2021-04-22 Commissie Bestuur vastgesteld
Tekst van het document
COMMISSIE BESTUUR Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
22 april 2021 Raadzaal, Bestuurscentrum
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer J.J.E.L. van Creij, R.J.J. Geers, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, ing. A.J.G. de Groot, A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. drs. J. Hendrickx, mw. A. Hernández, drs. P.E. Kagie, drs. R.M.J. van den Kerkhof, P.M. van der Krabben, B.F.C. Roovers, mw. drs. E.J. de Ruiter, P. Slikker M.J.J. van der Geld MSc, ing. R.A.P. Geers, mr. J.W.F. Hoskam, drs. J.M.L.N. Mikkers
Afwezig:
mw. C.K.J. Visscher
Verslaglegging:
P. van Hoorn (DemiSec)
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 16.00 uur. Hij wijst op het feit dat de coronamaatregelen nog steeds van kracht zijn, die zijn bij de agenda gevoegd. Mevrouw Visscher wordt vervangen door de heer Roovers.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter stelt voor het de discussienotitie Versterking lokale democratie aan de agenda toe te voegen en de agendapunten 12 en 13 samen te behandelen. De commissie stemt hiermee in. De agenda wordt vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bestuur van 25 maart 2021 Het verslag van de commissie Bestuur van 25 maart 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst met openstaande moties De voorzitter meldt dat het college voorstelt motie 2, Structuur in burgerparticipatie en motie 6, Huis van de democratie, als afgedaan te beschouwen. De commissie gaat hiermee akkoord. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) merkt op dat het eerste punt van de motie Herinrichten terrassen binnenstad vraagt om op korte termijn te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om een ruimhartiger beleid te voeren voor de plaatsing en uitbreiding van terrassen. Het is een motie uit 2016, maar er is nog steeds onduidelijkheid over de beleidsregels voor de terrassen en ze vraagt op welke termijn die regels naar de raad komen. Ze is zich ervan bewust dat het een vreemde tijd is met corona, maar ze wil dit beleid op een gegeven moment wel actualiseren. De voorzitter meent zich te herinneren dat de discussie over dit onderwerp in verband met corona is uitgesteld en hij vraagt het na. De lijst van toezeggingen en de lijst met openstaande moties zijn vastgesteld
Raadsvoorstellen 5.
Wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsgewest 's-Hertogenbosch Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering.
6.
Gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Brabant Noord (OBDN) 2021 1
Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering. 7.
Eerste wijziging precarioverordening 2021 Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering.
Overige onderwerpen ter bespreking 8.
Discussienotitie Koersdeel Omgevingsvisie De heer Van den Kerkhof (D66) stelt dat de Omgevingsvisie een belangrijk ijkpunt vormt in deze en de toekomstige bestuursperiode. Het is een visie die de gemeente houvast gaat bieden op weg naar 2040. Dit gebeurt niet alleen vanuit de ruimtelijke structuur, maar vanuit een integrale blik. D66 ziet ’s-Hertogenbosch in 2040 als een gastvrije, zorgzame en groene gemeente. Het moet een gemeente zijn waar plek is voor iedereen en waar niemand wordt uitgesloten en mensen zich met elkaar verbonden voelen. Het wordt een visie waarin iedereen gelijke kansen krijgt en mee kan doen en waar inclusiviteit en diversiteit onderdeel zijn van het DNA. Die inclusieve en diverse gemeente ontbreekt nog in de bouwstenen. Inclusiviteit en talentontwikkeling ziet hij wel terug als opgave. Echter, vanuit welke bouwsteen wordt daarmee die visie straks opgebouwd? De bouwstenen zijn in de afgelopen periode vakkundig en als zodanig vastgesteld, maar de fractie ziet graag een inclusieve en vitale stad, waarin iedereen kan meedoen en waarin iedereen gelijke kansen krijgt. Dat dient als een belangrijke bouwsteen te worden toegevoegd. De fractie herkent zich in de opgave zoals in de notitie is vastgesteld. Tot slot wordt opgemerkt dat de fractie zich deels herkent in de concurrerende opgave. Het is eigenlijk niet echt een concurrerende opgave.
Het wordt zwart-wit geformuleerd, alsof het ene het andere niet kan versterken. Verdichting en verstening is juist een kans om kwaliteit in de stad toe te voegen, om groen toe te voegen en te denken in schonere en slimmere mobiliteitsoplossingen. Het wordt in de concurrerende opgaven neergezet alsof die twee altijd zwart-wit tegenover elkaar staan. Het zijn juist veel kansen die worden geboden en het is niet zozeer dat het ene het andere uitsluit. Een oplossing zou kunnen zijn om in afwegingskaders per gebied te kijken, waarin per gebied de belangrijkste omgevingswaarden op een rij worden gezet en worden gerankt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vond het een stuk dat een evaluatie van het lopende beleid zou kunnen zijn. Verder weet zijn fractie niet zo goed wat men met het stuk aan moet. Er staan goede dingen in en bij sommige zaken wordt de plank misgeslagen. Het is veelal het lopende beleid van het college dat min of meer wordt geëvalueerd. De heer Roovers (SP) kan zich op hoofdlijnen prima vinden in het stuk. In beide opgaven staat bovenaan dat er sprake is van woningbehoefte in diverse categorieën. Hij wil niettemin een nuance aanbrengen: er zijn geen wachtlijsten voor koopappartementen van acht jaar. De druk zit vooral op het sociale en middensegment. De Woonvisie onderschrijft dat ook. Het zou goed zijn als dit stuk dat expliciet zou benoemen.
Verder staat bij concurrerende opgaven dat er een spanning bestaat tussen betaalbaar bouwen en binnenstedelijk bouwen. Ook dit is een spanning die ingegeven is vanuit de markt, maar het is de taak van de gemeente en van het instituut van de sociale woningbouw om die spanning te overbruggen en te zorgen dat in alle wijken van de stad mensen van alle inkomens zouden kunnen wonen. Er ligt inmiddels een aangenomen motie Gentrificatie welke momenteel wordt onderzocht. Wat zijn fractie betreft zou het goed zijn wanneer de resultaten van het onderzoek worden betrokken in de Omgevingsvisie. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) vindt dat de notitie er in zijn totaliteit goed uitzien, maar kijkend naar de looptijd (2040), dan volgen nog diverse bestuursakkoorden en is het maar de vraag wat hiervan overblijft. De notitie kan goed dienen als vertrekpunt en moet als het ware als een overdrachtsdocument naar de nieuwe raad worden meegegeven. Hij wil graag meer accent leggen op de regionale samenwerking. Dat gaat al wat beter, maar de raad of een gedeelte daarvan zou eigenlijk samen met andere gemeenten moeten bepalen wat de gezamenlijke koers zou moeten zijn. Dat moeten de colleges van die gemeenten ook volgen. Hij wil dat laatste graag toegevoegd zien aan de notitie. De heer Geers (VVD) vindt proces lang duren. Het is begonnen in 2018 en het streven was om in 2020 gereed te zijn.
Het ijkpunt ligt nu op het jaar 2024. Op een gegeven moment ben je klaar en moet je concluderen dat er voldoende bouwstenen zijn verzameld. In de meeste bouwstenen herkent hij zich, maar hij mist er nog een aantal van voor deze periode, zoals de Cul2
tuurvisie en de parkeernormen en de ontwikkeling van De Groote Wielen. Het moet een sluitende lijst zijn van bouwstenen, anders heeft het geen status en heb je geen echte bouwstenen. De fractie herkent zich in de opgaven, ofschoon ze het niet overal mee eens is. Als de provinciale Omgevingsvisie verder wil gaan dan de wettelijke normen, dan hoeft dat van de VVDfractie niet altijd. Juist omdat men te maken heeft met concurrerende opgaven, kun je niet op één opgave stellen nog roomser dan de Paus te zijn. Ten tweede wil hij de aandacht vestigen op de Omgevingsvisie die in buurgemeenten worden opgesteld. Hoe zorg je ervoor dat de ambities van de gemeente ’s-Hertogenbosch aansluiten bij die van andere gemeenten? Hij mist dat in het stuk. In het stuk wordt veel gesproken over kwaliteit en dat staat vooral in relatie tot energielandschappen. Hij mist evenwel de kwaliteit van de woonomgeving. Dan gaat het om voldoende groen, bereikbaarheid en de kwaliteit van het bouwprogramma (kaders van Welstandscommissie). De heer Van der Krabben (Bosch Belang) stelt per interruptie dat de raad ook sturend zou kunnen zijn in hoe de relatie is met de buurgemeenten. Die taak ligt niet alleen bij het college. De heer Geers (VVD) is het hiermee eens.
