CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

20231018 Ontwerpuitgangspunten Lage Diezebrug

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Realisatie Lage Diezebrug2.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuwe lage Diezebrug Memo Ontwerpuitgangspunten 1

Bossche Stadsdelta – Advies O-team

Eind 2018 wordt gestart met de planvorming voor het deel van de Binnenstad dat gelegen is in de Kop van ’t Zand (Tramkade eo.) en aan de zuidzijde van Orthenpoort. Het Ontwikkelteam (O-team) van Binnenlandse Zaken wordt gevraagd om op een aantal onderdelen een ontwerpend onderzoek te doen en advies uit te brengen voor de verdere ontwikkeling. Door Cor Geluk (Juurlink + Geluk) wordt de huidige Hoge Diezebrug onderzocht en wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor een nieuwe brug (‘The Bridges of Den Bosch’, maart 2019). De verschijningsvorm van de huidige Hoge Diezebrug is bepaald door twee gegevens. Sinds de aanleg van de Drakentunnel in 1959 maakt de brug onderdeel uit van de Rijksweg Utrecht-Eindhoven. Samen met de tunnel vormt zij de ‘Traverse door ’t Zand’. Op de brug is vooral ruimte voor autoverkeer. Fietsers en voetgangers komen er bekaaid af. Het tweede gegeven is dat de brug hoog is, vanwege de doorvaart voor de beroepsvaart over de Zuid-Willemsvaart. Dit levert een redelijk steile helling op en lange toeritten naar de brug over grondlichamen. Pas op het Brugplein en bij de kruising Vogelstraat sluit de weg weer aan op maaiveld. In het oorspronkelijk plan voor ’t Zand was de Diezebrug niet voorzien. Er was dan ook te weinig ruimte voor de toeritten en grondlichamen, waardoor forse keermuren zijn gebouwd.

Belangrijkste conclusie uit het onderzoek van Cor Geluk is dat de brug door zijn schaal niet past bij de kwaliteit van de binnenstad. Door de hoogte en de grondlichamen/keermuren vormt de weg een fysieke en stedenbouwkundige barrière tussen de delen van de binnenstad ten oosten en westen van de brug. Tevens ontstaan daardoor aan weerszijden veel restruimtes. Cor Geluk ziet een aantal kansen voor een nieuwe brug. Niet alleen kan deze lager en minder massief worden vormgegeven, waardoor de zichtrelatie tussen Tramkade en Citadel wordt hersteld. Hij adviseert om een nieuwe brug op grotere afstand van de Citadel te leggen en daarbij de Citadel en bijbehorend Ravelijn meer ruimte te geven, als onderdeel van de groene ring van de Vestingwerken rondom de historische binnenstad. Hij stelt tevens voor om de nieuwe brug in vormgeving aan te sluiten bij één van de bestaande ‘families’ van bruggen in Den Bosch: de bruggen van de Vesting – over de Aa en de Dommel - die voornamelijk van beton en baksteen zijn gemaakt of de (ophaal-)bruggen over de Zuid Willemvaart die van staal zijn.

2

Een nieuwe Diezebrug

In de zomer van 2020 wordt er in opdracht van de Sector Stadsbedrijven een onderzoek gedaan naar de bouwtechnische staat van de huidige Hoge Diezebrug. Dit onderzoek toont de noodzaak aan tot het in 2024 maken van omvangrijke uitgaven voor groot onderhoud ten behoeve van een instandhoudingstermijn van 20 jaren aan de Hoge Diezebrug. De gemeente wil deze kosten voorkómen door een nieuwe brug met een levensduur van circa 100 jaren aan te leggen. Dit betekent dat de Hoge Diezebrug uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 (Q4 2025) aan het verkeerskundige gebruik dient te worden onttrokken, of zoveel eerder als mogelijk is en de nieuwe brug voordien in gebruik dient te worden genomen. De vervanging van de Diezebrug biedt kansen om de barrièrewerking van de bestaande hoge brug en aanbruggen weg te nemen en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. De brug hoeft niet meer zo hoog te zijn sinds de beroepsvaart gebruik maakt van het Maximakanaal. Door het verlagen van de brug wordt de verbinding tussen het noorden en het zuiden van de Bossche Stadsdelta voor fietsers en voetgangers comfortabeler en aantrekkelijker. Ook de barrièrewerking in oost- west verbinding zal flink minder worden omdat er minder ruimte nodig is voor aanlandingen. Zo kan de brug veel beter in het stedelijk weefsel ingepast worden.

