CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

1A. Jaarstukken 2023

Gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-programmabegroting 2025 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)27.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3 alinea's met “verslag”: 1384 1387 1388

Wat heeft het in 2023 gekost? REKENING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING NA WIJZIGING 2023

Personeel en inhuur

5.136

6.658

6.699

5.945

Opleiding en loopbaanbegeleiding

524

841

381

463

Dienstreizen & woon-werkverkeer

329

587

409

413

Overige personele kosten

339

295

470

380

Organisatie

172

197

215

153

Huisvesting

682

719

755

679

Kantoor

108

139

132

100

Informatisering/ automatisering

2.097

1.767

2.081

2.182

Vervoermiddelen

24

82

48

47

Extern onderzoek/ advies

177

232

170

184

Overige kosten

38

104

3.676

3.582

9.627

11.621

15.034

14.128

0

100

100

0

9.627

11.721

15.134

14.128

0

0

770

816

Bijdrage personeel

203

0

214

247

Overige baten

19

0

3.526

3.475

TOTAAL BATEN

222

0

4.510

4.539

-9.405

-11.721

-10.625

-9.589

BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000

Wat hebben we bereikt? Indicatoren bedrijfsresultaat Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF) KPI

NORM 2023

REALISATIE 2021

2022

TOELICHTING 2023

Productiviteit

1.399

-

-

1.415

Paragraaf 4.8

Declarabiliteit

1.316

1.383

1.323

1.297

Paragraaf 4.8

Gemiddeld uurtarief

€ 104,45

€ 96,82

€ 97,67

€ 105,44

Paragraaf 3.5

5,5%

5,8%

6,3%

5,9%

Paragraaf 2.3

Formatie overhead

22%-24%

23%

22,5%

22,7%

Paragraaf 2.3

Aandeel kosten overhead totaal

35%-37%

33,2%

29,6%

29,2%1

Paragraaf 3.4

Weerstandsratio

1,0 – 1,5

1,47%

0,83%

1,07

Paragraaf 2.1

Flexschil

15% - 20%

17,6%

22,5%

19,6%

Paragraaf 2.3

Ziekteverzuim

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN Rentebaten

SALDO

REKENING 2023

Dit percentage is in de presentatie gecorrigeerd voor een grote incidentele uitgave mbt de afrekening van de Attero claim die is doorbelast naar oud-RMB gemeenten.

1 

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

39

40

2 Paragrafen

41

2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.

Berekening benodigde weerstandscapaciteit Voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit gaat de ODBN uit van de mogelijke financiële impact na het nemen van beheersmaatregelen vermenigvuldigt met de kans dat het risico zich voordoet. Mocht het financiële effect van een risico een structurele impact op de begroting hebben, dan wordt de benodigde weerstandscapaciteit verdubbeld. Dit in de veronderstelling dat er maximaal 2 jaar nodig is om dit structurele effect in de begroting te verwerken.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Inventarisatie risico’s Nieuw risico Niet halen declarabiliteit In dit ‘nieuwe’ risico zijn een aantal risico’s uit de vorige inventarisatie samengevoegd. De risico’s ‘Externe ontwikkelingen’, ‘Hoger ziekteverzuim’, ‘Krappe arbeidsmarkt’ hebben allemaal hetzelfde gevolg namelijk een daling van de declarabiliteit van de organisatie. Wanneer de declarabiliteit niet gehaald wordt, ontstaat er een dekkingsprobleem in de begroting. Dit risico heeft een grote impact op het benodigde weerstandsvermogen. Het is het grootste financiële risico dat de ODBN definieert. Gestegen risico’s Ontbreken Cao voor 2025 In de vorige risico-inventarisatie was een risico opgenomen voor het niet bekend zijn van de Cao voor het jaar X+1. Dit risico blijft in deze risico-inventarisatie bestaan aangezien er nog geen Cao is voor 2025. In de risicoberekening is uitgegaan van een totale impact op de loonsom die 1% hoger uitvalt dan de voorspellingen van het CPB. Door de grote omvang van de loonsom in onze begroting valt daarmee dit risico circa € 37.000,- hoger uit dan in de vorige risico-inventarisatie.

ODBN Jaarstukken 2023

42

Niet-toegankelijke ICT-omgeving We zien de complexiteit en digitale afhankelijkheid van de organisatie toenemen. Door de maatschappelijke relevantie van het werk van de Omgevingsdienst bestaat er ook de kans op een digitale aanval waardoor de dienstverlening van de organisatie plat komt te liggen. Jaarlijks wordt er veel aandacht besteed aan de digitale veiligheid en de vaardigheid van medewerkers. Doordat het risico op het platliggen als gevolg van een digitale aanval nu ook in het risico is meegenomen, is dit risico gestegen ten opzichte van voorgaande inventarisaties. In afwijking van het beleid hebben we hier wel een afwijkende risico-inschatting opgenomen. Het beleid kent een inschatting van 25%, 50% of 75%. Op basis van de maatregelen die getroffen zijn is 25% een te grote kans met een onevenredig grote impact op de benodigde weerstandscapaciteit, daarom hier uitgegaan van een kans van 5%. Verlaagde risico’s Onevenredige stijgende inhuur tarieven Dit risico gaat over de stijging van de kosten voor externe inhuur die niet meer binnen de indexering van onze loonsom bekostigd kan worden. Vergeleken met het vorige peilmoment is de impact van dit risico verlaagd. In de begroting 2024 en 2025 zitten behoorlijke loonindexeringen opgenomen. Daarnaast zien we dat ondanks de krappe arbeidsmarkt het aantal bureaus dat zijn tarieven extra verhoogd omdat de vraag er is, beperkt is.

