CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-08-26 Commissie Bedrijvigheid vastgesteld

Commissie BEDRIJVIGHEID 26 augustus 2024, gemeente 's-Hertogenbosch17.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Circulaire bouwmaterialen en CO2-neutraal gebruik van gebouwen bijvoorbeeld, en eigen energieopwek. In het IKDB ziet zij graag concrete stappen hiertoe door het toewijzen van vastgoed en ondernemers die hun kennis inzetten voor het behoud van een leefbare aarde. De heer Verbruggen (D66) zegt dat wat nu al in het IKDB gebeurt heel mooi is maar het kan nog beter. Het IKDB biedt een mooie brugfunctie, van verleden naar heden en toekomst, en de kansen die ontstaan tussen onderwijs, bedrijven en gemeente. Het gebied behoeft een verdere doorontwikkeling om nog beter invulling te geven aan de open houding tussen ondernemers onderling richting studenten en naar de bewoners daar omheen. Hij is blij met de onderscheidende ambities en de randvoorwaarde dat het IKDB voorziet in een duurzame, gezonde en groene woon-/werk-/leeromgeving en de gebruikers van het gebied een maatschappelijke en duurzame impact moeten maken. D66 steunt dit plan en ziet het vervolg graag tegemoet. De heer Van Hasselt (SP) vindt het een ambitieus plan. Of het haalbaar is, is de vraag. De SP heeft grote twijfels bij het plan. Zijn data en ICT wel onderscheidend genoeg? Eindhoven is hierin verder en heeft de betere papieren. Het is belangrijk realistisch te zijn. Hij had graag gezien dat de gemeente zich werkelijk zou onderscheiden, bijvoorbeeld in de combinatie met mbo.

Alles zal per fase bekend worden, leest hij, maar zijn er ook alternatieven? Pagina 16 over wonen roept vragen op. Wonen is geen losstaande ontwikkeling maar staat ten dienste van het ecosysteem. Zijn er alleen woningen voor mensen die hier werken? Worden de woningen standaard voorzien van innovatieve oplossingen en ICT? Hij is geen voorstander van PBSconstructies. Voorheen waren partijen hier redelijk kritisch over maar nu wordt toch weer met deze constructie gewerkt. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vindt het mooie en ambitieuze plannen. Er zijn zeker nog zaken die op zijn plek moeten vallen rond mobiliteit en wonen. Hij ziet in de economische visie dat er zorgen bestaan over het leggen van de verbinding tussen onderwijs en het bedrijfsleven. Bij de scholen die genoemd worden, ontbreekt het Sint-Janslyceum; wat is de reden daarvan? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij de bijdrage van GroenLinks. Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt of het de bedoeling is dat alleen startende ICT-bedrijven daar komen. Welke rol gaan mbo’ers spelen in dit ambitieuze plan? De heer Vossen (PvdA) heeft recent het IKDB bezocht. Hij zag daar vele Engelse termen, maar wat heeft de Bosschenaar aan al die hippe termen? Veel Bosschenaren werken in deze sector. Op de voorpagina van het ontwikkelplan ziet hij gebouwen die los staan van de wijk.

Er wordt goed nagedacht over de verbinding tussen de wijk en het IKDB, maar dit moet goed geborgd blijven in de ontwikkeling van het gebied. Hoe kijken raad en college hiernaar? Hij is blij met de rol van oude ambachten in dit jonge gebied, waarmee de verbinding tussen oud en nieuw ook wordt bestendigd. 17

De heer Ploegmakers (CDA) is positief over de ontwikkelingen van het IKDB. Innovatie is noodzakelijk om de samenleving verder te brengen en de gemeente moet daar een voortrekkersrol in nemen. Dit IKDB biedt enorme kansen en kan (in)direct bijdragen aan het vergroten van de kwaliteit van leven en een duurzame toekomst van Den Bosch. De heer Van Griensven (PVV) heeft in 2020 al aangegeven dat de rol van de overheid bij dit soort projecten veel te groot is. De nadruk moet veel meer gelegd worden op eigen ondernemerschap en minder op de betrokkenheid van de overheid. Dit wordt ook door het college aangegeven. Het idee van het IKDB is niet verkeerd maar het komt wat hem betreft te weinig vanuit de markt. Het risico wordt daarmee te veel op de gemeente en dus op het belastinggeld gelegd. Mevrouw Klerks (Volt) is positief over dit plan, de genoemde kruisbestuiving en binding met de stad. Dit gebied heeft veel meer potentie dan wat er nu al plaatsvindt. Zij stemt in met het plan. De heer Heijmans (Bosch Belang) zegt dat wat voor hem van belang is al aan bod is gekomen. Hij is enthousiast over het ontwikkelplan. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt dit ook een mooi initiatief. De kosten moeten in de hand gehouden worden en het is zaak te richten op de starters. De plek is dicht bij de stad, met wonen en werken bij elkaar waardoor je weinig vervoersbewegingen hebt.

Dat geeft veel kansen. Reactie college Wethouder Geers hoort een vergelijking met Eindhoven. Eindhoven is high tech, in Den Bosch gaat het om het toepassen van data; dat is een groot verschil. De gewone Bosschenaar heeft heel veel aan het IKDB. Het is een nieuw stuk stedelijke ontwikkeling, waarmee nieuwe jonge mensen aan de stad worden gebonden. Het gaat om de innovatie rond bedrijvigheid en maatschappelijke vraagstukken. Het is een toegevoegde waarde voor de economie in Den Bosch. Zo’n ontwikkeling is groot en nieuw. Er zijn veel andere innovatiedistricten in het land te zien. Juist als je de maatschappelijke belangen van de inwoners voorop zet, moet je grip hierop houden en het niet alleen aan de markt overlaten. Er wordt ingezet op duurzaamheid en circulair ontwikkelen. In antwoord op de vraag van de VVD zegt hij dat toegewerkt wordt naar een ontwikkeling waar veel bedrijvigheid komt en waar het onderwijs ook echt een plek heeft. In deze fase kan nog niet op de vierkante meter geduid worden waar dat in zit. Primair is het een werklocatie waar het onderwijs bij betrokken wordt. Daar is veel behoefte aan en het is goed daarin te voorzien. In het ontwikkelplan komt ook een aantal keren het Sint-Janslyceum voor want ook die school is onderdeel van het consortium. De bewoners van Boschveld zijn vanaf het begin betrokken en bij hen is nuttige informatie opgehaald.

