1. Bijlage Voorjaarsnota 2026
Tekst van het document
Bijlage 1: Voorjaarsnota 2026 1.
Bestuurlijke inleiding Deze voorjaarsnota zit op het scharnierpunt van de afronding van deze bestuursperiode en de vooruitblik naar 2026 en verder. Vanuit dat gegeven zetten we in op drie lijnen. (1) We blijven impact realiseren in het komende jaar voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Aan de hand van het bestuursakkoord ronden we enkele belangrijke mijlpalen af. (2) We leveren het gemeentelijk huishoudboekje netjes op voor de volgende bestuursperiode. We zetten ons solide financieel beleid van de afgelopen jaren door, in het bijzonder met het oog op het ravijnjaar 2026 en de onzekerheid over de gemeentefinanciën. (3) We bereiden ons voor en spelen slim in op de toekomst. De dynamiek en onzekerheid van deze tijd vragen om een pro-actieve aanpak. Afronden impact en mijlpalen uit het bestuursakkoord Het komende jaar realiseren we nog meerdere doelen en mijlpalen uit ons bestuursakkoord. Dan gaat het onder andere om de uitvoering van zaken die de afgelopen jaren in gang zijn gezet. Bijvoorbeeld de planvorming voor verplaatsing van de coffeeshops Hinthamerstraat, de uitvoering van de economische visie, doorpakken op de mobiliteitsaanpak voor de brede binnenstad en de lancering van de Bossche Pas. En uiteraard werken we door op de ingezette lijnen op het gebied van woningbouw en verstedelijking, gelijke kansen, sociale structuur en klimaatbestendigheid.
Daarnaast geven we met deze voorjaarsnota enkele impulsen om doelen en afspraken uit het bestuursakkoord goed af te kunnen ronden. Zoals het goed voorbereiden en tijdig toewerken naar het themajaar 2029. We borgen ook de realisatie van het Integraal Huisvestingsplan op onderwijs (IHP) op langere termijn met bijbehorende investeringen. Verder willen het mogelijk maken dat we na behandeling van de visie Diversiteit, Inclusie, Gelijkwaardigheid in uw raad, gelijk uit de startblokken kunnen met de uitvoering ervan. Tot slot bereiden we nog een aantal belangrijke besluiten voor, voortbouwend en volgend op de ambities uit het bestuursakkoord. We komen met een voorkeursalternatief Duurzame Polder. Op basis van de Klimaat Impact Analyse (KIA) leggen we de raad een voorstel voor over de stappen naar een klimaatneutraal ’s-Hertogenbosch in 2045. En we bieden de raad de definitieve omgevingsvisie ter vaststelling aan. Daarnaast komen we voor het einde van de bestuursperiode met voorstellen op het gebied van participatie (visie en verordening), actualisatie van de nota duurzaamheid en beleidskaders voor armoede en schulden. Huishoudboekje op orde Gemeenten in Nederland kijken aan tegen een ‘ravijnjaar’. Ook wij hebben daar mee te maken en de grote onzekerheid die daarbij hoort.
Bij het schrijven van deze Voorjaarsnota was er nog geen duidelijkheid over of en hoe het rijk over de brug komt richting gemeenten. We nemen onze verantwoordelijkheid om het gemeentelijk huishoudboekje netjes op te leveren voor de volgende bestuursperiode. Dankzij een solide financieel beleid, kunnen we nog steeds zeggen dat we er relatief goed voor staan. Een tekort over 2026 dekken we af met beschikbare incidentele ruimte binnen onze algemene reserve. Het tekort dat we nu voorzien na het ravijnjaar 2026 is – in vergelijking met veel andere gemeenten – beperkt. Verder nemen we onze verantwoordelijkheid om de situatie bij de Afvalstoffendienst op orde te brengen en toekomstbestendig te maken. En we maken mogelijk dat de ingezette organisatieontwikkeling door kan blijven gaan in het komend jaar. Inspelen op de toekomst De dynamiek in onze samenleving en op wereldtoneel is groot en onvoorspelbaar. Van polarisatie tot afnemend vertrouwen in overheid en politiek en van macro-economische ontwikkelingen tot nieuwe geopolitieke verhoudingen. En de uitdagingen waren al groot, op vlak van woningbouw, energietransitie, opvang van ontheemden, bestaanszekerheid, gelijke kansen. Zeker tegen de achtergrond van financiële onzekerheid, maar ook de krapte op de arbeidsmarkt, in stikstofruimte en capaciteit op het elektriciteitsnet.