Op het moment dat de discussie wordt gevoerd over prioritering en concurrerende opgaven, moet ook een gesprek met de buurgemeenten worden gevoerd over hun gevoel daarbij. De heer De Groot (Rosmalens Belang) heeft met belangstelling kennisgenomen van de notitie. Na technische vragen blijkt dat in de notitie vooral in de breedte wordt gekeken naar de nadere invulling van de Omgevingsvisie. Het gaat niet alleen om bouwen en wonen. Toch staat bouwen erg centraal in de notitie. De fractie mist de sociale en maatschappelijke aspecten in de notitie. Voorts zijn inclusiviteit en diversiteit onderwerpen die in die brede visie thuishoren. De fractie zou zich verder ook vooral willen profileren als SMART-city. De fractie herkent de concurrerende opgaven, maar ook daar valt op dat de meeste met bouwen te maken hebben. Tot slot geeft hij de tip om te kijken naar de regio en de buurgemeenten in het koersdeel van de Omgevingsvisie. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) steunt de bijdragen van de vorige sprekers. Het koersdeel van de Omgevingsvisie doet ertoe. Dan verbaas je erover dat in februari is gedebatteerd over het Toekomstperspectief, waarbij over vertaalslagen is gesproken. Hoe ziet een wijk, die thans aan het vergrijzen is, er in de toekomst uit qua voorzieningen en leefruimte. Hij vraagt zich af waarom het college niet explicieter is over de opgaven voor de gemeente.
Het lijkt nu op een schraal en nietszeggend document. De heer Slikker (PvdA) denkt dat het lijstje met ambities dat thans is opgenomen in de notitie twee jaar eerder ook al op tafel had kunnen liggen. Het is met strategie en koers een beetje als met soep: je kunt eindeloos over de ingrediënten discussiëren, maar het gaat ook om de hoeveelheid ingrediënten, wat is de bereidingswijze en welke kok heeft erin staan roeren, met welke smaak en met welk eindbeeld in zijn hoofd? Er is een urgente noodzaak om vanuit het college zelf een steen in de vijver te gooien, hoe zien we de stad, en dat komt in de notitie niet tot zijn recht. Dus wordt er weer gepraat over bouwstenen, opgaven en ingrediënten. Grosso modo is dit het lijstje waar met elkaar naar moet worden gekeken, maar het is geen antwoord op de urgente vragen die worden gesteld. Dat moet beter. Sociale aspecten en ook de regionale elementen mogen sterker terug komen in het document. De fractie pleit ervoor om het proces te versnellen en te komen met substantiële inhoud in plaats van bouwstenen. Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) herkent zich in de bouwstenen die genoemd worden. De fractie mist de onderwerpen inclusie en gezondheid als bouwsteen. Het beleidsplan 'Meer gezonde en gelukkige jaren' is vastgesteld met een duidelijke pijler Gezonde leefomgeving. Dit zou opgenomen moeten worden in de bouwstenen.
Inclusie dient in het DNA te zitten van de gemeentelijke organisatie, dus ook wat betreft de Omgevingsvisie. Waar het gaat om de concurrerende opgaven kan uiteraard sprake zijn van een spanningsveld, maar het gaat ook om het maken van keuzes. Dat ziet de fractie als een kans. Qua participatie is het belangrijk dat er initiatieven ontstaan vanuit de inwoners die worden gehonoreerd. Ze steunt de oproep vanuit de gemeenteraad om vaart te maken. Tot slot merkt ze op om te proberen zo min mogelijk regels toe te passen en de procedures waar mogelijk te vereenvoudigen: trek lering vanuit het Sociaal Domein.
3
De heer Van Genugten (CDA) stelt dat de Omgevingsvisie zich vooral richt op de fysieke leefomgeving. Hij begrijpt dat sommige fracties de accenten willen oprekken naar het sociaalmaatschappelijke, maar hij vindt dat de gemeente zich moet beperken tot waar het over gaat en dat is de fysieke leefomgeving. Dat er een koppeling bij hoort met gezondheid is evident. Hij steunt het pleidooi van mevrouw De Ruiter: eenvoud boven alles. De wet- en regelgeving moet toegankelijker en begrijpelijker worden blijkt uit het stuk, maar er moet ook gezorgd worden voor de eenvoud. De bouwstenen zijn aardig compleet; zijn er ook nog bouwstenen te vinden uit het regioverband? De bouwstenen zijn vooral opgesteld vanuit een stedelijk perspectief. In de Omgevingsvisie moet misschien naast het stedelijk gebied ook naar het buitengebied/landbouw worden gekeken. De fractie herkent zich in de opgaven. Er is geen enkele discussie over inclusiviteit en talentontwikkeling, maar hoever wil je gaan in de Omgevingsvisie? Dan zou je bijvoorbeeld ook kunnen kiezen voor het opnemen van de bestrijding van de eenzaamheid in de Omgevingsvisie. De heer De Groot (Rosmalens Belang) stelt per interruptie dat wanneer wordt gesproken over een brede Omgevingsvisie, dan is het vanzelfsprekend dat het integrale aspect ook invloed heeft op de inrichting van die omgeving.
De heer Van Genugten (CDA) antwoordt dat het moeilijk is om de grens te trekken. Moet je spreken over alle domeinen of de Omgevingsvisie die louter fysiek is ingestoken? Hij is voorstander van inclusiviteit, maar hoeveel ingrediënten wil je in de soep gooien? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt per interruptie dat het vanuit het fysieke wordt aangevlogen, maar bij de concurrerende opgaven zal dan wel expliciet moeten worden gemaakt waar de maatschappelijke opgaven gaan botsen. Een vergrijzende en tegelijkertijd vergroenende wijk heeft bepaalde fysieke voorwaarden nodig en dat moet je expliciet maken: dat wordt node gemist. De heer Van Genugten (CDA) antwoordt dat het moeilijk is aan te geven waar het begint en waar het eindigt. En waar bevinden zich de raakvlakken op het concrete niveau van iedere bewoner? Ten aanzien van de concurrerende opgaven moeten bepaalde zaken niet te zwart-wit worden beschouwd. Het is immers ook maatwerk op lokale schaal. Afstemmen met de Omgevingsvisies van buurgemeenten en daar pragmatisch mee omgaan, is een pre. Gemeentegrenzen moeten geen harde scheidslijnen zijn waar concurrentie plaatsvindt. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) ziet vaker dergelijke documenten langskomen en worstelt ermee, ze weet niet goed wat ze er precies mee moet.
Ze wil graag dat het college een voorzet doet, op basis van eerder gevoerde debatten, en verzoekt tot het meer expliciet maken van onderwerpen. De verleiding is groot om bouwstenen toe te voegen, omdat iedere fractie haar eigen accenten wil plaatsen. Zelf vraagt ze aandacht voor flora, fauna en biodiversiteit. Aan binnenstedelijk bouwen zit een prijskaartje en niet alles is daar weg te zetten binnen de markt, zeker niet waar sprake is van nog meer maatschappelijke uitdagingen. Zeker als er minder aan te verdienen valt. Gezondheid is wel degelijk een element. De inrichting van de stad en de fysieke leefomgeving bepaalt mede of mensen gelukkig zijn en of ze goed kunnen bewegen en ontmoeten. Mevrouw Hernández (50PLUS) had meer verwacht van de notitie, zeker gezien de reeds ingebrachte input. Met betrekking tot de leefomgeving en gezondheid stelt ze vast dat ieder project getoetst zal moeten worden aan de mate van vergrijzing. Dat is een bouwsteen waar je niet omheen kunt. Ook leefbaarheid is een bouwsteen. Je kunt veel gaan bouwen, maar waar gaat dit ten koste van? Die verhouding moet kunnen worden getoetst. De gemeente moet kunnen groeien en moet economisch vooruit, maar leefbaarheid moet vooropstaan. De heer Van Hattem (PVV) leest dat de fysieke leefomgeving centraal moet staan. Dat lijkt het belangrijkste uitgangspunt bij de Omgevingsvisie.
