1. Bijlage 1 Overzicht Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 's-Hertogenbosch 2016
Tekst van het document
Overzicht Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ’s-Hertogenbosch 2016 (vastgesteld op 1 februari 2022) Artikel
Hoofdstuk 2 Openbare orde Afdeling 5 Toezicht op evenementen Artikel 2:9 Begripsbepaling
Huidige tekst
Aanpassing:
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
g. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
a. bioscoopvoorstellingen;
a. bioscoopvoorstellingen; h. algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverorddening 'sHertogenbosch 2018. b. schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; c. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; d. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; e. kansspelen als bedoeld in de Wet op
Toelichting Algemeen: Op 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. Vanaf die datum wordt de wet ook aangeduid als Alcoholwet. Daarom wordt voorgesteld om overal waar in de Algemene Plaatselijke Verordening Dranken Horecawet staat dit aan te passen naar Acoholwet.
c. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; d. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; e. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; f. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
Hoofdstuk 2 Openbare orde Afdeling 7 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:15 Verboden drankgebruik en glasoverlast
Artikel 2:15a Glasverbod (horeca)bedrijven
de kansspelen; f. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; g. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; h. algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverorddening 's-Hertogenbosch 2018.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor:
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor:
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 1. Het is - de houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Horecaverordening ’s-Hertogenbosch 2017 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Dranken Horecawet;
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet; 1. Het is - de houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Horecaverordening ’s-Hertogenbosch 2017 respectievelijk van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet;
Artikel 2:17a Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een betaling in gebruik geeft, draagt er persoon die niet als ingezetene met een zorg voor dat door gedragingen in of adres in de gemeente in de vanuit die woning of dat erf of in de basisregistratie personen is onmiddellijke nabijheid van die woning ingeschreven, draagt er zorg voor dat of dat erf geen ernstige en door gedragingen in of vanuit die woning herhaaldelijke hinder voor of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid omwonenden wordt veroorzaakt. van die woning of dat erf geen ernstige 2. Als de burgemeester een last onder en herhaaldelijke hinder voor dwangsom of onder bestuursdwang omwonenden wordt veroorzaakt. oplegt naar aanleiding van een 2. Als de burgemeester een last onder schending van deze zorgplicht kan hij dwangsom of onder bestuursdwang daarbij aanwijzingen geven over wat oplegt naar aanleiding van een de overtreder dient te doen of na te schending van deze zorgplicht kan hij laten om verdere schending te daarbij aanwijzigen geven over wat de voorkomen. De burgemeester stelt overtreder dient te doen of na te laten beleidsregels vast over het gebruik om verdere schending te voorkomen. van deze bevoegdheid. De burgemeester stelt beleidsregels 3.
De last kan in ieder geval worden vast over het gebruik van deze opgelegd bij ernstige en bevoegdheid. herhaaldelijke: 3. De last kan in ieder geval worden a. geluid- of geurhinder; opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: b. hinder van dieren; a. geluid- of geurhinder; c. hinder van bezoekers of personen die b. hinder van dieren; tijdelijk in een woning of op een erf c. hinder van bezoekers of personen die aanwezig zijn; tijdelijk in een woning of op een erf d. overlast door vervuiling of aanwezig zijn; verwaarlozing van een woning of een erf; d. overlast door vervuiling of e. intimidatie van derden vanuit een verwaarlozing van een woning of een woning of een erf. erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Voorstel is om de tekst “aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven” te schrappen uit het huidige artikel. In artikel 2:17a van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is het voorstel artikel 2:17a aan te passen. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en
Artikel 2:27 Openlijk gebruik
Het is verboden op een openbare plaats, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.
Het is verboden op een openbare plaats, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.
herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. Het voorstel is om de tekst “of daarop gelijkende waar” toe te voegen aan dit artikel. Daarmee beperkt dit artikel zich niet slechts tot de soft- en harddrugs die staan genoemd in lijst I en II van de Opiumwet. Bij “daarop gelijkende waar” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt (denk aan lachgas), maar nog niet op de lijst voorkomen en waartegen wel moet worden opgetreden of aan nepdrugs (bijvoorbeeld waspoeder). Het is dan van belang dit goed te motiveren.
Artikel 2:37 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algmene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
c.
een omschrijving en een foto van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;
e. De naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
Aan lid 1 c wordt “en een foto” toegevoegd. We gaan de controles op het Digitaal Opkopers Register/Digitaal Opkopers Loket (DOR/DOL) oppakken bij verschillende soorten winkels waar gehandeld wordt in tweedehands spullen. Denk hierbij aan fietsenzaken, autozaken, juweliers, goudwisselkantoor. Bij goederen waar nummers aan verbonden zijn zoals fietsen (framenummers), telefoons (IMEI-nummer) en voertuigen (Chassisnummer) is het eenvoudig om deze nummers te registreren en zo kunnen we de goederen ook herkennen en terugvinden. Echter bij bijvoorbeeld sieraden en autoonderdelen is er geen koppeling met een nummer. Van deze goederen zullen we een herkenning nodig hebben om te kunnen controleren of mensen het betreffende goed nog in hun bezit hebben. Maar ook bij fietsen, voertuigen of telefoons is het handig als er foto’s bij zitten zodat we een extra herkenningspunt hebben. De opkopers zullen door deze aanpassing een foto toe moeten voegen aan het DOR/DOL. Toevoeging lid 1 sub e.
De naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen is nodig om gestolen goederen te kunnen herleiden op het moment dat er gehandeld wordt in gestolen goederen. Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3:6 Gedragseisen exploitant en beheerder
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening ’sHertogenbosch 2016 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter
2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet:
2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet:
c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,of meer tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
- bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
- bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
Een vergunning wordt persoonlijk
Een vergunning wordt persoonlijk
van vergunning of ontheffing
Hoofdstuk 2. Openbare orde Afdeling 7 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:15 Verboden drankgebruik en glasoverlast
Artikel 2:15a Glasverbod (horeca) bedrijven
genoemd, als die alleen of vooral is verleend vanwege de persoon van de vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs van onbeproken levensgedrag) De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling dat uitdrukkelijk bepaalt of dit uit de aard van de vergunning voortvloeit. Een voorbeeld van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet.
genoemd, als die alleen of vooral is verleend vanwege de persoon van de vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs van onbeproken levensgedrag) De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling dat uitdrukkelijk bepaalt of dit uit de aard van de vergunning voortvloeit. Een voorbeeld van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet.
In dit artikel is een verbod opgenomen om in bepaalde gevallen en din door het college aan te wijzen gebieden, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en blikjes met alcohol bij zicht te hebben. Dit verbod geldt uiteraard niet voor terrassen die deel uitmaken van een horecabedrijf of voor een evenement waarbij van gemeentewege op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet, toestemming is verleend om op de plaats waar dat evenement zich afspeelt, alcoholhoudende drank te verstrekken. Eerste lid
In dit artikel is een verbod opgenomen om in bepaalde gevallen en din door het college aan te wijzen gebieden, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en blikjes met alcohol bij zicht te hebben. Dit verbod geldt uiteraard niet voor terrassen die deel uitmaken van een horecabedrijf of voor een evenement waarbij van gemeentewege op grond van artikel 35 van de Alcoholwet, toestemming is verleend om op de plaats waar dat evenement zich afspeelt, alcoholhoudende drank te verstrekken.
(alinea 1…)
(alinea 1…)
Eerste lid
Artikel 2:17a Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Algemeen Afdeling 8 Drugsoverlast Artikel 2:27 Openlijk gebruik
Het verbod geldt voor horecabedrijven en voor niet-horecabedrijven die een ontheffing hebben op grond van de Drank- en Horecawet. Het gaat dan bijvoorbeeld om evenementenbars. Het verbod geldt ook voor de terrassen. De terrassen maken namelijk onderdeel uit van het horecabedrijf. Behalve horecabedrijven vallen ook bedrijven zoals supermarkten, slijterijen, warenhuizen, broodjeszaken, bakkerijen en slagerijen onder het verbod.
Het verbod geldt voor horecabedrijven en voor niet-horecabedrijven die een ontheffing hebben op grond van de Alcoholwet. Het gaat dan bijvoorbeeld om evenementenbars. Het verbod geldt ook voor de terrassen. De terrassen maken namelijk onderdeel uit van het horecabedrijf. Behalve horecabedrijven vallen ook bedrijven zoals supermarkten, slijterijen, warenhuizen, broodjeszaken, bakkerijen en slagerijen onder het verbod.
De bepaling heeft ten doel het openlijk gebruik van verdovende middelen op straat, in portieken en in voor het publiek toegankelijke gebouwen tegen te gaan. Het gebruik gaat veelal met overlast gepaard en werkt onveiligheid in de hand, alsmede sterke gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij anderen die van de openbare ruimte gebruik kunnen of moeten maken. Volgens artikel 172 van de Gemeentewet is de burgemeester en de onder zijn gezag staande politie bevoegd overtreding van wettelijke voorschriften die op de openbare orde betrekking hebben, te beletten en te beëindigen. De bepaling geeft dus een rechtstreekse grondslag
De bepaling heeft ten doel het openlijk gebruik van verdovende middelen op straat, in portieken en in voor het publiek toegankelijke gebouwen tegen te gaan. Het gebruik gaat veelal met overlast gepaard en werkt onveiligheid in de hand, alsmede sterke gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij anderen die van de openbare ruimte gebruik kunnen of moeten maken. Volgens artikel 172 van de Gemeentewet is de burgemeester en de onder zijn gezag staande politie bevoegd overtreding van wettelijke voorschriften die op de openbare orde betrekking hebben, te beletten en te beëindigen. De bepaling geeft dus een rechtstreekse grondslag om
om tegen openlijk gebruik op te treden. Ook voorwerpen die worden gebezigd als hulpmiddel voor dat gebruik, vallen onder het verbod. Het gaat hierbij niet zozeer om de opsporing van de voorwerpen op zich, maar om het openlijk voorhanden hebben. De bepaling heeft een ander motief dan de Opiumwet, namelijk de openbare orde, en is daarom niet in strijd met deze wet.
