2. Ontwerp OmgevingsEffectRapportage (OER) De Groote Wielen
Tekst van het document
77
Figuur 5.3 | Hoofdfietsnetwerk 's-Hertogenbosch (links) en hoofdinfrastructuur (rechts)
Voor de Hustenweg betekent dit als uitgangspunt een vrijliggende fietsvoorziening en een rotonde, of verkeerslichten op kruispuntniveau. Vanuit fietsbeleid geeft men de voorkeur aan rotondes in plaats van verkeerslichten met daarbij zo veel mogelijk de fietsers in de voorrang op de hoofdfietsroutes. De Groote Wielen is door middel van een Sternetroute verbonden met het centrum en station van Rosmalen. De Groote Wielenlaan wordt in bovenstaande figuur (rechts) gecategoriseerd als een Doorstroomas. Dit betekent dat er vanuit het beleid een ongelijkvloerse kruispunt de voorkeur geniet. De functie van Doorstroomas van de Groote Wielenlaan hangt samen met een (eventuele) verbinding met de Grintweg – Vliertwijksestraat en een aansluiting op de A59. In de huidige praktijksituatie lijkt de functie van Doorstroomas te zijn verschoven naar het Hooghemaal, waarmee de Sternetroute via de Belcantoweg ongelijkvloers kruist. Het plangebied wordt niet doorkruist door het fiets- of wandelknooppuntennetwerk (zie figuur 5.4). Wel grenst er een wandelknooppunt aan het plangebied, op de kruising tussen de Hustenweg en de Empelsehoefweg.
78
Figuur 5.4 | Fietsknooppuntenroutes (links) en Wandelknooppuntenroutes (rechts)
Openbaar vervoer In het plangebied zijn in de huidige situatie geen voorzieningen voor openbaar vervoer aanwezig. In de huidige dienstregeling (2021) wordt De Groote Wielen bediend door buslijn 4. De Lanen en Centrum zijn in de dienstregeling opgenomen. Lijn 4 doet de haltes Lunersingel en Meander aan. Een voor de hand liggend gevolg is dat de Noordoosthoek ook in de dienstregeling van lijn 4 wordt opgenomen. Figuur 5.5 toont de huidige dienstregeling voor De Groote Wielen.
Figuur 5.5 | Huidige dienstregeling Rosmalen - De Groote Wielen (lijnennetkaart 2020)
Met de ontwikkeling van de Noordoosthoek zal ook de route van de bus worden aangepast. De toekomstige dienstregeling in De Groote Wielen is in de huidige situatie nog niet
79
definitief uitgekristalliseerd. In de notitie Busroutes De Groote Wielen (gemeente ’sHertogenbosch, d.d. 6 juni 2019) is de fasering van de OV-routes in het stadsdeel De Groote Wielen inzichtelijk gemaakt. In samenspraak met concessiehouder Arriva zijn in deze notitie globaal de mogelijkheden voor de OV-routes verkend. Onderstaande betreft de (als meest kansrijk beoordeelde) situatie vanaf nog onbekende datum (>2025). De meest haalbare variant gaat uit van een splitsing van de lijn (gezien vanuit Den Bosch) in een lijn richting de noordzijde van de wijk en een lijn aan de zuidzijde van de wijk. Die zuidelijke lijn rijdt door naar Rosmalen; de noordelijke heeft een eindpunt in de Noordoosthoek (zie figuur 5.6).
Figuur 5.6 | Gewenste busroute gemeente ’s-Hertogenbosch vanaf nog onbekende datum (>2025)
De gemeente wil de busroute in definitieve situatie over het Hooghemaal en de Vlietdijk behouden (en dus niet via de Blauwe Sluisweg en de Lunersingel zoals hierboven is weergegeven). Dit heeft te maken met de positie van de Lunersingel (een 30km-weg) en de gewenste bediening van het grotendeels nog te realiseren voorzieningencluster aan het Hooghemaal (met o.a. een scholengemeenschap). Definitief gewenste OV-routes zijn hieronder weergegeven, beide routes worden zodanig ontworpen dat hier bussen kunnen gaan rijden (een keuze hierin zal vermoedelijk in de volgende OV-concessieperiode, na ’december 2024 worden gemaakt).
80
Figuur 5.7 | Verkende uitbreidingsmogelijkheden lijn 4 door De Groote Wielen (rood omlijnd het projectgebied Noordoosthoek
Binnen De Groote Wielen is sprake van zodanige voorwaarden dat het openbaar vervoer zich ongehinderd en met prioriteit boven het particuliere autoverkeer kan afwikkelen. Op De Blauwe Sluisweg is geen sprake van een aparte busbaan. De bus wordt gemengd met het reguliere autoverkeer en is derhalve afhankelijk van de doorstromingscapaciteit van De Blauwe Sluisweg. Duurzame mobiliteit Er is in de huidige situatie geen aandacht besteed aan duurzame mobiliteit in het plangebied. Wel zijn er in naburige deelgebieden van De Groote Wielen laadvoorzieningen voor elektrische auto’s aanwezig. De provincie Noord-Brabant stimuleert de ontwikkeling van knooppunten naar ‘mobiliteitshubs’, waar je gemakkelijk kunt overstappen, en waar je ook andere vervoersmogelijkheden en diensten vindt. Een reiziger moet zonder hindernissen kunnen reizen, waarbij de reis naadloos aansluit op de wensen van reizigers (samenhang). Autonome ontwikkelingen mobiliteit en bereikbaarheid Binnen de referentiesituatie verdwijnt het fietspad ten noorden van de Hustenweg en wordt het zuidelijke fietspad omgevormd tot tweerichtingen fietspad. Op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid spelen verder geen autonome ontwikkelingen die van belang zijn als referentiesituatie voor dit OER.
