2023-10-02 Commissie Bedrijvigheid vastgesteld
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
2 oktober 2023 Raadzaal
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, H.B. Bos, E.R.F. Esser, J.J.M. Gersjes, L.A.J. van Griensven, S.C. van Hasselt, mr. drs. mw. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, W.B.G. Hoeben, M.P. Kagie, mw. M.J. Klerks, J. Kouwenberg, R.F.E. van Oijen, mw. W.A.M.H. Parijs, REV H.W. Pennings, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, mw. E. Samshuijzen, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, ing. J.P. Verhoef BEd, K.M. Vossen, J.P.M. Welten-van Doremalen R.J.J. Geers, M.J.J. van der Geld MSc.
Afwezig:
mw. W. de Groot MSc, drs. J.M.C. van der Heijden, mw. A. Hernández, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Mees, mr. S.J.M. Peters, mw. C.K.J. Visscher, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg en mw. J.J.M. van den Wildenberg
Verslaglegging:
mw. P.J. van Hoorn, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent het tweede deel van de commissievergadering en heet iedereen welkom. Er zijn afmeldingen van mevrouw Van de Leemput en de heer Kieft. De heer Gersjes vervangt de dames Van den Wildenberg. Er is een aanvullende werkplanning, namelijk een werkbezoek aan de hoogwaterbescherming 's-Hertogenbosch en omgeving. De commissie stemt met dit werkbezoek.
Overige onderwerpen ter bespreking 2.
Discussienotitie Economische Visie De voorzitter meldt dat het college in 2024 een nieuwe Economische Visie ter besluitvorming aan de raad voorleggen. Ter voorbereiding daarop ligt nu een discussie notitie voor. De heer Vossen (PvdA) wil in de Economische Visie niet alleen kijken naar economische statistieken en het vestigingsklimaat, het is essentieel om ook te kijken naar de geschiedenis en de toekomst van Den Bosch. Hij wil ook door een sociale bril kijken omdat mensen het hart van de economie zijn. Het is goed dat het college spreekt over de brede Bossche welvaart en daaronder valt welvaart voor nu en later, gezondheid en welzijn als rijkdom en maatschappelijke betrokkenheid, maar niet alles is mogelijk, selectie maakt perfectie. De Bossche PvdA geeft prioriteit aan bestaanszekerheid omdat dit na jaren van verschraling van de sociale zekerheid terecht het thema van de komende verkiezingen is en hij zich zorgen maakt over alle hardwerkende mensen in Den Bosch waarvan veel geld tekortkomen. 10.000 Bosschenaren werken in de datasector, deze sector kent een hoog verloop wat onzekerheid met zich meebrengt en in verband met de omslag naar het nieuwe werken worden steeds meer banen gedigitaliseerd, mensen vragen zich af hoe ze mee kunnen in deze ontwikkeling.
Hij wil erop inzetten dat bedrijven in de Bossche gemeenschap investeren en samen met het bedrijfsleven en het onderwijs zoeken naar innovatieve manieren om educatie vorm te geven zodat mensen van oude economie kunnen worden omgeschoold naar de noden van de nieuwe economie. Bestaanszekerheid kan alleen gedijen in leefbare wijken, leefbaarheid is een randvoorwaarde voor bestaanszekerheid en een aanvulling op de Bossche brede welvaart. De rol van de gemeente is het aangaan van samenwerking en allianties en ervoor zorgen dat het bedrijfsleven ook in de leefbaarheid kan Den Bosch investeert omdat dit de verantwoordelijkheid van iedereen is. 1
De heer Altenburg-Collin (VVD) is blij dat wordt nagedacht over een economische visie die moet gaan over de identiteit en dat DNA van de lokale economie. Hij vindt het goed om uit te gaan van de brede Bossche welvaart en de brede welvaartsindicator van de Universiteit Utrecht en de Rabobank. Het is ook goed dat wordt ingezet op een goed ondernemers- en vestigingsklimaat waarbij rekening wordt gehouden met het welzijn van de werknemers, verdere verduurzaming en de omslag naar een circulaire economie. De VVD mist echter het welzijn van de ondernemers zelf. Een aantal ondernemers worstelt met grote schulden, deels door corona, en heeft moeite mee te komen met alle grote maatschappelijke veranderingen zoals steeds verdergaande digitalisering, verduurzaming en de circulaire economie. De vraag is ook wat er moet gebeuren als er geen bedrijfsopvolger is. De ondernemer heeft hierin in eerste instantie een eigen verantwoordelijkheid, maar de gemeente moet hierbij wel faciliterend zijn. De informatie voor ondernemers op de gemeentelijke website is lastig te vinden, het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk welke vergunningen nodig zijn bij de start, uitbreiding of overname van een onderneming. De heer El Amraoui (D66) vraagt welke rol de gemeente bij de bedrijfsopvolging van een ondernemer heeft.
De heer Altenburg-Collin (VVD) weet dat er behoefte is aan informatie over wat er allemaal moet worden geregeld bij een bedrijfsopvolging en wellicht kan de gemeente daarbij ondersteuning bieden. De informatie op de gemeentelijke website moet beter worden ontsloten en de VVD pleit voor een ondernemersloket waar ondernemers terechtkunnen met vragen op het gebied van energie, maar ook voor andere vragen, een One Stop Shop waar zowel beginnende als gevestigde ondernemers terechtkunnen voor al hun vragen, vergunningen en ondernemersregelingen. Hij is benieuwd wat de wethouder en andere fracties hiervan vinden. De heer Van Hasselt (SP) wil een economie die de gemeenschap dient en niet een gemeenschap die de economie dient, de economie moet in dienst staan van het publiek belang en economische groei mag nooit een doel op zich zijn, de Bossche economie is er om het welzijn van de Bosschenaren te vergroten en voor iedere inwoner bestaanszekerheid te garanderen. Het mkb is het kloppend hart van de gemeente, mkb-bedrijven staan dichtbij de samenleving, zijn aanspreekbaar en dragen bij aan het unieke karakter van Den Bosch en daarom moet er in de Economische Visie extra aandacht zijn voor de plek van het mkb in de samenleving.
Den Bosch moet onderscheidend blijven, het straatbeeld mag niet worden gedomineerd door grote winkelketens die alle concurrentie wegdrijven, het unieke karakter van Den Bosch aantasten en een kapitalistische eenheidsworst achterlaten. De heer Vossen (PvdA) hoorde de heer Van Hasselt het mkb noemen om daarna verder te gaan over winkeliers en hij vraagt een verduidelijking van de term mkb. De heer Van Hasselt (SP) bedoelt met het mkb, midden- en kleinbedrijf, niet alleen winkeliers. Hij wil het unieke karakter dat Den Bosch mede door de winkeliers heeft koesteren. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de SP vindt dat in Den Bosch nu al sprake is van kapitalistische eenheidsworst. De heer Van Hasselt (SP) ziet overal in de wereld dezelfde winkelketens en dat vindt hij kapitalistische eenheidsworst. Niet de hele economie is in beheer van deze grote bedrijven, er is ook het mkb en dat wil hij koesteren zodat Den Bosch een eigen karakter houdt. De heer El Amraoui (D66) wil weten of in Den Bosch op dit moment al sprake is van een kapitalistische eenheidsworst. De heer Van Hasselt (SP) antwoordt dat dit tot op zekere hoogte zo is. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het grootste deel van het Bossche bedrijfsleven uit mkbbedrijven bestaat en dat de winkeliers daar een onderdeel van zijn. De heer Van Hasselt (SP) spreekt zijn grote waardering uit voor het mkb, hij wil dat koesteren 2
omdat het een belangrijk onderdeel van de samenleving is, maar in het straatbeeld van Den Bosch zijn veel ketens zoals McDonald's en Albert Heijn die eenheidsworst verkopen en hij denkt dat dit ook, gezien het klimaatvraagstuk, uiteindelijk onhoudbaar is. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de heer Van Hasselt in Den Bosch geen ruimte ziet voor andere ondernemingen, maar alleen voor het mkb. De heer Van Hasselt (SP) ziet hier wel ruimte voor, maar hij wil wel het unieke karakter van Den Bosch behouden. Ook bij andere bedrijven ziet hij mogelijk verandering richting een circulaire en democratische economie. Hij wil de economie niet in handen geven van een kleine groep economisch welgestelde bezitters, maar alle werkende mensen moeten eigenaar van de hele economie zijn. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de SP bepaalde bedrijven de toegang tot 's-Hertogenbosch wil ontzeggen. De heer Van Hasselt (SP) ontkent dit, maar hij wil wel selecteren en voorzichtig zijn met het toelaten van sommige bedrijven, hij zet bijvoorbeeld vraagtekens bij een McDonald's tegenover een school. Hij vindt dat de gemeente diversiteit in het aanbod moet waarborgen en ervoor moet zorgen dat Den Bosch niet wordt overspoeld met grote ketens omdat dan eenheidsworst ontstaat.
