CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

20200618 Quickscan Veerkracht Den Bosch

Commissie BESTUUR 18 januari 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bespreeknotitie Locatiekeuze AZC (De Bossche Groenen en Leefbaar 's-Hertogenbosch5.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICSKCAN VEERKRACHT ‘s-HERTOGENBOSCH

Inhoud

QuickScan veerkracht I.

Inleiding

II.

Onderzoek ‘Veerkracht in het corporatiebezit’

III.

IV.

V.

•

Landelijke trend samenstelling huurderspopulatie

•

Landelijke trend ontwikkeling leefbaarheid

‘s-Hertogenbosch •

Aandeel corporatiebezit

•

Aandeel en ontwikkeling kwetsbare groepen

•

Score en ontwikkeling overlast en onveiligheid

•

Veerkracht

Reflectie van de onderzoekers •

Beoordeling status en ontwikkelingen

•

Mogelijke interventies

•

Mogelijke vervolgacties

Over ons •

Data verrijkt

Versie: juni 2020

Inleiding

Analyse op gemeentelijk niveau Woningcorporaties hebben als een van de belangrijkste doelstellingen het organiseren van een ‘prettig thuis’ voor huurders. Daarbij draait het om veilig wonen in een vertrouwde omgeving. Dat vraagt om wijken en buurten met voldoende veerkracht om gebeurtenissen die een ‘prettig thuis’ kunnen verstoren op te kunnen vangen. Door verschillende oorzaken staat de veerkracht van een toenemend aantal corporatiewijken wijken onder druk. Eind 2018 is in opdracht van Aedes het onderzoek naar kwetsbare wijken (‘Veerkracht in het corporatiebezit’) door Kees Leidelmeijer, Johan van Iersel (In.Fact.Research) en Jeroen Frissen (Circusvis) uitgevoerd. In dit onderzoek is op basis van landelijk beschikbare data aangetoond dat er een toenemende instroom is van kwetsbare groepen in corporatiewoningen, dat zich dit in het bijzonder voordoet in buurten met een hoog aandeel corporatiebezit en dat tegelijkertijd de overlast in deze buurten toe- en de leefbaarheid afneemt. Het onderzoek is inmiddels geüpdatet (tot en met data 2018) op basis van de meest recente gegevens uit onder andere het WoON, de Leefbaarometer en de WoonZorgwijzer. Zowel het oorspronkelijke onderzoek als de update hebben bruikbare resultaten opgeleverd voor woningcorporaties, zorgpartijen en gemeenten.

Het geeft immers aan in welke mate er in een buurt (al) sprake is van leefbaarheidsproblemen, of er een toenemende instroom is van kwetsbare groepen en hoe die leefbaarheidsproblemen zich ontwikkelen. Deze gegevens zijn een goede indicator of een buurt meer/andere aandacht vraagt. Of andersom, dat het beleid van de in die buurt werkzame partijen juist effectief is. Een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek is dat de situatie lokaal sterk kan verschillen. Analyses op gemeentelijk niveau leren dat er zowel gebieden zijn waar alle seinen op rood staan, als gebieden waar het – ook bij een toename van kwetsbare groepen - juist heel goed gaat. In deze QuickScan laten we in vogelvlucht zien hoe de landelijke uitkomsten vorm krijgen in uw werkgebied. Dat doen we op basis van dezelfde gegevens die ten grondslag lagen aan de landelijke uitkomsten in het Aedes-rapport. Bronnen zijn de CBS-microdata, de WoonZorgwijzer en de Leefbaarometer. In het eerste hoofdstuk worden de resultaten uit het landelijk onderzoek nader toegelicht. In het tweede hoofdstuk worden de status van en ontwikkelingen in het eigen werkgebied in beeld gebracht. De onderzoekers reflecteren op deze uitkomsten in het derde hoofdstuk. Daarbij doen zij ook suggesties voor mogelijke interventies en eventuele vervolgacties. Tot slot een nadere kennismaking met de onderzoekers.

VEERKRACHT IN HET CORPORATIEBEZIT

Onderzoek ‘Veerkracht in het corporatiebezit’ Landelijke trend samenstelling huurderspopulatie Concentratie laagste inkomens in sociale huur

