2. Bijlage Beleidsmatige afwijkingen Actualisatie Begroting 2025
Tekst van het document
Rapportage Beleidsmatige afwijkingen ACT 2025
Programma:
Werk en inkomen
Wat willen we bereiken:
Zoveel mogelijk mensen werken naar vermogen
Wat gaan we ervoor doen:
Langer dan twee jaar in de bijstand Werk draagt niet alleen bij aan bestaanszekerheid maar ook aan zelfwaardering, structuur en gezondheid. We geven mensen die al langer dan twee jaar een bijstandsuitkering ontvangen meer aandacht en begeleiding in hun ontwikkeling zodat ook zij de stap naar werk kunnen zetten.
Realisatie:
Gedeeltelijk
Toelichting afwijking:
We zetten intensief in op de begeleiding van mensen die langer dan 2 jaar in de bijstand zitten en voeren intensief regie op het ingezette traject. Door de afstand tot de arbeidsmarkt en de lange periode van uitkeringsafhankelijkheid zien we dat deze mensen een langdurige aanpak nodig hebben om in beweging te komen. Ook zien we dat mensen die aan het werk gaan, dit soms parttime doen waardoor een gedeeltelijke uitkering nodig blijft. Hierdoor gaat de uitstroom van deze doelgroep uit de uitkering naar werk minder snel dan vooraf ingeschat. Landelijk onderzoek wijst overigens uit dat ongeveer 1/3 van de mensen in de bijstandsuitkering duurzaam niet kan werken.
Programma:
Werk en inkomen
Wat willen we bereiken:
Zoveel mogelijk mensen werken naar vermogen
Wat gaan we ervoor doen:
We bereiden ons voor op de wijzigingen in de Participatiewet (Participatiewet in balans) en waar nodig passen we de uitvoering aan. Hierbij borduren we voort op onze ingeslagen koers, waarbij we menselijke maat, vertrouwen en eenvoud al centraal stellen. Beoogde invoeringsdatum van de maatregelen is 1 juli 2025.
Realisatie:
Gedeeltelijk
Toelichting afwijking:
De beoogde invoeringsdatum is uitgesteld naar 1 januari 2026. Onze voorbereiding op de nieuwe wet gaat door en waar mogelijk anticiperen we op de voorgenomen wijzigingen.
Programma:
Werk en inkomen
Wat willen we bereiken:
Zoveel mogelijk mensen werken naar vermogen
Wat gaan we ervoor doen:
We bereiden ons met de gemeenten en partners in de regio Noordoost Brabant voor op de transitie van de arbeidsmarktinfrastructuur die op 1 januari 2026 ingaat. We gaan gedurende het transitiejaar 2025 aan de slag met het vormen van het Regionaal werkcentrum, het Regionaal Beraad en het opstellen van het samenwerkingsconvenant en de Regionale Meerjarenagenda.
Realisatie:
Gedeeltelijk
Toelichting afwijking:
De invoeringsdatum is uitgesteld naar 1 juli 2026 omdat de aanpassing van SUWI-wetgeving en besluit vertraging heeft opgelopen. Het transitiejaar is daardoor met een half jaar verlengd. In Noordoost Brabant werken we sinds september 2024 al samen in het regionaal werkcentrum. Onze voorbereidingen lopen geen vertraging op.
Programma:
Gelijke kansen talentontwikkeling
Wat willen we bereiken:
Het percentage jongeren dat onvoldoende mentaal welzijn ervaart. De ambitie voor 2025 is 22%.
Wat gaan we ervoor doen: Realisatie:
De laatste meting is uit 2023 en daarbij is het percentage 28%.
Toelichting afwijking:
Mentale gezondheid van jongeren is nog niet hersteld na corona en mentale gezondheid staat ook onder druk als gevolg van de complexe samenleving. De meetwaarde komt uit de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD waarbij leerlingen uit het 2e en 4e leerjaar van het voortgezet onderwijs in het najaar van 2023 vragenlijsten invulden. De volgende meting is in 2027, de resultaten worden medio 2028 verwacht.
