2. Ontwerp OmgevingsEffectRapportage (OER) De Groote Wielen
Tekst van het document
Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 [10] Dit plan integreert de milieu- en de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten.
Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De doelen van het PMWP zijn: • voldoende water voor mens, plant en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. In het plan wordt gesteld dat bij ruimtelijke ontwikkelingen gezorgd wordt dat die niet ten koste gaan van de hoeveelheid water die het watersysteem kan bergen (waterbergend vermogen). Planspecifiek:
53
Binnen het planvoornemen voor de Noordoosthoek wordt actief aandacht besteed aan het bergen van hemelwater in de openbare ruimte en het laten infiltreren richting de bodem. Hemelwater dat neerkomt binnen het gebied mag niet afgewenteld worden naar omliggende gebieden, maar moet binnen het plangebied infiltreren.
Uitvoeringsagenda Energie (2016) [11] De uitvoeringsagenda geeft richting aan de uitvoering van de Energieagenda, met als belangrijkste doelen: naar 100% duurzame energie in 2050 en een reductie van 95% van de CO2uitstoot ten opzichte van 1990.
Binnen het planvoornemen wordt bovendien ingezet op het garanderen van een schone en gezonde leefomgeving met ruimte voor bewegen en alternatieve vormen van transport. Ook is het een streven dat de Noordoosthoek een energieneutrale wijk wordt. Verduurzaming en circulariteit spelen hierbij een belangrijke rol. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De Provincie Noord-Brabant heeft in 2021 een herijking vastgesteld van het eerdere uitvoeringsprogramma Energie uit 2016. Deze uitvoeringsagenda behandelt uitgebreid de volgende thema’s: • elektriciteit (grootschalige opwek, elektrische laadinfrastructuur, energiesystemen van de toekomst, …) • industrie (energiebesparing, verduurzaming, restwarmte) • gebouwde omgeving (warmtetransitie, verduurzaming bestaand vastgoed) • mobiliteit (zero-emissie vervoer, mobiliteitshubs, …) • landbouw (energieopslag, verduurzaming glastuinbouw) Met name de thema’s ‘gebouwde omgeving’, ‘elektriciteit’ en ‘mobiliteit’ zijn relevant voor de Noordoosthoek. Hieronder vallen doelen zoals een groei naar meer elektrische voertuigen en laadinfrastructuur (één (semi) publieke laadvoorziening per vijf elektrische personenvoertuigen), stimuleren uitrol duurzame warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie en zonnethermie.
Nota Brabant Uitnodigend groen (2012 – 2022) [12] De nota geeft richting aan het handelen in de natuur en het landschap voor de komende jaren.
Planspecifiek: Binnen het planvoornemen voor de Noordoosthoek is er veel aandacht voor de bouw van duurzame woningen, stimuleren van alternatieve vervoersmodi (fiets/OV/deelauto) en circulariteit (grondstoffen, gebouwen, afval). Op deze wijze wordt er invulling gegeven aan de doelstellingen uit de Uitvoeringsagenda Energie. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In de nota worden verschillende ambities benoemd die moeten zorgen voor een robuust natuurnetwerk, brabantbrede biodiversiteit, een karakteristiek landschap, en verankering in de samenleving. De volgende ambities zijn relevant voor de ontwikkeling van de Noordoosthoek: • Grote natuurgebieden moeten met elkaar worden verbonden; • Gemeenten, burgers, bedrijven en agrariërs voelen zich verbonden met biodiversiteit en durven te investeren; • Creatie leefgebied bedreigde dieren en planten;
54
• Het landschap is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te • •
Contouren Regionaal Water en Bodemprogramma 2022 – 2027 [41] Het RWP biedt waterschappen en gemeenten en waterschappen een kader voor hun eigen beleid. Voor een aantal aspecten van het oppervlakte- en grondwater, zoals vastgelegd in de KRW, is het rechtstreeks bindend voor waterschappen
recreëren en biedt ruimte voor verscheidenheid aan planten en diersoorten; De ruimte in Brabant wordt inventiever gebruikt en functies worden gecombineerd; Natuur staat midden in de samenleving en openbaar groen is aantrekkelijk voor omwonenden en de biodiversiteit.
Planspecifiek: Binnen het planvoornemen wordt er ruimte gereserveerd voor kwalitatieve groeneblauwe structuren die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van het gebied. De dimensies van deze structuren verbindingen omliggende gebieden en bieden ruimte voor burgers om te verblijven, bewegen en spelen. Hiermee wordt tevens een bijdrage geleverd aan gezondheid en sociale samenhang in het gebied Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestandtegen extremen. Dit is de ambitie van de gemeente binnen het RWP. Klimaatadaptatie, voldoende water, schoon water, veilig water en vitale bodem zijn van belang voor vrijwel alle provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, een concurrerende en duurzame economie, energie-transitie, etc. Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: • Veilig: Veiligheid tegen hoogwater en het voorkomen van regionale wateroverlast bij extreme buien. • Voldoende: Niet teveel en niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte. • Schoon: Schoon grond- en oppervlaktewater conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging door 'nieuwe stoffen' en het beschermen diepe grondwatervoorraden.
• Vitale bodem: Vergroten van de vitaliteit, sponswerking en productievermogen van de Bodem. • Klimaatadaptatie: Aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid Planspecifiek: Binnen het planvoornemen voor de Noordoosthoek wordt actief aandacht besteed aan het bergen van hemelwater in de openbare ruimte en het laten infiltreren richting de bodem. Bovendien wordt er ruimte voorzien voor een klimaatadaptief waterzuiveringssysteem, zoals ook in andere delen van De Groote Wielen wordt toegepast. Het voorzien van een groenblauwe buffer met ruimte voor berging en infiltratie van water en een hoge biodiversiteit draagt niet enkel bij aan het bufferen (veilig, voldoende, klimaatadaptatie) en filteren
55
van water (schoon), het zorgt ook voor een vitale bodem door het verbeteren van het bodemleven. Regionaal beleid Waterbeheerplan 2016 – 2021 [42] In het WBP worden de doelstellingen van het waterschap voor de periode tot 2021 beschreven en hoe deze behaald gaan worden. Dit WBP is geldig tot 21 december 2021. Er is een nieuw WBP in ontwikkeling. Het ontwerp hiervan is in december 2020 vastgesteld.
Keur Waterschap Aa en Maas 2015 [43] In de Keur staan de regels (met name geboden en verboden) die een waterschap hanteert bij de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken.