De in het onderzoek “Veerkracht in het corporatiebezit” beschreven trends blijken na 2016 onverminderd door te zetten. De laatste twee jaar is de concentratie van kwetsbare groepen in de sociale huursector verder toegenomen. Een groot aandeel van deze huurders heeft een beperkte zelfredzaamheid en daar waar zij geconcentreerd samenwonen, staat ook de samenredzaamheid onder druk. Deze bewoners hebben genoeg te stellen met hun eigen problemen en daardoor weinig ruimte om anderen bij te staan. Ook de overlast en onveiligheid zijn in buurten met veel sociale huurwoningen verder toegenomen. Samenstelling populatie sociale huur is veranderd De concentratie van kwetsbare groepen en toenemende problemen rond overlast en onveiligheid zijn het sterkst zichtbaar in wijken waar de leefbaarheid al onder druk staat. Daar zijn de goedkoopste woningen te vinden en is de mutatiegraad het hoogst. Daar is (dus) ook de instroom van kwetsbare groepen het grootst. Bewoners die behoren tot de huishoudens met de 20% laagste inkomens maken een steeds groter deel uit van de populatie huurders van een corporatiewoning. Dit aandeel is tussen 2015 en 2018 met bijna 5 procentpunt gestegen, wat een versnelling van de trend betekent ten opzichte van de periode 2009-2015 (zie Figuur 1-1).

Ook omdat hogere inkomens vertrekken Daarnaast is er in deze wijken een grotere uitstroom van hogere inkomens en een verminderde instroom van meer kansrijke huishoudens. De toename ontstaat ook doordat de laagste inkomens vrijwel niet uitstromen uit de sociale huursector terwijl de hogere inkomens dat wel doen (Figuur 1-2). Die uitstroom is deels ‘gepusht’ (bijvoorbeeld door inkomensafhankelijke huurverhogingen) en deels vrijwillig (omdat zij toe zijn aan een volgende stap in de wooncarrière). En hoe meer plek de hoge inkomens maken, hoe meer ruimte er komt voor de laagste inkomens. Op die manier versterken selectieve instroom en uitstroom elkaar bij het ontstaan van een toenemende concentratie van laagste inkomens in de sociale huursector.

Figuur 1-1

Ontwikkeling van inkomensgroepen in corporatiewoningen onder de liberalisatiegrens

Figuur 1-2

Ontwikkeling uitstroom van hoogste en laagste inkomens uit corporatiewoningen onder de liberalisatiegrens

Veerkracht in het corporatiebezit Landelijke trend ontwikkeling leefbaarheid Ontwikkeling ervaren veiligheid

De veranderende samenstelling van de populatie van sociale huurwoningen gaat samen met, en veroorzaakt mede, een toenemende overlast. Het aandeel mensen dat aangeeft vaak overlast te hebben van de directe buren ligt in Nederland rond de 5 á 6 procent en is betrekkelijk constant in de tijd. Onder de bewoners van sociale huurwoningen lag dat altijd al hoger. In de wijken met een zwakke of onvoldoende leefbaarheid hadden in 1998 bijna twee keer zoveel bewoners van sociale huurwoningen vaak overlast van de directe buren als gemiddeld in Nederland. In 2015 was dat bijna drie keer zoveel. In zwakke buurten voelen bewoners zich vaker onveilig In wijken met een mindere leefbaarheid is ook een toenemend gevoel van onveiligheid (Figuur 1-3). In die wijken zijn de bewoners van corporatiewoningen in toenemende mate bang om te worden lastiggevallen of beroofd. Als naar de bewoners van alle corporatiewoningen wordt gekeken, blijft het verschil met gemiddeld Nederland min of meer constant. Er is dus in het bijzonder in de mindere wijken sprake van een toenemende (ervaren) onveiligheid. Daarbuiten ervaren bewoners van corporatiewoningen wel meer onveiligheid dan gemiddeld in Nederland het geval is, maar dit neemt niet structureel toe.

Zwakke buurten worden zwakker Zowel de toename van kwetsbare bewoners als de toename van problemen doen zich het sterkst voor in gebieden waar de leefbaarheid onvoldoende of zwak is. Het is echter goed om te bedenken dat het totale aandeel sociale huurwoningen dat in een gebied staat met een onvoldoende tot zwakke leefbaarheid, zoals gemeten met de Leefbaarometer, in de tijd is afgenomen. Het is echter in de resterende gebieden met een mindere leefbaarheid waar de problemen zich concentreren en waar ze verder toenemen. Dit is ook terug te zien in Figuur 1-4. De resterende gebieden met een mindere leefbaarheid ontwikkelen zich minder gunstig dan gebieden met een betere leefbaarheid.

Figuur 1-3

Ontwikkeling ervaren veiligheid door bewoners van sociale huur in wijken met een mindere leefbaarheid en in alle corporatiewoningen

Figuur 1-4

Ontwikkeling van de leefbaarheid, naar het niveau van leefbaarheid in 2018

‘s-Hertogenbosch

‘s-HERTOGENBOSCH

‘s-Hertogenbosch Aandeel corporatiebezit

De constatering in het landelijk onderzoek dat de verschillen toenemen, heeft in het bijzonder betrekking op het verschil tussen buurten met veel en buurten met weinig corporatiebezit. In de buurten met veel corporatiebezit is er sprake van een toenemend aandeel kwetsbare bewoners én van toenemende problematiek op het gebied van overlast en onveiligheid. In de buurten met weinig corporatiebezit juist niet.

