2025-04-07 - I&O Verslag - Voorkeursalternatief en Ontwikkelperspectieven Duurzame Polder - T. VlugL en L.Hoeben
Tekst van het document
Raadsavond Informeren en Ontmoeten Datum:
7 april 2025
Locatie:
Bestuurscentrum, Raadzaal
Voorzitter:
J.P. Verhoef
Secretaris:
G.L. Pijnenburg
Insprekers:
T. Vlug en L. Hoeben R. Brondgeest, M. Jansen, G.J. Nass, P. Spelier, T. van der Heiden en S. Lingmont,
Onderwerp: Voorkeursalternatief en Ontwikkelperspectieven Duurzame Polder Insprekers, de heer Vlug en mevrouw Hoeben spreken in namens cliënten Gebiedsontwikkeling 'sHertogenbosch-Oost C.V., AM B.V., BPD Ontwikkeling B.V. (regio Zuid), Hoedemakers Ontwikkeling B.V., GEM Rosmalen Beheer B.V. en tonen een presentatie. Cliënten maken zich grote zorgen over het enorme tekort aan betaalbare woonruimte. Cliënten werken aan de realisatie van de enorme woningbouwopgave en zien in dat verband veel potentie in onder andere de toekomstige uitbreiding van woningbouw aan de oostkant van de uitbreidingswijk De Groote Wielen in 's-Hertogenbosch. Cliënten zijn mede-eigenaar van verschillende percelen op deze locatie en hebben deze percelen destijds aangekocht met als doel grootschalige woningbouw mogelijk te maken. De locatie is vanaf 2010 door cliënten meerdere malen onder de aandacht gebracht bij de gemeente als kansrijke buitenstedelijke woningbouwlocatie. De westelijke grens van het voorkeursalternatief ligt op 1 km van De Groote Wielen en zelfs gedeeltelijk op gronden van cliënten. Volgens cliënten kunnen woningbouw en initiatieven voor de energietransitie in harmonie met elkaar worden gerealiseerd.
Het college heeft deze mogelijkheden niet/niet volledig en niet zorgvuldig onderzocht waardoor de woningbouwpotentie van de percelen van cliënten onmogelijk wordt gemaakt met alle negatieve gevolgen van dien. Los van de huidige politieke en landelijke discussies over afstandsnormen voor windturbines, de ontwikkeling van de strengere windturbinenormen met het ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving en de zorgen van de huidige en toekomstige bewoners van De Groote Wielen werpt de Duurzame Polder een ernstige blokkade op voor toekomstige uitbreiding van woningbouwontwikkelingen aan de oostkant van De Groote Wielen. Daarnaast zal ook sprake zijn van ernstige slagschaduwhinder op percelen die reeds voorzien zijn voor woningbouw of waar recent al woningbouw is gerealiseerd. In dit verband verwijzen cliënten naar het kritische advies van de commissie MER, waaruit ook volgt dat een deugdelijke onderbouwing voor de locatiekeuze ontbreekt en essentiële milieufactoren die ernstig worden aangetast, onvoldoende zijn onderzocht. Cliënten hebben een uitgebreide zienswijze ingediend naar aanleiding van het ontwerpprogramma Duurzame Polder, die bekend zou zijn bij de raad.
In de zienswijzenota wordt nauwelijks gereageerd op de gebiedsvisie die cliënten hebben laten ontwikkelen waaruit een woningbouwpotentieel van 1500 tot 1650 woningen volgt bij een benutting van de percelen van verschillende cliënten en zelfs een woningbouwpotentieel van 5000 tot 5500 woningen als alle percelen van cliënten worden benut. In de ontwerpzienswijzennota is verder aangegeven dat aan Brabant Wonen eerder zou zijn gecommuniceerd dat geen woningbouw ten oosten van De Groote Wielen zou worden toegestaan. Dit schetst een onvolledig beeld, omdat dit gaat over de realisatie van flexwoningen in een andere context. Vanuit de woningbouwopgave zien cliënten en corporatie Brabant Wonen, mede grondeigenaar, volop mogelijkheden om de gronden ten oosten van De Groote Wielen te kunnen ontwikkelen tot een duurzame woonwijk voor veel doelgroepen in combinatie met de Duurzame Polder als energielandschap. In de gemeente 's-Hertogenbosch zijn eigenlijk geen andere mogelijkheden om buitenstedelijk te bouwen, zeker niet als de Duurzame Polder met dit VKA wordt gerealiseerd. Buitenstedelijke woningbouw biedt grote kansen om snel, innovatief en integraal in te spelen op de opgave die ook in 's-Hertogenbosch en omgeving actueel is.
