CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage 1 Overzicht en toelichting financiële afwijkingen

Commissie BESTUUR 25 november 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Managementrapportage 20214.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Overzicht en toelichting financiële afwijkingen

Op basis van de gegevens die voorhanden zijn verwachten we dat we het jaar 2021 afsluiten met een positief rekeningresultaat van € 1,3 miljoen. Dit resultaat bestaat uit een nadeel als gevolg van Corona van € 2,5 miljoen en een regulier voordeel van € 3,8 miljoen. Voor een toelichting op de Coronaposten verwijzen we naar het 5e Coronareport. Het report bevat een integraal overzicht van de verwachte Corona voor- en nadelen. Deze zijn één-op-één overgenomen in deze managementrapportage. In deze bijlage behandelen we eerst de budgettaire afwijkingen. Vervolgens komen de budgetneutrale onderwerpen aan bod. 1.

Budgettaire afwijkingen

Het reguliere voordeel bedraagt € 3,8 miljoen. In de geactualiseerde begroting gingen we nog uit van een tekort van € 2,5 miljoen. Onderstaande tabel bevat alle reguliere budgettaire afwijkingen die we verwachten onderverdeel naar programma’s. Onder de tabel lichten we de belangrijkste afwijkingen toe. Personeelskosten en kapitaallasten zijn gesaldeerd onder het programma Beleggingen en overige baten/lasten (bedragen x € 1.000): Incidenteel

0. Uitkomst geactualiseerde begroting 2021 Uitkomst actualisatie

-2.549

11 Bestuursorganen en -ondersteuning

-20

Raad/Griffie/Gemeentelijke rekenkamer

50

Advieskosten

Structureel; al verwerkt in begroting 2022

Structureel; nog niet verwerkt in begroting 2022

-2.549

Eindtotaal

-2.549 -2.549

-20

-70

-70 50

33 Veiligheid

488

488

handhaving

88

88

Doorschuif BTW Taskforce-RIEC 2012-2019

100

100

Personeelskosten

-70

-70

Vrouwenopvang/huiselijk geweld

300

300

evenementen

-56

-56

Projectgelden OOV

35 Cultureel klimaat Exempel

70

70

-36

-36

25

25

Theater aan de Parade

-23

-23

39 Opgroeien en talentontwikkeling

50

50

Wijktheater (SSPOH)

Passende arrangementen binnen kindcentra SMI

41 Participatie en daginvulling Sociaal Cultureel Centrum De Biechten Subsidieregeling NIF/R2C

51 Wonen en werkomgeving

18

500

-450

85 85

-52

Beheer en onderhoud groen

140

Gladheidsbestrijding

-270

Eikenprocessierups

Hondenuitlaatroutes

18

50 60

500

63 63 -130

-130

-450 148

63 85

-182 140

50

-400

60

1

Leges

1.000

1.000

Omgevingsdient Brabant Noord (ODBN)

-300

-300

48

48

Milieucontroles bij bedrijven Omgevingswet

vergoeding planschade bestemmingsplannen

20

20

-800

-800

52 Bereikbare stad

865

865

Onderhoud verhardingen

200

200

53 Sport en recreatie

142

Beheer speelvoorzieningen parkeeruitgaven, excl kapitaallasten Afwikkeling Jan Sluyterstraat Complex Ouwe Stomp

Personeelskosten/inhuur De Groote Vliet Schoonmaak sportaccommodaties Sporthal De Groote Vliet

54 Milieu respecterende ontwikkelingen

-50

715

71 Ruimte voor economie en voorzieningen Eigendomsbeheer Moriaan

-27

83

-133 2.292

73 Armoede en schulden

-379

Bewindvoering

91 Beleggingen en overige baten en lasten

1.258

Personeelskosten

842

Onvoorziene uitgaven Portokosten

Reservering nieuw beleid 2022 92 Gemeentelijke belastingen Hondenbelasting Kwijtscheldingen OZB