In Rosmalen – waar vooral JOOST veel bezit heeft – is de concentratie corporatiebezit relatief laag. Wel is er enige concentratie te zien in De Groote Wielen. Dit is bezit van Brabant Wonen en Zayaz. In de meer oostelijk gelegen kleinere kernen (Nuland, Vinkel, Vinkeloord, Kruisstraat) en in Bokhoven in het noordwesten is het aandeel corporatiebezit zeer beperkt en hebben Brabant Wonen, Zayaz, JOOST en Mooiland geen bezit. In navolgende kaarten zoomen we daarom verder in op de kernen ´s Hertogenbosch en Rosmalen.

Kaart 2-1 Aandeel corporatiebezit in ´s Hertogenbosch

In kaart 2-1 is weergegeven wat de verdeling is van het aandeel corporatiewoningen in de gemeente ´s Hertogenbosch. Hierbij is ook het bezit van de corporaties ingetekend. Het corporatiebezit concentreert zich in de kern ´s Hertogenbosch (in het bijzonder in Noord, West, Zuidoost en Graafsepoort. Hier hebben vooral Zayaz en Brabant Wonen veel bezit. Ook zijn concentraties te zien in delen van Maaspoort, Binnenstad en Muntel/Vliert.

1

‘s-Hertogenbosch Aandeel corporatiebezit

2

Rondom de buurten waar het aandeel corporatiewoningen groter is dan 60% van de totale woningvoorraad, is een rode cirkel geplaatst. In de hierna volgende kaarten wordt aandacht gevraagd voor deze gebieden in het bijzonder. 1)

3a

3b 3c 3d

5b

5a 8a

8c 8b

Kaart 2-2 Aandeel corporatiebezit in ´s Hertogenbosch

In De Groote Wielen gaat het om de complexen aan de Groote Wielenlaan. 2) In Maaspoort gaat het om het zuidelijk deel van de buurt Maasstroom. 3) In Noord zijn er grotere delen met veel corporatiewoningen. Hierbij gaat het om de deels aanliggende buurten: a) De Sprookjesbuurt, De Hambaken, De Edelstenenbuurt en De Muziekinstrumentenbuurt. b) De Donk, De Haren, De Slagen en De Reit. c) Orthen-West. d) Buitenpepers (m.n. deel ten westen van de Orthensebaan). 4) In Graafsepoort, Binnenstad, Zuidoost en Muntel/Vliert gaat het om de aanliggende buurten De Muntel, Binnenstad Noord, De Hofstad, De Bosschepad, Grevelingen en De Hinthamerpoort. 5) In Graafsepoort is er nog een cluster van buurten met een hoge concentratie corporatiewoningen: Graafsebuurt Noord, Graafsebuurt Zuid en Aawijk-Noord (5a). Daarnaast zijn er kleinere concentraties in Hintham-Noord (5b) en Hintham-Zuid (5c). 6) In Zuidoost gaat het nog om De Gestelse Buurt en Bazeldonk. 7) En in Binnenstad is er nog een concentratie in het noorden van Het Zand. 8) In West zijn drie grote concentraties te vinden: a) Boschveld, b) Deuteren en De Schutskamp. c) De Kruiskamp.

7

4 5c

6

1

‘s-Hertogenbosch

Aandeel kwetsbare groepen

2

De ruimtelijke verdeling van de kwetsbare bewoners in ‘s Hertogenbosch is weergegeven in Kaart 2-3. In het algemeen ligt het aandeel kwetsbare bewoners in ‘s Hertogenbosch hoger in buurten met veel corporatiewoningen dan in buurten waar weinig corporatiewoningen staan. Zeer grote concentraties met bijzonder veel kwetsbare bewoners bij elkaar ontbreken in de gemeente. In het deel in De Groote Wielen (1) waar veel corporatiewoningen staan, wonen weinig kwetsbare bewoners. Ook in de Muntel/Vliert en de Binnenstad (4) is het aandeel kwetsbare bewoners in buurten met veel corporatiebezit relatief laag.

3a

3b 3c 3d

5b

5a Kaart 2-3 Ruimtelijke verdeling van kwetsbare bewoners in ´s Hertogenbosch

Figuur 1-5 De verdeling van de inkomensgroepen in de sociale huur

De landelijke trend van een veranderende samenstelling van de huurderspopulatie is ook in ‘s Hertogenbosch zichtbaar. Groepen die behoren tot de huishoudens met de 20% laagste inkomens maken een steeds groter deel uit van de sociale huur. Het aandeel is ongeveer gelijk aan het gemiddelde in Nederland in de sociale huur (zie Figuur 1-5).