De missie van het waterschap is ‘Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten’. De volgende programma’s komen in het WBP aan bod: • Veilig en bewoonbaar beheersgebied • Voldoende water en Robuust watersysteem • Gezond en natuurlijk water • Schoon water Planspecifiek De Noordoosthoek ligt in een poldergebied dat optimaal beschermd is tegen overstromingen vanuit de rivieren. Bovendien wordt er volop ruimte voorzien voor waterberging en infiltratie tijdens natte en droge periodes en natuurlijke waterzuivering. Een verhoging van de biodiversiteit kan bovendien bijdragen aan gezond en natuurlijk water. Deze regels in de Keur moeten voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Het waterschap is bevoegd gezag voor de regulering van het grootste deel van de grondwateronttrekkingen en infiltraties. Voor hemelwater dat op verharde oppervlakten valt onderschrijft de keur onderstaande voorkeursvolgorde, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik 2. vasthouden / infiltreren 3. bergen en afvoeren 4.
afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. afvoeren naar de riolering In de Keur staat ook dat groene daken worden beschouwd als onverhard oppervlak, aangezien ze altijd bijdragen aan het beperken van afvoer van hemelwater. Groene daken worden niet als reductie op de compensatievoorziening gerekend, omdat het slechts neerslag van het eigen oppervlak vasthoudt. Wanneer er meer dan 10.000 m2 verhard oppervlak binnen een plan wordt gerealiseerd, moet samen met initiatiefnemer en gemeente gekeken worden naar compensatiemogelijkheden, bijvoorbeeld wadi, poel, ondergrondse bergingskratjes, doorlatende verharding of een verlaagd maaiveld. De Keur hanteert bovendien regels rond obstakels in de beschermingszone rond watergangen, zoals ook de Hoefgraaf. Deze beschermingszone is aan beide zijden 5 meter breed. Er mogen in de beschermingszone enkel voorwerpen staan die
56
eenvoudig zijn te verwijderen en op minimaal 1 meter uit de insteek van de watergang liggen (met uitzondering van gras of éénjarige beplanting). Het profiel van vrije ruimte is een zone die nodig is voor toekomstige verbeteringen aan de watergang. Planspecifiek Binnen De Groote Wielen en de Noordoosthoek wordt veel aandacht besteed aan het opvangen, bergen en laten infiltreren van hemelwater. Ook wordt er gekeken naar mogelijkheden rond de realisatie van groene daken. De Hoefgraaf kent aan weerszijden een beschermingszone van 5 meter. Aan de zuidwestzijde ligt bovendien een profiel van vrije ruimte. Gemeentelijk beleid Ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen (2014) [4] De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van nieuwe ontwikkelingen van dat gebied. Daarnaast bevat het de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid.
Bestemmingsplan De Groote Wielen (2011) [13]
Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De netto potentiële woningbouwcapaciteit (minus sloop) binnen ’sHertogenbosch komt uit op circa 9.000 woningen, waarvan veel ligt binnen De Groote Wielen. Belangrijke elementen uit de structuurvisie zijn het op peil houden van het voorzieningenniveau, klimaatrobuustheid, integraal grondstoffenbeleid, duurzame energie en een verduurzaming van de mobiliteit. Planspecifiek: Het planvoornemen maakt een groot woningaantal mogelijk en vangt daarmee een groot deel van de woningbouwcapaciteit op. Binnen het plan wordt bovendien aandacht besteed aan klimaatbestendigheid met het oog op wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast wordt gestreefd naar een wijk die energieneutraal is en speelt circulariteit (grondstoffen, gebouwen, afval) een belangrijke rol. Ook zet het plan in op een modal shift waarbij meer mensen gebruik maken van de fiets of het OV, deelmobiliteit en een lagere parkeernorm. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Momenteel kent het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf – 1’. Enkel bebouwing in functie van de agrarische bestemming zijn hier toegestaan. Binnen het bestemmingsplan worden verschillende deelgebieden getypeerd met elk een eigen identiteit. Planspecifiek: Het planvoornemen past niet binnen de bestemming van het plangebied binnen het huidige bestemmingsplan.
Woonvisie ’s-Hertogenbosch [31]
Met het oog op de reeds ontwikkelde deelgebieden is er veel ruimte om het planvoornemen aan te laten sluiten bij de bestaande wijk. Belangrijkste randvoorwaarden/uitgangspunten
57
De visie geeft de inzet weer op de Vraagstukken rond voldoende, passende en betaalbare woningen in leefbare buurten met een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad.
Het toekomstbeeld van de gemeente is dat ’s-Hertogenbosch een aangename gemeente is om ontspannen te wonen, werken en te verblijven. Er gelden vier woonopgaven: • Passend en betaalbaar wonen voor iedereen • Leefbare en inclusieve buurten • Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad • Strategisch innovatief woonprogramma Tot 2030 moeten er 10.500 woningen zijn gerealiseerd. Het is hierbij belangrijk om te sturen op betaalbaarheid en differentiatie, bijzondere doelgroepen maar ook op vernieuwing en innovatie en aantrekkelijke woonmilieus en ontwikkelingen met meer invloed van toekomstige bewoners. De visie gaat bij nieuwbouwprojecten uit van een verdeling in 30% sociale huur, 20% middenhuur en goedkope koop, en 50% dure huur en (middel)dure koop in ‘sHertogenbosch.
Gebiedsvisie geurbelasting vanuit agrarische bedrijven in de gemeente ’sHertogenbosch (november 2007) [14] De gebiedsvisie biedt een onderbouwing voor de geurverordening.
Planspecifiek: De ontwikkeling van de Noordoosthoek draagt met de beoogde hoeveelheid woningen bij aan de wens om de komende 10 jaar 10.500 woningen bij te bouwen. De Noordoosthoek valt met haar blauwgroene karakter tot de gewenste groenstedelijke woonmilieus met ruimte voor innovatie. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: Uit de kaartbeelden uit 2007 blijkt dat zelfs het toepassen van de meest strenge normen een aantal geurknelpunten niet kunnen worden opgelost. Onder andere de hoge achtergrondbelasting aan de oostzijde van De Groote Wielen als gevolg van de gevestigde agrarische bedrijven. de Noordoosthoek wordt expliciet genoemd in de gebiedsvisie. Er is momenteel sprake van een redelijk woon– en leefklimaat, met een verwacht hinderprecentage van maximaal 12% als gevolg van de achtergrondbelasting (10 ou/m3). Planspecifiek: De achtergrondbelasting zal in de toekomst eveneens minder dan 10 ou/m3 bedragen. Indicatief wordt gesteld dat de voorgrondbelasting waarschijnlijk niet hoger zal zijn dan de achtergrondbelasting, en dus minder dan 10 ou/m 3. Dit komt overeen met overeen met een percentage van 20% geurgehinderden. Om te voldoen aan de gemeentelijke doelstelling van 12% geurgehinderden is een voorgrondbelasting van maximaal 5 ou/m3 in het gebied acceptabel. Dit kan betekenen dat de belasting van een deel van het gebied als niet acceptabel wordt beschouwd.
Door de komst van de nieuwe woonwijk worden de normen waaraan omliggende bedrijven moeten voldoen strenger omdat de woonwijk zal worden aangemerkt als stedelijk gebied waarop de norm van 1 ou/m3 zal gelden. In de visie wordt echter ten voordele
58
Energietransitieprogramma 2016 – 2020 [15] Dit programmaonderdeel is gericht op innovaties en systeemverandering; werken aan nieuwe organisatie- en financieringsvormen, technieken en regels. Dit programma wordt momenteel herijkt.
Visie Duurzaam ’sHertogenbosch (2019) [5] Deze visie legt de ambities vast voor een duurzame gemeente.