Het kapitalistische systeem is gericht op oneindige groei van de economie wat op lange termijn onhoudbaar en onverenigbaar is met een gezonde planeet en de gemeente moet anders kijken naar de consumptiemaatschappij en overgaan op een circulaire en democratische economie, als de gemeente de grote opgave van de energie- en klimaattransitie aan de markt overlaat, zal de aarde blijven opwarmen. Grote bedrijven zullen altijd naar winstmaximalisatie streven waardoor de markt nooit prioriteit aan verduurzaming zal geven. De gemeente moet samen met de inwoners het voortouw te nemen in de energietransitie en het klimaatbeleid, energie is een nutsvoorziening die helemaal in publieke handen hoort te zijn. De geschiedenis heeft geleerd dat het bedrijfsleven en de overheid nooit alleen met de juiste oplossing kan komen, maar dat de mensen van de werkvloer en de Bossche inwoners de echte verandering kunnen bewerkstelligen en de SP wil daarom radicale democratisering van de Bossche economie en het bestuur waarbij de gemeenschap het middelpunt van de stad is.
De Bossche gemeenschap wordt nu te vaak weggedrukt door de sterk toenemende gentrificatie waardoor het voor steeds meer mensen moeilijk wordt om rond de binnenstad te wonen en te werken, waar eerst plek was voor urban cultuur, experimentele kunst, een levendige kraakbeweging, arbeiderswijken, sociale huurwoningen en buurthuizen zijn er straks alleen nog dure appartementen en prestigieuze theaters, bibliotheken en musea, is er geen geld meer voor de eigen inwoners, echte Bosschenaren en de echte Bossche cultuur en is er misschien geen plek meer voor alle Bosschenaren in de gemeente. Er moet in Den Bosch voor iedereen ruimte zijn om zich te kunnen ontwikkelen, zich zelf te kunnen zijn en in de gemeenschap te kunnen leven en daarom moeten bestaanszekerheid en welzijn de hoogste prioriteiten zijn en moet de gemeente de rafelranden van de gemeenschap omhelzen en faciliteren en de mensen boven de markt stellen. Mevrouw Klerks (Volt) is het ermee eens dat de visie moet ingaan op het economische profiel en het DNA van de gemeente Den Bosch, maar dat is niet het enige omdat een visie iets zegt over een richting voor de toekomst waaruit keuzes volgen en dat weer iets zegt over de huidige situatie en het DNA maar ook over waar Den Bosch naartoe wil, kan en soms zelfs moet.
Dat strookt wellicht soms niet met de huidige smoel van de gemeente Den Bosch omdat de energietransitie, duurzaamheidsvraagstukken, circulariteit, stikstof en de impact daarvan op de inwoners grote veranderingen met zich meebrengen. Bestaande modellen zoals de monitor Brede welvaart en de sustainable development goals met de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties in de Nederlandse context wordt beschreven zouden een goede leidraad zijn en ook de elf dimensies van de brede welvaartsindicator en de analyses en onderzoeken die daarachter liggen zijn goede thema's waarbinnen de nieuwe visie invulling kan krijgen. Alleen op cijfers sturen biedt echter zelden voldoende resultaat, uitkomst gaat boven uitvoer en de vraag is welke uitkomst gewenst is. Volt gaat in dat opzicht voor een brede Bossche welvaart waarbij gezondheid, kansengelijkheid en duurzaamheid in de brede zin centraal staan, een inclusieve, circulaire en innovatieve economie en duurzaamheidsaspecten zijn belangrijke pijlers van een Economische Visie en er moet niet alleen extra aandacht zijn 3
voor ondernemen met impact, maar dat moet een pilaar in de toekomstvisie worden omdat uitkomst boven uitvoer gaat. Volt ziet graag dat de gemeente daarin qua beleidskeuzes en acties voorop durft te lopen, zodat dit in 2035 het DNA van Den Bosch is. De heer El Amraoui (D66) vindt dat het economisch profiel en het DNA van Den Bosch leidend moet zijn bij de brede Bossche welvaart en impactondernemen. Hij mist indicatoren voor sociale mobiliteit in de monitor Brede welvaart, wat wel een kernelement is en het gaat daarbij om de vraag of een dubbeltje een kwartje kan worden en welke mate. D66 steunt de extra aandacht voor impactondernemen omdat impactondernemers zich met duurzame bedrijven richten op de aanpak van urgente sociale of milieuproblemen en ze zo op een duurzame manier de adequate aanpak van problemen stimuleren. Ten tweede werken impactondernemers aan oplossingen voor lokale uitdagingen zoals betaalbare huisvesting, schone energie, toegang tot gezondheidszorg en gelijke kansen. Door deze in deze ondernemers te investeren worden urgente probleem aangepakt en deelt de gemeenschap mee in de oplossingen.
Ten derde lopen impactondernemers voorop op het gebied van innovatie en ontwikkelen ze nieuwe technologieën en bedrijfsmodellen om complexe problemen op te lossen en door financiële en infrastructurele steun te bieden kan de gemeente deze innovatiehubs en het Bossche ecosysteem aanmoedigen waardoor talent wordt gekweekt en investeringen worden aangetrokken waarvan de gemeenschap breed kan profiteren. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of een ondernemersloket kan helpen bij impact maken met ondernemen. De heer El Amraoui (D66) denkt dat een ondernemersloket hier zeker bij kan helpen. Impactondernemers betrekken de lokale gemeenschap bij hun projecten wat de inwoners een gevoel van eigenaarschap en inclusiviteit geeft omdat zij de positieve impact van deze bedrijven uit de eerste hand ondervinden en het stimuleert ook samenwerking tussen de publieke en de private sector om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Hij noemt enkele voorbeelden in Nederland. In Amsterdam is een impacthub met een coworking ruimte en een innovatiecentrum gericht op sociale en ecologische impact, in Rotterdam bestaat het Rotterdams investeringsfonds dat financiering verstrekt aan met name bedrijven die de economische en sociale doelstellingen van de stad bevorderen en in Utrecht bestaat de Social Impact Factory, een platform van sociale ondernemers in de regio.
