1. Jaarstukken incl. controleverklaring 2024
Tekst van het document
4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.090.629 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie van de ODBN is een gedetailleerdere specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. AFSCHRIJVING
BOEKWAARDE 31-12-2024
0
65
392
479
45
83
441
Automatisering
310
90
142
257
Vervoermiddelen
0
0
0
0
1.246
135
291
1.091
STAND PER 31-12-2023
VERMEERDERING
Bedrijfsgebouwen
457
Inrichting en inventaris kantoorgebouwen
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA
VERMINDERING
0
In 2024 zijn voor bovenstaande activa geen bijdragen van derden ontvangen. Ook hebben er geen duurzame waardeverminderingen plaatsgevonden. Uitzettingen korter dan één jaar Deze post is als volgt samengesteld. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Rekening-courant verhoudingen met het Rijk TOTAAL UITZET TINGEN
€
VOORZIENING ONINBAAR
STAND PER 31-12-2024
BOEKWAARDE 31-12-2023
Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Een uitzondering is het drempelbedrag, het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. De hoogte van dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de organisatie. In 2024 bedroeg het drempelbedrag voor de ODBN € 1.000.000,-. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2024 zijn er 23 dagen geweest dat het saldo van de lopende rekeningen hoger was dan het drempelbedrag. Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag per kwartaal.
BOEKWAARDE 31-12-2024
1.195
3
0
0
19.514
19.835
19.835
20.102
21.030
134
Rekening-courant verhoudingen met het Rijk Onder de rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘Schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht om hieraan deel te nemen. Dit heeft gevolg dat dagelijks een groot deel van het saldo van de bankrekeningen van de ODBN afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag.
20.896.246
585
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
134
Vorderingen op openbare lichamen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen bedraagt ultimo 2024 nog € 1.061.000. Het gaat hier vooral om de nog openstaande eindafrekeningen over het jaar 2024. Voor de voorzichtigheid hebben we een voorziening dubieuze debiteuren opgenomen van € 134.000. Deze voorziening is daarmee hoger dan in 2023. De voorziening is opgehoogd in verband met een dispuut over de betaling van een tweetal projecten door een opdrachtgever buiten de deelnemers om.
1.061
20.896
ODBN Jaarstukken 2024
80
81
(2) BEREKENING KWARTAALCIJFER OP DAGBASIS BUITEN 'S RIJKS SCHATKIST AANGEHOUDEN MIDDELEN
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN BEDRAGEN IN € 1.000
Q1 VERSLAGJAAR (1)
Drempelbedrag
2024
1.000 Q1
Q2
Q3
232
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
768
474
634
681
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
0
0
0
0
2
526
366
319
VERSLAGJAAR (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
36.492 36.492
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
0 1.000
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002
Drempelbedrag Berekening: (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
21.119
47.824
33.703
29.316
(5b)
Dagen in het kwartaal
91
91
92
92
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
232
526
366
319
Liquide middelen € 300.401 Deze post bestaat uit het totaal van de middelen op de 2 lopende rekeningen bij de Rabobank en 2 rekeningen bij de BNG. In 2025 zal afscheid genomen worden van de Rabobank als bank voor de ODBN.
2024
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2023
STAND PER 31-12-2024
BANKSALDI: Rabobank
107
100
0
201
107
300
BNG TOTAAL UITZET TINGEN
De middelen op bovenstaande bankrekeningen zijn vrij besteedbaar. Overlopende activa € Deze post bestaat vooral uit facturen die van toepassing zijn op het boekjaar 2024. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2023
168.424
STAND PER 31-12-2024
Nog te ontvangen bedragen
1
1
Vooruitbetaalde bedragen
134
167
Ter verrekenen bedragen
0
0
136
168
TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Q4
(5a)
(2) = (5a) / (5b)
(1) BEREKENING DREMPELBEDRAG
Q3
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
Q4
Kwartaalcijfers op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
Q2
ODBN Jaarstukken 2024
82
83
De post vooruitbetaalde bedragen betreffen vooral facturen die in 2024 ontvangen zijn die betrekking hebben op het boekjaar 2025.
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2024.
STAND 31-12-2023
RESULTAAT BESTEMMING 2023
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2024
Algemene reserve ODBN
1.852
0
0
0
1.852
TOTAAL ALGEMENE RESERVE
1.852
0
0
0
1.852
Bestemmingsreserve ISV
5.696
0
0
88
5.608
Bestemmingsreserve implementatie omgevingswet
30
0
0
30
0
Bestemmingsreserve informatiegestuurd werken
87
0
0
87
0
4.2.2 Passiva
Bestemmingsreserve HRinstrumentarium
123
0
0
0
123
Eigen vermogen € 8.902.747 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2024 als volgt te specificeren:
Egalisatiereserve SSIB
163
0
197
0
360
Reserve Incidentele projecten
320
0
0
320
0
TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
6.418
0
197
524
6.091
TOTAAL RESERVES
8.270
0
197
524
7.943
VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000
Nog te ontvangen bedragen OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2023
TOEVOEGINGEN
ONT VANGEN BEDRAGEN
BOEKWAARDE 31-12-2024
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
Diverse opbrengsten ODBN Nog te ontvangen bedragen Europese Unie Nog te ontvangen bedragen Rijk TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
1
0
0
BOEKWAARDE 31-12-2023
1
BOEKWAARDE 31-12-2024
Algemene reserve
1.852
1.852
Bestemmingsreserves
6.418
6.091
Rekeningresultaat
992
959
9.262
8.903
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Reserves
In 2024 is er geen reserve gevormd voor afschrijvingen van activa, daarom is deze kolom in bovenstaande tabel niet toegevoegd in afwijking van het BBV-voorschrift. Het resultaat 2023 is conform besluit AB terugbetaald aan de deelnemers. Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van minimaal 1,0.
ODBN Jaarstukken 2024
84
85
Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Daar dat deze bandbreedte wordt gehanteerd is het niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het algemeen bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen Bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang van de bestemmingsreserves.
Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van het restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie. Tot dusver is van deze € 2,5 miljoen € 1.117.987 onttrokken, daarvan is € 87.699 in 2024 onttrokken. Reserve implementatie Omgevingswet Deze reserve is gevormd met middelen uit de jaarrekening 2020 en is bedoeld voor de technische implementatie van de omgevingswet. Ultimo 2023 zit er nog € 30.000 in deze reserve. Dit bedrag wordt nog voor 2024 gereserveerd om eventuele aanloopproblemen in het startjaar van de Omgevingswet te kunnen ondervangen. In 2024 is deze reserve conform besluitvorming bij de eerste bestuursrapportage vrijgevallen. Deze reserve kan opgeheven worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Reserve informatiegestuurd werken Voor de verdere ontwikkeling van het Informatiegestuurd werken is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd voor het Informatiegestuurd werken. In 2022 is dit voortvarend opgepakt. Van de beschikbare gestelde middelen uit deze reserve is in 2022 € 113.381 uitgegeven. In 2023 is er geen onttrekking geweest aan de reserve, daarmee resteert een bedrag van € 86.619 in de reserve. Conform besluitvorming bij de eerste bestuursrapportage is deze reserve in 2024 vrijgevallen. Deze reserve kan opgeheven worden. Reserve HR-Instrumentarium In 2021 is een bestemmingsreserve gevormd voor het verder (door-) ontwikkelen van het HRinstrumentarium. In 2022 is een start gemaakt voor het aantrekken van extra capaciteit om deze projecten op te pakken. In 2024 hebben er geen mutaties op deze reserve plaatsgevonden. In de reserve resteert per 31-12-2024 een bedrag van € 123.000. In 2024 is het project ‘Borgen en Valideren’ afgerond. Conclusie vanuit dit project is dat het structureel monitoren van de kwaliteitscriteria het beste gedaan kan worden vanuit een Learning Management System. Bij het Algemeen Bestuur zal een voorstel gedaan worden om de middelen uit deze reserve in te zetten voor de implementatie van dit LMS. Egalisatiereserve SSiB Voor Samen Sterk in Brabant worden middelen ontvangen van onze deelnemers, maar ook van andere partijen.
Door te werken met een egalisatiereserve SSiB kunnen voor- en nadelen verrekend worden. Doordat het resultaat van SSiB resultaatbepalend gestort wordt in de reserve komen vooren nadelen niet ten gunste/laste van alleen de deelnemers van de ODBN. Reserve Incidentele projecten Deze nieuwe reserve is in 2023 ingesteld en is bedoeld voor incidentele projecten die over de grens van een boekjaar heen lopen. Voor een project wordt incidenteel budget vastgesteld. Dit budget is voor maximaal 2 jaar beschikbaar voor uitvoering. Na deze tijd vervalt het budget. Wanneer er na het einde van het eerste boekjaar geld over is van de incidentele middelen en het project is nog niet afgerond, dan mogen de resterende middelen resultaatbepalend toegevoegd worden aan de reserve. Het jaar daarna kan het project direct verder lopen en beschikken over de nog beschikbare middelen. Bij de start van 2024 zat er voor een tweetal projecten budget in deze reserve. Dit betrof ‘Van inrichting naar MBA’ en ‘Borgen en valideren’. Beide projecten zijn in 2024 afgerond en de middelen zijn, conform eerdere besluitvorming, volledig in de jaarrekening van 2024 vrijgevallen. De stand van de reserve bedraagt nu € 0,-.
ODBN Jaarstukken 2024
86
87
Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2024 hebben geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaats. De onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard. Rekeningresultaat € 959.322 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen. Over de besteding van dit resultaat dient door uw algemeen bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen. De jaarrekening 2024 sluit met een voordelig resultaat van € 959.000. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2024 in paragraaf 4.4. Bij de presentatie van de jaarstukken 2024 zal een voorstel gedaan worden voor de besteding van het resultaat. Voorzieningen VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000
TOEVOEGING 2024
STAND 31-122023
AANWENDING 2024
€
6.505.625
VRIJVAL
STAND 31-122024
VOORZIENINGEN VOOR VERPLICHTINGEN, VERLIEZEN EN RISICO'S Voorziening nazorg Voorste Heide
5.002
201
56
0
5.147
Voorziening ww-verplichting
905
0
303
117
485
Voorziening transitievergoeding
14
28
0
42
0
Voorziening RVU
0
27
0
0
27
Voorziening Bovenwettelijk verlof TOTAAL VOORZIENINGEN
762
84
0
0
846
6.683
341
359
159
6.506
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. Dit is een berekening specifiek voor de berekening van het doelvermogen van verontreinigde gebieden. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. De herberekening heeft in oktober 2024 plaatsgevonden en als conclusie dient er een bijstorting gedaan te worden van €201.000, dit komt ten laste van het rekeningresultaat 2024. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening. Voorziening WW-gelden Wanneer er geen passende functie meer is voor medewerkers zal de werkgever, op basis van cao afspraken, medewerkers gedurende twee jaar begeleiden naar een andere baan. Het zgn. ‘Van Werk naar Werk’ Traject. Als dit traject niet het gewenste resultaat heeft wordt afscheid genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW-uitkering.
De ODBN is zelfrisicodragend, wat betekent dat de WW-uitkering voor rekening komt van de voormalige werkgever. Conform de BBV-voorschriften moet hiervoor een voorziening worden getroffen voor toekomstige verplichtingen. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. Per saldo leidt dit in de jaarrekening van 2024 tot een onttrekking van 303.000 vanwege gemaakte kosten in 2024 en een vrijval van € 117.000. Dit omdat 2 oudwerknemers, tegen alle eerdere verwachtingen in, weer werk gevonden hebben. Daarmee komt het risico voor de WW-last voor de ODBN te vervallen en kan de hoogte van de voorziening neerwaarts bijgesteld worden. Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. In 2024 zijn veel transitievergoedingen uitgekeerd, daarmee is de voorziening in 2024 negatief komen te staan. Om deze negatiefstand op te heffen heeft er een aanvullende dotatie plaatsgevonden. In 2024 is verder gekeken naar de omvang van de te vormen voorziening.
Daarbij is gezien dat de omvang van deze voorziening al jaren rondom hetzelfde niveau fluctueert. Als gevolg van het bepaalde in het BBV dat bij een arbeidsverplichting van een gelijkblijvende omvang geen voorziening gevormd mag worden, is besloten deze voorziening nu op € 0,- te waarderen.
ODBN Jaarstukken 2024
88
89
Voorziening spaarverlof In de Cao is geregeld dat medewerkers een deel van het verlof om kunnen zetten in spaarverlof. Dit spaarverlof is onbeperkt geldig en kan onder bepaalde voorwaarde ingezet worden voor verlof of eerder stoppen met werken. Conform BBV dient voor de omvang van het spaarverlof een voorziening gevormd te worden. Op 31 december 2024 was er vanuit de organisatie nog geen verlof omgezet naar spaarverlof. Daarom is er geen waarde in deze voorziening opgenomen.