We kiezen ervoor om pro-actief in te spelen op deze onzekerheid en dynamiek. De opgaven zijn te groot en we kunnen ons geen stilstand veroorloven. We doen dat op verschillende manieren. Ten eerste werken we in het kader van ‘wendbaar begroten’ aan meer inzicht voor uw raad in de financiële begroting. Daarmee brengen we de gemeenteraad tijdig in positie, als we in de toekomst voor (majeure) financiële keuzes komen te staan.
Ten tweede kiezen we met deze voorjaarsnota voor een aantal toekomstgerichte investeringen, die ervoor zorgen dat ‘de motor’ kan blijven draaien op belangrijke opgaven en ambities. Zo nemen we budget op voor onze aanpak op ‘natuurversterkend ontwikkelen’. Op die manier willen we – samen met rijk en provincie – werken aan doorbraken op het stikstofdossier, ten behoeve van woningbouw, bedrijven, voorzieningen en andere ontwikkelingen. Een passieve houding op dit vraagstuk, kunnen we ons niet veroorloven. Verder geven we een impuls aan de kwaliteitsverbetering van de Brede Binnenstad, in lijn met het raadsbesluit van afgelopen december. We maken mogelijk dat de kwaliteitsverbetering snel en integraal kan worden opgepakt in dit jaar en het komend jaar. Ook de toekomst van de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) is een belangrijk vraagstuk. De JADS heeft de intentie om haar activiteiten in onze stad de komende jaren fors te laten groeien. Besluitvorming hierover in het College van Bestuur van de 2 betrokken universiteiten (TUe en Tilburg University) vindt plaats in mei dit jaar. De verwachting is dat zij, bij een positief besluit, een beroep zullen doen op de gemeente (en de provincie) voor extra ondersteuning.
Op basis van de evaluatie van de impact van JADS in de afgelopen 10 jaar, een onderzoek dat op korte termijn met uw raad gedeeld wordt, komt het college nog voor de begrotingsbehandeling met een raadsvoorstel voor de invulling van deze steun. Met het oog op onze toekomstige investeringsmogelijkheden storten we ook een fors bedrag van de beschikbare incidentele middelen in ons structuurfonds. Dat is hoe dan ook nodig op basis van de huidige projecten in het structuurfonds. Verhaal voor ’s-Hertogenbosch Tot slot brengen we koers aan met een verhaal voor ’s-Hertogenbosch. Als we onszelf zetten naast vergelijkbare middelgrote steden, doen we het op veel terreinen goed. Van woonaantrekkelijkheid en sociale cohesie, tot economische kracht en de gemeentefinanciën. Maar niks is vanzelfsprekend en de huidige dynamiek geeft meer dan voldoende aanleiding om daarbij stil te staan. We moeten weten waar we naar toe willen, om pro-actief in te kunnen spelen op de uitdagingen en kansen die op ons afkomen. Dit verhaal voor ’s-Hertogenbosch geeft een beeld van waar we staan en waar we voor gaan. Overkoepelend op en dwars door afzonderlijke beleidsvelden en bestaande inhoudelijke visies heen. Daarmee is het een onderlegger voor keuzes in beleid en uitvoering. Het schetst richtingen voor de toekomst, maar laat de ruimte in hoe we daar invulling aangeven.