Visie ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig (2021) [32] In deze visie wordt beschreven waar de gemeente wil staan om in 2050 klimaatbestendig te zijn.
van de veehouderijen voorgesteld om in het gebied een norm van 5 ou/m3 toe te staan. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: ’s-Hertogenbosch wil in 2050 klimaatneutraal zijn, met als tussendoelen in 2020 een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie en in 2035 een klimaatneutrale gebouwde omgeving. ’s-Hertogenbosch is klimaat neutraal als: • Alle mogelijkheden voor energiebesparing in de stad zijn benut (1); • Alle resterende energie die in de stad wordt gebruik uit duurzame bronnen komt, zoveel mogelijk uit de stad zelf (2); • De dan nog resterende energiebehoefte van de stad uit duurzame bronnen komt van buiten de stad (3). De opgave is om 18 PJ energieverbruik te verduurzamen (gelijk aan opbrengst van 720 windmolens). Planspecifiek: Met de ontwikkeling van de Noordoosthoek in De Groote Wielen worden er waar mogelijk zoveel mogelijk energieneutrale woningen ontwikkeld en wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch uit 2019 worden er vier ambities genoemd die hier een bijdrage aan moeten leveren: Ambitie 1 – Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving; Ambitie 2 – CO2-neutrale gemeente; Ambitie 3 – Waardebehoud van grondstoffen; Ambitie 4 – Duurzame mobiliteit.
Planspecifiek: De plannen voor de Noordoosthoek van De Groote Wielen speelt sterk in op de vier ambities die in de nota worden geschetst. Zo wordt er ingezet op voldoende groen en natuur, wordt het klimaatbestendig waterbeheer uit eerder ontwikkeldelen van De Groote Wielen doorgetrokken naar dit nieuwe gebied, en wordt er gestreefd naar een goede lucht- en geluidkwaliteit. Functies zijn goed bereikbaar vanuit de nieuwe woonwijk en de nieuwe wegenstructuur zorgt voor een aanmoediging van fietsverkeer en alternatieve vormen van verkeer, bijvoorbeeld deelmobiliteit en elektrisch rijden. Belangrijkste randvoorwaarden / uitgangspunten: Met ʼs-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig moet de gemeente beter bestand worden gemaakt tegen de gevolgen van klimaatverandering door in te zetten op een groene en klimaatbestendige inrichting van de stad, wijken en dorpen. Kansen zullen worden benut om ’sHertogenbosch meer en beter groen en blauw in te richten. De gemeente wil meer vitamine G (Groen) voor de Bosschenaren. Ze wil meer garanties bieden voor een klimaatbestendiger, groener en biodiverser ’s-Hertogenbosch en daardoor een betere balans in de stedelijke ontwikkeling. Voor een mooie en veilige
59
woonomgeving.
Nota hogere grenswaarden geluid (2010) [16] Deze nota is een uitwerking van de eerder vastgestelde Nota Gebiedsgericht Geluidsbeleid. De gemeente 's-Hertogenbosch streeft niet overal dezelfde geluidskwaliteiten na. De ambities zijn afhankelijk van de eigenheden van de lokale situatie.
Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021 [17] De verordening stelt onder meer regels over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in de gemeentelijke riolering en hemelwatervoorziening.
Nota parkeernormering 2016 [18] Deze nota is opgesteld om bij nieuw- en verbouwplannen en bij functiewijziging te bepalen hoeveel parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling nodig zijn, om zo parkeeroverlast (ongewenste parkeerdruk op de openbare ruimte) als gevolg van de ontwikkeling te voorkomen.
Actieplan duurzame mobiliteit [44]
Planspecifiek: Binnen het planvoornemen wordt veel aandacht geschonken aan duurzame en klimaatadaptieve innovaties om de Noordoosthoek te behoeden van wateroverlast, hitte of droogte. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In de nota is opgenomen welke voorkeursgrenswaarden (in dB) er gelden voor nieuw te bouwen woningen en voorzieningen binnen stedelijk gebied en buitenstedelijk gebied. Voor beiden geldt een voorkeurswaarde van 48 dB. Voor de voorkeursgrenswaarde geldt dat dit de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting is waarvoor een hogere waarden kan worden vastgesteld. Binnen een gebouw geldt een hoogst toelaatbaar binnenniveau van 33 dB. De hoogst toelaatbare geluidbelasting is binnen stedelijk gebied 63 dB en buitenstedelijk gebied 53 dB. Planspecifiek: De Noordoosthoek zal deel uitmaken van de bebouwde kom en daarmee het stedelijk gebied. Hier geldt daarom een maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB met een voorkeurswaarde van 48 dB. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In de verordening zijn regels opgenomen om bomen en houtopstanden te beschermen, omtrent het verwerken van gronden hemelwater en een groennorm voor een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving. Planspecifiek: Binnen het planvoornemen wordt de bestaande watermotor van De Groote Wielen doorgetrokken naar de Noordoosthoek.
Hemelwater dat binnen het gebied valt wordt lokaal gebufferd waarna het langzaam kan infiltreren in de bodem. De verordening is geïntegreerd in de beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit en vormt de basis voor de omgevingswaarde groen. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De gemeente heeft voor verschillende zones op het grondgebied parkeernormen vastgesteld voor auto’s. De parkeernorm bedraagt maximaal 1,8 per woning binnen het centrum en 2,1 in het buitengebied. Planspecifiek: Momenteel valt de Noordoosthoek nog binnen het buitengebied. Na ontwikkeling valt het naar verwachting binnen zone 5: restbebouwde kom (overige kernen) Hier geldt een maximale parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning (>150 m²) De gemeente heeft de ambitie om een bereikbare stad te zijn waarin het gezond wonen en leven is, met schone, slimme en duurzame mobiliteit voor iedereen. De volgende waarden zijn in het actieplan verder uitgediept:
60
In het actieplan worden maatregelen vastgelegd om mobiliteit duurzamer te maken. Het Actieplan is een uitwerking van de Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch.
• Inclusieve mobiliteit • Leefbare en gezonde mobiliteit • Klimaat- en energieneutrale mobiliteit Planspecifiek Er worden in het actieplan verschillende innovaties benoemd die ook in dede Noordoosthoek een plaats kunnen krijgen. Zo krijgt deelmobiliteit een plaats, krijgt de fiets de ruimte en worden er voldoende laadvoorzieningen voorzien.
3.4 Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt.
Met de beoogde ontwikkeling wordt de ondergrens van wat als stedelijke ontwikkeling moet worden gezien ruim overschreden. De ontwikkeling wordt derhalve aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied. In de eerste plaats dient de behoefte van de ontwikkeling aangetoond te worden en daarnaast dient er gemotiveerd te worden waarom deze behoefte niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Navolgend wordt de behoefte van de beoogde woningbouwontwikkeling beschreven en de locatie van de ontwikkeling wordt gemotiveerd. Onderbouwing nut en noodzaak de Noordoosthoek De gemeente ziet een grote opgave op de woningmarkt en het onderwerp wonen leeft breed in de Bossche samenleving. Het woonbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch is opgenomen in Woonvisie ’s-Hertogenbosch 2020 en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Woonvisie. De doelstelling van de Woonvisie ’s-Hertogenbosch is wonen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven: 1. Passend betaalbaar wonen voor iedereen 2. Leefbare en inclusieve buurten 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 4. Strategisch innovatief woonprogramma.
61
In de woonopgaven is onder andere aandacht voor de toenemende groep van 1- en 2persoonshuishoudens, het verbeteren van de doorstroming op de (sociale) woningmarkt en inzetten op duurzaam, flexibel en levensloopbestendig bouwen. De ambitie is om tot 2030 minimaal 10.500 woningen toe te voegen aan de woningmarkt binnen de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Een deel van de opgave kan binnen bestaand stedelijk gebied worden ingevuld, maar er is niet voldoende binnenstedelijke ruimte om in de totale vraag te voorzien. De gemeente zet daarom ook in op nieuwe woningbouwlocaties aansluitend op bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van de Noordoosthoek in De Groote Wielen is opgenomen in de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma. De gemeente ziet voor allerlei groepen een krapte op de woningmarkt en een tekort aan betaalbare woningen. Het tekort raakt vooral starters, jongeren, studenten, middeninkomens en lage inkomens, huishoudens met een woonzorgvraag en mogelijk standplaatsen voor woonwagenbewoners. Het College zet de komende jaren in om de woningbouwproductie op niveau te houden door tempo te maken. In februari 2020 is een samenhangend pakket van maatregelen voor de korte en de (middel)lange termijn benoemd. Door de woningproductie op gang te houden, kan invulling worden geven aan de kwalitatieve doelstellingen uit de woonvisie.
