteem en dat er dan een eerste knip kan worden uitgevoerd. In dat opzicht staat het project bovenaan de prioriteitenlijst. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of 10 december 2024 een serieuze datum zou zijn voor een doorsnee Bosschenaar. Wethouder Roy Geers hoopt dat het voor de raadsleden een relevante datum is en dat zij het als volksvertegenwoordiger verder uitdragen aan de inwoners.
10
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of volksvertegenwoordigers ervan uit mogen gaan dat een dagelijks bestuur binnen een bepaalde termijn iets uitvoert of dat zij er na een jaar achter moeten komen dat er niets geregeld is. Wethouder Roy Geers antwoordt van dit laatste niet de bedoeling is. Tweede termijn De heer Ploegmakers (CDA) meldt dat het CDA in december 2024 de motie "Binnenstad in balans met hulp van een Binnenstadsfonds" ingediend. Het college werd verzocht om met een plan te komen om de binnenstad te versterken. Een deel komt terug in de voorliggende startnotitie. De investeringen op korte en middellange termijn zijn het CDA nog niet duidelijk. De fractie vraagt om een toezegging dat de raad voortaan wordt meegenomen in de financiering. Volgens de startnotitie wordt er € 20-25 miljoen geïnvesteerd. In de Voorjaarsnota wordt € 10,9 miljoen genoemd. Als periode van uitvoering wordt 2025 met uitloop naar 2027 genoemd. Bij budgettekort wordt er extra geld aan de raad gevraagd. Volgens de notitie wordt dit een 'ongebundeld Binnenstadsfonds' genoemd. Het CDA hoort graag wat het college daarmee bedoelt. De Hinthamerdriehoek en het Museumkwartier komen als eerste aan de beurt. Het CDA hoort graag wanneer men daar een concreet resultaat kan verwachten. Er wordt ingezet op cocreatie, maar dat lost nog niet alles op.
De fietsoverlast bij Huis73 en in de Verwerstraat vormt namelijk een stadsbreed probleem. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe het CDA de fietsproblematiek wil aanpakken. De heer Ploegmakers (CDA) antwoordt dat het CDA in een discussienotitie diverse oplossingen heeft aangedragen, waaronder een fietsenstalling in de Sint Josephstraat, een fietsverbod op diverse plekken en handhaven. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of het CDA een fietsverbod heeft besproken met de gebruikers. De heer Ploegmakers (CDA) wil geen fiets- of stallingsverbod in de hele binnenstad, maar vindt wel dat er beleid op fietsen wordt ontwikkeld en dat het fietsverkeer beter wordt gereguleerd. In De Uilenburg zou met de eigenaar van de fietsenstalling onder de Jumbo overlegd kunnen worden over een oplossing. De heer Van Silfhout (Volt) denkt dat het verstandiger is om samen met ondernemers in de binnenstad te overleggen over mogelijke oplossingen. Door cocreatie zal een betere oplossing ontstaan dan met overleg met één ondernemer. De heer Ploegmakers (CDA) bedoelde te zeggen dat met cocreatie niet alles wordt opgelost en dat de gemeente ook tot uitvoering van haar beleid moet komen. Dat betekent niet dat er niet overlegd moet worden met inwoners en ondernemers in de stad.
De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat het verschil met cocreatie is dat de gemeente niet met betrokkenen gaat praten, maar gaat werken om samen tot een oplossing te komen. De heer Ploegmakers (CDA) vindt het een kwestie van woordkeus. Zowel Volt als CDA willen samenwerken met inwoners en ondernemers om de binnenstad te verbeteren. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of het CDA bereid is om wat breder te kijken naar het gebruiken en stallen van fietsen, zodat fietsparkeren op maaiveld wel mogelijk wordt. De heer Ploegmakers (CDA) is er ook voorstander van om fietsparkeren in de openbare ruimte te reguleren. Ook voor deelfietsen zouden plekken in de binnenstad gereserveerd moeten worden. Daar staat het CDA achter. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) veronderstelt dat de PvdD op het CDA kan rekenen als ze én ondergronds parkeren én parkeren op maaiveld voorstelt. 11
De heer Ploegmakers (CDA) vindt dat het afhankelijk is van de locatie of er gekozen wordt voor ondergronds parkeren en parkeren op maaiveld. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of het CDA ook voor 2025 en 2026 een specificatie van de verwachte kosten wil zien. De heer Ploegmakers (CDA) antwoordt dat hij aan het college heeft gevraagd hoe de raad wordt meegenomen in de budgetreservering. De heer El Amraoui (D66) merkt dat er nog veel onduidelijkheid is over de status en de prioritering van de projecten en vraagt om een toezegging dat het overzicht van projecten dat in de startnotitie is opgenomen regelmatig wordt geactualiseerd en uitgebreid, zodat de raad op de hoogte blijft van de stand van zaken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) blijft sceptisch over de uitvoering, zeker nu weer een tussenstap is gezet om nieuwe startpunten te creëren naar aanleiding van het debat op 10 december jl.. Leefbaar ’s-Hertogenbosch wil voor de raadsvergadering weten hoeveel alle projecten op de lijst gaan kosten. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft het gevoel dat niet 10 december jl. het nieuwe startpunt was, maar vandaag. Dat vindt hij jammer, want er ligt al een stevige uitvoeringsagenda. Om de geplande projecten in 2025 en 2026 te gaan uitvoeren, moet wel snel duidelijk zijn hoeveel budget ervoor gereserveerd is of nog moet worden.