Overlopende passiva € 1.278.902 De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2024 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
Voorziening RVU In de Cao is geregeld dat specifieke medewerkers gebruik mogen maken van een RVU-regeling. Deze regeling houdt in dat een medewerker vroegtijdig kan stoppen met werken tegen een uitbetaling van een vergoeding. Conform BBV dient voor deze regeling een voorziening gevormd te worden. Op 31 december 2024 was er vanuit de organisatie 1 medewerker die formeel heeft aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling. Daarom is deze voorziening gevormd met een waarde van € 27.000. Voorziening bovenwettelijk verlof Op 1 januari 2024 is de nieuwe Cao SGO in werking getreden. Dit heeft gevolgen gehad voor de verlofstanden binnen de organisatie. De medewerkers hebben er verlof bij gekregen als gevolg van extra verlofdagen in de CAO van 2021/2022, 2023 en 2024. Conform BBV is er een nieuwe voorziening gevormd voor het bovenwettelijk saldo per 31 december. De storting in de voorziening in 2024 bedroeg € 84.000. Langlopende schulden De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten.
€
Overige schulden (Crediteuren)
BOEKWAARDE 31-12-2023
BOEKWAARDE 31-12-2024
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume
930
667
De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
1.004
612
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
0
0
1.934
1.279
TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA
Vooruit ontvangen bedragen EU en NL-overheidslichamen De post vooruit ontvangen bedragen op het eind van 2024 is als volgt te specificeren:
0
Kortlopende schulden € 5.768.425 De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2024 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2023
BOEKWAARDE 31-12-2024
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 EUROPA
BOEKWAARDE 31-12-2023
TOEVOEGINGEN
BOEKWAARDE 31-12-2024
AFNAME
0
0
0
0
RIJK
866
477
1.094
249
Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
364
0
364
0
Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving energiebesparingsplicht
502
477
730
249
3.712
5.740
Overige schulden (Vereniging van contractanten)
0
0
OVERIGE OVERHEDEN
138
476
251
363
Tussenrekening salarissen
0
29
SSiB
138
498
273
363
3.713
5.768
1.004
975
1.367
612
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
De post crediteuren is ten opzichte van 2023 toegenomen. Dit komt doordat er voor de eindafrekening van de opdrachten een aantal grote creditnota’s verzonden zijn.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
TOTAAL VOORUIT ONT VANGEN BEDRAGEN
In 2024 zijn er geen terugbetalingen geweest op basis van bovenstaande regelingen.
ODBN Jaarstukken 2024
90
91
4.3. Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen In onderstaande tabel hebben we de ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’ inzichtelijk gemaakt. Deze hebben betrekking op langlopende overeenkomsten die de ODBN aangegaan is. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen.
OMSCHRIJVING | BEDRAGEN IN € 1
BOEKWAARDE 31-12-2023
BOEKWAARDE 31-12-2024
1.685
1.408
HUISVESTING Voor de huisvesting aan de Victorialaan 1 in 's-Hertogenbosch hebben we een meerjarige huurovereenkomst gesloten. In 2023 is besloten om het contract te verlengen met 5 jaar. Daarmee loopt dit contract tot en met 31 juli 2029. LEASE WAGENPARK
Deze conclusie van De Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet Vpb-plichtig is. Indien de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN. Aangezien de situatie vanaf 2021 niet veranderd is, zijn we van mening dat we ook voor deze jaren niet Vpb-plichtig zijn. In 2025 zullen wij afstemming zoeken met een belastingadviseur omtrent de Vpb.
4.4 Toelichting op baten en lasten 2024 In dit onderdeel van de financiële verantwoording wordt aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s. Hierbij wordt een vergelijk gemaakt tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in het jaar 2024.
4.4.1. Programma Regionale Dienstverlening en collectieve 1.292
ontwikkelingen
1.143
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGENG BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 2024
BEGROTING NA WIJZIGING 2024
Inzet personeel
2.129
2.711
2.923
-213
Inzet bedrijfsmiddelen
680
999
1.011
-12
TOTAAL LASTEN
2.809
3.710
3.934
-225
Vennootschapsbelasting
Collectieve taken
882
882
882
0
In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele Vpbplicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen:
Samen Sterk in Brabant
2.758
2.758
2.669
-90
Overige regionale programma's
151
1.098
1.229
131
3.792
4.738
4.780
41
984
1.029
845
-183
De ODBN heeft in 2022/2023 het bestaande wagenpark vervangen door leaseauto's. Voor de nieuwe auto's geldt dat deze contracten lopen 8 jaar na aflevering van de auto. Daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum:
318
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN
2.977
1.292
2.551
TOTAAL BATEN
“Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst
SALDO
REKENING 2024
VERSCHIL
geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen”
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Het programma regionale dienstverlening laat op begrotingsbasis een voordeel zien van € 1.029.000 en op realisatiebasis een voordeel van € 845.000. Dit geeft een lager dan begroot resultaat van € 183.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen.
ODBN Jaarstukken 2024
92
93
Inzet personeel € 213.000 (N) Organisatiebreed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel. De totale ontwikkeling op het personeelsbudget wordt nader toegelicht in het programma bedrijfsvoering. In dit programma presenteren wij een nadeel van € 213.000. Dit komt doordat er meer omzet is gegenereerd in Regionale Dienstverlening dan begroot, vooral op de inzet voor de projecten van de specifieke uitkeringen. Doordat de doorbelasting van personeelskosten is gebaseerd op omzet, valt deze doorbelasting daarmee ook hoger uit dan begroot. Inzet bedrijfsmiddelen € € 12.000 (N) ➜ Storting Voorste Heide € 201.000 (N) Het nadeel dat hier ontstaat komt grotendeels door de storting van ruim € 201.000 in de voorziening Voorste Heide om te voldoen aan het doelvermogen naar aanleiding van de RINAS berekening. Deze storting is in de tweede bestuursrapportage ook al aangekondigd. ➜ SSIB € 103.000 (V) Op het geheel van SSiB is een voordeel gerealiseerd, enerzijds door lagere kosten op het gebied van materialen, brandstofkosten en diverse kleinere posten. Anderzijds doordat er extra inkomsten waren. Het voordeel leidt ook tot een storting in de egalisatiereserve SSiB, deze is onder onderdeel Reserves terug te zien. ➜ Incidenteel project Borgen en Valideren € 159.000 (V) Voor het project Borgen en Valideren was een projectbudget geraamd.