Ook in Den Bosch wordt al veel voor impactondernemers gedaan, zoals bij alle bouwprojecten in het Innovatiekwartier en bij De Gruyterfabriek. Startende Bossche ondernemers hebben maar beperkt toegang tot financiering, die is vaak bedoeld voor starters op wo- of hbo-niveau en het gaat ook vaak om leningen, soms zelfs met persoonlijk aansprakelijkheid en hij vraagt de portefeuillehouder om de financieringsmogelijkheden voor startende ondernemers te onderzoeken en die expliciet in het raadsvoorstel op te nemen. De heer Romijn (PvdD) is blij dat circulariteit, verduurzaming en wederkerigheid belangrijke thema's zijn en dat economische groei niet langer de oplossing maar het feitelijke probleem is. Hij ziet wel een bepaalde mate van schizofrenie in de notitie, er staan hoopvolle zaken in benoemd, er is sprake van lef en ambitie en de noodzaak van verandering is voelbaar en wordt onderschreven, maar in afweging 3 staat dat wordt gewerkt aan een sterke economische regio met als speerpunt Agrifood en daarover maakt de PvdD zich zorgen.
Terwijl de consensus over een omslag in de landbouw toeneemt, lijkt Agrifood vooral een vehikel voor bedrijven en instanties die alles zo veel mogelijk bij het oude willen laten en is er invloed van professionele vertragers als LTO en de Rabobank die notabene nog niet zo lang geleden succesvol bij het kabinet lobbyden tegen het onderzoek naar eventuele positieve klimaateffecten van een krimpende veestapel. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Romijn aanwezig was bij het werkbezoek aan het Koning Willem I College waar ook een presentatie over AgriFood Capital werd gegeven en of hij weet wat AgriFood Capital doet. De heer Romijn (PvdD) weet niet wanneer dat was, misschien was hij toen nog niet in functie. De heer Altenburg-Collin (VVD) geeft aan dat daar werd aangegeven dat AgriFood Capital niet alleen bezig is met het eten van vandaag maar ook met dat eten van de toekomst en dat die 4
werkt aan nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Hij vindt het daarom goed dat deze groep bestaat. De heer Romijn (PvdD) zeg dat Agrifood ronkende verhalen vertelt over eerlijke worsten, voedselveranderaars en slimme varkensketens, mede mogelijk maakt door Vion dat als enige doel heeft om tot in lengte van dagen zo veel mogelijk varkens de dood in te jagen, terwijl dat intelligente wezens met een eigen persoonlijkheid en de wil om te leven zijn die alleen daglicht zien op weg naar Vion waar ze na een kort en miserabel leven door slecht behandelde arbeidsmigranten worden doodgemarteld om vervolgens in stukjes gehakt te worden en te eindigen in een plastic bakje in de supermarkt. De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt dat het over een economische visie en niet over het welzijn van varkens gaat. De heer Romijn (PvdD) vindt dit wel relevant omdat Agrifood een speerpunt van de Economische Visie is. Terwijl er gesubsidieerde hamlappen naar China gaan, lijden elders in de wereld mensen honger omdat hier mais en tarwe aan landbouwhuisdieren wordt gevoerd in plaats van bij te dragen aan het oplossen van het steeds groter wordende wereldwijde voedselprobleem. Den Bosch moet afdwingen dat Agrifood niet langer dient als een vehikel van de vertragers dat de belangen van big agro verdedigt. De heer Esser (PVV) vraagt of de heer Romijn wel voorstander is van lokale boerderijwinkels.
De heer Romijn (PvdD) is dol op varkens, maar niet om op te eten en hij laat ze het liefst leven. Hij vindt massaal en industrieel fokken en slachten niet de toekomst. De aarde biedt meer dan voldoende voedsel en grondstoffen voor ieders behoefte, maar niet voor alle hebzucht. De econoom Kate Raworth schetste enkele jaren geleden de ideale economie als een donut: de buitenste ring mag niet worden overschreden omdat dit buiten de draagkracht van de aarde valt, de binnenste ring van de donut geeft aan hoeveel welvaart nodig is om iedereen een menswaardig bestaan te kunnen geven en tussen deze twee ringen zit de sweet spot voor een wel sociale en duurzame economie. De PvdD vindt daarom dat in de Economische Visie moet worden gestreefd naar die balans met focus op een eerlijke verdeling en gelijke kansen voor iedereen. Duurzaamheid en solidariteit met de inwoners van de gemeente Den Bosch en die van de rest van de wereld moeten in deze visie leidend zijn en de modellen, met name NEX, vormen een aardige stap in de goede richting, daarin is aandacht voor een breed en divers scala aan thema's en er zijn zeker handvatten die kunnen helpen bij de brede Bossche welvaart.
Gezien Agrifood zou de prioriteit en focus moeten liggen bij de eiwittransitie, educatie en innovatie en moet breder worden gekeken naar maatschappelijk verantwoord ondernemen met bijzondere focus op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Impactondernemen is erg goed en dat moet de norm worden. Ten slotte moet de gemeente de donkergroene loper uitleggen voor initiatiefnemers die daadwerkelijk bijdragen aan een donkergroene en sociale economie. Er moet ruimte zijn voor hergebruik en reparatie, hij wil kiezen voor een eerlijke, schone en regionale economie met bestaanszekerheid voor iedereen en waarbij ecocide, milieuvervuiling en aantasting van de natuur aan banden wordt gelegd. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of bedrijven waarvoor de donkergroene loper wordt uitgelegd niet voor een krediet naar de Rabobank mogen. De heer Romijn (PvdD) zegt dat dit wel mag als deze bedrijven goede dingen bedenken. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de heer Romijn het ermee eens is dat het een onmogelijke opgave wordt als er van alles wordt uitgesloten. De heer Romijn (PvdD) sluit niets uit, de markt bepaalt welke bedrijven zich in Den Bosch vestigen, maar als het gaat om welke bedrijven de gemeente steunt en faciliteert wil hij de donkergroene loper uitleggen en mensen uit de gemeente Den Bosch aan het werk helpen.
De heer Van Hasselt (SP) vraagt hoe de PvdD denkt over het verdelingsvraagstuk, radicalisering van de economie, zeggenschap voor meer mensen en het eerlijk verdelen van de vermogens. Verder vraagt hij zich af of het wel goed is om het vestigen van bedrijven aan de 5
markt over te laten. De heer Romijn (PvdD) denkt dat dit niet aan de gemeente is. De heer Van Hasselt (SP) vraagt wat de heer Romijn vindt van de radicale democratisering van de lokale economie en of dat in de visie past. De heer Romijn (PvdD) vindt dit persoonlijk interessant, maar het PvdD denkt daar iets genuanceerder over. De heer Ploegmakers (CDA) vindt dat de discussie over de Economische Visie alleen goed kan worden gevoerd als het onderwijs, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, inwoners en de gemeente er actief bij zijn betrokken, samenwerken aan een brede welvaart en een gezamenlijke zoektocht naar de identiteit en het DNA van Den Bosch. Het CDA vindt dat de ontwikkeling van de welvaart vooropstaat, maar wel welvaart in de brede zin van het woord, economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk, alleen dan is de gemeente Den Bosch in balans, het moet niet alleen gaan om materiële welvaart en economische ontwikkeling op de korte termijn, maar om alles wat van waarde is, een gezonde gemeenschap, goed en veilig onderwijs en ruim baan voor talentontwikkeling. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en Rabo Research naar brede welvaart blijkt dat Den Bosch het gemiddeld doet en hij zou willen dat hier een plus ontstaat.
Hij wil proberen de groeiende tweedeling tussen bevolkingsgroepen te beperken en het liefst voorkomen door in te zetten op de brede welvaart en het kabinet moet aandacht hebben voor alle regio's in Nederland en investeren in brede welvaart voor heel Nederland. Er moeten scherpe keuzes worden gemaakt omdat brede welvaart niet over alles moet gaan waardoor het een lege huls wordt met het risico dat het gedoemd is mislukken. Het CDA kiest voor wonen, positieve gezondheid, maatschappelijke betrokkenheid en sociale relaties, ontmoeten en het voorkomen van eenzaamheid, en rentmeesterschap met oog voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De gemeente kan transities niet alleen uitvoeren, dat is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij de inwoners een stem moeten hebben bij de ontwikkeling van beleid dat hen direct raakt. Daarnaast moet de gemeente een beroep doen op het bedrijfsleven, gezondheids- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties en zo veel mogelijk inzetten op publiek-private samenwerking. Het CDA ziet brede welvaart als een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij zo veel mogelijk wordt geprobeerd de gestelde doelen te bereiken door iedereen op zijn of haar verantwoordelijkheid aan te spreken door middel van sturing en zo min mogelijk door het opleggen van regels.