De Bossche Groenen vindt het vreemd dat in 2025 wordt gestart met de aanpak van de Lage Diezebrug en in 2026 met de bouw van de Lage Diezebrug. Nog vreemder is dat de bomen er na de zomer alvast gekapt worden, terwijl de aanbesteding nog moet plaatsvinden. Kortom, het project wordt al gestart, voordat bij de raad bekend is wat het gaat kosten. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of De Bossche Groenen nu vindt dat er een verzameling oude voorstellen met een nietje erdoorheen voorligt of een compleet nieuw stuk waarvan de financiering nog ontbreekt. De VVD vindt het een prima startpunt, waarin staat wat de gemeente precies gaat doen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat aan het merendeel van de projecten nog geen budget is toegekend. Een aantal van de projecten had al gestart of zelfs afgerond moeten zijn. Het is dus geen startnotitie om binnenkort eens te gaan beginnen. De heer El Amraoui (D66) stelt dat de raad op 10 december jl. over diverse beslispunten heeft gestemd, waaronder over de startnotitie. De Bossche Groenen heeft ingestemd, dus waarom reageert de fractie nu zo negatief op de notitie waar ze zelf om vroeg? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt het geen integrale aanpak of startnotitie, maar slechts een gebundelde lijst van projecten.
Hij had verwacht dat er een startnotitie zou liggen, waarin staat hoe de projecten worden uitgevoerd, in welke volgorde, volgens welke planning en tegen welke kosten. De heer El Amraoui (D66) denkt dat op pagina 23 duidelijk wordt weergegeven waarmee de gemeente gaat starten. Hij is verbaasd dat de hele raad in december om een startnotitie heeft gevraagd en dat er nu een aantal fracties negatief reageren omdat de notitie voor vertraging zou zorgen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft het niet over vertraging gehad. Zijn kritiek is dat er niets nieuws in de notitie staat, maar slechts een lijst van bestaande projecten. Vervolgens wordt de suggestie gewekt dat de gemeente nu eindelijk aan de slag kan, nu de startnotitie er ligt. Daar komt nog bij dat het gros van de opgesomde projecten studies en verkenningen betreffen en dus nog steeds niet begonnen wordt met de uitvoering. De heer El Amraoui (D66) erkent dat er veel onderzoeken gepland zijn, maar veel projecten zijn wel degelijk de start van de realisatie. Hij vindt dat de gemeente al voortvarend van start 12
gegaan is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is het daar niet mee eens. Hij heeft de wethouder gevraagd naar welke projecten de inwoner kan gaan kijken aan het einde van de bestuursperiode. Die vraag werd niet beantwoord. Voor 2025 staat er ook de knip op de Kanaalboulevard en mitigerende maatregelen in De Muntel gepland. Er is al maanden een Living Lab in de stad. Al maanden is er geen doorgaand verkeer mogelijk op de Zuid-Willemsvaart, maar volgens de startnotitie is er geen probleem in De Muntel door de knip in de Zuid-Willemsvaart. Het zou ook niet tot een toename hebben geleid op de Magistratenlaan. De Bossche Groenen zou graag wat grotere stappen zetten door de studies over te slaan en de knip gewoon in stand te houden. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Hoeben wil afwijken van de plannen die in het verleden zijn opgesteld, waardoor de overheid als onbetrouwbaar wordt gezien. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) reageert dat de samenleving er baat bij heeft dat de gemeente zo min mogelijk geld uitgeeft. De studie voor de knip op de Kanaalboulevard en mitigerende maatregelen De Muntel is zojuist afgerond. Die is niet meer nodig. Het college heeft dus zonder het te weten een enorme mijlpaal geleverd, want de eerste knip is voor het einde van de bestuursperiode opgeleverd.
