2021-09-09 Commissie Bestuur concept
Tekst van het document
Commissie BESTUUR Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
9 september 2021 Raadzaal
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer J.J.E.L. van Creij, E.R.F. Esser, R.J.J. Geers, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, ing. A.J.G. de Groot, mw. W. de Groot MSc., drs. R.M.J. van den Kerkhof, P.M. van der Krabben, B.F.C. Roovers, mw. drs. E.J. de Ruiter, P. Slikker mr. J.W.F. Hoskam, drs. J.M.L.N. Mikkers
Afwezig:
A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. drs. J. Hendrickx, mw. A. Hernández, drs. P.E. Kagie
Verslaglegging:
mw. P.J. van Hoorn (DemiSec)
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heer Kagie, mevrouw Hendrickx en mevrouw Hernández. De heer Van Hattem wordt vervangen door de heer Esser en de heer Roovers is vandaag voor het eerst als fractievoorzitter van de SP in deze commissie aanwezig. De heer Geers (VVD) meldt dat de heer Van den Kerkhof vijf minuten later komt omdat hij naar eigen zeggen last heeft van de tijdelijke autoluwe binnenstad.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter meldt dat gewoon ge-DREVEN een rondvraag heeft over de grafrechten voor het graf van de oud-burgemeester van Engelen. Verder stelt hij voor om de agendapunten 7 en 8 gezamenlijk te behandelen. De heer Van den Kerkhof komt binnen en hij heet hem welkom. De agenda wordt vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bestuur van 1 juli 2021 Het verslag van de commissie Bestuur van 1 juli 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en lijst openstaande moties De voorzitter meldt dat er geen opmerkingen zijn over de lijst met toezeggingen en de lijst met openstaande moties en die worden opnieuw vastgesteld.
Raadsvoorstellen 5.
Wijziging Legesverordening Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering.
6.
Aanvraag verlenging gebiedsaanwijzing selectieve woningtoewijzing De voorzitter geeft aan dat de minister in 2017 op grond van de Wet bijzondere maatregelen Grootstedelijke problematiek een aantal wijken in Den Bosch heeft aangewezen waarin huurwoningen selectief kunnen worden toegewezen. Het college stelt voor om bij de minister een aanvraag in te dienen om deze regeling te verlengen. Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) zag dat vandaag het raadsinformatiebulletin met de evaluatie van het kabinet is binnengekomen en dat vindt ze aan de late kant, ze had deze informatie liever wat eerder gehad. Sinds de invoering van de Wet bijzondere maatregelen Grootstedelijke problematiek, ook wel de Rotterdamwet genoemd, vinden diverse onderzoeken en evaluaties plaatst en maken onderzoekers kritische opmerkingen over de uitvoering van deze wet. 1
De leefbaarheid en veiligheid is niet in alle wijken van de grote steden verbeterd door de uitvoering van de Rotterdamwet en deze maatregelen laten vaak zien dat er een lange adem nodig is. De maatregelen vormen geen sluitend systeem, er zijn ook andere maatregelen nodig om de leefbaarheid en de veiligheid te verbeteren. GroenLinks is voor het toepassen van selectieve woningtoewijzing voor inwoners met overlastgevend en crimineel gedrag, artikel 10 van de wet, omdat het niet gewenst is dat veel criminele families naast elkaar wonen, zoals in het verleden het geval was, en dat er schietpartijen plaatsvinden. Ze adviseert de aanbevelingen van het kabinet over te nemen. GroenLinks heeft wel een aantal opmerkingen en vragen over de uitvoering van artikel 8 over de inkomenseis. Het doel is dat de instroom van de kandidaten met een uitkering afneemt zodat er minder financieel kwetsbare inwoners in de buurt wonen en inkomen uit arbeid de norm wordt. Dit laatste wordt niet bereikt door alleen selectieve woningtoewijzing, daarvoor zijn ook andere maatregelen nodig zoals opleiding en toeleiding naar werk. Anders dan bij het vertonen van crimineel gedrag kan niet iedereen er iets aan doen dat hij of zij door omstandigheden een uitkering krijgt en daarom geen sociale huurwoning.
Veel buurten zoals de Sprookjesbuurt, de Edelstenenbuurt en de Muziekinstrumentenbuurt scoren bij deze maatregel nog beneden gemiddeld als het gaat om verbeteringen in de buurt en de effecten van de selectieve toewijzing op basis van artikel 8 worden soms minder gezien door de professionals die in deze buurten werken. In de brief aan het ministerie wordt gesuggereerd om artikel 8 af te bouwen omdat aan de effectiviteit wordt getwijfeld en ze vraagt waarom dit artikel toch in de verlenging is opgenomen. De heer Roovers (SP) ziet twee manieren om de relatie tussen de samenstelling van wijken en de problematiek van overlast en criminaliteit te benaderen. De eerste benadering ligt nu voor en dat is het selectief mensen uitsluiten van wijken op basis van hun gedrag of hun inkomen. De tweede benadering is een integrale benadering waarin wordt gestreefd naar gemengde wijken en dorpen met een mix van huizenprijzen en soorten woningen. De SP is voor de tweede benadering en hij wil de discussie voeren over gentrificatie. De SP heeft hierover vragen aan het college gesteld, hij heeft begrepen dat de antwoorden daarop snel komen en het lijkt hem goed om de discussie hierover in de commissie Omgeving te voeren. Sommige mensen wordt mogelijkheden tot wonen ontzegd en dat is een grote maatregel.