Hij vraagt wat de betekenis van de Omgevingsvisie is qua kaderstelling. Wordt die breder getrokken dan alleen de fysieke leefomgeving en kom je straks niet in een bestuurlijke fuik terecht van allerlei beleidskaders? Hij wil voorkomen dat de Omgevingsvisie voor ieder denkbaar doel als beleidskader wordt ingezet. Hij is tegenstander van de visie op het energielandschap, de RES en de Duurzame Polder en wil niet 4
gebonden zijn aan een kaderstelling die in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd voor alle beleidsuitgangspunten. De PVV kan zich niet in alle bouwstenen herkennen, ook al passen ze qua beleid binnen de bouwstenen voor een fysieke leefomgeving. Hij wil tot slot aandacht voor de voor de omgeving belangrijke ruimtelijke lokale belangen en de belangen van de inwoners daarbinnen en niet verzuipen in allerlei abstracte vergezichten. Wethouder Geers antwoordt: - De notitie wordt voorgelegd aan de commissie Bestuur omdat het wel gaat om de fysieke leefomgeving, maar om veel meer dan wat in de commissie Omgeving wordt besproken. Het gaat breder dan de commissie Omgeving. - De notitie betreft niet definitieve koersdeel. Dit betreft de discussienotitie om te komen tot het koersdeel. Belangrijk is wat belangrijk is voor de gemeente ’s-Hertogenbosch aan de hand van de bouwstenen en de opgaven die er nog liggen. Als voorbeeld noemt hij de bedrijventerreinen: er ligt voor Heesch West inmiddels een vraag van 100 hectare, terwijl er 50 hectare beschikbaar is. Er is derhalve een opgave waar het gaat om locaties voor bedrijven en de werkgelegenheid. Ook voor wonen is ruimte nodig en hetzelfde geldt voor energie. Er liggen absoluut kansen om die laatste elementen te combineren, maar soms concurreren ze ook. Daar is de discussienotitie voor bedoeld.
Welke uitdagingen liggen er voor de stad en hoe kijken de fracties daarnaar. Met die input kan de gemeente verder. - Wat per wijk of dorp gebeurt, wordt uitgewerkt in gebiedsvisies. - Het koersdeel gaat om de fysieke leefomgeving. Het sociaal-maatschappelijke aspect heeft raakvlakken, maar moet niet opgerekt worden naar alles waar de gemeente over gaat, maar beperkt worden tot de fysieke leefomgeving. Er zijn vanuit de commissie aandachtspunten genoemd. Die worden verwerkt tot een document die aan het einde van de bestuursperiode wordt voorgelegd en waar een volgende coalitie aan verder kan werken. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) hoort zeggen dat het onderwerp terugkeert in de gemeenteraad. Er wordt geen definitief raadsvoorstel vastgesteld, want het wordt doorgeschoven naar de nieuwe periode in relatie tot het bestuursakkoord. Wethouder Geers antwoordt dat recent een spoorboekje is aangereikt over alle documenten die nog richting de gemeenteraad gaan als raadsinformatiebrief. Inzake dit onderwerp wordt een startdocument opgesteld zodat een volgende coalitie goed uit de startblokken kan komen. De heer Van Hattem (PVV) heeft eerder gevraagd hoe de gemeente aankijkt tegen de kaderstellende taak die van de Omgevingsvisie uit kan gaan. Hij is benieuwd naar het oordeel van de portefeuillehouder hierover.
Wethouder Geers antwoordt dat inmiddels veel bouwstenen zijn vastgelegd. Dat is gedaan in een democratische setting. Als thematisch beleid zijn de bouwstenen reeds vastgesteld en straks per definitie onderdeel van de Omgevingsvisie. Met de besluitvorming nu op de losse onderdelen, worden reeds de onderdelen van de Omgevingsvisie samengesteld. Daar worden straks nog een koersdeel en de gebiedsvisies aan toegevoegd. Dat in zijn geheel vormt uiteindelijk de Omgevingsvisie. De heer Van Hattem (PVV) begrijpt dit, maar op een gegeven moment volgt nieuw beleid. Hij vraagt of bij dit nieuwe beleid wordt teruggegrepen op de Omgevingsvisie waar reeds diverse besluiten in zitten en waarvan later kan worden gezegd dat hiervoor reeds kaders aanwezig zijn. Wethouder Geers antwoordt dat zolang er nog geen Omgevingsvisie ligt, het losse beleidsstukken betreffen. Dat is de basis voor projecten die op dit moment worden gefaciliteerd. Op het moment dat de Omgevingsvisie gereed is en de bouwstenen zijn erin opgenomen, dan wordt het een dynamisch document. Als een onderwerp tussentijds gewijzigd moet worden, dan kan dat vrij eenvoudig. Dan hoeft geen nieuwe Omgevingsvisie te worden vastgesteld, maar kan worden volstaan met aanpassing van dat specifieke onderdeel. Het geeft meer mogelijkheden in de toekomst om eenvoudiger de visie voor de toekomst vast te stellen.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) worstelt met het document en de antwoorden van de wethouder. Hij vraagt hoe breed en scherp het document wordt getrokken. Als bijvoorbeeld 5
wordt gekozen voor een verdichting van de stedelijke omgeving, kan dit weer van invloed zijn op de fysieke leefomgeving van de inwoners. Het is van belang de opgaves sociaal en maatschappelijk scherp te stellen versus fysiek. Als deze werkwijze gevolgd wordt komt er niets van terecht. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) worstelt ook met de mate van scherpstelling van het document. Ze mist nog tal van onderdelen en vindt het moeilijk voorstelbaar dat ten behoeve van een volgend document het college gaat shoppen vanuit de aangeleverde input. Indien nodig wil ze graag nog wat extra bouwstenen meegeven. Ze wil graag helderheid over het proces en de kaderstelling met name omdat het een dynamisch document betreft. De heer Geers (VVD) meent dat raadsleden vooral de ruimte moeten nemen om hun eigen bouwstenen te benoemen. Hij hoopt dat de Omgevingsvisie als paraplu fungeert boven de losse bouwstenen. Die bouwstenen worden vastgesteld en kunnen knellen op basis van schaarste van de ruimte. Als er één ding een feit is, is het handelen in de schaarste van ruimte. Als de gemeenteraad van mening is dat er nog 30 windturbines bij moeten komen, dan kun je niet ook nog 2000 woningen erbij bouwen. Daarin moeten keuzes gemaakt worden. Hij verwacht dat over de bouwstenen die met elkaar schuren, een discussie wordt gevoerd.
De heer Slikker (PvdA) denkt dat collega Geers de spijker op de kop slaat. Er wordt getracht een integraal plan te maken, terwijl de belangrijkste bouwstenen van de PvdA in het PvdAverkiezingsprogramma staan en de bouwstenen van de VVD in het VVD-verkiezingsprogramma. Als je die bij elkaar voegt, dan lukt het niet altijd. Hij is bang dat de wethouder deels voor een onmogelijke opgave staat, omdat iedereen wisselend denkt over de bouwstenen. Zijn boodschap is om met een Omgevingsvisie te komen zoals het college dat koestert. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat van het college mag worden verwacht dat expliciet gemaakt wordt richting de gemeenteraad waar bepaalde opgaves wringen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt zich of hoe concreet ze moet zijn bij het benoemen van de bouwstenen. Haar fractie heeft bijvoorbeeld ook ‘deelmobiliteit’, ‘deeleconomie’ en ‘luchtkwaliteit’ als aandachtspunt. Dat kan gaan schuren. Wat voor document wordt het volgende document en hoe vindt dan die afweging plaats? De heer Geers (VVD) antwoordt dat wanneer fracties moeten nadenken over de toekomst van de stad, dat het erg karig is als men niet verder komt dan het eigen verkiezingsprogramma. Dat zal altijd schuren met dat van een ander. Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Hij roept op om als politiek inhoudelijk een discussie te voeren.