8a

8c

7

8b

4 5c

6 Mensen kunnen om allerlei redenen kwetsbaar zijn. De groepen waar we in deze QuickScan rekening mee houden zijn: • Mensen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering; • Mensen met een herkomst uit een van de vluchtelingenlanden; • Mensen met een licht verstandelijk beperking; • Mensen met een psychiatrische aandoening; • Mensen met meervoudige, chronische somatische aandoeningen en mobiliteitsbeperkingen. Voor deze QuickScan kijken we niet naar al die groepen afzonderlijk, maar naar een index waar de aanwezigheid van al deze groepen in tot uitdrukking komt.

1

‘s-Hertogenbosch

Ontwikkeling kwetsbare groepen

2

In Kaart 2-4 kan worden gezien dat de gebieden waar het aandeel kwetsbare bewoners toeneemt, vaak ook de gebieden zijn waar hun aandeel al hoog was. Tegelijkertijd zijn er slechts enkele gebiedjes waar er sprake is van een sterke toename bij een zeer groot aandeel kwetsbare bewoners.

3a

In de meeste buurten in de gemeente – dus niet alleen in de buurten met de grootste concentraties kwetsbare bewoners neemt het aandeel kwetsbare bewoners toe. Dat duidt op een zekere spreiding van de kwetsbare groepen. In vrijwel alle gevallen zijn de gebieden met een groot en toenemend aandeel kwetsbare bewoners ook gebieden waar veel corporatiewoningen staan.

Uit achterliggende analyses blijkt dat de stijging tussen 2012 en 2018 van kwetsbare bewoners in gebieden met veel corporatiewoningen in ‘s Hertogenbosch in het bijzonder is te herleiden tot mensen met een licht verstandelijke beperking, mensen die afkomstig zijn uit vluchtelingenlanden en mensen met psychiatrische problematiek. Voor mensen met een bijstandsuitkering en mensen met somatische problematiek is er geen toename van de concentratie in gebieden met veel corporatiebezit. Voor deze groepen is er tussen 2016 en 2018 zelfs sprake van een lichte afname.

3c 3d

5b

5a Kaart 2-4 Ontwikkeling concentratie kwetsbare bewoners in ´s Hertogenbosch

Een afname van kwetsbare groepen (lichtgroen) is te zien in delen van de Binnenstad, delen Muntel/Vliert en in het zuidelijk deel van Noord waar ook veel corporatiebezit is: De Buitenpepers (3d) en Orthen –West (3c).

3b

8a

8c 8b

7

4 5c

6

1

‘s-Hertogenbosch

Score overlast en onveiligheid

2

De gebieden met de ongunstigste scores op de dimensie overlast en onveiligheid zijn weergegeven in Kaart 2-5. De scores zijn weergegeven ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. Dat zorgt ervoor dat de scores in ‘s Hertogenbosch relatief ongunstig zijn. Dit beeld is vrij normaal voor grotere steden, waar gemiddeld genomen meer overlast en criminaliteit is dan in kleinere plaatsen.

3a

De problemen rond overlast en onveiligheid concentreren zich in het bijzonder in De Binnenstad (4) en Graafsepoort (5a). Maar ook in Noord (Sprookjesbuurt en Edelstenenbuurt; 3a), Zuidoost (Gestelse Buurt; 6), West (De Schutskamp; 8a) zijn grotere gebieden te vinden waar relatief veel overlast en onveiligheid is.

Voor het overige zijn de gebieden met ongunstige scores op overlast en onveiligheid vooral de gebieden met een groot aandeel kwetsbare bewoners (en een meestal groot aandeel corporatiewoningen). Aawijk-Zuid (9) is niet gemarkeerd als een gebied met meer dan 60% corporatiebezit. De overlast en onveiligheid zijn er wel relatief ongunstig en het aandeel kwetsbare bewoners is er vrij groot. Zowel Brabant Wonen als Zayaz hebben er relatief veel bezit. Ook dit gebied markeren we vanaf nu.

3c 3d

5b

5a 8a

8c 8b Kaart 2-5 Score overlast en onveiligheid in ´s Hertogenbosch

In een deel van de gebieden met veel overlast en onveiligheid gaat het om buurten waar het aandeel kwetsbare bewoners beperkt is. Dat betreft in het bijzonder het centrumgebied. De aard van de overlast bestaat hier niet alleen uit woonoverlast, maar ook uit overlast rond uitgaan en toerisme. Daar zijn we in het kader van deze analyses minder in geïnteresseerd.

