2. Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Deelgebied F Gasthuiskwartier Ruimtelijke Onderbouwing
Gemeente ’s-Hertogenbosch juli 2021
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding........................................................................................................................... 3
1.2
Situering projectgebied ...................................................................................................... 5
Beleid ......................................................................................................................................... 6 2.1
Rijksbeleid .......................................................................................................................... 6
2.2
Provinciaal Beleid ............................................................................................................... 7
2.3
Gemeentelijk Beleid ........................................................................................................... 8
Projectbeschrijving ................................................................................................................... 11 3.1
Huidige situatie ................................................................................................................. 11
3.2
Nieuwe situatie: beschrijving initiatief .............................................................................. 11
3.3
Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 15
Milieu en planologische aspecten ............................................................................................ 17 4.1
Algemeen ......................................................................................................................... 17
4.2
Geluid ............................................................................................................................... 17
4.3
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 17
4.4
Stikstof.............................................................................................................................. 18
4.5
Externe veiligheid ............................................................................................................. 18
4.6
Bodem .............................................................................................................................. 19
4.7
Hinder van bedrijvigheid/hinderlijke activiteiten ............................................................... 19
4.8
Milieueffectrapportage ...................................................................................................... 19
4.9
Water ................................................................................................................................ 20
4.10
Flora en fauna .................................................................................................................. 21
4.11
Archeologie ...................................................................................................................... 21
4.12
Groen ............................................................................................................................... 21
4.13
Duurzaamheid .................................................................................................................. 22
Financiële economische uitvoerbaarheid ................................................................................. 23
Bijlagen: 1. Ladderonderbouwing 2. Akoestisch onderzoek 3. Onderzoek stikstofdepositie 4. Ecologische voortoets stikstof 5. Heersende veld meting 6. Opgraving, variant archeologische begeleiding
2
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
De gemeente ‘s-Hertogenbosch wil medewerking verlenen aan het bouwen van circa 78 woningen bovenop een commerciële plint in deelgebied F op het voormalige GZG-terrein thans Gasthuiskwartier geheten. De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft op 9 september 2014 het Ruimtelijk en Functioneel Kader GZG vastgesteld voor de invulling van Fase 1 van het Gasthuiskwartier.
Afbeelding 1.1 Fasering Gasthuiskwartier in Ruimtelijk en Functioneel Kader GZG
Vervolgens is er een stedenbouwkundig plan met ruimtelijke onderbouwing in de inspraak gebracht voor een deeluitwerking van fase 1 dat het woongedeelte (bouwveld) betreft dat globaal wordt begrensd door de Zuid-Willemsvaart, de Tolbrugstraat en een nieuwe diagonaal, in de vorm van een gebogen weg komend vanaf de Kasterenbrug richting Arenaplein: de Chirurgijnstraat. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een fijnmazige indeling van het bouwveld. Naast de Chirurgijnstraat is vanuit de Zuid-Willemsvaart een insteek gemaakt in het bouwveld die zich vertakt in twee straten richting Sterplein ter hoogte van de Stoa en één straat richting Tolbrugstraat (vice versa). Deze laatstgenoemde straat kan bij de uitwerking aansluiting geven op Fase 2, het nu nog bestaande voormalige verpleegstersflatgebouw ook wel bekend als De Bloemenkamp. Deze straten heten de Zoemerenstraat en de Lintermansstraat. Een belangrijk uitgangspunt in het stedenbouwkundig plan is de inpassing in het stadsweefsel. De gebruikte middelen daarvoor zijn, behalve de wijze waarop het bouwveld in kleinere delen is verdeeld, variatie en afwisseling. De samenhang van de individuele bouwplannen wordt bewaakt door een aangestelde supervisor. Hierdoor zal met behoud van samenhang een variatie ontstaan in beukmaten en een gevarieerd straatbeeld.
3
Afbeelding 1.2 Gasthuiskwartier: deelgebieden nieuwbouw en bestaand
In voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing is in vervolg op het stedenbouwkundig plan bouwveld fase 1 deelgebied F uitgewerkt in de vorm van een concept bouwplan voor de bouw van circa 78 woningen op een commerciële plint. Dit concept bouwplan voldoet grotendeels aan de kaders van het Ruimtelijk en Functioneel kader. Het wijkt slechts af op ondergeschikte onderdelen. Zo steekt het gebouw aan de zuidkant iets door het bouwvlak en is de hoogte van een deel van de bebouwing iets hoger vanwege de benodigde extra hoge plint vanwege het inpassen van het wijkverdeelstation in het gebouw. Over het concept bouwplan heeft de gemeentelijke Monumenten- en Welstandscommissie op 15 april 2021 op hoofdlijnen een positief advies uitgebracht. 4
1.2
Situering projectgebied
Het projectgebied betreft deelgebied F. De uitwerking hiervan betreft het laatste deelgebied van het bouwveld tussen de Zuid-Willemsvaart en het zogenaamde Middengebied. Dit bouwveld ligt globaal het gebied tussen de Tolbrugstraat, Zuid-Willemsvaart en Chirurgijnstraat. Deelgebied F ligt tussen Tolbrugstraat en Chirurgijnstraat in.
Afbeelding 1.3 Stand van zaken deelgebieden nieuwbouw Gasthuiskwartier
De ontwikkeling van dit bouwveld vindt gefaseerd plaats: • deelgebieden A en B: 43 woningen opgeleverd begin 2020 • deelgebieden C, D en E: 67 woningen, deelgebied C in verkoop, start bouw begin 2021 en deelgebieden D en E start verkoop 1e helft 2021 • deelgebied F: 78 woningen, start verkoop 2e helft 2021
5
2.
Beleid
2.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid: 1. een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Het laatstgenoemde nationaal belang houdt in dat bij stedelijke ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) dient te worden gemotiveerd. De (regionale) behoefte aan nieuwe voorzieningen moet daarbij aantoonbaar gemaakt worden en aangegeven moet worden in hoeverre in die behoefte zou kunnen worden voorzien door benutting van bestaande bebouwing en binnen bestaand stedelijk gebied beschikbare gronden. In de ladderonderbouwing (Ladderonderbouwing Gasthuiskwartier Blok F Rho adviseurs, 19 maart 2021) zijn de beoogde functies voor deelgebied F van het Gasthuiskwartier onderbouwd conform de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van de analyse in deze rapportage wordt geconcludeerd dat er voldoende behoefte is aan de woningen en verschillende voorzieningen.