We nodigen uw raad uit om u uit te spreken over dit verhaal. We gaan hierover ook in gesprek met onze partners in de gemeente; inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties. Die toekomst is van ons allemaal en we hebben elkaar bovendien hard nodig. Als we werken vanuit eenzelfde beeld van waar we staan en waar we voor gaan, dan komen we verder én gaan we sneller. Dit verhaal is dan ook geen eindpunt, maar een startpunt om samen de schouders te zetten onder een toekomstbestendig ’sHertogenbosch. 2.
Financiële hoofdlijn Vanaf 2026 dalen de inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het rijk. Dit geldt ook voor onze gemeente. Hier hebben we de afgelopen jaren al zoveel mogelijk rekening mee gehouden in onze meerjarenbegroting. Toch zien ook wij al enkele jaren vanaf 2026 een vooralsnog beperkt tekort op ons afkomen, hoewel de meerjarenbegroting 2025 t/m 2028 nog (vrijwel) sluitend was. Normaal gesproken kunnen wij vanuit de toename van de algemene uitkering in een jaar de extra kosten van autonome ontwikkelingen dekken. Voorbeelden van deze autonome ontwikkelingen zijn onvermijdelijke uitgaven als gevolg van nieuwe wetgeving en een toename van het beroep dat burgers doen op onze voorzieningen. Aangezien deze ontwikkelingen zich altijd lastig hebben laten voorspellen, hanteren wij al vele jaren het uitgangspunt dat deze afgedekt zouden moeten worden uit de toename van de algemene uitkering in een jaar (ook dat ramen wij niet meerjarig in). Dit is steeds een redelijk uitgangspunt geweest. Maar voor 2026 is een toename van onze bijdrage uit het Gemeentefonds voor de dekking van deze kosten niet te verwachten. Ook ná 2026 wordt dit niet gecorrigeerd, dus werkt dit structureel door in onze meerjarenbegroting. Na 2027 is er wel weer sprak van groei van het Gemeentefonds.
Door ons college is in de begroting 2025 het tekort vanaf 2026 indicatief geraamd op een bedrag tussen - € 2,2 tot - € 3,7 miljoen. Op dit moment laat de actualisatie van de begroting 2025 in combinatie met deze Voorjaarsnota 2026 dit tekort vanaf 2028 deels zien. Het definitieve beeld wordt pas duidelijk bij het daadwerkelijk opstellen van de begroting 2026, als de effecten van de meicirculaire, de indexering en de verdere autonome ontwikkelingen duidelijk zijn. Een tekort in de begroting 2026 dekken wij incidenteel af uit de beschikbare incidentele ruimte binnen onze algemene reserve. Dit is conform de lijn die eerder met uw raad is afgesproken.
In de discussienotitie over het wendbaar begroten (november 2024) heeft ons college aangegeven, dat bij structurele tekorten maatregelen genomen moeten worden. Daarbij is ons college van mening, dat de omvang van een eventuele taakstelling bepalend is voor de omvang van het traject dat doorlopen gaat worden om het tekort structureel op te lossen. Het nu voorziene, relatief beperkte tekort rechtvaardigt op dit moment geen breed opgezet ombuigingstraject. We monitoren daarbij wel nadrukkelijk de onzekerheden, kansen en andere ontwikkelingen die hierop van invloed zijn. Momenteel zijn ambtelijk de voorbereidingen gestart om het inzicht voor de raad in de financiële begroting te vergroten. Dit zal een plek krijgen in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad. Hiermee wil ons college de toekomstige raad in positie brengen om financiële keuzes te maken, als de situatie hierom vraagt. Belangrijke factoren die mede bepalend zijn voor de ontwikkeling van ons financieel meerjarenbeeld in de komende jaren 1. Onzekerheid of Rijk gemeenten tegemoetkomt De gemeenten bij monde van de VNG hebben de afgelopen periode zeer nadrukkelijk bij het kabinet aangedrongen om te komen tot een gezamenlijke en uitvoerbare agenda om de grote vraagstukken waar Nederland voor staat samen aan te pakken.