Programma:
Gelijke kansen talentontwikkeling
Wat willen we bereiken:
Het percentage kinderen van 0-4 jaar met een indicatie dat deelneemt aan de voor- en vroegschoolse educatie (VVE-arrangementen) De ambitie voor 2025 is > 90%
Wat gaan we ervoor doen: Realisatie:
Verwachting is dat het percentage kinderen 85% zal zijn
Toelichting afwijking:
Een verklaring is dat een deel van de kinderen die in aanmerking komt voor VVE naar andere vormen van kinderopvang gaan (kinderdagverblijf, gastouder). Deelname van 90% aan voorschoolse educatie in 2025 is een te hoge ambitie. Het landelijk gemiddelde is tussen de 80 en 85%.
Programma:
Gelijke kansen talentontwikkeling
Wat willen we bereiken:
Het percentage leerlingen dat voortijdig het onderwijs verlaat De ambitie voor 2025 is < 2%
Wat gaan we ervoor doen: Realisatie:
We verwachten dat de dalende trend aanhoudt waarmee het VSV-percentage 0,1% afneemt en uitkomt rond de 2.30%.
Toelichting afwijking:
We blijven ons inzetten voor het realiseren van onze ambitie het percentage voortijdig schoolverlaters onder de 2% te krijgen en houden. Uit analyse van de afgelopen 5 jaar blijkt dat het verschil met het landelijke VSV cijfer nagenoeg gelijk blijft. Conform de landelijke trend steeg het VSV-cijfer tijdens de Coronapandemie waarna in 2024 het percentage t.o.v. 2023 is gedaald van 2,59% naar 2,41%. Wij verwachten dat deze trend zich voor 2025 doorzet en daalt naar 2,30%. Daarmee komt het VSV-percentage steeds dichter bij het niveau voor de Coronapandemie.
Programma:
Gelijke kansen op financiële (zelf)redzaamheid
Wat willen we bereiken:
Inwoners met problematische schulden zijn zo snel mogelijk schuldenzorgvrij.
Wat gaan we ervoor doen:
We zetten erop in om het proces tussen de intake en schuldregeling te verkorten. Doelstelling 2025: 9,5 maanden.
Realisatie:
De doorlooptijd is door externe factoren in 2024 opgelopen naar 11 maanden (in 2023 was dit 10 maanden). We hebben acties ingezet op de mogelijkheden die we intern hebben om de doorlooptijden te verkorten. Denk bijvoorbeeld aan het versoepelen van interne
overdrachtsmomenten en het optimaliseren van de werkzaamheden van de ondersteuner om de schulddossiers sneller compleet te krijgen. Een positieve ontwikkeling is dat er landelijk wetgeving in de maak is die maximale reactietermijnen voor schuldeisers regelt. We verwachten dan ook dat de doorlooptijd in 2025 terug zal lopen, maar doordat deze sinds 2023 is opgelopen is het niet reëel dat we de doelstelling van 9,5 maand in 2025 zullen halen. Toelichting afwijking:
In 2023 is met een landelijke wijziging de termijn van een schuldregeling gehalveerd. Dit heeft als bijeffect dat veel schuldeisers minder gemakkelijk akkoord gaan met een voorstel, waardoor we vaker de weg moeten bewandelen naar de rechtbank voor een wettelijk traject (wsnp) of een dwangakkoord. Dit kost veel tijd, o.a. door de lange wachttijden bij de rechtbank. Ook in minnelijke trajecten (waar geen rechtbank bij komt kijken) zien we terug dat schuldeisers sinds de verkorting van het traject meer vragen stellen over het arbeidsvermogen en willen weten of het maximale haalbare voorstel wordt aangeboden. Dit heeft een vertragend effect op de doorlooptijd van een dossier. We zien daarnaast dat de reactietermijn van meerdere schuldeisers langer is geworden. Dit heeft een vertragend effect op de doorlooptijd van een dossier