Kader 5.1: Oostelijke randweg Er is lang onderzoek gedaan naar de aanleg van een Oostelijke randweg, waarmee De Groote Wielen rechtstreeks ontsloten zou worden op de A59. In de loop van 2020 is het besluit genomen dat deze randweg er niet komt (Raadsinformatiebrief d.d. 1 december 2020, reg.nr. 10436569). De aanleg van een randweg maakt dan ook géén onderdeel uit van de referentiesituatie.
81
Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het thema mobiliteit en bereikbaarheid zijn door de gemeente verschillende ambities en doelen geformuleerd op basis van het bestaande beleid en wet- en regelgeving (zie onderstaand kader). Voor de referentiesituatie is gekeken hoe deze zich verhoudt tot deze ambities.
AMBITIES EN DOELEN • Fietsen en openbaar vervoer voor verplaatsingen buiten de wijk aantrekkelijk maken (fietsroutes en -snelwegen, deelfietsen bij bus- en treinhaltes, snelle frequente busverbindingen naar Centraal station en koppeling tussen nieuwe woonwijken treinstations). (De Koersnota 2017-2025) • Slimme en deelmobiliteit faciliteren (Actieplan Duurzame mobiliteit, 2020) • Slimme en schone bevoorrading (Actieplan Duurzame mobiliteit, 2020) • Verdubbelen aantal oplaadpunten (binnen bestuursperiode) (De Koersnota) • Meer zero-emissie busvervoer in de stad (Factsheet Duurzaam ‘sHertogenbosch)
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot mobiliteit en bereikbaarheid, zie onderstaande tabel.
Verkeersafwikkeling
Verkeersveiligheid
Langzaam verkeersverbindingen
Ambitieniveau Er is geen gemeentelijk of landelijke beleid voor de verkeersafwikkeling. Uitgangspunt is een verzadigingsgraad kleiner dan 0,80 en een gemiddelde wachttijd kleiner dan 50 seconden bij de kruispunten.
AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0) Er is geen gemeentelijk beleid voor de verkeersveiligheid. Regionaal beleid richt zich op de ontwerpprincipes van Duurzaam Veilig. Dit is uitgangspunt voor de Noordoosthoek. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0) Doel is om te stimuleren dat bewoners zoveel mogelijk wandelen of gebruik maken van fiets. Hier wordt extra op ingezet
Waardering referentiesituatie Er is met de Hustenweg een ontsluitingsweg aanwezig die o.a. richting het centrum van ’sHertogenbosch en de A2/A59 ontsluit. Via de Rosmalensedijk kan de wijk worden gekoppeld aan de zuidelijke wijken van De Groote Wielen. De doorstroming richting de Bruistensingel staat binnen de referentiesituatie al sterk onder druk. WAARDERING: SLECHT (-1) Op dit moment zijn er geen aandachtspunten op het gebied van verkeersveiligheid.
WAARDERING: NEUTRAAL (0) Binnen de referentiesituatie worden er niet meer fietsroutes en -snelwegen aangelegd. Voor fietsers zijn er bovendien geen losliggende fietspaden in het
82
door de aanleg van nieuwe routes en faciliteren van deelfietsen.
Openbaar vervoer
AMBITIENIVEAU: AMBITIE++ (2) Doel is om gebruik van OV te stimuleren door aansluiting op bestaand OV netwerk. Daarbovenop moet er een snelle en frequente busverbinding komen met CS.
plangebied. Langs de Hustenweg liggen wel vrijliggende fietspaden. WAARDERING: NEUTRAAL (0) Ten westen van het plangebied, is in het gebied waar nu ontwikkeld wordt een bushalte aanwezig. Deze bushalte faciliteert een busverbinding met het station van Rosmalen en met CS.
AMBITIENIVEAU: AMBITIE+ (1) Duurzame mobiliteit
De gemeente heeft hoge ambities op het vlak van duurzame mobiliteit (o.a. slimme en deelmobiliteit, excentrisch parkeren, laadpunten, mobiliteitshubs, zero-emissie busvervoer). AMBITIENIVEAU: AMBITIE++ (2)
WAARDERING: NEUTRAAL (0) Op dit moment zijn er in het plangebied nog geen faciliteiten om duurzame mobiliteit te ondersteunen/stimuleren.
WAARDERING: NEUTRAAL (0)
5.3 Geluid Binnen het thema geluid wordt er onderscheid gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. De huidige situatie in relatie tot deze twee vormen van geluidbelasting wordt kort toegelicht. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen stiltegebieden. Hier is in het MER dan ook niet verder op ingegaan.