Hij wil bij alles wat in gang wordt gezet polarisatie voorkomen, maar samen werken aan één 's-Hertogenbosch, aan één samenleving met oog voor elkaar. De heer Vossen (PvdA) vraagt of de punten op de lijst met belangrijke waarden die de heer Ploegmakers noemde op volgorde van belangrijkheid staan en wat hij met sturing bedoelt. De heer Ploegmakers (CDA) zei 'zo min mogelijk door sturing'. De lijst met belangrijke waarden staan in volstrekt willekeurige volgorde. De heer Vossen (PvdA) vraagt naar een selectie van de waarden, hij wil weten wat de minimale randvoorwaarde is. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het CDA vier van de elf punten van de lijst van de Universiteit Utrecht en Rabo Research heeft geselecteerd. De heer El Amraoui (D66) vraagt een toelichting op het tegengaan van polarisatie door middel van brede welvaart. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat polarisatie kan worden voorkomen door iedereen zo veel mogelijk te laten meedoen. Hij wil een maatschappij van minder ik en meer wij omdat iedereen het samen moet doen. De gemeente neemt haar rol als aanjager en regisseur en op eigen beleidsterreinen de verantwoordelijkheid als uitvoerder. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of voor een maatschappij waarin het over 'wij' gaat geen afstand van het neoliberale beleid moet worden gedaan. 6
De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de SP hier anders over denkt dan het CDA. Waar de SP het over heeft, is voor een groot deel Haags beleid, maar nu gaat over de Bossche brede welvaart en de Economische Visie 2035 in 's-Hertogenbosch. Hij neemt geen afstand van het neoliberale beleid, maar deze discussie hoort niet in deze commissie thuis. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de heer Ploegmakers een rol voor impactondernemers ziet in het tegengaan van polarisatie. De heer Ploegmakers (CDA) vindt dat het samen met het bedrijfsleven moet worden gedaan. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de heer Ploegmakers het ermee eens is dat ook de gemeenteraad belangrijke besluiten neemt die af en toe met een politieke bril op worden genomen en dat er ook andere keuzes kunnen worden gemaakt. De heer Ploegmakers (CDA) is het ermee eens dat de gemeenteraad keuzes maakt, bij ieder onderwerp worden afwegingen gemaakt waarin de achtergrond van de politieke partijen doorklinken. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) staat positief tegenover de voorgestelde aanpak van de Economische Visie waarvan de kaders aandacht besteden aan de transitie die nodig is om de impact op het klimaat te verminderen en deelt de opvatting dat de visie vooral moet ingaan op het economische profiel en het DNA van de gemeente.
Daarbij moet ook aandacht zijn voor de doelstellingen ten aanzien van CO2-neutraal zijn en de diversiteit van de gemeente zodat iedereen de kans krijgt om mee te doen. GroenLinks staat positief tegenover de aanpak met een brede Bossche welvaart met voldoende aandacht voor het welzijn van de inwoners en duurzaamheid die hand in hand gaan. Bovendien is schone lucht een randvoorwaarden voor welzijn en de transitie van consumeren van goederen naar circulariteit een randvoorwaarde voor duurzaamheid. Ze kijkt uit naar de verdere uitwerking van het model omdat verschillende modellen nog veel ruimte voor eigen invulling bieden en het van belang is dat er een verdere concretisering is voordat hierover een debat volgt. GroenLinks heeft ook vier onderwerpen uitgekozen die van belang zijn, namelijk duurzaam gedrag van inwoners en ondernemers, preventieve gezondheid, duurzame mobiliteit en inclusie. GroenLinks vindt het erg positief dat wordt voorgesteld om extra aandacht te besteden aan ondernemen met impact. Dat is niet de enige oplossing om de transitie voldoende te versnellen, maar kan wel een zeer nuttige bijdrage leveren. Het zou goed zijn om verder te concretiseren op welke onderwerpen de gemeente 's-Hertogenbosch wil inzetten en hoe de gewenste resultaten worden gemonitord, zodat de positieve impact van mogelijke investeringen zichtbaar kunnen worden gemaakt.
De gemeente 's-Hertogenbosch heeft een belangrijke rol in het faciliteren van impactondernemers door hen aan te moedigen, ondersteuning te bieden, waar mogelijk maatschappelijk vastgoed aan te bieden, een netwerken te bieden en hen op een podium te plaatsen. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt wat GroenLinks van een ondernemersloket vindt. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) zegt dat het nu nog gaat om een visie terwijl een ondernemersloket al een invulling is en ze nodigt de VVD uit om hierover een discussienotitie in te dienen om op grond daarvan in gesprek te kunnen gaan over wat met een ondernemersloket kan worden bereikt. De heer El Amraoui (D66) vraagt hoe GroenLinks de rol van de gemeente met betrekking tot het financieren van early stage start-ups met impact ziet. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) is voor faciliteren, aanmoedigen en het bieden van ondersteuning en ook financiering kan daarvan een onderdeel zijn. De heer Esser (PVV) memoreert dat hij in het buitenland bij mensen thuis is geweest waar hij een keukentje, een matras op de grond, een kast, een stoel en een televisie zag met daarnaast een kamer met vier matrassen voor de vier kinderen. Toen hij later hoorde dat 80% van de bevolking in dat land zo leeft, vroeg hij zich af of dit brede welvaart is. De PVV vindt DNA een vaag begrip. Wat betreft vraag 2 vraagt hij zich af wat brede welvaart precies is. 7
De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vraagt hoe de heer Esser brede welvaart in het buitenland vertaalt naar Den Bosch. De heer Esser (PVV) vraagt zich af of dit de toekomst van de brede welvaart in Den Bosch is. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of dit een oproep is om als Den Bosch bij te dragen aan een radicale herverdeling van de middelen over de hele wereld. De heer Esser (PVV) ontkent dit. Hij weet niet wat brede welvaart is en wacht af of dit de komende jaren brede welvaart wordt. De heer El Amraoui (D66) zegt dat brede welvaart, welvaart is die verdergaat dan alleen geld. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook welzijn en toegang tot sporten hij vraagt of de mensen die de heer Esser in het buitenland heeft ontmoet gelukkig waren. De heer Esser (PVV) denkt dat zij heel gelukkig zijn omdat ze vol trots hun huis lieten zien. Met betrekking tot vraag 4 citeert hij uit de stukken, 'nationale en Europese regelgeving gaan dit afdwingen' en dat vindt de PVV geen democratie. Ten slotte geeft hij aan dat hij ondernemers zo min mogelijk voor de voeten wil lopen, zij moeten kunnen ondernemen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vindt het positief dat de focus ligt op het economisch profiel van de gemeente, namelijk op groei, werkgelegenheid, de sectoren en industrieën, het fiscaal beleid en de gemeentelijke financiën. Het DNA moet daar complementair aan zijn.
