CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-20 Commissie Omgeving vastgesteld

Commissie OMGEVING 20 april 2021, gemeente 's-Hertogenbosch24.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Commissie OMGEVING Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

20 april 2021 Raadzaal

O.R. Thelissen mr. G.L. Pijnenburg J.J.E.L. van Creij, mw. ing. E.E.M. Eigenhuijsen, E.R.F. Esser, J.J.M. Gersjes, L.A.J. van Griensven, mw. A. Hernández, L.G. van Herpen, W.B.G. Hoeben, S. Hommersom, mr. F. Kabbouti, drs. P.E. Kagie, drs. ing. W.P. van Koert, mw. E. Kummeling, M.C.J.M. Ploegmakers, G.A.J. van Rooij, B.F.C. Roovers, P.W.M. Schellings, drs. S.R.M. van Slageren, G.J.I.J. Smeets. G.M.M. Verbruggen, W.A.M. Vugs, mw. J.P.M. Welten-van Doremalen, P.H. Wiggers, mw. ir. I.J.J. van Zwambagt

Collegeleden:

ing. R.A.P. Geers, M.J.J. van der Geld MSc, U. Kâhya

Verslaglegging:

mw. P.J. van Hoorn

Afwezig:

J.T.M. van Hoek, R.G. Vonk

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 16.00 uur en heet iedereen welkom. De heer Van Hoek wordt vervangen door mevrouw Hernández, de PVV-fractie, mevrouw Kummeling en wethouder Kâhya komen later en zowel het CDA als De Bossche Groenen hebben aangegeven dat een derde commissielid mogelijk aanschuift.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter vraagt of de commissie instemt met de toevoeging van agendapunt 12, Bespreeknotitie Vereenvoudiging ruimtelijkeordeningsprocessen 2021 van het CDA, en de bespreking van de motie vreemd aan de orde van de dag Asfaltcentrale, van het CDA, D66, GroenLinks en De Bossche Groenen. De commissie stemt daarmee in. De PVV heeft het ordevoorstel ingediend om de RES pas na 18.00 uur te behandelen omdat de twee commissieleden van de PVV wat later komen. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) vraagt of dit agendapunt dan als laatste wordt behandeld. De voorzitter zegt dat conform de afspraken eerst raadsvoorstellen en daarna de bespreeknotities worden behandeld en dat dit betekent dat de RES als laatste raadsvoorstel wordt behandeld. Wethouder Kâhya is pas vanaf 17.00 uur aanwezig en dat betekent dat twee relatief kleine onderwerpen voor 17.00 uur worden behandeld. Hij stelt voor om wel die volgorde aan te houden en eerst de raadsvoorstellen te behandelen en afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van wethouder Kâhya tussendoor bespreeknotities te behandelen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt in welke volgorde de agendapunten worden behandeld.

De voorzitter geeft aan dat het ordevoorstel is om het agendapunt over de RES wat later te behandelen en dat mevrouw Van Zwambagt heeft gevraagd of dit punt helemaal achteraan of als laatste raadsvoorstel wordt behandel. Dit punt wordt in principe als laatste raadsvoorstel behandeld, ook de aanwezigheid van wethouder Kâhya is voor enkele onderwerpen vrij essentieel en daarom is hij voor die volgorde. Begonnen wordt met het bestemmingsplan Koksteeg in Vinkel, dan volgt de DPO Bokhoven. Als wethouder Kâhya dan inmiddels aanwezig is, volgt de herinrichting Binnenstadsring en als het dan 18.00 uur is, wordt de RES behandeld. Na de raadsvoorstellen worden de bespreeknotities behandeld en als wethouder Kâhya er dan nog niet is, 1

wil hij een bespreeknotitie naar voren te halen, net zo lang tot het 18.00 uur is. Rond 17.3018.00 uur is er een korte pauze en hij stelt voor om ongeveer 20.00 uur te inventariseren welke punten nog besproken moeten worden en of die eventueel naar 21 april a.s. worden doorgeschoven. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil dat, als om 20.00 uur twijfelachtig is of een bepaald agendapunt nog kan worden behandeld, dit niet wordt doorgedrukt om op tijd thuis te kunnen zijn. De voorzitter deelt die mening en hij wil dit om 20:00 uur bespreken. 3.

Verslag van de commissie Omgeving d.d. 23 maart 2021 Het verslag van de commissie Omgeving van 23 maart 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Openstaande moties en bestuurlijke toezeggingen a. Lijst bestuurlijke toezeggingen b. Overzicht openstaande moties De voorzitter meldt dat het college voorstelt motie 32, Bomen voor bijen, als afgedaan te beschouwen. De commissieleden stemmen hiermee in. Er zijn geen opmerkingen over de lijst met bestuurlijke toezeggingen.

Raadsvoorstellen 7.

Bestemmingsplan Koksteeg ong. Vinkel De heer Hommersom (D66) herinnert zich dat de ruimte-voor-ruimteregeling over twee woningen gaat en hij vraagt waarom het hier om vier woningen gaat. Wethouder Geers vindt dit een technische vraag waarop hij op dit moment geen concreet antwoord heeft. De heer Hommersom (D66) vindt het voor de vaststelling van het bestemmingsplan wel van belang of aan de regels wordt voldaan en daarom wil hij wel antwoord op deze vraag. De voorzitter geeft aan dat deze vraag later wordt beantwoord. Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raad.

8.

Bestemmingsplan DPO-leiding Bokhoven Dit voorstel gaat als hamerstuk naar de raad.

Overige onderwerpen ter bespreking 10.

Bespreeknotitie Heesch West (PVV en gewoon ge-DREVEN) De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat dit ook een bespreeknotitie van de PVV is en dat die fractie niet aanwezig is. De voorzitter zegt dat de bespreeknotitie ook van gewoon ge-DREVEN is en hij geeft daarom de heer Van Creij de gelegenheid om de eerste woordvoering te doen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat het de bedoeling was om deze notitie al in januari 2021 te behandelen, maar dat hij vanwege de drukke agenda is doorgeschoven en dat het daarom mogelijk is dat bepaalde zaken achterhaald zijn. Er zijn veel brieven van bezorgde bewoners, Eerlijk over Heesch West en Leefbaar Nuland over het bestemmingsplan binnengekomen en dat heeft geleid tot een aantal vragen over de bewonersparticipatie. Eerlijk over Heesch West heeft een lijvig alternatief plan ingediend, dat moet met respect worden behandeld en niet zomaar in de la belanden. Eerlijk over Heesch West heeft geen inhoudelijk antwoord op de door hen ingebrachte stukken gekregen, maar kreeg van de gemeenschappelijke regeling alleen te horen dat die dit plan niet goed vond en doorgaat op de ingeslagen weg. Er zijn veel bezwaren tegen Heesch West ingediend en die moeten een-op-een in een databank 2

komen waar de raad die kan inzien. In het bestemmingsplan komt wel een samenvatting van de 1300 ingediende bezwaren, maar de raadsleden kunnen zelf filteren wat wel en niet belangrijk is. Hij wil weten welke mogelijkheden de raad ziet wat betreft de milieucategorie en een goede ontsluiting van het toekomstige industrieterrein. Ten slotte merkt hij op dat de gemeente een tunnelvisie heeft en alleen maar zendt en niet ontvangt. De heer Hommersom (D66) vindt het ontwikkelen van een bedrijventerrein een lastige opgave, dat blijkt alleen al uit het feit dat al jarenlang aan de ontwikkeling van Heesch West wordt gewerkt. Uit de vele reacties van de omwonenden blijkt dat ze zich zorgen maken over deze ontwikkeling. De gemeente 's-Hertogenbosch is het aan haar stand verplicht om deze zorgen serieus te nemen, de politiek om een goede belangenafweging te maken en D66 vindt dat dit hier ook gebeurt, al erkent hij wel dat niet iedereen tevreden zal zijn over de gemaakte of nog te maken keuzes. Een bedrijventerrein als Heesch West wordt ontwikkeld voor de hele regio en als grootste stad van deze regio moet 's-Hertogenbosch haar verantwoordelijkheid nemen, het is moreel niet te verantwoorden dat voor het goed functioneren van deze regio noodzakelijke ontwikkelingen worden uitgesloten en doorverwezen naar andere gemeenten.

