2023-09-04 Commissie Bedrijvigheid vastgesteld
Tekst van het document
15
geanalyseerd worden om ook uiteindelijk de impact te realiseren die raad en stad hopen te behalen. Waar data oplossingen kunnen bieden scheppen data ook afstand want niet alle inwoners beschikken over de juiste vaardigheden. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of GroenLinks het ermee eens dat het waardevol is als binnen die pijler over de innovatieve dataeconomie meer scherpte op de thema's wordt aangebracht en daarop meer gestuurd wordt? Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) kan zich hierin vinden. Ze ziet de eerste kaders als een lijn van de keuzes die worden gemaakt van op welke onderwerpen nog verder uitwerking kan plaatsvinden. Het is van belang dat de onderwerpen meer in detail uitgewerkt worden en dat deze onderwerpen, dus ook duurzaamheid, daar een belangrijk onderdeel van zijn. Data kunnen ook een afstand scheppen omdat niet alle inwoners dan kunnen meedoen. Waar mogelijkheden oneindig lijken blijft het belangrijk oog te houden voor de mensen die meer ondersteuning nodig hebben om mee te komen. Data worden een fundamenteel onderdeel van de dienstverlening. Zonder steun verzwakt de rechtspositie van deze inwoners. Een voorbeeld is de Omgevingswet waarbij het DSO, Digitaal Stelsel Omgevingswet, de verzamelplaats wordt voor alle wet- en regelgeving. Data staan daar centraal en zijn ook essentieel voor de inwoners.
Als je niet vaardig bent met het systeem kun je jezelf niet weren of verdedigen bij vergunningaanvragen in de directe omgeving. GroenLinks is blij met een datavaardige stad die onderdeel is van de programmalijn. Aangezien GroenLinks het heel belangrijk vindt dat iedereen mee mag en kan doen. Waar van burgers iets wordt verwacht moet de gemeente ook kritisch naar zichzelf kijken. Hoe worden de data gebruikt? GroenLinks heeft samen met andere raadspartijen zich hard gemaakt voor ethisch datagebruik naar aanleiding van een rapport van de Rekenkamercommissie. Ze is blij dat naast geschetste kansen ook bewust en verantwoord gebruik van data een prominente rol krijgt in kaders. GroenLinks staat positief tegenover de kaders en hoopt spoedig op een verdere uitwerking. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) denkt dat het goed is dat er kaders komen over hoe Den Bosch zich uiteindelijk blijft profileren als datastad. Daadwerkelijk profileren en het zijn is een verschil. Recent is gelezen, hij refereert ook naar de JADS, dat de aanmeldingen tegenvielen en dat er slecht geconcurreerd kon worden met Tilburg en Eindhoven. Hij hoort graag van de wethouder wat het stellen van deze kaders kan bijdragen tot het voorkomen van een dergelijke situatie bij toekomstige projecten of initiatieven. Verder is hij enthousiast over de programmalijn en het verantwoord en veilig gebruiken van data.
Bovendien zorgt de aangenomen motie open data ervoor dat de data open gebruikt kunnen worden en bedrijven en instellingen elkaar kunnen versterken. De heer Ploegmakers (CDA) ziet dat de samenleving in een sneltreinvaart verandert door data en digitale ontwikkelingen en wordt er dagelijks mee geconfronteerd. Den Bosch is geen eilandje maar onderdeel van een grote gemeenschap. Hij ziet veranderingen in Nederland, Europa, maar ook wereldwijd. Ontwikkelingen van vandaag, maar ook van morgen en op de lange termijn. Het is goed om daar als gemeente nu op te anticiperen en over na te denken. Hoe wil de gemeente zich onderscheiden? Welke innovaties wil de gemeente toepassen? En waar dient prioriteit aan te worden gegeven? Of, zoals het college zelf stelt, wat zijn de speerpunten? Hij heeft al collega's suggesties horen geven aan het college. Het CDA kan zich vinden in de vier programmalijnen en verwacht participatie vanuit de raad, in de strategische werkgroep, te worden geïnformeerd en regelmatig te worden meegenomen in de ontwikkelingen. Het CDA maakt van Den Bosch geen datastad zonder participatie van onderwijs, bewoners, maatschappelijke instellingen, bedrijfsleven en de gemeentelijke organisatie. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat iedereen kan blijven meedoen in onze datastad en met name ook de ouderen? In het voorstel staat dat het budget van € 750.000 voldoende is.
Hierover heeft de CDA-fractie nog wel enkele vragen. Hoe wordt de raad in de toekomst geïnformeerd over de besteding? Komen er evaluatiemomenten en zo ja, wanneer? Kortom, hoe kunnen we als raad de vinger aan de pols houden. In de datastad heeft de Data Week een belangrijke plaats. Hoe gaat de gemeente daarmee verder? Dit jaar hebben slechts 800 mensen deelgenomen aan de Data Week en er is meer dan € 300.000 geïnvesteerd. Wat zijn de doelen die vooraf hierover zijn gesteld? Zijn deze doelen bereikt? Komt er een evaluatie naar de raad toe? Hoe gaat men in de toekomst verder met de Data Week? Als je de Data Week ziet als een van de pijlers, dan is het toch wel belangrijk dat daar meer mensen bij worden betrokken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat de heer Ploegmakers vraagt of er evaluatiemomenten komen. Waar wil het CDA dan op evalueren met de wethouder?
16
De heer Ploegmakers (CDA) gaat uit van een aantal doelstellingen. Evalueren is de vraag of je die doelstellingen hebt bereikt. Zijn de doelstellingen bekend? Zo ja, dan kan dat getoetst worden. Als het zo gaat dan is het in balans, de doelstellingen versus de toets. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de heer Ploegmakers deze doelstellingen meetbaar terugziet in de kaders. De heer Ploegmakers (CDA) gaat nu uit van kaders en vragen aan aantal zaken nog een nadere uitwerking. Die zullen zeker komen. Hij hoort graag van de wethouder hoe hij naar de doelstelling en de evaluatie kijkt. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort de heer Ploegmakers vragen naar de doelstellingen van de Data Week 2023. Als de doelstellingen van de Data Week niet zijn behaald, staat daarmee de Data Week 2024 voor het CDA ter discussie? De heer Ploegmakers (CDA) heeft de vraag zo concreet niet gesteld. Op dit moment heeft de Data Week 800 bezoekers getrokken. Hij wil kijken hoe dat in de toekomst verbreed kan worden en de middelen goed ingezet kunnen worden. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt zich af of het CDA de Data Week niet als doel ziet maar als middel. De heer Ploegmakers (CDA) ziet de Data Week als onderdeel van de datastad en wil dat er zoveel mogelijk bewoners bij betrokken worden en zijn. Ook instellingen wil hij meenemen.
De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vraagt de heer Ploegmakers voorbeelden van projecten kan noemen die gelieerd zijn aan de datastad waardoor de burger kan herkennen wat het betekent om een datastad te zijn. De heer Ploegmakers (CDA) meent dat de heer Gersjes vraagt hoe de Bosschenaren de datastad ervaren. Hij denkt dat het voor heel veel Bosschenaren nog een redelijk abstract begrip is en dat juist door kaders te kiezen en te focussen op het verbreden van een aantal zaken er een groter draagvlak ontstaat. Je kunt er niet omheen. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) hoort dat het heel abstract is wat de inwoners vinden van de datastad. Hij vindt het jammer dat het CDA geen voorbeelden kan noemen. Het zou juist mooi zijn om die bewoners meer te betrekken bij zaken die voortvloeien uit die kaderstelling. De heer Ploegmakers (CDA) stelt dat de heer Gersjes sterk in de uitvoering zit. Het gaat nu over het vaststellen van kaders waarvan hij hoopt dat de wethouder in zijn beantwoording een aantal tipjes van de sluier wil oplichten. Hij vraagt om evaluatiemomenten hoe je zaken kunt toetsen. De heer Esser (PVV) brengt in herinnering dat het in 2019 een mooie ambitie was om datastad van Nederland te worden. Hij heeft technische vragen gesteld en nog geen antwoorden gehad.