De heer Slikker (PvdA) is bang dat het type stuk dat hedenmiddag voorligt, daar totaal niet bij helpt. Er wordt geagendeerd welke beleidsterreinen met elkaar botsen. Als men daadwerkelijk een discussie wenst, dan moet een van de onderwerpen op tafel worden gelegd en daarover moet dan een debat worden gevoerd. Dat wordt niet gedaan, er moet een lijstje komen met onderwerpen, maar met een dergelijk debat komt met niet verder. De heer Geers (VVD) stelt dat de Omgevingsvisie een antwoord moet geven op de schaarstevraag. Op het moment dat men al drie jaar bezig is om het lijstje te verzamelen aan bouwstenen, dan verwacht hij dat het komende halfjaar de discussie over de concurrerende opgaven op deelgebieden zal worden gevoerd. De heer Van den Kerkhof (D66) sluit aan bij de woorden van de heer Geers. De Omgevingsvisie gaat er pas komen in de volgende bestuursperiode, maar die visie moet meer zijn dan de som der delen. Hierin zullen keuzes moeten worden gemaakt. Qua bouwstenen mist hij de inclusiviteit. Wellicht komt de D66-fractie zelf wel met een discussienotitie hierover. Ook mist hij een kaart aangezien er weinig ruimte is en zonder een kaart kunnen geen keuzes worden gemaakt. De ruimte is schaars en het gaat om de keuzes die daarin gemaakt moeten worden. Hij vraagt de wethouder of er een kaart opgenomen wordt in de Omgevingsvisie.
De heer Van Hattem (PVV) is het eens met het idee van een kaart. Dat concretiseert een heleboel zaken. Tegelijkertijd heeft D66 het over een relatief abstract begrip als inclusiviteit. Hoe ziet 6
D66 dat voor zich en hoe zou dat in een kaart moeten landen? De heer Van den Kerkhof (D66) antwoordt dat het begrip inclusiviteit niet hoeft te landen in de kaart an sich, maar kan onder meer worden toegepast bij de Bossche mix in woonwijken. Dat betekent niet één type woning neerzetten in wijken, maar deze toegankelijk maken voor iedereen. Inclusiviteit is ook ruimte bieden aan allerlei vormen van beweging in de openbare ruimte. Dat moet per wijk terugkomen. Dat kan betekenen dat je in de ene wijk andere keuzes maakt dan in de andere wijk, maar het moet zo zijn dat niemand wordt buitengesloten. De heer De Groot (Rosmalens Belang) noemt het een goede discussie waarbij goede elementen naar voren gebracht zijn. Hij vraagt hoe het college het vervolg ziet. Hij pleit voor nog deze bestuursperiode een discussie op hoofdlijnen, vooral de plekken waar het schuurt. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) noemt één ding zeker: hij denkt dat veel zaken die nu schuren over twaalf maanden bijna zijn bezegeld. Hij pleit voor een discussie over de belangrijkste zaken in deze periode. Het zal er niet toe leiden dat overal consensus over wordt bereikt: dat hoeft ook niet, want dat bepaalt het volgende bestuursakkoord.
De heer Van Genugten (CDA) heeft de wethouder horen zeggen dat er oog is voor de fysieke leefomgeving enerzijds en hij zou het fijn vinden als de wethouder scherp stelt in het volgende document waar de Omgevingsvisie over gaat en waar het aan raakt. Wethouder Geers sluit zich aan bij het betoog van de heer Geers van de VVD. Er wordt enerzijds gevraagd hoe wordt omgegaan met de kaderstelling van een dynamisch document en anderzijds kan het college een voorzet doen. Deze discussienotitie is juist bedoeld om in eerste instantie de kaders voor het koersdeel bij de gemeenteraad op te halen, zodat vooraf de input kan worden meegenomen. Een aantal raadsfracties heeft inderdaad input geleverd. Verder is nog veel onbekendheid over het traject voor de Omgevingsvisie en alles wat daarbij hoort. De raadswerkgroep voor de Omgevingswet kan worden gevraagd om de gemeenteraad meer over het traject te informeren en de gemeenteraad in stelling te brengen om dit soort discussies te voeren. Het college kan hierin ondersteunen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt per interruptie of alle zaken die thans zijn benoemd later terugkeren of worden er keuzes in gemaakt. Wethouder Geers antwoordt dat de Omgevingsvisie meer is dan een optelsom van thematisch beleid. Het thematisch beleid is onderdeel van de Omgevingswet, erboven hangt het koersdeel en de gebiedsvisies zitten daar weer in.
Hierbij hoort inderdaad kaartmateriaal. Het beleid dat de gemeenteraad vaststelt als kader is onderdeel van de Omgevingsvisie. De heer Geers (VVD) vraagt of in een bijlage kan worden opgenomen wat vanuit welke fractie is meegenomen in de vervolgstappen en hoe het is verwerkt. Dat gaat om meer dan alleen de notulen van de vergadering en maakt het inzichtelijker om zaken terug te vinden. Wethouder Geers geeft aan dat er een I&O aan gewijd kan worden of via de werkgroep een toelichting gegeven kan worden, maar er komt een RIB aan als startmoment voor de nieuwe coalitie. Hij is van mening dat op dit moment een koersdocument vaststellen regeren over het eigen graf is. Hij zegt een goed startdocument op te stellen voor de basis en daarin wordt een goede analyse gemaakt van wat is opgehaald en hoe het college denkt dat dit bijdraagt aan het startdocument. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat het erop lijkt dat alleen een soort overdrachtsdocument richting het nieuwe college wordt gestuurd over wat tot dusver is gebeurd. Wethouder Geers antwoordt dat het college met de input van de gemeenteraad wel degelijk aan de slag gaat en de zaken voorbereidt die nodig zijn om tot een koersdeel te komen. Daar zit een hele procedure achter.
Er wordt voor gezorgd dat de juiste informatie bij de gemeenteraad terechtkomt en dat de raad in de volgende coalitieperiode de juiste stappen kan maken tot het verwezenlijken van de definitieve Omgevingsvisie.
7
Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) vraagt of er straks een bijlage komt waarin staat vermeld welke opmerkingen van deze commissie zijn meegenomen en welke niet. Wethouder Geers antwoordt bevestigend. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) mist de concretisering van bepaalde zaken. Als wordt gesteld dat de biodiversiteit op orde is, dan is dat zo’n rekbaar begrip. Wil de wethouder dat het document geamendeerd wordt zodat de volgende stap kan worden gemaakt? De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat het hier gaat om het spanningsveld tussen fysiek en Prettig en zorgzaam. Hij vraagt of de wethouder bagage wil krijgen op de lijnen die hij zelf heeft aangezet in de notitie. Wethouder Geers antwoordt dat de input uit dit debat wordt meegenomen. Er is een aantal kaders meegegeven. Tijdens de discussie over het Toekomstperspectief 2035 is Prettig en zorgzaam een aantal keren genoemd en op basis daarvan is gekeken of die lijn kan worden doorgezet vanuit de Omgevingsvisie en de fysieke leefomgeving. Toegezegd wordt dat de input vanuit de commissie nader wordt geduid in de RIB en men er verder mee aan de slag gaat. De heer Van Creij noemt veel zaken abstract, maar hij had nu juist de kans om bepaalde zaken meer concreet te maken. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) hoort toezeggen dat een RIB volgt, waarin alle punten worden benoemd die wel of niet zijn meegenomen.