De onderbouwing daarvan is dat er grote woningnood is, maar dat de komende tien jaar 10.000 woningen worden gebouwd waarvan 30% sociaal en dat deze mensen daar ook aanspraak op kunnen maken, vindt hij gebrekkig en hij vraagt de portefeuillehouder om daarop in te gaan. Onder het kopje Subsidiariteit staat bij iedere wijk 'de maatregelen die we nu toepassen hebben tot onvoldoende resultaat geleid, dus wij vinden dat deze maatregelen subsidiair zijn' en dat vindt hij op zijn zachtst gezegd een erg bijzondere redenering en ook daarover hoort hij graag nog iets van de portefeuillehouder. De SP vindt dat de aard van de wet kritisch moet worden benaderd. Deze wet kan alleen van toepassing zijn op arme mensen, op wijken waar 45% van de bewoners een laag inkomen heeft. Iemand die op Zuid woont, die witwast en dus ook een crimineel verleden heeft, komt niet met deze wet in aanraking, maar bewoners uit Barten en Hambaken wel en dat vindt hij een vreemde benadering die op hem overkomt als handhaven op basis van inkomen en daar heeft hij grote moeite mee. De voorwaarden voor het onderzoek dat in artikel 10 van de wet worden beschreven zijn wel heel erg licht, die gaan over geluidsoverlast of stankoverlast en dat betekent dat het hebben van een houtkachel in een politieonderzoek al aanleiding kan zijn om mensen uit een woning te weigeren.
Als hij de wet goed leest, kan de maatregel na vier jaar nog viermaal vier jaar worden verlengd, dat is in totaal twintig jaar en dat betekent dat de maatregel in de Barten over vier jaar sowieso afloopt. Er staat in het voorstel dat in deze wijk nog onvoldoende resultaten zijn geboekt en hij vraagt of er in de Barten nog alternatieve maatregelen kunnen worden genomen om dezelfde problemen op te lossen. De heer Slikker (PvdA) vindt de Rotterdamwet een duivels dilemma. In een ideale wereld zijn wijken gemengd met mensen met een praktische opleiding die met hun handen werken, mensen met een theoretische opleiding die met hun hoofd werken, mensen met een laag inkomen, mensen met een hoog inkomen, mensen die zich een koophuis kunnen veroorloven en mensen die een sociale huurwoning nodig hebben en het lukt steeds minder om deze mensen bij elkaar te laten wonen. Dat heeft er voor een deel mee te maken dat op bepaalde locaties alleen dure woningen worden gebouwd, waardoor elite-enclaves ontstaan zoals op het GZGterrein en er aan de andere kant ook wijken zijn met veel betaalbare woningen gecombineerd met sociale huurwoningen waar heel veel kwetsbare mensen bij elkaar wonen en zeer veel problemen zich concentreren. Het is bijzonder pijnlijk om te zien dat in die wijk kan worden in2
gegrepen door iemand geen sociale huurwoning te geven omdat hij in het verleden crimineel gedrag heeft vertoond of een te laag inkomen heeft en dat in andere wijken niet kan. De PvdA heeft contact gehad met diverse sociale partners in de eerstgenoemde wijken en die zeggen allemaal dat het bijzonder kwetsbare wijken zijn, dat ze het maar net redden en dat een maatregel als de Rotterdamwet nodig kan zijn. Dat ontslaat de gemeente echter niet van twee andere verplichtingen, namelijk om waar dat kan gemengd te bouwen en in de wijken te investeren. Er kunnen mensen uit een wijk worden geweerd, maar aan de andere kant moet ook worden geïnvesteerd in kwetsbare wijken en kwetsbare inwoners en de vraag is of dat laatste genoeg is gedaan. De PvdA vindt het slecht uit te leggen dat de Rotterdamwet niet op de Gestelse Buurt wordt toegepast omdat daar een wijkplan en een budget is en wel in een wijk waar nog geen wijkplan en investeringsplan is. Dit voorstel gaat eigenlijk ook over onvermogen omdat het de afgelopen jaren ondanks de Rotterdamwet niet is gelukt om de wijk en de mensen die er wonen meer steun te bieden. De PvdA stemt met enige pijn in het hart toch met dit voorstel in omdat het nodig is, maar wil ook dat er in de toekomst meer in de wijken wordt geïnvesteerd en dat er bij het rijk op wordt aangedrongen dat Den Bosch op de lijst met vijftien steden komt.
Verder moet er echt iets worden gedaan aan gemengd bouwen. Met dit voorstel wordt 11% van de meest betaalbare woningen onttrokken aan de groep mensen die deze meest nodig hebben en dat zorgt voor langere wachtlijsten. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stemt in met het voorstel, maar hij is wel bang voor een waterbedeffect en dat wil hij nadrukkelijk in de gaten houden. De cijfers uit de wijk- en buurtmonitor zouden eigenlijk moeten aantonen dat deze aanpak werkt, maar hij ziet alle tijd en geld die in de wijken is geïnvesteerd nagenoeg niet terug in de cijfermatige onderbouwing. Het is een aanpak van de lange adem, maar die is al heel lang gaande en hij ziet graag dat er eindelijk resultaat komt. De heer Van den Kerkhof (D66) vindt dat wijken en buurten niet tot in de eeuwigheid voor selectieve toewijzing kunnen worden aangewezen omdat het een tijdelijke maatregel is die op den duur wel zijn vruchten moet afwerpen. Het nu voorliggende voorstel brengt dilemma's op het gebied van privacy en vrijheid met zich mee, de overheid moet niet lichtvaardig omgaan met het beperken van de vrijheid van wonen voor burgers.
De overheid moet de vrijheid van wonen van het ene individu afwegen tegen het woongenot van andere burgers, het blijft een duivels dilemma, maar D66 staat aan de kant van hen die beschermd dienen te worden tegen hen die moedwillig het woonplezier van een ander aantasten, dat is voor D66 de fundamentele reden om in te stemmen met een verlenging van vier jaar, ook wetende dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat hiermee moet worden ingestemd. In het raadsinformatiebulletin dat vanmiddag is gekomen staat dat met name bewoners en professionals in de wijken aangeven dat het een maatregel binnen een breed pakket is dat wel lijkt te werken ook al heeft het misschien een klein effect en dat het geen waterbedeffect lijkt te hebben. Het is van belang dat binnen nu en vier jaar een brede evaluatie over de hele integrale aanpak in de geselecteerde wijken plaatsvindt. Hij wil breder kijken naar de aanpak in de genoemde aandachtsbuurten. In de Gestelse Buurt is al het een en ander gaande en hij wil juist kijken naar hoe de brede aanpak in de andere buurten, waar nu alleen dit instrument als een noodverband lijkt te werken, loopt en hoe ervoor kan worden gezorgd dat er een effectieve aanpak overeind blijft als deze maatregel er niet meer is. Wat D66 betreft, wordt ook dit instrument meegenomen in de brede evaluatie van de gemeente.