Hoe ziet het college JADS nog? Is het college over dat project nog enthousiast? Hij is geen fan van kunstmatige intelligentie. Als je een ander iets laat doen voor jou, is er gebrek aan kwaliteit. Hij is metaalarbeider en werkt als specialist in fabrieken. Als een baas bij hem komt met een product, dan moet hij zelf met de mensen die er werken uitvinden hoe dit product zo snel en zo goedkoop mogelijk maken. Dat heeft niets met kennis te maken maar met specialisme. Je ziet ook bij de toeslagenaffaire in Nederland dat Nederland van een specialistensamenleving naar een kenniseconomie, een dataeconomie is gegaan. Daar gaat het fout. Het specialisme verdwijnt uit de samenleving. Daar ligt het probleem in Nederland, daar moet iets aan gebeuren. Hij wil van het college weten hoe het de JADS ziet. Hoe enthousiast is het college? De heer Peters (PvdA) valt het op dat als je met mensen buiten Den Bosch spreekt de rijke geschiedenis snel ter sprake komt. Sint-Jan, Jeroen Bosch, de historische binnenstad. Aan de Bosschenaren de taak om dat rijke verleden te koesteren, maar vooral ook om te richten op een rijke toekomst. Daarom is het goed om met de profilering als datastad ook het vizier op die toekomst te richten. Maar welke datastad wil Den Bosch zijn? Het is belangrijk om te begrijpen dat data een middel zijn en geen doel op zich.
Data kunnen worden ingezet om intelligente oplossingen te
17
vinden voor grote maatschappelijke uitdagingen. Zo werd met Bossche Data Driven AgriFood Future Alliance, op basis van data onderzocht hoe de voedselproductieketen een stuk duurzamer gemaakt kan worden. Maar data kunnen ook worden gebruikt voor economische doeleinden, zoals verbeterd adverteren of het vergroten van de rendementen van bedrijven. Hoe wil je dat in Den Bosch data worden gebruikt? De PvdA verkiest daarin een maatschappelijke datastad boven een puur economische datastad. Hoe mooi is het als Den Bosch de stad wordt waar maatschappelijke problemen van nu en morgen worden aangepakt met behulp van data. Een stad waarin data worden gebruikt voor het goede en niet alleen voor het geld. Hij is blij dat deze focus op maatschappelijke opgaven veelvuldig terugkomt in de kaders van Den Bosch datastad. De PvdA is benieuwd hoe het college de balans wil behouden tussen de maatschappelijke databedrijven en de meer economisch georiënteerde databedrijven. Hij ziet dat het grote geld vaak eerder bij de tweede categorie thuishoort.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of het benoemen van de dataoplossingen met een maatschappelijke impact om de maatschappelijke problemen te lijf te gaan iets is dat voorligt en hier op papier als ambitie wordt beschreven of is de PvdA net zo enthousiast als de heer El Amraoui en van mening dat dat al volop wordt gedaan? De heer Peters (PvdA) bevestigt dat. Er worden kaders gesteld en er wordt al langer gewerkt aan het project Datastad en er gebeuren al veel mooie dingen. Maar de fractie denkt dat het goed is om er nog meer op in te zetten als gevraagd wordt hoe de datastad zich verder zou moeten ontwikkelen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de PvdA concreet kan zijn. De heer Peters (PvdA) vraagt straks aan de wethouder hoe hij de balans ziet en komt met een voorstel. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) hoort een worsteling. De maatschappelijke, sociale oplossingen zijn belangrijk en daar moet ruimte voor zijn. Maar de afkadering is er niet echt en dan is er een risico dat commerciële bedrijven die ruimte gaan innemen om geld te verdienen. Dat is zonde. In de kaders staat niet echt de voorwaarde daarvoor meegenomen. Kan ze bij de PvdA draagvlak vinden om het risico in te perken? Juist om te zorgen dat gedaan kan worden wat belangrijk is en er meer op gestuurd kan worden.
De heer Peters (PvdA) vindt het logisch dat in de kaders echt wordt gezegd data in te zetten voor maatschappelijke doeleinden. Hij is benieuwd wat de wethouder straks gaat zeggen om het concreet te bereiken. Hij wil daar zeker over meedenken. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt zich af als de kaders gesteld worden die voorwaarden daarin moeten zijn opgenomen, met die afkadering. Hier worden de kaders gesteld. Dan moet het hierin toch zijn opgenomen? De heer Peters (PvdA) vindt het logisch dat in de kaders niet gelijk gezet wordt hoe de hoofdlijnen bereikt kunnen worden. Dat is een aparte stap. Maar hij is het ermee eens dat er wel duidelijke maatregelen moeten komen om er echt voor te zorgen dat het binnen de gestelde kaders blijft. Het is zonde als de belangrijke maatschappelijke databedrijven slechts een marginaal onderdeel vormen van de datastad. Wat de PvdA betreft moeten deze maatschappelijke databedrijven juist vooropstaan, bedrijven zoals het Bossche Argaleo, dat data koppelt aan een digitale kopie van een stad en daarmee helpt met het verbeteren van de leefbaarheid, veiligheid en mobiliteit. Is het niet een idee om dit soort bedrijven voorrang te geven om zich te vestigen op bijvoorbeeld het EKPterrein dat nu ontwikkeld wordt? Hoe kijkt het college hier naar? Als data het nieuwe goud zijn, dan zijn dataspecialisten de nieuwe goudmijners.
Een erg gewilde beroepsgroep die in Den Bosch goed is vertegenwoordigd. Eén op de zestien Bosschenaren werkt al in de data. Dat aantal zal de komende jaren ongetwijfeld stijgen. Want zowel op JADS als zeker ook op hbo en mbo worden de datatalenten van de toekomst opgeleid. De heer Van Hasselt (SP) vraagt wat de gewone Bosschenaar eraan heeft. Worden er alleen maar banen voor expats gecreëerd? Er is al een groot tekort aan werkende mensen in Nederland.
18
De heer Peters (PvdA) vindt dat niet. Daarom wil hij de nadruk vestigen op hbo en mbo die ook met data bezig zijn en waar juist heel veel Bossche jongeren tussen zitten en zich niet alleen blindstaren op JADS. Met dat opzicht is hij voor de Bosschenaren bezig. En als ook ingezet wordt op de maatschappelijke opgaven, zorgt het dat het voor alle Bosschenaren een betere plek wordt. De heer Van Hasselt (SP) wil zich richten op mbo, hbo en niet per se op data, dus juist het ondersteunen van mbo'ers en niet de hele tijd zich blindstaren op data. De heer Peters (PvdA) geeft aan dat het hier gaat over de datakaders. Hij denkt dat het goed is voor een stad die zich ook op de toekomst wil richten de ambitie als datastad te omarmen. Juist om de samenwerking breder binnen de regio te zoeken, waar al zoveel gebeurt met innovatie en data. De heer Van Hasselt (SP) vraagt hoe Den Bosch zich als datastad onderscheidt. De heer Peters (PvdA) stelt voor juist in te zetten als maatschappelijke datastad en echt te richten op de maatschappelijke problemen. Daar ligt een kans voor Den Bosch om zich te onderscheiden. Hoe zorg je ervoor dat een groot deel van de jongeren die studeren en met data bezig zijn uiteindelijk ook kiest voor een baan met maatschappelijke impact.