Als allerlei voorzieningen uit Boschveld naar het IKDB worden gebracht, wordt daarmee wel de sociale structuur in Boschveld verpest. Hij heeft dus liever dat mensen van het IKDB daar hun boodschappen doen. Om het gebied een open innovatief karakter te geven, wordt ervoor gezorgd dat mensen die er wonen en werken een logische connectie met elkaar hebben. Er komt dus geen algemene inschrijving. Tot slot feliciteert hij de heer Heijmans met zijn maidenspeech. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) noemt het selectieproces om je als bedrijf daar te vestigen. Stel een bedrijf dat 3D hotdogs print. Daarmee lost dat bedrijf 2geen probleem op en heeft CO2-uitstoot. Is dat bedrijf welkom in het IKDB? Wethouder Geers zegt dat de accountmanager graag met die ondernemer in gesprek gaat over een locatie buiten het IKDB. De heer Romijn (PvdD) denkt dat als de hotdogs plantaardig worden geprint daar geen probleem mee is. Wat zijn de middelen, een goed gesprek met de accountmanager? Wat als dat bedrijf de middelen heeft en nog tien jaar een huurcontract? Wethouder Geers zegt dat de gemeente juist daarom grip wil hebben op dat gebied. Na afloop 18

van een huurcontract kan daarover gesproken worden en kan de gemeente sturen. Hij gelooft dat alleen met een helder profiel het IKDB op langere termijn succesvol is. Uiteindelijk is een huurder wel een huurder. De selectiecriteria zijn echter stevig. De heer Romijn (PvdD) zegt dat iedereen de mond vol heeft van maatschappelijk verantwoord ondernemen en die definitie is vrij breed. In de beantwoording van de technische vragen wordt dit ook niet duidelijk. Wethouder Geers zegt dat in een van de bijlagen een profielschets zit met een afwegingskader voor bedrijven. Daar wordt met de marktpartijen aan gewerkt. In de komende maanden moet dit nog duidelijker worden. Er komen ongetwijfeld cases waarvan gedacht wordt: past dit nu wel of niet? Er zijn al geïnteresseerde partijen die zichzelf langs de meetlat hebben gelegd, waarvan je denkt: die zou je graag willen maar op basis van de profielschets niet hier. De heer Van Hasselt (SP) vraagt hoe ervoor gezorgd wordt dat daar genoeg sociale huurwoningen komen. Wethouder Geers verwijst voor het woonbeleid naar een andere commissie. Deze woningen blijven in beheer onder governance van het IKDB, zodat de koppeling met de doelgroep blijft behouden. Er worden duizenden woningen bijgebouwd in de gemeente, juist om aantrekkelijk te blijven voor alle mensen.

Tweede termijn De heer Altenburg-Collin (VVD) begrijpt dat de nadruk ligt op bedrijven in het IKDB. Hoe denkt de wethouder onderwijsinstellingen te verleiden hiernaartoe te komen? Tijdens het werkbezoek kwam naar voren dat de parkeerdruk al hoog is in het IKDB en ondernemers vrezen dat die druk verder zal toenemen. Het IKDB moet goed bereikbaar blijven, met auto en ov. Wethouder Geers zegt dat er ook een mobiliteitshuis in de planning is. De locatie ligt niet voor niets dicht bij het station, dus hij verwacht dat ook veel mensen met het ov gaan. Collegezalen hoeven niet in het IKDB te komen. Het gaat vooral om het hybride leren, waarin je met elkaar werkt aan bedrijvigheid en slimme oplossingen. Met het onderwijs worden gesprekken gevoerd over wat het onderwijs nodig heeft en hoe de gemeente dat kan faciliteren. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of de gewone Bosschenaar daar straks ook terechtkan als hij een goed idee heeft. Wethouder Geers zegt dat de inwoners via de website kunnen meedenken. Er zijn ook verschillende participatiesessies en er zijn communitymanagers die een interactie met de wijken hebben, waar inwoners ideeën bij kwijt kunnen. De voorzitter inventariseert hoe de partijen hierover denken. De heer Verbruggen (D66) kan instemmen met het voorbereidingskrediet. De heer Ploegmakers (CDA) stemt ook in met het voorstel.

De heren Kitslaar (Rosmalens Belang) en Altenburg-Collin (VVD) sluiten zich aan bij vorige sprekers. De heer Romijn (PvdD) neemt het voorstel mee terug naar zijn fractie. Mevrouw Klerks (Volt) stemt in met het voorstel. De heer Van Hasselt (SP) neemt het voorstel ook mee terug naar de fractie. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) stemt in met het voorbereidingskrediet. De heer Vossen (PvdA) heeft een positieve grondhouding.

19

De heer Heijmans (Bosch Belang) stemt in met het voorstel. Ook mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stemt in met het voorstel. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) verwacht dat zijn fractie ook instemt maar wil nog overleggen. Mevrouw Hernández (50PLUS) stemt ook in met het voorstel. De heer Van Griensven (PVV) neemt het voorstel mee terug in de fractie. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) stemt in met het voorstel. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) gaat akkoord met het voorstel. 7.