Daarbij is het overnemen van de aanbevelingen van de commissie van Ark rondom de hervormingsagenda Jeugd en het in ieder geval deels terugdraaien van de korting op het Gemeentefonds in 2026 (Ravijnjaar) cruciaal. Bij het schrijven van deze Voorjaarsnota was er nog geen duidelijkheid over of, en hoe, het rijk over de brug komt richting gemeenten. U moet dan ook deze Voorjaarsnota zien als een momentopname, waarbij we geen rekening hebben gehouden met extra bijdragen vanuit het Rijk. 2. Verwacht tekort Sociaal Domein, in afwachting van reactie Rijk op rapport ‘Groeipijn’ van de commissie van Ark Bij deze Voorjaarsnota treft u een nieuwe meerjarige doorkijk aan van de ontwikkeling het sociaal domein. Tijdens het opstellen van onze voorjaarsnota zijn we in afwachting van de Rijksbesluitvorming over het rapport ‘Groeipijn’ van de cie. Van Ark. Het al dan niet ‘van kaft tot kaft’ overnemen van dit rapport heeft een groot effect op ons meerjarenbeeld van het sociaal domein. 3. Risico op ontoereikendheid uitkering gemeentefonds Onze bijdrage vanuit het gemeentefonds wordt door het Rijk jaarlijks geïndexeerd ter compensatie van loon- en prijsstijgingen. Een risico hierbij is de prijscompensatie die wij van het Rijk krijgen bij het Gemeentefonds. De door het rijk gehanteerde Consumentenprijsindex (CPI) van maart 2025 hanteren wij ook voor onze begroting 2026 voor de prijsontwikkeling.
Maar een hogere loonontwikkeling dan de groei van de Consumentenprijsindex komt voor rekening van onze gemeente. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO Gemeenten zijn ten tijde van het opstellen van deze Voorjaarsnota nog niet afgerond. Daarnaast is mogelijk de nieuwe systematiek van het Rijk om de groei van het gemeentefonds te bepalen op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP) niet voldoende om de werkelijke inflatie te compenseren. De VNG is hierover in gesprek met het Rijk. 4. Ingroei herverdeling Gemeentefonds In 2022 besloot het rijk tot de invoering van een nieuw verdeelmodel voor het gemeentefonds. Hierbij is gekozen voor een ingroeipad met jaarlijks voor een gemeente een maximaal financieel effect per inwoner. Na een periode van drie jaar is de verdere doorvoering van het model niet doorgezet. Dit in afwachting van de uitkomsten van een drietal nadere onderzoeken. Inmiddels zijn de resultaten hiervan beschikbaar. Op basis hiervan heeft het rijk besloten tot een nadere analyse op onderdelen. In afwachting hiervan is besloten om de volgende stap in het ingroeipad met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2027. Een onverkorte toepassing van het nieuwe verdeelmodel leidt op termijn voor onze gemeente nog tot een structureel voordeel van € 10 miljoen. Met dit uitstel is het onzeker of de herverdeling onverkort zal worden toegepast.
