2023-03-13 Commissie Bedrijvigheid concept
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Concept
Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
13 maart 2023 Raadzaal
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, H.B. Bos, E.R.F. Esser, L.A.J. van Griensven, mw. W. de Groot MSc, S.C. van Hasselt, W.B.G. Hoeben, mw. N.M.C. Huijbrechts, ing. J.N. Kieft, mw. M.J. Klerks, J. Kouwenberg, mw. W.M. van de Leemput, mw. W.A.M.H. Parijs, REV H.W. Pennings, S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, ing. H.G. van de Pol, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg R.J.J. Geers
Afwezig:
mw. A. Hernández, drs. J.M.C. van der Heijden, H.J.M. Mees, mw. C.K.J. Visscher
Verslaglegging:
C. Hilhorst, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen en kijkers thuis welkom.
2.
Vaststellen van de agenda Aan het einde van de vergadering wordt een rondvraag van de PvdD behandeld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 13 februari 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter stelt dat met het agenderen van de vaststelling van de detailhandelsvisie toezegging 20.16.5, de actualisering van de detailhandelsvisie komt te vervallen. De lijsten zijn verder ongewijzigd en er zijn geen opmerkingen. De lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties worden vastgesteld.
Raadsvoorstellen 5.
Detailhandelsvisie 's-Hertogenbosch 2023 De voorzitter memoreert dat de voorgaande visie stamt uit 2011 en aan herziening toe is. In de nieuwe visie komen onder andere de posities van de buurtwinkelcentra en de supermarkten in de kleine kernen aan de orde. De heer Altenburg-Collin (VVD) is blij dat er na ruim tien jaar weer een detailhandelsvisie ligt. De wereld is het afgelopen decennium behoorlijk veranderd. Online shoppen heeft een hoge vlucht genomen en deze trend zal zich doorzetten. Het is goed om daarmee rekening te houden. Het is goed dat de gemeente inzet op kwaliteit in plaats van kwantiteit, maar ook op het behoud van de wijkwinkelcentra en de ontmoetingsfunctie daarvan uit te breiden met bijvoorbeeld een sportschool of een kinderdagverblijf. De VVD maakt zich zorgen over het toenemend personeelstekort. Uit een rapport blijkt dat in 2027 regionaal een structureel personeelstekort ontstaat, terwijl het vinden van winkelpersoneel nu al een grote uitdaging is. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Deelt hij de zorg van de VVD? Welke ondersteuning kan de gemeente bieden? Het is positief dat ondernemers en vastgoedeigenaren bij het tot stand komen van deze detailhandelsvisie hebben kunnen participeren en dat wordt ingezet op het behouden en aantrekken van
1
zelfstandige ondernemers. De vraag is: Hoe? Vooral bedrijfsopvolging of overname is voor kleine lokale bedrijven een probleem. De VVD ziet graag dat daar vanuit de gemeente ondersteuning wordt geboden. Hoe denkt de portefeuillehouder daarover? De supermarkten in de kernen zijn belangrijk voor de leefbaarheid en ontmoeting. Deze supermarkten moeten uitbreiden om ook in de nabije toekomst levensvatbaar te zijn. Wil het college hierin ondersteunen zodat uitbreiding mogelijk wordt? Maar dat is niet voldoende. De inwoners moeten ook worden aangemoedigd om naar die buurtsupermarkt te gaan. Begin mei 2020 is een start gemaakt met een 'koop lokaal-campagne' door Hartje 's-Hertogenbosch. Wellicht is het een idee om dat weer op te pakken. Hoe kijken de wethouder en de andere partijen aan tegen uitbreiding in de kernen en een grote publiekscampagne 'wees loyaal koop lokaal'? In de binnenstad is sprake van leegstand in vooral de zogenaamde aanlooproutes naar de Markt, zoals in de Hinthamerstraat. Is de portefeuillehouder het eens dat de leegstand nu te hoog is? Hoe wordt deze leegstand in de aanlooproutes teruggebracht? Mevrouw Klerks (Volt) is over het algemeen positief over deze detailhandelsvisie. Zij spreekt waardering uit voor de erkenning van het belang van supermarkten in de kernen, juist ook in die kernen waar het voortbestaan ervan wellicht onder spanning staat.
Deze visie biedt geen duidelijk kader hoe hiermee om te gaan. De visie stipt met name voor kernen als Empel, Engelen en Vinkel een mogelijke uitdaging aan, maar schetst ook het belang van supermarkten voor onder andere de sociale cohesie en aantrekkingskracht en het belang van de leefbaarheid in de directe omgeving. De visie verwijst naar de vijftien minuten-hubs uit eerdere besluitvormingen en koersdocumenten, ofwel: binnen vijftien minuten loop- of fietsafstand een bereikbare plek met dienstverlening waaronder de supermarkt om de leefbaarheid voor alle inwoners te waarborgen. Maar vijftien fietsen minuten en vijftien minuten lopen zijn juist voor deze kleine kernen een groot verschil. Als bijvoorbeeld een supermarkt in Vinkel verdwijnt, ligt de dichtstbijzijnde supermarkt in Nuland op vijftien minuten fietsen, maar niet op loopafstand voor hen die dat niet kunnen. Voor Engelen geldt hetzelfde en voor Bokhoven is dat al realiteit en het gebruik van het OV is op dit moment ook geen optie voor deze kernen. De heer Altenburg-Collin (VVD) constateert dat Volt achter het idee staat om juist in Vinkel, Empel en Engelen de supermarkten uit te breiden om ze te behouden. Mevrouw Klerks (Volt) is voorstander van het onderzoeken en ervoor zorgen dat de supermarkten in deze kernen behouden kunnen blijven.
Met het verdwijnen van basisdiensten dreigt de leefbaarheid van deze kernen omlaag te gaan en dus het streven naar vijftien minuten-hubs teniet wordt gedaan. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Hoe ziet hij de waarborging van de dienstenhubs en supermarkten in deze kernen voor zich? Enerzijds stelt het visiedocument dat omnichannel en functiemix/blurring een wenselijk verschijnsel is in lijn met behoefte van consumenten aan een totaalbeleving. Anderzijds stelt het document dat het vraagtekens oproept in het kader van beleidsgrenzen en wet- en regelgeving, om ongewenste excessen te voorkomen. Hebben deze excessen zich voorgedaan bij blurringconcepten? Zij kijkt uit naar het aangekondigde beleidskader hieromtrent. Haar punt zit vooral in het focusgebied voor blurring. Hoewel de recentste horecavisie stelt dat voor de dorpen een positieve grondhouding geldt dat ze zich goed lenen voor hybride concepten, wordt in de detailhandelsvisie alleen de brede binnenstad expliciet opgenomen, terwijl hybride concepten in de kernen een oplossing zouden kunnen zijn om de leefbaarheid te vergroten.
Is de wethouder het eens dat het concept blurring voor de hele gemeente een positief verschijnsel zou kunnen zijn met het oog op 'place to be, meet and live' en de vijftien minuten-hubs en wellicht ook een bijdrage kan hebben in de winkelcentra in de wijken? Is blurring in de kernen in deze visie meegewogen? Volt zal dit technisch uitvragen. Volt staat zeker positief tegenover 'wees loyaal, koop lokaal' met name als dit in combinatie met de lokale producenten kan worden opgenomen om ervoor te zorgen dat lokaal echt lokaal is. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is als oud-fractievoorzitter van Stadspartij Knillis blij een aantal punten in de visie terug te lezen, zoals wonen boven winkels, maar ook dat er geen enkel uitzicht is op verminderde leegstand in de binnenstad, waar in 2013 al met een motie aandacht voor is gevraagd. Dan spreekt zij nog niet over de 10.000 m2 aan winkeloppervlakte die bij het Groot Ziekengasthuis gerealiseerd zijn. Is deze 10.000 m2 al ingevuld? Zo nee, wanneer wordt daarover meer bekend? In de visie staat dat 69 verkooppunten leegstaan. Het pand van de KOOPman en de winkelstrip richting de Parkeergarage Tolbrug zijn daarin niet meegenomen. Hoe worden het deel bij de KOOPman en bij de winkelstrip opnieuw ingericht.