Deze functies spelen in op de (toekomstige) behoefte van ‘s-Hertogenbosch De woningmarkt van ’s-Hertogenbosch staat onder druk. In Noord-Brabant, en met name in de stedelijke gebieden is de vraag naar woningen groot. Er is een tekort aan woningen, en tegelijkertijd groeit ook de bevolking. Dit betekent dat er meer woningen gerealiseerd moeten worden. Voorliggend bouwplan met 78 woningen kan hier een bijdrage aan leveren. Daarmee wordt aangesloten op de beleidsmatige inzet van inbreidingslocaties. Ook wordt rekening gehouden met de opgave ten aanzien van een gedifferentieerd woonprogramma, met een groot aandeel sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen (46%). De ontwikkeling van de plint in Deelgebied F van het Gasthuiskwartier ziet toe op een flexibele invulling voor commerciële functies. Verschillende functies zullen hier mogelijk gemaakt kunnen worden; detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijke voorzieningen. Ook wordt er flexibiliteit geboden in de maatvoering van de unit. Door in de plint van het gebouw commerciële functies toe te voegen, wordt er ook op straatniveau (in de plint) levendigheid gebracht. Door de 6
mix van functies kan het gebied voor verschillende doeleinden worden gebruikt; winkelen, horeca, werken. Dat bevordert de dynamiek in dit gebied, en kan ook een goede schakel zijn tussen de verschillende winkelgebieden in de binnenstad. De ontwikkeling draagt bij aan de gewenste dynamische binnenstad en leidt niet tot onaanvaardbare negatieve effecten. De conclusie is dan ook dat de beoogde gebiedsontwikkeling een totaalpakket van verschillende functies is dat past bij de ambities voor de Brede Binnenstad. Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de herontwikkeling van dit deel van de binnenstad van ’s-Hertogenbosch door meer dynamiek toe te voegen. Door de mix aan verschillende functies kan dit gebied ook op meerdere manieren gebruikt worden. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. 2.2
Provinciaal Beleid
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Dit is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De Structuurvisie behelst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Op de structurenkaart bij de Structuurvisie is het projectgebied aangewezen als 'stedelijk concentratiegebied' en ‘Brabantstad’. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De vijf grote steden van Brabant Stad, waaronder 's-Hertogenbosch, ontwikkelen zich er tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden. Verordening Ruimte In de Verordening ruimte, vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 14 maart 2014, staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten de gemeenten al in een vroeg stadium waar ze rekening mee moeten houden. De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren.
De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Feitelijk is de verordening de juridische doorvertaling van de structuurvisie. Conform de verordening ligt het projectgebied in bestaand stedelijk gebied - stedelijk concentratiegebied. Artikel 4.1 van de verordening is hierop van toepassing. Hierin is opgenomen dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen mogelijk gemaakt mogen worden in bestaand stedelijk gebied. Het initiatief voldoet hieraan. Bovendien moet, in geval van nieuwbouw van woningen, een verantwoording gegeven worden over de regionale woningbouwafspraken en de harde plancapaciteit. De locatie Gasthuiskwartier is sinds een aantal jaren opgenomen in het overzicht van potentiële woningbouwcapaciteit van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Deze locatie is als zodanig geaccordeerd in de regionale woningbouwafspraken met de provincie Noord-Brabant. De locatie geldt als een uitbreiding van de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. Versterking en intensivering van de woningvoorraad, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, in de binnenstad is een van de uitgangspunten van het woonbeleid. Er is in onderhavige situatie sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Omgevingsvisie Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld.
Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerkingtreden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en 7
lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. 2.3
Gemeentelijk Beleid
Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.
Het ‘ruimtelijk motto’ van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. De RSV vermeldt over het gebied van het Gasthuiskwartier (daar nog GZG-terrein genoemd) dat hier een versterking en uitbreiding van het compact stadscentrum met een eigentijds centrummilieu komt. De keuze voor dit gebied als prioritaire (top)gebied is gemaakt omdat het de positie van de binnenstad als hét belangrijkste commerciële en culturele centrum van de stad versterkt én de stad met het terrein die positie wil behouden en zelfs uitbouwen tot een permanente positie in de top 10 van winkelsteden. Woonvisie 2020 Het woonbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie ’sHertogenbosch. Deze is op 9 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd: 1. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen 2. Leefbare en inclusieve buurten 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 4. Strategisch innovatief woonprogramma.
Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten.
8
Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad. Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. Daarbij is de ambitie een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën: - minimaal 30% sociale huur - minimaal 20% middenhuur en goedkope koop - maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop Op projectniveau wordt gestreefd wordt naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. Nieuwe woningen kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus.
Dit door het realiseren van (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen. Maar ook door het mogelijk maken van verdichting en verduurzaming van woonbuurten buiten het centrum en in groenstedelijke woonmilieus. Het plan voor deelgebied F bevat circa 78 koopwoningen en draagt in kwantitatieve zin bij aan de ambitieuze nieuwbouwdoelstelling van 10.500 woningen in de periode 2020-2030. In kwalitatieve zin versterkt het plan het wonen in de binnenstad en met de 36 sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen draagt het plan bij aan de opgave van betaalbaar wonen in 's-Hertogenbosch. De afspraken over de betaalbaarheid van de woningen zijn in 2016 vastgelegd in de in de anterieure overeenkomst met de VOF Gasthuiskwartier: de Samenwerkingsovereenkomst GZG-terrein. Hierin is vastgelegd dat 20% van de nieuwbouwwoningen op het Gasthuiskwartier zogenaamde ‘goedkope woningen’ moeten zijn. Deze goedkope woningen kunnen zowel woningen in de goedkope koop als woningen in de sociale huur zijn. De 36 sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen van het projectgebied betreft zo'n 18% van het totaal aan reeds gerealiseerde dan wel te realiseren nieuwbouwwoningen in Fase 1 (bestaande uit de deelgebieden A, B, C, D, E, F en het zwerfgebied).