's-Hertogenbosch moet verantwoorde keuzes maken en dat betekent dat alle normen voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein zoals Heesch West in hun volle omvang gerespecteerd moeten worden en dat gebeurt ook. Heesch West is in aard vergelijkbaar met bedrijventerrein De Rietvelden, maar de laatste is kleiner en Heesch West ligt in tegenstelling tot De Rietvelden niet midden in het stedelijk weefsel, maar wordt omzoomd door forse landschappelijke inpassingszones. De afgelopen jaren is veel met omwonenden in allerlei verschillende vormen overlegd en dat heeft geleid tot aanpassing van het plan en een verbeterde inpassing, maar toch zijn verschillende omwonenden niet tevreden. Dat is ieders goed recht, maar dat betekent niet dat het proces van democratische besluitvorming onjuist verloopt. Nog meer processtappen inbouwen zoals gewoon ge-DREVEN en de PVV voorstellen, heeft geen wijziging in de standpunten tot gevolg. Hij wil gewoon de volgende stap zetten en toewerken naar de vaststelling van het bestemmingsplan. In deze procedure zijn er voor omwonenden mogelijkheden voor beroep en bezwaar waarbij de Raad van State het laatste woord heeft en ook dat is een waardevol onderdeel van de democratie. D66 is het niet met gewoon ge-DREVEN en de PVV eens dat er extra processtappen moeten komen, maar dat betekent niet dat er geen overleg meer moet zijn.

Integendeel, D66 heeft vorige week nog gesproken met Eerlijk over Heesch West en hij gaat graag in gesprek met iedereen die daar behoefte aan heeft. In die gesprekken zal D66 aangeven voor de ontwikkeling van Heesch West te zijn, maar ook dat D66 erop zal toezien dat alle afspraken en toezeggingen gestand worden gedaan. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) schrikt van 1300 bezwaren en hij vraagt hoe D66 tegen de profilering van het industrieterrein aankijkt. De heer Hommersom (D66) stapt niet lichtzinnig over 1300 bezwaren heen, maar hij vindt het in ieders belang om het proces niet langer uit te stellen. Als bekend is dat er geen overeenstemming komt, moet de volgende stap worden gezet en daarbij hoort een afweging op hoger niveau. Dat is ook in het belang van de bezwaarmakers omdat uitstellen en mensen langer in onzekerheid houden vaak veel slechter is. Hij wil daarom duidelijkheid scheppen en het is dan aan de Raad van State om te bepalen of de gemeente gelijk of ongelijk heeft. Hij denkt dat de profilering niet wordt losgelaten vindt dat het bedrijventerrein Heesch West prima past in die omgeving, met de milieuzonering en de manier waarop die tot stand is gekomen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de heer Hommersom wil vasthouden aan milieucategorie 5.1.

Er is veel overleg geweest en niet iedereen is tevreden, maar er is meer respect als wel iedereen tevreden is. De heer Hommersom (D66) ziet respect als respect voor elkaars mening en dat betekent ook dat moet worden geaccepteerd als men het niet met elkaar eens is. Hij vindt het minder respectvol als mensen te lang aan het lijntje worden gehouden en hij wil dat voorkomen door de volgende stap te zetten. In het bestemmingsplan staat dat een vrijstelling kan worden gegeven aan bedrijven tot categorie 5.1 als zij zich gedragen als bedrijven in categorie 4.2. Dat betekent dat deze bedrijven allerlei voorzieningen moeten treffen en ze zich niet als een 5.1-bedrijf mogen gedragen, hij vindt dit zorgvuldig en passend.

3

De heer Roovers (SP) hoort een inhoudelijke reactie van D66, terwijl de discussienotitie niet inhoudelijk is. In de discussienotitie wordt niet gevraagd wat de meningen over de milieucategorie zijn, maar of het in de toekomst mogelijk moet zijn om de categorieën aan te passen. De vraag is wat de gemeente moet doen op het moment dat de bewoners met een alternatief plan komen; het recht om uit te dagen. De heer Hommersom (D66) heeft gezegd dat het proces laat zien dat er verschillend over het bedrijventerrein gedacht wordt en dat een volgende stap in ieders belang is. Dat is ook een procesmatige afweging. Hij vindt dat het niet voor de hand ligt om nog langer allerlei zaken uit te zoeken als van tevoren bekend is dat er geen overeenstemming volgt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat de heer Roovers de spijker op zijn kop slaat. Het gaat over de grondhouding van de gemeente met betrekking tot de inbreng van derden. Het recht van uitdaging is netjes verankerd, burgers en ondernemers kunnen kleine of grote plannen voor hun leefomgeving aanreiken en de notitie gaat over de vraag of de gemeente extra stappen kan zetten om derden uit te dagen. Alles wat als tegenwerping of als een poging tot verrijking wordt ingebracht, moet toegankelijk zijn voor de gemeenteraad en voor derden.

De heer Hommersom (D66) vraagt of de heer Kagie het met hem eens is dat er al voldoende inspraakmogelijkheden zijn geweest. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat het erom gaat of er voldoende openheid richting derden is. Die moeten voldoende ruimte krijgen om hun tegenmacht te kunnen manifesteren. Mevrouw Welten (VVD) vraagt wat de heer Kagie voldoende vindt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat de grondhouding belangrijk is. Het moet werkendeweg gaan en er moet niet nog een nieuw protocol of instrument bij komen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat De Bossche Groenen zich altijd tegen Heesch West heeft verzet. Het gaat hier over de 1300 bezwaren en de vraag is of deze bezwaren alleen moeten worden samengevat. 1300 bezwaren is veel, de raad zit hier namens de omgeving en als die met een goed alternatief plan komt, moet daar op zijn minst serieus naar worden gekeken. De Bossche Groenen antwoordt op alle vragen in de bespreeknotitie met een 'ja'. Mevrouw Welten (VVD) vindt het niet meer dan fatsoenlijk om een reactie op een bezwaar te geven. De VVD pleit ervoor om richting de burger duidelijker te zijn over wat zij van hun inbreng mogen verwachten. Er zijn genoeg bijeenkomsten met burgers geweest, al is er wel een kwaliteitsslag nodig.

Op 21 april is er weer een bijeenkomst via WhatsApp, maar dat voelt enorm als eenrichtingscommunicatie en ze vraagt zich af of dit de juiste manier is. Het is niet meer dan normaal dat de raad de informatie over de inbreng van mensen krijg. De raad heeft al kaders vastgesteld en er wordt niet met een blanco blad begonnen. In antwoord op vraag 5 over wat er beter kan, geeft ze aan dat ze wil kijken naar hoe wordt omgegaan met de inbreng van burgers, wat zij van hun inbreng mogen verwachten en hoe zwaar die weegt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) hoorde mevrouw Welten zeggen dat er veel overleg is geweest, maar de burgers geven aan dat dit vooral zenden van de gemeente of de gemeenschappelijke regeling was en hij vraagt of mevrouw Welten het ermee eens is dat er veel is gezonden en weinig opgehaald. Mevrouw Welten (VVD) zei dat er veel informatiemomenten zijn geweest en dat het vaak eenrichtingsverkeer was. Ze wil kijken hoe de interactie met de burger kan worden verbeterd. De heer Hommersom (D66) zegt dat de gemeente al jaren met de plannen voor Heesch West bezig is en dat de plannen vaker zijn veranderd onder invloed van burgerparticipatie. Hij vraagt of dit volgens mevrouw Welten alleen zenden van de gemeente was.