1.260

Eindtotaal

5.820

Gemeentefonds

1.260

83

-310

-80

-80

-97

-230 2.292 2.292

-379

-70

-230 100

-79

1.358 40

677 150 100 700 100

93 Algemene uitkering gemeentefonds

-90

-

150

-410

86

-177

40

636

-

-

-

-79

Kapitaallasten

52

-

-70

-230

Begrotingsruimte raad

-

2.292

Bijzondere bijstand

Schulddienstverlening

-90

-133

715

-27

86

72 Werk en inkomen BUIG - regulier

-90

-

Afvalstoffenheffing Rioolheffing

-50

50 50

600

-2.026

842 100

-410 750

50

100 600

1.260 -7

1.260

3.787

2

Uitkomst geactualiseerde begroting 2021 (nadeel € 2,5 miljoen) De actualisatie van de begroting resulteerde in een tekort en vormt het startpunt van deze managementrapportage. Het tekort bestond uit diverse posten, waarvan de grootste het schrappen van de ombuigingstaakstelling op Onderwijshuisvesting van € 1,1 miljoen betrof. Programma Veiligheid  Vrouwenopvang/huiselijk geweld (voordeel 0,3 miljoen) Op 8 juni 2021 heeft het college het regionale bestedingsplan decentralisatie-uitkering vrouwenopvang 2021-2024 en het regionale uitvoeringsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis 2021-2024’ vastgesteld. Het programma Geweld hoort nergens thuis' (het effectiever maken van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling) vraagt ten behoeve van de uitvoering ook instemming en voorbereiding van de regiogemeenten. Dit heeft gezorgd voor enige vertraging met een onderbesteding van € 0,3 miljoen als gevolg. Programma Opgroeien en talentontwikkeling  Passende arrangementen binnen kindcentra (voordeel € 0,5 miljoen) De verwachting vorig jaar was dat er in 2021 meer gezinnen gebruik zouden maken van de gesubsidieerde peuteropvang. Op basis van de cijfers uit de peutermonitor blijkt dat de feitelijke deelname aan het reguliere peuteraanbod significant lager is dan de verwachte deelname. Op basis van deze informatie verlagen we de subsidie aan SSPOH/CompasNul13 tussentijds.

Op basis van de berekeningen kan de subsidie voor dit onderdeel met € 620.000,- verlaagd worden, met een onderverdeling van € 500.000,- ten gunste van het budget passende arrangementen en € 120.000,ten gunste van het budget Onderwijsachterstandenbeleid VVE. Dit laatste budget betreft een specifieke uitkering en is ook in 2022 nog beschikbaar. Het budget passende arrangementen is gemeentelijk budget.  SMI (nadeel € 0,45 miljoen) Sinds 2005 kent de gemeente de voorziening SMI (sociaal Medische Indicatie Kinderopvang) voor kinderen van ouders die om sociaal-medische redenen baat hebben bij kinderopvang, maar geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag. Voor de uitvoering van deze voorziening is € 0,35 miljoen begroot. De realisatie bedroeg in 2020 € 0,7 miljoen. Het stijgende gebruik van de voorziening volgt een landelijke trend. Door de inzet van de voorziening ondersteunen we kinderen en hun ouders vroegtijdig en laagdrempeling. Op deze manier willen we voorkomen dat deze kinderen gebruik moeten maken van zwaardere en duurdere jeugdhulp. De effectiviteit van deze voorziening wordt ook genoemd in het onderzoek van Significant (2020). Daarnaast is de overschrijding op het budget ook te verklaren door gestegen tarieven bij de kinderopvangorganisaties.

We hebben in overleg met de GGD, die de indicatie doet, een maatregelenonderzoek uitgevoerd om te bezien hoe we kunnen komen tot betere budgetbeheersing en uitvoering. Daarbij staat voorop dat maatregelen niet ten koste van de kinderen en hun ontwikkeling en gezinnen mogen gaan, maar de inzet wel gebaseerd is op een scherp beeld van de passende omvang. Op grond van dit maatregelenonderzoek passen we de beleidsregels en uitvoering aan. De implementatie is gepland voor kwartaal 4. Voor 2021 verwachten wij hiervan maar een beperkt financieel resultaat. De geprognotiseerde overschrijding in 2021 bedraagt € 0,45miljoen. Tussen SMI en passende arrangementen bestaat geen harde, maar wel een logische verbinding. We willen het incidentele overschot van passende arrangementen voor dit jaar inzetten voor het structureel tekort bij SMI. Daarnaast zijn we bezig met ingrepen om het structurele tekort bij SMI te verkleinen. Programma wonen en werkomgeving  Gladheidsbestrijding (nadeel € 0,4 miljoen) Het afgelopen jaar is er in de regio weinig tot geen animo geweest voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Dit heeft geleid tot nieuwe contracten met aannemers waarbij zowel de vaste als 3