De overige sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen worden gerealiseerd in Fase 2, de ontwikkeling van de Bloemenkamp. In dit gebied wordt de bestaande zusterflat Bloemenkamp naar verwachting vervangen door circa 115 sociale huurappartementen (in verschillende categorieën huurprijzen) en 20 koopappartementen Na de totale herontwikkeling dient minimaal 20% van het totaal aantal woningen in deelgebieden A, B, C, D, E, F, het zwerfgebied, het middengebied en De Bloemenkamp sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen te zijn. Het aantal van minimaal 20% sociale huurwoningen of goedkope koopwoningen woningen zal met de herontwikkeling van de Bloemenkamp met 115 sociale huurwoningen ruimschoots gehaald worden. Hiermee komt het totaal aan sociale huurwoningen en/of goedkope koopwoningen op ruim 40% van het totale nieuwbouwprogramma in het Gasthuiskwartier. Bij nieuwe woningbouwlocaties moet sprake zijn van duurzaam ruimtegebruik. Door de trek naar de stad is er sprake van een toenemende vraag naar (binnen)stedelijke woonmilieus. Een belangrijke ruimtelijke opgave voor ‘s-Hertogenbosch is het zorgen voor voldoende inbreidings- en transformatielocaties. In de bestaande stad richt de gemeente zich op gebieden die zich in de toekomst lenen voor uitbreiding van (binnen)stedelijke woonmilieus. Dit draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik.
9
De woningbouwlocatie GZG maakt onderdeel uit van ‘potentiële woningbouwcapaciteit’ zoals die jaarlijks, op verzoek van de provincie, door het college wordt vastgesteld. De potentiële woningbouwcapaciteit moet voldoende zijn om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030. Ook daarna wordt nog een stevige groei in de woningbehoefte voorzien, die pas na 2035 iets gaat afvlakken. Om in deze woningbehoefte te kunnen voorzien is het echter niet alleen van belang om voldoende potentiële woningbouwcapaciteit te hebben, maar vooral ook om voldoende harde plancapaciteit (vastgestelde plannen) te hebben. Begin 2020 bedroeg de harde plancapaciteit zo'n 3.000 woningen. In 2020 zijn diverse grote plannen door de gemeenteraad vastgesteld, waarmee de harde plancapaciteit per 1-1-2021 tot circa 4.500 woningen is toegenomen. Om de nieuwbouwambitie van de Woonvisie te realiseren is echter meer en continu aanvullende harde plancapaciteit nodig. Dit bouwplan draagt daar met 78 woningen aan bij.
In de regio wordt het overzicht van potentiële woningbouwcapaciteit gedeeld en worden nieuwe (uitbreidingslocaties) met elkaar besproken. De ontwikkeling van de woningen past binnen de regionale woningbouwafspraken. De locatie geldt als een uitbreiding van de binnenstad van ’sHertogenbosch en het plan versterkt en intensiveert het wonen in de binnenstad, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Er is dan ook sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Economisch perspectief Brede Binnenstad Het Economisch perspectief Brede Binnenstad is door de gemeenteraad vastgesteld op 9 maart 2021. Met het Economisch perspectief Brede Binnenstad werken we samen met de partners in de binnenstad aan een dynamische binnenstad. Het doel is een gevarieerde en complete Brede Bossche Binnenstad, die bestaat uit verschillende sfeergebieden. Het Gasthuiskwartier wordt benoemd als een gebied waar luxe, binnenstedelijk wonen gecombineerd wordt met winkels (gekoppeld aan de Arena), werken en vermaak etc. Een gebied om te dwalen langs nieuwbouw en historisch bebouwing in combinatie met een vernieuwde openbare ruimte. De ontwikkeling van de plint in deelgebied F van het Gasthuiskwartier ziet toe op een flexibele invulling voor verschillende commerciële functies als detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijke voorzieningen.
Daarbij wordt er flexibiliteit geboden in de maatvoering van de unit. Door de mix van commerciële functies in de plint, wordt er ook op straatniveau levendigheid gebracht. Dat bevordert de dynamiek in dit gebied, en kan ook een goede schakel zijn tussen de verschillende winkelgebieden in de binnenstad. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de doelstelling van de dynamische brede binnenstad.
10
3.
Projectbeschrijving
3.1
Huidige situatie
Het Gasthuiskwartier betreft het terrein, waar het voormalige GZG ziekenhuis heeft gestaan. Op het terrein worden de vijf monumentale gebouwen in het zogenaamde Middengebied gehandhaafd. Daarnaast is het overige deel al deels bebouwd en/of in ontwikkeling en een klein deel betreft nog braakliggend terrein. De eerste uitwerking van het stedenbouwkundig plan is inmiddels gebouwd. Deze ontwikkeling behelst de deelgebieden A en B en het realiseren van de ondergrondse parkeergarage. Vervolgens is het zogenoemde zwerfgebied in aansluiting met de Nieuwstraat in ontwikkeling genomen. Ook is gestart met de voorbereidingen op de tweede uitwerking van het stedenbouwkundig plan voor het Gasthuiskwartier. Het bestaat uit de deelgebieden C, D en E. Start bouw van deelgebied C is voorzien voor eerste helft 2021, waarna deelgebieden D en E volgen. Binnen het projectgebied deelgebied F is de tweelaagse kelder reeds in aanbouw.
B F
D A
E C
Afbeelding 3.1 Overzicht met Impressie van inbedding bouwblokken in de historische binnenstad
3.2
Nieuwe situatie: beschrijving initiatief
Deelgebied F ligt deels aan de Tolbrugstraat en aan het binnengebied. Deelgebied F vormt samen met het deelgebied E een stedelijk gesloten blok. Het project bestaat uit twee delen: de kelder en de bovenbouw. De kelder is al in aanbouw. De ontwikkeling zoals opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit de bovenbouw van Deelgebied F. Basis: kelder in aanbouw Binnen deelgebied F wordt een tweelaagse kelder gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de reeds bestaande kelder binnen het gebied. Op niveau -2 komt een stallingsgarage met 44 autoparkeerplaatsen in aansluiting op de hoofdkelder onder de rest van het Gasthuiskwartier. De in- en uitrit van de gehele stallingsgarage is ver van het projectgebied gelegen onder het appartementencomplex in deelgebied B aan de Nieuwstraat. Op niveau -1 komt een openbare fietsenparkeervoorziening met circa 1.000 fietsparkeerplaatsen. De in- en uitgang van deze fietsparkeervoorziening is aan de zijde van de Chirurgijnstraat gelegen. Op 27 februari 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met de casco aankoop en realisatie van 11
deze fietsparkeervoorziening en besloten hiervoor krediet beschikbaar te stellen. Deze fietsenparkeervoorziening vervangt de huidige fietsenstalling aan het Burgemeester Loeffplein die onderdeel is van de tweede fase van de gebiedsontwikkeling Gasthuiskwartier. Met deze nieuwe gemeentelijke fietsenparkeervoorziening, groter dan de huidige fietsparkeervoorziening aan het Burgermeester Loeffplein, wordt voorzien in de toenemende vraag naar fietsparkeervoorzieningen aan de rand van het centrum, specifiek voor de markt en de zijde van de Arena. Deze fietsenstalling is daarmee een aanvulling op de bestaande fietsenstallingen. Vanuit de drie belangrijkste invalswegen probeert de gemeente de fietser te verleiden om de gratis fietsenstallingen te gebruiken. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens om de aankomende periode in te zetten op slimme, schone en duurzame mobiliteit. De fiets neemt daarbij een prominente plek in. Het is nodig te blijven investeren in het stimuleren van het fietsgebruik en de daarbij behorende voorzieningen. De kelder t/m begane grondvloer zijn reeds in aanbouw. De hoofdopzet voor het bouwblok van deelgebied F ligt daarmee vast. Het gaat dan om de draagstructuur, de wijze van overbouwen van het bestaande wijkverdeelstation, de stijgpunten, de contour aan de buitenzijde en aan de galerijzijde, de hoogten en de schachten.
