2021-04-20 Commissie Omgeving vastgesteld
Tekst van het document
D66 dient daarom deze motie mee in en roept de wethouder op niet te wachten op de besluitvorming die over een paar weken plaatsvindt, maar in de geest daarvan al actie te ondernemen. De heer Van Slageren (GroenLinks) vindt wat in deze fabriek gebeurt niet circulair, maar er wordt iets gedaan met zaken die overblijven waarbij benzeen vrijkomt. Circulair betekent dat aan de voorkant wordt nagedacht over hoe een product wordt hergebruikt als het niet meer bruikbaar is en dan worden materialen gebruikt waardoor dit soort stoffen niet vrijkomt. Mevrouw Welten (VVD) zegt dat het nu niet gaat over circulaire economie, maar over een asfaltcentrale en ze vraagt de discussie daarover te voeren. De heer Van Slageren (GroenLinks) vindt dat de begrippen wel duidelijk moeten zijn. Hij is het met De Bossche Groenen eens dat hoe eerder wordt ingegrepen hoe beter en hij hoopt dat de wethouder niet wacht met ingrijpen tot de raadsvergadering, maar dat hij gezien de bedreiging voor de volksgezondheid al op 21 april de eerste stappen hiertoe zet. Het sluiten van het bedrijf is een eventuele volgende stap, maar er moet zo snel mogelijk actie worden ondernomen. Er zijn veel klachten ingediend die nergens terug te vinden zijn.
AsfaltNu geeft aan twee of drie klachten te hebben afgehandeld en er is op zijn minst een grote discrepantie tussen de hoeveelheid klachten die zijn ingediend en die door de instanties zijn verwerkt. Mevrouw Hernández (50PLUS) schrok toen ze het nieuws over de asfaltcentrale las. Het is een provinciale aangelegenheid, de ODBN moet dit controleren en de gemeente moet dit zeker la15
ten onderzoeken ter ondersteuning van de Omgevingsdienst, maar moet niet onafhankelijk actie ondernemen. De heer Kabbouti (PvdA) weet dat er veel zorgen in de omgeving van de asfaltcentrale leven, maar hij probeert deze zorgen wel te kanaliseren en dat mist hij in de motie. Er worden veel klachten over geuroverlast ingediend en dat brengt de volksgezondheid niet acuut in gevaar, maar de mensen hebben daar wel last van en daarop moet worden geacteerd. Het is belangrijk regie te voeren op de zorg die nu bij de omgeving leeft en de mens actief mee te nemen: waar gaat het over, wat zijn de afspraken met het bedrijf, welke kaders gelden er, welke ruimte is er en wat zijn de ervaringscijfers uit den lande. Hij is het met de heer Ploegmakers eens dat het gaat om theoretische cijfers die in de praktijk moeten worden getoetst en de PvdA steunt het eerste punt in de motie waarin staat dat metingen moeten worden uitgevoerd. De PvdA hoopt dat de theoretische cijfers bevestigd worden, namelijk dat op woon- en leefniveau aan de normen wordt voldaan, dat geeft de omgeving de rust die het nodig heeft. Als wordt geconstateerd dat de normen worden overschreden, is er geen discussie meer over bijvoorbeeld lasten onder dwangsom, maar als er een acuut gevaar voor de gezondheid is, moet direct worden gehandeld.
De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de wettelijke norm voor de uitstoot 1 mg per kubieke meter is en dat deze norm twee tot driemaal wordt overschreden. Dat is in strijd met de wettelijke regels en dan moet worden opgetreden. Hij is het eens met de opmerking van de heer Kabbouti over de metingen De heer Kabbouti (PvdA) vindt dat niet ter discussie staat dat op het emissiepunt de norm wordt overschreden. Als uit metingen blijkt dat op woon- en leefniveau de norm niet wordt overschreden, is nog steeds sprake van een overtreding die moet worden aangepakt, maar daarvoor bestaat een protocol. Er zijn in den lande twee bewegingen, namelijk handhaven en de norm ophogen naar 5. De norm interesseert hem op dit moment niets, het gaat hem erom dat wordt vastgesteld dat de norm ook op woon- en leefniveau op orde is en dat de mensen in een gezonde situatie leven. Er kan worden gehandhaafd op de norm op het niveau van de schoorsteen, maar als de norm op woon- en leefniveau in het geding is, moet de fabriek worden stilgelegd tot het geaccepteerde niveau wordt gehaald. Het gaat hier om de gezondheid van de mensen en niet zozeer om de normen en de stappen die het college in het kader van handhaving kan zetten. Wat de PvdA betreft, zijn er twee stromen, namelijk gezondheid en communicatie.
De gemeente en de Omgevingsdienst moeten de regie nemen, de inwoners meenemen en ervoor zorgen dat de daar levende zorgen nadrukkelijk in beeld worden gebracht. Er moet uitleg worden gegeven en niet worden geacteerd op normen terwijl niet duidelijk is wat de effecten op de gezondheid in de directe omgeving zijn. Hij wil terughoudend zijn in de termijnen, normen en instructies en het college de opdracht geven om te acteren, maar wel binnen de ruimte en de urgentie die iedereen voelt. Het kan wellicht sneller en misschien is er iets meer ruimte nodig, maar er moet wel een oplossing worden gevonden. Hij is het volledig met de indieners eens dat niet tot de raadsvergadering van 18 mei hoeft te worden gewacht, maar dat het meten nu in gang kan worden gezet. De heer Schellings (Bosch Belang) vindt dat snel moet worden ingegrepen tenzij de centrale kan bewijzen dat er geen overschrijdingen zijn. Er zijn binnen een redelijke afstand voldoende asfaltcentrales en daarom is een bouwstop mogelijk. Hij geeft de indieners mee dat de datum echt naar voren mag worden gehaald omdat het hier gaat om gevaarlijke stoffen en de veiligheid van de mensen.
De heer Roovers (SP) weet drie dingen zeker, namelijk dat de emissienorm ver wordt overschreden, dat er in de omgeving sprake is van stankoverlast wat impliceert dat stoffen uit die fabriek in wijken terechtkomt en dat niemand met zekerheid kan uitsluiten dat de normen op leefniveau worden overschreden. Hij is de indieners van deze motie dankbaar dat zij zo daadkrachtig hebben gereageerd en hij vindt dat gezien de genoemde drie punten niet tot 1 juli a.s. kan worden gewacht met het nemen van maatregelen. Hij is het eens met de intentie van de motie, maar niet met de datum 1 juli 2021 en met het eventueel verplaatsen van de centrale. Dat laatste kan op verschillende manieren worden uitgelegd en hij is benieuwd wat de indieners van de motie daar precies mee bedoelen. Hij hoopt niet dat de gemeente een fabriek die structureel de normen overschrijdt gaat faciliteren bij het verplaatsen van die fabriek. 16
De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat het hier gaat om een sterk verouderde centrale. De asfaltcentrale in Bergen op Zoom was in 2016 de meest duurzame asfaltcentrale van Nederland en die is door de gemeente Bergen op Zoom gesloten vanwege overschrijding van 2,2 mg uitstoot per kubieke meter. Sinds 13 april 2021 is die centrale onder strikte voorwaarden van de gemeente Bergen op Zoom weer in werking. Die centrale is sterk gemoderniseerd en ze hopen dat daarmee het probleem is opgevangen. Hij kijkt met spanning naar wat er de komende maanden in Bergen op Zoom gebeurt. De heer Roovers (SP) vraagt wat in de motie met verplaatsing wordt bedoeld. Als uit onderzoek blijkt dat de norm op grondniveau en op emissiepuntniveau flink wordt overschreden en de fabriek aangeeft daar met de huidige verouderde fabriek geen oplossing voor te kunnen vinden, hoopt hij dat met deze motie niet wordt bedoeld dat de gemeente in samenwerking met die fabriek een nieuwe locatie voor die fabriek gaat faciliteren. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat er nieuwe technieken zijn en als met een nieuwe fabriek de uitstoot aantoonbaar binnen de normen blijft is er misschien een andere plek voor de fabriek te vinden. De heer Van Griensven (PVV) maakt zich zorgen over wat de bewoners allemaal moeten meemaken.