De Lage Diezebrug is een belangrijk verbindend element in de Brede Binnenstad. Een verbinding over de Dieze is en blijft noodzakelijk voor alle verkeersdeelnemers. De binnenstad moet bereikbaar blijven voor bestemmingsverkeer, met elke vorm van vervoer. De verbinding vormt voor fietsers een belangrijke noord-zuidverbinding en maakt onderdeel uit van de snelfietsroute naar het NS-station. De brug is onderdeel van de Binnenstadsring, die van een verkeersruimte wordt omgevormd naar een 30 km/u inrichting met meer verblijfskwaliteit en met meer ruimte voor voetgangers en fietsers.

3

Gebiedsperspectief BSD / haalbaarheidsstudie

Op 8 december 2020 wordt door de gemeenteraad het Gebiedsperspectief Bossche Stadsdelta vastgesteld. Hierin is de ontwikkelingsrichting voor de verdere planuitwerking voor de integrale gebiedsontwikkeling weergegeven: een nieuw dynamisch stedelijk gebied in de Brede binnenstad met ruimte voor ontmoeting, cultuur, religie, sport, werk en duurzame innovatie, met een gevarieerd woningaanbod dat daarbij past. Er is een ruimtelijke samenhang tussen de realisatie van de Lage Diezebrug en de gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta. In het Gebiedsperspectief is gekozen voor het realiseren van een nieuwe verlaagde brug tussen noord- en zuidoever van de Dieze. De situering en het verlagen van de nieuwe brug over de Dieze als rode loper tussen noord- en zuidoever ondersteunt een van de hoofduitgangspunten van de ruimtelijke structuur van de gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta: het creëren van een waterplein als het hart van de Bossche Stadsdelta (‘Ruimte voor de Moerasdraak’). De brug verbindt beide zijden van de Stadsdelta, verbindt twee plekken. Aan de ene kant het Ravelijn en het nieuwe stadsblok met Designmuseum en bezoekersgarage, aan de andere kant het Brugplein waaraan de IJzergieterij gelegen is. Bossche Stadsdelta maakt de stap over het water met de brede binnenstad en beide zijden zijn even belangrijk.

Door een lagere brug ontstaan er meer zichtlijnen tussen de historische binnenstad en het gebied van de Bossche Stadsdelta. Ook het zicht op de Citadel wordt vergroot. Ook ontstaat er door de nieuwe brug ruimte voor een doorlopende openbare wandel- en fietsroutes langs de Dieze in het Zuid-Willemspark dat de binnenstad met de Bossche Stadsdelta, EKP-terrein Noord en Brabanthallen verbindt. De Lage Diezebrug wordt daarmee beschouwd als een aanjager voor de verdere gebiedsontwikkeling Bossche Stadsdelta. De realisatie van de brug loopt - vanwege de technische staat van de brug - voorop in de gehele ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta. In het Gebiedsperspectief is de nieuwe brug ten westen van de bestaande brug geplaatst. Zo blijft de aansluiting op de bestaande verkeersstructuur gehandhaafd en kan de nieuwe brug eerst gebouwd worden voordat de bestaande brug gesloopt wordt. De brug is zo gepositioneerd, dat het nieuwe wegtracé over het huidige Werfpad loopt. Bebouwing die hier gehandhaafd wordt komt zo aan de Binnenstadsring te liggen. Door de nieuwe ligging ontstaat aan de oostzijde meer ruimte rondom de Citadel en het Ravelijn, dat nu half verborgen gaat onder de taluds van de Orthenweg. Tegelijkertijd ontstaat daarmee extra ruimte om samen met BrabantWonen het deelgebied de Citadelpoort te herontwikkelen.