Bovenbouw De bovenbouw bestaat uit een plint met een focus op commerciële ruimte en circa 78 woningen. Boven op de tweelaagse kelder komt een bouwmassa die bestaat uit een extra hoge plint met daar bovenop drie tot vijf bouwlagen. Plint De plint betreft een extra hoge bouwlaag van circa 5,7 meter. Deze extra hoge bouwlaag is ontworpen om het bestaande wijkverdeelstation op de hoek in het gebouw in te kunnen passen. Het programma voor de plint bestaat uit: - commerciële ruimte van circa 1.775 m² BVO (circa 1.550 m² VVO) op te delen in minimaal drie en maximaal tien units; - entree fietsenstalling inclusief hellingbaan; - integratie bestaand wijkverdeelstation en één portiek/trappenhuis aan zijde Tolbrugstraat; - portiek/trappenhuis tegenover blok van deelgebied D en Stergebouw; - 1 benedenwoning (met extra verdiepingshoogte) in aansluiting op blok van deelgebied E. De commerciële ruimte mag uitsluitend worden gebruikt voor de volgende functies: detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, publiekverzorgend ambacht en dienstverlening en een bedrijf zoals genoemd in de bij deze ruimtelijke onderbouwing behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging onder de categorieën A, B of C. Ook is maximaal 400 12
m² bvo horeca in de vorm van daghoreca (d.w.z. een horecabedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit gericht is op het – overdag – al dan niet ter plaatse verstrekken en bereiden van etenswaren en dranken en waarvan de openingstijden aansluiten bij de openingstijden van winkels) of een restaurant (d.w.z. een horecabedrijf, primair gericht op het, overdag en avond, verstrekken en bereiden van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is). Lagen boven de plint Op plint zit een gelaagde opbouw van bouwlagen met woningen. Het gaat om drie, vier respectievelijk vijf bouwlagen bovenop de plint. Het concept bouwplan bestaat in totaal uit circa 78 appartementen. Het betreft een evenwichtige mix: - 36 kleine appartementen van circa 40 m² GBO - 21 middelgrote appartementen van circa 65 m² tot circa 85 m² GBO - 21 grote appartementen van circa 100 tot circa 150 m² GBO Het (concept) bouwplan van deelgebied F past grotendeels binnen de kader van het Ruimtelijk functioneel kader GZG. Bij de uitwerking van het bouwplan zijn enkele afwijkingen van het RFK ontstaan. Zo steekt de bouwmassa aan de zuidkant door de maximale rooilijn van het RFK. Het gaat om circa 1,5 à 2 meter. Hierdoor kan het wijkverdeelstation aan de zuidzijde ingepakt worden met een voorziening op de kop van het gebouw wat de levendigheid van de plint ten goede komt.
Deze kleine verandering in de ligging van het gebouw is vanuit stedenbouw en de inrichting van de openbare ruimte geen probleem. Het doorzicht richting het middengebied met de historische bebouwing blijft namelijk bestaan. De aanpassing is verwerkt in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Daarnaast is een gedeelte van de bebouwing iets hoger dan in het RFK voorzien vanwege de extra hoge plint van de bebouwing en de verschuiving van het accent van het gebouw. In het RFK is uitgegaan van een bouwhoogte van 11 tot 21 meter. Daarbij is op de zuidelijke hoek een zoekgebied aangegeven voor een architecturaal accent met een maximale hoogte van 23 meter.
Afbeelding 3.2 Impressie bovenaanzicht Deelgebied F
13
Afbeelding 3.3 Impressie bovenaanzicht Deelgebied F zijde Chirurgijnstraat
De bebouwing van het (concept)bouwplan kent een gevarieerde opbouw in hoogten, variërend van drie, vier tot vijf bouwlagen boven op een hoge plint. De extra hoge plint is nodig om het bestaande wijkverdeelstation in het gebouw op te nemen. De bouwhoogte van deze plint bedraagt bijna 5,7 meter. De bouwhoogte van de eerste tot en met vijfde verdieping (boven de plint) bedraagt iets meer dan 3 meter per bouwlaag, waarbij de dakrand van de bovenste bouwlaag iets hoger is om de isolatie en techniek op dak te onttrekken aan het zicht. De hoogte van de bebouwing van de drie, vier en vijf bouwlagen op de plint van circa 15, 18 en 21 meter komt met de dakrand neer op circa 16,5 resp. 19 en 22 meter. De hoogte van de bebouwing bestaande uit vijf bouwlagen op de plint inclusief dakrand is daarmee hoger dan de 21 meter uit het RFK. Dit is terug te leiden tot de extra hoge plint die nodig is voor het inpassen van het wijkverdeelstation. De bebouwing sluit met deze hoogte in grote lijnen aan bij de overige bebouwing boven een commerciële plint in het Gasthuiskwartier. De geleding in volume is vergelijkbaar met de gebouwen in blok A (De Monseigneur en The Fifth) en blok C (Florence). Om voldoende variatie in het gebouw te maken is een architectonisch accent gemaakt door extra verdiepingshoogte van de toplaag.