Mevrouw Welten (VVD) zegt dat er wel degelijk iets met de inbreng van burgers is gedaan, er zouden alleen grootschalige logistieke bedrijven komen, maar er zijn nu ook kansen voor wat 4

kleinere bedrijven wat goed is voor de werkgelegenheid in de directe omgeving. Ze is niet helemaal ontevreden omdat er veel participatiemomenten waren, maar ze wil kijken of de burgers wat duidelijker kan worden gemaakt wat ze van hun inbreng mogen verwachten. De heer Roovers (SP) ziet deze discussienotitie breder, namelijk hoe de gemeente omgaat met initiatieven van burgers. Hij vindt dat er op zijn minst onduidelijkheid is over de status van een plan van een burger. Als dit recht om uit te dagen bestaat, moet een initiatief op zijn minst fatsoenlijk inhoudelijk worden behandeld en dat is meer dan het sturen van een ontvangstbevestiging. Hij is het eens met de punten 1 en 2 van de bespreeknotitie. De heer Hommersom (D66) vraagt of het voor de heer Roovers iets uitmaakt op welk moment een initiatief is genomen. De heer Roovers (SP) zegt dat als iemand procesmatig het recht heeft om alternatieve plannen aan te leveren, is dat het moment om die te bespreken. Het gevaar van de redenering van D66 is dat wordt gezegd dat een besluit aan het einde van het proces niet meer kan worden teruggedraaid omdat het proces al zo lang heeft geduurd en dat is bij Heesch West een reëel probleem. Hij vindt dat een initiatief van omwonenden moet worden behandeld op het moment dat dit wordt ingediend.

Als hiervoor een derde partij moet worden ingezet is dat een nederlaag van het participatieproces in de gemeente. Hij gaat ervan uit dat een fatsoenlijk participatieproces zonder een derde onafhankelijke partij mogelijk is en hij hoopt dat de SP niet van mening hoeft te veranderen. Vraag 4 is geen inhoudelijke vraag, de vraag is niet wat de raad vindt van de milieucategorieën maar of er in de toekomst een moment moet komen om die tegen het licht houden. Hij vindt dat dit zeker moet omdat de raad met nieuwe kennis altijd een nieuwe afweging moet kunnen maken. Op de vraag of er nog toevoegingen zijn, merkt hij op dat deze klachten niet alleen bij Heesch West bestaan en dat de gemeente moet nadenken over de inrichting van het participatieproces en de lokale democratie. Mevrouw Welten (VVD) merkt op dat er al een aantal aanpassingen is gedaan, dat mensen moeite hebben met een aantal hogere categorieën en dat de burgers categorie 2 willen, maar dat dit bedrijventerrein wordt gerealiseerd omdat daar vraag naar is. De heer Roovers (SP) suggereerde niet dat de gemeente de milieucategorisering nog een keer aan de bewoners moet voorleggen, maar de vraag was of het mogelijk moet zijn om de categorieën in toekomst eventueel aan te passen. Hij vindt dat dit het geval is.

De heer Van Koert (CDA) leest letterlijk in de inleiding van de bespreeknotitie dat de reactie van de gemeenschappelijke regeling op het alternatieve plan niet inhoudelijk met Eerlijk over Heesch West is besproken, maar daar is hij het niet mee eens. Er zijn duidelijke argumenten gegeven waarom het alternatieve plan niet mogelijk is, dan zouden alle uitgangspunten van het huidige plan moeten worden losgelaten en daarnaast waren er meer argumenten. De reactie is eind september 2020 met Eerlijk over Heesch West besproken en in oktober 2020 ook nog in een burgeroverleg, hij vindt daarom dat deze brief wel redelijk inhoudelijk aan de orde is geweest en dat de participatie geborgd is. Er wordt ook gesteld dat het plan van Eerlijk over Heesch West niet ter besluitvorming aan de gemeenteraad is voorgelegd, maar dat hoeft ook niet. Het had dan een burgerinitiatief moeten zijn of een raadslid had het kunnen agenderen, maar dat is niet gebeurd. De heer Roovers (SP) vraagt of de heer Van Koert het ermee eens dat het recht om uit te dagen bepaalde verwachtingen schept over hoe de gemeente vervolgens met zo'n plan omgaat en of hij vindt dat de gemeente aan deze verwachtingen heeft voldaan. De heer Van Koert (CDA) weet niet in hoeverre de burgers deze mogelijkheid is aangereikt.

Het is gebruikelijk dat er een uitgebreide reactie op alle insprekers is als een bestemmingsplan in de raad aan de orde komt en dat de raad dan beslist of die inspraakreacties in de besluitvorming worden meegenomen. In de bespreeknotitie staat dat er geen open dialoog zou zijn, maar er zijn veel zaken aangepast en de vraag is of dit voortkomt uit het feit dat men zich niet gehoord voelt. Niet alles is mogelijk omdat de gemeente dan te veel uitgangspunten moet loslaten wat weer andere problemen geeft. In de notitie wordt ook het extra verkeer van Nuland richting 's-Hertogenbosch genoemd, het CDA volgt dat probleem op te voet en komt daar later op terug. 5

De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of het CDA de bezwaren niet allemaal afzonderlijk wil kunnen inzien. De heer Van Koert (CDA) zegt dat het gebruikelijk is dat de raad naast een samenvatting ook de afzonderlijke bezwaren kan inzien, maar dan zijn 1300 bezwaren wel erg veel. Mevrouw Hernández (50PLUS) is tegen Heesch West. Er is een communicatieprobleem, de participatie wordt in het proces niet goed behandeld en er moet heel voorzichtig met de 1300 ingebrachte bezwaren worden omgegaan. De vraag is waarom dit proces zo lang duurt en als dit project wordt doorgezet, moet wel op de juiste manier naar de bevolking worden gecommuniceerd, zodat zij zich serieus genomen voelen. Er kunnen goede verrijkingen voor het project tussen de bezwaren zitten en het is erg belangrijk dat de raad die informatie krijgt om controle te kunnen uitoefenen. 50PLUS is het eens met de punten in de bespreeknotitie, maar ze twijfelt over vraag 3 over het inschakelen van een onafhankelijke derde en ze wacht de beantwoording van de wethouder hierop af. De heer Van Slageren (GroenLinks) heeft niet de indruk dat dit proces erg slecht is verlopen en hij denkt dat het invoegen van extra stappen niet helpt, daardoor zou het alleen maar onduidelijker worden en zou de zaak vertraging oplopen.

Tijdens de informatiebijeenkomst die vorige week plaatsvond, heeft GroenLinks Leefbaar Heesch aangeraden in te spreken bij Informeren & Ontmoeten, maar een zorgvuldige inhoudelijke behandeling blijft wel een punt van aandacht; als voorstellen van tafel worden geveegd, voelen mensen zich niet serieus genomen. De heer Hommersom (D66): hoorde de heer Van Slageren zeggen dat het mogelijk is dat zaken zomaar opzij worden geschoven en hij vraagt of Groen links twijfelt aan het gemeentelijke apparaat. De heer Van Slageren (GroenLinks) bedoelde niet dat dit onzorgvuldig gebeurd is, maar dat die indruk bij de mensen uit Heesch West bestaat. Hij kan niet goed beoordelen of dit ook het geval is, maar het is in ieder geval jammer dat die indruk bestaat. Hij vindt dit geen reden om extra stappen in te voeren, het gaat erom of dit leidt tot een gesprek. Hij ziet geen reden om te denken dat de samenvatting van de inspraakreacties gekleurd is en hij vindt het prima als alle zienswijzen inzichtelijk zijn, maar hij vindt een samenvatting ook wel erg prettig. Hij vindt het belangrijk om de verwachtingen te managen, zeker als het proces zo lang duurt en er al randvoorwaarden en aanpassingen zijn geformuleerd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat de heer Van Slageren een paar keer 'Heesch West' zei waar hij 'Nuland' bedoelde.

De heer Smeets (Rosmalens Belang) ziet deze discussienotitie als een procesvraagstuk dat in feite voor ieder majeur project geldt. Hij is het ermee eens dat ieder initiatief van een groep bewoners op zijn merites beoordeeld moet worden. Rosmalens Belang is onder de indruk van het plan van Eerlijk over Heesch West en hij heeft niet de indruk dat de gemeente dit terzijde heeft geschoven. Dat plan wordt niet integraal overgenomen en dat zal pijn doen bij Eerlijk over Heesch West, maar dat wil niet zeggen dat het niet serieus wordt genomen. Rosmalens Belang vindt een samenvatting van de inspraakreacties prima. Bij deze hoeveelheid inspraakreacties gaat het vaak om pamfletten die worden gecoördineerd en hij hoeft niet 1300 keer hetzelfde te lezen, maar hij wil weten wat er op inhoud in staat, of de gemeente de inspraakreactie gegrond of ongegrond heeft verklaard en waarom. Hij wil wel altijd blijven kijken hoe de informatievoorziening richting de raad doorlopend kan worden verbeterd, maar hij denkt niet dat de samenvatting gekleurd is. Als de gemeente niet wordt gezien als een neutrale partij die iedere zienswijze serieus neemt, zit de raad hier voor Jan met de korte achternaam. Hij gaat ervan uit dat de gemeente met de beste intenties opereert en als er procesfouten zijn gemaakt, kunnen bewoners bijvoorbeeld naar de Raad van State.