De heer Altenburg-Collin (VVD) benadrukt dat de raad eind 2024 afspraken heeft gemaakt over de knips, wat een lastig proces was. Hij vraagt waarom De Bossche Groenen daar ineens van wil afwijken. Inwoners en ondernemers rekenen erop dat de gemeente haar afspraken nakomt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt dat hij helemaal niet afwijkt van de afspraken. Het project stond gepland voor 2025 met uitloop naar 2026. Het loopt dus precies volgens planning, maar het onderzoek is niet meer nodig. Dat bespaart dus geld en dat zou de VVD moeten aanspreken. Hij zou het college middels een motie willen verzoeken om het onderzoek te schrappen en de huidige situatie als definitieve uitwerking te beschouwen. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt waarom De Bossche Groenen de knip naar voren wil halen, terwijl daar goede afspraken over zijn gemaakt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) benadrukt dat het verkeer al aan de knip gewend is en een nieuwe route heeft gevonden. Het geeft geen overlast. Het zou dus zonde zijn om de weg te openen, wetende dat er later alsnog een knip komt. Volgens de heer Ploegmakers (CDA) wil Bewonersvereniging Leefbare Binnenstad 'sHertogenbosch heel graag dat de gemeente zich houdt aan de planning en niet afwijkt van de gemaakte afspraken. De voorzitter wil dit aspect afronden en geeft de heer Hoeben de gelegenheid om zijn betoog af te ronden.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zal er buiten de vergadering nader op ingaan. Hij was klaar met zijn betoog. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) is er, net als Leefbaar en D66, voorstander van om de projecten in de startnotitie te voorzien van budget. Hij is blij dat de wethouder aangeeft dat de Magistratenlaan als een van de eerste projecten wordt aangepakt. De heer Van Silfhout (Volt) denkt dat er consensus over is dat de commissie zich zorgen maakt over de uitvoeringsagenda: gaat de gemeente de planning halen en hoe worden de projecten gefinancierd? Hij verwacht dat er een motie komt, zodat de gemeenteraad meer grip krijgt op de uitvoering. Door het college wordt voorgesteld om in 'sprints' te gaan werken, met korte cyclische trajecten van 'bespreken, uitvoeren, checken'. Volt vraagt of daaraan toegevoegd kan worden dat de raad ook cyclisch wordt geïnformeerd over de voortgang, zodat men ziet wat bewoners vinden van de wijziging. 13
De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt wat Volt ervan vindt als het college de raad maandelijks informeert en dat de raad daarnaast een seintje krijgt als er uit de data grote afwijkingen blijken. De heer Van Silfhout (Volt) is het er deels mee eens, maar Volt wil niet alleen op afwijkingen sturen omdat dan niet duidelijk is wat er wél goed gaat. Bij een sprint bespreek je zowel wat er goed ging als wat er aangepast moest worden om het project te laten slagen. De heer Scholten (GroenLinks) vraagt hoe die informatie geduid moet worden. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat alle fracties de informatie zelf moeten duiden. Volt wil een kwalitatieve terugkoppeling, gebaseerd op de data die de gemeente verzamelt. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) denkt dat er qua informatievoorziening en besluitvorming best veel gebeurd is in de gemeenteraad. Er wordt veel van gedachten gewisseld en gediscussieerd. Leefbaar ’s-Hertogenbosch heeft er meer behoefte aan dat de gemeente gewoon de projecten gaat uitvoeren en dat terugkoppelt. De heer Van Silfhout (Volt) is het er helemaal mee eens dat de gemeente nu moet overgaan tot uitvoering, maar de vraag is hoe de raad op details kan bijsturen. Als uit een sprint blijkt dat iets werkt, zoals de knip die de heer Hoeben noemde, dan kan besloten worden om geen studie meer te doen.
De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of Volt ook vooraf graag wil weten wat het allemaal gaat kosten. De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat ook belangrijk. Hij kan zich voorstellen dat de prioritering gaat veranderen als gevolg van de financiering. Het woord "cocreatie" heeft hij slechts eenmaal in de startnotitie zien staan. Volt zou graag een overzicht krijgen van de aspecten waarop het college cocreatie verwacht en hoe dat wordt aangevlogen. Volt is blij met de toezegging om studenten in te zetten. Wel kan er nog wat breder gekeken worden naar de doelgroepen. Volt overweegt hier een motie over. Volt mist nog de 'Brede Binnenstad'. Het Paleiskwartier komt bijvoorbeeld niet terug in de startnotitie. Volt zou de omliggende wijken beter op de kaart willen zetten als een goede plek om te zijn. De heer Scholten (GroenLinks) heeft gemerkt dat de 'kernbelanghebbenden' veelal economisch van aard zijn. GroenLinks zou graag zien dat er ook partijen aansluiten die het groen in de stad vertegenwoordigen, om de kwaliteit van de leefomgeving en de aantrekkelijkheid van de binnenstad te waarborgen. Dat kan een stadsecoloog of een landschapsarchitect zijn. Het winkelbeeld wordt bepaald door kledingzaken, eet- en drinkgelegenheden en opticiens. GroenLinks zou graag een meer gevarieerd aanbod zien, met aandacht voor circulariteit.