Dit projectbudget is deels ingezet voor kosten van een extern begeleidend partij, anderzijds voor uren van de organisatie. Het verschil tussen het voordeel op dit programma en de mutatie in de reserve wordt veroorzaakt doordat hier alleen directe loonkosten toegerekend wordt, maar de overhead in programma 3 zit. Per saldo is op dit project ongeveer € 50.000 overgebleven wat in het resultaat van 2024 zit. ➜ Incidenteel project Van inrichting naar MBA € 30.000 (V) Op dit programma ontstaat een voordeel van € 30.000 dit zijn met name de toegerekende directe loonkosten. Het verschil tussen het voordeel op dit programma en de mutatie in de reserve wordt veroorzaakt doordat hier alleen directe loonkosten toegerekend wordt, maar de overhead in programma 3 zit.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
➜ Incidenteel project Sanering verkeerslawaai € 9.000 (N) Voor het project Sanering verkeerslawaai is op dit programma een nadeel van € 9.000. Dit zijn met name de toegerekende directe loonkosten. Voor Sanering Verkeerslawaai wordt er ook een onttrekking gedaan aan de reserve ISV, deze is zichtbaar in onderdeel Reserves. ➜ Incidenteel project spuk THE € 8.000 (N) Voor het project spuk THE is in de realisatie meer uren gemaakt dan begroot, daardoor worden er meer loonkosten aan dit project toegerekend. Tegenover deze uren staat wel een inkomst van de specifieke uitkering. ➜ Incidenteel project spuk IBP € 94.000 (N) Voor het project spuk IBP is in de realisatie meer uren gemaakt dan begroot. Daarnaast zijn er ook externe projectkosten gemaakt. Tegenover deze uren en kosten staat wel een inkomst van de specifieke uitkering. ➜ Diverse posten Regionale dienstverlening € 7.000 (V) Voor overige onderdelen binnen het programma Regionale dienstverlening telt het resultaat op tot een voordeel van € 7.000. Dit betreft kleine overschrijdingen op de posten crisisbeheersing, bodemloket en collectieve taken. SSIB € 90.000 (N) Voor SSiB is in 2024 een extra rijkssubsidie ontvangen voor de groene boa’s. Op het geheel van SSiB is een resultaat behaald.
Conform gemaakte afspraken wordt het voordeel uit de extra provinciale middelen teruggestort aan de Provincie, deze middelen (€ 287.000,- N) staan in deze jaarrekening nog op de balans. Conform de besluitvorming bij de jaarrekening 2021 is het overige voordeel op SSiB gestort in de egalisatiereserve SSiB voor een bedrag van € 197.000. Daarmee is het geheel van SSiB budgettair neutraal voor de jaarrekening. Zie ook paragraaf 4.4.4. Overige regionale programma's € 131.000 (V) Op de overige onderdelen binnen regionale dienstverlening is een voordeel aan de batenkant gerealiseerd van € 131.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door extra inkomsten die uit de specifieke uitkeringen ‘Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht’.
ODBN Jaarstukken 2024
94
95
4.4.2
Programma Individuele Dienstverlening
4.4.3
BEGROTING 2024
BEGROTING NA WIJZIGING 2024
REKENING 2024
VERSCHIL
19.803
19.025
19.029
-4
130
130
429
TOTAAL LASTEN
19.933
19.155
Basistaken (werkprogramma)
17.813
Verzoektaken (werkprogramma)
Programma Bedrijfsvoering BEGROTING 2024
BEGROTING NA WIJZIGING 2024
REKENING 2024
VERSCHIL
Personeel en inhuur
6.028
7.302
5.733
1.569
-299
Opleiding en loopbaanbegeleiding
1.001
718
840
-122
19.458
-304
Dienstreizen & woon-werkverkeer
688
444
466
-22
17.506
16.335
-1.171
Overige personele kosten
347
530
539
-10
14.092
13.283
11.699
-1.585
Organisatie
230
188
260
-72
717
717
1.186
469
Huisvesting
839
757
767
-11
TOTAAL BATEN
32.622
31.507
29.220
-2.287
Kantoor
174
79
89
-10
SALDO
12.689
12.352
9.762
-2.590
Informatisering / automatisering
2.082
1.937
2.072
-135
Vervoermiddelen
98
43
46
-2
Extern onderzoek / advies
274
104
46
58
Overige kosten
1.890
165
185
-20
13.651
12.266
11.042
1.224
100
100
0
100
13.751
12.366
11.042
1.324
Rentebaten
0
685
785
-100
Bijdrage personeel
0
180
292
-112
Overige baten
0
0
-9
9
TOTAAL BATEN
0
865
1.068
-203
-13.751
-11.501
-9.974
1.527
PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000 Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Aanvullende verzoektaken
Het programma individuele dienstverlening laat op begrotingsbasis een voordeel zien van € 12.352.000 en op realisatiebasis een voordeel van € 9.762.000 Dit geeft een lager dan begroot resultaat van € 2.590.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen. Inzet bedrijfsmiddelen € 299.000 (N) Het nadelig saldo van € 299.000 op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Opbrengsten individuele dienstverlening € 2.287.000 (N) ➜ Opbrengst projectkosten € 299.000 (V) Ten opzichte van de begroting is er voor € 299.000 meer aan projectkosten gefactureerd. Dit valt weg tegen het nadeel onder het kopje bedrijfsmiddelen. ➜ Omzet individuele dienstverlening € 2.586.000 (N) De omzet voor individuele dienstverlening valt hoger uit dan verwacht. Bij de bestuursrapportage gingen we nog uit van een nadeel op de individuele dienstverlening van € 4.070.000 tot € 2.970.000. Deze prognose is gemaakt op basis van ervaringsgegevens over 2023 waar in het laatste kwartaal een beperkte stijging van de declarabiliteit te zien is. In de laatste vier maanden van 2024 is echter een grote inhaalslag gemaakt.
Daarmee hebben we zelfs het minst negatieve scenario positief overtroffen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN IN € 1.000
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
SALDO
Het programma bedrijfsvoering laat op begrotingsbasis een nadeel zien van € 11.501.000 en op realisatiebasis een nadeel van € 9.974.000. Dit geeft een hoger dan begroot resultaat van € 1.527.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen.
ODBN Jaarstukken 2024
96
97
Personeel en inhuur € 1.569.00 (V) Voor de totale personele loonkosten is er een voordeel gerealiseerd. Dit voordeel kent verschillende oorzaken. Enerzijds hebben we gezien dat de bezetting door het jaar heen niet altijd zo hoog is geweest als benodigd voor het behalen van de omzet. Anderzijds zien we dat de gerealiseerde gemiddelde loonsom per fte lager uitvalt dan waar in de begroting mee gerekend wordt. Op begrotingsbasis ramen we de loonsom op basis van het maximum van de loonschaal min 1 trede voor een functie, terwijl lang niet elke medewerker in de op één na laatste trede van de schaal uitbetaald wordt. Deze ruimte wordt deels benut doordat externe inhuur duurder is dan eigen personeel, maar per saldo is er begrotingsruimte. Daarnaast zitten in deze post nog diverse mutaties verwerkt. ➜ Vrijval uit WW-voorziening € 117.000 (V) Daarnaast hebben we een deel van de voorziening voor de ww-gelden kunnen laten vrijvallen. Dit heeft geleid tot een voordeel in de exploitatie van € 117.000. ➜ Vrijval financiële reservering spaaruren € 20.000 (V) Het totaal aantal resterende spaaruren is in 2024 gedaald ten opzichte van 2024. Daardoor is de reservering die op de balans staat, ondanks de loonindexering, kleiner geworden en dit geeft een voordeel van € 20.000.