variabele kosten voor de gemeente zijn toegenomen. De stijging van de vaste kosten bedraagt € 130.000 Daarnaast zijn er in de periode jan-april al 16 strooiacties uitgevoerd, waarbij met name de curatieve (sneeuw) actie van 6-7 februari veel capaciteit heeft gevraagd, tot ver in de week er op. Rekening houdend met nog 8 strooiacties dit jaar wordt een incidenteel tekort op de gladheidsbestrijding verwacht van € 270.000  Leges (voordeel € 1,0 miljoen) Voor de legesopbrengsten is in de prognose 2021 per categorie bouwkosten rekening gehouden met aantallen aanvragen en gerekend met een gemiddeld bedrag aan bouwkosten. Met name in de categorie bouwplannen boven € 5 mln. zijn er meer aantallen gerealiseerd (7 bouwaanvragen vergund) dan begroot (4 vergunde bouwaanvragen) en zijn de werkelijke bouwkosten hoger dan de gemiddelde geraamde bouwkosten. Dit leidt tot hogere legesopbrengsten. Hierbij is rekening gehouden met projecten die on hold staan en met een voorzichtige inschatting van te verwachte aanvragen in de hogere categorieën bouwplannen (boven € 1 mln.).  Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) (nadeel € 0,3 miloen) Er zijn meer aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (milieuvergunningen) ingediend dan geraamd en door extra werkzaamheden voor de Asfaltcentrale (extra controles n.a.v. klachten, handhaving en onderzoek) door de ODBN wordt het budget overschreden.

 Omgevingswet (nadeel € 0,8 miljoen) In het voorjaar is de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet met 6 maanden uitgesteld naar 1 juli 2022. Nog dit jaar wil de minister met haar voorstel richting de Kamers komen of de wet inderdaad op 1 juli 2022 in kan gaan of dat sprake is van nog meer uitstel. We houden rekening met kosten die voor de Omgevingswet gemaakt worden in 2022 door ons personeel, waardoor zij geen financiële dekking genereren en die ook niet gedekt worden in het programma Omgevingswet (€ 0,3 miljoen). Daarnaast is in de begroting een risicopost opgenomen van € 1 miljoen voor een uitstel met 12 maanden. Men dient dan ook rekening te houden met een extra kosten van € 0,5 miljoen voor het programma Omgevingswet voor het huidige uitstel. Programma Bereikbare Stad  Onderhoud verhardingen (voordeel € 0,2 miljoen) Vanwege fasering van projecten om zoveel mogelijk werk met werk te maken wordt een deel van het onderhoud doorgeschoven.  Parkeeruitgaven exclusief kapitaallasten (voordeel € 0,7 miljoen) De parkeeruitgaven zijn € 955.000 lager dan begroot, hetgeen onder andere wordt veroorzaakt door uitgestelde investeringen (onderhoud), lagere kosten geldtransport, lagere kosten openbaar vervoer en lagere kosten uitbesteding beheer en toezicht. Het voordeel op de kapitaallasten (€ 0,24 miljoen) is verantwoord in het totaal van de gemeentelijke kapitaallasten.