De hoogte van de vloer is ter plekke circa 22,8 meter, terwijl de hoogte inclusief de dakrand circa 23,6 meter hoog is. In tegenstelling tot het RFK bevindt dit accent zich niet op de zuidelijke punt van het gebouw maar net daarnaast en is ook dit deel van bebouwing iets hoger dan de genoemde maximale hoogte van 23 meter in het RFK i.v.m. de benodigde hoogte van de plint. Door het accent iets naar het noorden te plaatsen levert dit een minder dominante kop op richting het Burgemeester Loeffplein en kan meer variatie gemaakt worden in het blok. De opbouw begint daarmee niet met het hoogste punt op de kop maar bouwt op naar het hoogste punt en ook weer af richting het blok van Deelgebied E. Daarmee is een vriendelijkere overgang gemaakt in het stadsilhouet. Ook is het daarmee mogelijk geworden een ander pand een meer eigen karakteristiek te geven. Want hoewel hier een fors programma van appartementen gerealiseerd wordt, is ook hier het gebouw opgedeeld in kleinere architectonische eenheden die de pandsgewijze indeling van de binnenstad karakteriseert. Elk pand heeft een eigen uitstraling waardoor de appartementen vanaf straatniveau duidelijk te herleiden zijn tot verdiepingen binnen die panden. De panden zijn ontworpen door twee verschillende architecten.
Zij hebben de volgende middelen ingezet om variatie te bereiken: verschil in hoogte, pandbreedte, materiaalgebruik en kleurstellingen, verschillende gevelopeningen, erkers, balkons, buitenruimtes, dakbeëindigingen en verschillende plintindelingen en entrees. Dit alles versterkt de variatie binnen de herkenbare eenheid in de binnenstad door ook hier verschillende functies boven elkaar te stapelen met beneden de fietsenkelder, de voorzieningen op maaiveld en de woningen erboven. Hiermee heeft het programma met een groot aantal appartementen een uitstraling gekregen die past bij de korrelgrootte en variatie die eigen is aan het Gasthuiskwartier. 14
Afbeeldingen 3.4 en 3.5 Impressie aanzichten deelgebied F vanaf Burgemeester Loeffplein
Afbeeldingen 3.6 en 3.7 Impressie aanzichten deelgebied F zijde Chirurgijnstraat
3.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Een van de doelen van de Actualisatie Koersnota (2017) is het weren van doorgaand verkeer door en rond de binnenstad. De Zuid-Willemsvaart is een onderdeel van de binnenstadsring die wordt vormgegeven als 30-km/u zone. Autoverkeer dat ten opzichte van de binnenstad doorgaand is, zal door deze maatregel kiezen voor het rijden over een van de auto-doorstroomassen. Dit zal leiden tot een afname van intensiteiten op de Zuid-Willemsvaart. Met de Chirurgijnstraat is invulling gegeven aan de belangrijke langzaamverkeersroute vanuit de Van Berckelstraat naar de binnenstad, die door het Gasthuiskwartier richting Arena/Burgemeester Loeffplein loopt. Het gehele projectgebied legt de nadruk op een interne ontsluiting voor voetgangers en fietsers met inprikpunten aan de Zuid-Willemsvaart, Tolbrugstraat en het Kardinaal van Rossumplein via de Zoemerenstraat, de Lintermansstraat en de Chirurgijnstraat. Dat is mede mogelijk gemaakt door de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen onder het Gasthuiskwartier en de ingang van de parkeerkelder aan de Nieuwstraat. Parkeren In het gebied rondom het projectgebied is het parkeren gereguleerd. Onder het gebouw van deelgebied F wordt de bestaande kelder omgebouwd tot een tweelaagse kelder waarvan één laag (niveau -2) wordt ingericht als parkeergarage voor auto’s in aansluiting op de stallingsgarage in de hoofdkelder.
Dit betreft de omgebouwde kelder van het voormalige ziekenhuis naar stallingsgarage die ligt onder de deelgebieden A, C, D en E. Het conceptbouwplan gaat uit van in totaal uit 78 appartementen, in een mix van 36 kleine appartementen (circa 40 m² GBO), 21 middelgrote appartementen (circa 65-85 m² GBO) en 21 grote appartementen (100-150 m² GBO). De in de SOK opgenomen parkeernorm voor het bewonersparkeren die gehanteerd wordt voor de verschillende typen appartementen: - 0,7 parkeerplaats per klein appartement - 1 parkeerplaats per middelgroot en/of groot appartement 15
Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt dan totaal: (36 * 0,7) + (42 * 1) = (naar boven afgerond) 68 parkeerplaatsen. Bezoekersparkeren kan plaatsvinden in de openbare parkeergarages en de transferia. De stallingsgarage onder het gebouw op niveau -2 bevat 44 parkeerplaatsen in aansluiting op de hoofdkelder. De overige benodigde parkeerplaatsen bevinden zich in de hoofdkelder. De parkeercapaciteit van de stallingsgarage onder het gebouw samen met de hoofdkelder moet toereikend zijn om in de parkeerbehoefte voorzien voor alle woningen in de deelgebieden A, B, C, D, E, F en het zwerfgebied te kunnen voorzien. Die parkeerbehoefte komt voort uit de 43 woningen in deelgebieden A en B, 67 woningen in deelgebieden C, D en E en de bovengenoemde 78 woningen in deelgebied F. Ook voor de woningen in het zwerfgebied wordt voorzien in de parkeerbehoefte, te berekenen op basis van de parkeernormen in de SOK. De totale parkeercapaciteit in de kelder in relatie tot het totale programma laat een tekort van zeven parkeerplaatsen zien. Dit kleine tekort kan worden opgelost door het inzetten van minimaal drie deelauto’s. De in- en uitrit van de stallingsgarage is onder het appartementencomplex aansluitend aan de voormalige polikliniek aan de Nieuwstraat gelegen. Bezoekers kunnen parkeren op de openbare parkeerplaatsen rond het projectgebied.
Hier bevinden zich parkeergarages en straatparkeerplaatsen waar (betaald) geparkeerd kan worden.
16
4.