Cliënten pleiten daarom voor een alternatief in de vorm van een integrale gebiedsontwikkeling waarbij duurzame energieopwekking en duurzame woningbouw hand in hand gaan. Daarvoor is een aanpassing van het
1
VKA noodzakelijk. Dit zal aan de westzijde moeten worden aangepast (significant verkleind), zodat de afstand van toekomstige woningen tot de windturbines toeneemt en er een voldoende zonering bestaat uit het oogpunt van onder meer slagschaduw en geluidshinder. De meest westelijk gelegen windmolens zullen in verband met slagschaduwhinder al een groot deel van de tijd stil moeten staan. Voor een volledig beeld van dit alternatief verwijzen cliënten naar het DGMR-advies als bijlage bij de inspraaknotitie. Cliënten verzoeken de raad het college op te dragen bij de realisatie van de Duurzame Polder en de vaststelling van het definitieve programma acht te slaan op de gebiedsvisie van cliënten en de afstanden in acht te nemen die nodig zijn om woningbouw te kunnen realiseren op de percelen. De raad heeft het college per motie van 6 oktober 2020 opgedragen de woningbouwmogelijkheden van cliënten uitdrukkelijk in de uitwerking van de scenario's te betrekken. Dit is ten onrechte niet gebeurd. De raad is nu aan zet om zeer kansrijke woningbouwgronden veilig te stellen voor nu en de nabije toekomst. Cliënten begrijpen dat de energietransitie een groot maatschappelijk belang vertegenwoordigt en door uw gemeente wordt geambieerd. Kostbare ruimte voor álle maatschappelijke opgaven is schaars en wordt schaarser. Daarom moet hiermee zeer zorgvuldig worden omgegaan.
Dat betekent ook dat de energieopgaven van de gemeenten gezamenlijk beschouwd dienen te worden nu de Duurzame Polder een gezamenlijke inspanning betreft. Het mag niet zo zijn dat het door de gemeente aangescherpte energiebeleid ten opzichte van het hogere beleid, direct afbreuk doet aan zeer kansrijke woningbouwmogelijkheden. Net als met veel opgaven moet een balans worden gevonden die recht doet aan alle belangen. Dat is niet gebeurd. Cliënten gaan graag met de raad in gesprek om deze balans wel te vinden. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat grondspeculatie een grote uitdaging is. Van de cliënten van insprekers is één partij lokaal gevestigd. De overige cliënten zijn voornamelijk partijen uit de randstad. Zijn insprekers bekend met het principe van grondspeculatie? Hoe verhoudt grondspeculatie zich tot het zojuist gehouden betoog? De heer Vlug is bekend met het fenomeen grondspeculatie, maar vraagt zich af in hoeverre dat hier relevant is. Het gaat voornamelijk om het ter discussie stellen van een beleidskeuze. Waarom worden hier windmolens gerealiseerd in plaats van een woningbouwopgave? Cliënten willen de noodzaak van de woningbouwopgave benutten en vanuit die optiek is de zienswijze ingediend en is deze inspraaknotitie opgesteld.