Focus op werkgelegenheid, de daarbij behorende infrastructuur en het fiscale beleid mogen niet ontbreken en in het Bossche DNA moet ook het DNA van de dorpen en wijken terug te vinden zijn. Hij wil welvaart breed benaderen en niet alleen focussen op economische cijfers, maar ook kijken naar immateriële welvaart zoals gezondheid, onderwijs, milieu en de sociale samenhang. Bij het maken van beleid moeten modellen niet leidend zijn, maar helpen om goed beleid te kunnen maken omdat het debat verstomt als het beleid alleen wordt afgestemd op modellen en rekenkundige formules. Sociale cohesie, levenskwaliteit en gezondheid hebben voor Rosmalens Belang de hoogste prioriteit. Rosmalens Belang ziet een rol voor ondernemen met impact, maar wil dit niet verplichten. Als het streven naar winst van een ondernemer gepaard gaat met innovatie, sociale missie of duurzaamheidsdoelstellingen kan dit de transitie versnellen, maar de gezondheid van de Bossche economie staat wel voorop. Hij is terughoudend met een rol voor de gemeente omdat hij geen oneerlijke concurrentiepositie wil creëren, maar de gemeente heeft wel een rol in bewustwording, promotie en het creëren van een gunstig ondernemersklimaat voor ondernemen met impact door onder andere het vereenvoudigen van vergunningprocedures.
Rosmalens Belang is niet voor het verlenen van subsidies, de gemeente kan wel investeren maar daar moet dan wel rendement tegenover staan. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt dat het alle kanten opschiet, van de vijfjarenplaneconomie van de heer Van Hasselt tot mishandelde varkens van de PvdD. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de heer Kagie heeft gehoord dat hij duidelijk heeft aangegeven dat zowel de overheid als het bedrijfsleven niet de oplossing kunnen bieden voor de problemen die zich voordoen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is zich daarvan bewust, maar onderschrijft dat niet. Hij vindt deze discussienotitie te vrijblijvend om echt gefundeerd richting aan een Economische Visie te kunnen geven, hij mist een gefundeerde sterkte-zwakteanalyse van de huidige situatie. Leefbaar 's-Hertogenbosch deelt de gedachte om de ruimtelijk insteek van de deelvisies te overstijgen en meer richting te geven aan de middellange en lange termijn. Het maakt hem niet uit of dit 'economisch profiel' of 'DNA' heet, maar er moeten wel keuzes worden gemaakt en die kunnen niet worden gemaakt door wat wensen op te schrijven en dan een richting te kiezen, maar er moet worden uitgegaan van de bestaande economie waarin al keuzes zijn gemaakt die positieve en minder positieve gevolgen hebben. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) zegt dat het de bedoeling is dat er aanvullingen op de 8
visie worden aangegeven. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) bedoelde het niet in verwijtende zin, maar hij leest voornamelijk over wensdenken terwijl hij iets zou willen lezen over bijvoorbeeld de banenmotor, de diversiteit in de segmenten en de potentie van de omgeving om een keuze uit de elf indicatoren te kunnen maken. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) zegt dat de heer Kagie nu kan aangeven wat hij van belang vindt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet dit anders. Er is meer informatie nodig over de huidige positie om te kunnen aangeven wat er ontbreekt en waarop moet worden ingezet. De heer El Amraoui (D66) vindt dat een economieprofiel en DNA bij de deskresearch van de heer Kagie hoort. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil in de bespreeknotitie lezen wat de huidige situatie is, zodat iedereen uitgaat van dezelfde bronnen. De heer El Amraoui (D66) vraagt of het te veel moeite is om deskresearch te doen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat deskresearch alle kanten op kan gaan. Hij ziet graag dat in de bespreeknotitie staat hoe de gemeente Den Bosch er momenteel voorstaat ten opzichte van de transities. De heer Ploegmakers (CDA) vindt het jammer een negatieve ondertoon bij de heer Kagie te horen. In het stuk staat dat de afgelopen jaren een aantal visies is ontwikkeld, maar daaraan gaat de heer Kagie voorbij.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat visies geen resultaten zijn waaraan is te zien wat de huidige situatie in Den Bosch is. Dat kan wel met een monitor, maar dat moet in de discussienotitie staan. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Kagie van tevoren technische vragen heeft gesteld of stukken heeft opgevraagd. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft dat niet gedaan. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vindt dat de commissie blij moet zijn dat het college in een vroegtijdig stadium om input vraagt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het daarmee eens en hij geeft nu mee dat er meer handvatten moeten zijn. Als hij technische vragen zou stellen, zijn het zijn antwoorden en als een ander technische vragen zijn het de antwoorden van iemand anders. Hij vraagt daarom bewust om bepaalde informatie in een bespreeknotitie zodat iedereen zich op dezelfde informatiebron baseert. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de heer Kagie wel input gaat geven. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) gaat wel input geven. Hij vindt dat Den Bosch een bepaalde richting op moeten durven gaan, hij wil bijvoorbeeld kwalitatief goed toerisme met een goed gevulde agenda omdat dit een economische motor met directe en indirecte banen is. De heer Vossen (PvdA) vraagt of de heer Kagie wil dat Den Bosch het Amsterdam van het Zuiden wordt.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat dit niet de bedoeling is, maar dat Den Bosch een woonstad moet blijven. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de heer Kagie het onderzoek waarop hij zich baseert met 9
de commissie wil delen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft geprobeerd op te zoeken hoeveel banen in Den Bosch direct aan het toerisme zijn gelieerd en zijn gevoel zegt dat er veel potentie in toerisme zit omdat Den Bosch een mooie historische binnenstad heeft. Als daar ook een goede evenementenkalender bij komt, ontstaat nog meer potentie. De heer Van Hasselt (SP) kreeg het verwijt dat hij een vijfjarenplaneconomie wil, maar de heer Kagie vraagt om cijfers en hij wil weten of niet breder moet worden gekeken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is er geen voorstander van dat iedereen eigenaar is van elk bedrijf omdat de stimulans dan uit de economie wordt getrokken, maar hij juicht de Bossche welvaartsindicator wel toe omdat verder moet worden gekeken dan naar alleen economische groei en productiviteit, er moet ook worden gekeken naar welvaart en zeker het ontbreken daarvan moet beter worden getoetst. Hij vindt het wel moeilijk om gezondheid tegen veiligheid of huisvesting tegen baanzekerheid weg te strepen en Leefbaar 's-Hertogenbosch zou gaan voor indicatoren als veiligheid, bestaanszekerheid, huisvesting en sociale contacten.
Leefbaar 's-Hertogenbosch wil de basis op orde hebben en dat geldt voor het mkb maar ook voor de ondernemers die zich onderscheiden op basis van duurzaamheid of andere impact en horecaondernemers waarvoor dagjestoeristen naar het bourgondische Den Bosch komen. Dat betekent concreet eenvoudige procedures en regelgeving, minder regelgeving en druk, een snelle respons, snelle vergunningverlening, een openbare ruimte en infrastructuur die op orde zijn, een ondernemersvriendelijk belastingklimaat en het stimuleren en faciliteren van samenwerking met het onderwijs. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) heeft een breed beeld gevormd van de economische visies in verschillende gemeenten en die lijken erg divers te zijn, maar overal moeten mensen kunnen meedoen en profiteren van de economische groei. Hij ziet ook enkel risico's, namelijk de krapte op de arbeidsmarkt, die relevant is voor kennisoverdracht, productie en effectiviteit van de economie, er zijn ook inwoners zonder eigen inkomen of met een laag eigen inkomen. De economie verandert en er zijn ingrijpende ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave, digitalisering en de transitie naar een circulaire economie en duurzame mobiliteit die alle sectoren en verdienmodellen raken.
