0. Raadsvoorstel Onderzoek RKC subsidiebeleid Bossche culturele sector
Tekst van het document
Raadsvoorstel Registratienummer
11836822
Onderwerp
Onderzoek Rekenkamercommissie ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’
Raadsvergadering
8 maart 2022
De Rekenkamercommissie heeft onderzoek verricht naar het subsidiebeleid in de Bossche culturele sector en vraagt de gemeenteraad in te stemmen met haar aanbevelingen over versterking van de controlerende rol van de raad in het subsidiebeleid. Voorgesteld besluit De Rekenkamercommissie stelt de gemeenteraad voor het volgende te besluiten: 1. In te stemmen met de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in het onderzoeksrapport Subsidiebeleid Bossche culturele sector, te weten: a. Het college te verzoeken de cultuurnota aan te vullen met een uitvoeringsprogramma waarin de beleidsdoelen worden uitgewerkt in concrete maatschappelijke doelen en prestaties, die ook voor het subsidiebeleid het richtsnoer vormen; b. In dit uitvoeringsprogramma kwantitatieve en kwalitatieve prestaties op te nemen, die zoveel mogelijk meetbaar zijn en waarover met de gesubsidieerde instellingen afspraken worden gemaakt m.b.t. het realiseren van deze vooraf gestelde doelen. c. Het college te verzoeken dit uitvoeringsprogramma in 2022 op te stellen, de raad hierover te informeren en dit programma met ingang van 2023 te gaan hanteren. d. Het college te verzoeken om de raad jaarlijks op hoofdlijnen te informeren over de door de gesubsidieerde instellingen behaalde maatschappelijke doelen en prestaties - zoals vastgelegd in het bedoelde uitvoeringsprogramma - in relatie tot de verstrekte subsidies. 1
Aanleiding De Rekenkamercommissie heeft onderzoek verricht naar het subsidiebeleid in de Bossche culturele sector De onafhankelijke Rekenkamercommissie ’s-Hertogenbosch doet conform de Gemeentewet onderzoek naar de kwaliteit (doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid) van het gevoerde bestuur en formuleert daarover conclusies en aanbevelingen. Op 26 augustus 2021 kondigden wij per brief een onderzoek aan naar het Subsidiebeleid Bossche Culturele instellingen. In onze gesprekken met de fracties hebben wij opgehaald dat er behoefte is bij raadsleden aan meer helderheid over de effecten van cultuursubsidies en de sturing en controle hierop vanuit de raad. Het onderzoek is afgerond (bijlage 1). De doelstelling van het onderzoek is om voor uw gemeenteraad inzichtelijk te maken of- en op welke wijze de subsidiesystematiek er toe bijdraagt dat de met subsidies gefinancierde beleidsdoelstellingen worden bereikt worden. Doel is ook te onderzoeken hoe dat inzichtelijk is of kan worden gemaakt voor de raad, zodat hij zijn controlerende rol beter kan invullen. Wij weten overigens dat veel gemeenten bezig zijn met de vraag hoe de maatschappelijke effecten van subsidies beter in beeld gebracht kunnen worden. Dit speelt dus niet alleen in ’sHertogenbosch. De Rekenkamercommissie heeft zich bij dit onderzoek laten ondersteunen door onderzoeksbureau Kwink te Den Haag.