2
In 2013 is een motie aangenomen voor een actieplan en is de wethouder verzocht met de eigenaren van de winkelpanden in de binnenstad in gesprek te gaan om te onderzoeken of het hem waard is de huur alsnog te verlagen. Dat is vooral in deze tijd weer relevant. Zij heeft weinig op- of aanmerkingen op de detailhandelsvisie. Is al bekend wat er met de oude bibliotheek in De Rompert gaat gebeuren? Bij de Lokerenpassage op de Maaspoort hebben retailers gevraagd of er een dagzaak kan komen voor broodjes en een koffiecorner. De heer Esser (PVV) is positief over dit stuk. De dorpskernen rond Vinkel en Nuland zijn belangrijk. Als industrieterrein Heesch West gereed is en rond de dorpskernen zijn meer huizen gebouwd zal er meer druk ontstaan. Vinkel en Nuland moeten hun supermarkt behouden. PVV is het eens dat het herstel van de woonfunctie boven winkels meer leven in de binnenstad brengt en heeft daar in het verleden aandacht voor gevraagd met een motie. Hoeveel gaat een centrummanager kosten? Hoeveel geld wordt daarvoor uitgetrokken? De heer Ploegmakers (CDA) maakt hieruit op dat PVV instemt met het voorliggende voorstel. De heer Esser (PVV) bevestigt dat PVV grotendeels kan instemmen met het voorstel. De heer Ploegmakers (CDA) is blij dat de PVV ditmaal instemt met het verduurzamingsloket.
De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) ziet in deze detailhandelsvisie terug dat bewoners voldoende voorzieningen in de buurt ter beschikking moeten hebben wat zorgt voor een in prettige buurt om in te wonen en het leven aantrekkelijker maakt. Voorzieningen zorgen voor ontmoetingen. De voorliggende detailhandelsvisie legt de accenten grotendeels op de juiste plek en speelt in op de huidige tijdgeest. De extra investering van € 150.000 voor verbetering wijkwinkelcentra toont aan dat het college het ook belangrijk vindt om een voorziening als een supermarkt dichtbij de bewoners te houden. Rosmalens Belang is content met het koesteren en blijven versterken van de goedlopende winkelgebieden, zoals het centrum van Rosmalen, waar structureel € 75.000 zal landen en de Molenhoekpassage. De leefbaarheid in de kernen en wijken wordt als speerpunt genoemd, maar er worden ook knelpunten genoemd waarover Rosmalens Belang zich zorgen maakt. Om supermarkten in Empel, Engelen en Vinkel te kunnen behouden, is maatwerk nodig waarbij moet worden gekeken hoe ze rendabel kunnen blijven. Een vuistregel is dat circa 5000 mensen nodig zijn om een supermarkt rendabel te houden. Dat is voor een kern als Vinkel wellicht niet haalbaar en wordt wellicht overgegaan naar een alternatieve invulling van de centrale ontmoetingsfunctie. Feitelijk zal de supermarkt dan gaan verdwijnen.
Dit is al het geval in de Kruisstraat en Gewande. In deze kernen wordt de vijftienminutennorm maar ternauwernood behaald. Zo moeten mensen in de Kruisstraat twaalf minuten fietsen voor een supermarkt. Bovendien wordt ook Maliskamp genoemd als kern die niet meer over een supermarkt beschikt terwijl daar juist een buurtsuper is die verdergaat dan alleen een winkelfunctie, maar zorgt voor ontmoeten in de wijk en biedt mensen met een WMO-indicatie, door de overname door Cello Zorg, de mogelijkheid om daar te gaan werken. Daarnaast voorziet de buurtsuper ook in de dagelijkse boodschappen en zorgt dus voor die voorzieningen dichtbij. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wijst erop dat de buurtsuper in Maliskamp voor de coronamaatregelen langer open was dan nu het geval is. Is die twee uur extra openstelling bespreekbaar? De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) antwoordt dat dit aan Cello Zorg is. Het gaat hem met name om de functie van die buurtsuper. Bij de coronamaatregelen werden zij wel aangemerkt als supermarkt, maar inmiddels niet meer. In het bestuursakkoord wordt ook gesproken over wijkgericht werken aan een sterke basis waarbij een integrale aanpak wordt genoemd en wordt gesproken over fysieke investeringen met sociale impact en vice versa. Er moet slimmer worden omgegaan met maatschappelijke voorzieningen in wijken en dorpen.
Rosmalens Belang staat pal voor de leefbaarheid in wijken en dorpen. Is de wethouder bereid de detailhandelsvisie op een aantal punten aan te scherpen? Er zouden meer scherpe keuzes moeten worden gemaakt. De optie van verplaatsen zou moeten worden opgenomen om ten minste een rendabele supermarkt te kunnen behouden. Deze keuzes zijn ook volgens het BRO-rapport nodig. Mocht het niet mogelijk zijn een supermarkt in een kern rendabel te houden, dan zou buurtsuper Maliskamp als voorbeeld moeten worden gesteld. Hij vraagt specifiek te beschrijven dat binnen het maatwerk voor behoud van supermarkten in de kernen wordt
3
opgenomen dat de gemeente met een integrale aanpak partijen met een sociaalmaatschappelijke functie betrekt om de supermarktfunctie te behouden, ook als deze niet rendabel blijkt te zijn. Hoe denkt de wethouder daarover? De heer Altenburg-Collin (VVD) informeert wat de heer Kouwenberg vindt van een lokale campagne om ervoor te zorgen dat inwoners naar die supermarkt gaan. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat een aantal mensen nodig is om een supermarkt rendabel te houden. Een campagne kan helpen, maar zal er niet in voorzien om die supermarkt te kunnen behouden. Daar moet breder naar worden gekeken en er moeten scherpere keuzes in worden gemaakt. De heer Van Hasselt (SP) vindt het belangrijk dat er in elke wijk detailhandel is. Naast supermarkten moet er ook andere detailhandel zijn en bij de wijkcentra moet in zo veel mogelijk wijken ook een buurthuis zijn zodat het sociale aspect van een wijkcentrum wordt versterkt. De focus moet niet alleen op de binnenstad worden gelegd, maar juist op de wijken waar de detailhandel minder goed is. Als de detailhandel wordt versterkt, kunnen mensen in hun eigen wijk boodschappen doen. De heer Ploegmakers (CDA) wijst erop dat Den Bosch veertien wijken heeft. Voor een ondernemer moet een zaak levensvatbaar zijn.
Dit heeft toch ook te maken met marktwerking? De heer Van Hasselt (SP) vindt dat de gemeente moet stimuleren dat het aantrekkelijk wordt om in bepaalde kernen gevestigd te zijn. Een wijkcentrum moet goed worden onderhouden en er moet ruimte zijn voor dagzaken waar men koffie kan drinken. Alleen een supermarkt is onvoldoende voor sociale cohesie om te zorgen dat mensen er graag willen verblijven. De heer Ploegmakers (CDA) verschilt op een aantal punten van mening met de heer Van Hasselt. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat de visie een stip op de horizon biedt en een inspiratiedocument is voor alle stakeholders in de detailhandelssector. Hij hoopt dat alle stakeholders deze visie delen en in actie komen voor het maken van de verbeterslagen en het komen tot de samenwerking die bij diverse centra ontbreekt. De Helftheuvelpassage is een duidelijk voorbeeld van hoe het kan of moet en die verdient een dikke pluim. Hij begrijpt niet waarom in de nota wordt gesproken over een 'modern winkelcentrum' bij buurtsteunpunt Oude Vlijmenseweg/Boschmeerplein aangezien er slechts sprake is van een nieuwe Lidl en een sobere herinrichting van de openbare ruimte voor de Lidl. Voor de totale winkelstrip was geen geld meer.