Daarnaast zet de gemeente in tranches in op de realisatie van extra tijdelijke woningen. De ambitie is om de komende 3 jaar circa 500 tijdelijke woningen toe te voegen in de gehele gemeente. Om de woningbehoefte op kortere termijn op te lossen wordt in de Noordoosthoek voorzien in 200 - 250 tijdelijke woningen. De ontwikkeling van de Noordoosthoek draagt bij aan de grote woningbehoefte van ‘sHertogenbosch. In de Noordoosthoek is een divers woningaanbod beoogd met zowel koopals huurwoningen in verschillende segmenten – zowel grondgebonden als gestapeld, woonzorgcombinaties en mogelijk ruimte voor een ontwikkeling in CPO. Met dit diverse aanbod sluit de ontwikkeling aan bij de ambities die zijn opgenomen in de woonvisie. Zo heeft de gemeente als ambitie om met de woningvoorraad zoveel mogelijk aan te sluiten bij de woonwens, het inkomen, de levensfase en huishoudenssamenstelling van de inwoners. Om voor elke doelgroep een passend aanbod te hebben is een gevarieerd woningaanbod nodig. Met name voor de huishoudens met lage- en middeninkomens is er momenteel een krapte. Met de ontwikkeling wordt hier op ingespeeld. Tevens wil de gemeente inzetten op voldoende diverse woonoplossingen voor specifieke doelgroepen. Naast reguliere woningbouw is in het plan ook ruimte voor specifiek doelgroepen.
Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde woningbouwontwikkeling van de Noordoosthoek invulling geeft aan de woningbehoefte van ’s-Hertogenbosch. De ontwikkeling vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied maar wel direct aansluitend op bestaand stedelijk gebied. Een ontwikkeling van dergelijke omvang kan niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Bovendien is het plangebied reeds gereserveerd voor toekomstige woningbouw en de ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast in aansluiting op de omliggende omgeving. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.5 Ambities De gemeente heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Deze vloeien deels voort uit het gemeentelijke beleid zoals in voorgaande paragraaf beschreven. Voor De Groote Wielen – waar de Noordoosthoek onderdeel van uit
62
maakt – streeft de gemeente ’s-Hertogenbosch naar een bepaalde basiskwaliteit die verder gaat dan de wettelijke minimale vereisten. Tegelijkertijd dient de flexibiliteit behouden te worden om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Navolgend worden de basisambities voor het plangebied beschreven. De ambities kunnen worden onderverdeeld in de volgende thema’s: 6. Ruimtelijke kwaliteit en ruimtegebruik 7. Gezondheid en maatschappij 8. Mobiliteit 9. Duurzaamheid 10. Participatie Inhoudelijk bestaan de thema’s uit verschillende ambities van verschillende beleidsvelden. In het OER wordt het planvoornemen van de Noordoosthoek getoetst ten opzichte van de ambities per beleidsveld. In hoofdstuk 6 worden de ambities meegenomen bij het samenstellen van het basisalternatief en de te onderzoeken variaties. 1. Ruimtelijke kwaliteit en ruimtegebruik Ambitie: De Noordoosthoek is een rustige en groene woonwijk met aandacht voor diversiteit. Voorop staat dat de Noordoosthoek een woongebied wordt, met beperkte ruimte voor andere functies. In de Noordoosthoek komt een divers woningaanbod, met zowel koop- als huurwoningen in verschillende segmenten – zowel grondgebonden als gestapeld. Door gestapelde woningen blijft meer ruimte over voor de gestelde ambities: het vraagt immers minder ruimtebeslag. Naast reguliere woningbouw is ook ruimte voor specifieke doelgroepen.
Voor de woningbouwbehoefte wordt aangesloten bij de dan geldende Woonvisie, zodat wordt aangesloten bij de behoefte die er op dat moment is. Hierdoor is de Noordoosthoek een prettig gebied om te verblijven. De groene woonwijk krijgt gestalte doordat de buurten in een sterke landschappelijke structuur liggen. Deze landschappelijke opzet vormt de drager van de wijk. De oorspronkelijke verkaveling structuur is hierbij de inspiratiebron. De nu gereserveerde ecologische verbindingszone (EVZ) rondom de Hoefgraaf wordt aan de oost -en noordzijde buiten om de woonwijk heen gelegd. Op deze wijze kan de ecologische verbindingszone goed tot zijn recht komen, de doeltypen die zich hier bevinden passen beter aan de rand van het woongebied dan daar doorheen. Deze water -en groenzone zorgt tevens voor een groene, ecologische buffer tussen het woongebied en het aangrenzende landschap van het buitengebied. Daarnaast is de kwaliteit van het water van de Hoefgraaf minder geschikt om door woongebied te laten lopen. Het bestaande profiel van de Hoefgraaf dat in de Noordoosthoek ligt wordt in principe benut als waterloop voor de woonwijk zelf. Zij wordt gekoppeld aan de Groote Wielenplas en nog verder uitgebreid middels een aantal waterlopen die door de woonwijk gaan lopen. Voor de nieuwe waterlopen wordt zoveel mogelijk aangesloten/gebruik gemaakt van bestaande waterlopen in het gebied.
Aan de Grootewielenplas is nabij het centrum ruimte voor een groot strandpark. Dit ligt centraal in de Groote Wielen met zicht op het centrum en het tegenover liggende strand. In oost-west en in noord-zuid richting worden aaneengeschakelde groenstructuren gecreëerd die de onderlinge buurten met elkaar verbinden. Deze groenstructuren samen met de waterlopen creëren diverse buurten, elk met een eigen identiteit. In deze buurten is een diversiteit aan woningtypen mogelijk. Van standaard rijwoningen, twee-onder-een
63
kapwoningen, vrijstaande woningen met een eigen tuin en parkeerplaats tot grondgebonden woningen met gezamenlijk tuinen en parkeren op afstand in parkeerkoffers of inpandig gesitueerd. Van grootschaligere appartementen complexen tot kleinschalige gestapelde woonvormen midden in de buurten aan een pleintje. De bebouwingsdichtheid en bouwhoogte is naar het centrum toe hoger en aan de randen van de Rosmalense polder en de Gewande lager. Zo ontstaat er een woonomgeving waar een diversiteit is aan groen in de woonomgeving: van grotere groene parken en pleinen naar kleinschalige groene speelplekken en groene autovrije straatjes. Deze zijn met elkaar verbonden waardoor hier eenvoudig ruimte is voor informeel ontmoeten, spelen, sporten en ook bijvoorbeeld voor functies zoals een moestuin. Centraal in de wijk, op belangrijke knooppunten in de wijk is ruimte voor 1 of 2 schoolaccommodaties. Net als in de andere wijken in De Groote Wielen krijgt iedere buurt binnen de Noordoosthoek een eigen identiteit. De identiteit, ook wel woonsfeer, wordt nader uitgewerkt en niet in beton gegoten in het bestemmingsplan. Hierdoor blijft ruimte voor flexibiliteit. Flexibiliteit wordt ook geboden voor bijvoorbeeld experimentele woonvormen, cohousing, wonen als een dienst, experimenteel bouwen, modulair en/of aanpasbaar bouwen en levensloop-bestendigheid.