De heer Geers (VVD) ziet ook een afweging tussen de verschillende waarden in de samenleving. Dat was geen lichte afweging en het ging niet om het beter verdelen van de huizen, maar er ligt een zware analyse van enkele jaren geleden onder. Dit zware instrument staat niet op zichzelf, maar het wordt ingezet in combinatie met investeren in de wijken, mensen opleiden en aan werk helpen. Dit instrument wordt ingezet om te stabiliseren omdat er een groep ontstond die elkaar omlaag versterkten en dat moest worden doorbroken. Het is een preventieve maatregel en dat maakt het lastig om de uitkomsten te meten omdat niet bekend is hoe de wijk ervoor had gestaan als deze maatregel niet was genomen. Er worden geen mensen uit de wijk gehaald, maar er komen geen nieuwe mensen met bijvoorbeeld een strafblad. De VVD stemt in met de stabilisatie waardoor nu gericht aan de problemen kan worden gewerkt zonder dat wijken verder afzakken en er vervolgens nog meer geld moet worden geïnvesteerd om ze weer op niveau te krijgen. In de afweging van kernwaarden en vrijheden is het voor de leefbaarheid en de veiligheid van alle inwoners echt nodig om deze maatregel voort te zetten. 3
De heer Van der Krabben (Bosch Belang) sluit zich aan bij de gestelde vragen en hij wacht even met eventuele instemming. Het gaat om een traject voor de komende vier tot vijf jaar en hij vraagt of het mogelijk is om na een jaar te evalueren wat de vooruitgangspunten zijn en of op die punten kan worden bijgestuurd. De heer Van Genugten (CDA) steunt het voorstel. In de onderlegger van de evaluatie staat dat het om slechts enkele weigeringen gaat, maar hij vraagt zich wel af waar deze mensen terechtkunnen. Deze maatregel is één instrument om de leefwereld in bepaalde buurten en wijken te verbeteren, maar de toepassing van een dergelijk instrument vraagt eigenlijk altijd om terughoudendheid en een degelijke onderbouwing en dat ziet hij ook terug in de procedure. Dit is maar één maatregel en de verbetering van de leefomgeving vraagt om veel meer verschillende manieren met een integrale aanpak. Hij sluit zich aan bij de woorden van D66 om deze integrale aanpak te evalueren. Reactie college Portefeuillehouder Mikkers vindt het pijnlijk dat een overheidsdienaar een stuk zoals dat nu voorligt aan de gemeenteraad moet voorleggen, moet zeggen dat het voor sommige mensen misschien verstandig is om niet te gaan wonen op de plek waar ze wel willen wonen vanwege de context, de omstandigheden, de buurt et cetera en dat daarmee de vrijheid van mensen voor een deel wordt ingeperkt.
Aan de andere kant is er ook een reden om een aantal instrumenten in een gereedschapskist te hebben om te komen tot leefbare wijken en ervoor te zorgen dat er een goede oplossing komt voor de wijk als geheel. Dat vereist twee dingen in de uitvoering, namelijk terughoudendheid en begrijpen waarom het gebeurt. Niet 'the computer says no', maar nadenken over de impact van een huisvestingsweigering. Hij hoopt niet dat dit in regels kan worden vastgelegd, maar wel dat helder is dat niet zomaar met dit instrument wordt omgegaan alsof het een checklist zou zijn. Er zijn vanaf 2016 twintig weigeringen geweest, twaalf mensen daarvan zijn op dezelfde plek blijven wonen, één persoon is naar een particuliere woning gegaan, één is verhuisd naar buiten Den Bosch en zes mensen zijn naar een andere wijk gegaan. Hij ziet terughoudendheid als een opdracht voor het bestuur en de partner, maar er moet wel integraal naar de wijken worden gekeken en worden geïnvesteerd in onder andere de Gestelse Buurt en de Muziekinstrumentenwijk. De grondslag van dit voorstel ligt in de Rotterdamwet, daar kan hij niet uit shoppen en artikel 8 niet en artikel 10 wel toepassen. Het raamwerk wordt toegepast, maar wel terughoudend. Hij is het ermee eens dat er een integrale benadering moet zijn.
De gemeente kan iemand niet verbieden om een huis in een bepaalde wijk te kopen, bij sociale woningbouw kan wel worden gestuurd, maar dat ontslaat de gemeente niet van de plicht om er op een andere manier naar te kijken. De heer Roovers (SP) vindt dat de onrechtvaardigheid in de wet zit ingebouwd omdat die alleen mensen met een laag inkomen raakt en hij vraagt zich af of deze wet Den Boschwaardig is. Portefeuillehouder Mikkers zegt dat de wet er niet voor de overheid is, maar om de buurtbewoners te beschermen. De weigeringen die er zijn geweest, hadden te maken met antecedenten en een politierapportage en dat vindt hij wel Den Bosch waardig, er wordt gekeken naar wat het voor een bepaalde wijk betekent. Het klopt dat dit niet op koopwoningen en wel op huurwoningen wordt toegepast, maar als iemand bijvoorbeeld een hennepkwekerij in een woning heeft, wordt wel ingegrepen. Daarnaast bestaat de Wet Victoria op grond waarvan iemand voor een bepaalde periode uit zijn huis kan worden gezet, ook als dat een koopwoning is. Er worden diverse instrumenten uit een gereedschapskist gebruikt, waarbij het middel wordt gebruikt dat proportioneel bij de voorliggende casus past. Hij is van mening dat de overheid zowel een verantwoordelijkheid heeft voor degene die ergens niet mag wonen als voor de andere bewoners van die straat.