De Boschmeersingel is wel degelijk een echte winkelconcentratie met een doelgroepsupermarkt op de oude locatie van de Aldi voor de dagelijkse boodschappen van vele buurtbewoners, met aanvullend passend aanbod. Toekomstbestendige fijnmazige winkelstructuur is van belang. Wordt parkeren daar ook in meegenomen? Blijft parkeren bij de winkelcentra in de wijken gratis? Opwaardering van de wijkwinkelcentra is noodzakelijk, maar er is weinig in geïnvesteerd. Door wie is te weinig geïnvesteerd? Welke rol speelde de gemeente hierbij? Wordt voor het vergroten van de organisatiegraad van de winkelgebieden de woonzorgvisie (buurtkamers, ontmoetingsplek, meer dan alleen een winkelfunctie) ook betrokken? Hoe wordt de omgeving (de bewoners) erbij betrokken? Er moet een integrale visie worden opgesteld in de vorm van een verbeter- en/of ontwikkelplan. Daaraan wordt aandacht besteed in het bestuursakkoord en wordt vanaf 2024 een structureel budget vrijgemaakt van € 150.000 per jaar bovenop het structurele reguliere budget inclusief incidenteel € 50.000 voor de wijkwinkelcentra. Hoe hoog is dat structurele reguliere budget? Welke budgetten zijn dat? Waartoe worden zij ingezet? Wanneer er geen of alleen slechte verbeterplannen worden ingediend, wordt de eigen inventarisatie met bijbehorende planning gebruikt om te bepalen hoe de winkelcentra worden aangepakt.
Waaraan moet hierbij gedacht worden in financiële termen? Betreft dit ook de genoemde € 150.000 structureel vanaf 2024 en € 50.000 incidenteel? In Empel ligt verplaatsing en modernisering voor de hand, maar in het raadsvoorstel en de visie leest hij daar niets over. Hetzelfde geldt voor het Van Roosmalenplein. Voor het toekomstperspectief is dit noodzakelijk. En nu? Hoe gaat het college de in de analyse genoemde knelpunten te lijf zodat de binnenstad een binnenstad blijft of wordt waar mensen graag komen, verrast worden, plezierig werken, prettig wonen en goed kunnen ondernemen?
4
De heer Van de Pol (PvdD) memoreert dat de raad in 2015 het treurige besluit heeft genomen om de verkoop van dieren in tuincentra toe te staan. Uit technische vragen blijkt dat het juridisch ingewikkeld is om dit besluit terug te draaien. Gelukkig hebben veel tuincentra inmiddels al besloten om geen dieren meer te verkopen. De verkoop van dieren is een grote verantwoordelijkheid. Een konijn kan vijftien jaar oud worden. Uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat konijnen die als gezelschapsdier worden gehouden slechts 4,5 jaar worden. Ook worden bij dierenweides en kinderboerderijen nog steeds ongewenste konijnen en knaagdieren achtergelaten. Daarom zijn zelfs waarschuwingsborden op de hekken geplaatst. Gisteren vond de dierenambulance twaalf tamme konijnen in het bos. De meeste verkooppunten van dieren voldoen niet aan de juiste papieren. PvdD bereidt een motie of amendement voor om in de detailhandelsvisie de verkoop van dieren te ontmoedigen en wanneer wel dieren worden verkocht daar strikte voorwaarden aan te stellen, onder andere dat men de juiste papieren heeft en procedures om impulsaankopen te voorkomen. Dit kan door met ondernemers in gesprek te gaan of afspraken hierover te maken in een convenant. In deze visie ontbreekt de circulaire economie. In 2050 moet de economie volledig circulair zijn. Dit heeft grote gevolgen voor de detailhandelssector.
Alle materialen moeten worden hergebruikt. Dat lukt niet door fast fashion te recyclen. Om in 2050 circulair te zijn, moet worden gezorgd dat producten langer meegaan en er minder spullen worden verkocht. Als de circulaire economie serieus wordt genomen, is er een grote disruptie op komst in de detailhandelsbranche. Wil de gemeente echt toekomstbestendig zijn en werkgelegenheid voor de langere termijn waarborgen dan mogen repaircafés, de deeleconomie, consuminderen en het beperken van reclame-uitingen niet ontbreken in deze visie. In de visie wordt ingegaan op verduurzaming van bedrijfspanden en vermindering van energiegebruik. Consuminderen wordt niet genoemd en verduurzaming van ondernemingen wordt slechts eenmaal genoemd, namelijk dat wordt ingezet op het stimuleren van ondernemers om hun onderneming te verduurzamen. Wat wordt bedoeld met het verduurzamen van de onderneming? Is de portefeuillehouder het eens dat de circulaire economie een grote impact zal hebben op de detailhandelssector en dat dit een belangrijke plek moet krijgen in de analyse en de visie? De heer Bos (GroenLinks) stelt dat het consumentengedrag na de coronaperiode is veranderd. Er is minder behoefte aan schaalvergroting van het winkelgebied, maar juist aan een kwalitatieve belevenis. De fijnmazige structuur in de gemeente is daarvoor uniek. Den Bosch heeft een mooi en gevarieerd aanbod van detailhandel.
Niet de grote merken voeren de boventoon, maar de ondernemingen die verbonden zijn met de inwoners. Transitie van groei naar kwaliteit is een goede stap. De komende jaren wordt € 150.000 structureel en € 50.000 incidenteel geïnvesteerd in de winkelgebieden. Dit staat los van de aparte programma's voor de binnenstad en het centrum van Rosmalen. De inzet van deze middelen is gebaseerd op de waardering van de winkelgebieden. Gebieden die nu laag scoren, wil men opwaarderen. Ingezet wordt op de leefbaarheid van de dorpen en wijken door te onderzoeken hoe supermarkten kunnen worden behouden waar deze noodzakelijk zijn voor de leefbaarheid. Het uitgangspunt zou 'behouden van de supermarkten binnen deze kernen' moeten zijn. Mocht er vraag zijn naar schaalvergroting dan kan daarnaar worden gekeken. Hoe verhoudt een groene omgeving zich tot de leefbaarheid in een winkelgebied? Uit de resultaten blijkt dat deze ook laag worden beoordeeld, maar concrete stappen om deze score te verhogen, leest hij weinig terug in de visie. GroenLinks ziet kansen op het gebied van duurzaamheid en gezondheid. In de bijlage wordt aandacht gegeven aan duurzaamheid door te refereren aan het besparen van energie, maar duurzaamheid is meer. Duurzaamheid gaat ook over het aanbod en is daarmee verbonden aan de belevenis die in de detailhandelsvisie centraal wordt gezet.
Winkelaanbod dat duurzaamheid uitdraagt wordt gestimuleerd en ingezet wordt op consuminderen, zoals tweedehandswinkels en repairshops. Past dit niet in de verandering van het consumentengedrag? Hetzelfde geldt voor het thema Gezondheid: het stimuleren van gezonde keuzes door naast de reguliere supermarkt ook alternatieven te stimuleren die onbewerkt voedsel promoten zoals de lokale groenteboer of de biologische winkel. De discussie over het stimuleren van gezonde keuzes heeft ook betrekking op het horeca-aanbod. Toch worden met het voorliggende voorstel nieuwe kaders gesteld waarin gezondheid ook in de detailhandelsvisie een rol kan en hoort te krijgen. Hoe zijn duurzaamheid en gezondheid meegenomen in het voorliggende voorstel? Hoe worden deze waardes meegenomen in de verdere investeringen in de winkelgebieden?