83
Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. wegverkeer Rond het plangebied liggen twee wegen welke kunnen zorgen voor een geluidbelasting op de Noordoosthoek (zie figuur 5.8). Het gaat om de Hustenweg en de Empelsehoefweg. Het geluid als gevolg van het wegverkeer op de Empelsehoefweg is minimaal en beperkt zich tot de weg en haar directe berm. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Hustenweg ten noorden van het plangebied is groter, maar alsnog zeer beperkt. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich woningen als onderdeel van de reeds gerealiseerde deelgebieden van de woonwijk De Groote Wielen. Deze woningen worden als geluidgevoelig beschouwd. In de huidige situatie ondervinden deze geluidgevoelige objecten in beperkte mate hinder van verkeerslawaai als gevolg van de bestaande wegen, met name van de Hustenweg / De Blauwe Sluisweg ten noordoosten van de wijk en Het Hooghemaal ten zuiden van de wijk. Er liggen geen andere geluidgevoelige bestemmingen, zoals scholen binnen de geluidscontouren rond de wegen. In het kader van het OER is geen berekening gemaakt van de huidige geluidbelasting op deze geluidgevoelige objecten. Wel is er ingegaan op de verwachte geluidbelasting in de autonome situatie. De effectbeoordeling in hoofdstuk 7 vindt namelijk plaats ten opzichte van die autonome situatie. De resultaten daarvan zijn opgenomen in paragraaf 5.3.3.
Figuur 5.8 | Uitsnede Atlas van de Leefomgeving - Geluid in Nederland van wegverkeer (Lden)
Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. bestaande bedrijvigheid In en aangrenzend aan het plangebied liggen enkele agrarische bedrijven die een geluidzone hebben (zie paragraaf 5.7, waarin de milieuzoneringen op basis van de richtafstanden van de VNG zijn weergegeven). De richtafstanden voor geluid bij agrarische bedrijven is zeer beperkt (30-50 meter) en ligt voor slechts een beperkt oppervlak binnen het plangebied. Aan de Rosmalensedijk 10 te ’s-Hertogenbosch is hoveniers- en bestratingsmaterialenbedrijf ‘Swanenberg handelsonderneming B.V.’ gevestigd dat naar de aard van de bedrijfsactiviteiten onder milieucategorie 3.1 kan worden geschaard. De geluidbelasting bedraagt ter hoogte van de rand van het plangebied (30 m ten zuiden van de middenlijn van de weg) in de dagperiode ten hoogste 47 dB(A) en in de nachtperiode 26 dB(A). Het geluidsniveau is tijdens de dagperiode ‘goed’. Autonome ontwikkelingen geluid In de autonome situatie worden geen veranderingen verwacht in de aanwezigheid van bedrijven in en rond het plangebied.
84
Ten oosten van het plangebied ligt de Rosmalense en Nulandse Polder. In deze polder wil de gemeente een duurzame polder ontwikkelen. Onderdeel daarvan is de realisatie van windmolens. Windmolens kunnen leiden tot geluidhinder. Uitgangspunt voor de planvorming is dat bij het plaatsen van de windmolens rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van woningen in de Noordoosthoek. Dat betekent dat bij het plaatsen en inregelen van de windmolens voldaan moet worden aan de wettelijke normen voor geluidhinder. Op het gebied van geluid spelen verder geen autonome ontwikkelingen die van belang zijn als referentiesituatie voor dit OER. Zoals in figuur 5.8 zichtbaar is, ligt in de huidige situatie de 48 dB(A) contour van verkeerlawaai al deels binnen het plangebied. Autonome ontwikkelingen zorgen er niet voor dat deze contour verdwijnt en de geluidbelasting afneemt. Er zal in de autonome ontwikkeling sprake zijn van een toename van verkeerslawaai. Binnen de referentiesituatie ligt dan ook een deel van het plangebied binnen de 51 – 55 dB contour. Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het geluid wordt door de gemeente aangesloten op de geldende wet- en regelgeving (zie onderstaand kader). Voor de referentiesituatie is gekeken hoe deze zich verhoudt tot deze ambities.
AMBITIES EN DOELEN • Voorkeurswaarde 48 dB nieuw te bouwen woningen • Ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (max) 63 dB nieuw te bouwen woningen (58 dB aanleg nieuwe weg).
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot geluid, zie onderstaande tabel.
Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. wegverkeer
Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. bestaande bedrijvigheid
Ambitieniveau De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB(A). De hoogst toelaatbare geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen is 63 dB(A).
AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0) De geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten mag op de gevel niet hoger zijn dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
Waardering referentiesituatie Op dit moment zijn er in en als gevolg van het plangebied geen aandachtspunten ten aanzien van geluidhinder a.g.v. wegverkeer. De geluidhinder is zeer beperkt en grotendeels beneden de grenswaarde van 48 dB(A) WAARDERING: AMBITIE + (1) Een klein oppervlak van het plangebied ligt binnen de geluidzones van enkele (agrarische) bedrijven. Hier liggen nu geen geluidgevoelige objecten binnen. In het grootste deel van het plangebied is geen sprake
85
AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)
5.4
van geluidhinder als gevolg van bedrijvigheid. WAARDERING: NEUTRAAL (0)
Luchtkwaliteit
Stikstofdioxide en Fijnstof (PM10 en PM2,5) Met behulp van Atlas Leefomgeving is gekeken naar de luchtkwaliteit in en om het plangebied. De achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10, PM2,5) zijn een gemiddelde waarde over het jaar 2019. De achtergrondconcentratie voor NO 2 ligt in het plangebied tussen de 14-18 μg/m³. Voor PM10 is de achtergrondconcentratie over 2019 voor het plangebied 18 μg/m³ en voor PM2,5 is de concentratie 11 μg/m³. De luchtkwaliteit in het plangebied voldoet daarmee aan de wettelijke grenswaarden en voor NO 2 en PM10 ook aan de advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De WHO adviseert voor de kleinere fijn stof deeltjes (PM2,5) een advieswaarde van 10 µg/m3. De EU hanteert voor PM2,5 een norm van 25 µg/m3, dus ruim 2,5 keer de WHOadviesnorm. Eenzelfde situatie doet zich voor bij de norm voor fijn stof (PM 10). De EU hanteert een norm van 40 µg/m3, terwijl de WHO een norm adviseert van 20 µg/m3. Er zijn in Nederland voor stikstofdioxide twee EU-grenswaarden van kracht: een jaargemiddelde van 40 µg/m3 en een uurgemiddelde grenswaarde van 200 µg/m3. De uurgemiddelde grenswaarde mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. De EUgrenswaarden zijn gelijk aan de WHO advieswaarden. De achtergrondconcentraties voor NO2 en PM10 liggen beneden de advieswaarden van de WHO.
De achtergrondconcentratie voor PM2,5 ligt er echter net iets boven. Autonome ontwikkelingen luchtkwaliteit Er worden geen autonome ontwikkelingen in de omgeving voorzien die van invloed zijn op de luchtkwaliteit in het studiegebied. In het algemeen is de verwachting dat de achtergrondconcentraties door het schoner worden van onder andere het wegverkeer in de toekomst lager zullen zijn. Uit berekeningen die voor het project zijn uitgevoerd (zie verder
86
paragraaf 7.4) blijkt dat in de referentiesituatie in 2030 de jaargemiddelde concentraties NO 2 (circa 11 μg/m³), PM10 (circa 15 µg/m3) en PM2,5 (circa 9 µg/m3) zijn afgenomen. Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor de luchtkwaliteit heeft de gemeente het volgende ambitieniveau:
AMBITIES EN DOELEN • In 2030 voldoen aan de gezondheidsnormen van de WHO (Duurzaam ’sHertogenbosch) • Luchtkwaliteit actief monitoren (Duurzaam ‘s-Hertogenbosch)
•
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot luchtkwaliteit, zie onderstaande tabel.
Stikstofdioxide en Fijnstof (PM10 en PM2,5)
Ambitieniveau Er moet worden voldaan aan de gezondheidsnormen van de WHO.
AMBITIENIVEAU: AMBITIE ++ (2)
5.5
Waardering referentiesituatie De achtergrondconcentraties voor NO2 en PM10 liggen lager dan de gezondheidsnormen van de WHO. De achtergrondconcentratie voor PM2,5 ligt er echter net iets boven. WAARDERING: AMBITIE+ (1)
Geur (Agrarische) geurbelasting op gevoelige bestemmingen
Verordening geurhinder en veehouderij
87
Voor het aspect geur en veehouderijen is de normering voor het houden van dieren vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) 2. Deze wet bevat afstandsnormen en geurbelastingsnormen die in acht moeten worden genomen bij de besluitvorming. De Wgv voorziet in een bevoegdheid van de gemeenteraad om bij een gemeentelijke verordening een andere waarde of andere afstand vast te stellen. De gemeente ’sHertogenbosch heeft een eigen geurbeleid vastgelegd in de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente ’s-Hertogenbosch 2008. Het plangebied maakt onderdeel uit van gebied 2 binnen deze verordening. Gebied 2 is het noordelijk deel van De Groote Wielen en bevat deelgebieden De Lanen, Het Centrum en de Noordoosthoek. Buiten de bebouwde kom wordt in Gebied 1 en Gebied 2 en in afwijking van artikel 3, eerste lid, van de wet, een vergunning voor een veehouderij geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object meer bedraagt dan 5,0 odour units per kubieke meter lucht. Om te bepalen of er een geurbelasting op het plangebied ligt wordt dan ook de volgende normstelling gehanteerd: Tabel 5.1 | Normstelling geurbelasting en minimumafstanden planontwikkeling
Figuur 5.9 | Gebied 2 Verordening geurhinder en veehouderij (grijze arcering)
Binnen een straal van 2 km van het plangebied liggen verschillende veehouderijen welke momenteel een geurbelasting kunnen hebben op het plangebied. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de veehouderijen met een geuremissie binnen een straal van 2 km en 5 km.