De PVV is het met de meeste punten eens, maar niet met verplaatsing omdat het probleem dan ergens anders naartoe gaat. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij het betoog van de heer Kabbouti. Het is voor hem nog onduidelijk hoe de ODBN hierin heeft gehandeld, bij Informeren & Ontmoeten heeft hij daarnaar gevraagd en toen liep zijn WhatsApp vol berichten met klachten die naar de ODBN zijn gestuurd. Er moet meer worden gekeken of klachten wel worden afgehandeld en er moeten zo snel mogelijk verbeteringen worden doorgevoerd. Het hoeft niet te gaan om nieuwbouw, ook vernieuwbouw met nieuwe technieken kan ervoor zorgen dat aan meer eisen wordt voldaan. In het Groot Tuighuis, een heel oud gebouw, kunnen ook nieuwe technieken worden toegepast en wat dat betreft, zijn er veel mogelijkheden voor de ondernemer, het is een ondernemersrisico om deze verbeteringen aan te brengen. Het is opmerkelijk dat het CDA, D66 en GroenLinks erg inzetten op volksgezondheid, daar is hij het heel erg mee eens, maar dat zou hij ook graag zien bij de windmolendiscussie in verband met laagfrequent geluid. De heer Smeets (Rosmalens Belang) is het voor een groot deel eens met de woorden van de heer Kabbouti. Op het moment dat aantoonbaar is dat de uitstoot twee- tot driemaal boven de norm ligt, is er maar één optie mogelijk, namelijk handhaven.
Wat betreft de volksgezondheid moet er worden gemeten, hij weet niet hoe complex dat is en hoelang dat duurt, maar het moet wel snel en zorgvuldig gebeuren, zodat bekend is wat er aan de hand is. Ook moet goed worden gecommuniceerd, de buurt moet worden meegenomen in wat er gebeurt. Als niet goed wordt gemeten en er geen goed kader is, is het voor het college een onmogelijke taak om de centrale weg te managen ondanks dat iedereen het liefst wil dat deze fabriek daar weggaat en op een andere plek gemoderniseerd terugkomt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat de gemeente Den Bosch verantwoordelijk is voor toezicht, controle en handhaving en hij hoopt over twee weken een verantwoordingsdocument van de wethouder te ontvangen over wat er is gebeurd, hoe er is gemeten en wie daartoe het initiatief nam. GroenLinks, D66, het CDA en De Bossche Groenen zeggen dat de asfaltcentrale de norm voor het kankerverwekkende benzeen overschrijdt en als er gerede twijfel is dat hier na vandaag geen verandering in komt, is er maar één uitweg en dat is de centrale stilleggen. AsfaltNu heeft acht centrales in Nederland en voert allerlei vernieuwingsmaatregelen door, dat is in Bergen op Zoom gebeurd en dat moet hier ook met voorrang gebeuren.
De wethouder heeft de afgelopen dagen al contact met de directie van de asfaltcentrale gehad en toen is gezegd dat de asfaltcentrale dit ook daadwerkelijk wil gaan doen. Mevrouw Welten (VVD) steunt de lijn van de PvdA. Er moet duidelijkheid komen over of er effecten op de gezondheid zijn en welke dat zijn. Daarom moet zorgvuldig onderzoek worden gedaan voordat allerlei maatregelen worden genomen, zodat duidelijk is wat er aan de hand is, of de klachten terecht zijn en waarom de klachten niet door de instanties zijn bevestigd. Als blijkt 17
dat de gezondheid van de omwonenden in gevaar is, moet er een adequate oplossing komen, maar ze laat in het midden wat die is omdat ook techniek een rol speelt. De heer Schellings (Bosch Belang) vindt goed onderzoek belangrijk, de data die daaruit komen moeten voor verdere maatregelen worden gebruikt. Hij vindt de risico's van deze stof te groot om te wachten tot er over drie weken misschien een uitkomst is waaruit blijkt dat de norm drietot viermaal is overschreden en hij is benieuwd hoe de commissieleden denken over de vraag of versneld maatregelen moeten worden genomen in plaats van te wachten tot duidelijk wordt dat het levensgevaarlijk is. Mevrouw Welten (VVD) vindt dat de overheid niet zonder een goede onderbouwing allerlei bedrijven kan sluiten, er moet eerst duidelijk zijn wat er daadwerkelijk aan de hand is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of voor onderzoek een draaiende centrale nodig is. Dat is misschien wel nodig om metingen te kunnen doen, maar er zijn al veel data en er is ook onderzoek aan de centrale zelf mogelijk. Het is bekend dat de uitstoot te hoog is en de vraag is of niet direct moet worden gehandhaafd op grond van wat al bekend is en parallel daaraan een onderzoek doen. Mevrouw Welten (VVD) weet niet of dit kan, maar ze vreest dat het onderzoek niet helemaal zuiver is als de fabriek daarvoor wordt stilgelegd.
Wethouder Geers vindt dit een erg belangrijk onderwerp, ook vanwege de enorme zorgen en hij bedankt het CDA dat die dit met artikel 71-vragen heeft aangekaart. Net als het CDA is ook hij erg geschrokken toen hij de gegevens zag: wat gebeurt er en hoe heeft dit kunnen ontstaan? Die laatste vraag moet later worden beantwoord, eerst moet worden gekeken hoe hier in de toekomst mee wordt omgegaan, hoe het wordt opgelost en hoe de zorgen kunnen worden weggenomen. Dat is op dit moment de belangrijkste vraag en het college heeft ook naar aanleiding van de wake-upcall al stappen gezet. Het college heeft gekeken naar de mogelijkheden en hoe het hier het beste mee kan omgaan. Heijmans heeft vastgesteld dat de uitstoot aan de schoorsteen te hoog is en toen die informatie enkele weken geleden bij het college en de ODBN bekend werd is het college daarmee aan de slag gegaan. Hij hoorde zeggen dat de fabriek per direct moet worden gesloten, maar dat moet wel een proportionele maatregel zijn die juridisch houdbaar is. De vraag is hoe het met de volksgezondheid zit is relevant, maar er zijn op dit moment geen meetgegevens op leefniveau, er is niet bekend hoeveel benzeen uit de asfaltcentrale in de wijken en dorpen terechtkomt en dat maakt het erg moeilijk om een sluiting op te leggen.
Hij bagatelliseert het niet, hij vindt de zorgen erg belangrijk, maar uit rekenmodellen blijkt dat bij een veel grotere uitstoot de hoeveelheid benzeen nog steeds onder de norm blijft. De opgave bestaat uit onderzoek naar het verleden: hoe heeft dit kunnen ontstaan, en hoe kan hiervan worden geleerd zodat het niet nog een keer gebeurt. Op korte termijn moet worden gekeken welke maatregelen genomen kunnen worden en daarna hoe het op de lange termijn definitief wordt opgepakt. Op korte termijn wordt ingezet op maximale controle door de ODBN. Als iemand telefonisch een klacht bij de milieuklachtencentrale indient, gaat ervan af nu direct iemand naartoe om te kijken wat er aan de hand is en er wordt onderzocht hoe dit in de afgelopen periode ging. De ODBN is ook in de buurt op dagen dat er geen klachten zijn, dan kijkt en ruikt iemand van de ODBN of en in welke mate er overlast van de centrale is. Daarnaast voert de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant op korte termijn metingen van de emissie bij de schoorsteen uit en op basis daarvan ontstaat een beeld van een onafhankelijke partij van die uitstoot. Er wordt ook ingezet op metingen op leefniveau, die duren een langere tijd en daarbij worden ook de mensen die bij I&O hebben ingesproken en ondernemers in de buurt betrokken en zij zijn inmiddels uitgenodigd voor een gesprek waarvoor nog een definitieve datum moet worden geprikt.