Door meer kringloopwinkels wordt duurzaam gedrag gestimuleerd en kan ’s-Hertogenbosch laten zien dat economie en circulariteit hand in hand kunnen gaan. Verder wil de fractie graag dat er meer mogelijkheden komen om te verblijven zonder te consumeren. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt hoe GroenLinks tweedehandskledingzaken wil realiseren, want dat zal toch geld kosten. De heer Scholten (GroenLinks) reageert dat leegstand ook veel geld kost. Een winkelpand kan in dat geval beter tegen een lagere huur worden aangeboden. De heer Altenburg-Collin (VVD) vertaalt die uitspraak met het subsidiëren van tweedehands winkels. De heer Scholten (GroenLinks) vindt het niet nodig om ze te subsidiëren, maar wel om ze te faciliteren. Op welke manier dat gebeurt, kan nog besproken worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt hoe GroenLinks zich dat voor zich ziet, als het 14
niet om subsidie gaat. De heer Scholten (GroenLinks) meent dat het college kan onderzoeken hoe het voor een kringloopwinkel financieel haalbaar is om zich op een bepaalde locatie te vestigen, waarbij het zowel voor de ondernemer als voor de vastgoedeigenaar interessant is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) veronderstelt dat de gemeente dan toch geld moet bijdragen. De heer Scholten (GroenLinks) is daar niet van overtuigd, maar zou het graag onderzocht zien. De heer Ploegmakers (CDA) benadrukt dat er in de binnenstad al verschillende ondernemers zijn die zich richten op de tweedehandsmarkt. Zij huren daarvoor gewoon een winkelpand. Moet de gemeente nu kringloopwinkels gaan faciliteren om vervolgens te concurreren met de ondernemers die al tijd en energie hebben gestoken in het ontwikkelen van een winkel? De heer Scholten (GroenLinks) denkt dat het aanbod verbreed kan worden. De heer Koolen (PvdA) stelt voor om niet zozeer te focussen op kringloopwinkels, maar op popupstores in de leegstaande panden om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten. De heer Scholten (GroenLinks) vindt dit een goede suggestie. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich aan bij de opmerkingen die zijn gemaakt over de budgettering van de plannen. In het kader van een aantrekkelijke binnenstad vraagt ze aandacht voor alle rotzooi die overal ligt.
PvdD zou ondernemers op hun verantwoordelijkheid willen wijzen. In Den Bosch geldt de 25-meterregel, die voorschrijft dat ondernemers in een straal van 25 meter hun afval moeten opruimen. Er zijn voorbeelden uit andere gemeenten waar hierover betere afspraken worden gemaakt en gehandhaafd. De heer Van Silfhout (Volt) heeft gemerkt dat het op sommige plekken, zoals bij de McDonald's in het Paleiskwartier, beter gaat dan op andere plekken. Hij zou dus vooral willen inzetten op gesprekken met de ondernemers en vraagt of omwonenden hiervoor ook aan zet zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) bedoelt in eerste instantie ook dat de gemeente in gesprek treedt met ondernemers. Ze vindt het echter niet aan de bewoners om dat gesprek te voeren. De heer Van Silfhout (Volt) weet dat bij de McDonald's in het Paleiskwartier door de inzet van omwonenden goed geregeld was. Daarom stelde hij voor dat de ondernemer zowel door bewoners als door de gemeente op zijn verantwoordelijkheid wordt aangesproken. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt het prima om dit met alle betrokken partijen te bespreken. Een bredere opruimplicht kan ondernemers ook stimuleren om niet zo veel verpakkingsmateriaal aan klanten mee te geven. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt om de toezegging dat de leefbaarheid en bereikbaarheid voor de binnenstadbewoners niet uit het oog worden verloren in de plannen.