2
Voor opslag van kuilvoer, vergisters etc. wordt uitgegaan van de VNG richtlijnen, zie paragraaf 5.7.
88
Figuur 5.10 | Studiegebied geur
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie heeft in haar Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant in artikel 3.50 vastgelegd dat de kans op cumulatieve geurhinder op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger mag zijn dan 12%. Dit vertaalt zich naar een geurbelasting van 10,0 oue/m3. Wgv contour geurnormen Er is in de vergunde/gemelde situatie één veehouderij waarvan de contour van de geurnorm van 5 oue/m3; P98 voor de voorgrondbelasting3 over de rand van het plangebied ligt. Het gaat hierbij om de veehouderij aan de Gewande 1a. Wanneer gerekend wordt vanuit de hoekpunten van het bouwvlak van de veehouderijen (omgekeerde werking 4), dan zijn er twee veehouderij waarvan de geurcontour van 5,0 oue/m3; P98 over het plangebied valt. Het gaat om de veehouderijen aan de Gewande 1a en Hustenweg 8. Vanwege de nabije ligging van de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8 is deze ook inzichtelijk gemaakt. Empelsehoefweg 8 In het geuronderzoek komt naar voren dat de contour van 5 oue/m3 van de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8 niet over het plangebied valt. De maximale geurbelasting op de grens van het plangebied is 1,8 oue/m3; P98. Deze geurbelasting ligt onder de ten hoogste toegestane waarde voor de geurbelasting. Het plan wordt dan ook niet gehinderd door de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8.
Wanneer gerekend wordt vanuit de hoekpunten van het bouwvlak van de veehouderij die het dichtst bij het plangebied zijn gelegen (omgekeerde werking), dan is de maximale geurbelasting op de rand van het plangebied 4,5 oue/m3; P98. De veehouderij aan de Empelsehoefweg 8 wordt ook vanuit deze aanvliegroute niet gehinderd in haar bedrijfsvoering door het plan. 3 Voorgrondbelasting is de berekende belasting van een individueel bedrijf. 4 Bij een beoordeling op basis van omgekeerde werking wordt niet enkel gekeken naar de voorgrondbelasting
vanaf het middelpunt van veehouderij, maar vanaf de contour rond de veehouderij. Hierdoor reikt de geurbelasting verder en wordt het volledige perceel meegenomen. Omgekeerde werking geeft bovendien inzicht in de mogelijkheden voor de veehouderij om zijn bedrijfsvoering te kunnen blijven voortzetten.
89
Figuur 5.11 | voorgrondbelasting Empelsehoefweg 8 (links) en omgekeerde werking (rechts)
Hustenweg 8 Uit de geurberekeningen voor de veehouderij aan de Hustenweg 8 blijkt dat de contour van 5,0 oue/m3; P98 niet over het plangebied valt. De maximale geurbelasting op de grens van het plangebied is 1,9 oue/m3; P98. Het plangebied wordt binnen de referentiesituatie dan ook niet gehinderd door de veehouderij aan de Hustenweg 8. Wanneer gerekend wordt vanuit de hoekpunten van het bouwvlak van de veehouderij die het dichtst bij het plangebied zijn gelegen (omgekeerde werking), dan is de maximale geurbelasting op de rand van het plangebied 6,4 oue/m3; P98. Deze geurbelasting ligt boven de ten hoogste toegestane waarde voor de geurbelasting. De veehouderij aan de Hustenweg 8 wordt in eerste instantie dan ook belemmerd in zijn bedrijfsvoering door het plan. De 5 oue/m3; P98 is echter maar voor een klein deel over het plangebied gelegen. Indien hier bij de verdere invulling van het plan rekening mee wordt gehouden, hoeft de veehouderij aan de Hustenweg 8 niet beperkt te worden in haar bedrijfsvoering door het plan.
Figuur 5.12 | voorgrondbelasting Hustenweg 8 (links) en omgekeerde werking (rechts)
Gewande 1a Uit de geurberekeningen voor de veehouderij aan de Gewande 1a blijkt dat de contour van 5,0 oue/m3; P98 over het plangebied valt. De maximale geurbelasting op de grens van het plangebied is 6,0 oue/m3; P98. Het deel van De Groote Wielen ten westen van het plangebied beperkt de veehouderij binnen de huidige situatie in een uitbreiding van haar activiteiten. Wanneer gerekend wordt vanuit de emissiepunten van de stallen van de
90
veehouderij, dan is de maximale geurbelasting op de rand van het plangebied 4,8 oue/m3; P98. In onderstaande figuur is dit weergegeven. De 5 oue/m3; P98, ligt niet over het plan.
Figuur 5.13 | voorgrondbelasting Gewande 1a (links) en vanuit de emissiepunten stallen (rechts)
Wgv minimumafstanden Er zijn 2 veehouderijen waarvan de contour van de minimum afstandsnorm (gerekend vanaf de grens van het bouwvlak), van 50 meter voor veehouderijen, over het plangebied valt. Het gaat hierbij om de Hustenweg 8 en Empelsehoefweg 8. Voor beide geldt dat de contour voor een klein deel over het plangebied valt.