Het zou zonde zijn als zoveel talent vooral bezig is met verhogen van de kliks op advertenties in plaats van bijvoorbeeld het verbeteren van de ouderenzorg. Al met al kan de PvdA de kaders Den Bosch Datastad onderschrijven en zet graag in op Den Bosch als maatschappelijke datastad. Hij merkt dat om dit ook daadwerkelijk te bereiken maatschappelijke databedrijven, start-ups en initiatieven nog een extra steun in de rug kunnen gebruiken. Zeker omdat er op dit gebied sprake is van een ongelijk speelveld. Hij is benieuwd hoe het college hier tegenaan kijkt. Hopelijk kan zo over een paar jaar niet alleen worden gesproken over de rijke historie maar ook over de rijke toekomst die in deze maatschappelijke datastad wordt vormgegeven. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de mogelijkheden van data ongekend zijn. Dat is gelijk het grote probleem waar nu over wordt gesproken. Wat moet je als gemeente met die data doen? Wat moet je bewaren? Wat moet je opslaan? Waarmee kun je vooruitgang boeken? Daar zit de kern van dit verhaal. Je moet als gemeente nadenken. Faciliteiten als onderwijs zijn goed. Onderwijs heeft altijd geld gekost. Je moet wel de doelstelling hebben dat het reëel moet blijven. Als hier een onderwijsinstelling is die echt tegenover de rest in het niet valt en alleen maar geld kost, dan is die weg niet goed.
Zijn er duidelijke successen zichtbaar? Successen kosten tijd. Dat is niet binnen vijf jaar te zien en dat is het probleem want over vijf jaar zitten er weer nieuwe mensen met nieuwe ideeën. Maar onderwijs kan nooit op korte termijn gemeten worden. Hij denkt dat Den Bosch als datastad wel een goede weg inslaat. Waalwijk is logistiek sterk. In Den Bosch gebeurt veel met data, dan gaan toch mensen die beginnen of al een tijdje bezig zijn overwegen zich in Den Bosch te vestigen. Daar zit de ruimte. Dus als gemeente dien je te faciliteren dat die ruimte er is en dat er kantoorgebouwen zijn, dat er ruimte is om data te kunnen laten groeien. Dan de opslag. Wat gaat de gemeente met data doen? Daar moet de gemeente voorzichtig in zijn. Data zijn zeer publiek gericht. Je kunt alles van een persoon te weten komen. Het is gevaarlijk als je als ambtenaar op een knop kunt drukken en al die gegevens van een persoon kunt zien. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort Den Bosch Datastad en dat het goed is om daarom bekend te staan. Maar vindt de heer Pennings niet dat het specifieker mag dan alleen met data? De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er duidelijke keuzes gemaakt moeten worden. Waar ga je je op richten? Data is algemeen, daar is het eind zoek.
Gaat de gemeente zich meer op food of op andere zaken richten? De gemeente kan beter sterk zijn op een paar punten dan alles proberen en niets overhouden. Wat doe je als gemeente met data? Het is belangrijk om het voor inwoners eenvoudig te maken om data te gebruiken. Alles kan, maar maak het makkelijk en dat is de taak van de gemeente, de mensen die eigenlijk niet zo vaardig zijn om toch veel te kunnen laten bereiken. Eigen datagebruik lijkt hem een hoofdtaak voor de gemeente. De rest is economisch en dat is meer het faciliteren van mogelijkheden voor anderen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat er ambities genoeg zijn. Een datavaardige stad, slimme oplossingen voor de samenleving, innovatieve dataeconomie, een datawijze overheid. Maar waar wordt op gebaseerd dat Den Bosch deze positie naar zich toetrekt. Is het niet meer dan een marketingtekst zodat andere mensen zich hier komen vestigen? Want is er een significant aantal ICT-banen dat groeit? Ja. Er is een x-aantal ICT-banen, één op de zestien is
19
serieus. Maar de vraag is of dit een resultante is of is dit ondanks? Je zit in een regio en staat naast Eindhoven en dan heb je te maken met mensen die in ICT werken. Is dat ondanks of dankzij wat er in Den Bosch allemaal wordt gedaan? Is de centrale ligging een voorbeeld van een reden om een datastad te beginnen? Kan Den Bosch dan niet ook gewoon houtstad of kaasstad worden? De centrale ligging zegt hem niet zoveel. € 750.000,00 structureel per jaar aan belastinggeld is veel geld. Dat kan niet zo maar vrijblijvend worden uitgegeven. Waar staan de harde doelen waarop dit project wordt afgerekend, de KPI's. Wanneer kan gezegd worden dat een project is geslaagd? De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort de heer Kagie zich afvragen waarom Den Bosch datastad is en geen kaasstad of houtstad is. Waarom zou Den Bosch datastad zijn? Zit dat in het DNA? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt van niet. Dat is ook de vraag die hij hardop stelt. Het voelt voor hem wat kunstmatig. Dat is in lijn met het onderwerp, maar het voelt voor hem wat kunstmatig dat deze broek wordt aangetrokken. Hij ziet niet per se een voorbeeld waarvan hij denkt: dat is nu precies de reden dat Den Bosch datastad is. De ontwikkeling is ook zichtbaar in ander steden. In Enschede/Almelo zijn ongeveer dezelfde ontwikkelingen gaande.
Toonaangevende datastad? Misschien moet er wel gewoon staan dat Den Bosch moet bijbenen, dat gezorgd moeten worden dat de basisfaciliteiten op orde zijn zodat mensen zich kunnen ontwikkelen, dat mensen zich hier kunnen vestigen en misschien wel aan de slag kunnen bij ASML in Eindhoven. Er moet niet overdreven worden in de positie die Den Bosch naar zich toetrekt. Nota bene is de heer El Amraoui nodig voor de open data. Er komt een dashboard voor woningen, dat duurt twee jaar. Hij ziet verder geen tools in dit huis die hem een doorkijk geven in allerlei sociale problematiek. Eenzaamheid, ouderenzorg. Als daar ChatGPT voor gebruikt wordt, krijgt hij er zo tien dingen uit. Dat gebeurt hier niet. Doet Den Bosch dat? Kerkdriel kan dat wat hem betreft ook doen. Hij heeft het gevoel alsof de gemeente naast de Johan Cruijff Arena een veldje begint en zegt we gaan ook een club beginnen en hopen dat de spelers naar ons toe komen. Dat gaat niet gebeuren. Laat de gemeente de woonstad zijn die bij Den Bosch hoort. Zorg dat de basisfaciliteiten op orde zijn en dat binnen het gemeentehuis de tools zijn om eenzaamheid, ouderenproblematiek, allerlei zaken die moeilijk te doorgronden zijn, beter te doorgronden. Dan doet de gemeente voldoende.
Hij is bang dat er € 750.000 structureel in gepompt zal worden en dat aan het einde van de rit, als dat infuus eraf getrokken wordt, er geen duurzame baan en geen duurzame oplossingen overblijven. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort woonstad. Is het geen idee om aansluiting te zoeken bij de dingen die Den Bosch wel is. Woonstad, data en wonen? Om daar het geld voor in te zetten en dat als speerpunt te nemen? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) pakt misschien zijn rol ook wel wat scherp, maar hij is het eens met de VVD. Bij bepaalde dingen moet je gewoon aanhaken. Je moet gewoon zorgen dat je investeert in oplossingen, om sociale problemen en de uitdagingen die daarbij horen beter op te lossen. De vraag is: past daar deze schil bij? Past daar de toonaangevende Datastad bij en de investering die daarbij hoort? Is niet een veel kleinere investering in je onderwijs of de connectie met de regio al afdoende om te zorgen dat je meelift. Hij noemt Eindhoven, maar de oplossingen die hierbij komen kijken zijn mondialer. Hij heeft niet de illusie dat, zelfs niet met dit grote bedrag, de aangedragen oplossingen zoden aan de dijk zetten. De heer Esser (PVV) heeft het idee dat er straks een leegloop is bij Ajax. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) noemt het een goed veldje.