➜ Dotatie voorziening Bovenwettelijk verlof € 80.000 (N) Tegenover deze vrijval van spaaruren staat een nieuwe dotatie in de voorziening Bovenwettelijk verlof. Conform BBV is een voorziening getroffen voor het volledige overgebleven bovenwettelijke verlof. Door het gestegen aantal uren heeft deze dotatie een omvang van € 80.000. Deze stijging heeft vooral te maken met de loonindexering die in 2024 heeft plaatsgevonden, daarnaast is de omvang van het resterende bovenwettelijke verlof iets toegenomen ➜ Storting voorziening RVU 27.000 (N) Voor de voorziening van RVU is een storting van € 27.000 in de voorziening gedaan in 2024.
Informatisering / automatisering € 135.000 (N) Op IT melden wij een nadeel van € 135.000. Er is voornamelijk externe deskundigheid ingekocht. Het betreft hier het beheer en instandhouding van kerngegevens. Dit project is noodzakelijk om voor nu en in de toekomst te kunnen voldoen aan de benodigde datakwaliteit en belofte om informatie en rapportages hierover naar een hoger plan te brengen. Ook zijn de exploitatiekosten van onze provider hoger dan voorheen was berekend. Het gaat hierbij om stijgende licentie kosten. Extern onderzoek / advies € 58.000 (V) Er ontstaat een voordeel op de externe onderzoek en advieskosten van € 58.000. Deze post moet in samenhang gezien worden met de organisatiekosten. Rentebaten € 100.000 (V) Op de totale rentebaten is een voordeel gerealiseerd van € 785.000, dit is € 100.000 hoger dan gemeld in de 2e burap. Bijdrage personeel € 112.000 (V) Op bijdrage personeel melden wij een voordeel van € 112.000. Dit betreft de gelden die komen vanuit het UWV over het verhaal van salarissen en sociale premies.
Opleiding en loopbaanbegeleiding € 122.000 (N) Het opleidingsbudget bedraagt 3% van de loonsom, conform de robuustheidscriteria. In de tweede bestuursrapportage voorzagen we een voordeel waarop het budget deels is afgeraamd. Deze aframing was te groot, waardoor er aan het einde van het jaar een nadeel is ontstaan op het opleidingsbudget. Organisatiekosten € 72.000 (N) Er ontstaat een nadeel op onze organisatiekosten van € 72.000 die voornamelijk voortkomen wat hogere facilitaire kosten vanuit de huisvestingsaanpassingen. Tevens is vanuit hier de voorziening dubieuze debiteuren opgehoogd.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2024
98
99
4.4.4 Reserves PROGRAMMA RESERVE MUTATIES BEDRAGEN IN € 1.000
4.5 Incidentele baten en lasten INCIDENTELE LASTEN BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING NA WIJZIGING
REALISATIE
VERSCHIL
1.378
1.628
-249
Lasten
113
88
25
Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht
Lasten
600
730
-130
Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma
Lasten
346
348
-2
Aanvulling voorziening Voorste Heide
Lasten
-
201
-201
Project borgen en valideren
Lasten
286
237
49
Project van inrichting naar MBA’s
Lasten
34
24
10
PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING
0
0
0
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
0
139
-139
BEGROTING 2024
BEGROTING NA WIJZIGING 2024
REKENING 2024
VERSCHIL
-113
549
524
-25
PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING
0
0
197
-197
Sanering verkeerslawaai
-113
549
327
-222
Onttrekking reserves € 25.000 (N) ➜ Sanering verkeerslawaai € 25.000 (N) Voor sanering verkeerslawaai was in de bestuursrapportage rekening gehouden met een onttrekking van € 113.000. Uiteindelijk is in de jaarrekening bijna € 88.000 onttrokken vanwege een lagere urenrealisatie op het project.
Onttrekking aan reserves Storting in reserves SALDO
Stortingen reserves € 197.000 (N) ➜ SSamen Sterk in Brabant € 197.000 (N) Op SSiB is een voordeel gerealiseerd. Hiervan wordt € 197.000 vereffend met de Egalisatiereserve SSiB. Dit is conform besluitvorming bij de jaarrekening 2021 waarbij een resultaat op SSiB resultaatbepalend wordt vereffend met de Egalisatiereserve SSiB.
LASTEN
Aanvulling voorziening bovenwettelijk verlof
Lasten
-
84
-84
Aanvulling voorziening transitievergoeding
Lasten
-
28
-28
Aanvulling voorziening RVU
Lasten
-
27
-27
0
197
-197
197
-197
1.964
-585
STORTING IN RESERVES Egalisatiereserve SSiB
Lasten
1.378
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
N
N
ODBN Jaarstukken 2024
100
101
INCIDENTELE BATEN BEDRAGEN IN € 1.000
BATEN
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGEN
BEGROTING NA WIJZIGING
REALISATIE
VERSCHIL
946
1.274
328
198
198
Samen Sterk in Brabant subsidie behoud capaciteit
Baten
Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht
Baten
600
730
130
Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma
Baten
346
346
-
0
0
0
PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING DIENST VERLENING
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
685
902
217
Aanvulling voorziening bovenwettelijk verlof
Baten
685
785
100
Aanvulling voorziening transitievergoeding
Baten
0
117
117
549
524
-25
ONT TREKKINGEN RESERVES Onttrekking reserve ISV
Baten
113
88
25
Vrijval reserve IGW
Baten
87
87
-
Vrijval reserve OW
Baten
30
30
-
Vrijval reserve incidentele projecten Van inrichting naar MBA
Baten
34
34
-
Vrijval reserve incidentele projecten Borgen en valideren
Baten
286
286
-
2.180
2.700
520
BEGROTING
REALISATIE
VERSCHIL
TOTAAL
In bovenstaande overzicht is te zien dat in 2024 er meer incidentele baten waren dan incidentele lasten. Dit komt doordat er een aantal reserves vrijgevallen zijn.