Milieu en planologische aspecten
4.1
Algemeen
Er bestaat een duidelijke relatie tussen ruimtelijke ordening en milieu, duurzaamheid en veiligheid/gezondheid. De laatste tijd groeien deze beleidsvelden steeds sterker naar elkaar toe. Milieu, duurzaamheid en veiligheid/gezondheid vormen belangrijke afwegingen bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het ontwikkelen/herstructureren van een bepaalde locatie wordt onderzocht welke van deze aspecten een rol spelen c.q. uitgangspunt moeten zijn. In deze paragraaf worden de diverse milieuaspecten globaal beschreven. De focus van 's-Hertogenbosch ligt op een compacte, complete en levendige stad, en duurzaam. Intensief, flexibel en dubbel ruimtegebruik zijn gewenst om natuur en ommelanden te sparen en om een beter draagvlak te hebben voor voorzieningen. Dit plan draagt bij aan de verwezenlijking van de compacte, complete en levendige stad, aantrekkelijk uit een oogpunt van intensief ruimtegebruik, maar met consequenties ten aanzien van enkele milieuaspecten. Het ontwerp van het plan dient al deze aspecten in zijn eigen specifieke omgeving te optimaliseren zodat bij voorkeur geen overschrijding van normen plaatsvindt en eventuele ontheffingen tot het noodzakelijke beperkt. Hieronder worden de desbetreffende afwegingen weergegeven. 4.2
Geluid
De akoestische situatie is beoordeeld vanuit een benadering op basis van de Wet geluidhinder en op basis van een goede ruimtelijke ordening. Deze beoordeling sluit aan bij het gemeentelijk geluidbeleid. De gemeentelijke beleidsnota geeft onder meer aan bij welke geluidbelasting er consequenties zijn voor onder meer een verplichte woningindeling. Uit het geluidonderzoek wegverkeer kan worden opgemaakt dat de woningen binnen Deelgebied F een gevelbelasting hebben van ten hoogste 61 dB. De locatie ligt op de overgang van een 50 km/uur regime naar een 30 km/uur zone. Hiervoor is een procedure hogere grenswaarde geluid noodzakelijk. Alle woningen beschikken over een geluidluwe (verblijfs)ruimte. Dit is conform ons geluidbeleid. Daarnaast is de geluidsbelasting van de parkeervoorziening in het projectgebied, de naastgelegen parkeergarage Arena en het busstation Zuid-Willemsvaart op Deelgebied F beoordeeld. Voor de nieuwe parkeervoorziening en het busstation aan de Zuid Willemsvaart geldt dat de geluidbelasting ter plaatse van Blok F voldoet aan de eis van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de geluidbelasting ten gevolge van parkeergarage Arena geldt dat deze ter plaatse van de voorgevels van de woningen aan de Tolbrugstraat hoger is dan de gehanteerde eis van 50 dB(A).
Uit een berekening blijkt dat het geluid van wegverkeer hoger is dan de geluidbijdrage van de parkeergarage. Er kan derhalve een maatwerkvoorschrift opgelegd worden aan de parkeergarage. De bedrijfsvoering kan daarmee veilig worden gesteld, terwijl de hinder naar omwonenden beperkt is. 4.3
Luchtkwaliteit
De binnenstad trekt veel bezoekers, woon-werkverkeer en bevoorradingsverkeer, waardoor de verkeersintensiteiten op de binnenring relatief behoorlijk hoog zijn. Deze intensiteiten met de op kortere afstand gelegen bebouwing heeft tot gevolg dat op de binnenring en de toevoerwegen een relatief hogere belasting van de luchtkwaliteit optreedt. Voor het Gasthuiskwartier gaat het dan om de Zuid-Willemsvaart, Tolbrugstraat, Kardinaal van Rossumplein. Luchtbelastingen van bedrijvigheid of andere significante activiteiten zijn hier niet aan de orde, zeker niet nu de beroepsvaart van de Zuid-Willemsvaart is verdwenen. Om de belastingen vanwege het wegverkeer terug te dringen wordt door de gemeente een pakket van generieke maatregelen getroffen met als doel de hoeveelheid verkeer terug te dringen, de doorstroming te verbeteren en de hoofdinfrastructuur te optimaliseren. Dit door het aanleggen van transferia, het verbeteren van het openbaar vervoer, het verbeteren van de fietsvoorzieningen, 17
door het autoluw maken van de binnenstad (door het aanpassen van de infrastructuur en het verbeteren van de doorstroming), rijden met schonere wagens (gemeentelijk wagenpark), via concessieverlening openbaar vervoer, milieuzonering van de binnenstad (beperkte toelating vrachtverkeer) en vervoermanagement bij bedrijven. In combinatie met het schoner worden van motoren wordt voor de komende jaren een fikse verbetering van de complete luchtsituatie verwacht, zij het dat in zijn algemeenheid voor binnenstedelijke situaties de verbetering langzamer verloopt dan daarbuiten. Uit het landelijke rekenprogramma blijkt dat voor de belangrijkste, maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de wettelijke waarden ruim onder de grenswaarde van 40 microgram blijven. Daardoor kan gesteld worden dat het aspect luchtkwaliteit voor de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt. 4.4
Stikstof
Gezien de zorg voor de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden dient aandacht te worden besteed naar mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling als gevolg van een toename van de stikstofdepositie. In de omgeving van het projectgebied ligt Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, waar beschermde en stikstofgevoelige vegetaties aanwezig zijn. Voor de gebruiksfase kan gesteld worden dat de parkeergarage reeds vergund is en het gebouw in de gebruikersfase geen uitstoot zal hebben (aardgasvrij). Voor de bouwfase is onderzoek uitgevoerd. Uit opgestelde stikstofberekeningen (Onderzoek stikstofdepositie Gasthuiskwartier, Blok F, SAB, maart 2021) blijkt dat de ontwikkeling leidt tot enige depositie op Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek in de aanlegfase. Om te onderzoeken of de stikstofdepositie van de ontwikkeling significant negatieve gevolgen kan hebben op het Natura 2000-gebied is een ecologische voortoets uitgevoerd (Ecologische voortoets stikstof Gasthuiskwartier, Blok F, SAB, maart 2021). Uit de voortoets blijkt, dat bij de habitattypen waar door de ontwikkeling depositie optreedt, de achtergronddepositie momenteel de KDW overschrijdt. Op de leefgebieden waar door de ontwikkeling depositie optreedt is dit niet het geval.