De heer El Amraoui (D66) stelt dat Leefbaar 's-Hertogenbosch zich druk maakt om de € 750.000 die hier structureel voor is uitgetrokken. Nu is van JADS bekend dat in een samenwerking met grote corporaties € 2,5 miljoen is geïnvesteerd in allerlei labs die ze voeren. Dat zijn commerciële clubs die in het onderwijs investeren. Hoe ziet Leefbaar 's-Hertogenbosch dat? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het moeilijk om de heer El Amraoui tegen te spreken, want hij heeft er heel veel kennis van, maar op het moment dat de brug wordt geslagen met het bedrijfsleven, dan juicht hij dat toe. Dan zou uiteindelijk ook, dat is precies waar hij op doelt in de doelen, met elkaar worden beschreven wanneer het doel is bereikt. Het bedrijfsleven heeft dan zijn rol al gepakt en de oplossingen komen uit samenwerking en het heeft echte banen
20
opgeleverd en geen Melkertbanen. Dan gaat het ergens over. Natuurlijk is de samenwerking belangrijk, maar dan wil hij de bewijsvoering van duurzame oplossingen vanuit die hoek eerst zien, dan geloven. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) begrijpt dat Leefbaar 's-Hertogenbosch Den Bosch als Datastad ter discussie stelt. Maar kijkend naar de werkelijkheid nu en het voorliggende voorstel, de € 750.000 is al gereserveerd, die mag niet lukraak ergens terechtkomen. Dat in het oog hebbende, zijn die kaders dan toch wel helpend? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) antwoordt dat er weinig mis is met de kaders. Het leest als een gedegen profielwerkstuk waar echt wel een zeven voor gegeven wordt. Alleen tegelijkertijd kijkt hij naar een papieren realiteit. Voor wat betreft alle mooie termen: social goods en allerlei zaken die worden bereikt vindt hij: eerst zien, dan geloven. Het komt bij hem voornamelijk over als een papieren kader waaruit blijkt dat Den Bosch al jaren met de Datastad bezig is, maar hij geeft de heer Van Hasselt gelijk, hij heeft er nog weinig van gezien. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) begrijpt de opmerking over de papieren werkelijkheid. Dat is het deels nu nog, maar zodra de uitwerking en de projecten komen, want dat is dit nu nog niet, dan is hij er voor dat de KPI's dat kunnen meten. Dan moet men er scherp op zijn.
Ziet Leefbaar 's-Hertogenbosch het wel deels als goede start? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vertelt dat het geconditioneerde scepsis is. Er zijn eerdere projecten aangegaan. Cultuur is niet helemaal zijn tak, maar als hij mensen vanuit de cultuurtak vraagt naar de Cultuurstad van het Zuiden worden ook de schouders opgehaald. Hij wil voorkomen dat er hier een papieren façade wordt gebouwd waar heel veel subsidiegeld in gaat en letterlijk Melkertbanen overeind worden gehouden. Als het wordt gestopt, valt het allemaal weg, geen wethouder die er verantwoordelijkheid voor neemt. Dat is het enige dat hij wil voorkomen. Dat hier in deze kaders de doelstellingen nog niet staan is oké, maar hij wil die wel afdwingen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er wel al tekenen zijn dat Datastad begint te werken. ASML heeft 5.000 m² gehuurd in het Essentgebouw. Dat is toch een groot bedrijf, is op Eindhoven gericht en wil zich toch hier vestigen omdat het dicht bij het station is, goed bereikbaar en er daar weinig mensen te vinden zijn en daardoor kiezen voor Den Bosch omdat hier ook opleidingen en mensen zitten. Er zijn nu wel aantoonbare feiten die er beginnen te komen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat het aantoont dat je vooral niets moet doen en een fijne woonstad moet zijn, dan komt het vanzelf op je af.
De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) stelt dat door de faciliteiten te creëren de mensen wel komen. Er kan beter worden gekozen voor één onderwerp. Den Bosch kiest voor data. Hij vraagt zich af wat een andere keuze zou kunnen zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het ermee eens. Dit is wel een voorbeeld. Dan komt hij weer bij 'dankzij' en 'ondanks'. Het is naar je toegekomen. Al deze papieren plannen zijn nog nauwelijks tot uitvoering gekomen en dit is wel gebeurd. Als je de basis op orde hebt, net als in de economische visie, net als in de kantorenvisie, dan komen ook deze dingen op je af. Zeker in deze regio, zo dichtbij Eindhoven. Hij vraagt zich dan af of er nog een extra stap nodig is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt kijkend naar het vorige onderwerp met de oplossing voor de lift, dan kon het niet degelijk genoeg. Concreet, in beton en met veel asfalt. Dan kijk je naar een interdisciplinair onderwerp, onderzoeksveld, zoals data science eigenlijk is, het proberen inzicht te onttrekken uit gestructureerde of ongestructureerde data. Dan wordt in één keer losgegaan. Hij snapt dat er een aantal enthousiastelingen zijn die daar helemaal wild van worden en dat er in de stad een aantal studenten is waar de stad trots op mag zijn, die toch nog chocola kunnen maken uit die wirwar van tools, dat is goed.
Maar driven by data blijft hij toch zoeken naar die helderheid op het gebied van dit onderwerp. Hij kijkt naar de VVD, het is voor de fractie van De Bossche Groenen eigenlijk ook niet concreet genoeg. Hij vindt het jammer dat de termen data en ICT door elkaar worden gehaald. Want een datavaardige stad? Het is een ICT-vaardige stad. En ontwikkeling van data en digitale vaardigheden voor de inwoners? Nee, het is gewoon ontwikkeling van digitale vaardigheden voor de inwoners. Zo kan hij nog wel even doorgaan met de speerpunten. Dataoplossingen? Nee, technische- of ICT-oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.
21
Een dataoplossing voor een maatschappelijk vraagstuk is er niet. Je kunt data gebruiken om te zoeken naar oplossingen. Daar heeft hij nogal wat commentaar op. Hij kijkt naar de SP. De SP twijfelt openlijk aan hoelang het samenwerkingsproject JADS nog wordt voortgezet op het aantal studenten om überhaupt over een levensvatbare, opzichzelfstaande opleiding te kunnen spreken. Misschien dat de wethouder daar iets over kan toelichten. Hoe gaat het met JADS en is er al iets over de toekomst te zeggen? Als hij kijkt naar wat hier voorbijkomt, met de twijfel aan de JADS en de tienduizenden banen in de datatechniek, dat is met name ICT. Maar kijkend naar de kantorenvisie zou het niet driven by data moeten zijn maar driven by zakelijke dienstverlening, want aanmerkelijk veel meer meters zijn gekoppeld aan die dienstverlening. Of driven by energie en onderwijs? Ook meer meters in die sectoren dan bij data of ICT. Wellicht moet daar naar gekeken worden, de focus op de energie, wat erin wordt gestopt, de impuls voor kleine innovatieve bedrijven die bezig zijn met die energietransitie, want daar gaat het uiteindelijk om, om meer daar naar toe te verschuiven. Er moet worden bespaard, dat is ook een belangrijke opgave. Het is bekend wat een datacenter verbruikt. Een query op de database van Google, 0,2 gram CO2-uitstoot per query. Tel dat bij elkaar op.
Laat het Programma Datastad echt richten op de maatschappelijke impact en laten we die focus, met de structurele € 750.000 op innovatieve duurzaamheid en veiligheid, ook als het gaat om data, richting Rosmalens Belang, daar aan besteden. Dan kunnen zo een IoT-lab voor de Leefbare stad en Sociaal Lab best ondersteunend blijven. Hij denkt dat de verschuiving gemaakt moet worden Mevrouw Hernández (50PLUS) moet bij dit soort stukken denken aan voor wie dit wordt gedaan. Voor onszelf? Voor de stad? Voor de inwoners? In het geval van Den Bosch Datastad is het voor haar duidelijk. Dit wordt voor de buitenwereld gedaan. Dit wordt niet gedaan voor de inwoners. Dat zit haar dwars. Ze heeft verschillende standpunten gehoord. De collega van de SP heeft heel duidelijk aangegeven dat de universiteiten van Tilburg en Eindhoven vergelijkbare studies bieden. Dat is voor haar voldoende om de € 750.000 voor Datastad niet uit te geven. Met betrekking tot de kaders is ze het eens dat het onderscheidend moet zijn. Er moet gefocust worden. Op dit moment worden de data gebruikt, ook als volksvertegenwoordigers, om beslissingen te nemen, om zich te kunnen richten en te kunnen aansturen. Zij vraagt of dat niet voldoende is. Waarom moet Den Bosch altijd het beste jongetje van de klas zijn? Nijmegen, Tilburg en Eindhoven gaan Den Bosch voor. Dat Den Bosch ambities moet hebben, daar is ze het mee eens.