Ook kan gedacht worden aan meervoudig ruimtegebruik, waardoor slim omgegaan kan worden met functiemenging. Door ruimte te bieden aan dergelijke initiatieven wordt een wijk ontwikkeld die klaar is voor de toekomst en adaptief in kan spelen op veranderingen. 2. Gezondheid en maatschappij Ambitie: Er is ruimte voor bewegen, ontmoeten en spelen, dit draagt bij aan onze gezondheid en sociale cohesie. Huidige bewoners geven aan dat ze in De Groote Wielen zijn komen wonen voor de rust en de ruimte. Eén openstaande wens springt eruit: het rondje rond de plas voor een wandeling of andere vormen van beweging. Dit is ook een wens van de gemeente zelf. De nieuwe Omgevingswet (waar dit plan door middel van de Crisis- en herstelwet een voorschot op neemt) biedt kansen om ruimtelijke ordening integraal te benaderen en zo ook te kijken naar de gezonde leefomgeving. Voor de Noordoosthoek vertaalt zich dat in een omgeving die uitnodigt tot bewegen en spelen. Het strandpark biedt ruimte voor ontmoeten, sporten en spelen. De vele (vrij liggende) fietsen voetpaden zorgen voor een uitgebreid netwerk en verbinden de buurten en de verschillende openbare ruimten op een snelle, eenvoudige en veilige manier. De langzaam verkeersverbinding over het schiereiland maakt het rondje om de Groote Wielenplas compleet.
De waterlopen door het woongebied hebben aanlegplaatsen voor bootjes en zijn verbonden met de Groote Wielenplas. Ook nabij de woningen is op de diverse pleinen en parkjes ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten op een veilige manier. Dit betekent dat de ontsluiting en het parkeren voor de auto zo min mogelijk inbreekt in de woonomgeving. We verharden alleen als het niet anders kan. Het parkeren vindt zoveel mogelijk centraal en compact plaats, bijvoorbeeld op de binnenhoven of op parkeerplekken op afstand. Een gezonde leefomgeving uit zich ook in het voorkomen/beperken van hinder door thema’s als geluid en luchtkwaliteit. Hiervoor sluiten we aan bij geldende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid (zoals het gebiedsgerichte geluidsbeleid).
64
Naast gezondheid, staat ook ontmoeten centraal in de Noordoosthoek. In de bestaande delen van De Groote Wielen wordt dit soms gemist. Ontmoeten en bewegen kan goed georganiseerd worden in de openbare ruimte. Er wordt ingezet op een goede balans tussen ontmoeten nabij de woning (op buurtniveau) en ontmoeten bijvoorbeeld aan de plas (op wijkniveau). Hiermee wordt zowel een bijdrage geleverd aan gezondheid als aan de sociale samenhang. 3. Mobiliteit Ambitie: We gaan slim om met mobiliteit. Het uitgangspunt is dat de Noordoosthoek goed bereikbaar is voor iedereen. Hiervoor kijken we ook naar slimme duurzame vormen van mobiliteit, zoals deelmobiliteit en OV-hubs. De zogenaamde OV-hubs functioneren als een overstapplaats voor verschillende vervoersmodaliteiten zoals de (deel)fiets en de bus. Op de hubs is ook ruimte voor pakketbezorging, zodat er minder verkeer door de wijken hoeft te gaan. De fietser en de voetganger staan centraal. Zowel in oost-westrichting als in noordzuidrichting ligt een uitgebreid netwerk van (vrijliggende) fietspaden die zorgen voor comfortabele verbindingen tussen de buurten onderling, met het centrum van de Groote Wielen en met de verdere omgeving. Voor autoverkeer is het gebied bereikbaar vanaf de Hustenweg en Empelsehoefweg. Via een aantal inprikkers worden de verschillende buurten ontsloten.
De buurten worden niet onderling en ook niet met het centrum verbonden voor de auto. Enkel vanuit calamiteiten kunnen er verbindingen tussen de buurten onderling worden vormgegeven. Het parkeren vindt zoveel mogelijk dicht bij deze inprikkers plaats. Afhankelijk van de diverse woonvormen en woningtypen vindt parkeren plaats op eigen erf, in parkeerkoffers, ondergronds en meer op afstand. Excentrisch parkeren wordt als pilot ingezet. 4. Duurzaamheid Ambitie: We richten ons op de toekomst: duurzaam, groen en klimaatbestendig. De keuze voor een robuuste landschappelijke structuur vormt de basis om een duurzaam, groen en klimaatrobuuste wijk te kunnen ontwikkelen. Zowel op gebiedsniveau als op gebouwniveau zijn er hoge ambities voor wat betreft duurzaamheid. De ambities zijn uitgewerkt op vier deelthema’s: 1. Energie: de wijk is CO2-neutraal 2. Klimaatadaptatie: de wijk is klimaatbestendig ingericht 3. Circulariteit: er wordt op gebieds- en gebouwniveau circulair ontwikkeld 4. Biodiversiteit: de wijk wordt groen ingericht en is aantrekkelijk voor flora en fauna De maatregelen die passen bij deze deelambities zijn o.a.: • Energieneutrale woningen • Collectieve duurzame energieopwekking • Lokaal water bergen en hergebruiken • Groene daken/waterdaken/zondaken en groene gevels • Voorkomen en beperken energievraag • Gesloten grondbalans • Verhogen biodiversiteit
65
• • • • •
Natuur inclusief bouwen Beperken verhardingen Smalle wegprofielen Demontabel bouwen Aanpasbaar bouwen
Ambitie: Water staat centraal In de Noordoosthoek wordt een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem ontwikkeld. Water is een van de belangrijkste pijlers van de inrichting van het gebied. Robuuste groenblauwe structuren zorgen ervoor dat de leefomgeving aantrekkelijk is en ook blijft bij weersextremen zoals hitte, droogte en extreme neerslag. In de Noordoosthoek wordt aangesloten bij het principe van de watermachine. Regenwater wordt in het zicht afgevoerd, lokaal geïnfiltreerd en/of afgevoerd naar het lokale watersysteem (de lokale watermachine). Met dit gesloten watersysteem wordt een goede waterkwaliteit nagestreefd, met mooi en beleefbaar water met ecologische waarden. Dit wordt erkend door huidige bewoners van De Groote Wielen en biedt tevens goede kansen voor biodiversiteit. Het rioolsysteem wordt zo ontworpen dat het voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen en doelmatig kan worden beheerd. We stimuleren het toepassen van nieuwe duurzame technieken (bijvoorbeeld om de CO2-uitstoot te verminderen, duurzame materialen toe te passen, of energie/materialen worden hergebruikt en teruggewonnen). 5. Participatie Ambitie: We zijn blijvend in gesprek de Noordoosthoek zal een optelsom van projecten zijn, door de verschillende marktpartijen die in dit gebied woningen gaan ontwikkelen. Het proces hiervan is open en kent geen vooropgestelde blauwdruk.