Wij houden daarom nog geen rekening met deze verdere ingroei. 5. Inhoudelijke wensen van de raad Inhoudelijke keuzes van uw raad kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van ons financiële meerjarenbeeld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan keuzes die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de parkeeropbrengsten. Bovendien kan bij een nieuwe raad in 2026 de wens bestaan om financieel ruimte te creëren voor nieuw beleid, waar geen ruimte voor is. 6. Ambities structuurfonds in het licht van een opdrogende afdracht vanuit het grondbedrijf In de begroting 2025 becijferden wij het toekomstig tekort op het structuurfonds op ruim € 19 miljoen. Dit is onder de vooronderstelling dat alle op het structuurfonds opgevoerde (en daarmee in voorbereiding zijnde) projecten tegen de nu geraamde investeringsbedragen naar de uitvoeringsfase worden gebracht. Dit is exclusief eventuele (nieuwe) projecten die mogelijk hier bovenop een extra of nieuw beroep op het
structuurfonds kunnen gaan doen. En gaat uit van de veronderstelling, dat nu geraamde voeding van het structuurfonds conform verwachting is. Wij verwachten u in ieder geval nog deze raadsperiode nader te informeren over de verplaatsing van de roeivereniging binnen de Bossche Stadsdelta, de ontwikkelingen rondom het stadion van FC Den Bosch en de extra benodigde middelen voor het OV Knooppunt Station. Het structuurfonds wordt deels gevoed met een jaarlijkse storting vanuit de reguliere begroting en deels met incidentele bijdragen. Denk bij dit laatste in het bijzonder aan incidentele positieve jaarrekeningresultaten en bijdragen vanuit het grondbedrijf (conform de nota Grondbeleid). In de begroting 2025 raamden we dat we de komende jaren nog € 21 miljoen aan bijdragen vanuit het grondbedrijf en (beperkt) als dividenduitkering uit de verbonden partijen verwachten. Daarna wordt deze geldstroom onzeker. Met het complexer worden van de ruimtelijke ontwikkelingen en onze daarbij gehanteerde ambities, is het namelijk niet de verwachting dat het grondbedrijf op langere termijn de huidige winstafdrachten aan het structuurfonds op peil kan houden (afgezien van genoemde € 21 miljoen). Op basis van onze ambities met de stad is het aan de andere kant de verwachting, dat ook de komende jaren gewenst zal zijn om nieuwe investeringen op te voeren op het structuurfonds.
Dit zou, wat ons college betreft, in de volgende bestuursperiode verder in beeld moeten worden gebracht. Om deze investeringsruimte in het structuurfonds mogelijk te maken, is het wenselijk om (in belangrijke mate) incidentele meevallers uit toekomstige jaarrekeningen toe te voegen aan het structuurfonds. Wel ruimte voor incidenteel nieuw beleid, zeer terughoudend met structureel nieuw beleid Vanwege het huidige financiële meerjarenbeeld wil ons college uiterst terughoudend zijn met structureel nieuw beleid. Vanwege de maatschappelijke impact leggen wij u in deze Voorjaarsnota desalniettemin voorstellen voor ten aanzien van onderwijshuisvesting. Dit onderwerp vraagt al vanaf 2025 een besluit van uw raad. Incidenteel is er wel vrije ruimte beschikbaar in de vorm van een surplus op onze algemene reserve. Via dit raadsvoorstel leggen wij u een voorstel voor de aanwending hiervan voor. Deels is besteding van deze gelden vanaf dit jaar al gewenst en vragen wij daarop nu al een besluit van uw raad. De overige bestedingsvoorstellen zullen wij, gehoord hebbende uw opvattingen, betrekken bij het opstellen van de begroting 2026. 3.
Het meerjarenbeeld uit de actualisatie 2025 is het startpunt van de begrotingsvoorbereiding 2026. Tegelijkertijd met deze voorjaarsnota ligt het raadsvoorstel inzake de Actualisatie van de begroting 2025 voor in uw raad. In deze Actualisatie schetsten wij het effect van de onontkoombare ontwikkelingen die na het opstellen van de begroting 2025 op ons af zijn gekomen. Het meerjarenbeeld 2026 e.v. op basis van deze Actualisatie ziet er als volgt uit:
4.