Maar op dit moment is het voor 50PLUS te abstract. Ze heeft niets tastbaars kunnen zien. 50PLUS wil dat iedereen mee kan doen, dat is belangrijk. Ze praat namens meer dan 30.000 inwoners van deze stad boven de 65 jaar. Hoe kun je die groep mensen betrekken? Alleen om hen te helpen om beter te gaan digitaliseren? Ze zag gisteren een reclame. De heer El Amraoui (D66) vraagt in hoeverre 50PLUS bekend is met het werk dat Huis73 hier doet om juist die brug te slaan van digibeet naar het aanbrengen van die vaardigheden. Wat vindt 50PLUS daarvan? Mevrouw Hernández (50PLUS) is er zeer bekend mee en noemt het positief. Daar doet ze het voor. Dan komt ze terug op haar eerste vraag. Voor wie wordt het gedaan? Het wordt gedaan voor de inwoners. Het feit dat deze mensen doelgericht worden geholpen om te kunnen digitaliseren is alleen maar positief, maar daar houdt het op. Ze heeft gisteren per toeval een reclame gezien over digitaliseren. Er is dan een mevrouw op televisie die zegt: 'Ik wil contact met de gemeente opnemen omdat ik dingen moet gaan regelen. Gelukkig kan ik nu naar de bibliotheek gaan omdat daar mensen zijn die mij kunnen helpen om mijn formulieren voor de gemeente te kunnen invullen. Om dingen te doen voor de gemeente.' Terwijl eigenlijk de gemeente verantwoordelijk is voor goede communicatie voor elke bewoner.
De mensen moeten fysiek naar het stadhuis kunnen komen of telefonisch een aanvraag kunnen doen. Maar dat gaat niet meer omdat hier alles wordt gedigitaliseerd. Ze maakt zich zorgen over die mensen. 50PLUS kan zich vinden in de maatschappelijke impact om een Datastad te zijn. Als er alsnog kaders gesteld moeten worden moet het in die richting gaan en niet alleen naar één economische of innovatieve datatoegang. De raad is hier voor de Bosschenaren en moet voor de Bosschenaren zorgen. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) wil iets kwijt over dit onderwerp. Het lezen van de kaders riep bij hem vragen op om duidelijkheid te krijgen. Wat wordt er bedoeld? Wat staat er nu in die kaders en hoe merk je iets, met name richting de inwoners, studenten, bedrijven en iedereen die ermee van doen heeft, van de zichtbaarheid. Hoe leidt uiteindelijk wat nu nog onder de motorkap zit en niet zichtbaar is tot een betere zichtbaarheid? Op basis van de vragen werd het duidelijker voor
22
hem. Hij is wel blij met het feit dat er toch ontwikkelingen zijn waar naar gevraagd moet worden. Die voorbeelden wil hij in het voorstel uitgewerkt zien, zodat het mogelijk is te begrijpen waarover gesproken wordt en waarom Den Bosch dat wil worden of al is. Er is een City Smart Monitor. Daar is weinig van merkbaar, maar toch zijn er mensen die hier wel hun voordeel bij halen. Met de ontwikkelde sensoren zijn bij grote drukte toch de gehandicaptenparkeerplaatsen te vinden. Ook de bereikbaarheid van de binnenstad is met data op die manier wat toegankelijker te maken. In het voorwoord van de wethouder spreekt hij over gezamenlijk bouwen aan een Bossche datakathedraal. Dat betekent dat Den Bosch nog niet weet wat het eindresultaat is van het bouwen. Dat triggerde hem, die onduidelijkheid die bij veel mensen heerst over wat de Datastad is en waar merk je aan dat je daar een voordeel bij kunt halen. Eén kwestie intrigeert hem, de hybrideleeromgeving. De hybrideleeromgeving is het samen met de scholen, met de praktijk, komen tot interactie om beroepen beter te kunnen uitvoeren. Daar is behoefte aan. Alle propaganda en alle kosten die ermee gemoeid zijn om Den Bosch op de kaart te zetten, mogen wel een tandje lager.
Bijvoorbeeld veiligheid met carnaval, parkeerplaatsen vinden voor gehandicapten tijdens carnaval, dus de citymarketing die er ook nog een rol speelt hoeft allemaal niet zo specifiek. Hij ziet ook niet wat Den Bosch Partners doet op dit gebied. Het is in ontwikkeling, kaders liggen er en kaders moeten worden uitgewerkt. De toekomst is nog vrij onduidelijk. De resultaten zullen op langere termijn zichtbaar zijn. De voorzitter meldt dat wegens tijdsgebrek agendapunt 10 Discussienotitie economische visie wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. Reactie college Wethouder Kâhya geeft aan dat het voor hem en ongetwijfeld ook voor andere betrokkenen, een pittige tijd is. Het gesprek daarover wil hij intern goed en zorgvuldig voeren. Ook met de raad gaat hij daar nog over in gesprek op een ander moment. Vanavond wordt gesproken over de ambitie als Datastad. Dat is een opdracht aan het college van het bestuursakkoord om het profiel op dataeconomie te versterken, maar vooral ook om een uitbreiding te maken naar data voor maatschappelijke impact. Centraal staat daarbij wat alle nullen en enen kunnen betekenen voor de inwoners. Hoe kan worden gezorgd voor een inclusieve, digitale toekomst voor iedereen. Dat kan alleen als het veilig is. De kaders zijn vormgegeven door samen met maatschappelijke partners en bedrijven de afgelopen tijd intensief te praten.
Hij zag in de discussie twee lijnen voorbij komen. Eén, de klassieke overheid die doelstellingen zet, die zelf invult en vervolgens daarover rapporteert. Maar het programma van datastad, want datastad is iedereen samen, is hoe kan een ecosysteem worden aangejaagd zodat studenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties met elkaar de rap ontwikkelende technologie die op iedereen afkomt aan de ene kant inzetten op meer publiek geluk en aan de andere kant de risico's daarvan ook weten te beheersen. Dat vraagt om een overheid die stelling neemt, die bezig is met dataethiek en ook met veiligheid. De vragensteller heeft gelijk: het woord veiligheid komt er niet in voor, maar hij heeft net even gecontroleerd en het woord 'veilig' komt veertien keer voor. Het idee was dat er een aparte lijn moet zijn. Dat deelt hij niet. Hij denkt dat in elke lijn veiligheid een integraal onderdeel moet zijn. Als gemeentelijke organisatie is er de baselijn informatieveilige overheid. Daar voldoet Den Bosch aan. Maar bijvoorbeeld in de lijn datavaardigheden gaat men met scholen en niet alleen het beroepsonderwijs maar ook PO en VO, vaardigheden ontwikkelen hoe kan de technologie gebruikt worden op een veilige manier. Daar worden ook ouders bij betrokken.
Veel ouders zeggen tegen hem: 'ik wil mijn kinderen niet uitsluiten, maar ik wil wel begrijpen hoe ik veilig gebruik van toepassingen kan monitoren. Het gaat heel snel. Mevrouw Klerks (Volt) heeft haar vraag ingestoken op het feit dat de kaders Datastad op verschillende manieren worden gebruikt', zowel inhoudelijk intern als als ambitie richting externe partners en samenwerking. Omdat het dus impliciet overal in verwerkt is, daarmee is ze het eens met de wethouder, wat niet expliciet is, is het lastiger om de kaders extern ook mee te nemen. Ze stelt dat het iets explicieter neergelegd had kunnen worden. Wethouder Kâhya begrijpt de richting van haar vraag en met de richting is hij het eens. Aan de ene kant zijn het de lijnen waarlangs de komende tijd wordt gewerkt. Dit door zelf projecten te ontwikkelen en aan de andere kant projecten in de stad en samenleving te ondersteunen, die daaraan bijdragen. Maar het is nadrukkelijk ook een uitnodiging voor het ecosysteem om het samen verder inkleuring te gaan geven. Over een paar weken is er een grote bijeenkomst waarin allerlei partners zijn uitgenodigd om ook samen, als de raad het programma vaststelt, de oproep te doen: hoe gaan we deze ambities en de opdracht van de gemeenteraad najagen. Dat wordt samen bepaald. En niet alleen vanuit het stadhuis, maar samen met de stad.