Programma Ruimte voor economie en voorzieningen  Eigendomsbeheer (nadeel € 0,2 miljoen) Bij ons eigendomsverhuur zijn we geconfronteerd met extra kosten als gevolg van renovatie en leegstand alsmede hogere verzekeringspremies. Deze laatste zijn reeds structureel en in de begroting 2022 verwerkt. Programma Werk en Inkomen  BUIG – regulier (voordeel € 2,3 miljoen) De coronacrisis, de genomen maatregelen en bijkomende economische gevolgen hebben effect gehad op het aantal uitkeringen in het kader van de Participatiewet/ BUIG. In het begin van de crisis en tijdens lockdowns nam de instroom toe, terwijl de uitstroom naar werk moeilijker werd. Inmiddels is de situatie op de arbeidsmarkt veranderd in krapte en zien we alweer enkele maanden een 4

substantiële daling in het aantal uitkeringen. De laatste CPB ramingen van juni jl. spreken van een verwachte groei van het aantal uitkeringen voor 2021 van ca. 2,1%. De Bossche ambitie is om het 1% beter te doen dan landelijk. Zodoende gaan we uit van een toename van het aantal uitkeringen met 1,1% (gemiddeld 3.331 uitkeringen, waar we begin dit jaar nog uitgingen van gemiddeld 3.480 uitkeringen en een groei van 5,65%). Naar verwachting dalen de uitkeringskosten hierdoor met ca. €3,5 mln. en stijgen de kosten door meer inzet van loonkostensubsidies (€0,2 mln.) en minder inkomstenkortingen (€0,25 mln.). Ook leidt een nadelige correctie op het BUIG budget door de landelijke realisatiecijfers 2020 tot een nadelig effect van €0,75 mln. Per saldo een positief effect van €2,3 mln. op de BUIG. Programma Armoede en schulden  Bijzondere bijstand (nadeel € 0,2 miljoen) De afwijkingen binnen dit taakveld worden veroorzaakt door: 1. Een nabetaling voor de IIT (individuele inkomenstoeslag, € 150.000). Dit was nodig omdat de afgelopen jaren de opgenomen indexering niet of onregelmatig is toegepast. 2. Hogere verstrekkingen binnen de bijzondere bijstand voor, met name, de onderdelen directe levensbehoeften en woonvoorzieningen (€ 79.000). In 2021 hebben we te maken met een hogere instroom van statushouders dan de afgelopen jaren.

Daarnaast zijn er diverse beperkte afwijkingen op andere onderdelen van de bijzondere bijstand. Programma Beleggingen en overige baten en lasten  Kapitaallasten (voordeel € 0,7 miljoen) Het voordeel op de kapitaallasten wordt vooral veroorzaakt door het later uitvoeren van investeringen dan gepland. In dit resultaat is ook de verhoging van de omslagrente van 0,5% naar 0,75% verwerkt. In totaliteit heeft die verhoging geen budgettair effect, maar deze zal in de jaarrekening wel tot verschuivingen over programma’s leiden.  Onvoorzien (voordeel € 0,15 miljoen) Jaarlijks wordt een post voor onvoorziene uitgaven van € 225.000 begroot. In 2021 is € 75.000 hiervan ingezet voor de Bossche Zomer.  Personeelskosten (voordeel € 0,8 miljoen) Voornamelijk niet of later ingevulde vacatureruimte zorgt voor een overschot op personeelskosten. Verrekend in dit saldo is de nog in te vullen inkooptaakstelling van € 0,5 miljoen.  Reservering nieuw beleid 2022 (nadeel € 0,4 miljoen) In de begroting 2022 hebben we aangekondigd dat we een tweetal nieuw beleid posten willen afdekken uit middelen die incidenteel over zijn. Voor de benodigde middelen voor de intensivering van onze aanpak schulden en armoede ad € 110.000 stellen we voor een deel van de resterende middelen TONK te reserveren.

Voor de inzet van extra BOA’s (€ 300.000) stellen we voor € 200.000 in te zetten van de niet bestede Rijksmiddelen Corona 2020 en daarnaast € 100.000 vanuit de ontvangen btw compensatiegelden 2012-2019 van de Taskforce RIEC. In totaliteit stellen we voor € 410.000 te reserveren voor nieuw beleid in 2022. Programma Gemeentelijke belastingen  OZB (voordeel € 0,6 miljoen) Bij de begroting werd nog uitgegaan van een verwachte waardedaling van de niet-woningen van 1,5%. Op dit moment bedraagt de waardestijging bij de niet-woningen 0,21%. Programma Algemene uitkering Gemeentefonds  Gemeentefonds (voordeel € 1,2 miljoen) Het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Als het plafond overschreden 5

wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. In 2020 is het plafond niet bereikt. Deze naverrekening leidt in 2021 tot een voordeel van € 0,6 miljoen. Mede op basis van de realisatie 2020 is de ruimte onder het plafond voor 2021 op € 216 miljoen gesteld. Na verrekening met de stelpost die wij al in onze begroting hadden opgenomen, leidt dit eveneens tot een voordeel van € 0,6 miljoen. 2.