Dit betekent dat we werken met kaders, waarbinnen de projecten ontwikkeld kunnen worden. Het resultaat is een bestemmingsplan dat ruimte biedt, tenzij dit moet worden ingeperkt vanwege bijvoorbeeld milieuwetgeving. Omdat nog niet op voorhand duidelijk is wat waar precies ontwikkeld wordt (bijvoorbeeld: waar komt gestapelde bouw, waar is ruimte voor recreatie), is een participatieproces van essentieel belang.
66
4
Onderzoeksmethodiek
4.1 Inleiding Hoe een OER (of MER) wordt opgesteld is erg afhankelijk van hoe het plan of besluit wordt opgesteld waarvoor het als onderbouwing wordt gebruikt. Het bestemmingsplan voor de Noordoosthoek wordt opgesteld volgens de filosofie van uitnodigingsplanologie. Dat betekent dat de voorgenomen ontwikkeling (woningbouw) in het plan zo min mogelijk wordt uitgewerkt en vastgelegd, zodat ontwikkelende partijen zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit hebben om zelf met ideeën en initiatieven te komen. De gemeente wil zo met dit bestemmingsplan de markt prikkelen en nieuwe, innovatieve ontwikkelingen mogelijk maken. Aansluitend op deze filosofie biedt de Crisis- en herstelwet (Chw) met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte de mogelijkheid om een deel van het (detail)onderzoek pas in latere fasen uit te voeren, op het moment dat vergunningen voor concrete projecten worden aangevraagd. Tegelijkertijd heeft de gemeente ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving en op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid. De keuze voor uitnodigingsplanologie leidt aanvankelijk echter tot veel onzekerheid over de wenselijkheid en de kwaliteit van de uiteindelijke invulling van het gebied.
Daarmee is het dé opgave voor het OER om inzicht te bieden in hoe en onder welke randvoorwaarden het plan optimaal ingevuld kan worden, en hoe de invulling tegelijkertijd aan de ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving kan voldoen. In paragraaf 4.2 is beschreven tot welke aanpak dit heeft geleid. Plangebied en studiegebied In het OER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt ten noorden van Rosmalen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Hustenweg en Empelsehoefweg, de westzijde door de Lanen en het Centrum en de zuidzijde door de centrale waterplas. De oostgrens wordt gevormd door de oostgrens van het bestemmingsplan De Groote Wielen. De woonbuurten van De Groote Wielen liggen rondom de centrale waterplas. De Noordoosthoek ligt ten oosten van de buurt de Lanen en ten noorden van het Centrum en de waterplas zie figuur 2.3 (rood omlijnde gebied). Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. De grootte verschilt per omgevingsaspect en is afhankelijk van de aard, omvang en uitstraling van een omgevingseffect. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn.
Per aspect is in het OER een studiegebied vastgesteld. 4.2 Opbouw effectbeoordeling Dit OER kent een aantal stappen waarin wordt onderzocht op welke manier het planvoornemen moet worden vastgelegd in het bestemmingsplan, waarbij recht wordt gedaan aan de beoogde flexibiliteit én aan de gemeentelijke ambities. Het OER doorloopt daarom de stappen zoals weergegeven in figuur 4.1.
67
Figuur 4.1 | Stappenplan proces OER/bestemmingsplan
68
1. Waarderen referentiesituatie en ambities In de eerste stap wordt een beschrijving gegeven van de huidige en autonome situatie (referentiesituatie). Wat is de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in het plangebied? Daarnaast beschrijven we per thema welke ambities de gemeente daarvoor heeft beschreven in haar verschillende beleidsstukken. Zowel de referentiesituatie als de ambities worden ‘gewaardeerd’. Daarvoor gebruiken we een vierpuntschaal met de volgende verdeling:
Waardering ambitieniveau Het ambitieniveau scoort een ‘0’ wanneer de gemeente voor dat thema geen hogere ambities heeft dan reeds wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. Voor veel thema’s geldt dat er een maximaal ambitieniveau mogelijk is, gebaseerd op de nu geldende best beschikbare techniek. Wanneer de gemeente dat niveau nastreeft, scoort het thema ambitieniveau ‘2’. Ligt het ambitieniveau hoger dan het wettelijk kader/landelijke normen/richtlijnen, maar streeft de gemeente niet het maximaal haalbare niveau na, dan wordt het ambitieniveau gewaardeerd met een score ‘1’. Waardering referentiesituatie De huidige situatie in een plangebied kan slechter zijn dan wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. In dat geval wordt de huidige situatie gewaardeerd met een ‘-1’. Wanneer het plangebied geen aandachtspunten kent, voldoet aan de wettelijke normen/richtlijnen, dan scoort dat thema een ‘0’. Wordt het thema gewaardeerd met een ‘1’, dan is de situatie op dit moment beter dan wettelijk voorgeschreven en voldoet het reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie +’ voor dat thema. Voldoet de huidige situatie reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie ++’, dan scoort dat thema een ‘2’.
Geen strikte grenzen voor de waardering: doel is benoemen kansen en aandachtspunten Zoals uit de bovenstaande beschrijving blijkt, zijn er geen strikte grenzen waarboven of waaronder je overgaat van de ene waardering naar de andere. Of een ambitieniveau voldoet aan ‘Ambitie +’ of ‘Ambitie ++’ is geen wet van Meden en Perzen. De waardering wordt toegekend om een vergelijking te kunnen maken tussen de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in en rond het plangebied en het ambitieniveau dat de gemeente nastreeft. Door deze met elkaar te vergelijken, kijken we of er nu al kansen of aandachtspunten in het plangebied aanwezig zijn. Deze kansen en aandachtspunten kunnen we dan direct meenemen bij het formuleren van het planvoornemen. Het waarderen van de referentiesituatie en het ambitieniveau is voor ons dus geen doel op zich. Het moet een signaleringsfunctie hebben, zodat we aan het begin van het proces op aanwezige kansen en aandachtspunten worden gewezen. Per thema wordt in hoofdstuk 5 de waardering van de referentiesituatie en het ambitieniveau in een visualisatie weergegeven. Dit maakt eventuele verschillen snel zichtbaar. Aan het einde van hoofdstuk 5 worden de gesignaleerde kansen en aandachtspunten samengevat.
69
Figuur 4.2 | Voorbeeld visualisatie waardering referentiesituatie en ambitieniveau
2. Basisalternatief en variaties In hoofdstuk 6 wordt het basisalternatief van het planvoornemen beschreven. In de basis is dat het realiseren van een woonwijk in de Noordoosthoek van De Groote Wielen conform de ambities zoals beschreven in paragraaf 3.5. Omdat er geen stedenbouwkundig plan wordt gemaakt, is op voorhand niet duidelijk hoe deze wijk er uit komt te zien. Daarom is in hoofdstuk 6 een overzicht gemaakt van de uitgangspunten die in ieder geval meegenomen moeten worden. Ook de analyse van de kansen en aandachtspunten in stap 2 is daarbij betrokken. Voor overige ontwikkelingen zijn realistische aannames gedaan en beschreven (bijvoorbeeld: het aantal inprikkers vanaf de Hustenweg het plangebied in). Tot slot is gekeken voor welke ontwikkelingen de grenzen verkend moeten worden (bijvoorbeeld als het gaat om het aantal woningen of hoogbouw). Dit wordt in het planvoornemen meegenomen als ‘variaties’. 3. Effectanalyse en -beoordeling Van het basisalternatief en de variaties die daarbij worden onderzocht, worden de effecten beschreven en beoordeeld. Deze effecten worden bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkeling. Autonome ontwikkelingen zijn ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen waarover al een besluit is genomen en die ook gerealiseerd worden als de Noordoosthoek niet wordt gerealiseerd.