23
De VVD heeft hem in verwarring gebracht. Aan de ene kant was er de oproep om keuzes te maken en vervolgens was de focus maatschappelijke toepassing, de samenleving moet er wat aan hebben, dat is de focus. Dat was dan weer te smal en het moet snel weer breder. Misschien kan de VVD straks even helpen met een voorstel over focus. Er is geen focus gekozen op industrie, maar wel langs lijnen waarmee hij denkt beweging in de stad te kunnen aanjagen. De SP vraagt waarom eigenlijk. De essentie van het voorliggende voorstel is hoe kan de technologie die op ons afkomt juist gebruikt worden om de maatschappelijke vraagstukken, waar terecht zorgen over zijn, van antwoord te voorzien. Bijvoorbeeld in een van de labs is een spel ontwikkeld dat de mensen in de stad helpt om te ontdekken waar ze goed in zijn. Bijvoorbeeld: het spel zegt je hebt een hele goede oog-handcoördinatie, dus je bent in potentie een hele goede schilder. Het is fijn om een baan te hebben waar je heel goed in bent. Daarmee worden de mensen niet alleen aan werk geholpen, maar aan werk waarin ze gelukkig kunnen worden. Dat is een voorbeeld van hoe de technologie wordt gebruikt om de maatschappelijke doelen na te jagen. De heer Van Hasselt (SP) dankt voor het voorbeeld. Het is goed dat Den Bosch ermee bezig is. Hij stelt voorop dat hij heel trots is op alles wat wordt gedaan op het gebied van data en ICT.
Hij stelt niet de vragen bij 'wat doen we in Den Bosch', want de technische mensen die heel slim zijn, zijn daar inderdaad goed mee bezig en goed op weg. Zijn vraag is: is de hele grote poespas van digitale kathedralen en het profileren als een bepaalde datastad nodig om die ontwikkelingen van die mensen die weten wat ze aan het doen zijn te stimuleren? Of is het een beetje borstklopperij en het verkopen van het eigen verhaal binnen de raad. Wethouder Kâhya vertelt dat de SP wijst op een terechte verandering in het stuk, want in het verleden werd de toonaangevende Datastad neergezet als profileringsstuk. In dit stuk kun je toonaangevende Datastad niet terugvinden. Men kan terugvinden dat Datastad de ambitie heeft om niet als doel op zich te staan, maar om grote maatschappelijke vraagstukken van antwoord te voorzien en te zorgen dat de ontwikkelingen die komen inclusief en toegankelijk zijn voor iedereen. Waarbij ook ethiek een belangrijke rol speelt. Als de SP vraagt 'bent u tevreden als we ergens op een lijstje staat als nummer één?' Niet per se. Wanneer is hij tevreden? Als de inwoners iets hebben aan deze data en technologie. Aan de ene kant in het borgen van hun fundamentele rechten en aan de andere kant aan het bijdragen van impact op de doelstellingen die er gezamenlijk zijn. Daar gaat het om. Het is geen economische profilering, of een citymarketingprofilering.
Het is de ambitie om met dat wat op ons afkomt zelf mee te zeilen en te zorgen dat de inwoners er iets aan hebben en er is een heel mooi ecosysteem. JADS is er een van, de Hyleo komt er. Het is echt fundamenteel als je het hebt over de ambachten van de toekomst. Je tandenborstel stuurt je binnenkort een pushbericht, het is wel belangrijk om te begrijpen hoe dat werkt. Dat gaat straks dwars door alles heen. Het CDA stelde vragen over de Data Week, daarmee loopt het CDA op de tijd vooruit. Hij is nu druk bezig met de evaluatie van de Data Week, maar ook met het herzien van de governance structuur, ook op basis van het programma. Als dit vastgesteld wordt, is er ook weer herijking. Wat wil je dan met de Data Week, passende binnen deze kaders. Daar komt hij dan vervolgens mee. Hij vraagt dat even af te wachten zodat het mooi kan worden uitgelijnd. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) hoort dat de maatschappelijk impact centraal moet staan. In het stuk worden kaders gesteld. Ze zoekt naar wat het kader is waarin wordt vastgesteld hoe het moet gebeuren en waar voorwaarden aan worden gesteld. Bijvoorbeeld als er wordt gekeken naar het Innovatiekwartier, dat ook toegelicht staat onder programmalijn 3. Daar staan drie voorwaarden, maar ze ziet niets over de sociaal-maatschappelijke impact als randvoorwaarde.
Er wordt niet expliciet over kaders gesproken, maar dat de programmalijnen de kaders zijn. Hoe kunnen dan die kaders worden geborgd in dat Innovatiekwartier, dat dit echt gebeurt en dat commerciële bedrijven hier niet een loopje mee gaan nemen. Wethouder Kâhya legt uit dat er vier programmalijnen zijn. Vier lijnen waarlangs gewerkt gaat worden, waarlangs het wordt aangejaagd. Daarboven hangt de paraplu van de doelstellingen. Die doelstellingen gaan over het gebruiken van data en technologie voor maatschappelijke impact, op een ethische en veilige manier. De koepel die eroverheen hangt waar binnen die vier lijnen ook de uitwerking moet plaatsvinden. Die lijnen communiceren natuurlijk ook met elkaar. Je hebt de lijn economie, maar je hebt ook de lijn datavaardigheden onderwijs. Daartussen zijn ook kruisbestuivingen zoals de Hyleo. De vraag is of de komende jaren werken langs deze lijnen zorgt dat de eigen organisatie kan omgaan met de ontwikkelingen op een veilige manier en kan inzetten om de vraagstukken van deze tijd te beantwoorden. Ons economische profiel zorgt ervoor dat iedereen
24
kan meedoen, datavaardigheden. Niet alleen in het beroepsonderwijs, maar breed. Ook in de wijken, ook voor ouderen. Daarbij beantwoordt hij de vraag van het CDA. En natuurlijk slimme oplossingen. Het moet er uiteindelijk wel voor zorgen, met Lab XL, met IoT Stadslab, met het nieuw op te richten Sociaal Lab, om maatschappelijke vraagstukken van antwoord te voorzien. Dat zijn de kaders die worden meegegeven. Vervolgens wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, gezorgd dat er uitvoeringsplannen en projecten komen die die doelstellingen handen en voeten gaan geven. Daar kan de raad het college op afrekenen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt haar vraag wat scherper. Waarom ontbreekt in programmalijn 3 de sociaal-maatschappelijke impact? Waarom wordt dit niet als voorwaarde gesteld in het Innovatiekwartier. Hoe kan geborgd worden dat het niet commercieel ingevuld gaat worden. Het doel is hetzelfde maar hoe kan geborgd worden dat het gebeurt in plaats van het los te laten en over een paar jaar kijken wat het resultaat is. Het is zonde als hier een loopje mee wordt genomen door commerciële partijen. Wethouder Kâhya noemt de vraag over programmalijn 3 dataeconomie. De JADS wordt ook vanuit economie betaald. Deze vraag en de vragen van de PvdA beantwoordt de collega van dataeconomie. De vraag van de PVV over de technische vragen zijn 1 september jl.
beantwoord. Misschien zitten ze in de digitale file ergens onderweg. Maar op 1 september jl. is op verzenden gedrukt. Anders krijgt de PVV ze alsnog. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) mist iets in de beantwoording. De kern van haar bijdrage ging over de milieu-impact die ze hier nergens in terugziet. Waarom ziet ze dat niet terug en hoe kijkt de wethouder hier tegenaan. Wethouder Kâhya vertelt dat het een thema is dat speelt, ook nationaal en internationaal, met de ontwikkelingen die er komen. Binnen het programma en de instrumenten die er zijn is dat niet iets waarop gestuurd kan worden. Desalniettemin is het wel een aspect dat breed met elkaar meegewogen moet worden. Dat zit wel in de lijn van databewustzijn. Waar wordt het voor gebruikt voor en waar wordt het niet voor gebruikt. Wat is de maatschappelijke impact daarvan? De impact op natuur en energie is daar één van. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt waarom dat nergens is terug te lezen in dit stuk. Kan dat niet geïntegreerd worden en expliciet meegewogen worden? Wethouder Kâhya antwoordt dat een thema niet belangrijk vinden niet zegt dat in alles dat wordt uitgewerkt expliciet kleur en taal wordt gegeven. Ouderenbetrokkenheid in de lijn van datavaardigheden wordt ook niet heel expliciet gemaakt terwijl het er wel een onderdeel van zal zijn.