Wensen en bedenkingen Economische Visie ’s-Hertogenbosch 2035 De heer Van Hasselt (SP) refereert aan een recente ontwikkeling in de gemeente: de sluiting van SBS Den Bosch, door de druk en overname van Amerikaanse aandeelhouders. Hiermee gaan 140 banen verloren. Door onbekenden worden keuzes gemaakt die impact hebben op de Bossche economie. Gemeente of werknemers hebben daar niets over te zeggen. Een kleine groep aandeelhouders houdt de economie hier in een wurggreep. De transitie naar een nieuwe economie moet een fundamentele transitie zijn zoals meer democratische zeggenschap binnen bedrijven want dat is broodnodig om de industrie hier te waarborgen. De heer Verbruggen (D66) zegt dat met deze visie wordt gewerkt aan een Bossche economie waarbij ondernemen met een maatschappelijke en duurzame impact het nieuwe normaal is. Een circulaire economie vindt hij van groot belang. Om sturing te kunnen geven aan deze visie is monitoren van groot belang. Ook de regio is van groot belang, maar is de regio waarnaar gekeken wordt wel groot genoeg? Moet niet ook naar de Belgische en Duitse grensgebieden worden gekeken? Deze visie is een paraplu en het is goed dat de integrale benadering wordt nagestreefd. De heer Romijn (PvdD) zegt dat in dit tijdperk niet langer de focus moet liggen op meer maar op beter. De economie moet eerlijker, duurzaam en circulair.

Die uitgangspunten ondersteunt hij. Het invoeren van de NEx stemt tot optimisme, al zou die invoering sneller mogen. De visie blijft vasthouden aan economische groei als doel op zich. Oneindige groei op een eindige planeet is niet mogelijk. In een systeem als groene groei kan niet iedereen protesteren en daardoor zal de ongelijkheid tussen landen alleen maar toenemen. De strijd voor een eerlijke sociale samenleving met ecologische stabiliteit moet hand in hand gevoerd worden. Daarom moet gestreefd worden naar een economisch model dat wel houdbaar is. De heer Bos (GroenLinks) zegt dat er leven is na de groei; het boek met die titel kan hij iedereen aanraden. Het beschrijft hoe na jaren van groei de overstap gemaakt kan worden naar een economie die werkt en dienend is voor iedereen. Ook lokaal is het goed hier een bijdrage aan te leveren, zoals duidelijk werd tijdens de expertmeeting duurzaam gedrag van eind vorig jaar. Hij is blij dat ingezet wordt op ondernemen met impact. Er zit een grens aan de huidige economie en daarom moet een connectie worden gemaakt tussen de lokale ondernemers en transities waar we voor staan. Investeringen in vergroening, in circulariteit is een goede keuze. De ambities zijn veelbelovend, zoals het gezondste en meest circulaire gebouw plaatsen. GroenLinks heeft hier vaker aandacht voor gevraagd.

Hoe wordt de raad in stelling gebracht om de ambities te controleren? Hoe wordt gekomen van woorden naar daden? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de transitie naar de nieuwe economie moet worden gedragen door ondernemers. Er moet ingezet worden op duurzame en sociale ambities. Ondernemingen met impact is het nieuwe normaal richting 2035. De gemeente trekt een ambitieuze broek aan maar heeft een beperkte reikwijdte. Ondernemers moeten ook een bijdrage gaan leveren aan de maatschappelijke problemen van morgen. Den Bosch overstijgt hiermee het economische vestigingsklimaat. Wel moet ervoor opgepast worden dat het kind niet met het badwater weggegooid wordt door het zwaartepunt van de economie te verplaatsen naar sociaal maatschappelijke impact en het economische vestigingsklimaat daarmee onder 20

druk zetten. De regels en administratie van de mkb’ers worden verdubbeld omdat voldaan moet worden aan de nieuwe economische index. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) vindt het fijn het ondernemen met impact terug te zien in deze visie. Daarbij wil hij ook spreken van wederkerigheid: wat doen bedrijven voor Den Bosch. Bedrijven moeten meebouwen aan een leefbare stad, meehelpen met het vergroenen van Den Bosch of bijdragen aan het verenigingsleven. Een mooi voorbeeld in Eindhoven is Brainport voor Elkaar, een vereniging van sociaal werkgevers. Hoe spreekt het college met Heineken over die impact of wederkerigheid? Dat bedrijf brengt veel werkgelegenheid in de gemeente maar maakt ook veel gebruik van het zuivere water. De heer Altenburg-Collin (VVD) staat achter het beoogde ondernemen met impact. De SWOTanalyse over de Bossche economie geeft inzicht en wijst op nieuwe ontwikkelingen. Het wijst op de focus op drie speerpuntsectoren: food, bouw en gezondheidszorg. De VVD juicht het toe de nu al sterke sectoren te laten groeien met behulp van nieuwe technologische ontwikkelingen. Den Bosch had een succesvolle regeling waarbij zij-instromers de techniek in gingen. Die regeling is beëindigd; hij ziet graag dat deze regeling een vervolg krijgt, bijvoorbeeld met de regiodeal zoals in het verleden. Hij hoort graag hoe de anderen hierover denken.

De heer Vossen (PvdA) zegt dat de visie van de PvdA op de economie welzijn is en dat is ook terug te lezen in de economische visie. Een jaar geleden ervaarde de PvdA dat bestaanszekerheid en de impact van de economie op de samenleving steeds belangrijker wordt geacht in deze raad. Hij was ook groot voorstander van het overnemen van de brede welvaartsmonitor, bijvoorbeeld van de Rabobank. Deze geven een volledig beeld van de welvaart en richten zich niet voornamelijk op de impact voor ondernemers. Veel indicatoren uit brede welvaartsonderzoeken komen terug in andere gemeentelijke onderzoeken. Wat mag een florerende economie kosten? Er wordt volop ingezet op een moderne digitale economie. Enige tijd geleden is gevraagd naar de rol van kennismigratie op de Bossche woningmarkt, iets wat in een digitale economie zeker ook een rol gaat spelen. Conclusie was dat dat moeilijk te monitoren is. Worden de effecten van het beleid hier goed genoeg gemonitord? Mevrouw Klerks (Volt) is behoorlijk tevreden over de uitkomst die in deze visie is neergelegd. Met name thema’s als impactvol ondernemen, klimaatneutraliteit, inzet op een circulaire economie, inclusiviteit, duurzaamheid en streven naar nieuwe rijkdom en brede welvaart als kaders krijgen haar goedkeuring. Deze visie is veelbelovend.