De heer Gersjes (Bosch Belang) merkt op dat er altijd voor- en tegenstanders van een plan zijn. De voorliggende notitie is van januari 2021 en hij had graag gezien dat de veranderingen ten opzichte van januari in beeld waren gebracht omdat hij nu een reactie moet geven op iets wat misschien achterhaald is. Alles is onderbouwd met argumenten van de directeur van de ge6

meenschappelijke regeling en die zegt dat alles volgens het proces is verlopen. De raad is geïnformeerd, alles is inzichtelijk en de beweringen die in de notitie staan worden alleen maar tegengesproken. Hij begrijpt dat de burgers zich zorgen maken, maar er is wel een communicatietraject geweest en er is op alle reacties gereageerd. Hij vindt het moeilijk om antwoord op de vragen te geven omdat de notitie verouderd is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de heer Gersjes ook van de burgers heeft gehoord dat de gemeenschappelijke regeling alleen heeft gezonden in plaats van ook informatie op te halen. De heer Gersjes (Bosch Belang) gaat ervan uit dat de door hem opgevraagde informatie juist en betrouwbaar is. Iemand kan het er niet mee eens zijn, maar de gemeenschappelijke regeling heeft wel degelijk actie ondernomen richting bijvoorbeeld Eerlijk over Heesch West over plan B. Bovendien zijn er aanpassingen gedaan, bijeenkomsten geweest, is er van alles met de raad gedeeld en staat er informatie over het plan en het verloop van het proces op de website. De heer Kabbouti (PvdA) zegt dat deze bespreeknotitie dateert van 28 februari 2021, drie dagen nadat Eerlijk over Heesch West uit het overleg met de gemeenschappelijke regeling is ge stapt en in dat perspectief gaat hij op de notitie in.

Aan de ene kant worden er veel informatiebijeenkomsten gehouden, dat is inderdaad zenden, maar er zijn ook overleggen met stakeholders en dat is participatie. Hij stelt op grond hiervan vast dat een ontwikkeling zoals die van Heesch West een erg moeilijke opgave is die erg veel impact op de directe omgeving heeft. Het is begrijpelijk dat dit onrust en zorgen met zich meebrengt, maar dat geldt ook voor andere ruimtelijke procedures en deze procedures zijn redelijk stevig voorzien van formele en informele ruimte voor de inwoners om hun ideeën kenbaar te maken. Twee jaar geleden was er een sessie waarin de directeur van de gemeenschappelijke regeling aangaf dat er een inhaalslag op het gebied van communicatie was te maken en daar is toen ook op ingezet. De PvdA denkt genuanceerd over de vragen in de bespreeknotitie. Als er een plan op tafel ligt, moet daar serieus mee worden omgegaan, dat staat niet ter discussie, maar er wordt in vraag 1 in de bespreeknotitie geen waardeoordeel gevraagd: vindt u dat dit onvoldoende is gebeurd? Op die vraag kan hij op dit moment geen antwoord geven, maar serieus omgaan met plannen is wel het uitgangspunt. Hij is niet anders gewend dan dat de raad bij raadsvoorstellen een samenvatting van de inspraakreacties krijgt, dat er ook een vertrouwelijk deel is met alle afzonderlijke zienswijzen en hij ziet geen reden om een ander werkwijze te hanteren.

Van de 1300 zienswijzen zijn 1200 via een pamflet ingediend, maar daarmee doet hij geen afbreuk aan de bezwaren omdat het gaat om breedgedeelde bezwaren waar niet zomaar overheen kan worden gestapt. Met betrekking tot vraag 3 merkt hij op dat het een brevet onvermogen is als iedere keer als het moeilijk wordt een externe wordt ingeschakeld om controle uit te oefenen. Als dat zo is, moet worden gekeken of het bestuur wel capabel genoeg is. Vraag 4 gaat over de duidelijke profilering van Heesch West. Er is inderdaad bijgestuurd, maar het proces loopt al jaren, er wordt steeds gekeken wat met de huidige kennis de beste stap is en die wordt definitief als een bestemmingsplan wordt vastgesteld, maar zover is het nog niet. Zolang dit proces loopt wil hij wel sturen op het maken van de juiste keuze. Reactie college Wethouder Geers geeft aan dat de raden van Den Bosch, Oss en Bernheze behoorlijk wat kaders voor Heesch West hebben meegegeven en dat het college het bedrijventerrein binnen die kaders ontwikkelt. Bij de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan kwamen er veel reacties en het college is daar serieus mee aan de slag gegaan. In het overleg met de Buren van Heesch West 2.0 zijn de wederzijdse verwachtingen besproken en de conclusie was dat dit vooroverleg vooral zou worden benut om de zorgen achter de zorgen duidelijk te krijgen.

Op veel pamfletten staat bijvoorbeeld 'ik ben tegen windmolens', maar de vraag is wat de zorg hierachter is, hoe daarmee kan worden omgegaan en hoe het plan beter kan worden uitgelegd of hoe het plan kan worden aangepast zodat die zorgen eventueel kunnen worden weggenomen. Het college heeft ook geprobeerd structuur in dit overleg aan te brengen door onder andere thema's te benoemen en thema-avonden te organiseren, maar zeker in coronatijd is dat ingewikkeld en het voelt als eenrichtingsverkeer om op een informatieavond een vraag via WhatsApp te mogen stellen. De informatieavond op 21 april wordt op deze manier uitgevoerd omdat er al 170 aanmeldingen zijn en het lastig is om met zo'n grote groepen een Teamsvergadering te organiseren. Hij probeert deze informatieavond zo te organiseren dat het college niet 7

alleen zendt, maar er ook vragen binnenkomen om zo toch een beetje het gesprek aan te gaan. Er gebeurt meer dan dat, de 1300 mensen die een inspraakreactie hebben ingediend, hebben in maart 2020 allemaal een brief van de gemeente met de stand van zaken ontvangen en daarin staat ook de uitnodiging om op de website Heeschwest.nl te kijken en om in te schrijven op de nieuwsbrief. Op die manier worden de ontwikkelingen van Heesch West en de omgevingsdialoog stapsgewijs verspreid. Dat betekent niet dat het college na ieder gesprek met de buren van Heesch West een concrete stap kan zetten omdat het een omvangrijk plan is dat integraal moet worden beoordeeld. Een wijziging in de profilering heeft wellicht gevolgen voor de verkeersintensiteit en de bereikbaarheid en daarom is een integrale beoordeling nodig. In de klankbordgroep zaten ook de dorpsraden van Nuland, Geffen en Vinkel en de stichting Eerlijk over Heesch West. Hij betreurt het dat de laatste uit dit overleg is gestapt en hij heeft gevraagd dit vertrek te heroverwegen. Ondanks dat het college het lang niet altijd met Eerlijk over Heesch West eens is, zorgt die er wel voor dat duidelijk is waar de pijnpunten zitten. Het college heeft nog veel meer gedaan qua omgevingscommunicatie dan wat hij nu noemde.

Het college heeft plan B van Eerlijk over Heesch West serieus beoordeeld, er is ambtelijk gekeken naar de mogelijkheden en hoe dit plan zich verhoudt tot de kaders die de gemeenteraden van Den Bosch, Oss en Bernheze hebben meegegeven, maar het plan voldoet niet aan die kaders. Het college heeft wel naar de mogelijkheden van dat plan gekeken, het is in gesprek gegaan met Eerlijk over Heesch West en de buren van Heesch West, waarbij Eerlijk over Heesch West ook betrokken was, en heeft een schriftelijke reactie op het plan gegeven. Hij vindt dat Eerlijk over Heesch West daarmee een zorgvuldige reactie op plan B heeft gekregen, maar daar is die stichting inhoudelijk niet tevreden mee. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) bedankt iedereen voor de uitgebreide behandeling van deze bespreeknotitie. Hij gaat ervan uit dat het college met de beste intentie handelt, maar er blijft altijd een verschil in beleving en alle zorgen kunnen nooit worden weggenomen. Hij kijkt samen met zijn mede-indiener naar de mogelijkheden omdat hij wel draagvlak bespeurt om alle bezwaren op de een of andere manier kenbaar te maken en niet alleen de samenvatting. Hij komt erop terug. 12.