Afdeling 13 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat artikel 2:39 verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning
Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
tegen openlijk gebruik op te treden. Ook voorwerpen die worden gebezigd als hulpmiddel voor dat gebruik, vallen onder het verbod. Het gaat hierbij niet zozeer om de opsporing van de voorwerpen op zich, maar om het openlijk voorhanden hebben. De bepaling heeft een ander motief dan de Opiumwet, namelijk de openbare orde, en is daarom niet in strijd met deze wet. Bij “daarop gelijkende waar” kan bijvoorbeeld worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt (denk aan lachgas), maar nog niet op de lijst voorkomen en waartegen wel moeten worden opgetreden of aan nepdrugs (bijvoorbeeld waspoeder). Het is dan van belang dit goed te motiveren.
Vierde en zevende lid ….Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1:4). Voor de reikwijdte van het begrip ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt aangesloten bij de terminologie van de Drank- en Horecawet. Indien…..
Vierde en zevende lid ….Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1:4). Voor de reikwijdte van het begrip ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt aangesloten bij de terminologie van de Alcoholwet. Indien…..
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie e.d. Artikel 3:6 Gedragseisen exploitant en beheerder Derde alinea
In artikel 3:6 wordt zo veel mogelijk dezelfde terminologie gehanteerd en worden nagenoeg dezelfde eisen gesteld als in artikel 5 van de Drank- en Horecawet en het daarop gebaseerde Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. Dit heeft als voordeel dat voor seksinrichtingen waarvoor tevens een vergunning krachtens de Drank- en Horecawet is vereist één antecedentenonderzoek kan worden verricht. Belangrijker nog dan dit procedurele argument is het feit dat inhoudelijk min of meer dezelfde belangen wegen bij de antecedentenbeoordeling. In aanvulling op het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horeca zijn in deze bepaling zedendelicten en mishandeling uit het Wetboek van Strafrecht en overtredingen van de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen. De toevoeging van bepalingen over misdrijven tegen de zeden en mishandeling dienen ter bescherming van de prostituees. De relevantie van de opname van de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen is gelegen in de bestrijding van de mensenhandel. Net als in de Drank- en Horecawet kan
In artikel 3:6 wordt zo veel mogelijk dezelfde terminologie gehanteerd en worden nagenoeg dezelfde eisen gesteld als in artikel 8 van de Alcoholwet en het daarop gebaseerde Alcoholbesluit. Dit heeft als voordeel dat voor seksinrichtingen waarvoor tevens een vergunning krachtens de Alcoholwet is vereist één antecedentenonderzoek kan worden verricht. Belangrijker nog dan dit procedurele argument is het feit dat inhoudelijk min of meer dezelfde belangen wegen bij de antecedentenbeoordeling. In aanvulling op het Alcoholbesluit zijn in deze bepaling zedendelicten en mishandeling uit het Wetboek van Strafrecht en overtredingen van de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen. De toevoeging van bepalingen over misdrijven tegen de zeden en mishandeling dienen ter bescherming van de prostituees. De relevantie van de opname van de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen is gelegen in de bestrijding van de mensenhandel. Net als in de Alcoholwet kan de aanduiding “in enig opzicht slecht levensgedrag” in het eerste lid onder b. méér omvatten dan wat gesteld is in de navolgende leden. Anders gezegd: lid 2
de aanduiding “in enig opzicht slecht levensgedrag” in het eerste lid onder b. méér omvatten dan wat gesteld is in de navolgende leden. Anders gezegd: lid 2 tot en met 5 geven aan wanneer in elk geval sprake is van “in enig opzicht slecht levensgedrag”. Dat het niet als een limitatieve opsomming dient te worden opgevat blijkt uit het gebruik van het woord “naast” aan het begin van het tweede lid. Bij de beoordeling van deze zedelijkheidseisen, de verkregen gegevens uit de justitiële documentatie en de toetsing ervan aan het besluit, kan worden aangesloten bij de daarover reeds bestaande jurisprudentie.
tot en met 5 geven aan wanneer in elk geval sprake is van “in enig opzicht slecht levensgedrag”. Dat het niet als een limitatieve opsomming dient te worden opgevat blijkt uit het gebruik van het woord “naast” aan het begin van het tweede lid. Bij de beoordeling van deze zedelijkheidseisen, de verkregen gegevens uit de justitiële documentatie en de toetsing ervan aan het besluit, kan worden aangesloten bij de daarover reeds bestaande jurisprudentie.