Daarmee is de financiële impact van de risico verlaagd van € 200.000 naar € 69.000. Onrust in de wereld leiden tot prijsstijgingen Dit risico gaat over de snel stijgende kosten voor uitgaven in de bedrijfsvoering die niet opgevangen kunnen worden binnen de prijsindexering van de begroting. In de begroting 2024 en 2025 zijn de prijsindexeringen conform de voorspellingen van het CBS opgenomen. Daarmee verwachten we dat de impact van sterk stijgende prijzen beperkt kan worden. Verdwenen risico’s Externe ontwikkelingen Dit risico ging over de impact die externe ontwikkelingen op de organisatie hebben. Doordat wijzigingen van hogere overheidsorganen en uitspraken van rechtbanken zich snel opvolgden, wordt in de organisatie veel tijd besteed aan het monitoren en vertalen van deze ontwikkelingen naar de praktijk van de ODBN. Dit zijn uren die vaak niet gefactureerd kunnen worden bij een opdrachtgever. Daarmee verhoogde dit de druk op de declarabiliteit. Dit risico is in deze jaarrekening samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’.

Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt leidt er toe dat er meer wisselingen van personeel zijn dan we graag zouden willen zien. Tot nu toe lukt het over het algemeen nog steeds om de vacatures weer in te vullen. Wel zien we dat de mensen die we vinden vaak meer inwerktijd vragen om op vlieghoogte te brengen. Dit heeft impact op de declarabiliteit van de nieuwe medewerker, maar ook van collega’s die inwerken. Dit risico is samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’. Uitstel invoering Omgevingswet Het uitstellen van de Omgevingswet heeft invloed gehad op de beschikbare opleidingsuren en budgetten. Aangezien de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden lopen we geen risico op uitstel meer en is dit risico niet meer opgenomen in ons risicoprofiel. Concept Cao Bij het opstellen van de begroting 2024 was er nog geen definitieve Cao voor 2023. In de onderhandelingen tussen werkgevers en bonden was het verschil ook vrij groot. De impact die de nieuwe Cao op de begroting kon hebben was daarmee fors. Voor 2024 geldt dat er een nieuwe vastgestelde Cao is. Doordat we nu weten wat het effect van de Cao is, kan dit risico voor de begroting vervallen.

Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.

Totale omvang Netto-risico's

Weerstandsratio

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Opbouw van de weerstandsratio. Hoger ziekteverzuim dan begroot Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van een verwacht ziekteverzuim percentage van 5,5%. Wanneer dit percentage hoger ligt, heeft dit invloed op de declarabiliteit van de organisatie. Daarom is dit risico samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’.

OMSCHRIJVING

JAARREKENING 2023

Algemene reserve op 01-01

1.852.238

1.852.238

Risicoprofiel

1.446.000

1.735.000

1,28

1,07

WEERSTANDSRATIO

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

BEGROTING 2023

ODBN Jaarstukken 2023

43

44

45

Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN

REKENING 2022

BEGROTING 2023

JAARREKENING 2023

Netto schuldquote

-27%

-25%

-22%

Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen

-27%

-25%

-22%

Solvabiliteitsratio in %

45%

46%

43%

Structurele exploitatieruimte

2,4%

1,4%

5,1%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN. Solvabiliteitsratio: Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt. De solvabiliteit van de ODBN in 2023 was 43%, daarmee geeft het een indruk van de goede financiële positie van de ODBN. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Met een structurele exploitatieruimte van 5,1% is zichtbaar dat de verhouding tussen de structurele lasten en de structurele dekking bij de ODBN op orde is.

Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is.

ODBN Jaarstukken 2023

46

2.2 Paragraaf Financiering

47

Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s.

Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Ook voor de investeringen die we doen hebben we geen leningen nodig. Daarom worden er aan investeringen ook geen rente toegerekend.

Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. Voor het kasgeldlimiet volgen wij in samenspraak met de accountant, de definities van de Wet FIDO. In de definitie komen enkel en alleen bank, kas en aanverwante liquide middelen terug. Voor de vlottende schuld hanteert de wet FIDO het volgende: 1. de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar; 2. de schuld in rekening-courant; 3. de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en; 4. de overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van een vaste schuld. De ODBN heeft om deze reden geen vlottende schulden volgens de definitie van de wet FIDO in de berekening voor het kasgeldlimiet.

ODBN Jaarstukken 2023

Renteresultaat treasury

KASGELDLIMIET

48 UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN

VLOT TENDE SCHULD

NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT

VLOT TENDE MIDDELEN

A. Gemiddeld vlottend overschot

OMSCHRIJVING | BEDRAGEN IN € 1.000 a

Externe rentelasten over korte en lange financiering

b

Externe rentebaten SALDO EXTERNE RENTELASTEN

49 BEDRAG €0 € 816.000 -/- € 816.000

Ultimo 1e kwartaal

€

-

€ 15.714.326,68

€ -15.714.326,68

Ultimo 2e kwartaal

€

-

€ 14.981.868,45

€ -14.981.868,45

d

Interne eigen rente

€0

Ultimo 3e kwartaal

€

-

€ 27.432.125,30

€ -27.432.125,30

e

Toerekening rente via renteomslag

€0

Ultimo 4e kwartaal

€

-

€ 34.491.787,82

€ -34.491.787,82 € -23.155.027,06

B. Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal

€ 36.780.011,09

Percentage regeling

8,20% €

3.015.960,91

C. Ruimte kasgeldlimiet Gemiddeld vlottend overschot (A)

€ -23.155.027,06

Kasgeldlimiet (B)