Bedragen (*€1.000) Uitkomst begroting 2025
2026 282
2027 424
2028 -180
2029 -180
Actualisatie 2025
-104
-25
-25
-25
Stand geactualiseerde begroting 2025
178
399
-205
-205
Incidenteel beschikbare middelen Momenteel zijn we bezig met de afronding van de jaarrekening 2024. Vooralsnog bedraagt het resultaat € 3,9 miljoen positief. Hier vindt in ieder geval nog een correctie op plaats voor kosten van de afvalstoffendienst die geactiveerd moeten worden (€ 1,4 miljoen). Verder laat de analyse van het resultaat boekjaar afvalstoffendienst zien dat van het resterende verlies € 2,1 miljoen verrekend kan worden met de voorziening afvalstoffenheffing. Dit is € 1 miljoen minder dan in de cijfers verwerkt. Daarmee komt het resultaat op € 4,3 miljoen. Volgens onze financiële spelregels storten we dit resultaat in de algemene reserve. Als onderdeel van de besluitvorming bij de MARAP is eerder een bedrag van € 9,4 miljoen gestort in de algemene reserve. Op basis van bovenstaande uitkomsten verwachten we een stand van de algemene reserve van € 54 miljoen. Daarnaast heeft uw raad bij de begroting 2025 raad besloten het positief begrotingssaldo van € 4,8 miljoen in 2025 toe te voegen aan de algemene reserve, maar dit bedrag geldt als reservering voor het afdekken van een eventueel tekort 2026.
Van deze stand van de algemene reserve is een bedrag van € 4,6 miljoen reeds ingezet voor incidenteel nieuw beleid 2025 en 2026 (besluit begroting 2024). Het overschot op deze reserve bovenop de streefwaarde is vervolgens beschikbaar voor de integrale afweging in de volgende begroting. Rekening houdend met de reeds ingeboekte onttrekkingen in 2025 en 2026 resteert een onbestemd saldo in de algemene reserve van € 49,3 miljoen In de begroting 2025 hebben wij de streefwaarde van onze algemene reserve vastgesteld op € 37,2 miljoen. Daarmee is een bedrag van € 12,1 miljoen beschikbaar voor incidenteel nieuw beleid. 5.
Sommige opgaven zijn dermate urgent, dat deze er om vragen om direct opgepakt te worden. Ons college stelt daarom voor de middelen hiertoe al in 2025 beschikbaar te stellen. Sommige opgaven vragen om direct opgepakt worden. Doen we dat niet, dan heeft dat mogelijk ongewenste maatschappelijke effecten en lopen we als gemeente afbreukrisico’s. We hebben als gemeente de keuze om hier al dan niet extra middelen op in te zetten; strikt onvermijdelijk zijn deze uitgaven daarmee niet te noemen. Daarom zijn deze voorstellen geen onderdeel van de Actualisatie waar alleen de onvermijdelijke uitgaven een plek krijgen. In Bijlage 2 zijn onze voorstellen voor nieuw beleid vanaf 2025 opgenomen met een nadere toelichting per post. Onderstaand vatten we deze posten kort en bondig samen. Voorstellen structureel nieuw beleid 2025 (en verder) Deze structurele en/of budgettair-neutrale posten betreffen: Bedragen (*€1.000)
2026
2027
2028
2029
-60
-1.854
-2.236
-2.288
-33
-33
-33
-33
-200
-175
-150
-125
-100
-578
-1.155
-1.155
-1.155
-1.155
Opbrengsten AFV afvalstoffenheffing
609
1.801
1.875
1.853
Opbrengsten AFV commerciële tarieven
814
1.391
1.674
1.723
-389
-389
-389
AFV Elektrificeren wagenpark en realisatie laadstation (€ 21,8 miljoen in 2025-2029). AFV Uitbreiding camerabewaking (€ 150.000 in 2025). AFV Overgang diesel naar HVO100 vanwege duurzaamheidsambities. Formatie uitbreiding AFV op basis van integraal verbeterplan (3 overige gemeenten)
Opbrengsten AFV voorziening afvalstoffenheffing Uitbreiding inzet THOR in het kader van verkeersveiligheid binnenstad (+2FTE) met daarna evaluatie. Business case opstellen t.b.v. de dekking hiervan door hogere naheffingsaanslagen. Inzet parkeerhandhaving niet gereguleerd, naar aanleiding van onder andere areaal uitbreiding gereguleerd parkeren.