3b

7

4 5c Aawijk-Zuid Aawijk-Zuid

6

9

1

‘s-Hertogenbosch

Ontwikkeling overlast en onveiligheid

2

In kaart 2-6 kan worden gezien dat de gunstige ontwikkeling van de leefbaarheid zich in veel gebieden ook vertaalt in een gunstige ontwikkeling van overlast en onveiligheid. Dat geldt in het bijzonder de buurten met veel corporatiebezit in Noord (2, 3), West (8) en in iets mindere mate Zuidoost (Gestelse Buurt; 6). Deze gunstige ontwikkelingen betekenen niet dat er geen problemen meer zijn, maar het gaat hier wel de goede kant op. In Graafsepoort (5a), Aawijk-Zuid (9), Hinthamerpoort (4), Grevelingen (4), het noordelijk deel van Het Zand (7) en De Groote Wielen (1) zijn gebieden met veel corporatiebezit waar de ontwikkeling van overlast en onveiligheid niet gunstig zijn. Verspreid over de stad zijn er ook andere gebieden met een minder gunstige ontwikkeling. Dat zijn echter gebieden met relatief weinig corporatiebezit en meestal ook weinig problemen.

Kaart 2-6 Ontwikkeling overlast en onveiligheid in ´s Hertogenbosch t.o.v. gemiddelde ontwikkeling in Nederland

Figuur 1-6 Ontwikkeling score Leefbaarometer naar leefbaarheid in 2018 in Den Bosch

De ontwikkeling van de leefbaarheid in ‘s Hertogenbosch is gunstig geweest. Dat geldt zowel de gebieden met een zwakke als een goede tot uitstekende leefbaarheid (Figuur 1-6). Anno 2018 zijn er geen gebieden van betekenis meer met een score ‘onvoldoende’ op de Leefbaarometer.

3a

3b 3c 3d

5b

5a 8a

8c 8b

7

4 5c 9 6

1

‘s-Hertogenbosch Veerkracht

2

Door verschillende kaartlagen te combineren, wordt duidelijk waar de ontwikkelingen aanleiding zijn tot zorg en waar de ontwikkelingen juist positief zijn. Zie Kaart 2-7.

De corporatiegebieden met ongunstige ontwikkelingen (een toename van kwetsbare groepen, een verslechtering van overlast en onveiligheid terwijl er al veel overlast en onveiligheid is) zijn te vinden in Graafsepoort (5a), Aawijk-Zuid (9), Hinthamerpoort, Grevelingen (4) en het noordelijk deel van Het Zand (7). In al deze gebieden hebben zowel Brabant Wonen als Zayaz bezit. Ook de ontwikkelingen in de kleinere concentratiegebieden in Hintham (5a en 5b) zijn niet gunstig. Dit betreft bezit van JOOST. In het gebiedje in De Groote Wielen (1) een toename van kwetsbare bewoners en een verslechtering van overlast en onveiligheid. Omdat hier echter nog steeds weinig overlast en onveiligheid is, is dit alleen lichtrood gekleurd. Iets vergelijkbaars geldt ook de gebieden in Empel waar Mooiland veel bezit heeft. De concentratie van kwetsbare groepen is er nog beperkt. Deze neemt echter wel toe en ook de situatie rond overlast en onveiligheid gaat achteruit (hoewel er nog steeds niet veel problemen zijn). De situatie is hier dus niet urgent, maar vraagt wel aandacht.

3a Kaart 2-7 Gecombineerde ontwikkeling van kwetsbare groepen, de ontwikkeling van overlast en onveiligheid én de mate van overlast en onveiligheid in ´s Hertogenbosch

Een aantal buurten in ‘s Den Bosch die al langere tijd bekend staan als zwakkere buurten tonen veerkracht. Hierbij gaat het met name over ‘s Hertogenbosch Noord, waar in buurten zoals De Hambaken waar een toename van kwetsbare groepen blijkbaar kan plaatsvinden zonder dat de overlast en onveiligheid (die hier niet gunstig is) verder verslechterden. Dit zijn gebieden waarvan kan worden geleerd.

3b 3c 3d

5b

5a 8a

8c 8b

7

4 5c Aawijk-Zuid Aawijk-Zuid

6

9

REFLECTIE VAN DE ONDERZOEKERS

Reflectie van de onderzoekers Beoordeling status en ontwikkelingen Toenemende concentraties kwetsbare bewoners

In ‘s Hertogenbosch staat een omvangrijke sociale woningvoorraad verspreid over de hele stad. Alleen in Rosmalen en Empel is het aantal en het aandeel veel kleiner. In bijna al die buurten waar veel sociale huurwoningen staan, neemt het aantal kwetsbare bewoners toe. Hierin onderscheidt ‘s Hertogenbosch zich niet van wat we gemiddeld genomen overal in Nederland zien. De gemeente, de woningcorporaties, de zorgorganisaties, de politie, het onderwijs en alle andere in de stad en de buurten aanwezige partijen zullen een manier moeten vinden om daar op een goede manier mee om te gaan.