€

RUIMTE ONDER KASGELDLIMIET

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY

-/- € 816.000

Rentebaten De effecten van de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn een nieuw fenomeen voor de ODBN. Jarenlang hadden we te maken met een relatief stabiele renteontwikkeling of zelfs een negatieve rente. In de loop van het jaar is de rente op het schatkistbankieren meermalen verhoogd tot nu 3,9%. Daarnaast is ons saldo op de schatkist ook gestegen door o.a. de reguliere maar ook onvoorziene bevoorschotting van de SPUK-uitkeringen. Ons saldo is opgelopen van 17 miljoen euro bij aanvang van het jaar, naar ruim 28 miljoen euro medio september tijdens het opstellen van de bestuursrapportage. Als gevolg van dit hoge saldo hebben wij in de bestuursrapportage gemeld dat we dit jaar circa € 770.000 aan rentebaten zouden gaan ontvangen. De rentebaten zijn nog verder opgelopen naar € 816.000.

3.015.960,91

€ 26.170.987,97

ODBN Jaarstukken 2023

50

2.3 Paragraaf Bedrijfsvoering

51

Mens & organisatie (voorheen hrm) Vanwege aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt had werving en selectie van nieuwe medewerkers veel aandacht in 2023. Gezien de vele nieuwe indiensttredingen blijken we nog steeds succesvol te zijn met onze wervingsacties. Daarnaast hebben we ingezet op behoud van bestaande medewerkers door het invoeren van een nieuwe gesprekcyclus die leidinggevenden en medewerkers handvatten geeft om zich meer te richten op de professionele en persoonlijke ontwikkeling. Ook de uitvoering van het opleidingsplan 2023 draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en de organisatie. Speciale aandacht was er dit jaar voor de onderwerpen ‘Veilige werkomgeving’, ‘Informatie veiligheid’ en ‘Integriteit’. CAO-ontwikkelingen In december 2022 werd een nieuwe cao vastgesteld inclusief een salarisverhoging van €240 en vervolgens 2%. Ook kwam er een extra bovenwettelijke verlofdag bij, van 6 naar 7 verlofdagen per jaar. Deze wijzigingen gingen in per 2 januari 2023 en hadden een dusdanige impact dat de begroting voor 2023 is aangepast en opnieuw werd vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Ziekte verzuim Het verzuimpercentage in 2023 is gedaald naar 5,9%. Dit is een daling van 0,4% ten opzichte van 2022. Uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat de procesverbeteringen die we met onze arbodienst (Coverz) afgesproken hebben hun vruchten afwerpen in 2023.

Percentage

In 2023 hebben we verdere stappen gezet om verzuim preventief aan te pakken door het aanbieden van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Dit onderzoek geeft medewerkers inzicht in leefstijl en gezondheid. Deelname was vrijwillig en de individuele uitkomsten zijn alleen voor de medewerker inzichtelijk. Wel zijn de geaggregeerde gegevens beschikbaar zodat we ons beleid kunnen verbeteren. Formatieomvang De gemiddelde bezetting in 2023 bedroeg 280,03 fte (2022: 296,7), waarvan 48,5 fte (2022: 66,7) werd ingehuurd. Daarmee was de flexschil 17,3% (2022: 22,5%). Binnen de overhead was de gemiddelde bezetting in 2023 63,45 fte, daarmee komt het percentage overhead formatie op 22,7%.

Planning en control In 2023 is een andere P&C-cyclus doorlopen dan gewoonlijk gehanteerd wordt. Doordat de nieuwe Cao 2023 een grote financiële impact had, werd het noodzakelijk om de begroting 2023 te herzien. Deze herziene begroting is begin april 2023, tegelijkertijd met de ontwerpbegroting 2024, voor zienswijze aangeboden aan de raden en staten. Net voor het zomerreces is de herziene begroting vastgesteld in het Algemeen Bestuur. Door het verschijnen van een herziene begroting is er gekozen om geen 1e bestuursrapportage te maken. De belangrijkste mutaties die in de bestuursrapportage verantwoord zouden worden, zijn verwerkt in de herziene begroting. De bestuursrapportage die in oktober gepresenteerd is, is daarmee de enige voortgangsrapportage die in 2023 verschenen is. Voor 2024 verwachten we volgens de reguliere cyclus te rapporteren.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

52

Rechtmatigheidsverantwoording In 2023 is het eerste jaar dat de controle op de rechtmatigheid door het Dagelijks Bestuur gedaan wordt. In voorgaande jaarrekening was het de accountant die de controles daarop uitvoerde. Om deze wijziging in gang te zetten zijn medio 2023 diverse documenten en een eerste rapportage aan het Dagelijks Bestuur aangeboden. Dit eerste jaar is een jaar van uitvinden en proberen. De komende jaren worden gebruikt om het systeem van rechtmatigheidsverantwoording verder te ontwikkelen en te professionaliseren. Hieronder worden de bevindingen rechtmatigheidsverantwoording vermeld. De daadwerkelijke verklaring van het bestuur is in hoofdstuk 6 opgenomen Verbeterpunten rechtmatigheidsverantwoording Vanuit de bevindingen zijn er 3 concrete verbeterpunten te benoemen die in 2024 opgepakt gaan worden. 1. Verwerken besluitvorming in begrotingswijzigingen In 2023 zijn op een aantal onderdelen overschrijdingen en onderschrijdingen gemeld aan het bestuur. Deze besluiten hebben op een aantal onderdelen niet geleid tot het formeel wijzigen van de begroting. In de jaarrekening ontstaan daardoor afwijkingen die toegelicht dienen te worden. Bovendien moet beargumenteerd worden waarom deze afwijkingen niet leiden tot een onrechtmatigheid.