Het gaat niet om lichte voorwaarden, maar er wordt wel terughoudend met dit instrument omgegaan, het is bijna een last resort maatregel. Gemengd bouwen en investeren in kwetsbare wijken ontslaat de gemeente niet van de plicht om dit instrument soms in te zetten, maar hij is wel bereid om in gesprek te gaan over wat er met de betreffende wijken moet gebeuren, welke instrumenten er zijn en hoe die worden toegepast. Er waren 22 gevallen op 2400 woningen en dat is geen 11%. Op pagina 9 staat wat er met de betreffende mensen is gebeurd. Hij zou wel willen evalueren, maar hij vraagt zich af wat er dan wordt geëvalueerd. In de evaluatie van het rijk staat eigenlijk dat deze maatregel niet ge4
isoleerd kan worden geëvalueerd omdat het altijd met een pakket aan maatregelen heeft te maken. Sommige mensen schrijven niet in op een bepaalde woning omdat ze weten dat die onder het regime van selectieve woningtoewijzing valt, maar dat kan nergens worden vastgelegd en daarom is de vraag hoe effectief zo'n evaluatie is. Hij zegt wel toe dat aan de raad wordt gerapporteerd hoeveel mensen vanaf 2020 zijn geweigerd, zodat duidelijk is of selectieve woningtoewijzing ongebreideld of terughoudend wordt ingezet. Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) vraagt of het mogelijk is om kwalitatieve criteria zoals verslagen van professionals voor een evaluatie te gebruiken. Portefeuillehouder Mikkers zou dat graag doen als het over 100 gevallen per jaar zou gaan, maar niet bij vijf gevallen omdat dan bijna is te zien over welk gezin in welke straat in welke wijk het gaat, maar hij kan wel de aantallen aangeven. Als artikel 10 op alle vijf de gevallen zou worden toegepast, zullen daar weinig vragen over zijn en als op één geval artikel 8 van toepassing is, kan hij dat uitleggen zonder aan te geven om welk gezin in welke straat in welke wijk het gaat. Het is niet mogelijk om de verslagen van professionals toe te voegen omdat de commissie dan bijna een blik achter de voordeur krijgt en dat is niet gepast. Tweede termijn De heer Roovers (SP) heeft nog twee vragen open staan.
De selectieve woningtoewijzing in de Barten kan over vier jaar niet meer worden verlengd en hij vraagt of dat zo is en of er alternatieven voor die wijk zijn. Verder vraagt hij in te gaan op subsidiariteit. Dat wordt nu zo uitgelegd dat de maatregelen die nu worden toegepast nog onvoldoende resultaat hebben opgeleverd en dat de maatregel dus aan het subsidiariteitsbeginsel voldoet en dat vindt hij een kromme redenering. Portefeuillehouder Mikkers moet het antwoord op de eerste vraag schuldig brengen, dat laat hij uitzoeken. Als de uitleg van subsidiariteit is zoals de heer Roovers het omschrijft, vindt hij dat het stuk moet worden aangepast, ook dat laat hij uitzoeken. Hij ziet subsidiariteit in de zin van dat het een van de instrumenten is dat als last resort wordt toegepast. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) hoorde iedereen zeggen dat er meer in de wijk moet worden geïnvesteerd en hij gaat ervan uit dat dit in de begroting is te zien. Hij vindt het een hamerstuk. De heer Roovers (SP) wacht de zaken die nog technisch worden uitgezocht af en dan bepaalt hij of hij daar iets mee doet. Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) neemt het terug in de fractie. De heer Esser (PVV) vindt het een hamerstuk. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) gaat akkoord. De heer De Groot (Rosmalens Belang) vindt het na de toelichting van de portefeuillehouder een hamerstuk.
De heer Van den Kerkhof (D66) vindt het een hamerstuk. De heer Geers (VVD) gaat op akkoord De heer van Genugten gaat akkoord.
7. 8.
Gedragscode raads- en commissieleden niet-raadsleden 's-Hertogenbosch 2021 Gedragscode college burgemeester en wethouders gemeente 's-Hertogenbosch De voorzitter geeft aan dat het voor de raad en het college verplicht is om een gedragscode te hebben en dat de gemeenteraad die vaststelt. De vorige gedragscodes stammen uit 2008, in het werkplan voor de raad is indertijd opgenomen om de gedragscodes te actualiseren en dat is inmiddels gebeurd. De gedragscode voor het college is voorbereid door het college en die 5
zal de vragen hierover beantwoorden. De gedragscode voor de raad is voorbereid door het presidium en het presidium zal op eventuele vragen reageren. De heer De Groot (Rosmalens Belang) vindt het goed dat de gedragscodes zijn geactualiseerd en dat daar de nodige aandacht aan is besteed, er is zelfs een meeting voor raads- en commissieleden geweest. Dat heeft erin geresulteerd dat in de gedragscode voor raads- en commissieleden bij de kernwaarden het onderwerp Respect is toegevoegd en dat is een uitstekende toevoeging. In de gedragscode voor bestuurders staat artikel 5 over het uit de weg gaan van corruptie en ondermijning, maar dat staat niet in de gedragscode voor raads- en commissieleden en hij vraagt waarom dit niet het geval is. De heer Esser (PVV) zet nog vragen op de mail. De heer Geers (presidium) sluit zich aan bij de opmerkingen van de heer De Groot over het belang en de toegevoegde waarde van de sessie die de raad in juni jl. over dit thema had. Een gedragscode is geen uitputtende lijst met hele concrete zaken waarachter een vinkje kan worden gezet, het is met elkaar beleven wat met een term wordt bedoeld. De toegevoegde term 'respectvol' is niet in drie indicatoren uiteen te zetten en kan niet zomaar worden afgevinkt.
Daarover moet blijvend het gesprek worden gevoerd en iemand moet een ander er op een nette manier op aanspreken als de vraag is of iets wel binnen die code past. Het punt corruptie en ondermijning staat bij de integriteitsmelding in de gedragscode voor raads- en commissieleden. Het college kan als dagelijks bestuur zelfstandig besluiten nemen, terwijl raadsleden alle besluiten op basis van een debat in de openbaarheid nemen en daar kan een andere corruptie plaatsvinden dan bij een collegelid met een zelfstandige bevoegdheid. 9.