Als onderdeel van dit onderzoek zijn ook gesprekken met raadsleden gevoerd. Het conceptrapport is voor hoor en wederhoor aan het college voorgelegd. De resultaten van het ambtelijk wederhoor (eventuele feitelijke onjuistheden) zijn verwerkt. Beoogd doel
Om de raad te laten besluiten over het verbeteren van de aansluiting tussen het cultuurbeleid en de (effecten van) cultuursubsidies en de controlerende rol van de raad hierin, leggen we dit voorstel voor. In de Gemeentewet en de Verordening op de Rekenkamercommissie is vastgelegd dat de commissie zelf voorstellen doet aan de gemeenteraad over haar onderzoeken. Doel is de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek te laten uitmonden in besluitvorming door de raad. Overigens hanteert de commissie ook andere werkvormen, zoals hearing, presentatie(s) of discussienotitie. 2
Relevante besluitgeschiedenis 10 december 2019: Raadsvoorstel Kaders cultuurbeleid vanaf 2021 10 mei 2016: Raadsvoorstel Nadere uitwerking financieringssysteem cultuur 15 december 2015: Raadsvoorstel Kaders nieuw financieringssysteem cultuur 22 september 2009: Raadsvoorstel Cultuurnota En diverse raadsinformatiebrieven, onder meer over evaluatie cultuurbeleid en uitvoering Bossche Culturele Basis. Argumenten In het onderzoek wordt aanbevolen om het college te verzoeken de cultuurnota aan te vullen met een uitvoeringsprogramma, waarin de beleidsdoelen worden uitgewerkt in concrete maatschappelijke doelen en prestaties, die ook voor het subsidiebeleid het richtsnoer vormen. Uit het onderzoek blijkt dat er geen overzichtelijk beeld is van de samenhang tussen de verschillende resultaten, en tussen de resultaten en de beleidsdoelen en de effecten van het (subsidie)beleid. Voor wat betreft de Bossche culturele doelstellingen valt op dat er een veelheid aan doelen, programmalijnen en speerpunten is. Deze doelen zijn vaak niet geoperationaliseerd. Daardoor is niet duidelijk is wanneer het doel bereikt is. In de programmabegrotingen zijn indicatoren opgenomen. De indicatoren zijn veelal niet SMART geformuleerd en gaan over een deel van de doelstelling. Voor de BCB geldt dat de reden van het instellen van een culturele basis is benoemd: het biedt stabiliteit.
Er is niet uitgewerkt hoe de BCB en de BCB-instellingen gaan bijdragen aan de doelen van het cultuurbeleid. Monitoring en verantwoording van de cultuurdoelen is daarmee een lastige opgave. Dat geldt ook voor de controlerende rol van de gemeenteraad. Het onderzoek wijst uit dat raadsleden voor de uitoefening van deze rol meer toegespitste informatie wensen. De Rekenkamercommissie heeft gezien de breedte en complexiteit van het beleidsterrein cultuur enerzijds begrip voor de veelheid aan doelstellingen en het deels ontbreken van indicatoren en concrete doelen. Verbetering is echter mogelijk door te werken met een uitvoeringsprogramma, dat ook voor het subsidiebeleid het richtsnoer vormt. Het rapport van bevindingen bevat suggesties voor de inrichting ervan en de manier waarop hierin de beleidsdoelen uitgewerkt kunnen worden. In de taakverdeling tussen raad en college ligt de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een uitvoeringsprogramma bij het college. Het is aan de raad om op basis daarvan achteraf te controleren. 3
In het onderzoek wordt aanbevolen om in dit uitvoeringsprogramma kwantitatieve en kwalitatieve prestaties op te nemen, die zoveel mogelijk meetbaar zijn en waarover met de gesubsidieerde instellingen afspraken worden gemaakt m.b.t. het realiseren van deze vooraf gestelde doelen Met een op te stellen uitvoeringsprogramma wordt het gat tussen de cultuurnota en de praktijk verkleind en krijgt de gemeenteraad meer inzicht in de mate waarin de doelen van het cultuurbeleid (via subsidies) zijn bereikt. In het uitvoeringsprogramma wordt bijvoorbeeld beschreven hoe het college de gesubsidieerde instellingen bijstuurt, op welke indicatoren wordt gemonitord, welke vereisten de verschillende subsidieregelingen kennen (en waarom) en hoe de verdeling van subsidiegelden tot stand komt. In dit uitvoeringsprogramma kan ook aandacht worden besteed aan de definiëring van begrippen als ‘cultureel ondernemerschap’. De Rekenkamercommissie beveelt aan hierin ook kwalitatieve prestaties op te nemen. Deze informatie is beperkt terug te vinden in de informatie die de raad ontvangt. Indicatoren hiervoor kunnen bijvoorbeeld op het niveau van activiteiten worden geformuleerd. Het rapport bevat een model en suggesties voor de opbouw en de relatie tussen bijvoorbeeld ‘Cultuurstad van het Zuiden’ als gewenste ‘impact van beleid’ en de doelen, resultaten en activiteiten.