Ten behoeve van de transparantie zou de organisatie in de toekomst kunnen besluiten om wijzigingen die aangekondigd zijn alsnog als formele besluitvorming op te voeren en daarmee te verwerken in de begroting. Daarmee wordt een aansluiting gerealiseerd tussen de voorstellen en de formele besluitvormingen.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

2. Overschrijdingen batenkant In de jaarrekening 2023 zijn op één onderdeel meer baten ontvangen dan was begroot. Deels is dit ontstaan door het toekennen van een subsidie na de bestuursrapportage, deels door meer inzet op de projecten bekostigd uit de specifieke uitkeringen. Dit heeft geleid tot een overschrijding van de baten. Dit terwijl er op deze onderdelen ook meer werk verzet is. Doordat in onze financiële verordening is opgenomen dat overschrijdingen op lasten en baten onrechtmatig zijn, telt deze nu mee als onrechtmatigheid in de jaarrekening. Vanuit de kadernota Rechtmatigheid hoeven overschrijdingen aan de batenkant niet aangemerkt te worden als onrechtmatig. De ODBN is hiermee dus strenger dan nodig is. Voorstel is dan ook om de financiële verordening op dit punt aan te passen. 3. Documentatie inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens In de Kadernota 2023 is opgenomen dat indien de normen uit de Gids Proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moet het Dagelijks Bestuur hierover rapporteren via de paragraaf bedrijfsvoering. We zien binnen de organisatie dat voor opdrachten onder de Europese drempel de afweging om te kiezen voor bepaalde inkoopprocedures niet altijd eenduidig gedocumenteerd zijn. Het gaat daarbij vooral om keuzes bij het inhuren van externe expertise voor de organisatie.

Daardoor is niet altijd te controleren of aan de beginselen van de Gids Proportionaliteit voldaan is. Momenteel is het interne inkoopbeleid verouderd en praktisch complex. Het beleid moet vernieuwd worden. Dit traject is gestart in samenwerking met de Bizob. Na het vaststellen van het nieuwe inkoopbeleid, volgt implementatie in de organisatie. Deze werkzaamheden zullen vooral plaatsvinden in 2024. Voor komende trajecten is zal de motivatie rondom het inhuren van expertise duidelijker vastgelegd worden.

ODBN Jaarstukken 2023

53

54

Klachtenafhandeling Er zijn in 2023 een viertal externe klachten over bejegening door medewerkers geregistreerd door de klachtencoördinator. Eén klacht is tot genoegen van de klager opgelost na een telefoontje van de verantwoordelijk manager. Twee andere klachten zijn na onderzoek (en in één geval na advies van de Directie Toezichthouder Buitengewoon Opsporingsambtenaren) ongegrond verklaard. Eén klacht is ingetrokken na terugkoppeling van het feitenrelaas van de organisatie richting klager. Er zijn in 2023 geen klachten in behandeling genomen door de Nationale ombudsman.

Informatisering en automatisering Het jaar 2023 heeft grotendeels in het teken gestaan van de implementatie van de Omgevingswet. De technische koppeling met het DSO was al gerealiseerd, afgelopen jaar is volop ingezet op de functionele werking daarvan in samenwerking met ketenpartners. Daarnaast is het VTH-systeem verder ingericht en in gebruik genomen met het oog op de komst van de Omgevingswet. In 2023 hebben we de noodzakelijke, voortdurende aandacht voor informatiebeveiliging geborgd door een aantal verdere verbeteringen door te voeren: a. Het opstellen van een continuïteitsplan om beter te zijn voorbereid en te kunnen anticiperen op ingrijpende verstoringen in de informatievoorziening; b. Het treffen van technische maatregelen die het algemene beveiligingsniveau verhogen; c. Het treffen van organisatorische maatregelen voor processen waarbij gegevens extra zwaar dienen te worden beveiligd.

Informatiegestuurd werken

2.4 Paragraaf Wet open overheid

55

Inleiding De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft stimuleren van de openbaarheid. De wet vereist o.a. dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met de bepalingen uit de Woo. Daarmee wordt inzicht gegeven over de opgave waar we als ODBN voor staan. In 2022 zijn de rollen van de Woo-contactfunctionaris en een projectleider Woo belegd. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.

Woo contactfunctionaris Per juli 2022 hebben wij deze rol ingevuld door het aanwijzen van een Woo contactfunctionaris. Op deze wijze hebben we voldaan aan de wettelijke verplichting.