Autonome ontwikkelingen worden per thema in hoofdstuk 5 beschreven. Het bestemmingsplan heeft een planperiode van 20 jaar. Het zichtjaar is daarmee in principe 2040. Indien voor specifieke omgevingsthema’s een ander jaar als referentiejaar wordt gehanteerd, wordt dit bij dat thema gemotiveerd aangegeven. Per milieuaspect is allereerst aangegeven welke effecten voor het betreffende aspect relevant zijn en welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd (zie paragraaf 4.3). De beschreven effecten worden per omgevingsthema samengevat in een tabel, waarin de effecten in de vorm van een relatieve plus/min-beoordeling worden weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de beoordeling van de milieueffecten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: ++ sterk positief effect + positief effect 0/+ beperkt positief effect 0 geen positief en geen negatief effect 0/negatief effect beperkt negatief effect
70
--
sterk negatief effect
Niet voor alle beoordelingscriteria zal een dergelijke uitgebreide schaal nodig of mogelijk zijn. Daarom wordt per beoordelingscriterium beschreven welke schaal daarvoor is gehanteerd en hoe deze is opgebouwd (maatwerk per onderdeel). Referentiesituatie: altijd ’0’ Om kansen en aandachtspunten te signaleren is in stap 1 de referentiesituatie gewaardeerd met een cijfer van -1 tot 2. Om de effecten van het planvoornemen te kunnen bepalen ten opzichte van de referentiesituatie, is de referentiesituatie in stap 3 altijd het 0-punt. Een effect is namelijk ten opzichte van deze referentiesituatie positief of negatief. Beoordeling variaties In dit OER beoordelen we de effecten van een basisalternatief. Op verschillende onderdelen zijn aannames gedaan om dit basisalternatief vorm te geven. Dat betekent ook dat op een aantal onderdelen variaties mogelijk zijn: meer/minder, hoger/lager, andere concepten, etc.. Na het beoordelen van het basisalternatief worden deze variaties kwalitatief beschouwd. Daarbij is elke keer de vraag: verandert de beoordeling van het basisalternatief wanneer deze variatie wordt toegepast. Dit wordt als volgt in een tabel weergegeven:
Figuur 4.3 | Voorbeeld beoordeling variaties op het basisalternatief
4. Maatregelen Op basis van de effectbeoordeling kunnen maatregelen worden voorgesteld om effecten te voorkomen of beperken. Deze worden per omgevingsthema beschreven. Deze maatregelen kunnen soms noodzakelijk zijn, in andere gevallen zijn ze facultatief. Keuzes hierin worden gemaakt in de volgende stap.
71
5. Voorkeursalternatief Op basis van de effectbeschrijving en de voorgestelde maatregelen zijn keuzes gemaakt die leiden tot een voorkeursalternatief (VKA). Dit is het planvoornemen zoals dat uiteindelijk in het bestemmingsplan wordt vastgesteld/mogelijk gemaakt. De gemaakte keuzes worden toegelicht. 6. Doelbereik ambities Van het VKA wordt bepaald hoe deze zich verhoudt tot de ambities van de gemeente. In hoofdstuk 5 is de referentiesituatie gewaardeerd met een score van -1 tot 2. Bekeken wordt hoe de score van de referentiesituatie verandert als gevolg van het planvoornemen. Dit gebeurt op basis van een kwalitatieve vergelijking met de waardering van de referentiesituatie en het ambitieniveau. 7. Borging, monitoring en evaluatie Uit zowel de effectbeoordeling (stap 3) als de vergelijking met het ambitieniveau (stap 6) kan naar voren komen dat er maatregelen nodig of wenselijk zijn. Dit kan zijn om bepaalde effecten te voorkomen of om bepaalde ambities te kunnen halen/borgen. Deze maatregelen worden op een rijtje gezet en er wordt aangegeven op welke manier deze maatregelen worden geborgd (bijvoorbeeld via omgevingswaarden of beleidsregels in het bestemmingsplan of via monitoring). Er wordt tevens een voorzet gedaan voor een monitorings- en evaluatieprogramma.
4.3 Beoordelingskader Bij de invulling van de Noordoosthoek gaat het om het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving. Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Denk hierbij aan een omgeving die schoon en veilig is, en die uitnodigt tot fietsen, wandelen, buiten spelen en sporten. Maar ook een omgeving met een goede milieukwaliteit (geluid, lucht, bodem, water, externe veiligheid), voldoende groen en een aantrekkelijke, gevarieerde openbare ruimte. Waar een gevarieerd aanbod van voorzieningen is en waar rekening wordt gehouden met de behoeften van de (toekomstige) bewoners en verschillende bevolkingsgroepen (een inclusieve samenleving). Kortom, de kwaliteit van de leefomgeving wordt bepaald door ruimtelijke, fysieke en sociale omgevingsfactoren. Deze factoren zijn vertaald in het toetsingskader zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1 | Omgevingsthema’s en beoordelingscriteria Omgevingsthema Beoordelingscriteria Mobiliteit en bereikbaarheid Verkeersafwikkeling Verkeersveiligheid Langzaam verkeersverbindingen Openbaar vervoer Duurzame mobiliteit Geluid Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. wegverkeer Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. bestaande bedrijvigheid Luchtkwaliteit Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10 en PM2,5)
Beoordeling Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief
Kwantitatief
Kwantitatief Kwantitatief
72
Geur Externe veiligheid Bedrijven milieuzonering Sociale aspecten
Bodem
Water
Natuur
Landschap
Archeologie en cultuurhistorie
Energie en klimaat
Gezondheid
(Agrarische) geurbelasting op gevoelige bestemmingen Groepsrisico (GR) Plaatsgebonden risico (PR) Richtafstanden (mogelijke knelpunten) Kwaliteit openbare ruimte t.b.v. sociale samenhang Sociale veiligheid Barrièrewerking Recreatieve mogelijkheden Responsiviteit op ingebrachte zienswijzen Bodemkwaliteit Bodemstructuur (aardkundige waarden) Benutten van de ondergrond Oppervlaktewater (waterkwaliteit en -kwantiteit) Grondwater (waterkwaliteit en kwantiteit) Waterveiligheid Beïnvloeding beschermde gebieden (Natura 2000, NNB, overige) Beïnvloeding beschermde soorten (flora en fauna) Landschapselementen Landschapsstructuren Beleving Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Historisch geografische waarden Mate van klimaatbestendigheid Ruimtegebruik Energieverbruik en kansen voor duurzame energie (Her)gebruik van materiaal Afvalstromen Gezonde leefstijl: Mentaal welbevinden, lichaamsfuncties, zingeving, bewegen Meedoen: sociaalmaatschappelijk functioneren Gezonde leefomgeving: dagelijks functioneren, kwaliteit van leven, groen
Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Kwalitatief Kwalitatief
73
4.4 Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen Voor elk thema is geanalyseerd of er maatregelen noodzakelijk en/of wenselijk zijn om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren (stap 4). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen. Mitigerende en compenserende maatregelen zijn verplicht in het geval niet aan de norm kan worden voldaan of als de basiskwaliteit niet gegarandeerd kan worden. Wanneer mitigatie van negatieve effecten niet volstaat of mogelijk is, is het nodig om compenserende maatregelen toe te passen. Optimaliserende maatregelen kunnen daarbovenop zorgen dat de ambities die de gemeente beoogd sneller gehaald worden. In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de monitoring van belangrijke effecten die in dit OER naar voren komen, van ambities die de gemeente wil halen en de mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen die daarvoor zijn benoemd.