Bespreeknotitie Vereenvoudiging ruimtelijkeordeningsprocessen 2021 (CDA) Mevrouw Van Zwambagt (CDA) heeft al meerdere malen aangegeven dat het mogelijk moet zijn om ruimtelijke plannen qua proces te versnellen en vereenvoudigen. In deze discussienotitie focust het CDA zich op particuliere initiatieven die een ruimtelijk plan voorleggen. Mensen vinden het proces stroperig, initiatiefnemers zouden ontzorgd en uitgedaagd moeten worden om het beste in hen naar boven te halen. De ontwikkeling en uitvoering van een ruimtelijk plan wordt steeds complexer, simpele uitleglocaties bestaan in feite niet meer en in ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de omgeving waarin die worden gerealiseerd. Het milieu en andere omgevingsaspecten spelen hierin in toenemende mate een rol. Om deze belangen goed te kunnen meenemen, is het van belang dat die in iedere fase van het planproces in beeld zijn. Het risico van een ruimtelijk plan is dat de milieuaspecten en andere omgevingsaspecten laat of niet volledig in beeld worden gebracht en het komt ook geregeld voor dat niet de juiste informatie voor de betreffende fase van het proces in beeld is. Een ruimtelijk plan doorloopt namelijk normaal gesproken vier fasen; de initiatieffase, de haalbaarheidsfase, de realisatiefase en het beheer. Gezien de grote vraag naar woningen, duurzame ontwikkelingen en gebiedsverfraaiingen is snelheid geboden.

Het CDA stelt daarom voor meer toe te gaan naar een efficiëntere uitvoering waarbij meer aandacht is voor maatwerk, snelheid en flexibiliteit, meer initiatieven op het gebied van woningbouw en duurzame ontwikkelingen, meer eenvoud, minder kosten en snellere duidelijkheid. De Omgevingswet is nog niet in werking getreden en de overgang naar die nieuwe Omgevingswet lijkt gemakkelijk, maar is dat niet. De vraag is hoe de gemeente nu aan de slag gaat met ruimtelijke plannen die er liggen en de plannen die eraan komen. Het CDA wil eenvoudigere en efficiëntere processen en kortere lijnen. Het CDA ziet een triagepunt binnen de ruimtelijke processen als een versnellingsstap, zo'n triagepunt kan de voorkant checken, direct de opvolging in een stappenplan vastleggen en een snelle terugkoppeling op het ruimtelijke plan geven. Triage een nieuw begrip bij ruimtelijke plannen, maar het wordt al wel toegepast op de eerste hulp in ziekenhuizen. Triage is een integrale benadering, het betekent dat een probleem bij binnenkomst op een afdeling direct gezien wordt, het triageteam beoordeelt een aanvraag en geeft direct bij de indiener aan wat de vervolgstappen zijn. Het CDA heeft de volgende vragen:

8

- Hoe ervaren de commissieleden de traagheid in de ruimtelijke plannen bij particuliere initiatieven? - Bent u ook van mening dat op korte termijn een versnelling nodig is in de eenvoud in de uitwerking van plannen? - Wat vindt u van het instellen van een triagepunt? - Kunt u zich vinden in de voorgestelde houding van de gemeente waarin de regierol wordt losgelaten en de gemeente zich afhankelijker van initiatiefnemers durft op te stellen om hiermee efficiënt en toch zorgvuldig snelheid te maken? - Hoe kijkt u ertegenaan als de gemeente als pilot een versnellingsvoorstel uitwerkt, waarbij triage onderdeel is van het proces? De heer Gersjes (Bosch Belang) hoorde mevrouw Van Zwambagt spreken over een stroperig proces, maar hij ziet helemaal geen proces. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) zegt dat iemand die een ruimtelijk plan indient altijd in een proces terechtkomt omdat dit plan uitgewerkt moet worden. De heer Gersjes (Bosch Belang) zegt dat er in zijn optiek op dit moment geen proces is. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) is het ermee eens dat er nu inderdaad geen duidelijk proces is. De heer Gersjes (Bosch Belang) vindt het duidelijk dat het hele proces van termijnen, acties en samenwerking dan inderdaad niet loopt. Hij wil eerst kort kijken hoe het nu gaat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil de notitie behandelen aan de hand van eigen observaties.

De heer Gersjes (Bosch Belang) zegt dat zonder een proces niet kan worden bepaald of een proces wel of niet goed loopt. Er is aan de voorkant onduidelijkheid, ieder initiatief heeft een aantal invalshoeken en een omgeving. Alle initiatieven zijn anders, er is onduidelijkheid en in die zin staat hij er wel achter om te onderzoeken of triage in een intakeproces verbetering oplevert. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zou het er van harte mee eens zijn als het klopt wat er in de notitie staat, maar hij weet uit eigen ervaring dat, als er een alternatief bouwplan wordt ingediend, iemand binnen twee of drie dagen hoort of het wel of niet kan en waarom. Hij hoort graag van de wethouder hoe het in de gemeente Den Bosch op dit moment gebeurt omdat hij de indruk heeft dat wat het CDA voorstelt in de gemeente Den Bosch nu al wordt toegepast. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) vraagt of de heer Van Creij nog nooit door iemand is benaderd die het proces stroperig vindt en of iedere indiener van een ruimtelijk plan binnen drie dagen bericht krijgt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt niet dat hij nooit door bewoners is benaderd met de opmerking dat het proces stroperig is, maar er zijn hem weinig gevallen bekend waarin de gemeente niet adequaat reageert. De heer Roovers (SP) ziet een discrepantie in de notitie die in eerste instantie is bedoeld voor het versimpelen van de processen.

Hij vindt de processen persoonlijk niet te traag. Over het algemeen zijn processen en regels bedoeld om de belanghebbenden bepaalde middelen in handen te geven om invloed op een plan te kunnen uitoefenen. Mevrouw Van Zwambagt ziet wel een bepaalde traagheid en ze stelt een triagepunt voor, maar hij ziet dit alsnog een extra stap aan de voorkant van het proces. Hij vraagt hoe het CDA dat ziet. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) zegt dat als iemand nu met een ruimtelijk plan komt, dat van de ene naar de andere afdeling gaat, er vragen worden gesteld, daarop wordt gereageerd en er weer nieuwe vragen kunnen worden gesteld. Het is de bedoeling dat een integraal team vanaf het begin kijkt wat het probleem is, wat er allemaal speelt, wat er allemaal moet gebeuren en wat er aan de initiatiefnemer wordt meegegeven. De initiatiefnemer kan dan veel sneller doorgaan. 9

De heer Roovers (SP) kan zich voorstellen dat het goed is om vanuit een bepaald team initiatiefnemers duidelijkheid te geven, maar dan blijft de vraag of de processen te ingewikkeld en te uitgebreid zijn en hij wil weten welke processen volgens het CDA nu overbodig zijn. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) zegt niet dat er processen overbodig zijn, maar wel dat ze te lang en te uitgebreid zijn. De heer Van Rooij (PvdA) vraagt zich af of de vragen 1 en 2 wel relevant zijn omdat de vragen 3 en 5 ook beantwoord kunnen worden zonder het eens te zijn met hoe traag het proces gaat. Hij wil alleen spreken over de vragen 3 en 5. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) zegt dat het haar niet zo veel uitmaakt welke vragen worden beantwoord en dat ze al blij is met antwoorden op de vragen 3 en 5. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) leest in de notitie 'Kunt u zich vinden in de voorgestelde houding van de gemeente waarin de regierol wordt losgelaten en de gemeente zich afhankelijker van initiatiefnemers durft op te stellen om hiermee efficiënt en toch zorgvuldig snelheid te maken?' en verderop dat initiatiefnemers vooral moeten worden uitgedaagd om het beste naar boven te halen. Hij denkt dat niemand tegen dat laatste punt is omdat er mooi, uitdagend en inspirerend gebouwd moet worden en hij wil weten wat het CDA bedoelt met het ter discussie stellen van de regierol van de gemeente.