Hier kan een belangrijk deel van de sociale huurwoningen in de Bossche Stadsdelta gerealiseerd worden. Ook is inmiddels (2023) door de gemeenteraad besloten om hier het nieuwe Design Museum te bouwen.

4

Haalbaarheidsstudie

Voor de nieuwe lage Diezebrug is door IPV Delft een haalbaarheidsstudie verricht (november 2021). In deze studie zijn de uitgangspunten voor het brugontwerp vastgelegd: Stedenbouwkundige uitgangspunten Voor de locatie van de nieuwe Diezebrug zijn twee uitgangspunten belangrijk geweest, namelijk; 1. dat de brug meer naar het noordwesten is geplaatst en 2. dat tracé inclusief de brug vanaf de kruising Orthenseweg - Vogelstraat/Citadellaan over de Dieze gericht is naar de monumentale ijzergieterij aan de Buitendijk. De nieuwe Diezebrug is lager dan de bestaande Diezebrug. De dekhoogte van de bestaande Diezebrug ligt op ca +10,00 NAP. Het hoogste punt van de dekhoogte van de nieuwe Diezebrug ligt op ca. + 8,40 NAP en bij de aanlandingen zowel aan de noordoost- als de zuidwestzijde op ca. +7,20 NAP aansluitend op het maaiveld (+6,50 NAP). Uitgangspunt is dat bij beide aanlandingen een voetgangerspad onder de brug mogelijk is. De verkeerskundige uitgangspunten voor de nieuwe Diezebrug • Een rijbaan (twee richtingsverkeer) met een breedte van 6,00 meter. • De fietspaden en voetgangerspaden aan beide zijde van de rijstrook. • De fietspaden hebben een breedte van 3,00 meter breed. • De voetgangerspaden hebben een breedte van 2,50 meter breed. De profielen van vrije ruimte • vaarverkeer; 1 keer 4,5 x 12,5m (h x b) of 2 keer 4,5 x 6,7m (h x b). • voetgangers; hoogte 2,50 m.

Uitgangspunten waterschap • Met het ontwerpen van de pijlers t.a.v. het waterbelang, berging en afvoer is het advies zo minimaal mogelijk aantal en omvang. Het aantal is daarin bepalend: liever 2 of 3 grote pijlers dan meerdere kleine pijlers. • Voorkeur massieve pijler boven een pijler met openingen. Uitgangspunt is dat geen verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie optreedt. Uitgangspunten beeldkwaliteit • De nieuwe Diezebrug moet een slank en open karakter krijgen zodat de ruimte en het zicht zo min mogelijk worden beperkt door de nieuwe brug. • De nieuwe Diezebrug dient het formaat en de kwaliteit van een stadsbrug te krijgen. • De Diezebrug dient ambitie uit te stralen en te passen in het nieuwe ontwikkelingsgebied de Bossche Stadsdelta; creatief, verbindend tussen oud en nieuw. • Vanaf het brugdek dient het uitzicht vrij te zijn, vrij zicht op de binnenstad, Citadel en de Tramkade. Dit betekent dat de dragende constructie niet boven het dek uit komt en het zicht belemmert. • Op het brugdek is een stedelijke uitstraling wenselijk. De materialisatie moet aansluiten bij het Handboek Binnenstadsring. We denken hierbij aan de rijbaan en de voetgangerspaden uit te voeren met gebakken klinkers begrensd door donker grijze banden. Verblijfsruimten op de brug zijn niet wenselijk.