2025
352
-97
-194
97
194
-199
-389
Business case opstellen t.b.v. de dekking hiervan door hogere naheffingsaanslagen. Conform raadsbesluit van 1 april 2025 over het IHP 2026-2041 investeren we in de periode 2026 t/m 2031 € 57,3 miljoen in onderwijshuisvesting om termijn 1 van het IHP te realiseren. € 17.1 miljoen is al beschikbaar in ons investeringsplan, echter investeren we deze middelen later dan eerder gepland waardoor onze kapitaallasten tot en met 2027 lager zullen zijn dan tot nu toe begroot. Na 2027 nemen kapitaallasten t/m 2032 toe. Bij het vernieuwen van een school hebben we ook te maken met bijkomende kosten. Hieronder verstaan we onder meer: sloop bestaande bebouwing, bouwrijp maken, tijdelijke huisvesting en uiteenlopende voorbereidende werkzaamheden zoals haalbaarheids- of flora en fauna onderzoeken. Voor de uitvoering van termijn 1 en 2 van het IHP is ca. € 750.000,- per jaar nodig. In 2026 is voldoende dekking aanwezig, vanaf 2027 is jaarlijks € 300.000,beschikbaar binnen de bestaande begroting. De resterende € 450.000,structureel leggen we conform uw besluit via deze voorjaarsnota aan u voor. Totaal structureel/budgettairneutraal
199
389
389
389
389
57
61
267
-68
-402
0
0
-450
-450
-450
-369
61
-183
-518
-852
Met uitzondering van de voorstellen op het vlak van onderwijshuisvesting hebben bovenstaande voorstellen geen financieel effect op ons meerjarenbeeld na 2025. Met het honoreren van de voorstellen onderwijshuisvesting wordt ons geactualiseerde meerjarenbeeld als volgt: Bedragen (*€1.000)
2026
2027
2028
2029
Stand begroting na Actualisatie 2025 Voorstellen structureel nieuw beleid 2025 (en verder) Stand begroting na Actualisatie en Voorjaarsnota 2025
178
399
-205
-205
61
-183
-518
-852
239
216
-723
-1057
Voorstellen incidenteel nieuw beleid 2025 (en verder) De incidentele voorstellen kunnen worden afgedekt uit incidenteel beschikbare middelen. Na inzet ten behoeve van deze posten resteert er € 12,1 -/- € 2,9 = € 9,2 miljoen. Deze incidentele posten betreffen: Bedragen (*€1.000) DTV Den Bosch Natuurversterkend ontwikkelen. We willen werken aan doorbraken op het stikstofdossier, ten behoeve van woningbouw, bedrijven, voorzieningen en andere ontwikkelingen. Versnellen proces integrale aanpak brede binnenstad. We maken mogelijk dat de kwaliteitsverbetering snel en integraal kan worden opgepakt. Bij deze werkwijze past een intensieve vorm van participatie en monitoring. Dit vergt (tijdelijk) extra en intensieve inzet op de sturing op samenhang van alle activiteiten in de openbare ruimte in de Brede Binnenstad en afstemming hieromtrent tussen diverse beleidsvelden en belanghebbenden. T/m 2024 is er jaarlijks 85K betaald uit ‘Armoedebeleid’ voor subsidie bibliotheekabonnementen aan Huis73. M.i.v. 2025 vervalt de bijdrage. Projectleider bijzondere woonvormen. Om uitvoering te geven aan de diverse moties (waaronder de motie “stimuleren gemeenschappelijk wonen” die oproept om 5 gezamenlijke woonvormen per jaar te realiseren en de motie “extra standplaatsen”) is een projectleider bijzondere woonvormen noodzakelijk. Totaal incidenteel
4.