Hij is voor snelheid en voortvarendheid, maar er moet wel duidelijkheid zijn over de praktijk in het stadskantoor en of sprake is van stroperigheid. Hij hoort over het algemeen erg positieve reacties op de begeleiding van de ambtelijke organisatie bij particuliere bouwplannen en als er al stroperigheid is, moet dat preciezer worden benoemd. Mevrouw Welten (VVD) wil ook streven naar vereenvoudiging van het proces en versnelling in de woningbouw, maar bij het realiseren van woningbouw gaat het om verschillende aspecten met ieder randvoorwaarden voor de ontwikkeling. Ze stelt wel vragen bij het risico van een ruimtelijk plan en ze vraagt of de mevrouw Van Zwambagt dat kan toelichten. De VVD vindt dat met de huidige werkwijze alle risico's worden weggenomen omdat er onderzoek moet plaatsvindt op het gebied van onder andere geluid, milieu, verkeer en veiligheid. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) zegt dat de punten die mevrouw Welten noemde, geluid, milieu, verkeer en veiligheid, nu vaak na elkaar worden uitgewerkt en dat het de bedoeling is dat het integrale team tegelijk naar al die onderdelen kijkt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft van de wethouder gehoord dat die invalshoeken niet volgtijdelijk gebeuren. Mevrouw Welten (VVD) zegt dat de vraag is of een triageteam de oplossing is.

Mevrouw Van Zwambagt heeft het over een efficiëntere uitvoering, maar nergens in de notitie staat hoe het CDA dat ziet. Het triagepunt zou een oplossing zijn om de ruimtelijke processen te versnellen omdat dit triagepunt het probleem als eerste direct ziet, het vervolgens beoordeelt en aangeeft wat de vervolgstappen zijn, maar de vraag is wat een triageteam concreet doet. Het is onduidelijk waaruit een triageteam bestaat en waaraan het toetst. Ook een triageteam moet worden gevoed met inzichten in de situatie en als een burger zelf geen onderzoek doet naar allerlei aspecten, moet het triageteam dat doen, daarmee wordt de verplichting van de particulier naar het triageteam verlegd. De vragen 1 en 2 zijn open deuren en op vraag 3 heeft ze geen antwoord vanwege de beperkte informatie en de VVD ziet in een triageteam geen verbetering van de snelheid van het proces. Vraag 4 is van een andere orde, die gaat over de invoering van de Omgevingswet en met de beantwoording van vraag 3 is ook vraag 5 al beantwoord. Het voorstel was te komen tot een gebiedsgerichte aanpak op het gebied van de Wet natuurbescherming en dat staat inmiddels in de notitie ''s-Hertogenbosch groen en klimaatbestendig'.

Daarin staat dat er een plan is voor een gebiedsgerichte aanpak, waardoor niet bij ieder schuurtje, huis of villa een ontheffing hoeft te worden aangevraagd, maar er voor heel Den Bosch één grote ontheffing komt waardoor veel tijd wordt bespaard. Dat doet de woningcorporatie op dit moment al, die heeft in anderhalve maand voor heel Den Bosch een gebiedsgerichte aanpak gemaakt en ze vraagt zich af waarom de gemeente hier niet aan meedoet. 10

De heer Van Rooij (PvdA) vindt vooral vraag 3 en 5 van belang, het antwoord op de vragen 1 en 2 is erg afhankelijk van iemands eigen ervaringen. Het is belangrijk om van de wethouder te horen of hij het idee heeft dat, gezien de huidige werkwijze, een triagepunt een versnelling in de procedure kan opleveren. Triage in een ziekenhuis levert positieve punten op, maar hij twijfelt eraan of dit bij een gemeente ook het geval is. Als de wethouder zegt dat triage voor een versnelling kan zorgen, wil hij het voorstel van mevrouw Van Zwambagt steunen en dan kan een pilot aan de orde zijn. De heer Smeets (Rosmalens Belang) vindt de vragen 1 en 2 behoorlijk subjectief. Hij weet dat mensen niet direct de vlag uithangen als ze te maken hebben met de processen die voor dit soort zaken binnen de gemeente lopen. De heer Van Creij zei dat er binnen twee tot drie dagen antwoord is en de waarheid zal ergens in het midden liggen. De feiten ontbreken en het gaat om de hoofdlijnen, maar hij gaat er wel vanuit dat wat de gemeente doet is gestoeld op het toetsen van een bepaald kader binnen de wetgeving. Er is ooit een bepaald proces bedacht, dat is doorontwikkeld en de vraag kan worden gesteld of dit het meest optimale proces is.

De Omgevingswet heeft een heel andere invalshoek, daarin zit veel meer de verplichting om de kaders aan de voorkant bij de initiatiefnemer te leggen, zodat die veel beter weet waar hij aan toe is. Verder is verwachtingenmanagement belangrijk, er moet vroegtijdig bekend zijn welke pad wordt gelopen. Het Triagepunt is een interessante gedachte, hij vraagt zich wel af of dit een procesversnelling oplevert bij een proces waarin allerlei expertisegebieden en wetgevingsaspecten spelen, maar Rosmalens Belang is niet tegen een pilot. Mevrouw Hernández (50PLUS) is het eens met de woorden van de SP en de PvdA. Iedereen wil dat procedures efficiënter en sneller worden, maar in deze notitie staan geen reële alternatieven en ze vraagt zich zelfs af of het nodig is om de huidige processen aan te passen. Ook door de nieuwe Omgevingswet worden processen eenvoudiger en aangenamer en ze vraagt zich af waarom deze notitie er op dit moment ligt. Dat triage in een bepaalde omgeving werkt, betekent niet per se dat het in een andere omgeving ook werkt en ze is benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. Ze vindt deze discussienotitie overbodig. De heer Van Slageren (GroenLinks) vindt het goed om kritisch te kijken of processen handiger kunnen worden ingericht, maar zijn ervaring is te fragmentarisch om kunnen zeggen of de processen traag en stroperig zijn.

Hij deed ongeveer vijftig jaar geleden vakantiewerk op de afdeling Bouw- en woningtoezicht van de gemeente Eindhoven en daar moest hij van iedere aanvraag twaalf kopieën maken. Die gingen naar twaalf verschillende afdelingen en als er het juiste stempel op stond, moest hij er elf door de shredder duwen en één in het archief doen. Daarmee geeft hij aan dat de processen toen al redelijk parallel waren georganiseerd en het lijkt hem stug dat het nu achter elkaar gaat. Niemand is tegen sneller, efficiënter en toch zorgvuldig, maar ook bij de Omgevingswet blijkt dat het erg ingewikkeld is om alle regelingen, randvoorwaarden en kaders in elkaar te schuiven en hij weet niet of het reëel is dat een triagepunt dit allemaal moet beoordelen. Misschien ontstaat er dan juist een extra stap in plaats van dat er versnelling plaatsvindt. Het is goed om te kijken naar wat er gebeurt, maar wellicht zit de oplossing eerder in minder stringente regels en meer kaders dan in een triage. De heer Hommersom (D66) ziet een tegenstrijdigheid in deze notitie. Aan de ene kant gaat het over het loslaten van de regierol. Daar is de gemeente al druk mee bezig en vooruitlopend op de Omgevingswet krijgen particulieren al meer ruimte om zelf plannen te maken en een omgevingsdialoog aan te gaan. Aan de andere kant wil het CDA een triagepunt instellen dat juist de regie moet overnemen.