In het kader van informatiegestuurd werken is de samenwerking tussen de teams I&O (Innovatie en Ontwikkeling) en BI (Business Intelligence) geïntensiveerd en geformaliseerd. Dat heeft geleid tot diverse belangrijke opleveringen. Grofweg zijn deze opleveringen in drie categorieën te verdelen; beleidsinformatie, (externe) verantwoordingsinformatie en sturingsinformatie. Deze worden allen ontwikkeld in de tool PowerBI en zijn gecentraliseerd beschikbaar in onze dashboard omgeving. Deze dashboards leiden tot efficiencyslagen in ons VTH-proces en hierdoor worden management en directie gefaciliteerd over organisatorische/managerial zaken rondom de Omgevingswet.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

2.5 Paragraaf Verbonden Partijen

56

57

Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd in onze processen. De ODBN ontving in 2023 1 Woo-verzoek. Dat werd ook in 2023 afgehandeld, net buiten de wettelijke beslistermijn. We merken op dat Woo-verzoeken die wij in mandaat afhandelen namens onze deelnemers in dit jaarverslag buiten beschouwing blijven. Voor die Woo-verzoeken geldt namelijk dat niet het Dagelijks Bestuur van de ODBN het bevoegde bestuursorgaan is, maar het college van de deelnemer namens wie wij dit Woo-verzoek hebben afgehandeld.

Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren op een zelf te bepalen platform dat wel publiekelijk toegankelijk moet zijn. Deze verplichting geldt niet voor alle elf categorieën tegelijk. De categorieën die in 2023 actief gepubliceerd moesten worden door de ODBN zijn: ➜ Wetten en andere algemeen verbindende voorschriften; ➜ Overige besluiten van algemene strekking; ➜ Vergaderstukken bestuur; ➜ Inzicht in organisatie (werkwijze, taken en bevoegdheden); ➜ Bereikbaarheid van de organisatie; ➜ Convenanten; ➜ Woo-verzoeken, - besluiten en verstrekte informatie;

Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft.

Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.

In 2023 zijn de bovenstaande informatiecategorieën actief openbaar gemaakt, voor zover relevant. Dit gebeurde via de eigen website of via www.officiëlebekendmakingen.nl. Woo-verzoeken worden gepubliceerd op onze website en tevens via www.overheid.nl (de Woo-index) ontsloten. De Woo verplicht overheidsorganisaties maatregelen te treffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. Dit is een continu aandachtspunt binnen de ODBN en onderdeel van de reguliere visie, beleidskeuzes en activiteiten. We maken daarbij gebruik van de instrumenten uit het VNG-programma ‘Grip op informatie’.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

58

PROGRAMMA 3 | BEDRIJFSVOERING 1. STICHTING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT

Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden:

Publiek Belang

Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen

2.6 Niet van toepassing zijnde paragrafen

Bestuurlijk belang

Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in de vergadering van aangeslotenen van BIZOB.

Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing:

Financieel belang

De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2023 was geraamd op € 64.827,-.

➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. ➜ Omgevingsdienst NL, dit is de vereniging van de omgevingsdiensten in Nederland. Voor het lidmaatschap wordt een contributie betaald, er wordt expertise ingewonnen bij de ODNL maar ook expertise geleverd, tevens zijn er projecten die voor de ODNL uitgevoerd worden. Verder lopen een aantal subsidiestromen via Omgevingsdienst NL naar de omgevingsdiensten.

➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.

Eigen vermogen: per 1-1-2022 € 1.405.075,64 per 31-12-2022 € 976.745 (inclusief resultaat 2022) Financiële informatie

Vreemd vermogen: per 1-1-2022: € 1.139.796,54 per 31-12-2022: € 1.209.552,08 Resultaat 2022: € 613.915,05

Eventuele risico's

Niet van toepassing

In bovenstaande tabel zijn de cijfers over 2022 opgenomen. De gegevens over 2023 zijn nog niet bekend.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

59

60

II Jaarrekening 2023

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

61

ODBN Jaarstukken 2023

62

3 Overzicht

63

De balans met toelichting geeft informatie over de omvang en samenstelling van het vermogen (verschil tussen bezittingen en schulden) van de ODBN aan het einde van dit boekjaar en de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden gedurende het jaar. De bezittingen en de vorderingen worden weergeven aan de activa zijde van de balans, die bestaat uit vaste en vlotte activa. Aan de passivazijde van de balans staan de schulden en het eigen vermogen.

Op de activazijde van de balans zijn er een aantal zaken die eruit springen. Er is in 2023 een hoog batig saldo op onze schatkist, wat is veroorzaakt door bevoorschottingen naar aanleiding van verschillende SPUK regelingen. Hierdoor is er tevens een hoge rentebate. Daarnaast is er voor € 134.000 aan facturen die betaald zijn in het huidige boekjaar, die echter betrekking hebben op het volgende boekjaar 2024. 31-12-2023

31-12-2021

Eigen vermogen

9.262

9.040

Algemene reserves

1.852

1.852

Bestemmingsreserves

6.418

6.200

VASTE PASSIVA | BEDRAGEN IN € 1.000

3.1 Balans per 31 december 2023

VASTE PASSIVA

Opgestelde balans voor resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur. ACTIVA | BEDRAGEN IN € 1.000

31-12-2022

31-12-2023

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa

1.246

1.494

Rekening resultaat

992

988

Investeringen met economisch nut

1.246

1.494

Voorzieningen

6.683

5.352

Langlopende schulden

0

0

TOTAAL VASTE ACTIVA

1.246

1.494

Onderhandse leningen BWS

0

0

15.945

14.392

20.102

18.318

585

619

VLOT TENDE PASSIVA

19.514

17.699

Kortlopende schulden

3.713

3.079

Overige vorderingen

3

0

Overige schulden (Crediteuren)

3.713

2.544

Liquide middelen

107

104

Overige schulden (rekening couranten)