Figuur 5.14 | Minimumafstanden naastgelegen veehouderijen
Wgv geurhinder In de vergunde/gemelde situatie is de maximale achtergrondbelasting 5 op de rand van het plangebied 9,7 oue/m3; P98. In de Gebiedsvisie geurbelasting vanuit agrarische bedrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch is aangegeven dat, voor bepaling van wat een acceptabel woon- en leefklimaat is, de milieukwaliteitscriteria van het RIVM gebruikt kunnen worden, zoals in de volgende tabel zijn opgenomen.
5 Achtergrondbelasting is de berekende gecumuleerde belasting van de verschillende bedrijven bij elkaar.
91
Tabel 5.2 | Milieukwaliteitscriteria RIVM concentratiegebied
Bedraagt de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de geurhinder. Als de voorgrondbelasting meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting dan is de voorgrondbelasting maatgevend voor de geurhinder. De maximale voorgrondbelasting op de rand van het plangebied bedraagt 4,8 oue/m3; P98 en de maximale achtergrondbelasting is 9,7 oue/m3; P98. Hiermee is voor het plangebied de achtergrondbelasting maatgevend voor de geurhindersituatie. De waarde van de maximale achtergrondbelasting op de rand van het plangebied komt overeen met een aantal gehinderden van 10-15%. Dit komt overeen met een milieukwaliteit in het plangebied ’redelijk goed’. Aangezien de achtergrondbelasting niet hoger is dan 10 oue/m3; P98, wordt ook voldaan aan artikel 3.50 uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Autonome ontwikkelingen geur Op het gebied van geur spelen geen autonome ontwikkelingen die van de belang zijn als referentiesituatie voor dit OER. Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het thema geur zijn verschillende ambities en doelen geformuleerd op basis van het bestaande beleid en wet- en regelgeving (zie onderstaand kader).
92
AMBITIES EN DOELEN • Binnen de bebouwde kom wordt in Gebied 1 en Gebied 2 en in afwijking van artikel 3, eerste lid, van de wet geurhinder en veehouderij, een vergunning voor een veehouderij geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object meer bedraagt dan 5,0 odour units per kubieke meter lucht (Verordening geurhinder en veehouderij ‘s-Hertogenbosch [19]). • Buiten de bebouwde kom wordt in Gebied 1 en Gebied 2 en in afwijking van artikel 3, eerste lid, van de wet, een vergunning voor een veehouderij geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object meer bedraagt dan 5,0 odour units per kubieke meter lucht. (Verordening geurhinder en veehouderij) • Op grond van artikel 6 van de wet en in afwijking van artikel 4, eerste lid, van de wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, tot een geurgevoelig object: binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter; buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter. • De grenzen voor het afwijken van de waarde voor de geurbelasting zijn opgenomen in artikel 6, eerste lid van de Wgv. Omdat de gemeente ’sHertogenbosch is gelegen in een concentratiegebied zijn de minimale en maximale waarden als volgt:
(Verordening geurhinder en veehouderij)
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot geur, zie onderstaande tabel.
(Agrarische) geurbelasting op gevoelige bestemmingen
Ambitieniveau De gemeente heeft in een Verordening geur aangeven welke geurbelasting is toegestaan als gevolg van veehouderijen. De verordening sluit aan bij de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)
Waardering referentiesituatie De geurhinder als gevolg van omliggende bedrijven is beperkt. De milieukwaliteit betreffende geur is redelijk goed (Wgv geurhinder). Er wordt voldaan aan de geldende normen van de Wgv. WAARDERING: NEUTRAAL (0)
93
5.6
Externe veiligheid
Groepsrisico (GR) en Plaatsgebonden risico (PR) In het plangebied bevinden zich in de huidige situatie geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Figuur 5.15 toont een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied en omgeving. Op de kaart is te zien dat rondom het plangebied meerdere risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. De dichtstbij gelegen risicovolle inrichtingen bevinden zich aan de noordrand van het plangebied. Het gaat hier om twee propaantanks. Voor beide inrichtingen is er geen sprake van overschrijding van het groepsrisico. De twee inrichtingen vallen niet onder de regelgeving van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Er zijn op grond van het Bevi dan ook geen veiligheidsnormen van toepassing welke een effect hebben op de eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Buiten de Bevi om kennen deze bedrijven richtafstanden voor veiligheid, waar planologisch rekening mee gehouden moet worden (in deze gevallen 10 en 30 meter, zie paragraaf 5.7).