Op dit moment wordt ook een bewonersbrief opgesteld om wat meer mensen dan alleen de mensen die zich gemeld hebben te informeren. Verder komt er een informatiebijeenkomst voor meerdere bewoners waar vragen kunnen worden gesteld en uitleg wordt gegeven. Hij heeft de afgelopen weken dagen veelvuldig contact met allerlei verschillende partijen gehad, waaronder de directie van de asfaltcentrale en de ODBN en hij zoekt nog contact met de wethouder in Bergen op Zoom om ervaringen uit te wisselen. Het belangrijkste is nu om ervoor te zorgen dat er duidelijkheid komt naar de mensen die zich zorgen maken door uit te leggen wat op dit moment het uitgangspunt is. Er is bij de schoorsteen een te hoge uitstoot, maar er is nog niet bewezen, rekenmodellen ontkrachten dat zelfs, dat dit ook op leefniveau het geval 18
is. De gegevens moeten kloppen en het vertrouwen van de bewoners die zich op dit moment veel zorgen maken moet worden hersteld. De asfaltcentrale wordt niet verplaatst, het is een oude centrale die werkt met oude technieken, maar er lopen wel gesprekken met de asfaltcentrale over een nieuwe locatie voor een nieuwe centrale die voldoet aan de nieuwe normen en die is voorzien van de nieuwste technieken. De heer Roovers (SP) vindt een nieuwe locatie voor ditzelfde bedrijf hetzelfde als het verplaatsen van het bedrijf en hij wil weten of de gemeente dit faciliteert. De voorzitter begrijpt deze vraag, maar dit is een debat binnen de commissie en hij laat het aan de wethouder over of hij deze vraag wel of niet beantwoordt. De heer Schellings (Bosch Belang) merkt op dat vanaf het moment dat de onrust is ontstaan tot heden niet is gemeten en vraagt waarom dat niet is gebeurd. Hij is ook benieuwd naar de reactie van de directie van de centrale op deze commotie. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt waarom de verantwoordelijkheid voor de controle op de uitstoot van deze stoffen bij Heijmans wordt neergelegd. De voorzitter vraagt of de heer Ploegmakers een korte reactie kan geven en kan zeggen wat het CDA nu gaat doen. De heer Ploegmakers (CDA) gaat in gesprek met zijn mede-indieners.
Tweede termijn De heer Ploegmakers (CDA) vraagt hoe het kan dat een bedrijf als Heijmans zelf metingen doet en pas reageert nadat het CDA de eerste schriftelijke vragen stelde. De ODBN is verantwoordelijk voor de controle, er zijn veel klachten ingediend, er zijn twee jaar lang geen cijfers overhandigd en hij vraagt waarom niet eerder is opgetreden en wie daar verantwoordelijk voor is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt de wethouder om een document waarin staat wie waar verantwoordelijk voor is, zodat er een debat over kan worden gevoerd. Hij wil nu spreken over wat er op dit moment moet gebeuren. De heer Ploegmakers (CDA) is het ermee eens dat de wethouder moet komen met uitleg, alle gegevens, feiten en een tijdlijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat de wethouder over drie weken een verantwoordingsdocument kan leveren en dat nu de vraag is wat er na morgen moet gebeuren. De heer Roovers (SP) hoorde de wethouder zelf over verplaatsing beginnen en hij is benieuwd hoe zo'n eventuele verplaatsing eruitziet. De asfaltcentrale heeft de verantwoordelijkheid gekregen om metingen te doen, maar het vertrouwen daarin is geschonden. Hij vindt het verschil met de vier mensen in de Vliertstraat die misschien dakloos worden vanwege vier wietplanten schrijnend.
De heer Schellings (Bosch Belang) vraagt waarom er tot op heden geen metingen zijn uitgevoerd en hij is benieuwd naar de reactie van de directie na het gesprek met de wethouder. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) memoreert dat na de brand bij AVI, die 's morgens plaatsvond, 's middags al bekend was dat er geen gevaar voor de volksgezondheid was. Dit dossier speelt nu al een aantal weken waarin de asfaltcentrale wel werkte en hij vraagt zich af waarom er intussen geen metingen zijn gedaan om te kunnen vaststellen of er gevaar voor de volksgezondheid was. Hij vindt het vreemd dat er een discussie moet worden gevoerd over wat de uitstoot op grondniveau doet, terwijl sprake is van een overschrijding van twee- tot driemaal de norm en de centrale niet per direct wordt stilgelegd en onderzoek wordt gedaan over wat er aan de centrale kan worden gedaan of dat er nieuwbouw moet komen. Als er nieuwbouw zou komen, zal er nu geen modernisering worden doorgevoerd en hij wil weten wat er dan in de tussentijd gebeurt.
19
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) weet uit ervaring dat er in het weekend geen meldingen bij de ODBN kunnen worden gedaan en dat de ODBN dan op maandag belt: 'u hebt in het weekend een melding gedaan, is die nog relevant?' en hij vraagt of 24/7 klachten bij de ODBN kunnen worden ingediend. Verder wil hij weten waarom de ODBN niets met de binnengekomen klachten heeft gedaan. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat er in een paar jaar tijd meer dan 200 meldingen zijn gedaan waarvan er maar twee of drie bij de ODBN zijn terechtgekomen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil weten of er benzeen in de woonomgeving neerslaat. Op de site van AsfaltNu staat 'door een verhoogd hergebruik nemen de geurhinder en luchtemissies van de conventionele installaties steeds meer toe en worden normen overschreden' en het gaat hier om een conventionele installatie. Verder staat er 'de nieuwe generatie asfaltinstallaties wordt voorzien van innovatieve droogsystemen en afgasnabehandelingstechnieken om ruimschoots te voldoen aan de geur- en emissie-eisen'. De fabriek in Bergen op Zoom kan als referentie dienen en hij wil weten of de fabriek in Den Bosch wordt gemoderniseerd en of zonder metingen bekend is dat deze stoffen zullen neerslaan als de installatie niet wordt gemoderniseerd. Het antwoord hierop staat op de website van AsfaltNu.
De heer Kabbouti (PvdA) is blij te horen hoe de wethouder in de wedstrijd zit en op welke wijze de omgeving wordt meegenomen. De wethouder zei dat de theoretische modellen vanuit een hogere emissie geruststellende cijfers tonen, maar dat de praktijk dat nog moet bevestigen. Om het in perspectief te kunnen plaatsen, vraagt hij of de wethouder kan duiden wat de worstcasebenadering is. De wethouder zei te gaan meten en indien nodig te handhaven en dat geeft hem op dit moment voldoende rust omdat het de volle aandacht van het college heeft en er voortvarend wordt gehandeld. Hij deelt de insteek van de heer Kagie dat er nu aandacht voor morgen moet zijn en dat op een ander moment wordt teruggekeken De heer Van Slageren (GroenLinks) weet dat het asfaltverwerkingsbedrijf in Roosendaal de sluiting aangevochten, maar van de rechter niet gelijk kreeg met als motivatie onder andere dat de industrie al heel lang weet dat de emissienorm verlaagd is en genoeg tijd heeft gehad om maatregelen te nemen. Dit gaat over emissie en niet over het neerslaan van stoffen in woongebieden, maar toch is het goed contact met de wethouder uit Roosendaal op te nemen over de juridische onderbouwing van het nemen van maatregelen op korte termijn. Wethouder Geers hoorde de heer Ploegmakers zeggen dat hij zou hebben gezegd 'we moeten niet te ver terugkijken', maar hij wil zeker terugkijken.
Vooruitkijken heeft echter prioriteit, hoe wordt hier goed mee omgegaan om ervoor te zorgen dat de zorgen worden weggenomen, en daarna wordt teruggekeken om te kijken wat er is misgegaan. Het is lastig om aan te geven waarom niet eerder is opgetreden, maar hij informeert de raad hier in ieder geval middels een raadsinformatiebrief over. Daarin wordt uitgelegd welke maatregelen worden genomen en wordt het theoretische model waar de PvdA om vraagt toegelicht. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of het klopt dat er een verantwoordingsdocument komt waarin onder andere staat wie wanneer aan zet was. Wethouder Geers beaamt dit. Ook bij een eventuele verplaatsing van de centrale moet die voldoen aan alle wettelijke normen, zoals de Wet markt en overheid en de gemeente subsidieert het bedrijf niet, die moet een verplaatsing zelf organiseren en de huidige locatie goed achterlaten. Er zijn nog geen metingen uitgevoerd omdat het college nog maar kort van deze overschrijding op de hoogte is. Vanaf het moment dat het college constateerde dat sprake is van overschrijdingen, heeft het ingezet op het vaststellen van die overschrijdingen en op metingen op leefniveau, dat heeft echt topprioriteit.