V
Toelichting incidentele lasten Sanering verkeerslawaai Het project sanering verkeerslawaai zijn vanuit de reserve ISV middelen vrij gemaakt om een vastgestelde voorraad woningen te saneren die kampen met een teveel aan geluid vanuit het omliggende verkeer. Dit project is gestart in 2019 en wordt naar verwachting in 2026 afgerond. Specifieke uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Voor het houden van toezicht en het handhaven op de energiebesparingsplicht heeft het Rijk voor de 2022-2026 een incidentele specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan de verschillende omgevingsdiensten. Na 2026 is dit project afgerond.
V
N
V
Incidentele lasten
Lasten
1.378
1.964
-586
N
Incidentele baten
Baten
2.180
2.700
520
V
-801
-736
-66
N
Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma Voor het oppakken van diverse aanbevelingen uit het rapport van commissie Van Aartsen heeft het Rijk de specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH uitgegeven. Vanuit deze uitkering heeft de ODBN meegedacht over de diverse aanbevelingen. Het jaar 2024 was het laatste jaar dat deze middelen besteed mochten worden. De ODBN heeft de volledig ter beschikking gestelde middelen besteed aan de projecten waar goedkeuring voor geleverd was. Voorziening Voorste Heide De ODBN heeft de eeuwigdurende onderhoudsplicht van de gesloten stortplaats Voorste Heide. Dat betekent dat er steeds voor 100 jaar bepaald wordt wat de omvang van de voorziening zou moeten zijn. In 2024 is er een nieuwe herberekening geweest wat het doelvermogen vergroot heeft tot ruim € 5 mln. Omdat de jaarlijkse onderhoudskosten uit de voorziening gehaald worden, neemt het doelvermogen af. Deze combinatie heeft in 2024 geleid tot een aanvullende dotatie van de voorziening van € 201.000. Deze aanpassing was in de tweede bestuursrapportage al aangekondigd. Project Borgen en Valideren Voor het project borgen en valideren zijn in 2023 incidentele middelen beschikbaar gesteld. Dit project heeft in 2024 doorgelopen en is eind 2024 afgerond.
Project van inrichting naar MBA Onder de omgevingswet wordt niet meer gesproken over inrichtingen maar over milieubelastende activiteiten. Om het oude inrichtingenbestand om te zetten naar een bestand met milieubelastende activiteiten was in 2023 incidenteel geld beschikbaar gesteld. Dit project is in 2024 afgerond.
ODBN Jaarstukken 2024
102
103
Resultaatbestemming 2023 Het positieve resultaat 2023 is in 2024 uitgekeerd aan de deelnemers. Aanvulling voorzieningen verlof In het kader van verlof is een voorziening gevormd voor het bovenwettelijke verlof wat niet benut is. Dit verlof vertegenwoordigt een grote waarde. In 2024 is deze voorziening aangevuld met € 84.000. Dit is het gevolg van de loonindexering Aanvulling voorzieningen Transitievergoeding In 2024 zijn er meer transitievergoedingen uitgekeerd dan in de voorziening opgenomen was, dat betekent dat de voorziening negatief kwam te staan. Met de dotatie van € 28.000,- komt de voorziening op 0 uit.
Rentebaten In 2024 is voor een bedrag van € 785.000 aan rentebaten ontvangen. Dit betreft voornamelijk rentebaten over middelen die in de schatkist van het ministerie van Financiën ondergebracht zijn. Ook op de lopende rekening van de BNG zijn rentebaten ontvangen. WW-voorziening Elk jaar wordt er een inschatting gemaakt van de WW-rechten van oud-collega’s waar de ODBN voor verantwoordelijk is. In 2024 hebben 2 oud-collega’s een baan gevonden waardoor zij geen WWuitkering meer ontvangen. Dat maakt dat de WW-voorziening met € 117.000 is afgeraamd. Resultaatbestemming 2023 Het positieve resultaat 2023 is in 2024 uitgekeerd aan de deelnemers.
Aanvulling voorzieningen RVU In 2024 heeft een collega aangegeven gebruik te willen maken van de RVU regeling. Dat betekent dat de voorziening RVU gevormd is met het bedrag wat met deze regeling van doen is.
Onttrekking ISV Voor het project Sanering verkeerslawaai zijn in 2024 kosten gemaakt. Conform het besluit van het Algemeen Bestuur uit 2019 is dit bedrag onttrokken aan de reserve ISV.
Egalisatiereserve SSiB Conform gemaakte afspraken is het saldo van SSiB gestort in de eigen egalisatiereserve. In 2024 betrof dit een bedrag van € 197.000.
Vrijval reserve IGW Voor de verdere ontwikkeling van het informatiegestuurd werken is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd. In de afgelopen jaren is dit voortvarend opgepakt. Begin 2024 resteerde nog een bedrag van € 86.619, conform besluitvorming in de eerste bestuursrapportage is deze reserve in 2024 vrijgevallen.
Toelichting incidentele baten Subsidie Samen Sterk in Brabant Samen sterk in Brabant heeft in 2024 een incidentele subsidie gekregen voor het behoud van BOAcapaciteit. Dit bedrag van € 198.000 kwam aan het einde van 2024 ter beschikking van SSiB. Specifieke uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Voor het houden van toezicht en het handhaven op de energiebesparingsplicht heeft het Rijk voor de 2022-2026 een incidentele specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan de verschillende omgevingsdiensten. Na 2026 is dit project afgerond. Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma Voor het oppakken van diverse aanbevelingen uit het rapport van commissie Van Aartsen heeft het Rijk de specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH uitgegeven. Vanuit deze uitkering heeft de ODBN meegedacht over de diverse aanbevelingen. Het jaar 2024 was het laatste jaar dat deze middelen besteed mochten worden. De ODBN heeft de volledig ter beschikking gestelde middelen besteed aan de projecten waar goedkeuring voor geleverd was.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Vrijval reserve Omgevingswet Voor de technische kant van de implementatie van de Omgevingswet is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd. In de afgelopen jaren is op dit terrein veel gebeurd. Begin 2024 resteerde nog een bedrag van € 30.000, conform besluitvorming in de eerste bestuursrapportage is deze reserve in 2024 vrijgevallen. Reserve incidentele projecten: Van Inrichting naar MBA Het project Van inrichting naar MBA was incidenteel geld beschikbaar gesteld. Het project is in 2024 volledig afgerond, daarmee kon de dit deel van de reserve vrijvallen conform eerdere besluitvorming. Reserve incidentele projecten: Borgen en Valideren Het project Borgen en Valideren was in 2023 incidenteel geld beschikbaar gesteld. Het project is in 2024 volledig afgerond, daarmee kon de dit deel van de reserve vrijvallen conform eerdere besluitvorming.