Budgettair neutrale afwijkingen

In het rekeningresultaat zijn al diverse verrekeningen met reserves en voorzieningen opgenomen, omdat hierover reeds specifieke afspraken zijn gemaakt met de raad. Voorbeelden zijn het saldo van het Sociale Domein, Afvalstoffenheffing en onderwijshuisvesting. Onderstaand lichten wij de belangrijkste afwijkingen toe op deze zogenaamde 'gesloten circuits'. Volwassenen: WMO 2015 Voor 2021 is het regionale budgettaire kader voor specialistische Wmo-hulp vastgesteld op € 24,1 mln. Op basis van de eerste halfjaarlijkse rapportage van de Regionale Inkooporganisatie Zorg wordt voor ’s-Hertogenbosch een overschot van € 0,5 mln verwacht. Er zit hier nog een onzekerheid in aangezien dit prognoses zijn op basis van cijfers t/m mei, dit betekent dat er nog grote fluctuaties mogelijk zijn. Kosten hulp bij het huishouden (HH)/individuele verstrekkingen/huishoudelijke hulptoelage (HHT) Bij hulp bij het huishouden voorzien we een tekort van € 0,6 mln. Dit tekort wordt enerzijds veroorzaakt door een stijging van het tarief als gevolg van de indexering per 1 juli 2021 (kosten 2021 ca. € 0,2 mln.) Anderzijds zien we een toename in de aantallen. Een uitgestelde ondersteuningsvraag door de coronacrisis en de afschaffing van de HHT speelt hierbij mogelijk een rol. Voor de regiotaxi zien we een overschot (€ 146.000). Als gevolg van de coronacrisis is van deze voorziening minder gebruikt gemaakt.

Bij woningaanpassingen en trapliften voorzien we een overschot van € 0,38 miljoen. Vermoedelijk is er sprake van uitgestelde vraag en/of uitvoering als gevolg van de Corona maatregelen. Voor vervoersvoorzieningen voorzien we een voordeel van € 0,2 mln. vanwege de sterfhuisconstructie bij de individuele kilometervergoeding. Beschermd wonen/maatschappelijke opvang/Openbare geestelijk gezondheidszorg (OGGZ) Binnen de begroting voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is sprake van een overschot van € 2,5 miljoen. Enkele voorbeelden zijn: - verhoging van de Integratie-Uitkering Beschermd Wonen (€ 0,5 mln) - vertraging op de realisatie van de nieuwe voorziening langdurig verblijf; er zijn bezwaren van omwonenden binnengekomen (€ 0,6 mln) - minder kosten voor het tweede Hostel (vanwege oplevering in 2022) (€ 0,3 mln) - scherpere toegang aan de poort waardoor de inkoopkosten lager zijn (€ 1,1 mln). - lagere frictiekosten voor de transformatie maatschappelijke opvang vanwege vertraging van de samenvoeging van de dag- en nachtopvang (€0,25 mln) Er zijn evenwel meerkosten gemaakt op de maatschappelijke opvang (€ 0,35 mln.) en het maatwerk beschermd wonen (€ 0,25 mln). Dit komt omdat er meer vraag is gekomen naar nieuwe, effectieve trajecten die we niet eerder ingekocht hebben maar wel noodzakelijk zijn voor deze groep.