Fractieverantwoording 2020-2021 De heer Van den Kerkhof (D66) geeft aan dat de fractiebudgetten ook zijn bedoeld om de lokale democratie te ondersteunen en te versterken. Het afgelopen boekjaar is slechts 58% van het beschikbare budget geïnvesteerd en dat was in de jaren daarvoor 63 en 67%. Van de € 120.000 die het afgelopen boekjaar is uitgegeven, is nog geen € 2.500 geïnvesteerd in studiekosten, dat is 2% van het bestede bedrag en D66 heeft er helemaal niets aan besteed. Dat was in de jaren daarvoor 6 en 4%. Hij vraagt zich af of de raad wel voldoende in zichzelf en daarmee in een sterke lokale democratie investeert. D66 stelt voor dat de raad verkent hoe die de volgende periode dit budget beter kan benutten voor het versterken van het ambt als raadslid en ter verbetering van het debat. Hij stelt voor dit mee te nemen in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) meldt dat gewoon ge-DREVEN ieder jaar een heisessie houdt om kennis bij te spijkeren, maar dat dit het afgelopen jaar vanwege corona niet is gebeurd. Corona is een logische verklaring voor de onderbesteding. De heer Van den Kerkhof (D66) ziet dit coronaeffect ook, maar twee en drie jaar geleden is ook maar 4 respectievelijk 6% aan studiekosten besteed.
De heer Geers (presidium) zegt dat de raad heeft te maken met complexe onderwerpen en hij deelt de analyse van de heer Van den Kerkhof dat het goed is om bij te scholen. Hij heeft enkele maanden geleden met de vereniging voor raadsleden gesproken over hoe de bekendheid van cursussen voor raadsleden kan worden vergroot. De VNG verzorgt ook gratis cursussen en die komen niet terug in de fractieverantwoordingen, maar dat wil niet zeggen dat ze niet worden gevolgd. Hij is het ermee eens dat opleidingen extra onder de aandacht kunnen worden gebracht, maar verder mag iedere fractie zelf kiezen waar ze haar eigen budget aan besteed. Dit zal worden opgenomen in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad. Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering.
Overige onderwerpen ter bespreking 10.
Discussienotitie Verantwoord datagebruik en de rol van de raad De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de vicevoorzitter, de heer Geers.
6
De heer De Groot (Rosmalens Belang) neemt niet deel aan het debat omdat hij lid is van de Rekenkamercommissie. De voorzitter deelt mee dat er een hearing is geweest en dat de Rekenkamercommissie onderzoek heeft gedaan. Er is als experiment gekozen voor een discussienotitie met een aantal vragen in plaats van voor een raadsvoorstel. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt het merkwaardig dat in een datastad als 's-Hertogenbosch de rol van de gemeenteraad bij digitalisering en datagebruik tot nu toe niet of nauwelijks aan de orde was. Dat gebeurt vanavond wel aan de hand van onderzoeken, een discussienotitie van de Rekenkamercommissie en de inzichten die zijn opgebouwd tijdens de informatieve hearing die de Rekenkamercommissie op 31 augustus jl. voor alle commissieleden heeft georganiseerd. GroenLinks heeft nog geen antwoord op alle vragen, de discussie over de rol van de gemeenteraad en hoe de raad ervoor kan zorgen dat die deze rol door de tijd heen op een goede manier kan blijven uitvoeren, begint net. Het is duidelijk dat bij het gebruik en de verwerking van data een zorgvuldige afweging hoort plaats te vinden op basis van doelmatigheid, wet- en regelgeving, privacy en ethische kaders om ongewenste neveneffecten tegen te gaan.
De uitleg over het onderzoek in de Gestelse Buurt die tijdens de hearing werd gegeven, geeft GroenLinks het vertrouwen dat dit van tevoren goed geregeld werd, maar het probleem blijft wel dat dit een ambtelijke keuze of een keuze van het college was en dat de gemeenteraad er niet aan te pas kwam. De raad kreeg alleen het eindresultaat gepresenteerd en weet niet of het onderzoek nodig was om de leefbaarheid in de wijk tijdens het project te kunnen vergroten, hoe de data zijn verzameld, of die herleidbaar zijn tot personen en of data worden bewaard om in de toekomst voor andere gemeentelijke of wetenschappelijke doeleinden te worden gebruikt. Die afweging hoort ook te worden gemaakt bij het verwerken van gegevens die in de Bossche openbare ruimte voor derden beschikbaar komen. De slimme lantaarnpaal die in de hearing werd genoemd, duikt in 's-Hertogenbosch nog niet in het straatbeeld op, maar er zijn lokaal wel andere voorbeelden. Het is fantastisch als de gemeente, het gehandicaptenplatform en een bedrijf samen werken aan een app die mensen met een handicap in staat stelt om snel een parkeerplek te vinden, maar de vraag is of is nagedacht over hoe de data worden verzameld, of die tot personen herleidbaar zijn en van wie die data zijn. Ook hier zag de raad alleen het uiteindelijke product, namelijk de app.
Om dataverwerking door de gemeente en anderen in de openbare ruimte voor de gemeenteraad en burgers transparant en uitlegbaar te maken, is ten eerste informatie nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een algoritme en een sensorenregister. Burgers kunnen dan zien welke algoritmen de gemeente gebruikt en waarom. Bij raadsvoorstellen kan een digitaliseringsparagraaf worden toegevoegd, al deze zaken kunnen betrekkelijk snel worden geregeld. Voor de langere termijn kan de gemeente een digitaliseringsvisie ontwikkelen met daarin bijvoorbeeld de waarden die de gemeenteraad belangrijk vindt. De taak van de wethouder van Digitalisering kan worden uitgebreid door hem of haar niet alleen verantwoordelijk te maken voor de economische aspecten van digitalisering, maar ook voor een goede borging van ethische aspecten rond dataverwerking. Er kan net als in Eindhoven een ethische commissie worden ingesteld of een digitaliseringsraad naar analogie van de Wmo-adviesraad. Ook kan worden gekozen voor een instrument zoals de datawijzer bij het rekenkameronderzoek, het denkraam Digitalisering van het Rathenau Instituut of een heel ander hulpmiddel dat gemakkelijk op het internet is te vinden.