De milieuklachtencentrale is 24/7 telefonisch bereikbaar, maar het is mogelijk dat een e-mail pas op maandag wordt gelezen en hij roept daarom iedereen die klachten heeft op om deze klachten telefonisch te melden. Na een telefoontje gaat iemand ter plekke controleren en er is iedere dag iemand aanwezig om te kijken of er overlast in de wijken is. In de gesprekken die hij tot nu toe met de directie van de asfaltcentrale heeft gevoerd, is in eerste instantie gekeken naar de tot nu toe getroffen maatregelen en de nog te nemen maatregelen en er volgen nadere gesprekken waarin hij erop blijft aandringen dat de asfaltcentrale met een plan van aanpak aantoont aan de normen te gaan voldoen. AsfaltNu heeft 20
de afgelopen periode verschillende maatregelen genomen waardoor het proces naar hun zeggen anders is geworden, waarbij is meegenomen dat deze verandering in Bergen op Zoom tot een verlaging van de uitstoot heeft geleid. Sommige gemeenten verhogen gewoon de norm waarmee de centrale aan die norm voldoet, maar de gemeente Den Bosch wil werken aan een gemeente waar het prettig en gezond wonen is en daarom moet worden gewerkt aan het voldoen aan de bestaande norm. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is blij dat de wethouder de norm niet gaat ophogen, maar dat betekent wel dat de norm blijft zoals die is en hij vraagt of dit betekent dat morgen wordt gehandhaafd. De voorzitter geeft aan dat dit geen verantwoordingsdebat is, maar dat er een conceptmotie vreemd aan de orde van de dag ter bespreking voorligt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) begrijpt dit, maar er is sprake van een urgente situatie en hij hoort tot nu toe niet wat er morgen gebeurt. Hij wil weten of de conceptmotie goed is of dat die moet worden gewijzigd. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) citeert uit de plannen van AsfaltNu voor de Bossche centrale: 'door verhoogd hergebruik van oud asfalt nemen de geurhinder en luchtemissies van de conventionele installaties steeds meer toe en worden normen overschreden'.
Hij vraagt of deze normen overmorgen worden overschreden omdat sprake is van een conventionele installatie en wat de bestuurder van AsfaltNu gaat doen om dat nu tegen te gaan. Wethouder Geers zegt dat het feit dat er geuroverlast is, niet wil zeggen dat er ook verontreiniging in de lucht aanwezig is, dat moet worden gemeten. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat het citaat op de website over geur en luchtemissie, benzeen, in de lucht gaat. Wethouder Geers zegt dat niet duidelijk is dat die twee tegelijkertijd op dezelfde plek aanwezig zijn, dat dit moet worden gemeten en dat dit alleen kan met een draaiende installatie. Als die metingen zijn uitgevoerd, kunnen indien nodig de juiste maatregelen worden genomen. Hij blijft in gesprek met de directie van de asfaltcentrale, die moet maatregelen nemen en met een plan van aanpak komen om terug te gaan naar de norm. Intussen worden metingen gedaan om te kijken of er een overschrijding op leefniveau is en op basis daarvan kan de gemeente handhaven. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of de wethouder voor 18 mei meer informatie kan geven. De voorzitter denkt dat het college heel goed aanvoelt hoe urgent deze situatie is en hoe scherp de raad hierop is.
Wethouder Geers herhaalt dat dit dossier topprioriteit heeft, dat hij ervoor zorgt dat de commissie de informatie op de kortst mogelijke termijn krijgt en dat er nog voor de komende raadsvergadering een raadsinformatiebrief met nadere uitleg komt, zoals hij die net ook heeft gegeven. De voorzitter stelt voor om vandaag het agendapunt over de RES nog te bespreken en op 21 april de resterende agendapunten te behandelen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt voor om op 21 april alle resterende punten te bespreken omdat het nu al bijna 20.00 uur is. De voorzitter geeft aan dat daarvoor op 21 april niet voldoende tijd is omdat die vergadering pas om 19.00, na de commissie Sociaal, begint. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt voor de twee al een paar maal doorgeschoven bespreeknotities nu te behandelen en de RES wellicht de volgende keer.
21
De voorzitter zegt dat dan ook de verschillende wethouders aanwezig moeten zijn en hij wil deze bespreeknotities op 21 april behandelen. De heer Smeets (Rosmalens Belang) wil de RES vanavond behandelen. Hij stelt voor in het vervolg niet meer zo met agendapunten schuiven omdat ook mensen thuis op bepaalde agendapunten wachten. De voorzitter zegt dat in een punt van orde door de commissie is gevraagd om agendapunten te verschuiven en hij daagt de commissie uit om de volgende keer bij het vaststellen van de agenda aan te geven dat de volgorde van de agendapunten niet moet veranderen. De heer Roovers (SP) vindt een uur te weinig om de RES te behandelen. De voorzitter zegt dat het wel kan als de concept-RES niet wordt overgedaan en nu alleen het bod wordt besproken. Raadsvoorstel 5.
Regionale Energiestrategie 1.0 De heer Van Rooij (PvdA) geeft aan dat de PvdA in 2020 met de concept-RES heeft ingestemd. Toen werd nog uitgegaan van 1,04 PJ aan hernieuwbaar op te wekken elektriciteit en is ervoor gekozen om dit volledig in de Rosmalense Polder te realiseren. Inmiddels blijkt uit het voorliggende raadsvoorstel dat 0,86 PJ voldoende is, waarvan de opbrengst van 100 ha zon nog wordt afgetrokken, maar het is niet helemaal duidelijk wat dat betekent voor het aantal petajoule in de polder en hij krijgt graag een nadere duiding van het college. De PvdA is blij dat met dit definitieve bod van maximaal 0,86 PJ in de polder de bouw van de energieleverende woonwijk westelijk van de Grintweg een stap dichterbij is gekomen. Bij 1,04 PJ was het een moeilijke combinatie, maar het is bij 0,86 PJ zeker te realiseren en wat de PvdA betreft, worden snel stappen gezet om deze woonwijk mogelijk te maken. Hij hoort graag hoe het college dit duidt en wat dit betekent voor de onderzoeken naar de verschillende varianten in het kader van de Duurzame Polder. De heer Wiggers (Bosch Belang) vindt dat dit RES-voorstel nog steeds is gestoeld op onacceptabele windturbines in bewoond gebied.
Het laatste jaar zijn de protesten van omwonenden tegen de aanwezige windturbines verveelvoudigd, er worden steeds meer windturbines in bewoond gebied geplaatst en daarmee laten steeds meer ervaringsdeskundigen van zich horen. Hierdoor ligt de landelijke beslissing om windturbines in bewoond gebied te plaatsen onder vuur en de Haagse politiek, ook de coalitiepartijen, erkent dat maar gezien de strubbelingen waarmee het huidige kabinet te maken heeft, is het hele energieplan op een lager pitje gezet. In deze regio is dat met deze RES-opgave niet het geval, deze RES-opgave getuigt nog steeds van een tunnelvisie met wind en zon in bebouwd gebied. Hij zei tien maanden geleden al dat de Haagse RES-opgave op de tekentafel al verouderd is en dat is alleen maar erger geworden omdat het subsidiepotje bijna leeg is en de grote investeerders binnenkort ook zullen afhaken. De ontwikkeling van veel betere alternatieven gaat sneller dan gedacht, de industrie staat niet stil, de bekrompenheid ten aanzien van kernenergie vervaagt en grote landelijke partijen betogen dat windturbines op land zo veel mogelijk moeten worden voorkomen en dat die op zee thuishoren. Een lid van een van die grote politieke partijen is wethouder in Den Bosch en die steunt het beleid met windmolens op land wel, in tegenstelling tot de landelijke lijn. Het belangrijkste punt is de volksgezondheid.