Een visie leidt tot een strategie en tot beleid; hoe komen we daar waar wij in de toekomst willen zijn? Is de impact van het huidige beleid wel voldoende? Hoe worden de mijlpalen omgezet in concreet beleid? En hoe wordt dat gemeten? Zij kijkt uit naar de uitwerkingen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) leest dat de Bossche economie een sterk fundament heeft, waarbij het fundament onder druk staat. Zij pleit ervoor als gemeente te faciliteren, zodat bedrijven die bijdragen aan een sterk fundament graag blijven en nieuwe bedrijven zich willen vestigen in deze gemeente. Het mkb moet de ruimte krijgen om zich te vestigen en om voldoende energie en water te krijgen. Het vestigen van bedrijven moet niet nog moeilijker gemaakt worden door nog meer regels. Food, bouw en gezondheidszorg zijn de specialiteiten van Den Bosch. Het is belangrijk die positie te behouden en waar mogelijk te versterken. De gemeente kan hieraan bijdragen door voorrang te verlenen op het wonen voor vitale beroepen. Zo wordt het aantrekkelijk gemaakt te leren en werken voor het JBZ. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) ziet een sterke basis in deze visie terug. Het ondersteunen van sociale en duurzame ondernemers, evenals investeren in infrastructuur en bereikbaarheid laten zien dat Den Bosch op de goede weg is.

Lokale bedrijven spelen een belangrijke rol in de gemeente en zij dragen bij aan werkgelegenheid, duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid. Deze bedrijven kunnen meer ondersteund worden door hen voorrang te geven bij het uitgeven van kavels en bedrijventerreinen. Ook kunnen er inkoopvoorkeuren bij gemeentelijke aanbestedingen worden aangegeven, waardoor de lokale economie verder gestimuleerd wordt. Hij komt wellicht met een motie hierover. Het is essentieel binnen de wettelijke kaders te blijven en tegelijkertijd gezonde concurrentie te stimuleren. Voor bedrijven die bijdragen aan de vitaliteit van de wijken en buitengebieden zouden kavels gereserveerd moeten worden. Blijven investeren in infrastructuur zorgt ervoor dat iedereen in de 21

gemeente profiteert van de economische groei. De heer Ploegmakers (CDA) is blij dat de visie voorligt. Er wordt niet ingezet op alle sectoren in de markt, maar er worden duidelijke keuzes gemaakt. Goed dat samen met ondernemers bekeken wordt op welke manier het bedrijfsleven een rol kan spelen in de ontwikkeling van de samenleving en het bedrijfsleven zijn rol wil pakken. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en de werkers. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) denkt dat er mooie ambities zijn gesteld voor de Bossche economie. Zij is benieuwd hoe en of die ambities gehaald gaan worden. Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt zich af hoe de ambities gerealiseerd gaan worden. Welke rol gaan onderwijs en mbo spelen in de ambachtelijke bedrijven? Er moeten niet nog meer regels voor de ondernemers bij komen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat Den Bosch blijft groeien. De nieuwe inwoners moeten een inkomen hebben en genoeg werkgelegenheid is van levensbelang. De ruimte is schaars dus er zal gekozen moeten worden welke bedrijven passen in Den Bosch. Voor grote logistieke bedrijven moet niet gekozen worden, maar voor kleinere panden met voldoende werknemers. Het zou mooi zijn als die werknemers dicht bij hun woning kunnen wonen.

De heer Van Griensven (PVV) verwijst naar de afbeelding in de notitie over de betrokkenheid van groepen bij deze visie: 25 uit de dienstverlening, 12 uit de preventieve industrie, 10 uit de technologie en IT, 1 uit de zorg, 4 uit de bouw en 1 uit de detailhandel. Land- en tuinbouw was niet aanwezig. Met alle duurzaamheidsideeën is er voor veel ondernemers niet veel meer te verdienen zonder dat het voor hun klanten onbetaalbaar wordt. Zij verliezen klanten aan lageloonlanden en aan bedrijven die niet aan de klimaatwaanzin meedoen. Bedrijvigheid zou moeten gaan over het scheppen van de best mogelijke omstandigheden voor ondernemers, niet om een innovatie naar een nieuwe economie met alleen plek voor duurzame en circulaire ondernemers. Laat bestuurders besturen en ondernemers ondernemen. Reactie college Wethouder Geers zegt dat deze visie gaat over de basis op orde, het vestigingsklimaat, het faciliteren van bedrijven en het kunnen overleven van bedrijven. Daar zijn randvoorwaarden voor nodig. Verduurzaming en circulariteit, digitalisering zijn cruciaal om te kunnen overleven. De gemeente gaat niet over de bedrijfsvoering van bedrijven maar wel over hoe de gemeente kan enthousiasmeren, bijsturen, bewegingen maken en aan nieuwe partijen meer kaders meegeven dan nodig. Ook hij vindt het jammer dat SBS weg is. Dat besluit is ergens anders over genomen.