0

530

Banksaldi

107

104

Tussenrekeningen Salarissen

0

5

Overlopende activa

136

45

Overlopende passiva

1.934

2.489

Nog te ontvangen bedragen

1

17

Verplichtingen

930

1.804

Vooruitbetaalde bedragen

134

28

Vooruit ontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen

1.004

685

Te verrekenen bedragen

0

0 TOTAAL VLOT TENDE PASSIVA

5.646

5.568

TOTAAL GENERAAL

21.591

19.961

VLOT TENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar Vorderingen op openbare lichamen

Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen

TOTAAL VLOT TENDE ACTIVA

TOTAAL GENERAAL

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

TOTAAL VASTE PASSIVA

20.345

21.591

18.467

19.961

ODBN Jaarstukken 2023

64

65

Op de passiva zijde van de balans is er in vergelijking met het vorige boekjaar een stijging te zien in zowel bestemmingsreserves als in de voorzieningen. Er is in 2023 een nieuwe reserve incidentele projecten gevormd, wat als dekking dient voor projecten die jaaroverstijgend zijn. Daarnaast is er een nieuwe voorziening bovenwettelijk verlof gevormd en heeft er een grote storting plaatsgevonden in de voorziening Voorste Heide.

3.2 Baten en lasten REKENING 2022

BEGROTING 2023

BIJGESTELDE BEGROTING 2023

REKENING 2023

Individuele dienstverlening

16.929

16.972

18.933

18.611

Regionale dienstverlening

2.506

2.521

3.358

3.675

19.436

19.493

22.291

22.286

9.627

11.621

15.034

14.128

0

100

100

0

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

9.627

11.721

15.134

14.128

TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE

29.063

31.214

37.425

36.414

OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2022

BEGROTING 2023

HERZIENE BEGROTING 2023

REKENING 2023

Totale lasten exploitatie

29.063

31.214

37.425

36.414

Totale baten exploitatie

27.975

31.256

38.263

36.636

RESULTAAT VOOR MUTATIES RESERVES

-1.089

42

838

222

Onttrekking aan reserves

2.234

0

1.257

1.136

Storting in reserves

159

0

0

366

RESULTAAT NA MUTATIES RESERVES

988

42

2.094

992

REKENING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING NA WIJZIGING 2023

REKENING 2023

VERSCHIL

Totale lasten

29.063

31.214

37.425

36.414

1.011

V

Totale baten

27.976

31.256

38.263

36.636

-1.626

N

SALDO VAN BATEN EN LASTEN

-1.088

42

838

222

-616

V

Storting in reserves

159

0

0

366

-121

V

Onttrekking uit reserves

2.234

0

1.257

1.136

-366

N

RESULTAAT VÓÓR BELASTING

988

42

2.094

992

-1.102

N

Vennootschapsbelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

RESULTAAT NA BELASTING

988

42

2.094

992

-1.102

OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

LASTEN

SUBTOTAAL PROGRAMMA’S Bedrijfsvoering Onvoorzien

OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2022

BEGROTING 2023

HERZIENE BEGROTING 2023

REKENING 2023

BATEN Individuele dienstverlening

24.419

27.771

29.832

27.921

Regionale dienstverlening

3.334

3.485

3.921

4.177

27.753

31.256

33.753

32.098

Bedrijfsvoering

222

0

4.510

4.539

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

222

0

4.510

4.539

27.975

31.256

38.263

36.636

SUBTOTAAL PROGRAMMA’S

TOTAAL BATEN EXPLOITATIE

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

3.3 Recapitulatie resultaat OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

Het resultaat van de jaarrekening 2023 sluit met een positief incidenteel saldo van € 992.000. Dit betreft het saldo van alle baten en lasten, inclusief mutaties reserves en budgetoverhevelingen die al zijn vermeld in de jaarrekening 2023. Het verschil in resultaat in vergelijking met de begroting na wijziging, heeft te maken met een hoge storting in de voorzieningen Voorste Heide en het bovenwettelijk verlof, die ten laste vallen van het rekeningresultaat.

ODBN Jaarstukken 2023

N

66

67

3.4 Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s

In bovenstaande tabel wordt de onderbouwing gegeven van onze overhead. Hiermee komen de overhead kosten uit op 35,8% van de totale kosten. Dit percentage valt zo hoog uit door de hoge bevoorschotting die de ODBN gedaan heeft voor de oud RMB-leden in het kader van het vonnis in de zaak tegen afvalverwerker Attero. Dit geld is ook door de ODBN weer ontvangen, daarmee voor de ODBN zelf budgettair neutraal. Wanneer deze grote uitgave buiten beschouwing gelaten wordt, dan komt het percentage uit op 29,2%. Zoals opgenomen in tabel ‘KPi's’ programma bedrijfsvoering.