ODBN Jaarstukken 2024
104
105
4.6 Financieel overzicht per taakbeeld BBV OVERZICHT PER TAAKVELD
UITGAVEN
INKOMSTEN
Anderzijds zien we dat we meer werkzaamheden dan genormeerd verrichten voor onze leefomgeving welke niet altijd een relatie hebben met een financieringsbron, dit komt tot uitdrukking in de productiviteitsnorm. We zien dat de productiviteit genormeerd was op 1.395 uren per FTE en de daadwerkelijk behaalde productiviteit is 1.398,6 uren per FTE, deze stijging zorgt 1 op 1 voor een verlaging van de declarabiliteit.
SALDO
TAAKVELD
OMSCHRIJVING TAAKVELD
0.1
Bestuur
31
-
-31
0.10
Mutaties reserves
197
-524
327
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
-
0.4
Overhead
11.033
-409
-10.624
0.5
Treasury
-
-785
785
0.8
Overige baten en lasten
95
9
-104
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
144
-111
-33
7.3
Afval
197
-
-197
7.4
Milieubeheer
23.052
-33.888
10.836
TOTAAL
34.749
-35.708
959
4.7 Overzicht aanwending post onvoorzien
4.8.2 Facturabiliteit Naast de gemiddelde declarabiliteit wordt er ook een analyse gemaakt in hoeverre de declarabele uren in rekening zijn gebracht. Voor een deel van de declarabele uren wordt namelijk een vaste bijdrage ontvangen. Dit betekent dat de uren die méér worden gemaakt dan begroot niet in rekening worden gebracht bij de deelnemers, maar ook dat hier voor de ODBN geen dekking tegenover staat. Dit is vooral aan de orde voor een aantal opdrachten binnen de regionale dienstverlening. In 2023 zijn 36.325 uren gemaakt voor opdrachten met een vaste bijdrage tegenover 37.288 uren begroot. Dit komt voornamelijk doordat er op Collectieve Taken 2.000 uren minder gerealiseerd hebben. Hiertegenover staat de realisatie op de Omgevingswet. Hiervoor was in 2023 geen apart budget voor begroot. De dekking van deze uren komen daarmee uit Collectieve Taken. Daarnaast zien we dat we voor SSIB 1.878 uren minder hebben gemaakt dan begroot, dit heeft met personele wisselingen te maken. De meeste onderdelen in Regionale Dienstverlening kennen een vaste bijdrage. Dit geldt niet voor de onderdelen SPUK THE en SPUK IBP. Hierop is de realisatie in uren hoger dan begroot, deze zijn wel facturabel. Voor SPUK IBP is wel de kanttekening dat hiervoor uurtarieven gebruikt worden exclusief overhead. Dit omdat mensen vanuit de overhead declarabel op dit project kunnen schrijven.
De post onvoorzien is in 2024 niet aangewend. De totale post van € 100.000,- valt vrij als voordeel in het jaarrekeningresultaat. Het voordeel is opgenomen in het resultaat van 2024.
4.9 EMU-saldo
4.8 Declarabiliteit In 2024 zijn er meer declarabele uren gerealiseerd dan de verwachting die gepresenteerd is in de 2e bestuursrapportage. De grootste stijging in de declarabele uren is gerealiseerd door afdeling Gemeenten. Door bijsturing is hier een significante stijging van de declarabele uren en het declarabiliteitspercentage te zien t.o.v. de 2e bestuursrapportage. 4.8.1 Beschikbare declarabele uren De gemiddelde declarabiliteit van de ODBN komt uit op 1.261 uren per FTE, dit blijft onder de vastgestelde norm van 1.301,6 declarabele uren. Enerzijds zien we dat de druk op de arbeidsmarkt onverminderd hoog blijft en dat we hierdoor veel tijd kwijt zijn aan het inwerken van nieuwe medewerkers. Dit gaat ten koste van de declarabiliteit van de nieuwe medewerker, maar ook van de declarabiliteit van de medewerkers die de nieuwe medewerkers inwerken.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
OMSCHRIJVING
BEGROTING 2024
REKENING 2024
Exploitatiesaldo voor mutatie reserves
888.599
632.253
+
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
276.948
290.512
+
Dotaties aan voorzieningen
0
340.867
+
In- en desinvesteringen
0
135.037
-
Onttrekkingen aan voorzieningen
0
-117.014
+
EMU-SALDO
1.165.547
1.011.580
Totale lasten
36.221.816
34.434.278
3,22%
2,94%
EMU-SALDO ALS % TOTALE LASTEN
Het EMU-saldo geeft het saldo van alle inkomende en uitgaande geldstromen weer die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden. ODBN Jaarstukken 2024
106
107
4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT)
GEGEVENS 2023 | BEDRAGEN X € 1 NAAM
Algemeen Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector zijn wettelijk genormeerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd over de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De ODBN is verplicht om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionaris 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevend topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.
FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR 1 jan t/m 31 dec 1,0 fte ja
BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
135.717
Beloningen betaalbaar op termijn
21.750
Subtotaal
157.467
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
223.000
BEZOLDIGING
157.467
GEGEVENS 2024 | BEDRAGEN X € 1 NAAM
J.A.J. LENSSEN
FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?
8
ALGEMEEN DIRECTEUR 1 jan t/m 31 dec 1,0 fte ja
BEZOLDIGING Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
140.968
Beloningen betaalbaar op termijn
22.736
Subtotaal
163.703
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 TOTALE BEZOLDIGING 2024
1c Toezichthoudende topfunctionarissen Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 1d Topfunctionaris met een bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks en Algemeen bestuur weergegeven. De DB en AB leden van de ODBN ontvangen geen bezoldiging c.q. vergoeding.
N.v.t. 163.703
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13
N.v.t.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
1b L eidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 De WNT-normen gelden ook voor ingehuurde topfunctionarissen. In 2024 heeft de ODBN geen interim-bestuurder gehad die onder de WNT verantwoord hoeft te worden.