Hij begrijpt dat dit triagepunt in de gemeentelijke organisatie zou moeten worden ondergebracht, waarbij ambtenaren de informatie moeten verzamelen om het bouwplan te versnellen. Dat gaat in tegen de beweging die nu is ingezet: een versnelling bereiken door mensen meer ruimte te geven om eigen plannen te ontwikkelen en één loket waar iemand maar één vergunning hoeft aan te vragen. De gemeente doet het werk niet meer, dat moeten de mensen zelf doen. Hij denkt dat zowel loslaten als een triagepunt instellen niet mogelijk is. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) vraagt wat de heer Hommersom vindt van een integraal team dat naar alle aspecten van een aanvraag kijkt, zodat iedereen van elkaar weet wat er speelt, direct de juiste stappen gezet kunnen worden en er snelheid gemaakt kan worden. 11

De heer Hommersom (D66) zegt dat nu al aan een initiatiefnemer wordt gevraagd om een integraal plan met een ruimtelijke onderbouwing voor te leggen en alle onderzoeken te doen. Dat is gebeurd om het proces te versnellen zonder dat het ambtelijk apparaat daar zwaar mee belast wordt. Dat is een goed voorstel, maar het vraagt wel meer van de initiatiefnemer. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) vindt het belangrijk dat, als er een plan wordt ingediend, een team direct naar alle onderdelen kijkt. De heer Hommersom (D66) vraagt de wethouder of nu niet integraal naar een ruimtelijke onderbouwing wordt gekeken, hij denkt dat dit wel het geval is. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat de Omgevingswet de regels voor ruimtelijke projecten bundelt en vereenvoudigt; door middel van één digitaal loket wordt het gemakkelijker om ruimtelijke projecten te starten. De Bossche Groenen vindt dat meer maatwerk tijd vraagt en dat snelheid geen doel op zich is. In antwoord op vraag 1 geeft hij aan dat kwaliteit en zorgvuldigheid belangrijker is dan snelheid. Niet iedereen heeft ervaring met het aanvragen van vergunningen en daarom kan beter aan andere partijen worden gevraagd hoe zij de snelheid ervaren. De Bossche Groenen vindt niet dat op korte termijn een versnelling nodig is.

Het instellen van een triagepunt is prima, maar dat is niet nieuw, veel steden werken al jaren met een team dat als intakeloket voor initiatieven fungeert en dat die plannen snel in de organisatie kan uitzetten. In antwoord op vraag 4 geeft hij aan dat De Bossche Groenen van mening is dat deze tijd wordt gekenmerkt door een urgente maatschappelijke opgave en dat naast de woningbouwopgave ook de energietransitie, biodiversiteit, gezondheid, natuur en landschap spelen. Veel private belangen staan haaks op het algemene belang en in de maatschappij is een steeds sterkere roep om een sterke overheid die de regie neemt. Men wil zelfs weer een ministerie van Ruimtelijke Ordening om de algemene kwaliteit te borgen. Op vraag 5 is het antwoord dat het op dit moment niet nodig is, De Bossche Groenen wil eerst de invoering van de Omgevingswet en de beoordeling van de omgevingsvisie afwachten. Reactie college Wethouder Geers brengt de complimenten van de commissie aan de ambtelijke organisatie over. Een deskundige beoordeelt een plan, dat gaat daarna naar een casemanager die het weer vertaalt naar de initiatiefnemer.

In de raadsinformatiebrief 'Sneller bouwen aan 'sHertogenbosch' stond ook iets over de rode loper, daarbij beoordeelt een team vanuit de gemeente en vanuit de initiatiefnemer een project integraal om dat op die manier sneller een stap verder te brengen en dat had een positief effect op verschillende projecten. De heer Hommersom (D66) vraagt wie of die initiatiefnemers particulieren of projectontwikkelaars waren. Wethouder Geers antwoordt dat het hierbij niet gaat over bijvoorbeeld een dakkapel, maar over complexe aanvragen waarbij bijvoorbeeld een bestemmingsplan moet worden vastgesteld of een uitgebreide WABO-procedure moet worden doorlopen. Daarbij spelen verschillende facetten zoals geluid, een bomeneffectanalyse en een stikstofonderzoek. Dan gebeurt het wel eens dat de uitkomst van een onderzoek effect heeft op de eerder geformuleerde uitgangspunten, dat moet zo veel mogelijk worden voorkomen en daarvoor zou een integrale benadering, wat het CDA in de vorm van een triagepunt voorstelt, een goede oplossing kunnen zijn. In zijn beleving is een triagepunt een punt waar een patiënt die met spoed behandeld moet worden naartoe gaat. Initiatiefnemers hebben eigenlijk continu de aandacht van de gemeente en hij ziet daarin een mogelijkheid om de beoordeling in complexe situaties integraler op te pakken en dat is helemaal in lijn met de ontwikkeling van de Omgevingswet.

De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt aan dat er bij particuliere initiatieven zoals de bouw van een bungalow bij aanvang een triageachtige benadering is. Wethouder Geers antwoordt dat dit soort redelijk eenvoudige plannen vaak via de reguliere procedure zijn af te handelen. De disciplines die daarvoor nodig zijn zitten vaak binnen één afdeling en in ieder geval binnen één sector waarmee er overzicht is. Bij complexere projecten kan het vanuit een bestemmingsplan bijvoorbeeld een lastig plan zijn, maar kan het ruimtelijk 12

gezien wel passend zijn en als dan later blijkt dat er een grote belangrijke boom staat, is het vervelend dat die conclusie pas wordt getrokken als het plan al ver gevorderd is. Daarin zit de integrale benadering en dat geldt niet alleen voor bomen, maar ook voor bijvoorbeeld hoogspanningsleidingen, geluid, stikstof of milieuhinder van bedrijven. De echte uitdaging zit in de integrale benadering bij complexe dossiers. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de discussienotitie van het CDA niet over complexe zaken, maar over particuliere initiatieven gaat. De voorzitter geeft aan dat de heer Van Creij deze vraag met mevrouw Van Zwambagt moet bespreken. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) bedoelt de wat grotere echt complexe plannen van particulieren. Ze is blij met de antwoorden van de wethouder. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt waarop triage wel betrekking heeft als het niet gaat om kleine of erg grote initiatieven. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) doelt niet op gebiedsontwikkelingen, maar op complexe plannen van particulieren of kleinere bedrijven die vanaf het begin met een integraal team worden bekeken. Mevrouw Welten (VVD) begrijpt dat mevrouw Van Zwambagt duidt op complexe ruimtelijke ontwikkelingen, maar die krijgen bij binnenkomst al een integraal oordeel. Mevrouw Van Zwambagt (CDA) is het daar niet mee eens.

De heer Gersjes (Bosch Belang) denkt dat een particuliere initiatiefnemer behoefte heeft aan een klein overzicht waaruit blijkt welke kant hij op moet. De voorzitter stelt voor om 18.35 uur verder te gaan met de bespreking van de conceptmotie vreemd aan de orde van de dag over de Asfaltcentrale. Hij weet dat dit geen raadsvoorstel maar een bespreeknotitie is, maar dat is het laatste agendapunt voor wethouder Geers en anders wordt dit punt als allerlaatste behandeld. Hij schorst de vergadering. Schorsing 13.

Bespreking conceptmotie vreemd aan de orde van de dag Asfaltcentrale (CDA, D66, GroenLinks, De Bossche Groenen) De voorzitter heropent de vergadering. De heer Ploegmakers (CDA) las op 2 februari jl. in Trouw de kop 'Bij recycling van asfalt komt veel te veel kankerverwekkend benzeen vrij' en dat deed bij hem alle alarmbellen rinkelen, hij dacht direct aan de asfaltcentrale aan de Veemarktkade. Hij las die ochtend de artikelen in Trouw over de benzeenuitstoot van de 35 asfaltcentrales in Nederland met buitengewone belangstelling, dat stelde hem verre van gerust en het deed het CDA besluiten direct vragen over de Bossche situatie aan het college te stellen. Door de publiciteit die daarop volgde, werd de CDA-fractie benaderd door bewoners van West en werknemers van de Gruyterfabriek, de fractie ging met hen in gesprek en stelde vervolgvragen. Hij vindt dat van de overheid mag worden verwacht dat die er voor de burgers is, dat die opkomt voor de belangen van de inwoners en de volksgezondheid op de eerste plaats stelt, maar in dit dossier is sprake van een falende overheid, een falende ODBN en een gemeente die tekortschoot in het toezicht op de asfaltcentrale.

Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat het college in de beantwoording van de vragen van het CDA aangeeft dat sinds 2018 steeds meer bekend is geworden over de emissie van benzeen bij het duurzaam recyclen van asfalt, terwijl uit publicaties blijkt dat de forse overschrijding van de norm bij de uitstoot van benzeen al sinds begin 2017 bij overheden en de industrie bekend was. Het CDA vraagt zich af waarom niet eerder kritisch naar de Bossche asfaltcentrale is gekeken. Er staat ook 'we hebben geen sancties opgelegd omdat er geen meetgegevens voorhanden waren, eerder is dan ook geen overschrijding vastgesteld', terwijl in dezelfde brief staat 'De asfaltcentrale heeft de afgelopen twee jaar tweemaal de emissie van benzeen laten meten, 13

hierbij was sprake van een emissie van 2,1 en 2,9 mg per kubieke meter, een overschrijding van twee- tot driemaal de norm'. Hij vraagt zich af hoe het kan dat de ODBN de metingen aan het bedrijf zelf overlaat en tot overmaat van ramp deze niet met het college konden worden gedeeld. Het CDA vraagt zich af wie hier de eindverantwoordelijke is. Op 30 maart jl. heeft het CDA nogmaals vragen gesteld, maar gezien de ontstane onrust bij inwoners, ondernemers en werknemers in de omgeving van de asfaltcentrale en het uitblijven van de beantwoording van de vragen op korte termijn heeft het CDA, gezien de urgentie, besloten een motie in te dienen en hij is benieuwd hoe de andere partijen tegen deze motie aankijken en welke oplossing zij zien ter verbetering van de volksgezondheid in West. Deze motie wordt mede-ingediend door D66, GroenLinks en De Bossche Groenen en hierin wordt gevraagd direct actie te ondernemen, namelijk om direct onafhankelijke metingen te doen, extra toe te zien op naleving van de uitstoot, handhaving van de maximaal toegestane norm van uitstroom van benzeen, permanente controle en bij overtredingen stillegging of sluiting.

Wat het CDA betreft hoeft hiermee niet te worden gewacht tot de raadsvergadering van 18 mei en hij roept het college op om nu aan de slag te gaan en dit dossier vanaf nu krachtdadig aan te pakken met als doel zo snel mogelijk de onrust bij bewoners, ondernemers en werknemers weg te nemen. De heer Roovers (SP) vraagt of de heer Ploegmakers een reactie kan geven op de bijgevoegde brief en kan aangeven hoe deze brief zich tot de motie verhoudt. De heer Ploegmakers (CDA) geeft aan dat die brief is ontstaan na Informeren & Ontmoeten en dat daarin staat dat de bewoners en ondernemers direct actie willen en dat ze de termijn van drie maanden te lang vinden. De zaken moeten wel in gang kunnen worden gezet en nu direct de deur sluiten is waarschijnlijk niet haalbaar, dat moet gestructureerd en in de juiste volgorde worden aangepakt. De heer Schellings (Bosch Belang) steunt de motie, maar hij heeft wel een vraag. In de motie staat de datum van 1 juli 2021 omdat er tijd nodig zou zijn, maar er zijn in de omgeving voldoende asfaltcentrales en daarom kan deze datum worden vervroegd. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is blij met de motie, maar het gaat wel om een compromis en De Bossche Groenen vindt de in de motie genoemde datum wel problematisch. In de brief van de bewoners staat dat ook zij niet gelukkig zijn met deze datum.

De volksgezondheid is in het geding en daarom wil hij dat eerder actie wordt ondernomen. Mevrouw Welten (VVD) leest in de motie dat om een onderzoek wordt gevraagd, maar er worden ook voorbarige conclusies getrokken en ze vraagt waarop die conclusies gebaseerd zijn. De heer Schellings (Bosch Belang) zegt dat uit de twee metingen die zijn gedaan blijkt dat tweetot driemaal te veel benzeen wordt uitgestoten. Dat is een levensgevaarlijke kankerverwekkende stof en daarom wil hij hier zo snel mogelijk mee stoppen. Mevrouw Welten (VVD) denkt dat niet voor niets om een onderzoek wordt gevraagd en ze vraagt zich af waar dat onderzoek voor nodig is als er nu al conclusies worden getrokken. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vindt dat er nog onderzoek moet plaatsvinden, maar dat dit niet wegneemt dat wel direct maatregelen kunnen worden genomen. De heer Verbruggen (D66) vindt het onacceptabel dat de gezondheid en het welbevinden van de inwoners en ondernemers in het geding is door de emissie van de asfaltcentrale van AsfaltNu, zeker omdat het gaat om overschrijding van de norm voor de kankerverwekkende stof benzeen.

Schone lucht is in ieders belang en D66 is dan ook blij met de inspanning van de heer Ploegmakers van het CDA; door zijn vragen kwam veel informatie naar voren, er waren antwoorden, maar er kwamen ook nieuwe vragen op, bijvoorbeeld hoe het kan dat er zoveel geurhinder is en of de productie misschien is opgevoerd. De inwoners van Boschveld ondervinden bijna dagelijks hinder van de asfaltcentrale en de vraag is waarom de Omgevingsdienst zo slecht met klachten omgaat. Op de website van het bedrijf staat 'AsfaltNu werkt aan 100% duurzaam asfalt en een duurzame productie'. Wat D66 betreft, is 100% duurzaam niet alleen het gebruik van circulair materiaal en duurzame energiebronnen, maar gaat het om een gezonde leef- en werkomgeving. Hij is zich ervan bewust dat met de huidige installatie de huidige 14

norm wringt met de circulaire productie, maar in verband met de gezondheid van mensen wil hij niet op het asfalt van morgen wachten, een bedrijf kan alleen een duurzame toekomst realiseren door vandaag aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen om het vervolgens beter te doen. De heer Kabbouti (PvdA) zegt dat niet ter discussie staat dat de norm wordt overschreden en de koppeling met gezondheid is ook duidelijk, maar in de beantwoording van de vragen van het CDA staat dat de asfaltcentrale ruimschoots aan de norm op woon- en leefniveau voldoet en hij vraagt hoe dit zich verhoudt tot de conclusie dat de gezondheid nu ernstig in het geding is en daarop moet worden geacteerd. De heer Verbruggen (D66) weet dat de norm bij het uitstootpunt wordt overschreden. Er is veel commotie in de wijk en een onafhankelijke partij moet onderzoeken of het op leefniveau ook op orde is. De heer Kabbouti (PvdA) zei ook dat niet ter discussie staat dat de norm bij het emissiepunt wordt overschreden. In de beantwoording van het college staat dat op woon- en leefniveau ruimschoots aan de norm wordt voldaan en er leven inderdaad zorgen in de omgeving. Hij is benieuwd hoe gezondheid en het voldoen aan de norm op woon- en leefniveau zich tot elkaar verhouden.

De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat de emissie normaal bij de schoorsteen wordt gemeten, maar dat er niet of nauwelijks grondmetingen zijn gedaan. Er is een grondmeting voor de asfaltcentrale gedaan, maar niet bij de Gruyterfabriek, bij de woonboten in de industriehaven, in het Veemarktkwartier of in Boschveld. De emissie verwaait en hij wil weten wat de emissie in de wijken is. De heer Smeets (Rosmalens Belang) leest in de motie dat aan de ene kant wordt gevraagd om een onderzoek, maar dat aan de andere kant wordt gevraagd om direct maatregelen te nemen. De heer Verbruggen (D66) vindt dat AsfaltNu de plicht heeft om te voldoen aan de wet- en regelgeving en dat het bevoegde gezag daarop moet toezien en moet handhaven. D66 is voor een circulaire economie, maar niet ten koste van alles. Als de context hiervoor niet geschikt is, moet deze milieubelastende activiteit, het recyclen van asfalt, niet op deze plek plaatsvinden of de context moet hiervoor geschikt worden gemaakt en hierbij is het aan de vastgestelde kaders voldoen altijd leidend. Binnen deze kaders van wet- en regelgeving krijgt het bedrijf de vrijheid om zijn kennis in te zetten om de beste technologie toe te passen op de beste daarvoor geschikte locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10209262/1