2025-04-07 - I&O Verslag - Voorkeursalternatief en Ontwikkelperspectieven Duurzame Polder - M. Jansen
Tekst van het document
Raadsavond Informeren en Ontmoeten Datum:
7 april 2025
Locatie:
Bestuurscentrum, Raadzaal
Voorzitter:
J.P. Verhoef
Secretaris:
G.L. Pijnenburg
Insprekers:
T. Vlug en L. Hoeben R. Brondgeest, M. Jansen, G.J. Nass, P. Spelier, T. van der Heiden en S. Lingmont,
Onderwerp: Voorkeursalternatief en Ontwikkelperspectieven Duurzame Polder De heer Jansen staat hier niet voor de eerste keer. Hij heeft hier in het verleden ook gestaan zowel op persoonlijke titel als namens GROEN inZICHT. Hij staat hier nu op persoonlijke titel, maar de lijntjes met GROEN inZICHT zijn en blijven kort. Vanaf het begin van het proces van de Duurzame Polder werkt de gemeente Den Bosch met een tunnelvisie toe naar het mogelijk maken van bestaande plannen van initiatiefnemers. Men is weer een stap verder in het proces en het heeft er ook nu weer alle schijn van dat het project zo snel mogelijk naar de volgende fase moet, want het doel is om het voor de zomer goedgekeurd en vergund te krijgen. Met de ondertekening van de RES hebben de lagere overheden zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord, maar ook aan processen en projecten die zich kenmerken door participatie en draagvlak. Ook binnen de geldende Omgevingswet draait het bij projecten als de Duurzame Polder om de mate waarin belanghebbenden worden betrokken in de besluitvorming en de manier waarop hun zorgen en suggesties worden meegenomen. Inspraak in de Duurzame Polder is er eigenlijk nooit geweest. Dat is een van de redenen dat GROEN inZICHT vrij vroeg uit de klankbordgroep is gestapt.
Zoals verwacht schuift de gemeente, het college, alle opmerkingen en zorgen die in de zienswijzen zijn opgenomen aan de kant. Ze worden of ontkend of doorgeschoven naar de volgende fase in het project of om onduidelijke redenen ongegrond verklaard. De zienswijzen op het voorliggende PlanMER hebben wederom, net als bij de vorige zienswijzennota's, niet geleid tot ook maar de kleinste aanpassing van het hele programma. Alles wordt voor kennisgeving aangenomen en men gaat gewoon weer door. Dat GROEN inZICHT en spreker niet tegen duurzame energie zijn en ook niet per se tegen windturbines in de Duurzame Polder, maakt het extra wrang. Het gaat hen om de manier waarop het proces wordt gevoerd en de omvang van het proces. Ze staan open voor gesprekken, maar men gaat liever door met ongewijzigde plannen om het maximumaantal windmolens in de polder te plaatsen. Daarbij schijnt het dat de gemeenteraad van Den Bosch niet wordt gevraagd de zienswijzennota goed te keuren terwijl dit in Oss wel het geval is. Hanteren de gemeenten Den Bosch en Oss binnen één gezamenlijk getekende bestuursovereenkomst verschillende definities van democratie? Als dit het geval is, heeft de gemeenteraad in Den Bosch minder inspraak in het proces dan de gemeenteraad in Oss. Dat zou niet wenselijk zijn. Een tweede belangrijk punt is transparantie.