De omgeving aansluitend op de brug biedt voldoende mogelijkheden voor mooie verblijfsruimten. • De fietspaden dienen uitgevoerd te worden in rood asfalt, omdat het een snelfietsroute betreft.

• • • • • •

•

Het tempo van de voetganger staat centraal. Ontmoetingsplekken, pauzeplekken, stilstaan en kijken. De auto is ondergeschikt. Landhoofd zuidwestzijde zo ver mogelijk op de kade / het aansluitende maaiveld. Landhoofd zuidwestzijde zo hoog mogelijk plaatsen voor het doorstroomprofiel. Ruimte om wandelpaden onder de brug mogelijk te maken. Het talud aan de zuidwestzijde ter plaatse van het landhoofd parallel aan de noordoost kade (en hiermee de steunpunten) uitvoeren. De brug dient zo lang als mogelijk recht te zijn, vanaf de noordoostzijde. De bocht aan de zuidwestzijde dient zo klein mogelijk te zijn. De bochtstraal wordt bepaald door het verkeerskundig ontwerp (twee bussen dienen elkaar in de S-bocht te kunnen passeren). Onder de aanlanding van de brug op het landhoofd noordoostzijde dient een onderdoorgang mogelijk te zijn voor ecologische verbinding. Uitgangspunt is een onderdoorgang met een breedte van 10 meter. Om de bruglengte te beperken kan het landhoofd meer naar de waterkant worden verplaatst.

Op basis van deze uitgangspunten zijn de hoofdafmetingen van de brug bepaald en het horizontaal en verticaal alignement. • De definitieve te overspannen lengte is 95 meter. • De totale breedte van de brug is ca. 18,4 meter. De netto breedte van de brug (breedte tussen de leuningen) is 17,6 meter. • De hoogte van het brugdek wordt bepaald door de aansluiting op het huidige maaiveld ca. +6,50 NAP meter en de vereiste doorvaarthoogte. De constructiehoogte van de brug wordt bepaald door de belastingen (zwaar verkeer), de overspanning en het materiaal. • Het uitgangspunt voor het horizontale alignement is een rechte brug vanaf de kruising Orthenseweg - Vogelstraat/Citadellaan gericht op het monumentale gebouw de ijzergieterij. • Het verticale alignement is één toog. De toog is bepaald door de aansluitende hoogte van het maaiveld +6,50 NAP, de maximaal toegestane helling van 4% en het PVR (profiel van vrije ruimte) van 4,50 meter hoog onder de brug. Voor de hoofdconstructie zijn twee uitgangspunten bepalend. Het is een verkeersbrug die gebruikt moet worden door alle types regulier verkeer. Stedenbouwkundig uitgangspunt is dat er geen constructie boven het brugdek uitsteekt ter waarborg van het vrije uitzicht op het waterplein. Mogelijke brugdekconstructies zijn een liggerconstructie of een onderdekse boogconstructie.

Vanuit beheer is aangegeven dat een stalen brug minder wenselijk is vanwege het intensief onderhoud dat staalconstructies nodig hebben. Door het projectteam is gekozen voor de betonnen liggerbrug. Het uitgangspunt voor de hoofdconstructie is dus een liggerconstructie. Voor een betonnen liggerconstructie is het toepassen van drie steunpunten een goede keuze. Met drie steunpunten zijn de overspanningen circa 25 meter. Bij deze overspanning uitgevoerd in beton is de liggerhoogte circa 1,00 - 1,25 meter hoog. De constructie hoogte is goed in te passen, aan te sluiten op het maaiveld en het aantal steunpunten in de watergang past binnen de uitgangspunten van het waterschap. In de haalbaarheidsstudie zijn een aantal opties voor duurzaam bouwen en hergebruik onderzocht, nav. een verzoek van de gemeenteraad.

5

Inpassing in omgeving (concept Inrichtingsplan)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13425915/2