De wijze waarop het thema aan het programma hangt, waarmee eigenlijk weinig gedaan kan worden, is ook elkaar opzetten voor valse verwachtingen. Daar is niet voor gekozen. De PvdD denkt daar anders over en dat begrijpt hij vanuit haar profiel. Wethouder Ralph Geers start met de dataeconomie. De commissie heeft de discussienotitie Economische visie doorgeschoven, maar toch is er vanavond wel een lijn in te halen, namelijk dat ondernemen ook moet gaan over impact ondernemen. Dat is precies de voorgestelde lijn in de notitie. Hij is blij dat daar het gesprek over is gevoerd. Dat is ook juist in de Kaders Datastad een basisuitgangspunt voor de vier programmalijnen. Met de commissie is over de strategische agenda gesproken, over hoe Datastad en economie op een goede manier verankerd kunnen worden. Hij heeft aangegeven graag met de commissie nog een verdieping op de programmalijn dataeconomie te bespreken om te kijken welke instrumenten en welke doelen er met elkaar zijn. Daar komt hij nog uitgebreid op terug. Hij gelooft erin dat de data-ICT-economie, die inmiddels in de stad bijna 1200 bedrijven bevat, bijna 8000 mensen werkzaam heeft, echt toegevoegde waarde heeft en echt belangrijk is voor de economie van de stad. Daar zitten bedrijven bij zoals Argaleo, een commercieel bedrijf dat draait om geld te verdienen, maar dat wel doet door iets toe te voegen aan die samenleving.
Hij snapte de vraag van de PvdA niet helemaal die zei dat die naar het EKP-terrein moet. We hebben de Grasso op het Innovatiekwartier, daar zitten zij nu ook. Hij kan zich niet voorstellen dat men ze nu wil verhuizen naar een andere locatie. De heer Peters (PvdA) stelt dat het niet specifiek om dit bedrijf gaat, maar meer om dit soort bedrijven te gaan huisvesten op het EKP-terrein en hen juist voorrang te verlenen.
25
Wethouder Ralph Geers geeft aan dat op het EKP-terrein de kunstacademie komt. Het naastliggende Innovatiekwartier wordt juist ontwikkeld voor data-ICT-bedrijven. Daarbij is de Grasso nu een eerste stap. Bij Grenco ziet hij ook dat een aantal bedrijven daar bij elkaar zitten. Het is juist de bedoeling dat er daar veel data-ICT-bedrijven bij elkaar gaan zitten, een community bouwen en dat ze met elkaar nog slimmere dingen kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt dus al. Het is zo met Argaleo en GOAL 3, die op basis van data de zorg in Afrika dichterbij probeert te brengen. Commercieel bedrijf, maar wel bedoeld om iets maatschappelijks toe te voegen. Hij denkt ook aan NoFoodWasted, een bedrijf dat voedselverspilling tegen wil gaan door het gebruik van een data-app. Zoals wethouder Kâhya al zei, zijn ze niet op zoek naar bedrijven die een nieuwe Candy Crush gaan bedenken, maar wel op zoek naar bedrijven die met gebruik van data de oplossing voor maatschappelijke vraagstukken gaan bieden. Dat kan zijn een overheidsprobleem, maar ook een maatschappelijk vraagstuk waar de overheid misschien niet direct een rol in heeft. Daarbij ligt de focus van economie op data-ICT-bedrijven. Dat zijn bedrijven die primair bezig zijn met data en ICT. Bij het Innovatiekwartier is de status de haalbaarheidsfase met partijen. Op een later moment komt hij daarop terug met de kaders daarvoor.
Daar gelden ook kaders van Datastad. Ook wordt gekeken naar hoe het ecosysteem van data langjarig met elkaar wordt gebouwd. Dan de JADS. De Grand Initiative Jheronimus Academy of Data Science, bedacht als samenwerking tussen de Tilburg University en de Technische Universiteit Eindhoven, met daarbij de provincie en de gemeente 's-Hertogenbosch. Daarbij gaat het niet alleen om de vestiging hier in de Mariënburg. The Grand Initiative is een bredere samenwerking van de universiteiten, waarbij de gemeente Den Bosch voor het economische deel een bijdrage heeft geleverd. Die bijdrage zit niet in het budget Programma Datastad. Dat is een budget dat de raad eerder al heeft gealloceerd, speciaal voor de JADS. Dit programma gaat geen extra funding nu geven aan de JADS. Er zijn vragen gesteld door Bosch Belang over de krantenartikelen over de JADS. Die zullen worden beantwoord in overleg met de provincie en de beide universiteiten. Het college ziet echt toegevoegde waarde in de data-universiteit. De basis moet met die partijen voor de langere termijn bewaakt blijven. Hij heeft alle vertrouwen in de gesprekken met de betrokken partners dat iedereen het geloof heeft in de toekomst en de toegevoegde waarde van de JADS.
In een wereld waarin data steeds meer een thema wordt en steeds meer opleidingen zijn opgeplopt sinds de start in 2016, is het ook logisch dat ons Grand Initiative zich ook moet doorontwikkelen en door moet bouwen naar de toekomst. Daarbij wordt niet alleen het aantal studenten gemeten, maar op heel veel parameters. Den Bosch zit er in voor de economische variant, waarbij al 300 mkb'ers zijn geholpen door hun data op orde te brengen en daarmee veel gerichter in de markt te kunnen opereren via het JADS MKB Datalab. Een element dat niets te maken heeft met aantallen studenten, maar wel met de economische toegevoegde waarde van de JADS in Den Bosch. De heer Ploegmakers (CDA) heeft vragen gesteld die niet zijn beantwoord. Hoe wordt de raad geinformeerd over de besteding van de € 750.000? Wanneer komen er evaluatiemomenten? Hoe kan de raad de vinger aan de pols houden? De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat de VVD niet tegen JADS is, maar de opmerking is meer dat de aanmeldingen tegenvallen. Er wordt slechter geconcurreerd. Hoe kunnen deze kaders dan helpend zijn in soortgelijke projecten? De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft de eerste wethouder in verwarring gebracht en de tweede antwoordde wat op focus is, is focus op data-ICT-bedrijven. Hij herhaalt zijn betoog in drie zinnen. De VVD wil juist focus op bepaalde data-ICT-bedrijven.