ODBN Jaarstukken 2024
108
109
Tabel vergoedingen leden Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur
FUNCTIE
NAAM
DIENST VERBAND
DUUR FUNCTIE IN BOEK JAAR*
➔
OMVANG DIENST VERBAND
BELONING
VASTE EN VARIABELE ONKOSTEN VERGOEDING
VOORZIENING BETALING
BEZOLDIGING 2024
BEZOLDIGING 2023
Voorzitter DB, AB
Dhr. C.H.C. (Kees) van Rooij
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB, AB
Dhr. M. (Mark) Oudenhoven
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB, AB
Dhr. M.A.W.J.M. (Rien) Wijdeven
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB, AB
Dhr. D.A.C. (David) Sölez
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB, AB
Dhr. F.J.M. (Franko) van Lankvelt
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. W.C.F.(Wim) van der Zanden
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. B.M.H. (Ben) Brands
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. R.A.P. (Ralph) Geers
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Mevr. L.A.G.P. (Lianne) van der Aa*
Nee
10 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. A.A.J.C. (Bert) van Druenen**
Nee
2 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. S.M.J.N. (Sidney) van den Bergh
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M.F.H. (Mark) du Maine
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
* januari t/m oktober en ** november t/m december
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2024
110
111
1e. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 De totale bezoldiging van een topfunctionaris inclusief degene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt, voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen (uitsluitend te verantwoorden indien en voor zover er sprake is bij een topfunctionaris van bezoldiging voor andere werkzaamheden dan die als topfunctionaris bij de WNT-instelling en/ of bezoldiging uit hoofde van werkzaamheden bij gelieerde rechtspersonen. Voor de ODBN is deze tabel niet van toepassing. 1f. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1a.
Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100. Voor de ODBN is deze tabel niet van toepassing.
2.
U itkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Voor 2024 is dit voor de ODBN niet van toepassing.
3.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de wnt Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
1g. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van minder dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1d, Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. Voor de ODBN is deze tabel niet van toepassing.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2024
112
113
4.11 Bijdrage deelnemers
DEELNEMER
PROGRAMMA 1 KLACHTEN REGELING
PROGRAMMA 1 COLLECTIEVE TAKEN
PROGRAMMA 1 BODEMLOKET
PROGRAMMA 1 SSIB
PROGRAMMA 2 BASISTAKEN
PROGRAMMA 2 VERZOEKTAKEN
PROGRAMMA 2 AANVULLENDE VERZOEKTAKEN
TOTAAL 2024
Provincie Noord Brabant
226.355
15.300
0
1.419.974
2.067.914
9.487.875
512.129
13.729.546
Gemeente Bernheze
33.620
4.900
2.759
14.364
956.704
233.080
71.311
1.316.738
Gemeente Boekel
11.693
1.700
960
9.012
551.342
73.077
9.192
656.975
Gemeente Boxtel
35.119
5.100
2.882
11.643
731.101
53.851
10.878
850.574
Gemeente Land van Cuijk
96.155
14.100
7.892
40.125
3.259.149
373.559
30.638
3.821.618
Gemeente Meierijstad
87.575
12.800
7.187
22.596
2.317.865
574.134
30.002
3.052.160
Gemeente Maashorst
61.867
9.000
5.077
18.463
1.767.127
416.048
27.074
2.304.655
Gemeente Oss
98.911
14.500
8.118
20.911
1.999.974
249.125
25.984
2.417.523
Gemeente ’s-Hertogenbosch
165.940
24.300
0
13.904
1.568.731
104.661
38.083
1.915.619
Gemeente Sint Michielsgestel
31.517
4.600
2.587
11.153
579.526
45.911
0
675.294
Gemeente Vught
33.692
4.900
2.765
8.325
467.577
87.292
5.468
610.020
Diversen
0
0
0
1.078.138
68.301
2.849
422.494
1.571.782
TOTAAL
882.444
111.200
40.227
2.668.608
16.335.310
11.701.463
1.183.252
32.922.504
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2024
5 Sisa Verantwoording
114
115
SISA BIJLAGE VERANT WOORDINGSINFORMATIE 2024 OP GROND VAN ARTIKEL 3 VAN DE REGELING VERSTERKER IenW
UITKERINGSCODE E93
SPECIFIEKE UITKERING JURIDISCHE GRONDSLAG ONT VANGER Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
INFORMATIEVERSTREKKING SISA - D.D. 07-01-2025
➔
INDICATOR Totale besteding (jaar T)
INDICATOR
INDICATOR
Cumulatieve besteding (t/m jaar T)
Eindverantwoording (Ja/ Nee)
Aard controle R Indicator: E93/01
€
Aard controle n.v.t. Indicator: E93/02
352.333
Naam activiteit
€
Besteding (jaar T)
Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht.
1 Deelname aan werk- en projectgroepen
€ 55.116
€ 118.578
2 Aanleveren van data voor het IBP
€ 19.271
€ 19.271
3 Scholing en opleiding
€ 6.999
€ 125.749
-/ € 499 -
€0
€ 8.583
€ 11.773
6 Uniforme indeling naar risico van zorgbedrijven
€0
€0
7 Openbaar maken van definitieve handhavingsbeschikkingen Wabo-inspecties
€0
€0
€ 52.207
€ 52.207
9 Onderzoek onder het IBP naar belangrijke (transitie) opgaven
€0
€0
10 Een risico analyse en uitvoerings- en handhavingsplan per omgevingsdienst
€0
€0
11 Opstellen uitvoeren van implementatieprogramma
€ 210.656
€ 226.298
12 Participeren in onderzoek naar mandaten
€0
€0
13 Visitatie bij omgevingsdiensten en meewerken aan evaluatie van de pilots
€0
€ 32.109
14 Plan van aanpak voor het inrichten van een systeem van onderzoeken door ILT naar het functioneren van het VTH stelsel
€0
€0
15 Materiële kosten
€0
€0
Cumulatieve besteding (t/m jaar T)
Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Regeling (ja/nee)
Aard controle n.v.t. Indicator: F21/02
Aard controle R Indicator: F21/03
Besteding (jaar T)
Aard controle R Indicator: F21/01
€
730.149
€
Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, zesde lid, van de Regeling (ja/nee)
Eindverantwoording (ja/nee)
Aard controle D2 Indicator: F21/04
Aard controle R Indicator: F21/05
JA
NEE
Cumulatieve besteding (t/m jaar T) Aard controle n.v.t. Indicator: E93/06
8 Landelijke arbeidsmarktcampagne
F21
JA
Aard controle n.v.t. Indicator: E93/05
5 Implementatie LHS
INDICATOR
Aard controle n.v.t. Indicator: E93/03
Aard controle n.v.t. Indicator: E93/04
4 Inzicht in bestaande vormen van bekostiging
KGG
585.985
INDICATOR
1.134.026
NEE
INDICATOR
116
6 Rechtmatigheidsverklaring van het bestuur
De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet‐ en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 6 november 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet‐ en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 1% (maximaal 3) van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 346.315.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.
117
BEGROTINGSCRITERIUM | BEDRAGEN X € 1.000
AFWIJKING
1A. O verschrijding lasten programma’s of indien van toepassing een ander door het Algemeen Bestuur vastgesteld autorisatieniveau