2025
2026
-60
-180
-500
-1.000
-450
-85
2027
2028
0
0
-300
-85
-68
-125
-1.163
-1.690
Om op onderdelen een extra impuls te kunnen geven aan de realisatie van het bestuursakkoord en om knelpunten in de uitvoering op te lossen is ons college voornemens onderstaande voorstellen nieuw beleid bij de begrotingsbehandeling in november ter besluitvorming aan uw raad voor te leggen.
In Bijlage 3 zijn onze voornemens opgenomen met een nadere toelichting per post. Structurele voornemens richting de begroting 2026 De structurele voornemens belasten het structurele saldo niet verder en betreffen: Bedragen (*€1.000)
2026
2027
2028
2029
-58
-57
-121
58
57
121
-65
-65
-65
65
65
65
-279
-279
-279
-279
279
279
279
279
0
0
0
0
Wagenpark B&P wordt geëlektrificeerd (investering € 373.000 in 2026 en € 411.000 in 2028). Dekking vanuit (areaaluitbreiding) exploitatie beheer en onderhoud en besparing op onderhoud en verbruik. Blaashal t.b.v. de vraag naar zaalhockey tijdens de winterstop (investering van € 575.000 in 2026). De kosten voor aanschaf en exploitatie van een blaashal kunnen gedekt worden uit de huur die de hal opbrengt. Afvalhandhaving Dit betreft de kosten voor de inzet van twee fte handhavers en één fte administratieve ondersteuning en de kapitaallasten van een auto t.b.v. afvalhandhaving. Dekking door hogere inkomsten boetes Totaal structureel
De incidentele voornemens richting de begroting 2026 De incidentele voornemens kunnen ook worden afgedekt uit de incidenteel beschikbare middelen. Na inzet ten behoeve van deze posten resteert er € 9,2 -/- € 4,0 = € 5,2 miljoen. Deze posten betreffen: Bedragen (*€1.000) Voorbereidingsbudget themajaar 2029 Herdenking Beleg van Den Bosch (1629) Organisatieontwikkeling, gedurende 3 jaar nodig, 2026 budget aanvullen Investeren in gelijke kansen door inclusief onderwijs. Door flexibel inzetbare hulpmiddelen beschikbaar te stellen, maken we het onderwijs toegankelijker én maken we maatwerk mogelijk. N.a.v. motie ‘Fusie Nulandia – Be Quick’ nieuwe kleedlokalen, hangt samen met post hieronder, € 250.000 in 2026.
2026 -100
-135
-250
-350
2027
2028
2029
Nav motie ‘Fusie Nulandia – Be Quick’ aankoop kantine van Be Quick is er een inschatting gemaakt van de huurwaarde. Op basis van deze huuropbrengst kunnen de exploitatielasten behorende bij het overname gedekt worden. De overname vindt alleen plaats als er een huurder is gevonden, € 127.000 in 2026. De overnameprijs is een voorlopige inschatting.
-127
Dekking huuropbrengsten
127
De visie Diversiteit, Inclusie, Gelijkwaardigheid wordt in mei voorgelegd aan de raad. Op basis van deze visie wordt een uitvoeringsagenda gemaakt. Om die agenda uit de startblokken te krijgen is eenmalig een extra financiële impuls nodig. Versterking armoede infrastructuur. We investeren in onze maatschappelijke partners om zo het aanbod om onze inwoners te ondersteunen te versterken en richten een bestaanszekerheidsfonds op. Gevelverlichting IB&P, vervanging van de van het Lichtcentrum overgenomen installatie Economische vitaliteit dorpskernen. We zetten extra in op de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de kernen. Totaal incidenteel
6.
-200
-250
-2.500
-250 -4.035
0
0
0
Bestemming overige incidentele ruimte Zoals hierboven zichtbaar is resteert na de incidentele voornemens nieuw beleid 2026 een incidentele ruimte van € 5,2 miljoen. Gelet op de majeure opgaven die wij voorzien in het Structuurfonds zal ons college u bij de Begroting 2026 het voorstel doen deze resterende incidentele ruimte te storten in het Structuurfonds.