74
5
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen: beschrijving en waardering
5.1 Inleiding De huidige situatie is de feitelijke situatie zoals het nu is. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen. De effecten van het voornemen worden afgezet tegen de referentiesituatie. In dit hoofdstuk wordt de referentiesituatie beschreven voor alle beoordelingscriteria waarvoor de effecten van de ontwikkeling van de Noordoosthoek worden bepaald. Daarnaast is per aspect samengevat weergegeven welke ambities en doelen er vanuit de gemeente zijn. Dit zijn ambities/doelen die de gemeente heeft opgenomen in beleidsstukken. Op basis daarvan is referentiesituatie van de fysieke leefomgeving voor alle beoordelingscriteria getoetst en gewaardeerd: hoe verhoudt de referentiesituatie zich tot de ambities en doelen van de gemeente? 5.2
Mobiliteit en bereikbaarheid
Verkeersafwikkeling Gelijktijdig met de ontwikkeling van het gebied De Groote Wielen is de infrastructuur aangepast en uitgebreid om het nieuwe stadsdeel goed aan te laten sluiten op de rest van de stad en op het regionale netwerk.
Figuur 5.1 Bestaande infrastructuur rondom het plangebied de Noordoosthoek (plangrens: rood)
75
Aan de noordzijde wordt een deel van het plangebied begrensd door de Hustenweg (Hustensweg), die in zuidwestelijke richting aansluit op de A59 en A2. In noordelijke richting volgt de Hustenweg de loop van de Maas en verbindt de verschillende plaatsen die daaraan liggen met elkaar. Twee aan het plangebied grenzende wegen takken aan op de Hustenweg: de Empelsehoefweg en de Rosmalensedijk. De Empelsehoefweg is een lokale weg die aan de noordoostkant het plangebied begrenst en enkele boerderijen ontsluit. Aan de westzijde wordt het plangebied doorsneden door de Rosmalensedijk. Deze weg loopt van de noordelijk gelegen Hustenweg naar de zuidelijke wijken van De Groote Wielen. De Rosmalensedijk is voor autoverkeer geen doorgaande verbinding maar loopt door tot aan het centrum van De Groote Wielen, vanaf daar loopt de Rosmalensedijk als fietsverbinding met fietsbrug over de plas door naar het zuiden. Ten noorden van de Hustenweg loopt de Rosmalensedijk richting de Gewande en Krommenhoek, een dijkweg langs de Maas. Aan de oost- en zuidzijde van het plangebied ligt geen bestaande infrastructuur. Binnen de referentiesituatie rijden er tijdens de ochtendspits vanaf de Rosmalensedijk zo’n 1.024 motorvoertuigen (mvt) per etmaal over de Hustenweg richting ’s-Hertogenbosch (zie bijlage 1 van het verkeersonderzoek [33]).
274 motorvoertuigen komen tijdens de ochtendspits aanrijden vanaf de richting ’s-Hertogenbosch. Ter hoogte van de rotonde Lunersingel bedraagt de intensiteit richting ’s-Hertogenbosch 1.743 mvt en vanaf De Groote Wielenlaan 2.120 mvt. Ter hoogte van Het Hooghemaal splitst het verkeer in twee richtingen: 1.809 mvt rijden richting Empel en 2.691 mvt richting de oprit van de A59. Tijdens de ochtendspits rijden er 264 mvt vanaf de Rosmalensedijk op de Hustenweg in noordoostelijke richting. In de avondspits komen er ter hoogte van Het Hooghemaal in verhouding meer motorvoertuigen uit de richting Empel (2.179 mvt). Het verkeer verspreidt zich vervolgens over De Groote Wielen. Zie onderstaande figuren voor een visuele weergave van de verkeersintensiteiten tijdens beide spitsperiodes.
Figuur 5.2 | Verkeersintensiteiten referentiesituatie ochtendspits (links) en avondspits (rechts)
de Noordoosthoek is in de huidige situatie buiten de Rosmalensedijk niet ontsloten voor doorgaand verkeer. Er zijn enkel onverharde wegen aanwezig die gebruikt worden ten
76
behoeve van bouwverkeer voor het Centrumgebied en het aanwezige gronddepot aan de zuidzijde van het plangebied. In de huidige situatie staan de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid van de oostzijde van ’s-Hertogenbosch en daarmee enkele kruispunten reeds onder druk. Aandachtspunten zijn de rotondes De Blauwe Sluisweg - Hooghemaal en de rotonde Bruistensingel - Empelseweg - Laaghemaal. Zowel verkeer uit Rosmalen als bestaande delen van De Groote Wielen worden via dit kruispunt afgewikkeld naar de snelweg en ’sHertogenbosch. Verkeersveiligheid In de referentiesituatie zijn er geen aandachtspunten wat betreft de verkeersveiligheid. Ten westen van het plangebied loopt de Rosmalensedijk, een verharde weg welke veel door landbouwvoertuigen gebruikt wordt. Dit is een doodlopende weg en met hekwerk afgesloten ter hoogte van het gronddepot. De weg wordt daardoor niet gebruikt door doorgaande (kwetsbare) weggebruikers. Langs de noordelijk gelegen Hustenweg is er aan beide zijden van de weg een vrijliggend fietspad. Hier is dan ook geen sprake van gemengde verkeersstromen. Wel rijden er vanwege de vele landbouwgronden tractoren over de doorgaande weg. Het inhalen van deze tractoren door automobilisten kan mogelijk leiden tot gevaarlijke situaties. De Empelsehoefweg ten noorden van het plangebied ontsluit de in de omgeving aanwezige boerderijen.
Fietsers en voetgangers zitten hier op de rijbaan, maar zullen naar alle waarschijnlijkheid slechts beperkt gebruik maken van deze weg. Langzaam verkeersverbindingen Het plangebied de Noordoosthoek is momenteel niet voorzien van vrijliggende langzaam verkeersverbindingen. Wel is er de mogelijkheid om langs de zuidzijde van het plangebied te wandelen. Aan de zuidzijde van het plangebied en langs de noordzijde van de Groote Wielenplas is een onverhard pad aanwezig die toegankelijk is voor wandelaars, dit pad biedt de mogelijkheid om een rondje om de plas te maken. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Hustenweg, waarlangs vrijliggende fietspaden liggen. In het hoofdfietsnetwerk van ’s-Hertogenbosch is het fietsnetwerk verdeeld in Sternetroutes en Hoofdnetroutes en Recreatieve routes. Een uitsnede van het fietsnetwerk in De Groote Wielen is in figuur 5.3 weergegeven. Het doel van het hoofdfietsnetwerk is om prettiger, veiliger en vlotter te fietsen. Met een niet onbelangrijk aanvullend voordeel: een betere doorstroming van het autoverkeer en verbetering van de luchtkwaliteit. De Hustenweg (tot en met De Blauwe Sluisweg) is in het Hoofdnet opgenomen. Op de kaart is geen fietsverbinding over het Máximakanaal opgenomen (in het verlengde van de Hustenweg). Wél ligt hier een belangrijke relatie in het recreatieve fietsnetwerk via de Sluis Empel (niet opgenomen in de kaart).