Figuur 5.15 Externe veiligheid (plangebied: zwart omkaderd, bron: risicokaart.nl)
94
Daarnaast liggen er rondom het plangebied op ruime afstand een aardgasleiding, een snelweg en een spoorweg. Als gevolg van de grote afstand tot het plangebied liggende grootste externe veiligheidscontouren van deze bronnen ruim buiten het plangebied (bron: signaleringskaart EV). De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft een Uitvoeringskader externe veiligheid opgesteld [20]. In het uitvoeringskader is voor extra kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aangegeven wat het vestigingsklimaat is binnen de gemeente. Het plangebied valt in de zone waarbinnen extra kwetsbare objecten zijn toegestaan en waarvoor een standaard verantwoordingskader is opgesteld (motivering dat van een toename van het groepsrisico geen sprake is). In het plangebied zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid daarom geen voorzieningen nodig om risico’s op het gebied van externe veiligheid te beperken (bijvoorbeeld brandweerpaden). In het kader van het bestemmingsplan voor de Noordoosthoek is daarom geen nadere verantwoording nodig. Autonome ontwikkelingen externe veiligheid Op het gebied van externe veiligheid spelen geen autonome ontwikkelingen die van de belang zijn als referentiesituatie voor dit OER.
Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het thema externe veiligheid zijn verschillende ambities en doelen geformuleerd op basis van het bestaande beleid en wet- en regelgeving (zie onderstaand kader). Voor de referentiesituatie is gekeken hoe deze zich verhoudt tot deze ambities.
AMBITIES EN DOELEN • Aansluiten bij nationale wet- en regelgeving • Verantwoord ontwikkelen nabij risicobronnen (uitvoeringskader externe veiligheid [20]): Integrale afweging tussen risico's, ontwikkelingen en beheersbaarheid Extra kwetsbare groepen (bv. Kinderdagverblijf) niet situeren in de nabijheid van een risicobron. • Toepassen verantwoordingskaders in het bestemmingsplan • Beheersbaarheid binnenplans op orde (bluswatervoorziening, bereikbaarheid)
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot externe veiligheid, zie onderstaande tabel.
Groepsrisico (GR)
Ambitieniveau Er moet worden aangesloten bij nationale wet- en regelgeving. Bovendien moet de beheersbaarheid binnenplans op orde zijn en een verantwoordingskaders in het bestemmingsplan worden toegepast. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)
Waardering referentiesituatie Aangezien er in de huidige situatie geen personen langdurig samenkomen binnen het plangebied wordt er voldaan aan de wet- en regelgeving.
WAARDERING: NEUTRAAL (0)
95
Plaatsgebonden risico (PR)
5.7
Er moet worden aangesloten bij nationale wet- en regelgeving. Bovendien moet de beheersbaarheid binnenplans op orde zijn en verantwoordingskaders in het bestemmingsplan worden toegepast. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)
Er bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen het plangebied. Bovendien wordt er aangesloten bij de nationale wet- en regelgeving.
WAARDERING: NEUTRAAL (0)
Bedrijven milieuzonering
Richtafstanden (mogelijke knelpunten) Het plangebied is nu hoofdzakelijk in gebruik als grasland. Ook is er een gronddepot (voor de bouw van het Centrum en de Lanen) en ligt er een agrarisch bedrijf en een bedrijf dat machines en materieel verhuurt voor grondwerk op locatie. Buiten de panden van deze bedrijven is geen bebouwing aanwezig. Direct aan de rand van het plangebied van de Noordoosthoek liggen enkele agrarische bedrijven met hindercirkels (zie tabel 5.3). Het gaat om enkele intensieve veehouderijen en agrarische niet intensieve veehouderijen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een bedrijf in bestratingsmateriaal/hoveniersbedrijf. Tabel 5.3 geeft een overzicht van alle omliggende (agrarische) bedrijven inclusief milieucategorie en richtafstanden. In de tabel zijn alleen de bedrijven opgenomen die mogelijk kunnen overlappen met het plangebied, dit zijn er daardoor minder dan weergegeven op figuur 5.16. Tabel 5.3 | Milieuzonering rond omliggende bedrijven [21] Adres
Omschrijving
Rosmalensedijk 14
Dienstverlening t.b.v. de landbouw 2 – algemeen: b.o. <= 500 m² Dienstverlening t.b.v. de landbouw 2 – algemeen: b.o. <= 500 m²
Rosmalensedijk 15
Milieucategorie
Richtafstand
Grootste afstand
Geur
Stof
Geluid Gevaar
30
10
30
10
30
30
10
30
10
30
96
Rosmalensedijk 10
Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² Empelsehoefweg 8 Fokken en houden van rundvee (niet intensieve melkveehouderij) Mestvergister Empelsehoefweg 12 Fokken en houden van rundvee (niet intensieve melkveehouderij) Empelsehoefweg 5 Fokken en houden van rundvee (intensieve niet grondgebonden melkveehouderij) Hustenweg 8 Fokken en houden van rundvee (intensieve niet grondgebonden melkveehouderij) Fokken en houden van varkens Mestvergister
3.1
30
10
50
10
50
3.1
50
30
30
0
50
3.2 3.1
100 50
50 30
100 30
30 0
100 50
3.2
100
30
30
0
100
3.2
100
30
30
0
100
4.1 3.2
200 100
30 50
50 100
0 30
200 100
Figuur 5.16 Omliggende bedrijven
Autonome ontwikkelingen bedrijven milieuzonering De bedrijven die binnen de grenzen van het plangebied liggen, de Rosmalensedijk 14 en 15, zullen als gevolg van de ontwikkeling van de Noordoosthoek in de toekomst verdwijnen. In dat geval zal de hindercirkels rondom die bedrijven op termijn ook verdwijnen. Op het moment van opstellen van dit OER was nog niet bekend wat er uiteindelijk gaat gebeuren met de bedrijven. Daarom is de aanwezigheid van de bedrijven uitgangspunt voor de referentiesituatie. Verder spelen er op het gebied van bedrijven milieuzonering geen autonome ontwikkelingen die van de belang zijn als referentiesituatie voor dit OER.