Bij de nieuwe inkoop 2022 zijn deze nieuwe trajecten wel meegenomen in de reguliere contractering. De meer- en minderkosten totaal komen uit op het bovengenoemde overschot van € 2,5 mln. Voor Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) is sprake van een nadeel van € 0,3 miljoen. In de begroting is rekening gehouden met de kosten voor de inkoop trajecten bemoeizorg. Naast deze uitgaven worden kosten gemaakt voor specifieke trajecten, projecten zoals “project balkbrug” en 6

subsidie aan het straatpastoraat. Deze uitgaven zijn niet meegenomen in de begroting en leiden tot lagere storting in de reserve S&Z van 0,3 mln. Gezien de positieve resultaten van de pilot Thuis in Zuidoost, is deze pilot verlengd en uitgebreid naar meerdere wijken. De pilot wordt gefinancierd vanuit de reserve Sociaal & Zorgfonds voor een bedrag van € 0,15 mln. PGB Voor de Wmo zien we een daling van het aantal budgethouders en de door inwoners bestede budgetten. Het verwachte gebruik van de Wmo is vergelijkbaar met 2020. Deze daling past bij de trend over de afgelopen jaren. Steeds meer mensen kiezen voor hulp in natura. De daling van het aantal budgethouders komt door een combinatie van het voeren van het goede gesprek (kan iemand een PGB beheren) en daarnaast de ruimere mogelijkheden binnen ZIN waardoor deze optie aantrekkelijker is geworden voor inwoners. We vermoeden dat we stabiliseren op dit lagere niveau van het totaal aantal budgethouders. Landelijke ervaring leert dat het aantal PGB budgethouders eerder daalt dan stijgt. Voor Wmo verwachten we hierdoor € 1 mln. minder uit te geven. Jeugdhulp: JEUGDHULP-REGULIER Samen met de vijftien andere gemeenten in de regio Noordoost-Brabant is het budget voor de inkoop van specialistische jeugdhulp in overeenstemming gebracht met de regionale zorgvraag HIN.

Het aandeel van onze gemeente in de regionale inkoop jeugdhulp is € 36,7 miljoen. Daarnaast is er lokaal budget gereserveerd voor jeugdhulp van € 2,0 miljoen (waarvan € 1,6 miljoen voor persoonsgebonden budgetten) en voor de regionale uitvoeringskosten en reductie wachtlijsten is € 0,9 miljoen beschikbaar. Totaal brengt dat het budget jeugdhulp in 2021 uitkomt op € 39,6 miljoen. Op basis van de definitieve inleg 2021 en de eerste kwartaal rapportage van de Regionale Inkooporganisatie Zorg (RIOZ) verwachten we bij de inkoop Jeugdhulp een tekort van € 1,9 miljoen. Dit tekort wordt veroorzaakt door: • Aanpassing onderlinge verdeelsleutel inleg tussen regiogemeenten. De berekeningsgrondslag voor de inlegberekening is in ons nadeel gewijzigd, waardoor het inkoopkader voor onze gemeente met € 1,7 miljoen wordt verhoogd. De grondslag was eerst gebaseerd op het zorggebruik van de jaren 2017 t/m 2019. De grondslag is voor de definitieve inlegberekening conform centrumregeling aangepast op het gemiddelde zorggebruik van de jaren 2018 tot en met 2020. De realisatie van het zorggebruik was voor onze gemeente in 2020 hoger ten opzichte van eerdere jaren, wat vooral veroorzaakt wordt door toename op diverse zorgcategorieën en in het bijzonder bij de categorieën LTA-zorggebruik (Landelijke Transitie Arrangementen) en gezinsgericht (gezinshuizen).

• RIOZ geeft in haar Q1-rapportage (afwijkingenrapportage) 2021 over de eerste vier maanden van dit jaar aan dat de kosten regionaal gezien ten opzichte van het regionaal vastgestelde inkoopkader toenemen met € 0,3 miljoen. De stijging voor ’s-Hertogenbosch is € 0,1 miljoen, op basis van de eerder genoemde verdeelsleutel. De regionale overschrijding is gebaseerd op de eindejaarprognoses van zorgaanbieders HIN en de achteraf doorgevoerde verhoging van de tarieven van de Gecertificeerde instellingen (GI) over het jaar 2020. Deze verhoging van de tarieven van de GI komt voort uit een overleg tussen de regiogemeenten, Gecertificeerde Instellingen en de Jeugdautoriteit. Tegenover deze tegenvallers staan meevallers bij Veilig Thuis en Jeugdzorgplus, naar aanleiding van herijking van hun budgetten voor 2021. • Nagekomen coronakosten jaar 2020 ter waarde van 0,1 miljoen. Naast een stijging van de kosten in 2021 hebben we een voordeel op de jaarafrekening 2020 (verschil tussen de voorlopige afrekening 2020 versus definitieve afrekening 2020) van € 0,7 miljoen. Dit heeft te maken met lagere kosten HIN en LTA.