Een opmerkelijk veerkrachtige stad

Wat opvalt als je naar de in deze QuickScan gepresenteerde kaarten van ’s Hertogenbosch en omgeving kijkt en deze vergelijkt met andere steden in het land, is dat ‘s Hertogenbosch veel veerkrachtige buurten kent. Vaak gaat een toename van kwetsbare bewoners namelijk samen met een toename van de overlast en een afname van de veiligheid, maar in deze stad zien we wat dat betreft een iets ander beeld en ook in andere type gebieden. In veel steden laten de vooroorlogse centraal gelegen buurten een positieve ontwikkeling zien (gentrificatie) en de naoorlogse gebieden een negatieve, maar hier is het andersom. Dat komt vaker voor – zoals in Haarlem, Delft en Amsterdam – maar wijkt af van wat we meestal zien.

Naoorlogs Noord en West ontwikkelen positief

In de naoorlogse gebieden aan de westkant en aan de noordkant van de stad zien we dat een toename van kwetsbare bewoners samengaat met een verbetering van de overlast en veiligheid. In deze gebieden scoort de leefbaarheid nog niet heel hoog,

maar er is absoluut sprake van een positieve ontwikkeling. Een groot deel van ‘s Hertogenbosch toont veerkracht! Hier kunnen mogelijk lessen worden geleerd.

Vooroorlogs buurten aan centrumkant wel zorgelijk

Misschien wel even opmerkelijk is dat de veerkracht van vooroorlogse buurten aan de centrumkant van de stad wel in het geding is en urgentie oproept. Er zijn in ’s Hertogenbosch wel meer buurten met een hoog aandeel kwetsbare bewoners en waar dit ook nog toeneemt. Dat wordt pas een probleem als tegelijkertijd de overlast toeneemt en de veiligheid af. Juist dat is in de vooroorlogse woonbuurten ten noorden van het centrum aan de orde. Hier is de veerkracht in het geding.

Omgaan met en tegengaan van concentraties

In de eerste alinea van deze reflectie wijzen we er op dat ‘s Hertogenbosch moet omgaan met de toenemende concentratie van kwetsbare bewoners in sociale huurwoningen en verderop wijzen we er op dat lessen kunnen worden geleerd uit de veerkrachtige gebieden in de stad. Het lijkt er op dat de partijen in de stad weten hoe het moet. Tegelijkertijd zien we gebieden waar het niet zo goed gaat. Is de aanpak – het omgaan met de toenemende concentraties – hier minder intensief, minder effectief of is er iets anders aan de hand? Zijn er mogelijkheden om de concentratie van kwetsbare bewoners in deze gebieden tegen te gaan en wat is dan een effectieve aanpak? Kan Rosmalen – een relatief zorgeloos gebied – wellicht een rol spelen bij de het verbeteren van de veerkracht van buurten in ‘s Hertogenbosch en/of moet verder worden gekeken in de regio?

Reflectie van de onderzoekers Mogelijke interventies

Op basis van het landelijke veerkracht onderzoek en de vele QuickScans die we inmiddels hebben uitgevoerd in Nederlandse steden en dorpen en regio’s komen lessen naar voren die bruikbaar kunnen zijn bij het beantwoorden van de vragen waarmee de vorige pagina eindigt. Hierna worden deze verder toegelicht.

heeft geleidt tot een grotere veerkracht. Noch de kwaliteit van de woningen, noch de kwaliteit van de openbare ruimte waren onderwerp van onderzoek. Het is aan te bevelen dit nader te verkennen: is de ongunstige ontwikkeling van buurten ondanks of dankzij de kwaliteit van de gebouwde omgeving?

Interventies gericht op omgaan met concentraties kwetsbaren

Interventies gericht op tegengaan van concentraties kwetsbaren

2. Investeer in kwaliteit woningvoorraad en openbare ruimte Een kwalitatief betere sociale huurwoningenvoorraad trekt binnen de sociale doelgroep een bredere groep huishoudens. Een betere kwaliteit leidt over het algemeen tot trotsere bewoners die zuiniger zijn op hun woning en woonomgeving.

Om te voorkomen dat er te weinig betaalbare woningen overblijven, kan het terugbrengen van het aantal betaalbare woningen in eenzijdig goedkope buurten worden gecombineerd met het toevoegen van meer betaalbare woningen in buurten waar nu nog weinig goedkope woningen beschikbaar zijn. Deze interventie is in ’s Hertogenbosch op stadsniveau misschien minder toepasbaar, omdat veel buurten in de stad al veel sociale huurwoningen kennen. Misschien liggen er meer kansen in Rosmalen en in andere delen van de regio.