5
De heer Altenburg-Collin (VVD) reageert dat repairshops ook een vorm zijn van lokaal ondernemen. Is de heer Bos voor een campagne om lokaal ondernemen en het bezoeken daarvan te stimuleren? De heer Bos (GroenLinks) ziet daar zeker iets in vanuit het oogpunt van duurzaamheid. De heer El Amraoui (D66) is positief over de Detailhandelsvisie 2023. De Boschmeersingel krijgt een herkwalificatie op basis van het vertrek van de Aldi. De lokale minisuper is uitgegroeid tot een volwaardige supermarkt in het pand waar de Aldi zat. Kan de portefeuillehouder daarop reflecteren? D66 is voor het stimuleren van de detailhandelsondernemers om te verduurzamen. Wordt het nieuwe ondernemersloket goed afgestemd met de bestaande loketten? Het is verwarrend als men voor elk onderdeel bij een ander loket moet zijn. In de visie wordt gesproken over de toonaangevende datastad. D66 begrijpt de ervaren uitdagingen op het gebied van data en digitalisering, maar ziet veel kansen voor een nog betere inzet van het MKB Datalab om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Het MKB Datalab heeft in vier jaar 265 projecten succesvol opgeleverd. Ongeveer de helft van de studenten van JADS zijn aangesloten bij het MKB Datalab.
Kunnen de succesverhalen beter worden uitgedragen onder detailhandelsondernemers om de kansen van data science goed over te brengen en het te laten leven? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt dat de detailhandelsvisie vol goede punten staat die hij hier terug hoort, waaronder de aandacht voor de wijkwinkelcentra. Een wijkwinkelcentrum is meer dan alleen een supermarkt. De vijftien minuten-hubs werden al aangehaald. Als een ambitie wordt neergelegd voor verstedelijking van de regio, moet breder worden gekeken naar wat zo een hub dan gaat doen. Daar moeten meer functies aan worden gekoppeld dan alleen een supermarkt. Hierbij moet worden gedacht aan kinderopvang, sportgelegenheid, zorg, repairshops en dergelijke. Daarin mist hij een goede OV-verbinding. Het idee van de vijftien minuten-hubs is dat men lopend of met de fiets vrij snel bij een centrum is en van daaruit kan vertrekken naar en van. De doorstroomassen lopen ondertussen ook aardig vol. Er moet breder worden gekeken naar de functie van wat hier wordt neergelegd. Als de Stadsdelta zich gaat ontwikkelen, verdwijnt de laatste bouwmarkt uit de binnenstad. Bouwmarkten richten zich dan op industrieterreinen waar men met de auto naar toegaat. Die vijftien minuten-hubs hebben ook behoefte aan invulling van concepten als Praxis City.
Dus niet alleen een wijkwinkelcentrum maar een complete set van voorzieningen moet dichtbij zijn. Dat gaat breder dan alleen de detailhandelsvisie. De Lidl zit in een winkelcentrum dat de wijk moet bedienen, maar is inmiddels een enorme trekpleister geworden. Wellicht is een dergelijke supermarkt te groot als wijkfunctie. Er is nog voldoende om over na te denken. Bezien moet worden of wel of niet moet worden overgegaan tot betaald parkeren bij de wijkwinkelcentra. Het is de bedoeling dat men met vijf à tien minuten lopen of fietsen bij de voorzieningen is. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is het eens dat niet alleen naar een supermarkt moet worden gekeken. Vervolgens spreekt de heer Hoeben over eventueel betaald parkeren bij wijkwinkelcentra. Er moet toch publiek komen en een ondernemer moet zich kunnen vestigen om geld te verdienen. Het een lijkt niet helemaal in balans met het ander. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt niet dat het betaald parkeren moet worden, maar de doelstelling was tien tot vijftien minuten loop- of fietsafstand en dat het een wijkfunctie heeft en voor voorzieningen in de wijk moet zorgen. Als alleen in termen van megasupermarkten wordt gedacht is het de vraag of die in een winkelcentrum, dat een wijk moet bedienen, moeten worden gevestigd.
Moet dan niet worden gekeken naar het volume van zo een supermarkt? Hij wilde inzoomen op de functie die het zou moeten hebben volgens het stuk. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de heer Hoeben het eens is dat een kleinschaliger supermarkt wel rendabel moet zijn, anders komt deze er niet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is het eens dat het rendabel moet zijn, maar het gaat niet alleen over marktwerking. Gestreefd moet worden dat zo een functie er blijft op de aangewezen afstand. Het klopt dat er regionale trekkers zijn als de binnenstad of de Helftheuvel. Aan de Graafseweg worden ondernemingen omgeturnd tot woonhuizen en dat heeft impact op de andere kleine ondernemingen daar en uiteindelijk op de leefbaarheid in de wijk. Het is lastig om ze
6
rendabel te laten zijn. Hij pleit ervoor meer toe te staan, ook in woonwijken. Daarmee wordt de sociale cohesie vergroot. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de heer Hoeben voorstander is om woningen op te heffen en daar winkels te vestigen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) pleit ervoor dat goed wordt overwogen of bestaande detailhandelspandjes wel moeten worden omgeturnd naar woningen, omdat daarmee een strip wordt gesloopt. Ook in De Groote Wielen moet daarmee rekening mee worden gehouden, zodat er een winkel of buurtfunctie gevestigd kan worden. De heer Ploegmakers (CDA) bedankt het college voor de visie waar in de afgelopen bestuursperiode meermaals om is gevraagd. Het is goed dat aandacht wordt besteed aan de wijkwinkelcentra. Een ontmoetingsfunctie is meer dan alleen het winkelcentrum of de -strip zelf, maar ook de omgeving (vergroening, straatmeubilair et cetera) waarmee het meer een ontmoetingsplek is. Het is goed dat de gemeente wil optrekken met de vastgoedondernemers en de ondernemers. Hopelijk gaat men daar gebruik van maken. Het CDA is blij met de extra aandacht voor de dorpen en juicht het toe dat een ambtelijke werkgroep zich daarmee gaat bezighouden. De afgelopen vier jaar is meermaals gesproken over het plegen van acquisitie door de gemeente. In de visie staat dat nieuwe (lokale) ondernemers warm welkom worden geheten.
Hopelijk wordt de acquisitie hiermee deels ingevuld. In het stuk wordt verwezen naar de marketingstrategie en het projectplan van Den Bosch Partners, gericht op de doelgroep 1980-1997. Dit is bij de begrotingsbehandeling ook aan de orde geweest. Wat voor plan is te verwachten? Wat voor strategie is er? De winkelplinten worden expliciet genoemd. Richting de binnenstad zijn etalages dichtgeplakt. Het is goed als daar meer aandacht aan wordt besteed waardoor de binnenstad aantrekkelijker wordt. De afgelopen jaren is vaak gesproken over het 'boven wonen'. Het gebruik van de opgang zou ten koste gaan van de winkelruimte, maar in het verleden woonde een ondernemer vaak zelf boven zijn winkel. Boven winkels wonen is beter dan leegstand. Er wordt expliciet gesproken over de megabouwmarkt. Die discussie heeft het CDA in juni 2021 voor het eerst aangezwengeld middels schriftelijke vragen. Vervolgens heeft het CDA in oktober 2021 een motie ingediend die kon rekenen op raadsbrede steun, maar deze werd ontraden waardoor deze is aangehouden. De grootschalige bouwmarkt wordt weer uitgezonderd van deze visie. Wat is de status? Waarom kan nog steeds geen duidelijkheid worden geboden? De heer Peters (PvdA) vindt het belangrijk dat met deze visie een blik wordt geworpen op de toekomst nu de manier van winkelen zo verandert.
De PvdA is blij dat, in navolging van het bestuursakkoord, extra wordt geïnvesteerd in wijkwinkelcentra die ook een groot sociaal belang hebben. In een wereld waarin men steeds meer in een eigen bubbel leeft, is het winkelcentrum bij uitstek een plek waar men elkaar nog ontmoet. Juist deze ontmoeting houdt wijken leefbaarder en verleidt mensen naar een winkelcentrum te komen in plaats van alles online te bestellen. Het is goed in de wijkwinkelcentra extra aandacht te geven aan het sociale aspect en dat ruimte wordt ingericht voor een wijkcentrum waar activiteiten kunnen worden georganiseerd of pop-upstandjes met initiatieven uit de wijk waar mensen zich ook kunnen aanmelden voor activiteiten of vrijwilligerswerk. Hiermee kan ook leegstand worden tegengegaan. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Een dergelijke aanpak kan succesvol zijn, zoals bij de Zuiderpassage. Na de opening van Café Station-Zuid, waar talloze activiteiten worden georganiseerd, werd het weer een ontmoetingsplaats en een centraal punt in de wijk. Ook de omliggende winkels hebben hier profijt van. Een extra aandachtspunt bij het versterken van het sociale aspect van wijkwinkelcentra zijn mensen die leven in eenzaamheid. Voor hen is een bezoek aan een winkelcentrum vaak een van de weinige uitjes die ze nog ondernemen.