7

Samengevat verwachten we dat het totale uitgavenkader voor Jeugdhulp per saldo met € 1,2 miljoen(extra lasten van € 1,9 miljoen in 2021 minus voordeel definitieve afrekening 2020 van € 0,7 miljoen) wordt overschreden. Dit nadeel wordt verrekend met het Sociaal en Zorgfonds. JEUGDHULP - EXTRA BUDGET VOOR HET OPLOSSEN VAN DE ACUTE PROBLEMATIEK IN DE JEUGDHULP Bij de meicirculaire 2021 is door de Rijksoverheid een budget van € 3,8 miljoen ter beschikking gesteld voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdhulp. Dit budget wordt verminderd met de dit jaar onttrokken middelen aan de reserve Sociaal & Zorgfonds om de inkoop op het gewenste niveau te brengen. Per saldo resteert € 0,2 miljoen voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdhulp. Aan de € 0,2 miljoen voegen we het budgettaire voordeel toe van de persoonsgebonden budgetten van € 0,7 miljoen, waardoor we voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdhulp dit jaar € 0,9 miljoen ter beschikking hebben. JEUGDHULP – EXTRA BUDGET RIJKSINKOMSTEN / EXTRA REGIONALE KOSTEN Bij de meicirculaire 2021 is door de Rijksoverheid een structureel budget van € 0,4 miljoen en een incidenteel budget van € 0,4 miljoen ter beschikking gesteld.

Dit budget van totaal € 0,8 miljoen verrekenen we niet met het eerder gemelde inkoopnadeel van € 1,2 miljoen, we verwachten dit jaar namelijk nog een aantal regionale voorstellen, bijvoorbeeld voor de financiering van de aanpak van wachtlijsten en het afdekken van risico’s zorglandschap. Bij de jaarrekening maken we de balans op en rekenen we af met het Sociaal en Zorgfonds. JEUGDHULP-PERSOONSGEBONDEN BUDGETTEN Bij de persoonsgebonden budgetten zie we een daling van het aantal budgethouders en de bestede budgetten. De daling zowel in het aantal budgethouders als in de bestede budgetten past bij de trend over de afgelopen jaren. De daling van het aantal budgethouders komt door een combinatie van het voeren van het goede gesprek (kan iemand een persoonsgebonden budget beheren) en daarnaast de ruimere mogelijkheden binnen HIN (bijvoorbeeld het beschikbaar komen van het product vaktherapie in het contractenboek). Verder zien we dat de aanzienlijke daling in budgethouders in 2020 heeft geleid tot een aanzienlijk lager aantal budgethouders op 1 januari 2021. De instroom dit jaar lijkt vergelijkbaar met 2020 en het uitnuttingspercentage ligt net zoals in voorgaande jaren rond de 68%. We vermoeden dat we stabiliseren op een lager niveau van het totaal aantal budgethouders.