Wel wil de gemeente stimuleren dat ondernemers oog hebben voor de omgeving. De heer Van Hasselt (SP) vraagt wat het nut is van een economische visie als de gemeente of de werknemers geen zeggenschap hebben over de economie. Wethouder Geers merkt op dat lokaal ook niet over de energieprijzen wordt gegaan. Het gaat erom welke invloed de gemeente wel kan aanwenden om bij te sturen of om zaken mogelijk te maken. De ondernemer zelf maakt de keuzes voor zijn bedrijf. Dat gaat een stuk makkelijker met een lokale ondernemer dan met een multinational. Ook hij wil lokale ondernemers hier behouden en hen faciliteren. Volgend jaar komt het beleid over bedrijventerreinen. De transitie is soms best spannend en je wilt die ook kunnen meten. Er is gekozen voor de nieuwe economie-index. Er worden geen continue uitgebreide informatiestromen van ondernemers verwacht. Wel zullen middels een enquête indicatoren opgehaald worden. Enerzijds is dat een zo laag mogelijke bureaucratie, aan de andere kant is dat graag inzicht hebben in wat er gebeurt. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of de wethouder kan garanderen dat een NEx niet gaat resulteren in een lokale slager die een duurzaamheidsregistratie moet gaan bijhouden. 22

Wethouder Geers zegt dat de gemeente graag wil zien welke kant de economie opgaat maar de slager zal niet over de kop gaan omdat de gemeente een ingevuld papiertje wil hebben. Daar gaat het niet om. Het is altijd goed te zorgen voor zo min mogelijk papierwerk. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat het een gaat over de meetbaarheid, wat de gemeente hier graag wil en het ander over input van bijvoorbeeld de mkb’er. Over een aantal factoren gaat de gemeente echt niet, zoals een eerlijke prijs. Dat is wel een van de indicatoren. Hoe wordt dat gewogen? Wethouder Geers zegt dat er zes thema’s worden genoemd en op drie daarvan wordt het meest ingezet. Die drie worden centraal gezet. De gemeente zal met de ondernemers kennis delen en hen helpen aan de regels te voldoen zonder dat de gemeente hen daarop toetst en afrekent. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of de indicatoren waarop de gemeente niet gaat sturen ook niet gemeten worden. Wethouder Geers zegt dat die puzzel nog definitief gelegd moet worden. Hij wil de raad ook geen indicatoren geven waar de raad niets mee kan. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat je soms wel wilt zien of iets impact heeft, vandaar haar vraag. Bepaald beleid kan zodanig invloed hebben waardoor andere beleidsvelden aangepast moeten worden. Wethouder Geers zegt dat dit in het uitvoeringsprogramma terug zal komen.

Een aantal fracties spreekt over wederkerigheid en verantwoordelijkheid. Als aan de slag wordt gegaan met de NEx dan zal eenieder verbaasd zijn over hoeveel ondernemers al impact maken en sponsor zijn van evenementen en de lokale voetbalclub. Ook de multinationals proberen de hoeveelheid water die nodig is om bier te maken te verminderen en hebben oog voor werkgelegenheid in de stad. Zij-instromers: zij kunnen echt het verschil maken. Het uitvoeringsprogramma wordt met ondernemers gemaakt en bekeken wordt wat zij nodig hebben. Ook het onderwijs wordt daarbij betrokken. De gemeente blijft praten met ondernemers en zorgt ervoor dat zij mede-eigenaar worden van deze ontwikkeling. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de Bossche Impact Alliantie vergelijkbaar is met Brainport voor Elkaar van Eindhoven. Wethouder Geers zegt dat er allerlei varianten zijn. De gemeente is goed met de ondernemers in gesprek en zij moeten aangeven wat voor alliantie zij nodig hebben en hoe dat mogelijk wordt gemaakt. De gemeente jaagt het aan, faciliteert het maar het gaat er uiteindelijk om dat de ondernemers zich betrokken en verantwoordelijk voelen voor deze ontwikkeling. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) hoort dat al veel ondernemingen met impact ondernemen en daar steeds meer op worden afgerekend door de consument.

Wat is de toegevoegde waarde om op de Bossche lokale vierkante meter te zeggen: daar willen wij ook nog eens op inzetten? Wethouder Geers zegt dat het niet alleen gaat om het bevorderen van impactondernemen maar de meerwaarde die het bedrijfsleven heeft, moet juist extra benadrukt en gewaardeerd worden. Er zullen geen overbodige gegevens gestapeld worden om iets voor elkaar te krijgen. Als je het enige bedrijf bent die vervuiler is, dan besta je over een aantal jaren niet meer. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat voorkomen moet worden dat een gemeente daar te dwingend in is. Wethouder Geers wil dat bedrijven blijven kiezen voor Den Bosch en dat betekent ook dat een slager hier gewoon welkom is. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers naast dat zij bezig zijn met het overeind houden van hun bedrijf ook iets doen voor de samenleving. Ook hij wil zo min mogelijk administratie en regeldruk voor ondernemers, klein en groot.

23

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) merkt op dat het niet slecht is na te denken over hoe je complementair kan zijn aan Eindhoven, zoals ook de voorzitter van VNO-NCW aanhaalde. Geeft deze visie daar een antwoord op? Wordt daar voldoende op ingezet? Wethouder Geers denkt niet dat deze visie daar een sluitend antwoord op geeft maar dat was ook niet het idee van deze visie. Het biedt wel de bouwstenen om die gesprekken te voeren met de regio waar die meerwaarde gevonden kan worden. Tweede termijn De heer Van Hasselt (SP) zegt dat impactondernemen een goed streven is, maar is dat wel te combineren met de constante druk om prijzen en lonen te matigen en winsten te laten groeien zolang aandeelhouders het voor het zeggen hebben? Welvaart staat nog steeds boven welzijn en de markt wordt nog steeds boven de maatschappij gesteld. Worden producten nog duurder voor de consument of worden de prijzen serieus aangepakt? Wat bedoelt de wethouder met ‘echte prijzen’? Hij zet vraagtekens bij het nut van een economische visie als de gemeente zo weinig grip heeft op de Bossche economie. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Van Hasselt zo’n nieuwe index niet toejuicht. Dat lijkt hem namelijk een mooi startpunt.