Uit het onderzoek blijkt verder dat deze habitattypen gevoelig zijn voor verzuring en vermesting door stikstofdepositie. In de voortoets is vervolgens op basis van objectieve gegevens onderzocht of de deposities die de ontwikkeling veroorzaakt in deze vegetaties voor merkbare of meetbare gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen zorgen. Uit het onderzoek blijkt dat de deposities die de ontwikkeling veroorzaakt zo gering zijn, dat meetbare of merkbare, dus significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen daarvan zijn uitgesloten. Tot slot is een cumulatietoets uitgevoerd, om te onderzoeken of de ontwikkeling samen met andere plannen of projecten tot een significant gevolg zou kunnen leiden. Uit deze toets blijkt dat door vaststaand beleid de stikstofdepositie in dit deel van het Natura 2000-gebied aanzienlijk zal dalen. Ook in cumulatie met andere ontwikkelingen zijn significant negatieve gevolgen daarom uitgesloten. 4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's die samenhangen met activiteiten en handelingen met gevaarlijke stoffen. Het kan hierbij gaan om inrichtingen waarin gevaarlijke stoffen worden gebruikt of opgeslagen, maar ook door het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, water, spoor of ondergrondse leidingen. Potentiële gevaarlijke inrichtingen zijn er niet in of nabij het projectgebied. Relevante vervoerstromen in of nabij het projectgebied zijn niet aanwezig. De Brandweer dient een oordeel te geven over de bereikbaarheid en de mogelijkheden tot ontvluchten van het projectgebied. Op basis van de verdere uitwerking van het bouwplan dienen bluswatervoorzieningen, afspraken over blussen wijkverdeelstation en vereisten ten aanzien van de bereikbaarheid van het gebouw en constructieve vereisten nader worden ingevuld. Het conceptbouwplan is op 5 oktober 2020 in het kader van een pre-toets getoetst aan de brandveiligheidsaspecten van het Bouwbesluit 2012. De conclusie is dat, hoewel het plan inclusief 18
de gelijkwaardige oplossingen nog nader zal moeten worden uitgewerkt, de verwachting is dat uiteindelijk aan het toetskader kan worden voldaan.
4.6
Bodem
In de loop der jaren zijn voor het totale bouwveld van het Gasthuiskwartier diverse bodemonderzoeken verricht en is ook al een deel sanering uitgevoerd. Voor dit totale bouwveld geldt dat er sprake is van heterogene, verontreiniging waarvoor: - functiegerichte sanering nodig is; - bepaalde procedures doorlopen moeten worden in kader van afgeven omgevingsvergunning en grondverzet. Voor het projectgebied geldt dat er al sprake is van werkzaamheden aan de bestaande kelder. Voor het projectgebied is in 2016 onderzoek uitgevoerd. Functiegerichte sanering is met name aan de orde in geval van tuinen, waar in deelgebied F geen sprake van is. Aanvullend onderzoek dan wel sanering is dan ook niet nodig. Voor de activiteit bouwen van de omgevingsvergunning is een melding Wet bodembescherming nodig. 4.7
Hinder van bedrijvigheid/hinderlijke activiteiten
Vanuit een oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. In deelgebied F is naast woningen ook commerciële ruimte van circa 1.775 m² bvo voorzien. De commerciële ruimte mag worden gebruikt voor detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, publiekverzorgend ambacht en dienstverlening en een bedrijf zoals genoemd in de bij deze ruimtelijke onderbouwing behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging onder de categorieën A, B of C. Ook is maximaal 400 m2 bvo horeca in de vorm van daghoreca of een restaurant toegestaan. Het betreft functies die gezien de ligging van het projectgebied in de binnenstad en daarmee onderdeel van een gemengd gebied goed kunnen worden gecombineerd. Ook is ondergronds in een fietsenstalling en parkeergarage voor auto’s voorzien. De in- en uitgang van de ondergrondse parkeergarage van deelgebied F is echter ver buiten het projectgebied gelegen aan de Nieuwstraat. Ten slotte is een bestaand wijkverdeelstation in het bouwblok opgenomen. Deze functies zullen de gevoelige (woon-)functies buiten het projectgebied niet ontoelaatbaar belasten, en omgekeerd. Ook is er geen bedrijvigheid aan de randen buiten het projectgebied die inbreuk maakt op de voorziene functies binnen het projectgebied.
Deze bedrijven moeten nu al meer nabijgelegen woonfuncties respecteren, maar bovendien worden de gebruikelijke richtafstanden voor een gemengd gebied gehaald. De toegang tot de stallingsgarage Arena heeft een adequate afschermende functie gekregen voor het geluid. Voor het wijkverdeelstation is het uitgangspunt dat de magneetveldzone van het wijkverdeelstation voor erboven en/of er naast gelegen woningen onder de 0,4 microtesla moet blijven. De maximaal gemeten veldsterkte boven het wijkverdeelstation ter plaatse van Deelgebied F Gasthuiskwartier is 0,25 microtesla, ruim onder de norm van 0,4 microtesla (Meetrapport Heersende veld meting Gasthuiskwartier OC V.O.F., Holland Shielding Systems B.V., 25 juni 2021). Bovendien daalt de veldsterkte bij een grotere afstand. Daarnaast heeft de meting in de huidige situatie plaatsgevonden. Boven het wijkverdeelstation zal nog een nieuw pakket van (thermische) isolatie en een constructieve vloer aangebracht worden voor het direct bovengelegen appartement. Het inpassen van het wijkverdeelstation komt tot stand in nauw overleg met Enexis en dient te voldoen aan het Bouwbesluit. 4.8
Milieueffectrapportage
Beoordeling Nagegaan is of voor deze ruimtelijke onderbouwing een milieueffectrapport of een m.e.r.beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: 19
a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.); b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) is vereist. Ad a. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r.-plichtig aangezien deze niet voorkomen op de C-lijst. Een directe m.e.r.-plicht is daarmee niet aan de orde. Dit project kan mogelijk aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2) en om die reden m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Een stedelijk ontwikkelingsproject is direct m.e.r.beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2.000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Gelet op de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden deze grenzen niet overschreden. Uit de in dit hoofdstuk genoemde onderzoeken en onderbouwingen blijkt dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig en te verwachten zijn. Een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-aanmeldingsnotitie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Ad b.