Door het sociale aspect van de wijkwinkelcentra te versterken zodat deze meer uitnodigen tot ontmoeting kan ook deze groep worden gestimuleerd tot het leggen van nieuwe contacten. Het is goed de wijkwinkelcentra expliciet mee te nemen in het programma Sociale Structuur waaraan nu wordt gewerkt. De PvdA is groot voorstander dat wijkwinkelcentra veranderen van een 'place to buy' naar een 'place to be'. Alleen zo kunnen mensen worden verleid niet voor het gemak te kiezen om alles online te bestellen. Het zal ook positief uitwerken op de bezoekersaantallen en de detailhandel. Het zal ervoor zorgen dat de sociale cohesie in de wijk toeneemt en bijdragen aan de leefbaarheid. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) kan het plan in grote lijnen steunen.
7
Er komt steeds meer leegstand in de binnenstad. Voor winkels die vertrekken komen minder winkels terug. De binnenstad moet aantrekkelijk blijven om te wonen, ontmoeten, recreëren en werken. Bosch Belang juicht het koesteren en blijven versterken van dit gebied toe. In de uitloopgebieden van de binnenstad worden winkelpanden gebruikt om te wonen. Het is steeds eenvoudiger de bestemming van winkel naar wonen te wijzigen. Een aantal gebieden heeft zelfs al een woon-winkelbestemming. Op deze manier wordt leegstand voorkomen en de woningmarkt geholpen. Zij vraagt extra aandacht voor de grote leegstand van de panden boven de winkels in het centrum, zoals boven C&A. Dit is regelmatig aangekaart. De gemeente zou met ludieke actie bewoners, winkeliers en pandeigenaren moeten betrekken om dit probleem op te lossen. Hier zou een prijsvraag aan kunnen worden gehangen of het zou bij studenten kunnen worden neergelegd. Het zou mooi zijn als met deze ruimtes wonen, werken, ontmoeten, kunst, zorg en recreëren worden gecombineerd. Door alle mooie plannen is het voor een nieuwe ondernemer een behoorlijke uitdaging om alles uit te zoeken. Bosch Belang vraagt daarom aandacht voor een ondernemersloket. Kan dit nog worden meegenomen in de detailhandelsvisie? Bosch Belang maakt zich zorgen over de groeiende groep oudere bewoners en bewoners met beperkingen.
Zij worden geacht steeds langer thuis te wonen, terwijl winkelcentra en winkels verdwijnen. Deze mensen kunnen hun boodschappen niet altijd bestellen en er is niet altijd een mantelzorger om op terug te vallen. Er wordt gesteld dat het 'maar' vijf minuten fietsen of lopen is, maar dat is niet voor iedereen zo eenvoudig. Is de wethouder bereid onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een SRV-wagen voor de dagelijkse boodschappen aan huis? Wellicht kan dit worden onderzocht met een partij met een maatschappelijke functie, zoals Cello of Farent. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij de opmerking van Rosmalens Belang dat de Maliskamp niet benoemd is als supermarkt en ziet graag een soortgelijk initiatief voor de kernen Vinkel en Engelen als het lastig is om daar een supermarkt overeind te houden. Het CDA stelde een vraag over de 10.000 m2. Is dat nog steeds exclusief voor BAUHAUS of ook voor andere ketens? De drie centra draaien goed: de binnenstad, Rosmalen en de Helftheuvel. Dit komt met name door de goede horeca. Een leuke plek waar men kan zitten, winkelen en verblijven is een reden om ernaartoe te gaan. Voor de gebieden die minder lopen, kan een goede horecagelegenheid een oplossing bieden, maar dit is niet voor iedere kern geschikt. Waar wordt de grens voor blurring getrokken? De horeca vormt een belangrijk deel van de winkelkernen.
In het verleden volgde de horeca de winkelgebieden, maar nu is dat vaak andersom. De horeca kan door blurring in de problemen komen. Voor de horeca moeten in ieder geval dezelfde eisen worden aangehouden. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of de heer Pennings het eens is dat juist blurring voor een winkelcentrum zoals op de Maaspoort een mogelijkheid is om een vorm van horeca binnen de bestaande winkels te realiseren. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) stelt dat een wijkcentrum kan worden verbeterd door horeca toe te voegen. Dat kan zijn met een winkel die daarop inspringt. Er mag geen willekeur ontstaan en de ondernemers moeten voldoen aan de eisen die ook voor de horeca gelden. Supermarkten zijn nu wezenlijk onderdeel van het detailhandelsplan en de kernen liggen er vaak omheen. Hij maakt zich zorgen dat online supermarkten dat gaan overnemen. Wat wordt dan gedaan? Dat is niet in de visie beschreven. De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt dat inwoners moeten beseffen wat er gebeurt als men boodschappen online bestelt, namelijk dat de wijksupermarkt daarmee verdwijnt. Met een campagne zouden inwoners daarvan bewust moeten worden gemaakt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) streeft altijd naar meer lokaal dan internationaal. Er zijn steeds minder échte winkels. Hoe zouden die panden moeten worden ingevuld? Daardoor komen er steeds meer ondernemingen die geen winkel zijn.
Er moet meer worden gedacht aan gemengde bestemmingen voor leegstaande panden. Een pand kan beter in gebruik zijn voor de levendigheid in de buurt. Reactie college Wethouder Ralph Geers is verheugd dat velen de enorme switch die met deze detailhandelsvisie wordt gemaakt, hebben opgemerkt. De vorige detailhandelsvisie focuste op de binnenstad en het
8
toevoegen van winkelmeters. Deze visie focust op de leefbaarheid in de wijken en het behouden van voorzieningen in de wijken en dus juist niet over de binnenstad. Voor de binnenstad is het economische perspectief brede binnenstad en de ontwikkelingen van Den Bosch Partners. Voor de kosten van de centrummanager et cetera verwijst hij de PVV naar de discussies die het afgelopen jaar zijn gevoerd over het centrummanagement. In het economische perspectief brede binnenstad is de toekomst voor de binnenstad geschetst ook op het gebied van detailhandel. Daar zit ook de focus op hoe de aanloopstraten en specifieke gebieden verder kunnen worden geholpen. Deze visie is een soort ruimtelijk inspirerend kader. Waar wil men iets wel of niet toestaan? Hoe kunnen ondernemers worden geprikkeld om iets wel of niet te vestigen? Het is niet de maakbaarheid van de wereld. Winkels worden gestart en locaties worden gekozen door ondernemers en niet door de overheid. Ook hij zou graag een Praxis City in de binnenstad hebben, maar uiteindelijk is het de ondernemer om daarvoor te kiezen. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de gemeente er dan niet voor kan zorgen dat het aantrekkelijk wordt voor ondernemers om zich op bepaalde plekken te vestigen om juist de wijken te versterken. Wethouder Ralph Geers reageert dat dit precies de kern is van het beleid.