1. Werk samen aan goede ondersteuning en zorg In alle gevallen geldt dat, om ongewenste ontwikkelingen te keren, meerdere maatregelen tegelijk nodig zijn. Het gaat altijd om een pakket aan maatregelen, waarbij het hoe dan ook essentieel is dat de bewoners de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat ze het gevoel hebben dat er naar ze wordt omgekeken. Dat vraagt aanwezigheid van alle partijen in de buurt, dat vraagt laagdrempelige ontmoetingsplekken en voorzieningen, dat vraagt voldoende capaciteit bij de wijkteams en de specialistische zorg. Dit kan onderdeel zijn van lokale afspraken.

We kunnen op basis van deze QuickScan niet beoordelen of de kwaliteiten van de gebouwde omgeving een positieve of negatieve bijdrage leveren aan de ontwikkelingen in ‘s Hertogenbosch. We weten wel dat er in bijvoorbeeld Graafsepoort is geïnvesteerd in de woningvoorraad, maar dat dit vooralsnog niet

3. Differentieer de woningvoorraad in eenzijdig samengestelde buurten Uit het landelijke onderzoek blijkt dat de mate van concentratie van de veelal op goedkope woningen aangewezen kwetsbare groepen wel degelijk van invloed is op de ontwikkelingen op het gebied van overlast en veiligheid. Bij een hoge concentratie kwetsbare bewoners daalt de zelfredzaamheid en daarmee de samenredzaamheid. Een buurt met een meer gedifferentieerde woningvoorraad maakt het mogelijk dat bewoners die zich in sociaaleconomisch opzicht verbeteren, binnen de buurt kunnen verhuizen. Zo kunnen sociale structuren intact blijven. Het is te overwegen om de concentratie van kwetsbare bewoners tegen te gaan.

Spreiding van de goedkope woningvoorraad over stad en regio is dan ook een serieus

Reflectie van de onderzoekers Mogelijke interventies

te nemen interventie. Het gaat dan om het toevoegen van middeldure woningen aan zwakke buurten en het vergroten van het beoogde aanbod goedkope woningen in de bouwprogramma’s van sterke buurten en uitbreidingslocaties. Gezien het relatief grote aantal kwetsbaren bewoners in ‘s Hertogenbosch ligt het voor de hand te werken aan een regionaal programma. 4. Stuur op de instroom in zwakke buurten met de huren Meer differentiatie in de voorraad is misschien voor deze stad minder toepasbaar, maar met dezelfde voorraad woningen kan wel worden gestuurd op de concentratie van kwetsbare bewoners door meer te variëren met de huurprijzen. Als alleen woningen worden aangeboden met lage huren, dan is de kans groot dat daar alleen kwetsbare huishoudens instromen (passend toewijzen en bijzondere doelgroepen). Er kan worden gekozen een deel van de woningen (tijdelijk) boven de aftoppingsgrens aan te bieden, maar dat kan alleen als de sociale huurwoningen voldoende WWS-punten en marktpositie hebben. Gezien de druk op de woningmarkt is daarop in ‘s Hertogenbosch een reële kans. Om de slaagkans voor de laagste inkomens niet te verslechteren, kan dit worden gecompenseerd in andere buurten. 5. Stuur op de instroom in zwakke buurten met woonruimteverdeling Ook de woonruimteverdeling biedt kansen om de ontwikkeling van een wijk te beïnvloeden.

Bijvoorbeeld door in de woonruimteverdeling een voorrangspositie te geven aan huishoudens met inkomen uit werk, met vrijwilligerswerk, kunstenaars, studenten of aan andere groepen. Zo kan worden gestuurd op de instroom in een zwakke buurt. Dat kan ook subtiel als bij wederverhuring om en om voorrang wordt

verleend (of in een andere verhouding). Er zijn bovendien vormen van woonruimteverdeling waarbij de vraag en het aanbod door verhuurmakelaars op maat worden gematcht. 6. Sturen op de instroom van bijzondere doelgroepen In samenwerking met de gemeente en de zorgorganisaties kan worden gestuurd op wie, onder welke condities, op welke plek het beste past. En andersom welke woningen/buurten/woon-zorgconcepten bij uitstek geschikt zijn voor welke bewoners. Zowel de zesde als deze zevende interventie vragen mogelijk aanpassing van de regionale regels omtrent woonruimteverdeling en dat vraagt tijd. Gezien de urgente situatie in ‘s Hertogenbosch is het te overwegen een dergelijke matching op buurtniveau als experiment in te richten.

Samenwerken met en aanspreken op

7. Werk samen aan een integrale wijkaanpak Op stad en buurtniveau kan worden gewerkt aan een breed sociaal contract. Geen woonvisie, geen prestatieafspraken die beperkt blijven tot wonen alleen, maar een visie op de gewenste samenleving, welke opgaven er dan liggen, wat dat vraagt van de verschillende partijen en welke afspraken daarover - wederkerig – kunnen worden gemaakt. Zeker de situatie in de genoemde concentratiegebieden vraagt zo’n integrale aanpak, waarin iedere partij zijn bijdrage maximaal levert.