Stel dat de gemeenteraad niet kan instemmen met de duiding in die vervolginformatie? Kan dat dan worden geamendeerd? Wethouder Geers antwoordt dat de gemeenteraad kaderstellend is. Het college haalt informatie op en van daaruit wordt de gemeenteraad weer geïnformeerd over de volgende stap. Dat kan worden geagendeerd voor de gemeenteraad. In de periode dat het voorligt voor besluitvorming kan de gemeenteraad er nog alles van vinden. Dat is het moment om richting aan te geven. Er is reeds een spoorboekje verstrekt over de te nemen stappen. Vervolgens komt er nog een voorstel om de Omgevingsvisie vast te stellen. De heer Geers (VVD) merkt op dat in 2023 of 2024 de Omgevingsvisie wordt vastgelegd. Dat is besluitvormend. In 2022 zijn er nog elementen voor tussenstappen zoals het koersdeel. Dat gaat niet meer dit jaar gebeuren, maar de gemeenteraad kan wel elementen meegeven. Hij vraagt of het klopt dat aanvullende bouwstenen kunnen worden toegevoegd via behandeling in de commissie. Wethouder Geers antwoordt bevestigend. Als de gemeenteraad meent dat er bouwstenen of opgaven ontbreken, dan is het aan de gemeenteraad om dit via bijvoorbeeld een motie Vreemd aan de orde van de dag aan te geven. Er zijn verschillende mogelijkheden. 9.
Discussienotitie Capaciteit handhaving openbare ruimte De voorzitter heropent de vergadering. Met deze discussienotitie legt het college vier vragen voor over de prioriteit en de capaciteit van de handhaving door de gemeente. De heer Geers (VVD) spreekt graag over dit onderwerp, maar houdt het kort. Er ligt een zeer uitgebalanceerde discussienotitie die zowel op de inhoud als op het aantal hele goede dingen doet. Voor wat betreft de inhoud doelt hij op de nieuwe werkwijze van Stadstoezicht. Men gaat meer integraal kijken om het beeld weg te nemen en navenante oplossingen te zoeken in plaats van melding na melding afgaan. Hij is benieuwd hoe de ervaringen daarmee zullen zijn en of dat impact heeft op de beleving van het overlast- of het veiligheidsgevoel. Het is goed dat voor ondermijning specialistische stappen worden gezet, want dat is echt moeilijke materie. Het aantal handhavers is gebalanceerd op grond van een gebalanceerde afweging, maar zoals in november al aangegeven: het moet wel betaald worden. Hij is blij dat het college de gelden daarvoor in 2021 waarschijnlijk weet te vinden. Hij hoopt dat het daarna kan worden doorgezet. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt de heer Geers of het ook uit het potje voor het jeugd- en jongerenwerk mag komen, aangezien daar mogelijkerwijs iets schort. 8
De heer Geers (VVD) weet niet of hij wethouder Kâhya durft te vragen of hij nog een jongerencentrum heeft met wat jongerenwerkers. Ook al zijn de jeugd-BOA's deels jongerenwerker, omdat zij niet alleen boetes uitschrijven maar ook het gesprek voeren, vindt hij dat hij ook de gedachten erachter van elkaar moet scheiden. Handhaving is iets anders dan het preventiewerk dat in het jongerenwerk zit. Die doelstellingen moeten niet door elkaar worden gehaald. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) stelt dat de financiële paragraaf inderdaad ontbreekt, maar vindt het belangrijk waar dat geld wordt gevonden. Vindt de heer Geers dat niet relevant? Op basis daarvan kan worden beoordeeld of het geld daar kan worden weggehaald en hier kan worden ingezet. Zij kan de consequenties niet overzien en weet niet om wat voor bedrag het gaat. De heer Geers (VVD) verwacht dat dit binnenkort komt. Het gaat er nu om of allen dit willen. Het antwoord daarop is 'ja'. Wat de VVD en diverse andere partijen betreft, mag er wel een tandje bij, in welke vorm dan ook. Dan gaat het niet alleen om boetes uitschrijven, maar ook om de bredere taak op het gebied van jeugd. Ondermijning komt nu expliciet naar voren. Daar zitten veel goede zaken in. Hij is benieuwd naar de dekking, maar dit is een discussienotitie en geen raadsvoorstel dat wordt vastgesteld en waarvoor dekking moet zijn.
De heer Van der Krabben (Bosch Belang) sluit zich aan bij de woorden van de VVD. De afgelopen twee jaar is de burgemeester regelmatig gevraagd met voorstellen te komen als meer handhavers nodig zijn. Er ligt nu een uitgebalanceerd voorstel voor waarvoor activiteiten nodig zijn en waarin meer capaciteit moet worden ingezet. Wat hem betreft, wordt meer geïnvesteerd in handhavers dan in stenen. Bij het concrete voorstel kan worden aangegeven uit welk potje het wordt gehaald. Voor ondermijning worden twee formatieplaatsen gevraagd. Hij wil een toelichting daarop hebben. De gemeente krijgt fors geld voor ondermijning vanuit de rijksoverheid. Waarom moet de gemeente dit betalen? Kunnen niet twee BOA's in dienst worden genomen die uit het potje ondermijning worden gefinancierd? De burgemeester geeft altijd aan op zaterdag niet te kunnen handhaven waardoor de fietsers en voetgangers allemaal door elkaar gaan. Is dat opgelost als deze capaciteit wordt ingezet of is nog meer capaciteit nodig? Als dit het geval is, dan moet daarmee rekening worden gehouden bij de voorjaarsnota. Mensen hebben vragen over handhaving en veiligheid. Iedereen ziet dat dit niet uit de politiepot wordt gefinancierd omdat dat landelijk wordt geregeld. Gemeenten moeten steeds meer de handhaving zelf regelen. Derhalve is hij blij dat dit voorstel nu op tafel ligt.
Bosch Belang zegt daar volmondig 'ja' tegen en wacht een collegevoorstel af aangaande de financiering. Wanneer zouden handhavers in dienst kunnen treden als akkoord wordt gegaan met deze discussienotitie? Hij hoop dat over een voorstel daarvoor niet zo lang wordt gedaan als over het voorliggende voorstel. De heer Slikker (PvdA) heeft al eerder aangegeven in de basis open te staan voor een combinatie van het versterken van de preventieve kant aan de ene kant en de repressieve kant aan de andere kant. Ooit heeft de PvdA met de VVD een motie ingediend om zowel handhaving als de jeugdkant te versterken. Hij ziet het graag in die balans. De vraag waaruit dit wordt betaald is relevant. Als moet worden bezuinigd op voorzieningen in de wijk (wijk- en dorpscentra of jongerencentra) die perspectief moeten bieden aan mensen die overlast kunnen geven om aan de repressieve kant middelen toe te voegen, dan is dat een foute keuze. PvdA wil deze voorwaardelijkheid inbouwen. In de basis is de PvdA het eens met de notitie. De overlast van jeugd en jongeren en de ondermijnende criminaliteit nemen toe. Het gevoel van veiligheid laat in sommige wijken echt te wensen over. Het maakt nogal uit of men in West, in Noord of in Zuid 's avonds naar huis fietst of verblijft. Dat vergt iets van de fysieke zichtbaarheid van handhavingscapaciteit op straat.
Het is mooi dat meer kan worden gedaan met data en doorrechercheren, maar als op straat te weinig fysiek gebeurt (jeugd-BOA's of handhavers), komt dat het veiligheidsgevoel niet ten goede. De heer Van der Krabben vraagt terecht waarop het wordt ingezet en welke effecten worden gemerkt. De PvdA heeft niet de illusie dat als vier BOA's worden toegevoegd aan een echelon van dertig dat per se moet worden ingezet op het type problemen dat de heer Van der Krabben heeft geschetst als de drukte in de binnenstad, het handhaven van de fietsers en dergelijke. De PvdA ziet het veel meer voor de preventieve kant in de wijken als Noord en West waar de 9
jeugdproblematiek toeneemt en de ondermijnende criminaliteit de kop opsteekt. Met deze kanttekeningen is de PvdA in de basis enthousiast en ziet de financiering graag bij de voorjaarsnota. Dat zal bepalen of de PvdA voor of tegen zal stemmen. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) gaat ervan uit dat het bij de voorjaarsnota structureel is. Gaat de PvdA ermee akkoord dat het dit jaar nog van start kan gaan? De heer Slikker (PvdA) stelt dat er nog een voorstel komt over hoe dit wordt gefinancierd. De gemeente stevent af op een structureel tekort van ongeveer € 3,5 miljoen per jaar. Dit kost circa € 300.000. Dat is 10% erbij. Dat gaat niet zonder pijn. Hij heeft al vaker gediscussieerd over het vergroten van de inkomsten, maar krijgt zijn collega van de VVD niet mee als het, bij de versterking van de wijken, gaat om het vragen van een kleine bijdrage van de bewoners. De heer Van der Krabben (Bosch Belang) wil het simpel houden: "Doet u het of doet u het niet?". Dat hele spektakel is niet nodig. Wil PvdA het dit jaar mede invoeren ja of nee. De heer Slikker (PvdA) wil dat zeker, maar wil wel weten waarvan het wordt betaald. Hij kan zelf wel wat posten vinden in de begroting waarvan het kan worden betaald, maar er kunnen ook andere keuzes worden gemaakt. Daar is de stem van de PvdA mede van afhankelijk.