Dat zijn allemaal zaken die in de resterende raadsperiode niet meer geregeld kunnen worden, maar een raadswerkgroep kan daar nu al wel voorbereidingen voor treffen, zodat de volgende raad er voortvarend mee aan de slag kan. Hij heeft geprobeerd met zijn betoog een deel van de vragen van de Rekenkamercommissie te beantwoorden, maar de raad moet eerst nog veel huiswerk doen om vraag 3 te kunnen beantwoorden. De heer Van den Kerkhof (D66) vindt het niet verwonderlijk dat de gemeentelijke organisatie in dé datastad van Nederland steeds vaker data inzet om beleid te maken en te evalueren. Steeds vaker maken daardoor niet mensen maar algoritmes keuzes over hoe mensen door de gemeente worden behandeld. Dat zijn beslissingen die levens van mensen fundamenteel raken, zoals leerplicht, zorg en sociale zekerheid. Naast alle kansen die algoritmes bieden, vor7
men ze ook een bedreiging voor belangrijke waarden zoals gelijkheid, vrijheid en rechtstatelijkheid. Algoritmes zijn op zichzelf niet eerlijk of oneerlijk, maar ze kunnen wel eerlijk of oneerlijk ingezet worden, ze kunnen onbewust of bewust vooroordelen van mensen weerspiegelen, wat kan leiden tot discriminerende besluiten. Algoritmes kunnen bijdragen aan het vergroten van de keuzevrijheid van mensen, maar het kan ook anders. Als algoritmes met respect voor fundamentele rechten en vrijheden worden ontwikkeld en ingezet met als doel het tegengaan van scheidslijnen in de samenleving zijn er kansen voor het vergroten van vrijheden en emancipatie van individuen en het is aan de raad om deze waarden vast te leggen in kaders en voorwaarden. Hij vindt de suggestie van de heer Van Rosmalen om een werkgroep in te stellen goed omdat er inderdaad nog huiswerk is doen. Er moet inzichtelijk worden gemaakt op welke beleidsterreinen de gemeente data-analyse en algoritmes inzet en welke waarden en doelstellingen hierachter schuilgaan. De raad kan dan niet alleen de kaders stellen, maar ook controleren hoe data binnen de beleidsvoering worden ingezet. Het is een gegeven dat de wereld op vele fronten digitaliseert en daar kan de raad niet omheen, maar de politiek moet er wel voor zorgen dat technologische ontwikkelingen de maatschappij dienen en niet andersom.
Vandaar dat D66 ervoor pleit om, vooruitlopend op de kaders en inzichten die moeten worden opgesteld, alvast in raadsvoorstellen explicieter op te nemen of data-analyses van toepassing zijn en wat daarbij de afwegingen waren. De ontwikkelde datawijzer biedt een goed handvat voor de raadsleden en het college kan in een raadsvoorstel al proactief inspelen op de behoefte van de raad aan meer inzicht. Op vraag 1 is zijn antwoord 'nee' omdat de raad nog onvoldoende op de hoogte is, D66 is het helemaal eens met vraag 2, hij heeft vraag 3 net behandeld en zijn antwoord op vraag 4 is 'ja'. Mevrouw De Groot (VVD) zegt dat Den Bosch zich met de JADS en de vele bedrijven en arbeidsplaatsen in de datasector terecht datastad noemt. Door datagestuurd te werken kunnen maatschappelijke problemen sneller en slimmer worden opgelost, van gericht sturen op bezoekersstromen om bijvoorbeeld leegstand te voorkomen tot en met sensoren die aangeven wanneer de prullenbakken vol zitten, zodat ze geleegd kunnen worden en zwerfafval wordt voorkomen. De gemeente is met het goed inzetten van data een betere dienstverlener voor ondernemers en inwoners en door middel van efficiënter en effectiever werken, kan het belastinggeld beter worden benut.
Het toenemend gebruik van data brengt echter ook verantwoordelijkheden met zich mee, er moet worden bepaald wat wel en niet met data mag omdat data en datagebruik niet objectief zijn, er is altijd een duiding nodig, en het gebruik van data kan bij gebrekkige kaders een grijs gebied vormen. Aandacht voor de positie van de inwoners is daarbij van cruciaal belang, de inwoners mogen niet worden gereduceerd tot anonieme data. De kracht van de lokale democratie is juist het feit dat de raad dichtbij de burger staat en het is dan ook de taak van de raad om in de digitaliseringsslag de menselijke maat te behouden en zich bewust te zijn van mogelijke bijwerkingen en bijvangsten, zoals in 2020 bij de eerste editie van de Bossche Zomer. Het college presenteerde toen een app waarmee iemand zich kon aanmelden voor activiteiten en die ook de drukte kon meten. Toen de VVD samen met de PVV naar de privacy vroeg en of daarmee individuen werden gevolgd, bleek dit voor het college nog een grijs gebied te zijn. Om dit soort vraagstukken te voorkomen moet er een visie komen op data met duidelijke kaders over wat wel en niet acceptabel is. Het gebruik van data kan de waarden van de samenleving raken en die waarden kunnen met elkaar botsen.
Bij de hearing werd duidelijk dat slimme lantaarnpalen kunnen worden ingezet voor onder andere cameratoezicht om de veiligheid te bevorderen, maar uit privacy-oogpunt is het mogelijk niet wenselijk dat bewegingen in directe leefomgeving bij iedereen bekend zijn. Daar geldt niet voor niets het afwegingskader voor de burgemeester: het moet tijdelijk, op specifieke locaties en alleen als er geen effectievere maatregelen mogelijk zijn. De Bossche VVD wil vergelijkbare kaders voor dataverzameling en datagebruik en daarbij blijft het van belang om een afweging te maken tussen wie er baat bij heeft en wie er mogelijk schade van ondervindt. De doelbinding is absoluut cruciaal, er moet alleen data worden verzameld en gebruikt die echt nodig zijn en als niet op een andere manier of met het gebruik van minder data hetzelfde kan worden bereikt. Dat betekent verantwoord datagebruik, niet alleen op individueel niveau, maar ook als het gaat om grotere groepen inwoners. Betrouwbaarheid en transparantie zijn daarin absoluut cruciale waarden. Ook het eigenaarschap en het aankopen van datasets is een aandachtspunt, hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met bedrijven die sensoren in de openbare ruimte willen plaatsen om de datasets te kunnen verkopen? Dan kunnen ook anderen die datasets kopen en combineren en de vraag is of de gemeente daaraan wil meewerken en zo ja onder welke voorwaarden.