Het afgelopen jaar werden veel burgers slachtoffer van overlast van windturbines en er zijn veel protestgroepen bestaande uit allemaal ervaringsdeskundigen die sinds de aanwezigheid van windturbines in hun omgeving kampen met gezondheidsproblemen. De effecten van windturbines op de volksgezondheid zijn in Nederland nooit wetenschappelijk onderzocht, de een neemt aan dat windturbines geen invloed op de gezondheid hebben en de ander zegt van wel. Hart- en vaatziekten ten gevolge van stress door laagfrequent geluid worden vaak genoemd en vermoeidheid en prikkelbaarheid door een slechte nachtrust komt het vaakst voor. Het excuus dat niet wetenschappelijk bewezen is dat deze klachten en gezondheidsproblemen door windturbines komen, is een drogreden en past precies in de gehanteerde tunnelvisie. Met het aannemen van deze RES-opgave speelt de lokale overheid met de gezondheid van haar burgers en dat is volstrekt onacceptabel. Bosch Belang vraagt daarom aan de wethouder om niet eerder dan wanneer in Nederland wetenschappelijk 22
onderzoek naar de mogelijke gevolgen van windturbines op de volksgezondheid heeft plaatsgevonden een windmolen te plaatsen dan wel in gebruik te nemen. De uitkomsten van dat wetenschappelijke onderzoek moeten bepalen of, hoe en waar windturbines geplaatst kunnen worden zonder schadelijke effecten op de volksgezondheid. Tot die tijd stemt Bosch Belang niet in met welke plannen dan ook om windturbines in bewoond gebied te plaatsen. De heer Roovers (SP) werd zelfs een beetje optimistisch toen hij de stukken over dit onderwerp las omdat het voor een groot gedeelte een uitwerking is van de concept-RES waar de SP voor heeft gestemd. Natuurlijk staat het verduurzamen van de energieopwekking voorop en dat tegelijkertijd de Rosmalense Polder een beetje wordt ontzien door aftrek van 100 ha zon is prima, maar hij zet wel wat vraagtekens bij beslispunt 6. In het voorstel staat dat in de visie Energielandschap en in de eerdergevoerde discussie steeds sprake was van 50% lokaal eigendom, dat is een sterk afgezwakte variant van het model dat de SP voor ogen heeft en hij vraagt waarom het college ervoor kiest om deze 50% niet bindend te maken en of de wethouder van plan is te allen tijde die 50% lokaal eigendom te handhaven.
Als de verdeling van lusten en lasten van de energietransitie scheef is, zal er te weinig draagvlak zijn en in de op 7 juli 2020 aangenomen motie Publieke uitbating Energielandschap wordt expliciet gevraagd om uitbating door de gemeente zelf, met name waar het gaat om gemeentelijk grondgebied. Dit voorstel beweert daaraan bij te dragen, maar nergens staat op welke manier en hij vraagt aan de wethouder hoe hij uitvoering aan die motie geeft: waar komen de windmolens van de gemeente? De heer Van Slageren (GroenLinks) vindt het teleurstellend dat voor scenario 2 is gekozen. De reden om dit regionaal te organiseren was de gedachte dat een individuele gemeente dit niet alleen kan en in scenario 2 staat wel een vorm van samenwerking, maar die is wat vrijblijvend. GroenLinks vindt het erg onverstandig om de opgave nu te verlagen omdat de reductiecijfers op Europees niveau al zijn verhoogd omdat daar vrij breed het besef leeft dat de opgave in 2050 niet wordt gehaald en in de RES ook staat dat de opgave voor 2030 een tussenstap naar 2050 is. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving heeft bij de eerste versie van de RES al ernstige zorgen geuit of met de huidige RES'en in Nederland de doelstellingen wel worden gehaald.
Er is alle reden om de opgave niet te verlagen en die op de 1,04 PJ te houden, hij vergelijkt het met een marathonloper die bij de eerste drankpost zegt 'ik zit aardig op schema, laat ik er ook maar een kopje koffie bij nemen', die gaat geen record vestigen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) concludeert dat GroenLinks zo veel mogelijk windmolen wil plaatsen. Mevrouw Eigenhuijsen (VVD) ziet dat de RES is geüpdatet met nieuwe cijfers en dat wordt aangegeven dat de opgave minder hoog is. In de discussie in 2020 is gezegd dat meer in dit geval niet beter is, de opslagcapaciteit is beperkt en ze vraagt of de heer Van Slageren ervoor pleit meer energie op te wekken dan de opgave is. De heer Wiggers (Bosch Belang) zegt dat meer opwekken in dit geval zeker meer molens betreft en hij vraagt of de heer Van Slageren bereid is om te gokken met de gezondheid van de Bossche burgers. De heer Van Slageren (GroenLinks) is niet voor een wedstrijd wie de meeste molens kan plaatsen, maar wel voor een uiterste poging om te voorkomen dat de aarde sneller opwarmt dan nu wordt voorspeld omdat dit desastreuze gevolgen heeft. Een van de manieren om dat te doen, is zo snel mogelijk over te schakelen naar duurzame energieopwekking en de uitstoot van CO2 zo snel mogelijk te reduceren.
Dat is de reden dat het nu niet een tandje minder kan, aan alle kanten wordt aangegeven dat niet wordt gehaald wat minimaal nodig is om de opwarming van de aarde binnen 1,5 °C te houden. Een van de zorgpunten is de capaciteit, kortgeleden is een extra krediet beschikbaar gesteld voor capaciteitsuitbreiding en een andere mogelijkheid is om energie op te slaan, maar in de RES staat nu alleen dat dit nodig is en dat opslag van koudewarmtewisseling onder de grond onderzocht wordt, maar er staat geen concreet plan in. Gezien de aanbestedingstijd moeten er vooral windmolens worden geplaatst en daar is hij niet blij mee. De opgave gaat ook niet over windmolens, maar die is om zo veel mogelijk duurzame energie op te wekken. De cijfers tonen ook aan dat hittestress en de droge periodes van de laatste jaren leiden tot oversterfte van enkele duizenden Nederlanders en wellicht is de opwarming van de
23
aarde een veel groter gezondheidsrisico dan de molens. Daar zit ook een gezondheidsrisico aan, maar er moet een afweging worden gemaakt. De heer Wiggers (Bosch Belang) zegt dat er grote alternatieven voor groene stroom zijn die vele malen groener zijn dan een molen en hij vraagt of het ook in de ogen van GroenLinks beter is om in ieder geval een wetenschappelijk onderzoek af te wachten over de gezondheidsrisico's van molens. De heer Van Slageren (GroenLinks) zegt dat om in 2030 tot een enigszins acceptabele capaciteit te komen nu moet worden aanbesteed en er geen tijd is voor het zoveelste onderzoek. GroenLinks is heel erg voor allerlei andere en wellicht zelfs betere duurzame manieren van energieopwekking, maar die zijn met de huidige stand van de techniek nog niet op korte termijn inzetbaar. GroenLinks vindt het onverstandig om lokaal eigendom niet verplicht te stellen omdat dit een van de weinige knoppen is om aan te draaien om het draagvlak op de plekken waar de molens komen zo veel mogelijk te vergroten. De heer Van Koert (CDA) ziet in deze RES 1.0 dat de totale opgave voor de regio niet is veranderd, maar dat de restopgave wel kleiner is geworden. Dat komt met name doordat er in de periode 2018-2019 veel meer zon-op-dakprojecten zijn gerealiseerd. Het CDA pleitte altijd al voor zon boven wind en met name voor zon op daken en op incourante gronden.