Dat is wat met het economisch perspectief brede binnenstad wordt gedaan met de sfeergebieden en wat hier wordt neergelegd voor de wijkwinkelcentra. Maar dit moet ook vanuit de ondernemers zelf komen, want de gemeente is vaak geen pandeigenaar. De gemeente kan partijen wel stimuleren om samen te werken en met een goed plan te komen waaraan een horecaondernemer een bijdrage kan leveren. Deze ontwikkeling wordt met deze visie ingezet en daarmee kan worden gezorgd dat de wijkwinkelcentra zich blijven ontwikkelen. Dat wordt ook met andere functies gedaan. Compacte winkelcentra zijn cruciaal voor de leefbaarheid in de wijken. Dan draait het niet alleen om de detailhandel, maar ook om de aanpalende functies waar mensen wel naartoe gaan. Voor de Bossche Bespaar Karavaan is bijvoorbeeld reclame gemaakt bij de wijkwinkelcentra. Dat zijn bewuste keuzes omdat dat ontmoetingsplekken zijn. Dat vraagt in het beleid om iemand die kennis heeft om plannen mee te ontwikkelen. De gemeente kan de openbare ruimte vergroenen, want het opkrikken van de openbare ruimte is cruciaal voor een aantrekkelijke winkelstrip, en meewerken aan een eventuele functieverandering als dat nodig is. Een specifieke groep zijn de supermarkten in de kernen. Daar wordt voor maatwerk gekozen omdat de opgaven verschillen afhankelijk van de behoeften vanuit de wijk.
Voor supermarktondernemers met appartementen boven de winkel is het lastig als mensen gebruik maken van online boodschappendiensten. Dat vraagt ondernemerschap van de ondernemer zelf. Waarom kiest een klant voor een boodschappendienst? Hoe kan de klant worden gemotiveerd om naar de supermarkt te gaan? Hij voelt veel voor een koop lokaal-campagne. De actie van Hartje in 2020 is bedacht vanuit coronatijd, omdat iedereen online ging bestellen waarmee de lokale winkels hun klanten dreigden te verliezen. Een kwartier wandelen of fietsen kan niet worden gegarandeerd. Uiteindelijk is het aan een ondernemer om zich ergens te vestigen. Hij wil in de kernen de huidige supermarkten zo veel mogelijk behouden. Dat kan een verhuizing, uitbreiding of andere vormgeving betekenen. Dat is maatwerk. Hij wil daar niet op vooruitlopen voor specifieke locaties. De fractie van VOOR Den Bosch stelt diverse technische vragen die hij technisch wil afdoen. Indertijd zijn gesprekken met pandeigenaren gevoerd. Bij de afdoening van die motie is aangegeven wat daar wel en niet mee is gedaan. Het heeft ook te maken met de waardering van de panden zoals deze in de boeken staat en of een pandeigenaar nog kredietwaardig is. In de aanloopstraten naar de binnenstad is leegstand. Dat is altijd te veel, maar nog steeds beter dan het landelijk gemiddelde.
Met Den Bosch Partners en de vastgoed BIZ moeten de randvoorwaardelijke zaken worden georganiseerd zodat ondernemers zich willen blijven vestigen. In die aanloopstraten wordt ruimte geboden voor het omzetten naar wonen. Voor een startende ondernemer is het bijna onmogelijk om de huurprijs voor vijf jaar te betalen. Deze wil in een aanloopstraat beginnen. Die ontwikkeling moet ook worden vormgegeven en daarvoor is tot een bepaalde hoogte een soort frictieleegstand wenselijk. Vanuit het economisch perspectief wordt met Den Bosch Partners aan de leegstand gewerkt. Blurring kan veel mogelijkheden bieden. Het levert een ongelijk speelveld op als een horecazaak aan allerlei eisen moet voldoen en een niet-horecazaak ineens van alles mag schenken. Hoe wordt dat goed georganiseerd? Mevrouw Klerks (Volt) reageert dat in het visiedocument staat dat daarvoor richtlijnen worden opgesteld. Hoe staat de wethouder tegenover blurring voor de winkelcentra met inachtneming van die richtlijnen?
9
Wethouder Ralph Geers heeft geen problemen met het vergroten van blurring naar de rest van de stad als het past binnen de wet- en regelgeving. Als het passend is, kan het toegevoegde waarde hebben. Er is een aantal maal verwezen naar de Boschmeersingel. Het is wenselijk te komen tot compactere, kwalitatief goede winkelgebieden. Dat maakt verschil tussen waar nog energie op wordt ingezet. In dat kader is ervoor gekozen in te zetten op de Helftheuvelpassage en de Oude Vlijmenseweg, omdat daar nieuwe passende toevoegingen komen. In de Boschmeersingel kan op termijn de positie veranderen naar andere faciliteiten. De heer El Amraoui (D66) begrijpt dit, maar in het BRO-onderzoek wordt gesteld dat de verplaatsing van de Aldi naar de Helftheuvelpassage de voornaamste reden is voor de herkwalificatie naar een cluster van publieksgerichte diensten. Is het feit dat Marmaris intrek heeft genomen in dat grotere pand plus de 33 seniorenwoningen die aan de achterzijde worden gebouwd, geen aanleiding om die herkwalificatie opnieuw te overwegen gezien de actualiteit van de dag? Wethouder Ralph Geers ziet dat in de toekomst naar compactere centra wordt gegaan. Helftheuvel, Boschmeersingel en Oude Vlijmenseweg zijn te groot om één te zijn, dus kan het beter worden geconcentreerd. Dat zegt niets over de huidige ondernemers, maar op grond van de visie wordt daarin niet geïnvesteerd.
De focus wordt op de twee andere strips gezet omdat daar in de langjarige toekomst de meeste meerwaarde kan worden behaald. De huidige goede ondernemers zijn op dit moment toegevoegde waarde op die plek. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verwijst naar een discussie van een aantal jaren geleden over Boschveld, de Vlijmenseweg en de Boschmeersingel die dezelfde functie hadden. Toen werd Boschveld afgewaardeerd omdat daar geen supermarkt zat en Boschmeersingel werd geroemd om zijn functie in de wijk. Nu zegt de Aldi de huur op en wordt het afgewaardeerd. Is dat niet invullen naar wat verhuurd is? Wethouder Ralph Geers antwoordt dat het voor een deel ook te maken heeft met welk aanbod complementair is aan elkaar. Op dat moment zat een bepaalde discountfunctie niet in de Helftheuvelpassage. Met de verhuizing is die functie anders ingevuld, waardoor tot een andere weging is gekomen. Het heeft niet met een individuele onderneming te maken, maar met het uitgangspunt wat complementair is en wat een wijkfunctie is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat Boschveld destijds werd afgewaardeerd als buurtfunctie omdat de Boschmeersingel een sterke buurtfunctie had. Dat had niets te maken met het feit dat daar een discountsupermarkt zat. Hoe kan het dat het nu zo eenvoudig wordt afgewaardeerd? Wethouder Ralph Geers waardeert niets af.
De invulling van de Boschmeersingel is op niveau. Deze visie kijkt een aantal jaren vooruit. In de ontwikkeling naar compactere centra ligt de focus op de Helftheuvelpassage en de Oude Vlijmenseweg en niet op de Boschmeersingel omdat die functie nu getransformeerd is of kan worden. Dat is geen oordeel over de huidige ondernemers. Mensen zoeken een compleet aanbod. De wens is winkels te centreren voor een ontmoetingsfunctie en een compleet aanbod. Dat vermindert ook het aantal verkeersbewegingen. Het is de bedoeling dat wordt gekomen tot compactere centra met een duidelijke winkelstructuur zodat kwaliteit kan worden geboden en de sociale cohesie en leefbaarheid worden versterkt. De parkeervraagstukken en het OV horen in een andere discussie. Deze visie gaat over de detailhandel en is geen omgevingsvisie en heeft geen relatie met de woonzorgvisie. Uiteraard spreken de collegeleden met elkaar en zullen de wethouders Slikker en Van der Sloot deze ontwikkelingen toetsen en erover meedenken. Er is een aantal maal gesproken over duurzaamheid in verschillende facetten. In het raadsvoorstel is daarover bewust een passage opgenomen. Vanuit de aanpak energiearmoede is men bezig met het opzetten van een loket voor ondernemers. Daar zit de aanpak van de energie. Daarnaast zijn er via Den Bosch Partners ook acties als de Heatbusters om de deuren van winkels te sluiten.