Hij noemde food, energie en wonen als voorbeeld. Als je de focus hebt op dat soort data-ICT-bedrijven, dan kun je ook op die terreinen toonaangevend zijn en dan kun je op die terreinen ook waardevol zijn voor ondernemers en inwoners. Die hebben er profijt van dat Den Bosch op dat soort terreinen toonaangevend is en over heel veel data beschikt en daardoor energiezuiniger kan zijn dan andere steden. Bijvoorbeeld dat Den Bosch veel meer woonoplossingen kan bieden, nieuwe woontoepassingen. Zo is het dan mogelijk door focus te hebben juist breed profijt te hebben. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil specifieker van een of beide wethouders horen waar, als de evaluaties van de heer Ploegmakers geïmplementeerd worden, naar gekeken wordt en wanneer gezegd wordt of iets geslaagd is of niet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) noemt de belasting, de energie door bedrijven. Er is ook een verantwoordelijkheid in de energietransitie. Opwekken en besparen, ook door onze bedrijven. Je komt er niet mee weg door te zeggen dat die datacenters helemaal in Groningen staan, dus dat
26
is niet hier. Hij zou daar graag iets over willen lezen in een bijlage. Zijn verzoek is, al is Den Bosch Datastad, dat het woord data niet te pas en te onpas in de speerpunten opgenomen wordt. Dat maakt het leesbare en het verduidelijken van de speerpunten er niet beter op. Dan staat er maar een paar keer minder data. Wethouder Ralph Geers begint bij de duiding van de VVD over de focus. Het college komt nog met een nadere uitdieping van de focus voor dataeconomie en is nog bezig met de economische visie. Dat zijn elementen waarin de focus daarop kan worden gelegd en gekeken kan worden waar specifiek op kan worden gestuurd. Dit zijn kaders voor hoe om te gaan met de economische ontwikkeling. Dan past het binnen de hoofdkaders van het programma Datastad. Hij denkt dat het programma Datastad ook laat zien dat Den Bosch als ecosysteem, als samenleving actief bezig is met hoe Den Bosch data wil toepassen, hoe Den Bosch data wil valoriseren in die samenleving. Niet alleen theoretisch, maar echt toepassen. Dat kan helpen in bestaansrecht en aantrekkelijkheid voor de diverse opleidingen en studenten die de JADS samen met Avans aan de stad bindt. Ja, de kaders programma Datastad kunnen vanuit het serieus nemen van het thema echt een bijdrage leveren aan de toekomst van de JADS. Daarmee kan worden getoond dat het thema omarmd wordt. Bij bedrijvigheid hoort ook energie- en dataverbruik.
Data zijn de toekomst, sterker nog, het is het heden. Als je ziet wat ermee gebeurt... Ontkennen en zeggen dat Den Bosch dat niet moet willen want dan komt er ook een datacenter, dan worden ook een heleboel kansen weggegooid. Bijvoorbeeld in de energietransitie op het gebied van zonnepanelen en windmolens, dat daarmee groene energie kan worden opgewekt die je ook kunt gebruiken voor je datacenter. De warmte die er vrijkomt, als het allemaal mag volgens wetswijzigingen, kan goed gebruikt worden om andere dingen te verwarmen. Op die manier kan een deel worden teruggehaald en optimaal ingezet worden. Hij ziet kansen in de toepassing van data voor de samenleving als geheel inclusief de energietransitie. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) bespeurt een zwart-witschets in wel of niet datagebruik. Collega Hoeben bedoelde dat helemaal niet zwart-wit en zo zit zij er ook niet in. Het was een klein debatje met D66 en de VVD. Ze zoekt meer nuance in met de wethouder ten aanzien van 'heb ook oog voor' en bent u het eens dat de nuance en het bewustzijn ervan hier wel in moet worden meegenomen en dat de wereld niet zwart-wit is. Wethouder Ralph Geers gelooft niet in een zwart-witte wereld en ontkent ook niet dat daar een impact is.
Daarom geeft hij ook juist aan hoe iets teruggehaald kan worden en hoe juist warmte gebruikt kan worden bij een bedrijf dat warmte nodig heeft, maar wel heel veel zonnepanelen op zijn dak kan leggen en die energie niet allemaal kan gebruiken en de uitwisseling het liefst wil hebben. De vraag is of het in deze kaders thuishoort omdat het ook een rem kan zijn op de ontwikkeling die met elkaar gemaakt kan worden. In de uitwerking rekening ermee houden dat met schone energie ervoor gezorgd wordt dat de stroom voor datagebruik opgewekt wordt, lijkt hem overduidelijk. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) begrijpt uit het antwoord van de wethouder dat een ongeremde stroom van groei aan data prima zou zijn, want er komen ook zonnepanelen en windmolens en daar zetten we ook data voor in. Begrijpt ze goed dat er dus onbeperkte groei mag plaatsvinden en de hoeveelheid data maakt niet uit? Wethouder Ralph Geers vindt dat de partij die de nuance zoekt het wel heel erg zwart-wit schetst. Dat is niet wat hij heeft gezegd of bedoeld. Op het moment dat je zegt dat je dat als beperking opneemt ga je ook je ontwikkeling en je nadenken daarop laten kanaliseren in plaats van dat je in bredere zin kijkt naar hoe ga je verantwoord, op alle facetten, om met datagebruik en dataontwikkeling. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) doelt op de rem op de ontwikkeling. Dat is juist niet de bedoeling.
Het gaat over de verantwoordelijkheid nemen en beseffen dat dit er ook bij hoort. Als er bedrijven zijn die heel veel verbruiken, die heel veel query's loslaten op die datacenters, dat die energie daar wordt verbruikt, maar dat is in feite energie die door de gemeente wordt verbruikt. Daar zou iets over opgenomen moeten worden en een visie op neergelegd moeten worden. Het moet duidelijk zijn dat de gemeente dat beseft en daar ook iets aan doet, meer doen binnen de stadsgrenzen omdat dit een speerpunt is. Het verbruik van de stad ligt in werkelijkheid hoger dan dat het op papier lijkt. Daar ging het om. Kan de wethouder daar iets mee en kan er iets aangevuld worden in de stukken?
27
Wethouder Ralph Geers begrijpt het punt. Hij wil de vraag meenemen, want hij denkt dat de Kaders Datastad niet de geëigende plek is om dat op te nemen. Wethouder Kâhya noemt de vraag over de informatie over de besteding en hoe de vinger aan de pols te houden. Daar is de reguliere planning-en-controlcyclus voor. In het jaarverslag en jaarrekening vindt men daar informatie over. De evaluatiemomenten hangen ook af van de inkleuring van deze kaders. Hij zal met regelmaat raadsinformatiebrieven sturen om de raad op de hoogte te houden van de verdere inkleuring van de concrete projecten en doelstellingen en hoe die worden behaald. Zeker ook in de labs hoort briljant mislukken er ook bij. Iets beogen en dat het lukt of niet lukt, maar als het helpt in dieper begrip en in leren is dat ook waardevol. Het is belangrijk om de wensen, maar ook de mensen in de stad de ruimte te geven om met goede intenties en bedoelingen de ambitie na te jagen en daar ook fouten bij te mogen maken. De drie labs, als het over de focus gaat, niet in de economische lijn maar in de rest van het programma, de drie labs zijn duidelijk focuspunten als het gaat over maatschappelijke impact. Het sociaal domein, de openbare ruimte en werk, inkomen en armoede zijn de drie focuspunten waarop datatechnologie kan worden toegepast. De stilistische opmerkingen neemt hij mee naar de toekomst.
De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) geeft aan dat de fractie kan instemmen met de kaders. De heer Ploegmakers (CDA) geeft ook aan dat de fractie kan instemmen met de kaders. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) geeft dat ook aan. De heer Van Hasselt (SP) neemt het mee terug naar de fractie. De heer El Amraoui (D66) geeft aan dat de fractie kan instemmen. De heer Altenburg-Collin (VVD) verwacht dat de fractie kan instemmen, maar komt wellicht met een amendement. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) is niet heel enthousiast en neemt het mee terug naar de fractie. Zij overweegt een motie ten aanzien van de milieu-impact en het borgen van de maatschappelijke relevantie. Mevrouw Klerks (Volt) geeft aan dat de fractie kan instemmen, maar beraadt zich wel op enkele aanscherpingen. De heer Peters (PvdA) geeft aan dat de fractie kan instemmen, maar neemt het mee terug naar de fractie en komt eventueel nog met een motie. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) geeft aan dat de fractie kan instemmen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) geeft ook aan dat de fractie kan instemmen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) geeft ook aan dat de fractie instemt. Mevrouw Hernández (50PLUS) neemt het mee terug naar de fractie. De heer Esser (PVV) kijkt nog naar de technische vragen en heeft het idee dat het college behoorlijk enthousiast is over het JADS. Dat zal de fractie nog bespreken.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt het mee terug naar de fractie. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) neemt het mee terug naar de fractie en wacht de eventuele motie af. De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel als bespreekstuk, A-stuk, wordt doorgeleid naar raadsvergadering. 8.