De nu voorliggende uitkomsten en de voortvarende aanpak van het college heeft effect, met de aftrek van nog eens 100 ha te realiseren zon buiten de Duurzame Polder voor 2030 zal de restopgave verder verminderen en de polder nog meer ontlast worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat het veel duidelijker zou zijn als de 100 ha direct van de opgave was afgetrokken. De heer Van Koert (CDA) vindt dat inderdaad duidelijker, maar op dit moment loopt er een tender en als de cijfers bekend zijn, kunnen die verwerkt worden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat er een minimum en een maximum had kunnen worden opgenomen om ervan af te halen. Met de tender is nog steeds niet zeker hoeveel energie er kan worden opgewekt, maar er is wel een bandbreedte aan te geven van hoeveel van de opgave kan worden afgehaald De heer Van Koert (CDA) zegt dat dit nu niet aan de orde is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat als de cijfers van de opgave afgehaald zijn veel duidelijker is hoeveel windmolens er moeten komen. Nu wordt van een bepaald aantal windmolens uitgegaan, maar dat worden er later minder. De heer Van Koert (CDA) zegt dat nog niet is bepaald hoeveel windmolens er komen omdat het gaat om een mix van zon en wind.
De heer Wiggers (Bosch Belang) vraagt of het CDA ook vindt dat het goed is als wetenschappelijk onderzoek aantoont welke gezondheidsproblemen windmolens eventueel opleveren. De heer Van Koert (CDA) gaat daar niet aan voorbij op het moment dat die gegevens bekend zijn, maar vooruitlopend op deze gegevens is de afstand van de windmolens tot de bebouwde kom een kilometer en daarmee wordt de overlast al duidelijk verminderd. De heer Wiggers (Bosch Belang) vraagt of de heer Van Koert het ermee eens is dat in Duitsland, waar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat molens van 150 meter hoog die binnen een kilometer van woonhuizen staan schadelijk voor de gezondheid zijn, windmolens niet voor niets minimaal op tienmaal de tiphoogte, 1,5 kilometer, van woningen moeten staan. De heer Van Koert (CDA) schaart zich achter de huidige norm die in Nederland als acceptabel wordt gezien. De uitkomsten van het door de heer Wiggers genoemde onderzoek zijn nog niet bekend.
24
De heer Wiggers (Bosch Belang) zegt dat het RIVM tot op heden nog nooit door een overheidsinstantie is gevraagd om dit onderzoek te doen en hij vraagt waar de heer Van Koert de wijsheid vandaan haalt dat het RIVM dit nu zou onderzoeken. De heer Van Koert (CDA) wil geen discussie voeren over wat de gezondheidsrisico's zijn. Het CDA vindt de nu gehanteerde uitgangspunten voldoende betrouwbaar om verder te gaan op de ingeslagen weg. Mede door de door het CDA ingediende motie wordt het zoekgebied beperkter en met 1 kilometer afstand tot woningen wordt de overlast in ieder geval beperkt ten opzichte van 300 meter afstand. Volgens besluitpunt 2 in het raadsvoorstel wordt 2019 als peiljaar voor de restopgave voorgesteld en hij stelt voor dit een jaar op te schuiven en ook de energieopwekking in 2020 mee te nemen bij het bepalen van de restopgave. Bij het creëren van zonneparken wil hij de kostbare landbouwgrond sparen en in bepaalde situaties kijken naar oplossingen met doorzichtige zonnepanelen waaronder gewassen en groenten kunnen worden geteeld.
Bij het volraken van het stroomnet en de regel 'wie het eerst komt, het eerst maalt' is het snel aanmelden van concrete projecten belangrijk en hij hoort graag hoe de wethouder dit knelpunt ziet bij grote projecten, huidige initiatieven en verdere plannen en hoe hij denkt dit knelpunt aan te pakken; Hij is benieuwd in hoeverre de gemeente op dit moment druk uitoefent op TenneT en Enexis. Ook is het erg belangrijk om zon op woningdaken maximaal te stimuleren omdat de hiermee opgewekte energie direct wordt gebruikt en niet wordt terug geleverd aan het net, waardoor de netcapaciteit niet wordt belast. Ten slotte merkt hij op dat het CDA met spanning afwacht hoe het 50% lokaal eigendom bij de uitwerking van onder andere de Duurzame Polder wordt geconcretiseerd. De heer Van Griensven (PVV) leest in de stukken 'uw raad heeft ingestemd', maar de PVV heeft nergens mee ingestemd en hij vindt dat de PVV via een trechter wordt meegezogen naar een vooraf vastgestelde uitslag. Volgens GROEN inZICHT zijn de SDE-potten nagenoeg leeg en tijdens een vergadering in Rosmalen hoorde hij dat ondernemers dan waarschijnlijk niet meer gaan investeren. Hij vraagt of de wethouder dit weet en hoe hij hiermee omgaat.
Gas blijkt inmiddels schoner te zijn dan werd gedacht en biomassa juist niet, zonnepanelen en windturbines leveren klachten en restvervuiling op waarmee vooraf niet of nauwelijks rekening is gehouden en nieuwe oplossingen zoals kernenergie en thorium blijken juist meer mogelijkheden en draagvlak te krijgen. Hij vraagt of de wethouder bereid is die nieuwe mogelijkheden en kennis meer in de besluitvorming te betrekken. De PVV is absoluut tegen windturbines en zonnepanelen in de Rosmalense Polder, na 2030 moeten nog meer doelstellingen worden behaald en hij vraagt of de wethouder kan garanderen dat de rest van de Rosmalense Polder, het Bossche Broek, de Moerputten en de rest van de Bossche natuur na 2030 blijven gevrijwaard van turbines en panelen. Ooit waren er plannen om het Bossche Broek te bebouwen, maar gelukkig staken de Bosschenaren daar een stokje voor en eind jaren '60/begin jaren '70 wilde de raad met de toenmalige burgemeester voorop de Binnendieze dempen, maar ook dat is gelukkig niet gebeurd. Hij wil ook nu het tij keren en voor het behoud van de polders en natuurgebieden niet instemmen met de vervuiling van het uitzicht en de aantasting van de leefbaarheid in delen van de schitterende gemeente.
De heer Smeets (Rosmalens Belang) zegt dat de gemeente in verband met de Regionale Energiestrategie verplicht is een belangrijk deel van de energievoorziening te verduurzamen door het plaatsen van wind- en zonneoplossingen. Het voorliggende raadsvoorstel is de actualisatie van de concept-RES en die is onlosmakelijk verbonden met het raadsvoorstel Duurzame Polder uit 2020 en de cruciale moties Wind te gast en het VVD-amendement waarmee 100 ha aan zon buiten de polder wordt geplaatst. Met Wind te gast is er grip op de nadere besluitvorming volgend op de vaststelling van dit raadsvoorstel en op de uitwerking van plannen in de uitvoeringsscenario's omdat de oplossingen worden ingepast en de raad daar nog over gaat spreken. Met het amendement is bepaald dat niet de hele RES-opgave in de Rosmalense Polder valt, maar dat 100 ha zon daarbuiten valt en hij heeft uitgerekend dat daarmee ongeveer 0,3 PJ niet in de polder landt en er ruim 0,5 PJ overblijft. Rosmalens Belang is blij te zien dat de actualisatie uit 2018-2019 leidt tot een afname van 18 PJ, dat is ruim 17%, dat minder in de polder terechtkomt. De 100 ha zon is ook nog eens goed voor 30% van de 0,86 PJ die niet in de polder landt. De motie Wind te gast leidt concreet tot ongeveer vijf tot zes windmolens in de polder en dat heeft te maken met de hoogte en de plaatsing daarvan.