Het projectgebied ligt in centrumstedelijk gebied en op circa 750 meter van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. De beoogde ontwikkelingen in het plangebied hebben geen significant negatief effect op het Natura 2000-gebied. De tussenliggende afstand is hiervoor en de externe factoren door de ontwikkelingen zijn dusdanig van aard zijn dat geen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied zijn te verwachten. Een en ander wordt ook bevestigd door de resultaten van het uitvoeren van een stikstofdepositieonderzoek, zoals beschreven in paragraaf 4.4. Een rechtstreekse m.e.r.-(beoordelings-)plicht is daarom niet aan de orde. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde, die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. De conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Het bevoegd gezag heeft dan ook besloten dat voor de voorgenomen activiteit geen milieueffectrapportage nodig is. 4.9
Water
Algemeen Water is een steeds belangrijker element in de ruimtelijke ordening, dat zowel voor bepaalde beperkingen als bepaalde kansen kan zorgen. Integraal waterbeheer beoogt een robuust en veerkrachtig, dus klimaatbestendig watersysteem, waarbij functies en beleving zoveel mogelijk worden gecombineerd (natuur, groen, energie, klimaat). De belangrijkste uitgangspunten van het waterschap zijn: - wateroverlastvrij bestemmen: locatiekeuze voor hoog en droog, eventueel compenseren/ mitigeren; - gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; - doorlopen van afwegingsstappen: hergebruik, infiltratie, buffering, afvoer; - hydrologisch neutraal ontwikkelen: hydrologische situatie moet minimaal gelijk blijven dus de natuurlijke grondwaterstand mag niet verlaagd worden en afvoer mag niet toenemen; - water als kans: zoeken naar meerwaarde bij ontwikkeling watertoepassingen (m.n. beleving); - meervoudig ruimtegebruik: ontwikkeling voor natuur, recreatie etc.; - voorkomen van vervuiling: bron-aanpak bij mogelijke bronnen van verontreiniging; - waterschapsbelangen: ruimteclaims voor waterberging, aanwezigheid van watersystemen, keringen e.d. 20
Onderzoek Op basis van het divers bodemonderzoek met boringen en sonderingen en gegevens uit het DINO loket TNO (grondwatermetingen) zijn de bodemopbouw en grondwaterstanden bezien. Waarschijnlijk staat de grondwaterstand ook enigszins onder invloed van de fluctuatie van de ZuidWillemsvaart. Toepassing Ten aanzien van de uitgangspunten voor een duurzaam waterbeheer wordt het volgende opgemerkt. Met betrekking tot het gebied van de gebiedsontwikkeling Gasthuiskwartier is sprake van een grootschalige herstructurering in een bestaand stedelijk gebied. Een locatiekeuze in de zin van wateroverlastvrij bestemmen is in die zin niet aan de orde, maar bovendien is deze locatie al voldoende hoog en droog i.c. wateroverlastvrij. Het gescheiden houden van vuil afvalwater- en schoon regenwater is evident. Voor de gehele locatie is in principe uitgegaan van volledige afkoppeling van daken en openbare ruimte. Voor de drukke verkeersgebieden zoals de Zuid Willemsvaart en de Tolbrugstraat moet mogelijk een uitzondering worden gemaakt vanwege het risico van verontreiniging. Voor het overige wordt er vanuit gegaan dat het afgekoppelde hemelwater voldoende schoon is en blijft voor andere toepassingen. Voor het gehele terrein van de gebiedsontwikkeling Gasthuiskwartier is een waterplan gemaakt. Het waterschap heeft een vergunning (onder voorwaarden) voor het gehele gebied afgegeven.
Aangetoond moet worden dat hier aan voldaan wordt. De toepassing van de bergingsopgave voor het gehele gebied is bezien op (her-)gebruik van hemelwater en de toepassing van vegetatiedaken/berging op daken en op ondergrondse en bovengrondse berging. De belangrijkste toepassing is gevonden in een ondergrondse berging in de wegfundering met aansluitingen op de Zuid-Willemsvaart en later de Binnendieze (zgn. aquaflow-systeem). Op het dek van de hoofdstallingsgarage is een grondpakket van 1,5 meter bedacht. Hierdoor kunnen er bomen worden geplant en tuinen worden aangelegd, die water kunnen opnemen zonder dat het water direct afgevoerd moet worden. 4.10
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het vanuit de natuurwetgeving van belang om na te gaan of er door de werkzaamheden negatieve effecten op beschermde natuurwaarden optreden. De toetsing aan de Wet natuurbescherming (toen nog aan de Flora- en faunawet) heeft al plaatsgevonden bij de sloop van het voormalige ziekenhuis. De aanwezigheid van dwergvleermuizen werd geconstateerd. Als mitigerende maatregel zijn er in de directe omgeving vleermuiskasten gehangen. Thans is er sprake van een leeg onbebouwd gebied waar geen beschermde plant- of diersoorten aanwezig zijn, waardoor er geen nadelige effecten verwacht mogen worden. Bovendien is de ondergrondse parkeerkelder dat de basis vormt voor de opbouw van deelgebied F al in aanbouw. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. 4.11
Archeologie
Door het handhaven van de bestaande kelder onder het voormalige ziekenhuis zijn de grond(graaf)werkzaamheden in het gebied Gasthuiskwartier beperkt gebleven. Voor de nieuwe ondergrondse infrastructuur voor de aan te leggen wegenstructuur heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Ter plaatse van de nieuwe bouwblokken heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden op die delen die niet onderkelderd waren en waar op basis van historisch kaartmateriaal bebouwing te verwachten was. In deelgebied F, dat grotendeels onderkelderd is, heeft aan de oostzijde een archeologisch opgraving plaatsgevonden. Met het uitgevoerde onderzoek (Opgraving, variant archeologische begeleiding Gasthuiskwartier: rond het voormalig ziekenhuis, rapport A-17.0271, BAAC, februari 2020) zijn er geen belemmeringen meer voor de nieuwbouw. 4.12
Groen
In het bomenbeleid is aangegeven dat bij beslissingen met betrekking tot de instandhouding, het verplanten of vervangen van bomen in een ruimtelijk traject alle belangen duidelijk afgewogen 21
moet worden tegen het boombelang. Deze afweging heeft plaatsgevonden bij de start van de totale gebiedsontwikkeling van het Gasthuiskwartier. De bomen langs de Zuid-Willemsvaart zijn zoveel als mogelijk was, behouden gebleven, in ieder geval de bomen vóór de woningen in de deelgebieden A en B. Ook de bomen aan het Kardinaal van Rossumplein zijn gehandhaafd. Voor deelgebied C konden niet alle bomen gehandhaafd blijven vanwege het besluit om de kelder onder het oude ziekenhuis te laten zitten en te verbouwen tot stallingsgarage. In of rondom deelgebied F staan geen bomen waardoor een toets aan het bomenbeleid voor dit bouwplan niet aan de orde is. Het inrichtingsplan voor het Gasthuiskwartier heeft een groen karakter. Hierin is er van uitgegaan dat veel nieuwe bomen in het openbaar gebied worden geplant. Naast deze bomen vindt er een sterke vergroening plaats door het realiseren van groene binnentuinen. Een deel van de Tolbrugstraat (vanaf Zuid Willemsvaart tot aan circa halverwege deelgebied E) ten slotte krijgt door beplanting aan beide zijden van de straat een groen karakter. 4.13