Mevrouw Hoeben verwijst naar de zienswijze waarin is uiteengezet dat de verschillende partijen, waaronder Brabant Wonen, al vanaf 2010 dit initiatief onder de aandacht hebben gebracht bij de gemeente. Het zit hen dwars dat daar tot op heden niets mee gebeurt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of er bestuurlijk of ambtelijk contact is opgenomen over de op 31 maart jl. ontvangen schriftelijke reactie. De heer Vlug antwoordt dat met betrekking tot de zienswijze geen rechtstreeks contact is opgenomen met hen als gemachtigden. Het is hem niet bekend hoe de exacte communicatie tussen de gemeente/het college en cliënten verloopt. Het college heeft contact gehad met een cliënt. De uitwerking daarvan wordt afgewacht. Mevrouw Hoeben vult aan dat de gemeente na 31 maart jl. geen contact met haar of de heer Vlug als gemachtigden heeft opgenomen. De heer Van Griensven (PVV) vraagt of insprekers ermee bekend zijn dat bisfenol A en SF6 kunnen vrijkomen. Dat zijn zeer zorgwekkende stoffen die onder de PFAS vallen. Wat gaat dat doen met de gezondheid van omwonenden? Wat kunnen de gevolgen zijn voor planschaden die worden ingediend bij de gemeente? Aan welke bedragen moet daarbij worden gedacht? Mevrouw Hoeben antwoordt dat cliënten zeker bekend zijn met de gevaarlijke stoffen van windturbines.
Er is verwezen naar reacties van diverse artsen die zich zorgen maken over de gezondheidsgevolgen van windmolens. Dat is belangrijk voor de mensen die in de toekomst in De Groote Wielen wonen. Als deze windmolens daadwerkelijk worden gerealiseerd en er wordt 2
planschade geclaimd, dan wordt door de gemeente een onafhankelijke expert ingehuurd die de huidige waarde van de percelen gaat vergelijken met de waarde met windmolens. Het is lastig om een inschatting te geven, maar deze bedragen zullen fors zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt een reflectie op wat in Den Haag is gesteld dat daar waar woningen kunnen worden gebouwd, woningbouw altijd zou moeten prevaleren boven windturbines. Is dat meegenomen in het betoog? Willen cliënten wel windturbines, maar dan bijvoorbeeld minder? Welke combinatie wordt gezocht in de Duurzame Polder? De heer Vlug kent de beleidskeuze woningen bouwen waar dat kan te prefereren boven de energietransitie. Windmolens nemen enorm veel ruimte in en saneren vrij kwetsbare functies weg. Dit is het enige gebied waar nog buitenstedelijke uitbreiding mogelijk is. Windmolens komen daar voor minimaal veertig jaar. Door in de zienswijze voorziene problemen in de vergunningverlening zal het veel tijd kosten voordat de eerste windmolens worden gerealiseerd. De verwachting is dan dat die grond tot 2055 niet beschikbaar komt voor woningbouw. Het VKA moet iets opschuiven. De vier linker windmolens zouden naar rechts moeten en de tweede rij ook. Op het grondgebied van de gemeente Oss zouden er nog flink wat extra windmolens bij kunnen. Daarmee wordt de RES-opgave veilig gesteld voor beide gemeenten.
Daarvoor is meer samenspraak nodig met de gemeente Oss. Beide gemeenten zien één Duurzame Polder als een gezamenlijke opgave om aan de energietransitieopgave te kunnen voldoen. Op die manier is er voldoende ruimte. Mevrouw Hoeben vult aan dat ook aan minister Keijzer een brief is gezonden om haar te motiveren in haar woningbouwopgave. De heer Roovers (SP) constateert dat wordt gesuggereerd dat de besluitvorming in beide gemeenten opnieuw wordt gedaan. De gemeente 's-Hertogenbosch gaat niet over het grondgebied van de gemeente Oss. Hebben de insprekers deze boodschap ook in de gemeente Oss gebracht en wat was de reactie daarop? Mevrouw Hoeben heeft nog geen contact gehad met de gemeente Oss, maar dezelfde zienswijze is ook daar ingediend. Daarop is nog geen reactie ontvangen. Omdat er sprake is van een gezamenlijk programma zou er ruimte moeten zijn om met molens te schuiven zodat de meest optimale variant kan worden gekozen en waardoor er ruimte komt voor de woningbouwopgave. De voorzitter bedankt de heer Vlug en mevrouw Hoeben voor hun bijdrage en het beantwoorden van de vragen.
3