Daarnaast gaat hij uit van een hoger rendement van zonnepanelen omdat de technologische ontwikkelingen snel gaan en er minder hectares nodig zijn om meer energie te produceren. Rosmalens Belang pleit ervoor om de 25
windmolens aan de gemeentegrens en zo ver mogelijk van de bebouwing te plaatsen. 1 kilometer afstand is de ondergrens en bij voorkeur ziet hij de windmolens veel verder van de bebouwen af, waarbij ook rekening wordt gehouden met de polderbewoners die wel degelijk meer last van de windmolens gaan ervaren, maar die er niet in participeren, de lasten moeten vallen bij degenen die de meeste lusten hebben. Omdat met name zon op dak sterk in opkomst is, ziet Rosmalens Belang graag een extra actualisatie en hij hoort gaat de visie van de wethouder hierop. Verder wil hij weten of er op dit moment andere windinitiatieven in de gemeente in beeld zijn die voor 2025 vergunbaar zijn. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of Rosmalens Belang gaat voor maximaal acht windmolens en mogelijkerwijs voor 2 kilometer afstand tot de bebouwing zoals in Oss. De heer Smeets (Rosmalens Belang) gaat uit van een rekenmodel op basis van Wind te gast en vijf tot acht windmolens, maar de uitwerking hiervan gaat hij op zijn merites beoordelen. Hij wil de molens zo dicht mogelijk bij de gemeentegrens en zo ver mogelijk van de bebouwing plaatsen waarbij de ondergrens 1 kilometer afstand is. Ook communicatie en draagvlak is belangrijk.
In 2020 en eerder is erop gehamerd dat dit een doorlopend aandachtspunt is en er staat wel iets op de website, maar tussen de zomer van 2020 en nu is er weinig tot niets gebeurd aan de dialoog met de betrokken bewoners. Hij is benieuwd naar de visie van de wethouder daarop en hoe dit een plek krijgt. De heer Wiggers (Bosch Belang) geeft aan dat een afstand van 2 of 3 kilometer volgens Duitse modellen beter in het gezondheidsprogramma past en hij vraagt of de heer Smeets ook vindt dat een wetenschappelijk rapport over de invloed op de volksgezondheid broodnodig is voordat de bouw van windmolens wordt vergund. De heer Smeets (Rosmalens Belang) zegt dat zijn punt is dat de windmolens op de gemeentegrens moeten komen en dat hij niet weet welke afstand dat betekent. Hij is in 2020 uitvoerig ingegaan op de motivatie waarom windmolens zo ver mogelijk van de bebouwing moeten komen, dat heeft onder andere heeft te maken met geluidsproductie op de gevel en nachtrust. Daar ligt geen wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag, maar het is gebaseerd op wat er op internet te vinden is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) haalt uit het raadsvoorstel dat er bij ongewijzigd beleid 11% wordt bespaard en hij denkt dat dit percentage hoger moet.
GROEN inZICHT zegt dat er conform de RES minder nodig is en dat lijkt te botsen met de mening van de Bossche Milieufederatie en Grootouders voor het Klimaat, maar ze zeggen ongeveer hetzelfde. Waar de Bossche Milieufederatie meer windmolens wil omdat er een klimaatprobleem aankomt, wil GROEN inZICHT kijken waar draagvlak voor bestaat en bouwen wat gebouwd kan worden. De vraag of er tien, acht, zes of vijf windmolens moeten komen is niet zo interessant, het gaat erom dat wordt gekeken waar in de polder de molens op 2 kilometer afstand van de bebouwing kunnen komen en waar de weidevogelgebieden worden gerespecteerd. GROEN inZICHT zegt ook er niet voor te gaan liggen als blijkt dat er meer windmolens moeten komen. Er kan nu al worden begonnen met het leggen van de fundering van de eerste molens dan kunnen er later meer molens worden gebouwd. Er staat nu nog maar één windmolen en er liggen enkele funderingen, dat is al jaren zo, het schiet niet op en deze molen is onderhand aan revisie toe. Mevrouw Eigenhuijsen (VVD) vindt het bijzonder dat de heer Hoeben 'minder' als negatief ziet, terwijl 'minder' betekent dat er al meer wordt gedaan, tussen 2017 en 2019 is al meer duurzame energie geproduceerd. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verwijst naar de marathonloper met het kopje koffie bij het flesje water die GroenLinks noemde.
De opgave voor de wethouders is nu misschien iets minder groot, maar er is nog steeds sprake van een enorm plan dat er in een keer doorheen wordt gedrukt en dat levert weerstand op bij GROEN inZICHT en dat vindt de Bossche Milieufederatie nog te weinig. Mevrouw Eigenhuijsen (VVD) hoort dat de heer Hoeben de idealist naast de realist zet en dat matcht inderdaad niet helemaal. Zij denkt dat iedereen een marathon loopt, maar een realist houdt rekening met bijvoorbeeld de netcapaciteit en de energiebehoefte. Die laatste is vastge26
steld voor 2030 maar als er in 2030 veel meer windmolens of zonnepanelen zijn dan nodig is voor de RES-opgave, moet de opgewekte energie ook ergens naartoe en er is maar weinig opslagcapaciteit. Ze mist realisme bij de heer Hoeben, die kan wel meer energie willen opwekken maar dat kan het net niet aan en zo groot is de energievraag niet. Ze vraagt hoe de heer Hoeben hier tegenaan kijkt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) ziet wel een probleem met de netcapaciteit, maar als dat echt zo'n levensgroot probleem is, moeten alle voorstanders van wind op zee gaan nadenken over of dit wel haalbaar is omdat er op zee helemaal geen netwerk ligt. De kabels van de centrales worden steeds dunner naarmate ze verder uitlopen en die zijn in de polder wat dunner. Dat hele model moet op de schop omdat overal in Nederland wordt opgeladen en dat is niet alleen in de polder maar overal een probleem. Het grootste probleem ligt op zee, maar daarvoor is een oplossing namelijk het koppelen van een klein waterstofcentraletje aan een windmolen. Dan wordt op zee waterstof gemaakt, dat kan worden opgeslagen en met een schip naar de kust toe worden gevaren, dan bestaat er geen netwerkprobleem.
De heer Verbruggen (D66) kent De Bossche Groenen als hardlopers voor het klimaat, hij heeft begrepen dat die al in de jaren '40 van deze eeuw klimaatneutraal wil zijn, maar hij merkt nu steeds minder van dat hardlopen. De Bossche Groenen loopt nu wat langzamer en wil geleidelijke groei. Hij ziet niet hoe de grote opgave dan tijdig kan worden bereikt, niet alleen in 2030 maar ook in 2050 en hij vraagt of De Bossche Groenen hoopt op een extra kerncentrale. De heer Wiggers (Bosch Belang) vraagt of de heer Hoeben weet dat er een vaste pijpleiding van een waterstoffabriek op de Noordzee naar de Rotterdamse haven ligt en er geen boot nodig is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat er niet een pijpleiding door de hele Noordzee ligt, maar slecht naar één punt. Hij wil draagvlak creëren en dat is er wel in de polder, ook bij mensen die tegen windmolens zijn, het is niet zo'n probleem als daar maar een paar windmolens komen, zeker niet als de spelregels van de windladder in ogenschouw worden genomen. Er is een groter doel, maar van een paar windmolens kan al iets worden geleerd en er kan binnen het raster van de windboeren direct een begin worden gemaakt, dan gaat niemand naar de Raad van State om dit tegen te gaan. Dat laatste is de reden dat er nog maar één windmolen in de gemeente Den Bosch staat.
Door direct te beginnen zijn er cases waarin onderzoek kan worden gedaan naar het effect, hoe groot het probleem is en of het draaglijk kan worden gemaakt. Intussen kan ook worden gekeken hoeveel energie er wordt opgewekt en hoeveel energie er echt nodig is, dan kunnen steeds nauwkeurigere berekeningen worden gedaan om niet te veel te produceren, het net niet over te belasten en niet te veel vogels te doden. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafel, zegt ook dat er draagvlak moet zijn en dat met de omgeving moet worden samengewerkt. Het is jammer dat er op veertien pagina's staat uitgelegd hoe 50% lokaal eigendom kan worden weggepoetst en dat stelt hem heel erg teleur omdat dit de kern is. Er wordt nog niet samen gebouwd en het zwaarbevochten 50% lokaal eigendom wordt al weggepoetst. Hij vindt dat het gaat om verbinden, draagvlak en lokaal eigendom en dat GROEN inZICHT en de Bossche Milieufederatie erbij betrokken moeten worden, het triest is dat er geen contact tussen de gemeente en GROEN inZICHT is geweest. De Bossche Groenen wil punt 6 uit het stuk amenderen en hij pleit voor lokaal eigenaarschap in de vorm van een coöperatieve denkwijze zoals de SP dat verwoordde. De heer Van Rooij (PvdA) meldt dat hij om 21.00 uur weg moet. De voorzitter zegt dat het aan de commissie is hoelang de vergadering nog duurt, hij wil dit punt wel afhandelen.