Landelijke ervaring leert namelijk dat na invoering van open house-contractering bij zorg in natura het aantal PGB budgethouders eerder daalt dan stijgt. We hebben dit jaar voor € 1,6 miljoen begroot en verwachten € 0,9 miljoen aan kosten. Per saldo verwachten wij een voordeel van 0,7 miljoen. Dit voordeel zetten we voor het oplossen van de acute problemen in de jeugdhulp. Onderwijshuisvesting Wij hebben vanuit de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting de taak scholen van adequate huisvesting te voorzien. Het gemeentebestuur heeft ervoor gekozen om de zorgplicht voor de onderwijshuisvesting als primair uitgangspunt te hanteren, waarmee het huisvestingsprogramma leidend is geworden en de budgettaire ruimte volgend. Ten behoeve van de exploitatielasten is een egalisatiereserve Onderwijshuisvesting opgezet. In de begroting 2020 zijn maatregelen getroffen die er toe moeten leiden dat de reserve tot 2030 positief blijft We verwachten per saldo een nadeel van € 330.000 ten opzichte van de begroting. Diverse voor- en nadelen op het gebied van het vastgoed leveren een nadeel van € 82.000 op. Dit betreft hogere kosten als gevolg van gestegen verzekeringspremies (€ 85.000), Risico, renovatie en leegstand (€ 134.000), nagekomen vordering (€ 117.000) en langere tijdelijke huisvesting Sancta Maria (€ 51.000).

Daartegenover staat een voordeel van € 120.000 door hogere opbrengst van activa en een voordeel van € 185.000 door lagere OZB dan begroot. Op de exploitatie van de BBS-en verwachten wij per saldo een nadeel van € 248.000. Dit nadeel bestaat uit hogere energiekosten (€ 108.000), hogere schoonmaakkosten (€ 80.000) en mede als 8

gevolg van lagere leerlingenaantallen er wordt minder materiële instandhouding vergoeding (€ 60.000) ontvangen van de schoolbesturen. Tot slot zijn de kosten voor schades nagenoeg neutraal ten opzichte van de gedekte schades. Als gevolg van verborgen asbest vallen de sloopkosten voor KC aan de oosterplas € 200.000 (2021) hoger uit dan geraamd. Ook kost de sloop hierdoor meer tijd dan verwacht wat leidt tot bouwvertraging en mogelijk tot hiermee gepaarde kosten in 2022. WSW Het IUSD budget voor de SW is € 0,3 mln. lager dan begroot. Dit is met name een gevolg van de lagere stijging van het wettelijk minimum loon (WML) dan begroot. Op de salariskosten van de SW populatie verwachten we een voordeel van € 0,56 mln. zowel door de lagere stijging van de cao (gebaseerd op WML ontwikkelingen) dan begroot, als ook een grotere bestandsafname dan verwacht door uitstroom naar werk en overlijden in de eerste maanden van het jaar. De geprognosticeerde gemiddelde bestandsomvang ligt 9fte lager dan begroot. De verwachte eindstand is 664 fte, 3,3fte lager dan begroot. Riolering Aan de ene kant verwachten we dat de kosten binnen het taakveld riolering € 0,65 miljoen lager uitvallen als gevolg van het later realiseren van investeringen.

Aan de andere kant verwachten we ook lagere opbrengsten uit de rioolheffing, omdat de groei van het aantal woningen lager is dan waar in de begroting rekening mee is gehouden (nadeel € 0,1 miljoen). Afval eigen inwoners Als gevolg van Corona is er meer afval van de eigen inwoners opgehaald (met name restafval, GFT) en meer afval door de eigen inwoners naar de milieustations gebracht (grof huishoudelijk afval). Dit heeft geleid tot hogere verwerkingskosten en ook extra inzamelkosten (inhuur personeel en voertuigen en hogere brandstofkosten). De totale extra kosten bedragen € 0,35miljoen. Daarnaast vallen de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing lager uit, omdat de groei van het aantal woningen lager is dan waar in de begroting rekening mee is gehouden (nadeel € 0,3 miljoen). Afvalinzameling derden Hogere kosten voor de inzameling en verwerking van afval bij bedrijven (o.a. brandstofkosten, duurdere inhuur personeel en voertuigen en hogere verwerkingskosten voor m.n. KCA). Oninbare nota's en / of faillissementen a.g.v. economische achteruitgang hebben effect op de omzet (totaal € 0,2 miljoen nadeel). De nadelen door Corona worden binnen Werken Derden gecompenseerd door exploitatievoordelen en door de Bedrijfsrisicoreserve in te zetten. Dit geldt ook voor de dekking van de te betalen vennootschapsbelasting (€ 0,2 miljoen).

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10757690/1