De heer De Groot (Rosmalens Belang) is blij met deze discussienota die in lijn is met wat eerder over dit onderwerp naar aanleiding van eerdere notities in commissies is besproken. Rosmalens Belang is het hardgrondig eens met de voorstellen die worden gedaan en de vragen die worden voorgelegd om de BOA een onmisbare schakel te laten zijn in de jeugdoverlast. De aanpak van ondermijning vergt extra specialistische aanpak. Daarvoor is uitbreiding van de handhavers noodzakelijk. Hij had niet zo nadrukkelijk gelezen dat het de bedoeling is dat voor dit jaar al te effectueren en dat daar middelen voor worden gevonden. Hij vertrouwt het aan het college toe dat dit van de grond komt. Bij de voorjaarsnota en in opmaat naar de begroting 2022 is Rosmalens Belang er voorstander van te zoeken naar de structurele middelen daarvoor. Dit is een substantiële aanvulling, maar ook een zeer nadrukkelijk noodzakelijke en gewenste. Wat brengt ons de uitbreiding met vier? Wat kan meer worden verwacht dan tot nu toe? Hij gaat er niet van uit dat alle handhavingsproblemen daarmee zijn opgelost. De heer Van den Kerkhof (D66) kan 'ja' antwoorden op de eerste drie vragen, als het gaat om extra inzet en capaciteit. De heer Slikker stelt terecht dat dit vraagt om extra investeringen van circa € 300.000. Het is bijna medio 2021.
In hoeverre heeft het dan zin om het voor een jaar in te zetten? Wat hem betreft, worden niet voor een halfjaar handhavers aangenomen en opgeleid, maar moet dat op structurelere basis worden gedaan. Dan moet het op het juiste moment worden afgewogen. Bij de financiën gaat het om de verdeling van de schaarste. Deze afweging wordt bij de voorjaarsnota gemaakt. Men kan ook extra conciërges willen voor de scholen of inzetten op meer jongerenwerk in de wijken. Deze afweging moet gemaakt kunnen worden. Ook D66 ziet graag extra inzet aan de repressieve kant, maar ziet dat ook graag aan de preventieve kant. Deze afweging kan vanavond nog niet worden gemaakt. Op vraag 4 kan hij nu dus geen antwoord geven. Als het over 2021 gaat, vraagt hij zich sterk af in hoeverre mensen tijdelijk kunnen worden aangenomen en of deze dan op het juiste niveau zijn opgeleid. Hij leest ook dat nog vijf BOA's opgeleid moeten worden of deels al worden opgeleid tot jeugd-BOA. Zijn dat de extra BOA's die geworven moeten worden? De heer Van der Krabben (Bosch Belang) stelt dat de heer Van den Kerkhof een keuze maakt en vindt de problematiek bij de Wilhelminabrug en de opvang moet blijven zoals deze is. Het is namelijk de intentie van het snel nemen van een besluit, dat het daar in de zomer ook netjes is geregeld. Hij dacht dat D66 daar voorstander van was.
Dan moet men soms wikken en wegen en snel een besluit nemen ten aanzien van de financiering voor dit jaar. De heer Van den Kerkhof (D66) kan zich erin vinden, maar het is een substantieel bedrag. Het is niet zo dat het geld tegen de plinten klotst. In tegendeel: de gemeente heeft een opgave voor een miljoenenbezuiniging. Er is extra inzet nodig, maar het is de vraag of de investering in de BOA's gerechtvaardigd is ten opzichte van de huidige problematiek. Die afweging kan hij nu 10
nog niet maken, maar wellicht wel als andere investeringen worden gevraagd bij de voorjaarsnota. Hij hoort graag van de portefeuillehouder in hoeverre hij ruimte ziet om daar vanuit de bestaande capaciteit extra inzet op te plegen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat de gemeente op weg is naar een gemeentepolitie als deze ontwikkeling doorzet. De politie trekt zich terug door allerlei omstandigheden. De politiecapaciteit die vanuit Den Haag elke keer wordt beloofd, blijft in de praktijk achter. Er gaan taken richting de BOA's als ondermijning of prostitutie. Hij bedankt de burgemeester voor de discussienotitie van 3 november 2020 en de inzichten die werden aangereikt. Leefbaar 's-Hertogenbosch gaat volledig mee met de vier formatieplaatsen. Men kan het niet maken daar dan bij de voorjaarsnota in beginsel 'ja' tegen te zeggen, maar dan is er nog geen geld vrijgespeeld voor 2022/2023/2024. Dat gebeurt bij de begroting in november. Hij heeft het niet over het geld voor 2021. Als 2021 is gedekt, moet het worden doorgetrokken in de begroting richting 2022/2023. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt of de heer Kagie er dan achterstaat om de beslissing nu te nemen. Als nu in mensen, opleiding en capaciteit wordt geïnvesteerd, moet dat worden doorgetrokken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het met iedereen eens die zegt dat 2021 al is geregeld.
Als men 'ja' zegt tegen 2021, zegt men 'ja' tegen 2022/2023/2024. Meerdere fracties hebben daar de afgelopen jaren nadrukkelijk op aangestuurd onderkennende dat die capaciteit noodzakelijk is. Op een ander moment, wellicht bij de begrotingsbehandeling, hoort hij graag van de burgemeester hoe hij tegen die ontwikkeling richting een gemeentepolitie aankijkt, maar het gaat die kant op. Als 'ja' wordt gezegd tegen dit voorstel, dan wordt daar bij uitzondering bij de voorjaarsnota een klap op gegeven en bij uitzondering wordt dan 'ja' gezegd tegen de structurele middelen. Dat moet dan worden uitgesproken. Er wordt gesproken over de investering en opleiding van BOA's, maar er is sprake van een hoog duiventilgehalte onder de BOA's. Dat is niet goed, want de BOA's moeten hun wortels hebben in de stad, de wijken en de dorpen. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt of de heer Kagie zich ervan bewust is dat dit vraagt om een extra bezuiniging van € 300.000 de komende jaren als dit voor 2021 tot en met 2024 geldt en zolang niet aan de inkomstenknop wordt gedraaid. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is zich ervan bewust dat nu een aanslag wordt gepleegd op het beschikbare budget voor de komende jaren ter hoogte van een bedrag van € 300.000, maar dat is een uitzondering. Hij begrijpt de balans tussen repressief en preventief heel goed en staat daar volledig achter.
Deze balans moet worden bewaakt, maar het loopt over hen heen. De samenleving wordt harder. De overlast wordt harder. De jeugd wordt harder. Dat deed zich al voor voor corona, maar is versterkt. De heer Van Genugten (CDA) vindt het goed dat wordt meebewogen met inzet en capaciteit daar waar dit het hardste nodig is. Er wordt ook een prioritering in aangebracht. Allen weten dat er veel meer overlast te handhaven is dan überhaupt mogelijk, dus worden er keuzes gemaakt. Het meebewegen blijkt al uit het omscholen van de huidige vijf handhavers tot jeugd-BOA met de oproep daar nog twee personen aan toe te voegen. Zij worden eventueel ingezet als reguliere handhaver, maar hebben zich gespecialiseerd in de jeugd om te monitoren, signalen en hulpvragen op te halen, repressief en preventief vanuit een competentiegerichte benadering. Hij wil wegblijven van de term of het dan halve jongerenwerkers zijn, want dat doet hen tekort. Ze zijn een nadrukkelijke schakel tussen het jongerenwerk en de politie. Hij gaat akkoord met de extra specialistische inzet voor ondermijning. Dat is uiterst urgent en een eerste aanzet voor het team Bijzondere wetten. In het verleden is gesproken over de verdergaande digitalisering van het parkeren. Een scanauto zou de handhaving kunnen vergemakkelijken.