Volgens de commissie MER schiet dit PlanMER op vele onderdelen ernstig tekort, zelfs op cruciale onderwerpen als gezondheid en impact op milieu. Dit heeft groot in het Brabants Dagblad gestaan. De gemeente zou daar niet trots op mogen zijn. Wat daarbij zorgen baart, is dat daarbij wordt vermeld dat veel van de aanvullende informatie al wel beschikbaar is maar niet in het PlanMER is opgenomen. Wat is voor de gemeente Den Bosch de definitie van transparantie? Wat zit hier achter? Al in juli 2024 is een Woo-overzoek ingediend en het lijkt alsof de gemeente zaken bewust vertraagt terwijl het cruciale informatie was om te verwerken in de Nota van Zienswijzen. Het voorkeursalternatief dat ter besluitvorming voorligt, is op vijftien onderdelen beoordeeld en op alle vijftien onderdelen scoort het negatief tot zwaar negatief. In principe leidt min maal min tot een positieve uitkomst maar hoe kan iets dat vijftien keer min is tot een positief besluit leiden? Als de gemeenteraad nu niet ingrijpt, gaat het proces door naar de volgende fase en schuift het college alle verantwoordelijkheden voor verdere onderzoeken door naar de initiatiefnemers. Dan ontstaat een typisch gevalletje van 'wij van Wc-eend'. De onderzoeken in de volgende fase zijn dan nooit onafhankelijk. Als het PlanMER tot nu toe en het hele proces volledig transparant en
1
volledig en met inspraak van bewoners zouden zijn gevoerd en het voorkeursalternatief scoort positief op de belangrijkste punten, dan zou het project klaar zijn om verder te worden ingevuld door de initiatiefnemers, maar met alle vragen, onduidelijkheden en negatieve beoordelingen is dit niet iets wat de gemeenteraad zou moeten willen steunen. Is hier volgens de gemeenteraad sprake van een transparant proces? Is er tot nu toe sprake geweest van participatie? Is er sprake van draagvlak? Houdt de gemeente zich aan de afspraken van de bestuursovereenkomst of waar men zich in de RES aan heeft gecommitteerd? Zouden de provincie en het rijk, als zij tot in detail op de hoogte waren van zoals het is gelopen, het proces steunen of zouden zij dan het proces een halt toeroepen? Houdt dit allemaal stand bij de Raad van State? Hij roept de gemeenteraad op de verantwoordelijkheid te pakken en het college een halt toe te roepen en terug naar de tekentafel te gaan. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) neemt aan dat de heer Jansen een zienswijze heeft ingediend. Is deze zienswijze inhoudelijk beantwoord of is het met een vinkje voor gelezen afgedaan? De heer Jansen sluit zich aan bij de antwoorden van voorgaande sprekers. Wat hem nog het meest verbaast, is dat de term 'ongegrond' meerdere keren terugkomt. Zijn zienswijze was vrij uitgebreid.
Een aantal zaken kwam letterlijk terug in de beantwoording, maar het meeste werd ongegrond verklaard. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) constateert dat bij de insprekers veel betrokkenheid en kennis is over dit proces. Wat vraagt de heer Jansen aan de raad met zijn oproep om het college een halt toe te roepen? De heer Jansen wijst erop dat men hier al vijf/zes jaar ontzettend veel tijd in heeft zitten en dat is allemaal negatieve energie. Partijen zijn niet tegen duurzame energie of tegen windturbines in de polder, maar tegen de manier waarop en de grootschaligheid. Er wordt veel meer voorgesteld dan de daadwerkelijke opgave. Bewoners zijn in het begin van het proces voor de gek gehouden doordat de lokale ambitie van Den Bosch werd gepresenteerd als RES-opgave. Daardoor zijn bepaalde zaken verkeerd gepresenteerd. Partijen staan er nog steeds niet negatief tegenover en staan open voor een gesprek met de gemeente Den Bosch over de voorwaarden waaronder het wel zou kunnen over de grootschaligheid, over de participatie en alles. Dat zou transparant zijn en dan wordt voldaan aan alle regels waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd en dan komt er een oplossing. Spreker ziet dat als oplossing, maar niet zoals het nu gaat. Hij heeft echter niet de illusie dat er iets gaat gebeuren en er over een aantal weken een ander besluit komt dan de vorige keren.
De heer Van Hattem (PVV) vindt het interessant dat er verschil is tussen het proces in de raad van Den Bosch en in de raad van Oss. Is er een apart vergunningverleningsspoor voor het deel van Den Bosch en voor het deel van Oss? Als het onder één traject valt, zou het vreemd zijn als het op een verschillende manier wordt behandeld. Volgens de heer Jansen valt het onder de getekende bestuursovereenkomst. De heer Van Hattem (PVV) heeft die indruk ook. De raad stelt een voorkeursalternatief vast. Daarna volgen er mogelijk nog aanpassingen op basis van het MER-rapport. Hoe wordt tegen die gang van zaken aangekeken? De heer Jansen reageert dat er nog veel open punten zijn. Alle beoordelingen op gezondheid, Natura2000-gebieden, stikstof, invloed op weidevogels enzovoort zijn negatief. Het is of onbekend en wat bekend is, is negatief. Dat lijkt hem geen basis voor de gemeenteraad om hiermee akkoord te gaan. Als wordt doorgegaan naar de volgende fase wordt de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemers neergelegd. De voorzitter bedankt de heer Jansen voor het inspreken en beantwoorden van de vragen. Dit onderwerp komt aan de orde op 14 april a.s. in de commissie Bedrijvigheid en op 7 mei a.s. in de raadsvergadering.
2