Reflectie van de onderzoekers

gerichte interventies

Mogelijke vervolgacties

Wij zien het als een belangrijke opgave voor een corporatie om de status van buurten inzichtelijk te maken. Dat begint bij het in beeld brengen van het probleem om dat vervolgens te kunnen vertalen naar een effectief pakket van maatregelen. Zo kan de veerkracht van buurten gericht en effectief worden versterkt. Met deze QuickScan is hierin een belangrijke eerste stap gezet. Er zijn verschillende vervolgstappen mogelijk die ieder afzonderlijk, maar gezamenlijk nog krachtiger, kunnen bijdragen om te komen tot de gewenste maatregelen en beleid.

Verdiepend onderzoek

Een verdere verrijking van de inzichten in de status van buurten is mogelijk door verder verdiepend inzicht te krijgen in de kenmerken en behoeften van de bewoners in deze buurten. Hiervoor brengen we in nader in kaart welke mensen er in een buurt wonen en hoe deze mensen met elkaar omgaan. Daarnaast kunnen wij aan de hand van ons landelijk woningmarktmodel inzicht geven in de vraagontwikkeling op de woningmarkt in uw gebied.

Beleidsatelier: Confrontatie met posities en beleidsmatige inzet

De ontwikkeling van de leefbaarheid van buurten is geen autonoom proces, maar wordt wel degelijk beïnvloed door het gevoerde beleid op het gebied van wonen (en zorg). Woningcorporaties werken met het portefeuillebeleid, het huurbeleid, het beleid op het gebied van woonruimteverdeling (inclusief instroom bijzondere doelgroepen) en het leefbaarheidsbeleid (sociaal beheer) hieraan bedoeld of onbedoeld mee of juist tegen. Het is daarom waardevol om het gevoerde beleid te confronteren met de geschetste ontwikkeling in buurten. Wij kunnen daarvoor een beleidsatelier organiseren, waarin we met beleidsmakers en beleidsverantwoordelijken de posities (wie heeft waar bezit en/of beschikbare locaties) en het gevoerde beleid letterlijk en figuurlijk in kaart brengen en onderzoeken waar de opgetelde inzet effectief is en waar deze mogelijk (tijdelijk) kan worden aangepast en verbeterd.

Gebiedsatelier: Confrontatie met ervaringen uit de wijk

Om het echt te weten moet ook de kennis en ervaring van de professionals uit de buurt aan de analyse worden toegevoegd. Dat kan in de vorm van een gebiedsatelier. In gebiedsateliers wordt met kenners en direct betrokkenen van een bepaald gebied, mogelijk aangevuld met de beslissers over het gebied, verder ingezoomd op de veerkracht van een geselecteerd gebied. Een belangrijk doel hierbij is het toetsen en verrijken van de geschetste status van het gebied. Een ander doel is dat het begrip in de wisselwerking tussen beleid en praktijk wordt vergroot. In een atelier kunnen ook aanknopingspunten voor verbetering worden geïnventariseerd. Het beoogde resultaat is een duiding van de huidige situatie en van de dominante strategie die, vanuit leefbaarheidsperspectief, per wijk gewenst is (consolidatie, investeringen, intensivering sociaal beheer, exit gebied). Het resultaat van een gebiedsatelier kan dienen als input voor wijkvisies. Ook levert het resultaat input op voor gewenste aanpassingen aan en uitzonderingen op het generieke beleid, en geeft het aandachtspunten voor de primaire processen en voor samenwerking met andere betrokkenen.

OVER ONS

Over ons Data verrijkt

Stichting In Fact is in 2014 opgericht door Kees Leidelmeijer en Johan van Iersel. Toen in 2019 het onderzoeksbureau In.Fact.Research werd opgericht, sloot Marlies van de Vlugt zich bij hen aan. Alle drie hebben zij een ruime ervaring in het beleidsonderzoek. Zij richten zich nu via de stichting en het onderzoeksbureau op hoogwaardig en vernieuwend onderzoek op het gebied van onder meer leefbaarheid, woningmarkt, zorg en ondersteuning, kwetsbaarheid en energietransitie.

Circusvis is een jong adviesbureau van ervaren en betrokken adviseurs met hart voor de volkshuisvesting. Circusvis redeneert vanuit een eerlijk stad. We helpen woningcorporaties en gemeenten effectief te werken in deze complexe omgeving. Door thema’s te verbinden ontstaan kansen om te verbeteren, versnellen en vernieuwen.

www.infactresearch.eu

www.circusvis.nl

Kees Leidelmeijer 06 21267915 kees.leidelmeijer@infact.eu

Jeroen Frissen 06 28900971 jeroen@circusvis.nl

Edwin Verhaagen 06 21204004 edwin@circusvis.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13711230/1