Hij kan zich voorstellen dat de huidige bezetting van handhavers wordt gehandhaafd, maar dat deze wordt aangewend waar deze het hardst nodig is. Er liggen nog meer uitdagingen zoals uit het prioriteringslijstje blijkt. De heer Geers (VVD) vreest de heer Van Genugten te moeten teleurstellen over de beschikba11
re capaciteit. Dat is een ander type BOA's dat op een andere manier wordt gefinancierd of extern worden ingehuurd. Dat zijn niet de BOA's die in dienst zijn van de gemeente voor het domein Veiligheid en Openbare orde. De heer Van Genugten (CDA) neemt bij deze de teleurstelling. De heer Van Hattem (PVV) hoort de heer Van Genugten zeggen dat de scanauto moet worden ingezet. Waarvoor denkt het CDA deze scanauto in te zetten? Volgens spreker is deze primair bedoeld voor foutparkeren. Denkt het CDA aan een bredere inzet? De heer Van Genugten (CDA) denkt niet dat deze discussie nu moet worden gevoerd. Om een datastad te zijn, is het inzetten van een scanauto efficiënter dan alleen mensen de straat opsturen. Die personen kunnen dan anders worden ingezet. De heer Van Hattem (PVV) vraagt waarvoor de inzet van de scanauto efficiënter is. Een taak is foutgeparkeerde auto's opsporen in de stad, maar in de dorpen en wijken ziet hij geen echte rol voor de scanauto, omdat daar veel minder discussie is rond het parkeerbeheer. Wat ziet het CDA als efficiëntere rol voor een scanauto in plaats van een fysieke BOA die mensen kan aanspreken en aanpakken? De heer Van Genugten (CDA) vindt dit buiten deze discussie vallen. Als men in een bepaalde wijk woont, is het fijn als daar ook wordt gehandhaafd zodat men de eigen auto kwijt kan. Veel buurtbewoners vinden dat lastig.
Een efficiënte inzet en aanpak is wenselijk. Mevrouw Hernández (50PLUS) kan zich vinden in deze notitie en juicht deze toe. Een integrale aanpak met preventie aan de voorkant en handhaving aan de achterkant waar nodig, is zeer wenselijk. Het is de kunst de balans te vinden. De uitbreiding van de BOA's is nodig. Zij is het eens met de heer Kagie dat wordt gekomen tot een soort gemeentelijke politie. Wellicht is dit een stap in die richting. Zij mist een financiële onderbouwing in de notitie en vindt dat hiervoor structureel geld moet worden gevonden. Bezuinigingen op dit gebied zijn niet gepast. Als hierop geld wordt ingezet, is dat automatisch een investering in de toekomst. Uiteindelijk leidt dit tot een besparing. De discussie hierover moet worden gevoerd. Het rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor ondermijning en de politie. Is het mogelijk aanspraak te doen op dat geld? De heer Roovers (SP) geeft toe dat afwegingen over gemeentelijke handhaving voor de SP altijd lastig zijn. Ideologisch gezien heeft de SP grote moeite met de ontwikkeling dat steeds meer handhavingstaken van het rijk bij de gemeente terechtkomen en dat naar een soort gemeentepolitie wordt gegaan. Dat is geen juiste ontwikkeling, maar wel de realiteit. Als wordt gekozen om een gemeentelijke handhaving in te richten, moet dat goed worden gedaan met oor voor de noden van een dergelijke handhaving.
SP is in principe, maar niet van harte voor uitbreiding van het aantal handhavers. Alles valt of staat met de financiering daarvan. Hij kan zich niet vinden in de suggestie van de heer Van Creij. Preventie gaat altijd voor op repressie. Mevrouw De Ruiter (GroenLinks) heeft in november 2020 aangegeven dat uitbreiding met BOA's akkoord is gezien de huidige coronapandemie. Hoe verhoudt zich de inzet van de jeugd-BOA's ten opzichte van de straatcoaches als het gaat om overlast van jongeren? De inzet van 2 fte voor de daklozen/verwarde personen is erg veel, ook gezien de discussie die eerder is gevoerd over de problematiek. Zij zou dat willen inzetten tegen ondermijning. Voordat GroenLinks akkoord kan gaan met het voorstel en de uitbreiding van de fte, moet duidelijk zijn waar de financiële middelen worden gevonden. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij de woorden van GroenLinks. Zij is best positief over extra BOA's, maar het staat of valt met waar het geld vandaan komt. Eerst preventie en dan pas repressie. Dat moet vooral niet worden omgekeerd. Jeugdoverlast is vooral gerelateerd aan de coronaproblematiek. Veel jeugd en jongeren hangen buiten rond. Er is een wereld na corona. Extra BOA's zouden ingezet moeten worden voor de verkeershandhaving.
12
De heer Geers (VVD) constateert dat mevrouw Hendrickx de jeugd-BOA's en de jeugdoverlast relateert aan corona. Bij de stukken zit de veiligheidsmonitor waaruit blijkt dat tussen 2018 en 2019 de jongerenoverlast is toegenomen met 16%. Is mevrouw Hendrickx het eens dat het probleem al langer speelt dan nu in de coronacrisis. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) erkent het punt van de heer Geers, maar denkt dat de 91% toename gerelateerd is aan corona. Zij wil meer inzet op het gebied van verkeersveiligheid en minder in de binnenstad. Allen kennen de voorbeelden van ondernemers die een bankje of een bord buitenzetten waarop onmiddellijk een BOA afkomt. Zij wil dat de wijkaanpak wordt uitgerold zodat de BOA's in de wijken zijn om de problematiek dicht bij de burgers zichtbaar op en aan te pakken. Dat komt het vertrouwen van de burgers in de overheid ten goede. De heer Van Hattem (PVV) heeft met belangstelling kennisgenomen van het stuk en de verschillende handhavingsprioriteiten. Daarover hoeft nu niet gediscussieerd te worden, maar wel over de extra inzet van de BOA's. Daarbij wordt met name gekeken naar de jeugd-BOA's, maar wat de PVV betreft, hoeven dat niet specifiek jeugd-BOA's te zijn. Er mag geen onderscheid worden gemaakt in de aanpak van jongeren ten opzichte van anderen.
Hij heeft geen behoefte aan jeugd-BOA's om te pamperen maar wil dat overlast effectief wordt aangepakt. Mevrouw Hernández (50PLUS) verwacht dat jeugd-BOA's dezelfde taal spreken als de jongeren en van ongeveer dezelfde leeftijd zijn waardoor zij elkaar beter begrijpen. Volgens de heer Van Hattem (PVV) wordt dan gedaan aan een soort gezagsinflatie. Een agent of een BOA moet overheidsgezag uitstralen. Als een jongere alleen luistert naar iemand van zijn eigen leeftijd, cultuur of gedrag, dan wordt het overheidsgezag ondermijnd. Het is essentieel dat iedere BOA gezag uitstraalt. Het is niet gewenst om op de jeugd alleen jeugd-BOA's in te zetten, maar ze kunnen wel een aanvulling zijn. Hij heeft niets tegen specialisatie, maar het gezag mag daarmee niet worden ondermijnd om de veiligheid goed te kunnen waarborgen. Het is prima om de capaciteit uit te breiden. Het mag zelfs nog meer zijn, maar het moet gericht zijn op de openbare veiligheid en niet op allerlei betutteling. Hiervoor mag budget worden vrijgemaakt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het jammer dat deze notitie nodig is. Dat jeugd-BOA's nodig zijn, is wellicht een tekortkoming van het jeugd- en jongerenwerk. Op het moment dat dit doet waarvoor het er is, zouden jeugd-BOA's overbodig moeten zijn. De heer Slikker (PvdA) wil niet direct kijken naar het jeugd- en jongerenwerk.