De circulaire economie ontwikkelt zich steeds verder. Deze visie geeft vooral een ruimtelijk en geen inhoudelijk kader voor wat betreft het type winkels. De sfeergebieden in het economisch perspectief brede binnenstad en de verhaallijnen die Den Bosch Partners in juni aan de raad gaat presenteren, leggen een meer inhoudelijke focus op een gezonde stad. Daar wordt dan inhoudelijk meer de stimulans op gelegd vanuit citymarketing en binnenstadmanagement.
10
De heer Bos (GroenLinks) begrijpt dat de gemeente niet gaat over welke winkeliers zich waar vestigen, maar deze visie is gebaseerd op waardering van mensen die winkelen met de focus op diversiteit. Binnen diversiteit zou ook een thema Duurzaamheid kunnen terugkomen. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Wethouder Ralph Geers laat weten dat de duurzaamheid van panden continu een thema is. De duurzaamheid in het productenaanbod is aan de industrie zelf. Dat is geen kwaliteitscriterium bij de beoordeling van plannen. De detailhandelsvisie biedt vooral een ruimtelijk kader en gaat niet inhoudelijk over de winkels en hun keuzes binnen de bestemmingen. De heer Van de Pol (PvdD) geeft aan dat de ontwikkeling naar een circulaire economie impact heeft op de detailhandelssector en het ruimtelijk kader. Klopt het dat die trend niet is meegenomen in de analyse van deze visie? Wethouder Ralph Geers reageert dat het type winkels steeds verandert. Er komen nieuwe concepten die een bepaald aantal vierkante meters, minimaal een ingang en faciliteiten, nodig hebben. De functie en het aangeboden product verschillen, maar dat heeft geen invloed op het ruimtelijke kader. Hij zou het toejuichen als steeds meer naar een circulaire economie wordt gegaan. Daar wordt steeds meer aandacht voor gevraagd. De discussie uit 2015 over dierenverkoop kent een lange voorgeschiedenis.
Er is geen aanleiding om het beleid te veranderen. Het gaat goed met de nieuwe wetgeving en de NVWA als bevoegd gezag. Er worden niet op grote schaal dieren verkocht. Het is een politieke keuze als daar iets aan moet worden gedaan. Met betrekking tot de bouwmarkt is niet voorgesorteerd op één partij. Conform het bestuursakkoord loopt een onderzoek naar de locatie Groote Vliet. Hij hoopt daar zo snel mogelijk duidelijkheid over te bieden. De binnenstadsmanager heeft helaas zijn ontslag ingediend. Deze werkte met Avans en JADS aan dashboards met data over de detailhandel et cetera. Hij hoopt dat dit snel weer kan worden opgepakt, maar dat ligt bij Den Bosch Partners. Een SRV-wagen is aan de markt. Als er een afzetmarkt blijkt te zijn, is het aan een ondernemer en niet aan de gemeente. Zowel Bosch Belang als de VVD spraken over het helpen van nieuwe ondernemers. Er is beleid voor startende ondernemers die een bedrijf beginnen, maar niet voor winkels of bedrijfsopvolging. Hij is benieuwd naar ideeën om dat binnen de randvoorwaarden vorm te geven. De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft zijn zorgen geuit over de toenemende personeelsschaarste.
Deelt de wethouder die zorg? Kan de gemeente ondersteuning bieden op dat gebied? Wethouder Ralph Geers ziet ook de briefjes op de deuren dat personeel wordt gezocht en weet dat de horeca soms minder open is vanwege personeelstekort, maar de gemeente kan dat niet oplossen. Het is geen argument om op demografische staat minder winkelmeters te willen. Het Koning Willem I College heeft een opleiding voor de detailhandel. Allerlei sectoren schreeuwen om mensen. Hij begrijpt de zorg, maar kan geen oplossing bieden. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is blij dat wordt ingezet op het minimaal behouden van supermarkten in kernen als Vinkel. Daar wonen circa 2500 mensen, dus dat wordt heel moeilijk. Welke rol zou de gemeente daarin kunnen spelen? Wethouder Ralph Geers reageert dat het ook afhangt van het concept dat een ondernemer neerzet en de verwachtingen die men heeft. Wellicht heeft de daar gevestigde ondernemer een verdienmodel waarbij hij met minder personen tot voldoende omzet kan komen. De buurtsuper in Maliskamp is een mooi voorbeeld van hoe een supermarkt in een wijk het verschil kan maken in én dienstverlening en leefbaarheid én een zinvolle dagbesteding voor veel mensen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat de gemeente dan een faciliterende rol kan spelen door partijen bij elkaar te brengen.
Wethouder Ralph Geers onderschrijft dat de gemeente in faciliterende zin kan helpen om een belangrijke voorziening te behouden, maar het begint met het ondernemerschap van een ondernemer die ergens kansen of bedreigingen ziet.
11
De heer Bos (GroenLinks) vraagt hoe het groen in de winkelgebieden wordt verbeterd. Wat zijn de plannen voor vergroening? Wethouder Ralph Geers antwoordt dat op deze visie nog een uitvoeringsprogramma volgt. Het college wilde eerst de mening van de raad ophalen. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven op welke facetten de gemeente ondersteunend kan zijn. Hierbij moet worden gedacht aan het opknappen van de openbare ruimte, het vergroenen, het anders inrichten van fietsenstallingen en parkeerplekken. Voor een deel daarvan zijn er budgetten vanuit de openbare ruimte en een deel komt uit het bedrag van € 150.000 dat hiervoor beschikbaar is. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of vergroenen ook een thema kan zijn voor het ondernemersloket. Wethouder Ralph Geers meldt dat het ondernemersloket wordt ontwikkeld voor energievragen van bedrijven. Dat raakt niet het warmtenet of de vergroening eromheen. De openbare ruimte is van de gemeente en de gemeente neemt daarin haar verantwoordelijkheid. De heer Ploegmakers (CDA) komt terug op de bouwmarkt. De oud-wethouder heeft twee jaar geleden hetzelfde gezegd als wat wethouder Ralph Geers nu zegt. De Groote Vliet staat in het bestuursakkoord.
De wethouder kan dit proces toch naar zijn hand zetten? Wethouder Ralph Geers stelt dat de heer Ploegmakers het dossier rond de bouwmarkt ook kent en hij ook weet welke gevoeligheden er liggen in besluitvormende en procedurele zin. Dat moet eerst worden afgehecht. Het is hem niet bekend wanneer dat zal zijn, maar hij vertrouwt dat dit zo snel als mogelijk is zodat men daarna snel verder kan. De heer Ploegmakers (CDA) heeft uit het voorliggende stuk opgemaakt dat het niet meer is gekoppeld aan de Groote Vliet. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat ten aanzien van de grote bouwmarkt is aangegeven dat daar geen wijziging wordt gedaan ten opzichte van de ruimtelijke en bestuurlijke kaders zoals die eerder gesteld zijn, zowel in het raadsbesluit als in de aanvullende beleidsregels die het college indertijd heeft vastgesteld. Tweede termijn Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt of zij antwoord krijgt op haar technische vragen of dat zij deze opnieuw moet stellen aan de ambtenaar die het stuk heeft opgesteld? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) was best enthousiast over het document, maar is teleurgesteld na de beantwoording van de wethouder. Met betrekking tot de vijftien minuten-hubs en ten aanzien van het vergroenen van de wijkwinkelcentra en de verblijfskwaliteit is het antwoord dat mensen met de auto boodschappen doen.