De heer Verbruggen (D66) ziet het raadsvoorstel als een medaille met twee kanten. Het is fijn dat er meer zon-op-dakprojecten zijn gerealiseerd dan eerder voorzien, dat maakt de RESopgave voor 2030 kleiner en daardoor lijkt het of er voor 2030 minder gedaan hoeft te worden voor de energietransitie, maar zo ziet D66 dat niet. De andere zijde van de medaille is een winstwaarschuwing. 2030 vormt maar één horde van een lange duurloop die in 2008 is begonnen met als einddoel een klimaatneutraal 's-Hertogenbosch in 2050 en 2030 is op zijn minst de finish. Die horde wordt nu iets minder hoog, maar met de RES 1.0 wordt de verdere ontwikke27
ling naar een klimaatneutrale gemeente niet afgeremd en wat D66 betreft, blijft de gemeente versnellen in het belang van het klimaat en schone lucht. In 2025 gaat de gemeente alweer aan de slag met de RES 2.0 en daar zullen meer windmolens bij horen. Er moet ook worden gekeken naar buiten de gemeentegrenzen, de EU en wetenschappelijke analyses laten zien dat er ook voor 2030 meer mogelijk is en dat dit sneller kan. Hij geeft degenen die denken dat met minder windmolens de doelen voor een klimaatneutrale gemeente kunnen worden behaald mee dat dit geen reëel beeld is. Hij benadrukt dat deze transitie niet alleen wordt ingezet voor een beter klimaat, maar ook voor schone lucht en dat is in ieders belang. Windmolens en zonnepanelen zijn nodig om minder fossiele brandstoffen te hoeven verbranden en daarmee de volksgezondheid te verbeteren en de ondernemersruimte te vergroten. Hij wil niet wachten op denkbeeldige kerncentrales, maar blijven versnellen met echte duurzame energievormen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) leest in het stuk dat er vol wordt ingezet op 2030 en dat er niet meer staat dat er een doorkijk naar 2050 wordt gemaakt. Hij hoort nu dat D66 2050 nog steeds als ijkpunt ziet en hij vraagt of die met een amendement komt om dit terug te brengen. De heer Roovers (SP) weet dat D66 in juli 2020 heeft ingestemd met een motie die voor gemeentelijke uitbating pleit.
Voorkomen moet worden dat de energietransitie een soort superleague wordt en hij wil weten wat D66 van beslispunt 6 vindt. De heer Wiggers (Bosch Belang) vraagt of de heer Verbruggen de mening van Sigrid Kaag deelt die vindt dat windmolens op zee moeten komen. De heer Verbruggen (D66) weet dat D66 landelijk erg voor windenergie op zee is, maar hij vindt dat de gemeente ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. De opdracht van het rijk is om de RES te realiseren en om die doelstellingen te halen is ook wind op land nodig. In antwoord op de vraag van de heer Van Creij zegt hij dat het einddoel nog steeds is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. D66 is geen voorstander van een gemeentelijke energiecentrale en gaat mee met punt 6 in het voorstel. De heer Roovers (SP) vroeg of D66 bij het standpunt van juli 2020 blijft, toen die fractie instemde met een motie van de SP over in ieder geval gedeeltelijke gemeentelijke uitbating. De heer Verbruggen (D66) heeft nooit voor gemeentelijke energiebedrijven gepleit. D66 komt niet met een amendement, maar misschien wel met een motie over de lange termijn, na 2030. De heer Wiggers (Bosch Belang) vraagt of de lokale D66 uitsluit dat het huidige RESprogramma in de nabije toekomst verandert qua opgave, indeling of gebruikmaking van welke groene stroom dan ook of dat er ook iets anders kan komen dan alleen zon en wind.
De heer Verbruggen (D66) zegt dat alles kan veranderen, maar dat de opgave is zoals die nu voorligt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het mooi en belangrijk dat in deze RES 1.0 de hoeveelheid te produceren energie omlaag is gegaan en realistischer is geworden. De heer Van Slageren (GroenLinks) vraagt wat de heer Van Creij vindt van de opmerking op pagina 6 van het stuk dat een kleinere opgave in de polder betekent dat weliswaar wordt voldaan aan de opdracht van het rijk, maar dat het hierdoor wel moelijker wordt om de gemeentelijke doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn te halen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) weet niet wat er na 2050 gebeurt, maar persoonlijk denkt hij dat er met waterstof veel te halen is en dat er geen windmolens of kernenergie nodig zijn. Gewoon ge-DREVEN heeft meermaals aangegeven de opgave die met zonnepanelen wordt behaald van de totale opgave te willen aftrekken en dat is nu gebeurd. Op pagina 30 van bijlage 4a staat letterlijk 'de windmolens op Heesch West blokkeren de windmolens van Bernheze' en hij vraagt zich af hoe actueel de nota is omdat de windmolens op Heesch West al zijn geschrapt. Gewoon ge-DREVEN is blij met de aanbevelingen waarin staat bij cultuurhistorisch waardevolle gebieden extra voorzichtig moet worden omgegaan met de inpassing van duurza28
me energie. Dat onderschrijft hij van harte, de provincie heeft de Beerse Overlaat in 2015 benoemd tot een gebied met planologisch beschermde waarden en kenmerken en dat betekent dat het moeilijk wordt om windmolens in de Rosmalense Polder te plaatsen. De gemeenteraad mag erg blij zijn met betrokken burgers zoals de mensen van GROEN inZICHT die de gemeente van allerlei cijfers voorziet en die uitkomt op een werkelijke RES-opgave van 0,32. Daar is geen speld tussen te krijgen en hij hoort graag hoe de wethouder tegen de rekensom van GROEN inZICHT aankijkt. In januari 2020 heeft de gemeente Oss besloten om een afstand van minimaal 2 kilometer tot de kernen aan te houden en met een kleinere opgave kan ook Den Bosch een afstand van minimaal 2 kilometer aanhouden, hoe verder de windmolens van woningen staan hoe beter. De heer Van Koert (CDA) vraagt of de heer Van Creij weet dat Oss een grotere polder heeft en dat die 2 kilometer is omgeven met allerlei restricties. Zeker als een aantal plannen daardoor niet doorgaat, wil Oss de ruimte in de polder gebruiken en dan gaat een afstand van 1 kilometer gelden.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat de RES 2.0 in juli 2023 komt en dat gewoon ge-DREVEN komt met het voorstel om in 2022 gelijktijdig met Oss een tussenstap in te voegen, een RES 1.5, om nog voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 meer duidelijkheid te hebben over de werkelijk opgave. Gewoon ge-DREVEN wil ook de betalingen reguleren, zodat de gemeente Den Bosch niet te veel gaat doen. Sinds kort heeft de gemeente Den Bosch eigen grond in de polder waar windmolens kunnen komen en hij hoort graag van de wethouder of die voornemens is om op eigen grond windenergie te produceren. Ten slotte geeft hij aan dat het datacentrum de warmte voor 5000 woningen de lucht in blaast en gewoon ge-DREVEN wil kijken in hoeverre hierin een besparing zit die in de totale RES-opgave kan worden meegenomen. De heer Smeets (Rosmalens Belang) hoort dat gewoon ge-DREVEN akkoord gaat met het voorstel, maar nog wel even naar de cijfers kijkt. Gewoon ge-DREVEN was in 2020 faliekant tegen iedere ontwikkeling in de polder en hij vraagt of gewoon ge-DREVEN nu wel voor een ontwikkeling op die plek is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) is geen voorstander van windmolens in de polder, als het niet anders kan, zijn vier of vijf windmolens bespreekbaar maar dat moet dan wel goed onderbouwd zijn en daarom is gewoon ge-DREVEN scherp op de cijfers.