Daarnaast is er door corona een bezorgeconomie ontstaan en hebben veel ondernemers en werknemers het nog moeilijk, maar voor andere ondernemers bracht corona juist kansen. De Economische Visie dient als een denkrichting op weg naar het Den Bosch van morgen en het is daarbij belangrijk welke uitgangspunten worden gehanteerd en wat de te verwachten effecten zijn. In Den Bosch vertoeven bezoekers, bewoners en ondernemers graag en hoe beter het leefklimaat is en hoe meer bereikbare banen er zijn hoe aantrekkelijker een stad is. Daarbij is ook het DNA van de stad belangrijk en dat DNA wordt gevormd door bewoners, ondernemers, het onderwijs, kennisinstellingen en semioverheden. De input van bewoners, ondernemers en andere betrokkenen is van belang voor de uitvoeringsprogramma's, de programmabegroting en afspraken met de betrokken partijen. Het is van belang om een duidelijke economische richting te bepalen en verbindingen tussen diverse visies, zoals de detailhandelsvisie, de horecavisie en het economisch perspectief Brede binnenstad duidelijk te maken. Den Bosch stond in 2022 op de derde plaats op de lijst met landelijke economische toplocaties, heeft een rijk cultuuraanbod en is een van de culturele brandpunten van Nederland.
Een visie gaat over wat er in de toekomst moet worden bereikt en deze Economische Visie moet de kracht van Den Bosch laten zien, de ondernemers zijn creatief en wendbaar, het mkb is de motor van de economie en de gemeente is verbinder en facilitator zodat ondernemers kunnen bloeien. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) sluit zich in grote lijnen aan bij het betoog van de PvdD. Er staan veel goede punten in de visie zoals de circulaire economie en brede welvaart. Hij ziet in de Economische Visie een grote rol voor wederkerigheid waarmee hij bedoelt met de bedrijven die zich in Den Bosch willen vestigen in gesprek gaan over wat hen naar Den Bosch brengt en wat zij aan Den Bosch toevoegen. Daarbij gaat het om meer dan werkgelegenheid, ook om het verenigingsleven, groen, ontspanning en mobiliteit om te voorkomen dat vierkante meters worden gevuld met grote dozen met weinig werkgelegenheid. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of het klopt dat de heer Van Oijen zei dat De Bossche 10
Groenen met een heel scala aan vestigingsvoorwaarden komt. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) noemde geen voorwaarden, maar zei dat de Economische Visie zich moet richten op de wederkerigheid. De heer Ploegmakers (CDA) hoorde de heer Van Oijen zeggen dat hij in gesprek wil gaan voordat een bedrijf zich in Den Bosch vestigt en dat betekent dat er voorwaarden worden gesteld. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) ziet geen toekomst voor bedrijven zoals bol.com die grote dozen neerzetten waar alleen arbeidsmigranten gaan werken. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het bijbehorende bestemmingsplan aan de raad wordt voorgelegd. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) vindt het daarom belangrijk om nu het gesprek hierover aan te gaan. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Van Oijen zich met zijn opmerking over het uitsluiten van bepaalde bedrijven niet bij de woorden van de SP in plaats van die van de PvdD aansluit. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) sluit ik geen bedrijven uit, maar wil dat Den Bosch zich op wederkerigheid richt. Hij vindt ook het verhaal van de SP een mooi verhaal De heer Esser (PVV) merkt op dat bedrijven ook onder het provinciale beleid vallen. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) is hier niet van op de hoogte.
De Bossche Groenen ziet niet graag bedrijven die geen oog hebben voor goede huisvesting in Den Bosch omdat de problemen die hier ontstaan nu al duidelijk worden, daarover heeft onlangs ook iemand ingesproken. Ook De Bossche Groenen is enthousiast over brede welvaart, maar het valt op dat al keuzes worden gemaakt terwijl juist de verschillende punten brede welvaart maken. Dit model kan beter worden losgelaten als er enkele punten worden uitgehaald. De heer El Amraoui (D66) zegt dat de discussienotitie is bedoeld om diverse gedachtegangen op te halen en hij vraagt of er geen indicatoren binnen dit model zijn die de aandacht van De Bossche Groenen hebben. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) vindt groen en sociaal belangrijk, maar brede welvaart gaat over alle genoemde punten. De heer El Amraoui (D66) vraagt waarop De Bossche Groenen wil focussen als die zou moeten kiezen. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) noemt de wederkerigheid, wat een bedrijf naar Den Bosch brengt. Mevrouw Klerks (Volt) is het ermee eens dat het hele model moet worden gebruikt en niet een deel daarvan en ze vraagt of enkele punten binnen het model ook naast het model waardevol kunnen zijn. De heer Van Oijen (De Bossche Groenen) leest in de Economische Visie dat niet alles altijd en overal kan, dat keuzes moeten worden gemaakt en dat daarom prioriteit aan een aantal dimensies wordt gegeven.
Hij maakt hieruit op dat bepaalde punten afvallen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij de woorden van de heer Kagie. Hij ziet de brede Bossche welvaart, oftewel hoe de economie voor de Bosschenaren kan worden verbeterd, als een meetinstrument waarnaar moet worden gehandeld. Hij citeert 'de Economische Visie bepaalt de koers, inspireert en activeert, de visie volgt een stip op de horizon als paraplu boven de complementair aan bestaand beleid gericht op ruimte, 11
ondernemerschap, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor alle bedrijven en een onderscheidend Den Bosch' en leest hierin dat het gaat over de economie van Den Bosch terwijl het vanavond alleen gaat over sociale punten, het klimaat en andere transities. Als Den Bosch als stad wil meetellen, is het belangrijk hoe Nederland of Europa Den Bosch ziet, daarom moet worden gekeken naar waar Den Bosch naartoe wil en daarvoor is een startpunt nodig. Hij vindt dat de Economische Visie hoort te gaan over waarom het de moeite waard is om Den Bosch te bezoeken. De heer El Amraoui (D66) zegt dat de EU erg positief over windmolens is en hij vraagt wat gewoon ge-DREVEN hiervan vindt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat het nu niet over windmolens gaat. Hij vindt dat de Economische Visie moet gaan over het aantrekken van gezonde bedrijven, zodat de inwoners goed hun inkomen kunnen verdienen en tevreden zijn. Gewoon ge-DREVEN vindt toerisme het belangrijkste speerpunt omdat dit veel werkgelegenheid oplevert en daarnaast is het van belang vast te stellen waarom een bedrijf, bijvoorbeeld ook een Japans bedrijf, zich in Den Bosch wil vestigen. De heer Vossen (PvdA) is blij te horen dat gewoon ge-DREVEN voor de datastad is omdat nationale media al in 2019 aangaven dat een databedrijf naar Den Bosch moet komen. Hij vraagt of gewoon ge-DREVEN inderdaad voor de datastad is.
De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) is niet tegen de datastad, maar kiest wel voor één duidelijke Economische Visie waarin keuzes worden gemaakt. Hij ziet bij de brede Bossche welvaart ook veel punten en vraagt zich af of dit tot vooruitgang leidt. Mevrouw Klerks (Volt) concludeert dat gewoon ge-DREVEN in een Economische Visie vooral wil zien hoe de economie zich ontwikkelt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) wil in de Economische Visie lezen waarom iemand trots op Den Bosch kan zijn. Dat kan ook sport zijn, maar dat ontbreek in de visie terwijl er in Den Bosch hoog aangeschreven verenigingen zijn die in stand moeten blijven en die de beschikking over voorzieningen moeten hebben omdat een stad daardoor economisch meetelt. Mevrouw Klerks (Volt) hoorde de heer Pennings eerder zeggen dat sociale zaken niet in de Economische Visie horen en ze vraagt of hij nu zegt dat de Economische Visie breed moet worden gezien, inclusief de sociale pijlers. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) ziet de Economische Visie als een totaalplaatje, als de economie goed draait, hebben mensen het over het algemeen ook sociaal beter. De heer Romijn (PvdD) vindt dat een Japans bedrijf niet zijn eigen werknemers uit Japan moet meenemen en dat er een visie moet zijn op het werkkapitaal dat in Den Bosch aanwezig is.