Bezorg- en afhaalpunten voor pakketten en boodschappen leveren juist minder verkeersbewegingen op. De reactie op de grote bouwmarkt raakt de kern van waarom het nu misgaat. Het draait weer om volume. Als men wijkwinkelcentra met supermarktjes wenst, dan gaat het om volume. Als goed bereikbare megawinkels worden toegestaan in de centrale périphérique, goed bereikbaar met de auto, dan gaan mensen daar boodschappen doen. Wijkfuncties kunnen daarmee niet concurreren. De samenleving vergrijst. Niet iedereen kan naar een megawinkelcentrum. Er zijn bereikbare functies in de wijk nodig. Er is behoefte aan verblijfskwaliteit zodat de vergrijzende samenleving er nog op een prettige manier even uit kan. Dat moet worden vastgelegd in dit document en dan moet worden gekeken naar aantallen vierkante meters. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort de heer Hoeben een gloedvol betoog houden voor kleine winkels. Deze waren er vroeger, maar dat is niet meer haalbaar en niet meer vol te houden. Daarom zijn ze allemaal verdwenen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft geen romantisch beeld van kleine winkeltjes en gezelligheid, maar spreekt over functies in de wijk. Als de wethouder alleen predikt over volumes, ondernemers en concepten, dan mist hij de kern. Het winkelcentrum heeft een wijkfunctie en geen regiofunctie. Maar een megasupermarkt heeft een parkeerlap op het dak en voor de deur en daar
12
staat iedere dag een file omdat deze een regiofunctie heeft. Als dat wordt toegestaan dan mist men de kern van een wijkwinkelcentrum. Gekeken moet worden welke oppervlakte wordt toegestaan. Als XL-supermarkten worden toegestaan, dan doet men daar de grote boodschappen en wordt de rest weggedrukt en verschraalt het aanbod in de wijken. Wethouder Ralph Geers vraagt mevrouw Van den Wildenberg haar vragen aan de opsteller van het stuk te mailen. Hij herkent het verhaal dat de heer Hoeben hem toedicht niet. In de visie wordt vooral uitgegaan van de fijnmazige winkelstructuur in de buurten en wijken en het behouden van die nuttige voorzieningen. De Lidl aan de Oude Vlijmenseweg is geen XL-locatie, maar een nieuwe supermarkt met meer meters dan voorheen. Daar wordt gebruik van gemaakt en de verkeersintensiteit is hoog en daar wordt naar gekeken in het kader van mobiliteit. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt hoe het kan dat de Lidl geen XL-predicaat heeft maar wel meer meters heeft dan eerder mogelijk was. Wethouder Ralph Geers is van mening dat de afgelopen jaren stevige discussies zijn gevoerd over het supermarktbeleid in West. Voor dat deelgebied is een supermarktenbeeld gemaakt. De supermarkt op de Oude Vlijmenseweg is gerealiseerd binnen de kaders die er zijn. Men wil juist die voorziening in de wijk en juist zorgen dat die leefbaarheid in de wijk blijft bestaan.
Hij hoopt dat mensen hun boodschappen nabij doen. Daarom wordt maatwerk toegepast. Uitbreiding van het aantal meters, moet niet automatisch leiden tot een toename van het aantal parkeerplekken. Als iedereen lopend of met de fiets komt, moet maatwerk worden geleverd zodat de supermarkt levensvatbaar blijft. Dat type maatwerk is wenselijk om de functies dichtbij te behouden. Soms hebben supermarkten extra meters nodig voor bijvoorbeeld een pakketkluis. De openbare ruimte wordt vergroend op basis van plannen en het klimaatbestendige beleid en niet door een parkeerplaatsje te verleggen. Het gaat om het toevoegen van beleving, een compleet aanbod en beschikbaarheid. Mensen moeten dichtbij hun boodschappen kunnen doen. Wees loyaal en koop lokaal. De voorzitter gaat over tot de adviesronde. De heer Esser (PVV) reageert dat de wethouder naar stukken uit het verleden verwees en dat daar nog naar wordt gekeken. De subsidie voor een centrummanager moet geen baantjescarrousel worden. PVV komt daar nog op terug. De heer Ploegmakers (CDA) staat positief tegenover de visie. Hij maakt uit de betogen op dat er nog moties zijn te verwachten. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is blij met de detailhandelsvisie. Hij neemt deze mee terug naar de fractie. De heer Altenburg-Collin (VVD) steunt deze detailhandelsvisie in grote lijnen, maar sluit een motie niet uit over 'wees loyaal, koop lokaal'.
Mevrouw Klerks (Volt) staat redelijk positief tegenover de visie, maar neemt het terug naar de fractie en overweegt een motie. De heer Van de Pol (PvdD) komt met een voorstel over het terugdringen van de verkoop van dieren door de detailhandel. De heer Bos (GroenLinks) staat positief tegenover het voorstel en wacht de moties af. De heer Peters (PvdA) staat positief tegenover het voorstel en overweegt een motie omtrent het betrekken van de wijkwinkelcentra bij het programma Sociale Structuur. De heer El Amraoui (D66) staat positief tegenover het voorstel. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wacht de beantwoording van de technische vragen af. Zij vindt het een licht bespreekstuk.
13
Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) staat achter het plan en gaat na of zij een creatieve toevoeging kan doen ten aanzien van het ondernemersloket. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) is over het algemeen positief over het voorstel en beraadt zich met de fractie over een motie. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zal nog technische vragen stellen en neemt het mee terug naar de fractie. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) was positief over het voorstel, maar wil een aantal uitspraken van de wethouder wegen. De heer Van Hasselt (SP) overlegt met de fractie. Mogelijk komt SP met een motie over het behouden van aandacht voor winkelcentrum op Zuid en in de Kruiskamp. Het voorstel zal als bespreekstuk worden doorgeleid naar de raadsvergadering. Overige onderwerpen ter bespreking 6.
Werkplanning Het college stelt de commissie voor op 16 juni a.s. een werkbezoek te brengen aan Den Bosch Partners zoals is toegelicht in een bijlage bij de agenda. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft artikel 71-vragen ingediend. Gelet op de huidige situatie verzoekt Leefbaar 's-Hertogenbosch het werkbezoek op kortere termijn te laten plaatsvinden zodat kan worden ingegaan op de actuele omstandigheden en om vast te stellen of men op koers ligt. Is het college bereid een dergelijk beraad op korte termijn te bevorderen? Wat is de mening van de overige fracties? Reactie college Wethouder Ralph Geers meldt dat de beantwoording van de artikel 71-vragen nog volgt. De raad heeft ervoor gekozen Den Bosch Partners in te stellen. Dat is een organisatie op afstand. Noch de raad, noch het college gaat over het inhoudelijke personeelsbeleid van Den Bosch Partners. In het raadsinformatiebulletin is gemeld dat de organisatie heeft verzekerd dat wordt voorzien in de uitvoering van de plannen en het nakomen van de acties. De commissie mag eerder op werkbezoek als dit kan. De commissie stemt in met de datum van 16 juni a.s. De heer Verbruggen (D66) verzoekt het college in de werkplanning een verdere doorkijk te geven dan het tweede kwartaal. De voorzitter geeft dit aan het college mee.
7.
Rondvraag en sluiting De heer Van de Pol (PvdD) heeft vragen over het revolverend energiefonds dat in het bestuursakkoord is opgenomen. Wanneer wordt een voorstel hiervoor aan de raad voorgelegd? Voor welke energiebesparende maatregelen kan het fonds worden gebruikt? Is de wethouder het eens dat het belangrijk is dat het revolverend energiefonds er zo snel mogelijk komt gezien de energie- en klimaatcrisis? Is het college voornemens ervoor te zorgen dat de inwoners en het MKB op de hoogte worden gebracht van het bestaan van het revolverend energiefonds? Wethouder Ralph Geers reageert mede namens de wethouders van Energie en van Financiën. Er ligt een grote opgave. In het tweede halfjaar komt er een transitievisie Warmte, zodat duidelijk is welke opgaven daarin staan en welke stappen moeten worden gezet. Het fonds is in het bestuursakkoord aangekondigd in een tijd van lage rentes, waardoor het herbeleggen van vrijkomende gelden amper iets zou opbrengen. Inmiddels is de rente gewijzigd. Wellicht leidt dat tot een nieuwe afweging van de raad en het college om te kijken of het niet zinvoller is de gelden nog langjarig te beleggen, zodat er structurele inkomsten zijn of dat voor een revolverend fonds wordt gekozen. Die afweging wordt meegenomen.