Mevrouw Visscher (SP) vraagt zich af of er na de commissievergadering nog honderd moties komen over allerlei details. Ze hoort graag van het college of dat de bedoeling is. De voorzitter geeft het college het woord om te reageren op de tweede termijn. Wethouder Ralph Geers dankt de commissie voor de inbreng in tweede termijn. Met de startnotitie heeft het college richting willen geven van waar het naartoe wil met de binnenstad. Daar zitten bekende en nieuwe elementen in, die met elkaar in samenhang zijn gebracht. In de bijlage wordt aangegeven welke projecten al in de investeringsplanning zijn opgenomen. Dat is echter geen verzameling van projectplannen, zodat de commissie precies weet wanneer alles wordt uitgevoerd en afgerond en wat elk specifiek project kost. Over sommige projecten heeft de raad expliciet besloten, andere komen voort uit het reguliere Uitvoeringsprogramma 15
Openbare Ruimte. Deze projecten zijn allemaal financieel gedekt. De wethouder raadt af om over de uitvoering van elk project te rapporteren aan de raad, hoewel hij de behoefte begrijpt om op de hoogte te blijven. De gemeente gaat met belanghebbenden in overleg. Op verzoek van de raad is er een begeleidingsgroep ingesteld. Het lijkt hem onverstandig als de raad dan ook nog als klankbordgroep optreedt voor alle (kleine) projecten in de stad. De heer Van Silfhout (Volt) bedoelde te zeggen dat de raad niet alleen kwantitatieve metingen teruggekoppeld wil krijgen via de monitor, maar ook kwalitatieve gegevens. Hij wil dat de raad kwalitatief wordt geïnformeerd over de uitvoering van de projecten. Wethouder Ralph Geers is het daarmee eens. De monitoring kan worden vertaald naar een regelmatige terugkoppeling aan de raad over de voortgang van het uitvoeringsplan. De klankbordgroep kan gevraagd worden om regelmatig een reflectie te geven op het proces. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt wat de meerwaarde is van de startnotitie als het slechts een verzameling is van projecten waarover is besloten en werkzaamheden die uit het Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte komen, zoals de wethouder zei. Wethouder Ralph Geers legt uit dat het college inzichtelijk heeft willen maken wat er allemaal al gebeurt in de binnenstad via het reguliere proces.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt dat dit ook via een raadsinformatiebrief had kunnen gebeuren. Hij vraagt waar de raad op kan sturen. Wethouder Ralph Geers had met het projectenoverzicht inzichtelijk willen maken wat voor type projecten er uitgevoerd gaan worden met de € 20-25 miljoen die de gemeenteraad wil besteden aan de binnenstad. De heer Van Silfhout (Volt) veronderstelt dat de huidige lijst projecten gefinancierd kan worden vanuit die € 20-25 miljoen. Spannender vindt hij het wat er nog aan extra projecten komt vanuit de participatie en cocreatie en wat die gaan kosten. Wethouder Ralph Geers verwacht via de gebiedsgerichte aanpak inzicht te krijgen of de € 20-25 miljoen ongeveer voldoende is of dat er meer nodig is. Als er meer nodig is, zal het college met een voorstel naar de raad komen. Hij reageert nog kort op de overige opmerkingen en vragen: - Het Paleiskwartier zal bij de plannen voor de binnenstad betrokken worden. - Aan het begin van het proces heeft het college aangegeven welke belanghebbenden het wilde betrekken bij de opzet van de startnotitie. - Het verzoek om meer tweedehands winkels begrijpt hij. Het college heeft echter geen instrumenten om te beslissen wat er in particuliere panden wordt toegestaan. Bij leegstand wordt ruimte geboden aan culturele en maatschappelijke initiatieven, maar niet voor commerciële activiteiten.
- Verblijven zonder consumptie vindt hij een terecht punt. Het college neemt deze suggestie mee. - Met de Afvalstoffenverordening wordt geregeld dat horeca- en foodondernemers in een straal van 25 meter afval moeten opruimen. De raad vond dat destijds een gepaste afstand. Hij is het ermee eens dat het college ondernemers op hun verantwoordelijkheid kan wijzen. Dat kan misschien in combinatie met de campagne rondom afval(boetes) van de heer Gersjes. - Leefbaarheid en bereikbaarheid voor de inwoners van de binnenstad zijn belangrijke thema’s in de integrale aanpak. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt nogmaals of de wethouder bereid is om per project aan te geven wat het benodigde budget is. Wethouder Ralph Geers legt uit dat de € 20-25 miljoen het investeringsbudget is waarvan de projecten op de lijst worden uitgevoerd. Het is niet mogelijk om de kosten per project aan te geven, omdat er nog veel gaat verschuiven en gaat wijzigen.