REKENING 2023

TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2022

BEGROTING 2023

HERZIENE BEGROTING 2023

TOTAAL

PROGRAMMA’S

BEDRIJFS VOERING

Personeel en inhuur

22.420

25.413

26.734

25.280

19.344

5.936

Opleiding en loopbaanbegeleiding

570

904

451

542

422

120

Dienstreizen & woonwerkverkeer

329

587

409

413

322

92

Overige personele kosten

389

320

497

426

331

94

Organisatie

172

197

215

153

119

34

Huisvesting

682

709

755

679

0

679

Kantoor

108

149

132

100

0

100

Informatisering/ automatisering

2.097

1.767

2.081

2.182

0

2.182

Vervoermiddelen

162

254

240

223

175

47

Extern onderzoek/ advies

177

232

170

184

0

184

Overige kosten

1.954

582

5.642

6.224

2.642

3.582

SUBTOTAAL

29.061

31.114

37.325

36.406

23.356

13.050

0

100

100

0

0

0

29.061

31.214

37.425

36.406

23.356

13.050

Onvoorzien TOTAAL LASTEN

3.5 Tarief op basis van nacalculatie De begroting 2023 is opgesteld met een gemiddeld tarief van € 108,87, waarvan € 37,84 voor de overhead bestemd was. Nu de jaarrekening 2023 afgerond is, kunnen we het nacalculatorisch tarief bepalen. BEREKENING UURTARIEF 2023

PROGRAMMA'S

OVERHEAD

Totaal lasten

23.355.808

13.050.320

Resultaat

772.299

219.653

Lasten niet gedekt door uren

1.761.433

5.140.215

22.366.673

8.129.757

Gerealiseerde declarabele uren

289.222

289.222

GEMIDDELD TARIEF 2023

€ 77,33

€ 28,11

TOTAAL LASTEN TE DEKKEN VIA TARIEVEN

TOTAAL 36.406.128

36.406.128

€ 105,44

Op basis van het nacalculatorisch tarief komt het aandeel overhead uit op 26,7%. Dit is lager dan de KPI die gehanteerd wordt. Echter dit percentage geeft een vertekend beeld door een hoge bijdrage van oud-RMB gemeenten voor de claim Attero en de rentebaten die in de overhead verantwoord zijn.

Om het algemeen bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, is vanaf 2017 in het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht om de overhead apart te verantwoorden en niet meer als integrale kostprijs op te nemen in de programma’s.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

68

4 Toelichting

4.1 Waarderingsgrondslagen jaarrekening Algemeen Wet- en regelgeving De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV). Waardering van activa en passiva De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten.

Activa Vaste activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa De ODBN bezit geen immateriële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In het jaar na afronden van de investering wordt de afschrijving gestart. In basis wordt afgeschreven naar een restwaarde van € 0,-. Voor het volledige afschrijvingsbeleid wordt doorverwezen naar de financiële verordening 2023.

69

De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd: TYPE ACTIVA

AFSCHRIJVINGSTERMIJN

Voorzieningen aan gebouwen

10 jaar

Kantoormeubilair

10 jaar

ICT-hardware

5 jaar

Aanschaf laptops

3 jaar

Aanschaf telefoons

3 jaar

De volgende investeringen hebben in 2023 plaatsgevonden:

NAAM KREDIET

OORSPRONKELIJK KREDIET

OPENSTAAND KREDIET 2023

REALISATIE 2023

Aanschaf laptops 2023

25.000

22.000

21.701

299

afsluiten

Aanschaf telefoons 2023

12.000

53.000

48.617

4.383

afsluiten

40.000

36.450

3.550

afsluiten

115.000

106.768

8.232

Aanschaf Mobiele vergadersystemen TOTAAL INVESTERINGEN

37.000

RESTANT 2023

AFSLUITEN OF OVERHEVELEN?

Financiële vaste activa De ODBN bezit geen financiële vaste activa. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

70

71

waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’

Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de voorziening voor dubieuze debiteuren. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Passiva Vaste activa De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat). Voorzieningen Het vormen van voorzieningen is vastgelegd in het BBV artikel 44. Voor de ODBN geldt dat voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Onder de voorzieningen vallen ook middelen die van derden verkregen zijn die specifiek besteed moeten worden.

Voorschotbedragen vallen hier niet onder. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde conform BBV. Uitzondering hierop is de Voorziening Voorste Heide, deze is gewaardeerd tegen contante waarde, eveneens conform BBV. . Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De ODBN heeft geen “eigen” langlopende schulden.

Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

72

73

Baten en lasten algemeen

4.2 Toelichting op de balans per 31 december

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV.

In deze paragraaf wordt op alle onderdelen van de balans de toelichting gegeven.

Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.246.102 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie van de ODBN is een gedetailleerdere specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. AFSCHRIJVING IN 2023

BOEKWAARDE 31-12-2023

0

65

457

562

0

83

479

Automatisering

409

107

206

310

Vervoermiddelen

0

0

0

0

1.494

107

354

1.246

STAND PER 31-12-2022

VERMEERDERING 2023

Bedrijfsgebouwen

523

Inrichting en inventaris kantoorgebouwen

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA

VERMINDERING 2023

0

In 2023 zijn voor bovenstaande activa geen bijdragen van derden ontvangen. Ook hebben er geen duurzame waardeverminderingen plaatsgevonden. Uitzettingen korter dan één jaar Deze post is als volgt samengesteld. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Rekening-courant verhoudingen met het Rijk TOTAAL UITZET TINGEN

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

€

BOEKWAARDE 31-12-2023

VOORZIENING ONINBAAR

STAND PER 31-12-2023

BOEKWAARDE 31-12-2022

20.102.298

619

625

40

585

0

3

0

3

17.699

19.514

18.318

20.142

19.514 40

20.102

ODBN Jaarstukken 2023

74

75

Vorderingen op openbare lichamen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen bedraagt ultimo 2023 nog € 585.000. Het gaat hier vooral om de nog openstaande eindafrekeningen over het jaar 2023. Voor de voorzichtigheid hebben we een voorziening dubieuze debiteuren opgenomen van € 40.000. Deze voorziening is daarmee iets lager dan in 2022. Rekening-courant verhoudingen met het Rijk Onder de rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘Schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht om hieraan deel te nemen. Dit heeft gevolg dat een groot deel van het saldo van de bankrekeningen van de ODBN afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Een uitzondering is het drempelbedrag, het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. De hoogte van dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de organisatie. In 2023 bedroeg het drempelbedrag voor de ODBN € 1.000.000,-

BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN BEDRAGEN IN € 1.000 VERSLAGJAAR (1)

Drempelbedrag

(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

VERSLAGJAAR (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

36.780 36.780

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

-

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Drempelbedrag

(2) BEREKENING KWARTAALCIJFER OP DAGBASIS BUITEN 'S RIJKS SCHATKIST AANGEHOUDEN MIDDELEN

2023

Q1 Q2

2023

1.000

1.000 Q1

(2)

(1) BEREKENING DREMPELBEDRAG

Q3

Q4

Q2

Q3

Q4

18.853

57.726

27.577

15.793

Kwartaalcijfers op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

209

634

300

172

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

Ruimte onder het drempelbedrag

791

366

700

828

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

209

634

300

172

Overschrijding van het drempelbedrag

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

-

-

-

-

(2) - (5a) / (5b)

ODBN Jaarstukken 2023

76

77

Schatkistbankieren Onder rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht hieraan deel te nemen. Dit heeft tot gevolg dat alle saldi van de ODBN geregistreerde bankrekeningen worden afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de organisatie en bedroeg in 2023 € 1.600.000.

Rabobank BNG TOTAAL UITZET TINGEN

BOEKWAARDE 31-12-2022

STAND PER 31-12-2023

Nog te ontvangen bedragen

17

1

Vooruitbetaalde bedragen

28

134

Ter verrekenen bedragen

0

0

TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA

45

136

Nog te ontvangen bedragen Onderstaande tabel betreft het verloopoverzicht 2023 van de nog te ontvangen bedragen:

Liquide middelen € 106.676 Deze post bestaat uit het totaal van de middelen op de 2 lopende rekeningen bij de Rabobank en de nieuwe rekening bij de BNG. BOEKWAARDE 31-12-2022

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

135.666

De post vooruitbetaalde bedragen betreffen vooral facturen die in 2023 ontvangen zijn die betrekking hebben op het boekjaar 2024. Er zijn geen overlopende activa van Europese overheidslichamen, het Nederlandse Rijk en andere overige Nederlandse overheidslichamen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2023 zijn er een aantal dagen geweest dat het saldo van de lopende rekening hoger was dan het drempelbedrag. Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag.

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

Overlopende activa € Deze post bestaat vooral uit facturen die van toepassing zijn op het boekjaar 2024.

STAND PER 31-12-2023

104

107

0

0

104

107

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

BOEKWAARDE 31-12-2022

TOEVOEGINGEN

ONT VANGEN BEDRAGEN

BOEKWAARDE 31-12-2023

Diverse opbrengsten ODBN

6

0

5

1

Nog te ontvangen bedragen

10

0

10

0

TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN

17

0

16

1

De middelen op de lopende rekeningen bij de BNG en de Rabobank zijn vrij te besteden.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

78

79

4.2.2 Passiva

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2023.

Eigen vermogen € 9.261.652 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2023 als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

BOEKWAARDE 31-12-2022

BOEKWAARDE 31-12-2023

STAND 31-12-2022

RESULTAAT 2022

TOEVOEGING

ONTTREKKING

STAND 31-12-2023

Algemene reserve ODBN

1.852

988

0

988

1.852

TOTAAL ALGEMENE RESERVE

1.852

988

0

988

1.852

Bestemmingsreserve ISV

5.801

0

0

105

5.696

Bestemmingsreserve implementatie Omgevingswet

30

0

0

0

30

Bestemmingsreserve informatiegestuurd werken

87

0

0

0

87

Bestemmingsreserve HR-instrumentarium

123

0

0

0

123

Egalisatiereserve SSIB

159

0

46

43

163

0

0

320

0

320

TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES

6.200

0

366

148

6.418

TOTAAL RESERVES

8.053

988

366

1.136

8.270

Reserves

Algemene reserve

1.852

1.852

Bestemmingsreserves

6.200

6.418

Rekeningresultaat

988

992

9.040

9.262

TOTAAL EIGEN VERMOGEN

VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000

Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.

RESERVE INCIDENTELE PROJECTEN

In 2023 was er geen reserve gevormd voor afschrijvingen van activa, daarom is deze kolom in bovenstaande tabel niet toegevoegd in afwijking van het BBV-voorschrift. Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van minimaal 1,0. In 2022 was er een positief jaarrekening resultaat van € 988.000. Dit bedrag is conform besluit van het Algemeen Bestuur uitgekeerd aan de deelnemers.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2023

80

81

Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Daar dat deze bandbreedte wordt gehanteerd is het niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het algemeen bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen Bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang van de bestemmingsreserves.

Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van het restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie. Tot dusver is van deze € 2,5 miljoen € 1.030.287 onttrokken, daarvan is € 105.400 in 2023 onttrokken. Reserve implementatie Omgevingswet Deze reserve is gevormd met middelen uit de jaarrekening 2020 en is bedoeld voor de technische implementatie van de omgevingswet. Ultimo 2023 zit er nog € 30.000 in deze reserve. Dit bedrag wordt nog voor 2024 gereserveerd om eventuele aanloopproblemen in het startjaar van de Omgevingswet te kunnen ondervangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14075800/1