Ze wil weten hoe het zit met de inhoud van de data, hoe de algo8
ritmes in elkaar zitten, welke aannames erin zitten en hoe die op vooringenomenheid worden gecontroleerd, ook daar moet een visie antwoord op geven. De heer Esser (PVV) is op zich niet tegen data, maar die moeten wel nuttig zijn. Bijvoorbeeld data om te kijken hoe mensen eten, bewegen, hun huis opwarmen of in welke auto ze rijden zijn irrelevant en het is niet nodig om die te onderzoeken. Hij heeft in grote bedrijven gewerkt en gezien dat er een laptop op een kapotte machine uit 1962 werd gezet waarmee de gegevens in die machine konden worden veranderd, ondanks dat het een analoge machine was. Dat geeft aan dat altijd kan worden ingebroken in de opslag van data, ook als het niet op het internet is, alles is te hacken. Wat betreft een slimme stad zou het mooi zijn als overal op onveilige plekken camera's worden opgehangen die ook werken. Hij denkt dat de burgers in Den Bosch niet op veel data van hen zitten te wachten. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) bedankt de Rekenkamer voor dit initiatief omdat dit onderwerp iedereen aangaat en hij adviseert om op te letten hoe dit wordt opgepakt. Het bedrijfsleven en de banken hebben in het begin van deze ontwikkeling veel geld uitgegeven en pas later kwam de ervaring.
Alle gemeenten, provincies en de Rijksoverheid in Nederland worstelen met dit vraagstuk, er zijn al organisaties die bepaalde stappen hebben gezet en hij geeft mee het wiel niet alleen uit te vinden. Hij adviseert daarom te kijken welke kennis en ervaring er in Nederland al bij verschillende overheden is en om dan om de tafel te gaan zitten om een stap voorwaarts te zetten. In deze periode kan de eerste stap worden gezet en een overdrachtsdocument worden opgesteld, daarna blijft het nog jaren rollen voordat er goed beleid op dit gebied is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat ook bij datagebruik mensen altijd zelf moeten blijven nadenken. Algoritmes bepalen veel, maar ook de input is van belang voor wat er uit een systeem komt. Datalekken zijn niet te voorkomen, bijvoorbeeld bij de HAN lagen 4300 persoonlijke gegevens op straat. Er zijn veel data, bijvoorbeeld uit slimme stoplichten, en daar moet niet of zo min mogelijk misbruik van kunnen worden gemaakt. De heer Slikker (PvdA) merkt op dat technologische ontwikkeling welvaart, bedrijvigheid, innovatie, duurzaamheid en welzijn dient, maar dat ook het risico bestaat dat de privacy van burgers niet genoeg in acht wordt genomen, bedrijven vooral naar het verdienmodel kijken en overheden burgers vermorzelen, hij verwijst daarvoor naar de toeslagenaffaire.
De Rekenkamer heeft een goed rapport opgesteld dat de ogen van de raad opent. De raad spreekt niet vaak over data en als dat wel gebeurt, is dat vanuit de ambitie om datastad te zijn en de kansen van data, maar daarbij hoort ook de verplichting om pregnanter over de risico's na te denken. Het is goed om, zoals de Rekenkamercommissie en het Rathenau Instituut ook zeggen, een datavisie op te stellen en ook om te kijken naar een ook voor inwoners openbaar toegankelijk data- en sensorenregister waarin niet alleen is te zien hoe data worden gebruikt, maar ook welke data over een individu worden gebruikt. Er zijn wijkscans en zorgmonitors en hij stelt voor om ook eenmaal per jaar een datamonitor op te stellen waarin tegen het licht wordt gehouden welke data de gemeente gebruikt, hoe die worden opgeslagen, wat er vanuit het bedrijfsleven bijkomt en hoe in de publieke ruimte wordt omgegaan met bedrijven die data vergaren. De heer Van Genugten (CDA) vindt dat het eerst altijd gaat om de vraag wat moet worden bereikt en dan om welke data daarbij van dienst kunnen zijn, data zijn geen doel op zich. Er zijn steeds meer data over van alles en nog wat en het is belangrijk dat in dat databos de juiste gegevens duidelijk blijven, de gegevens die het hardste nodig zijn. Hij wil zich niet blindstaren op data, maar ook het gezonde verstand gebruiken.
Er moeten kaders liggen onder de data waarmee in de beleidsvoorbereiding of de beleidsuitvoering wordt gewerkt: wat is wenselijk, wat is rechtmatig, hoe herleidbaar zijn deze data, waar blijven de data, zijn de risico's afgedekt en hoe wordt gewaarborgd dat geen data weglekken. Data is tegelijkertijd ook business en de vraag is of het wenselijk is dat de gemeente data verkoopt, de inkomsten van de data kunnen misschien die van de hondenbelasting vervangen. Als toonaangevende datastad moet Den Bosch mede op basis van de ervaring bij andere overheden een flinke stap voorwaarts kunnen maken en een algemene nota Datagebruik zou geen overbodige luxe zijn. De heer Roovers (SP) merkt op dat de afgelopen jaren hebben laten zien dat het gebruik van 9
data onvermijdelijk en inherent aan de politiek is geworden. Een algoritme op zichzelf is niet goed of slecht of politiek, maar het gebruik ervan, de conclusies die eraan worden verbonden en de aannames die eraan ten grondslag liggen zijn wel degelijk inherent aan de politiek. Als het gebruik van algoritmes en data worden gecombineerd met een politiek die op wantrouwen is gebaseerd, ontstaan er rampen. Deze discussienotitie ademt dat dit onderwerp voor de politiek en de overheid ongrijpbaar is, dat onderschrijft hij, en daarom is het belangrijk dat het gebruik van data en algoritmes ten eerste transparant wordt en ten tweede op de politieke agenda komt. Bij ieder raadsvoorstel zou de afweging moeten worden gemaakt of data worden gebruikt en of dat verantwoord is. De overheid loopt momenteel achter de feiten aan en dat moet worden opgelost. Wethouder Hoskam is blij met deze discussie omdat er gemakkelijk wordt gezegd dat er meer data moeten worden gebruikt om beleid te maken en dat databestanden moeten worden gekoppeld om bepaalde problemen op te lossen, terwijl daar wel degelijk vraagstukken onder liggen. Data worden niet alleen gebruikt om besluiten te objectiveren, maar uit een objectieve data-analyse kan ook blijken dat een stokpaardje van een partij niet zo relevant is.
Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar het omgaan met data is een permanent proces omdat het niet gaat om een lineair beleidsproces, maar om een verandering in de maatschappij van dezelfde omvang als de uitvinding van de boekdrukkunst of de stoommachine. Dit is pas het begin van een ontwikkeling waarin data worden gebruikt en het is daarom goed om permanent met elkaar in gesprek te zijn over hoe daarmee moet worden omgegaan. Hij adviseert de raad daarom om al in deze periode, maar zeker in de volgende periode, het gesprek aan te gaan over wat verantwoord datagebruik is. Dat is niet even een beleidskader stellen omdat de praktijk gedetailleerder is dan in een beleidskader kan worden opgenomen. Hij juicht het rapport van de Rekenkamer van harte toe omdat aandacht voor data echt noodzakelijk is. Hij zit in een VNG-werkgroep die werkt aan een landelijk sensorenregister om te voorkomen dat er in Nederland 379 verschillende regelingen ontstaan. Hij denkt dat er wel een lokale invulling aan kan worden gegeven en hij onderschrijft van harte dat hierover het gesprek moet worden aangegaan. Het gaat om een ingewikkeld leerproces dat samen in 's-Hertogenbosch, Nederland, Europa en zeker in de wereld moet worden aangegaan.
Tweede termijn De heer Slikker (PvdA) hoorde een aantal suggesties van de raad, onder andere over een datavisie, een paragraaf over data in raadsvoorstellen, een datamonitor en een sensorenregister. Hij hoort graag hoe de wethouder naar deze punten kijkt. Wethouder Hoskam zegt dat dit allemaal technische hulpmiddelen zijn. Raadsvoorstellen zijn de afgelopen twintig jaar volgehangen met allerlei paragrafen waar weinig aandacht aan wordt besteed en hij kan een dataparagraaf in raadsvoorstellen opnemen, maar dat helpt niet als daar geen aandacht aan wordt besteed. Bij duurzaamheid is duidelijk wat de uitkomst moet zijn, maar het eindpunt van dit onderwerp is niet bekend. De heer Slikker (PvdA) denkt dat iedereen deze analyse deelt en dat het mogelijk is dat er meningsverschillen zijn over de toepassing van data, maar als hierover wordt gesproken, helpt het wel als er een substantiële inhoud is. Het college zou in de aanloop naar een op te stellen datavisie een discussienota met een aantal mogelijke uitgangspunten en schurende dilemma's kunnen maken om op grond daarvan het gesprek te kunnen voeren. Wethouder Hoskam zegt dat de nu voorliggende discussienotitie voortkomt uit een rekenkamerrapport met daarin een advies aan de raad over zijn rol in het debat.
Hij wil best een discussienotitie schrijven, maar wel eerst de adviezen van de Rekenkamer afwachten en die komen waarschijnlijk al snel. Het gaat nu over de rol van de raad, daarna moet er ook een inhoudelijke discussie worden gevoerd en daarvoor wil hij best een aanzet maken. De voorzitter zegt dat de Rekenkamercommissie met de hearing en het aanbieden van deze discussienotitie over de rol van de raad haar onderzoek heeft afgerond. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) stelt voor om met een aantal collega's, bijvoorbeeld die van de VVD, in de volgende raadsvergadering een motie in te dienen over welke zaken op korte termijn kunnen worden geregeld en welke zaken op de wat langere termijn nodig zijn. 10
De voorzitter ziet de collega van de VVD knikken en hij geeft het woord terug aan de voorzitter. 11.
Vaststellen van de werkplanning Er zijn geen opmerkingen.
12.
Rondvraag en sluiting De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) heeft naar aanleiding van een ingekomen brief van de Heemkundekring uit Engelen samen met hen een aantal vragen opgesteld. Hij wil weten of het college deze ingekomen brief kent en of het college ook van mening is dat de grafzerken van de voormalig burgemeesters met respect moeten worden behandeld. Verder wil hij weten of het college bereid is om in samenwerking met de Heemkundekring Engelen te kijken of er op een passende manier voor kan worden gezorgd dat de oud-burgemeesters van Engelen daar kunnen blijven liggen. Portefeuillehouder Mikkers is bekend met de brief en hij vindt dat respectvol met de graven van alle mensen moet worden omgegaan. De samenleving is nu gelijkwaardiger dan in 1951 toen de toenmalige gemeenteraad vond dat een burgemeester geen grafrechten hoefde te betalen. Nu is iedereen gelijk, of iemand nou een garagebedrijf heeft of burgemeester, journalist of kandidaat-voorzitter van de PvdA is, en dat betekent ook dat het niet zo kan zijn dat mensen die betekenis voor de stad of de gemeenschap hebben gehad anders worden behandeld. Hij is wel bereid om met de Heemkundekring mee te denken over een andere oplossing, zoals dat ook met Janus Kiep is gebeurd.
Dat was geen burgemeester, maar wel een vooraanstaand Bosschenaar, er is door middel van crowdfunding geld opgehaald om die grafrechten te betalen en dat gaat over € 840 over tien jaar. Het gaat ook om het principe, in deze samenleving is iedereen gelijk en dat wil hij graag zo houden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) hoorde dat de burgemeester contact met de Heemkundekring gaat opnemen en naar een passende oplossing gaat kijken. Hij vraagt of dit klopt. Portefeuillehouder Mikkers zegt dat iemand de grafrechten van de nabestaanden kan overnemen, maar dat de familie dat goed moet vinden en dat die dan geen zeggenschap meer over het graf heeft. De gemeente heeft er geen moeite mee dat iemand anders de grafrechten overneemt, maar scheldt de grafrechten niet kwijt. Iedereen in Den Bosch moet grafrechten betalen, gelijke monniken, gelijke kappen. De voorzitter sluit de vergadering om 20.51 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bestuur van 30 september 2021. De secretaris, mr. drs. R. van der Meer
De voorzitter, A.P.R.G.M. van Rosmalen
11