De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) antwoordt dat de gemeente ervoor moet zorgen dat er genoeg aansprekende locaties voor bedrijven zijn, ook voor bedrijven van buiten Den Bosch. De heer Romijn (PvdD) bedoelde dat er oog moet zijn voor inwoners van Den Bosch die bepaalde capaciteiten hebben. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt het belangrijk dat er genoeg banen zijn omdat mensen tevreden zijn als ze werk hebben. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de heer Pennings de prioriteit bij economische groei legt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt economische groei de gemakkelijkste manier om meer welvaart te bereiken. Er zullen altijd mensen buiten de boot vallen en daarvoor zijn vangnetten nodig, maar dan is een Economische Visie niet genoeg, daarvoor zijn ander zaken nodig. Gewoon ge-DREVEN vindt toerisme het belangrijkste speerpunt, een dagje Den Bosch moet net zo normaal worden als bijvoorbeeld een dagje Maastricht of een dagje Nijmegen, en 12
daarvoor moet Den Bosch zich blijven vernieuwen en verbeteren. In Den Bosch zijn aansprekende locaties zoals de Brabanthallen, het Theater aan de Parade en het Autotron, maar het is ook belangrijk dat er meer evenementen naar Den Bosch komen. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of gewoon ge-DREVEN aan meer dan alleen aan toerisme denkt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt ook aan goede aansprekende locaties voor de bedrijvigheid, goede verbindingen, kantoren in plaats van blokkendozen, de klimaattransitie en aansprekende sport. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) vindt het belangrijk dat een Economische Visie voor de komende jaren wordt ontwikkeld. Bosch Belang staat voor een attractieve stad die samenwerkt met de regio, een veerkrachtige economische structuur, een ondernemersklimaat inclusief een ondernemersloket, huisvesting voor ondernemers, onderwijs, cultuur en de maakindustrie. Het is belangrijk om keuzes te maken die kunnen worden waargemaakt en als Den Bosch ergens de beste in wil zijn, moet ook duidelijk zijn hoe, bijvoorbeeld als theaterstad, handelsstad, studentenstad, toeristische stad of datastad. Het is ook mogelijk dat Den Bosch overal goed in is, maar de gemaakte keuzes moeten wel worden opgevolgd zodat er een duidelijke Economische Visie is waaraan de komende jaren de plannen kunnen worden opgehangen.
Het is een goed streven om de transities te versnellen en er moet voorzichtig worden omgegaan met doelstellingen die voor vertraging zorgen. Ten slotte geeft ze aan dat Bosch Belang structurele verbetering wil die rendement voor de langere termijn oplevert. Reactie college Wethouder Ralph Geers legt uit dat dat het college gezien de opgaven zoals stikstof, netcongestie, schaarse ruimte, vergrijzing en schaarse duurder wordende grondstoffen nu al een Economische Visie wil in plaats van pas in 2025. Hij wil de raad hierbij betrekken en hij hoorde vandaag al een betoog waarop Mao jaloers zou zijn tot de vraag of er genoeg over ondernemen op de website van de gemeente staat. De heer Van Hasselt (SP) wil niet worden geassocieerd met een dictator die genocide heeft gepleegd en vraagt aan de wethouder om zijn woorden terug te nemen. Wethouder Ralph Geers bedoelde het niet zo en betreurt het dat de heer Van Hasselt dit zo opvat. Hij refereerde aan de maakbaarheid van de samenleving en het afscheid nemen van gewoon geld verdienen omdat dit een heel ander wereldbeeld schept. De Bossche economie is vrij divers, er is de afgelopen jaren al gekeken naar welke sectoren sterk zijn en dat wordt ieder halfjaar in een SWOT-analyse in de economische monitor gepresenteerd.
De intentie is niet om andere focuspunten neer te leggen en hij is het met de VVD, gewoon ge-DREVEN en Leefbaar 's-Hertogenbosch eens dat het bij bestaanszekerheid niet alleen gaat om medewerkers en andere mensen in de samenleving, maar ook om ondernemers en dat betekent dat de basisfaciliteiten ruimte, opleidingen en bereikbaarheid van bedrijven op orde moeten zijn. Hij hoopt met de Economische Visie ook antwoord te geven op de vraag hoe met de creativiteit, het ondernemerschap en het risiconemend vermogen van ondernemers maatschappelijke vraagstukken verder kunnen worden gebracht en impact op de samenleving kan ontstaan. Niet alleen een start-up kan impact hebben, ook bijvoorbeeld een grote bierbrouwer die al in 2027 klimaatneutraal wil zijn, een bedrijf dat werkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een bedrijf dat mensen een tweede kans geeft, hebben impact en de vraag is nu hoe ondernemers die daarmee bezig zijn kunnen worden gestimuleerd. Voor iedereen moet de basis op orde zijn en daarnaast kan er een plus zijn voor bedrijven die het verschil maken. De focus ligt op data en Agrifood. De gemeente is zelf AgriFood Capital en dat is de aanjager voor innovatie zoals de eiwittransitie en verduurzaming in de Agrifoodketen.
Kennisinstellingen, ondernemers en de overheid proberen samen nieuwe innovatieve bedrijven die impact maken te starten en brede welvaart is een principe om ondernemers te stimuleren ergens mee te starten. Er kan niet direct op alles volledig worden ingezet en daarom tast het college af wat de raad erg belangrijk vindt. Hij zag een worsteling bij de commissie wat betreft vraag 5 over de instrumenten van de gemeente. Er zijn ambities, maar de maakbaarheid van de economie is vrij beperkt omdat de gemeente niet kan afdwingen welk bedrijf zich in Den Bosch vestigt of hoe iemand zijn bedrijf inricht. De gemeente gebruikt voor een deel regelgevende instrumenten en 13
vooral stimulerende en aanjagende instrumenten. Met de vandaag gegeven input kan hij het extern traject met ondernemers en partijen in de stad starten en ook daar informatie ophalen. Al deze beelden zullen in een raadsinformatiebrief worden gebundeld om daarna tot een visie te komen. Een visie is echter geen uitvoeringsprogramma, maar een stuk op hoofdlijnen dat een stip op de horizon zet. De heer Vossen (PvdA) vraagt wanneer de raadsinformatiebrief komt. De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft gevraagd hoe de wethouder over een ondernemersloket denkt. Wethouder Ralph Geers hoopt eind 2023 een raadsinformatiebrief naar de raad te kunnen sturen en de Economische Visie in het eerste halfjaar van 2024 vast te stellen. Hij dacht met zijn opmerking dat het niet om concrete maatregelen maar om met een visie gaat antwoord op de vraag over het ondernemersloket te hebben gegeven. Een van de hoofdkopjes op de gemeentelijke website is Ondernemen, er is een speciale ondernemerswebsite en er zijn accountmanagers die met de ondernemers schakelen en hij wil bij de uitvoering nadenken over een ondernemersloket. Tweede termijn De heer Van Hasselt (SP) vindt het teleurstellend dat de transitie naar duurzaamheid en democratisering van de economie wordt vergeleken met taferelen uit het Oostblok, onderdrukking en dictatuur.
Hij wil verder kijken dan naar de huidige neoliberale consensus waarmee een deel van de raad zijn kop in het zand wil steken en juist kijken naar waar de gewone Bosschenaar behoefte aan heeft. Het is jammer als dat wordt bestempeld als een dictatoriaal tafereel terwijl juist hij oproept tot meer democratie in de gemeenteraad. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wilde de stelling van de heer Van Hasselt niet ridiculiseren, hij vindt dat de raad wel wat ideologie kan gebruiken. De heer El Amraoui (D66) vraagt hoe studenten die een onderneming met impact wil starten worden gefaciliteerd en of de portefeuillehouder dit in het raadsvoorstel opneemt. Wethouder Ralph Geers bedoelde te zeggen dat hij geen invloed heeft op de eigendomsstructuur van een bedrijf. Momenteel bestaan er startersleningen voor ICT- en databedrijven en wordt gekeken hoe het ecosysteem van start-ups kan worden verbeterd en welke instrumenten daarvoor nodig zijn. Hij hoopt in de uitwerking van de visie ook de mogelijkheden voor starters op te nemen om die een extra boost te geven. De voorzitter schorst de vergadering. 3.