De heer Van Hasselt (SP) zet grote vraagtekens bij de realiteit van zo’n stuk want in een systeem waar de markt steeds meer te zeggen heeft en de gemeenschap steeds minder, kan geconcludeerd worden dat al die termen best mooi kunnen zijn maar niet toegepast kunnen worden. Volgens hem wordt er niets met die termen gedaan. Hij vindt de € 600.000 die hieraan besteed wordt, verspild geld. Het is beter dat geld te steken in de onder druk staande voorzieningen. Gesteld wordt dat er regelmatig met VNO-NCW is gesproken. Is er ook met vakbonden en milieuorganisaties gesproken? Of alleen met de bezittende klasse? De SP is fundamenteel tegen de economische visie. De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt het goed dat de informatievoorziening beter wordt afgestemd op de ondernemers. De gemeentelijke website wordt beter toegankelijk voor hen, maar of je uiteindelijk goed wordt geholpen, lijkt af te hangen van de ambtenaar waar je mee te maken krijgt. Hoe kan er een slag gemaakt worden hierin waardoor iedereen een gelijke kans krijgt? Samenwerking staat centraal in deze visie. Er komt een Bossche Impact Alliantie; dat klinkt mooi, maar in het stuk ontbreekt een uitwerking daarvan. Hij hoopt dat ondernemers de handschoen gaan oppakken.

Komt in de index alleen iets te staan over de algemene tendens en zijn gegevens niet herleidbaar naar individuele bedrijven? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of de speerpunten er zijn omdat de gemeente bepaalde basisvoorwaarden schept of wordt er te veel focus op gelegd. Wat is er mis mee om echt complementair te zijn aan dat wat de regio te bieden heeft? Eindhoven komt slechts drie keer voor in de visie en hij schrok toen de voorzitter van VNO-NCW Tiel noemde als voorbeeld van omarming van Eindhoven. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt waarom de heer Kagie steeds de vergelijking met Eindhoven maakt. Den Bosch heeft een eigen kracht en daar moet van uitgegaan worden. Deze visie sluit aan bij de eigen sterke punten van Den Bosch. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) gaat juist uit van de eigen kracht van Den Bosch en heeft er moeite mee hoe de visie krachten denkt te claimen waarvan je je af kan vragen of dat zulke onderscheidende krachten zijn. Is Den Bosch niet te naarstig op zoek naar het onderscheiden, terwijl die onderscheiding zit in Den Bosch als culturele, gastvrije stad die inspeelt op Eindhoven? Complementair dus. En niet kunstmatig op zoek gaan naar krachten die we niet hebben. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat Den Bosch ook haar eigen bedrijven heeft en een eigen ICT-sector.

Erkent de heer Kagie dat? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) weet dat wel maar wat die takken precies vertegenwoordigen, moet niet opgeblazen worden. Ze hebben een rol en soms een iets 24

bovengemiddelde rol maar sommige zijn ook landelijke ontwikkelingen waaraan de gemeente moet voldoen. Moet aan die pijlers een economische visie opgehangen worden of moet gezegd worden: we leggen die infrastructuur en we zorgen ervoor dat die bedrijven mee kunnen komen? Leefbaar ’s-Hertogenbosch zet vraagtekens bij de drang om autonome krachten te willen uitvinden als middelgrote gemeente in een steeds mondialer gedreven economie. Hij zet nog grotere vraagtekens bij de drang om ondernemen met impact als lokale overheid zo belangrijk te maken. Daarmee wordt uit het oog verloren dat vandaag de dag alle zeilen bijgezet moeten worden om het vestigingsklimaat op orde te hebben. Mevrouw Klerks (Volt) werkt in Eindhoven. Den Bosch is heel goed in ICT. De consultants van het bedrijf waar zij voor werkt, werken in de regio voor ICT-bedrijven. Ziet de heer Kagie hier niet een kans om op in te zetten? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vindt dat inderdaad ook een vorm van complementair zijn. Hij ziet in de economische monitor dat Den Bosch ongeveer gelijk ligt met Breda, dus hij wil de dingen wel in perspectief plaatsen. Mevrouw Hernández (50PLUS) is blij met de economische index. Zij wil zich richten op de relatie tussen onderwijs en het bedrijfsleven. Daar liggen veel kansen en die moeten benut worden.

Veel jonge mbo’ers moeten straks gaan werken en de basis van de economie van Den Bosch ligt bij het mkb. Jonge Bosschenaren moeten in Den Bosch aan het werk en aan een woning kunnen komen om in Den Bosch te kunnen blijven. Een carrièreswitch is een oplossing. Veel mensen van veertig of vijftig jaar zouden ingezet kunnen worden in de ICT. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Tot hoe ver wil Den Bosch groeien? Wanneer is Den Bosch tevreden? De heer Romijn (PvdD) wordt ook enthousiast over een toekomstbestendige circulaire economie, maar een grote complicerende factor blijft dat een duurzame of groene groei niet bestaat. Dat is niets nieuws. Zelfs als het produceren van producten zuiniger of efficiënter gebeurt, is het effect dat er uiteindelijk meer geconsumeerd zal worden waardoor de duurzaamheidswinst van de innovatie zichzelf opeet. Den Bosch is het middelpunt van de regio in landbouwinnovatie. Daar moet Den Bosch zich op richten. De productie van dierlijke eiwitten is erg inefficiënt en de dierenindustrie is een doodlopend onhoudbaar spoor. Dieren moeten uit de voedselketen en boeren verdienen een eerlijke toekomst. Met de unieke uitgangspositie op het gebied van food, agro en data kan de transitie geleid worden. Maak Den Bosch capital van de plantaardige revolutie. De heer Vossen (PvdA) is voor de economische visie die voorligt.