97
Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het thema bedrijven milieuzonering geldt dat er moet worden aangesloten op bestaande wet- en regelgeving.
AMBITIES EN DOELEN • Aansluiten bij nationale wet- en regelgeving
Bovenstaand ambitieniveau is vergeleken met de referentiesituatie voor de verschillende criteria met betrekking tot bedrijven en milieuzonering, zie onderstaande tabel.
Richtafstanden
Ambitieniveau Er moet worden aangesloten bij nationale wet- en regelgeving.
AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)
Waardering referentiesituatie Er liggen enkele richtafstanden van bedrijven over het plangebied, maar er wordt voldaan aan de weten regelgeving. WAARDERING: NEUTRAAL (0)
5.8 Sociale aspecten De integraliteit van het planvoornemen en de aansluiting op de bestaande woonwijk heeft ook een belangrijke sociale component. Hierbij kan gedacht worden aan de kwaliteit van de openbare ruimte, sociale veiligheid, barrièrewerking en recreatieve mogelijkheden. Naast de manier waarop het planvoornemen effect kan hebben op sociale aspecten, kijken we ook naar de flexibiliteit van het planvoornemen zelf. Dit doen we door te kijken naar de responsiviteit op ingebrachte zienswijzen. Oftewel: hoe makkelijk kan in het bestemmingsplan worden ingespeeld op zienswijzen. In deze paragraaf wordt beschreven hoe de referentiesituatie zich verhoudt tot bovengenoemde beoordelingscriteria.
98
Kwaliteit openbare ruimte t.b.v. sociale samenhang In de huidige situatie is het plangebied geen openbare ruimte maar agrarische gronden met wat bedrijvigheid. Er is één weg welke doorloopt tot halverwege het plangebied. Doorgaand verkeer kan geen gebruik maken van deze weg. Verder is het gebied alleen vanaf de randen beleefbaar (vanaf de wegen, centrumgebied en de plas). Er is in de huidige situatie dan ook geen sprake van een openbare ruimte die bijdraagt aan de sociale samenhang in het gebied. Sociale veiligheid Het gebied is in de huidige situatie alleen via de Rosmalensedijk bereikbaar. Deze weg loopt halverwege het plangebied dood en is matig verlicht. Op die plek bevindt men zich buiten het zicht van de Hustenweg of omliggende bebouwing. Dit draagt niet bij aan de sociale veiligheid van het gebied. Barrièrewerking Op dit moment is geen sprake van barrièrewerking. Het plangebied zorgt op dit moment niet voor een beperking in de bereikbaarheid/verbinding van één of meer locaties. De reeds gerealiseerde wijken van De Groote Wielen hebben allen hun eigen ontsluitingswegen richting snelweg en de rest van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Verkeer dat richting het noorden en noordoosten wil, kan gebruik maken van de Hustenweg en de daarlangs gelegen fietspaden.
Recreatieve mogelijkheden De recreatieve mogelijkheden van het gebied zijn beperkt in de huidige situatie, de toegankelijkheid en ontsluiting van het gebied nodigen niet uit tot recreatie. Wat verder opvalt is dat het wandel- en fietsknooppuntennetwerk in de regio in het algemeen vrij fijnmazig is. In en rond het plangebied zijn echter weinig verbindingen aanwezig. Wel grenst het gebied aan de Groote Wielenplas. Op dit moment ligt er op de grens van het plangebied en deze plas een wandelpad (onderdeel van een rondje rondom de plas). De plas wordt aan de noordzijde verder niet ingezet ten behoeve van recreatie. Responsiviteit op ingebrachte zienswijzen Voor dit beoordelingscriterium geldt geen huidige situatie. Autonome ontwikkelingen sociale aspecten Ten westen van het plangebied wordt het centrumgebied van de Groote Wielen gebouwd. Op dit moment is dat nog niet gereed. In het gebied komen naast woningen ook winkels. Het gebied moet een groen karakter krijgen zonder harde kades. Het centrumgebied grenst aan de Noordoosthoek, hemelsbreed is de maximaal afstand tot de noordoostkant van het plangebied circa 1,5 kilometer. Dit gebied zal daarom de dichtstbijzijnde plek worden waar de bewoners van de Noordoosthoek terecht kunnen voor winkels en horeca. Doordat het centrumgebied nog niet is gerealiseerd, is een concrete invulling ervan op dit moment nog niet bekend.
Het is wel de verwachting dat dit gebied in bedrijf is op het moment dat de Noordoosthoek is gerealiseerd. Verder spelen er op het gebied van sociale aspecten geen autonome ontwikkelingen die van belang zijn als referentiesituatie voor dit OER. Referentiesituatie versus ambities Waardering
99