Discussienotitie Molenaarswoningen Duurzame Polder De voorzitter heropent de vergadering. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) licht toe dat een molenaarswoning een bedrijfswoning is die bij de windturbines hoort waarop de normen voor geluid en slagschaduw niet van toepassing zijn. Een burgerwoning is voor particuliere bewoning en daarvoor gelden andere normen. Gewoon ge-DREVEN wil in verband met de gezondheid van de bewoners niet dat woningen van tevoren bij aanwijzing molenaarswoningen worden, maar het college wil de deur op een kier houden. Iedereen moet erop kunnen rekenen dat het gemeentebestuur qua volksgezondheid het beste met hen voorheeft en Gewoon ge-DREVEN vraagt of er concessies aan de volksgezondheid moeten worden gedaan. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het klimaatprobleem geen links of rechts agendapunt maar een uitdaging die iedereen aangaat, het is geen lokale wedstrijd maar een nationale of zelfs internationale uitdaging waaraan lokaal een steentje moet worden bijgedragen met oog voor de kansen en uitdagingen van de inwoners van de gemeente. Leefbaar 's-Hertogenbosch is voor zon op dak en wind op zee. De huidige en toekomstige bewoners van de Rosmalense Polder moeten kunnen rekenen op een gemeentebestuur dat geen concessies doet aan gezondheid van de inwoners. Het klinkt plausibel om een 14
molenaarswoning niet te mogen verhuren, maar hij kent geen juridische grond om dit te kunnen tegenhouden. Als een woning eenmaal een molenaarswoning is, kan het aandeel in windmolenpark niet los gezien worden van die woning omdat de afstand en daarmee ook de overlast en bijbehorende risico's onderdeel van de woning zijn waarbij het gezamenlijke belang blijkbaar de overschrijding van de normen vergoelijkt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is het ermee eens dat een molenaarswoning een bedrijfswoning is. De eigenaar van zo'n woning kent de risico's, maar dat is iets anders als het gaat om een medewerker en het is ook de vraag of een molenaarswoning aan willekeurige derden mag worden verhuurd omdat er risico's zijn qua slagschaduw en geluidsbelasting. Een molenaarswoning hoeft niet aan de normen voor slagschaduw en geluid te voldoen omdat die woning is gekoppeld aan de bedrijfsvoering van het betreffende perceel en dat betekent dat zo'n woning alleen kan worden verhuurd aan een directe medewerker die de risico's kent. De Bossche Groenen is het helemaal eens met punt C, het gaat om een bedrijfswoning en hij wil kritisch kijken naar hoe dit in het bestemmingsplan voor de Rosmalense Polder staat omschreven en hoe het bestemmingsplan hierop wordt aangepast.
Mevrouw Klerks (Volt) proeft in de notitie de angst dat de bewoners van het gebied met windmolens instemmen vanwege de economische voordelen en Volt deelt deze zorgen niet, maar vindt wel dat overlast en grote impact mensen niet mag overkomen, dat de gemeente een rol in het beschermen van de inwoners heeft en dat ondernemers deze keuze wel weloverwogen kunnen maken. Ze citeert uit een door de initiatiefnemers aangehaald artikel dat dit ondersteunt: 'tegelijkertijd lijkt in gevallen waarin de eigenaar van de woning ook de initiatiefnemer en de grondeigenaar van het windpark is en er bovendien zelf ook woont een woning in de sfeer van de inrichting nog steeds verdedigbaar, zeker nu in het kader van het Klimaatakkoord lokaal eigendom van decentrale duurzame energieproductie een belangrijk onderdeel wordt'. Ze is het eens met punt B in de bespreeknotitie, als dat juridisch afdwingbaar is, moet een molenaarswoning primair door eigenaren worden bewoond omdat deze woningen zijn gekoppeld aan de bedrijfsvoering, de daaruit voortvloeiende risico's zijn dan voor de bedrijfsvoerder zelf en kunnen niet worden afgewimpeld op onderhuurders. Ze volgt de redenering van de indieners bij punt C. Juist bij een ingrijpende verandering van de omgeving is een omgevingsdialoog en samenwerking met de omwonenden cruciaal.
Volt is voorstander van gegarandeerde lusten als er ook lasten zijn en ze vindt dat bewoners prima kunnen aangeven of ze vinden dat de lasten tegen de lusten opwegen. Het verbieden van molenaarswoningen vanwege de gezondheidsrisico's kan een verkeerd precedent scheppen voor bijvoorbeeld boerderijen. Volt is daarom niet voor het op voorhand verbieden van molenaarswoningen, maar het bedrijfsrisico moet wel voor de eigenaren en dus voor de bewoners zijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt dat te allen tijde sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat de toekomstige bewoners erop moeten kunnen rekenen dat er geen concessies worden gedaan. Er moet ook een match zijn met de verdere planvorming in Duurzame Polder en de bewoners moeten goed worden meegenomen zodat zij een goed beeld hebben van waar zij wel of niet mee instemmen. De woningen zijn gekoppeld aan bedrijven en daarom zijn de wettelijke normen niet van toepassing en is overlast mogelijk wat zou betekenen dat verhuur juridisch niet mogelijk is. Ze wil de bewoners expliciet in de plannen meenemen zodat ze een goed beeld van de lusten en de lasten van mede-eigenaarschap hebben. De heer Ploegmakers (CDA) vindt gezondheid het allerbelangrijkste.
Deze discussienotitie heeft een hoog 'als dan'-gehalte omdat nog niet bekend is hoe het zit met het eigenaarschap, hoe de polder wordt ingericht et cetera en hij wil de ontwikkelingen afwachten. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) heeft moeite met de strekking van de discussienotitie omdat het lijkt alsof geen rekening met de gezondheid van de bewoners wordt gehouden. Rosmalens Belang vindt dat de gezondheid van de bewoners moet worden gewaarborgd en hij is daarom blij dat alles, ook de gezondheid, grondig wordt onderzocht. Als de verhuurder de potentiële huurder duidelijk maakt wat de omstandigheden in een molenaarswoning zijn, heeft hij geen bezwaar tegen verhuren. Als dat juridisch mogelijk is, hoeft het aandeel in het windpark niet mee te worden verkocht. Hij conformeert zich aan de huidige kaders omdat de gezondheid hierin nadrukkelijk aan de orde komt.
15
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt dat de heer Kouwenberg voorbijgaat aan de gezondheidsrisico's als hij vindt dat een woning los van de bedrijfsvoering kan worden verkocht omdat de kans groot is dat zo'n woning binnen 1000 meter van een windmolen staat. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is niet juridisch onderlegd, maar denkt dat mensen in de basis verantwoordelijk zijn voor de risico's die ze zelf nemen. Hij vindt wel dat iemand die daar werkt tegen de risico's moet worden beschermd. De heer Van Hasselt (SP) deelt de zorgen over de gezondheid, hij vindt dat gezondheid altijd voorop moet staan, ook voor het draagvlak voor de windmolens. De SP vindt dat energie een publieke dienst zou moeten zijn, maar is het in de huidige situatie met gewoon ge-DREVEN eens dat doorverkopen van aandelen aan de woning gekoppeld moet blijven omdat het vreemd is als iemand een aandeel meeneemt als hij niet meer bij het project betrokken is. Mevrouw Welten (VVD) ziet ook een erg hoog 'als dan'-gehalte. Er is juridisch veel onbekend en daarom vindt ze het niet zinvol om de vragen te beantwoorden. De heer Vossen (PvdA) heeft een jurist uit zijn fractie naar de gespreksnotitie laten kijken.