Als meer naar de praktijk wordt gekeken, is te zien dat de NEx een goede manier is om de impact van het ondernemen te meten. Utrecht haalt veel data af van sites waar ook persoonsgegevens bij zitten. De methode van Utrecht houdt in dat onderzocht wordt of etnisch religieuze culturele achtergronden en sexuele oriëntatie van bestuurders van organisaties wel divers genoeg zijn. Daarmee zou Den Bosch ingaan tegen de eigen gedragscodes. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) hoort dat de wethouder veel vertrouwen heeft in de marktwerking en dat verduurzaming daarmee hand in hand gaat. Hij vreest echter dat stijgende aandelen altijd het uitgangspunt blijven. Hij hoopt dat de gemeente actief in gesprek blijft met ondernemers om het ondernemen met impact te stimuleren. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de wethouder ook heeft gezegd dat als je over vijf jaar nog winst wil maken de slag naar verduurzaming gemaakt moet worden. Gelooft de heer Van Oijen daar niet in? De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) gelooft daar niet in. Er moet altijd geld verdiend blijven worden maar er moet ook altijd zoveel mogelijk geld verdiend worden. Er kan niet verduurzaamd worden met alleen maar groei. Daar zul je iets in toe moeten geven. Maar dat is niet het uitgangspunt als stijgende aandelen altijd het doel blijven.

De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt dat kortetermijndenken. Het is zaak om voor een langere periode relevant te blijven in deze economie. Hij denkt dat bedrijven gaan kiezen voor een 25

langetermijngroei en de duurzaamheidsslag zullen gaan maken. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) hoopt dat de heer Altenburg-Collin daarin gelijk heeft maar hij denkt het niet. De heer Van Hasselt (SP) denkt dat door het verschepen van de industriële productie naar derdewereldlanden de CO2-productie ook verscheept wordt. Het zal daarmee nog steeds alleen maar om de aandelen gaan. Het probleem wordt zo alleen maar verschoven over de hele wereld. Kan een gemeente daar invloed in hebben? Moet niet geconcludeerd worden dat er een totaal ander soort economie nodig is? De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) is geen professional op dit gebied dus kan dit niet bevestigen. De heer Ploegmakers (CDA) staat achter de visie die voorligt; het is een goed vertrekpunt. Het is een uitdaging op veel gebieden en hopelijk worden daar de komende jaren gezamenlijk oplossingen voor gevonden. Er moet ook goed gekeken worden naar de positie van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Ook moet er aandacht zijn voor de social return. Is het niet goed een keer breder te discussiëren over de positie van Den Bosch ten opzichte van Brainport Eindhoven? Het onderwijs is heel belangrijk; hoe worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd? Veel mensen in Den Bosch gaan met pensioen; hoe worden zij aangevuld in de toekomst? De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat een groot zorgpunt de zorg is.

25% van de banen in de toekomst zijn waarschijnlijk in de zorg. Wie moet die gaan betalen? Misschien moeten woningen meer gecombineerd worden met kantoren; wonen en werken bij elkaar is namelijk al een goede vorm van duurzaam ondernemen. Richting centrum moeten bedrijventerreinen misschien omgebouwd worden naar schone bedrijven. De heer Altenburg-Collin (VVD) meent dat de heer Pennings veel aan wensdenken doet vanavond, alleen maar oudere mensen naar de stad halen en alleen maar schone bedrijven. Het is flauwekul dat de gemeente dat zou kunnen beïnvloeden. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat gemeenten behoorlijk kunnen bepalen hoe zij bedrijventerreinen inrichten. Een gemeente heeft echt wel invloed op waar bedrijven zich gaan vestigen. Volgens de heer Altenburg-Collin (VVD) krijgt ieder bedrijf een indicatie en met bepaalde classificaties krijgt een bedrijf een bepaalde ruimte. Den Bosch heeft niet alleen maar schone bedrijven; dat kan ook niet. Dat klopt, zegt de heer Pennings (gewoon ge-DREVEN), maar de gemeente kan wel zeggen: aan de rand van woonwijken doen we alleen classificatie 1 en 2. Als de gemeente wil dat daar meer mensen gaan wonen dan zal de gemeente daar echt op moeten gaan sturen. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of het IKDB als een voorschot op de innovatie wordt gezien voor het bedrijventerrein anno 2035.

De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat dat zeker zou kunnen, dicht bij het station. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of dat een proeftuin is voor hoe bedrijventerreinen er vanaf 2035 uit zouden kunnen zien. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat dat zo is. Er moeten bedrijven gezocht worden die daar ook passen. Er is al een paar keer over multinationals gesproken. Als zij morgen besluiten te vertrekken dan zijn zij weg. De gemeente heeft alleen invloed op het mkb en daar zal de gemeente moeten ondersteunen. Toerisme en horeca zijn een belangrijke tak daarin want daar liggen veel banen die Den Bosch nodig heeft.

26

Wethouder Geers zegt dat ervoor gezorgd moet worden dat noodzakelijke bedrijvigheid blijft. Er zijn locaties nodig voor bedrijven die niet in kantoorpanden werken en die basisdiensten leveren, zoals een garage. Dat het IKDB voorbeeld wordt van een bedrijventerrein in zijn algemeenheid dat lijkt hem niet goed, want er zijn veel verschillende type bedrijven. Er werken 116.000 mensen in de stad; dat is veel. Dat zijn niet alleen hoogopgeleiden en zij werken ook niet allemaal in bedrijven waar aandeelhouders achter zitten, maar veelal mkb’ers. Er zijn zaken in de detailhandel die omvallen, mensen die hun baan en pensioen verliezen. Het is ongenuanceerd hoe de SP hierover spreekt. De heer Van Hasselt (SP) wil juist die mkb-ondernemers steunen en de tegemoetkoming tijdens corona vond hij heel goed. Erkent de wethouder ook dat er een grote tegenstelling is met de grote multinationals die veel misbruik hebben gemaakt van de coronacrisis? Wethouder Geers is niet in de positie om te beoordelen of er misbruik is geweest. De coronacrisis heeft een enorme impact gehad op veel ondernemingen en de gemeente heeft op een aantal vlakken ingegrepen. Veel middenstanders en horecabedrijven hebben nog een belastingschuld.