Sinds de jaren vijftig is sprake van verharding van de samenleving en is er minder toezicht van ouders op opgroeiende kinderen. Door deze vervelende samenloop van factoren ontspoort de jeugd. Dat is wat anders dan stellen dat de jeugdwerkers hun werk niet zo goed doen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt dat er een verband is met wat de heer Slikker zegt. Het jeugd- en jongerenwerk is opgezet om dit soort zaken aan de voorkant aan te pakken. Daar waar dit niet gebeurt, hebben de ouders zeker een rol. Hij maakt bewust een koppeling tussen het jeugd- en jongerenwerk en de jeugd-BOA's. De heer Geers (VVD) memoreert dat toen De Poort in Empel gedwongen werd gesloten er direct heel veel jongerenoverlast was in Empel. Is het feit dat ze een week niet in De Poort mogen komen gelijk een reden om overlast te veroorzaken? Bedoelt de heer Van Creij dat daar nog wel iets te winnen is? De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt dat daar wellicht iets is te winnen, maar in het algemeen kan worden gekeken hoe ervoor gezorgd kan worden dat jeugd-BOA's niet nodig zijn. Hij maakt zich er zorgen over dat de handhavers moeten beschikken over politiebevoegdheden, omdat zij geen politieopleiding hebben. Hij ontvangt graag een voorstel voor de financiering. Portefeuillehouder Mikkers geeft een toelichting op het proces.
In 2020 is hem bij de voorjaarsnota en bij de discussie over het integraal veiligheidsplan gevraagd of meer veiligheid of handhaving nodig waren. Op basis van de situatie toen was dat niet het geval. Bij de begroting is dat 13
opnieuw besproken, vandaar de brief van 3 november 2020 waarin is aangegeven dat ongeveer € 300.000 nodig is. De raad heeft daar kennis van genomen en bij de begrotingsbehandeling aangegeven dat nader uitgewerkt te willen hebben, ook in relatie tot corona. Dat is de discussie die nu aan de orde is. Nu wordt gevraagd naar de dekking en hoe het wordt gerealiseerd. Of er wordt een besluit genomen bij de begrotingsbehandeling 2021 over de financiën of de inhoudelijke discussie wordt gevoerd waarna de financiële consequenties worden afgewogen. Hij heeft de integrale afweging uiteindelijk bij de begroting voorgesteld en niet bij de voorjaarsnota. Het is prima als men het anders wil, maar als men de formatie wil uitbreiden zal een keer een besluit moeten worden genomen. De discussie die daarmee samenhangt betreft de inhoud en het geld. Volgens diverse woordvoerders komt er een soort gemeentepolitie, maar dat is niet het geval. Het geweldsmonopolie blijft bij de politie. De politie voert een aantal taken uit waarbij het geweldsmonopolie niet direct nodig is en die worden overgeheveld naar de BOA's. Bijvoorbeeld prostitutiecontrole is een administratieve taak, maar ligt nu als een bestuurlijke taak op de bestuurlijke tafel zijnde de gemeente en niet meer op de politietafel. Hij reageert naar mevrouw Hendrickx dat verkeer echt een politietaak is.
BOA's kunnen niet worden ingezet voor controles op hufterig verkeersgedrag. Dat is een taak van de politie. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) heeft begrepen dat er wel degelijk ruimte is om de BOA's daarvoor in te zetten. Zij doelt hierbij op controles en handhaving van snelheden. Portefeuillehouder Mikkers citeert: "Alleen de politie mag rijdende verkeersdeelnemers beboeten. Deze bevoegdheid heeft stadstoezicht niet." Dat is een gegeven. Ten aanzien van de verkeersveiligheid en hufterig gedrag wordt een integraal plan opgesteld waarbij stadstoezicht een ondersteunende rol kan vervullen, maar het echt beboeten van verkeersdeelnemers is een taak van de politie. De heer Van Hattem (PVV) onderschrijft dat het handhaven van de Wegenverkeerswet een taak is van de politie, maar de handhaving van de APV kan voor een groot deel bij BOA's worden neergelegd. Dan kan ook sprake zijn van een verkeergerelateerde situatie die gehandhaafd moet worden. Hoe kijkt de burgemeester aan tegen die taak van de BOA's? Portefeuillehouder Mikkers vindt dat prima en is ervoor dat taken die onder de APV vallen worden gehandhaafd. In de APV staat niet dat men niet te hard mag rijden of wanneer sprake is van ongeoorloofd verkeersgedrag. De grondslag van de handhavingstaak ligt nooit in de Wegenverkeerswet, want dat is een politietaak.
De heer Van Hattem (PVV) geeft als voorbeeld een scooter die ongeoorloofd door een winkelgebied rijdt en stelt dat een BOA dan wel degelijk kan handhaven. Portefeuillehouder Mikkers bevestigt dit. Er werd gesproken over verkeershufters, het aantal auto's en te hard rijden en dat zijn taken die voornamelijk bij de politie liggen. Stadstoezicht mag wel handhaven als scooters in een gebied rijden waar dit niet is toegestaan. Hij is van de generatie van 21 Jump Street over als politieagent gecamoufleerde jongeren in een school. Dat is niet de doelstelling van een jeugd-BOA. Een jeugd-BOA kan ook 65 zijn en is niet iemand uit de eigen groep. Het verschil tussen de jeugd-BOA's en straatcoaches is dat deze laatste ervoor moeten zorgen dat mensen niet afglijden naar het criminele of strafrechtelijke proces. Gebleken is dat een training voor een aantal BOA's, in de bejegening van jongeren, helpt en een toegevoegde waarde heeft bij de handhavingstrajecten en de afspraken die worden gemaakt, omdat het een andere soort competentie is. Het aanspreken van jongeren vereist een andere tactiek dan het aanspreken van iemand van 40 of 45. Daarop worden de mensen getraind en dat wordt als extra competentie gezien. Het is het paard achter de wagen spannen als preventiegeld wordt gebruikt om repressie te financieren. Preventie is veel belangrijker dan repressie.
Als het geld niet ergens anders kan worden gevonden dan bij preventie, komt hij met een voorstel om niet naar vier maar naar twee te gaan. Hij heeft wat moeite met het woord 'betuttelen'. Als de overheid regels stelt, mag de burger erop vertrouwen dat deze worden gehandhaafd. Dat is om concurrentie tegen te gaan en voor eerlijke behandeling van alle partijen in de samenleving. De politiek kan dan niet zeggen wat wel en niet moet worden gehandhaafd, want dan is er sprake van betuttelen. De politiek moet achter 14
de handhavers staan. Zij staan dagelijks bij elke confrontatie om hun werk te doen en hebben een discretionaire bevoegdheid om te bepalen of ze wel of niet verbaliseren en dergelijke. Het geeft geen pas als de politiek dan een discussie voert over 'betuttelend vanuit de handhaver'. Hij staat achter zijn mensen die een opdracht hebben gekregen van de gemeente in de vorm van de regels. Als men het niet eens is met de regels moeten deze moeten worden aangepast, maar de handhavers mogen niet de schuld krijgen voor het maken van verkeerde keuzes. De heer Van Hattem (PVV) staat volledig achter de handhavers, maar deze moeten met de juiste instructies op pad worden gestuurd. Een lijst met beleidsprioriteiten die per onderdeel heel wisselend is, geeft al een diffuus beeld. Daar zit al een marge in, in wat wel of niet of minder belangrijk is. Niet iedere regel weegt even zwaar. Dat moet helder zijn. Een handhaver moet niet op pad worden gestuurd om te kijken of een bloembak 3 mm uit het lood staat. De instructie is belangrijk. Met betutteling bedoelde hij dat ondernemers en burgers niet met dergelijke onnodige zaken moeten worden opgezadeld. Er moet een beleidsprioriteit liggen bij openbare veiligheid. Het gaat mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) niet om betutteling, maar om prioriteiten. Bepaalde onderdelen krijgen prioriteit en andere onderdelen niet.