Voor wat betreft Brainport Eindhoven: Den Bosch wil niet alleen aanvullend op het culturele centrum van Eindhoven zijn of alleen de congreslocatie van Eindhoven, al doet Den Bosch dat graag. Den Bosch is veel meer dan dat. Onderwijs en bedrijfsleven samen is cruciaal, vandaar dat bij het opstellen van deze visie ook met onderwijsinstellingen is gesproken. Het aantrekkelijk houden voor oudere werknemers voor de arbeidsmarkt is ook cruciaal. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat in het stuk staat dat de connectie tussen bedrijfsleven en onderwijs een zwakte is. Wethouder Geers zegt dat dat op een aantal vlakken wel zo is omdat er af en toe een mismatch is en het zoeken is naar voldoende capaciteit (stageplekken). Iemand die nu begint, moet meer voldoen aan eisen die over vijf jaar worden gesteld. Die werelden moeten meer bij elkaar gebracht worden. Scholieren en studenten moeten ook kennismaken met techniekbedrijven hier in Den Bosch. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat er ook behoeften zijn waar juist de mbo’er in past. Wat kan de gemeente nog doen aan het bij elkaar brengen van het bedrijfsleven en onderwijs? Wethouder Geers denkt dat het met name een maatschappelijke opgave is. Mevrouw Klerks (Volt) vraag wat van die verkenning verwacht mag worden. Volgens wethouder Geers is dat afhankelijk van wat er uit die verkenning komt.

Er worden gesprekken gevoerd met bedrijven in de stad over kansen en bedreigingen. Hij zal de burgemeester vragen daar te zijner tijd meer over te vertellen. Bij de NEx gaat het om indicatoren meetbaar te maken voor de samenleving, niet per bedrijf. Als er wordt samengewerkt met een partij die informatie verzamelt dan moet die voldoen aan de AVG. Het belang van zorgpersoneel onderschrijft hij. Bekeken wordt of er slimmere manieren bedacht kunnen worden om zorgpersoneel te ontlasten en zij meer de focus kunnen leggen op de mens. Social return is inderdaad heel belangrijk en daar worden gesprekken over gevoerd met het bedrijfsleven. De afzwaaiende directeur van de Weener XL heeft een enorme prestatie geleverd op dit punt. De heer Van Hasselt (SP) herhaalt zijn vragen of vakbonden ook betrokken zijn bij deze economische visie en het begrip ‘eerlijke prijs’. Wethouder Geers heeft Duurzaam Doen betrokken bij sessies. De definitie van eerlijke prijs gaat bijvoorbeeld ook over hoe je personeel betaalt en of een bedrijf net een stapje extra laat zien in het belang van zijn eigen werknemers. De voorzitter hoort graag hoe de partijen adviseren.

27

De heer Verbruggen (D66) heeft een positieve grondhouding. De heer Ploegmakers (CDA) stemt in met het voorstel. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zal met een motie komen. De heer Altenburg-Collin (VVD) adviseert positief. De heer Romijn (PvdD) overweegt twee moties. Mevrouw Klerks (Volt) stemt in met de visie en wacht de andere moties af. De heer Van Hasselt (SP) is tegen het voorstel. De heer Bos (GroenLinks) is positief en wacht de moties af. De heer Vossen (PvdA) heeft een positieve grondhouding. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is positief over het voorstel. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) is in principe positief maar neemt het voorstel mee terug naar de fractie. Mevrouw Hernández (50PLUS) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De heer Van Griensven (PVV) is tegen het voorstel. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) komt mogelijk met een motie. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. Overige agendapunten 9.

Rondvraag en sluiting De heer Bos (GroenLinks) zegt dat de raad negen maanden geleden de Afvalstoffenverordening heeft aangenomen. Daarbij is een amendement over de JA-JA-sticker aangenomen. Het presidium heeft op 9 juli jl. gereageerd en hij wil graag een toelichting over het vervolg van het proces. Wethouder Geers zegt dat daar iets fout is gegaan. Bij de voorbereiding bleek dat de Afvalstoffenverordening zonder amendement was gepubliceerd. Op 9 juli jl. is de juiste versie gepubliceerd. Er is toen voor gekozen om nog een brief aan het presidium terug te sturen. Er wordt druk gewerkt aan de voorbereiding van de stickers en zodra deze er zijn, worden ze uitgedeeld. Er zijn gesprekken met de branchevereniging gaande zodat zij zich goed kan voorbereiden. De handhaving start op 1 januari 2025, maar daarvoor kunnen mensen al een sticker plakken. Hij dankt de voorzitter namens het college voor het leiden van deze commissievergaderingen. De heer Ploegmakers (CDA) wil de heer Van Rosmalen ook namens alle collegacommissieleden hartelijk danken voor zijn inzet als voorzitter de afgelopen tijd. Op 10 september a.s. zal de heer Van Rosmalen afscheid nemen van de raad. Het was soms lastig aan deze commissie leiding te geven. Hij wenst de voorzitter nog vele jaren in goede gezondheid. De voorzitter dankt beiden voor deze mooie woorden.

Hij wenst allen een goede raadsperiode toe en sluit onder dankzegging aan eenieder de vergadering rond 23.30 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bedrijvigheid van 23 28

september 2024. De secretaris, mr. drs. R. van der Meer

De voorzitter, A.P.R.G.M. van Rosmalen

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14559917/1