De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken dit uitvoeringsprogramma in 2022 op te stellen, de raad hierover te informeren en dit programma met ingang van 2023 te gaan hanteren.. De raad heeft recent de nieuwe kaders voor het cultuurbeleid vanaf 2021 vastgesteld. Ook is recent de tweede periode voor de Bossche Culturele Basis gestart. Omdat dit beleid nog vers is en de beleidsperiode nog enige tijd loopt, is het belangrijk om het uitvoeringsprogramma spoedig op te stellen. Het programma kan dan integraal onderdeel uitmaken van de verantwoording over het gevoerde cultuurbeleid vanaf het boekjaar 2023. De (komende) raad kan dit programma tijdig meenemen bij de uitoefening van zijn controlerende rol. Aanbevolen wordt dat uw raad het college vraagt om u jaarlijks op hoofdlijnen te informeren over de door de gesubsidieerde instellingen behaalde maatschappelijke doelen en prestaties – zoals vastgelegd in het bedoelde uitvoeringsprogramma - in relatie tot de verstrekte subsidies. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling dat het college de impact of maatschappelijke effecten van het cultuurbeleid monitort, aan de hand van de in het uitvoeringsprogramma geoperationaliseerde doelstellingen. De verantwoordingsgesprekken met de BCB-instellingen krijgen in dit verband een duidelijke ‘agenda’.
De aanbeveling is dat het college uw raad jaarlijks op hoofdlijnen informeert over de behaalde maatschappelijke resultaten uit het uitvoeringsprogramma, in relatie tot de verstrekte subsidies. Om deze verantwoording naar 4
uw raad efficiënt en voor de organisatie uitvoerbaar te houden kunnen wij ons voorstellen dat een combinatie wordt gemaakt met de planning en controlcyclus. Kanttekeningen en risico’s
Met de aanbevelingen en daaraan gekoppelde besluitvorming hoopt de Rekenkamercommissie een verbetering aan te kunnen brengen in de relatie tussen de kaders van het cultuurbeleid en de effecten van de cultuursubsidies en - in het verlengde daarvan – in de controlerende rol van uw raad. Mocht uw raad deze aanbevelingen niet overnemen dan bestaat het risico op blijvende onduidelijkheid en beperktere mogelijkheden om de controlerende rol goed in te vullen. Ook blijft het risico op blijvend minder zicht op het maatschappelijk rendement van cultuursubsidies en minder efficiënte en effectieve besteding van publieke middelen. Financiën
Er zijn geen financiële consequenties m.b.t. dit raadsvoorstel zelf, afgezien van de kosten van ambtelijke inzet om een uitvoeringsprogramma te maken. Wel brengt het eventueel niet besluiten tot overname van de aanbevelingen financiële risico’s met zich mee. (zie hierboven). Duurzaamheid
Niet van toepassing. Participatie en communicatie
In het onderzoek zijn diverse gesprekken gevoerd en interviews afgenomen met betrokken medewerkers van de gemeente ’s-Hertogenbosch, vertegenwoordigers van gesubsidieerde instellingen, medewerkers van andere gemeenten, wethouder en raadsleden. Volgens de vastgelegde procedure hebben de ambtelijke organisatie en het college de gelegenheid gehad om te reageren op het conceptrapport (bijlage 2). In het rapport wordt voorgesteld om bij het uitwerken van de maatschappelijke doelen in het uitvoeringsprogramma ook betrokken instellingen en inwoners te betrekken. 5
Hoogachtend, De Rekenkamercommissie van ‘s-Hertogenbosch, De secretaris,
De voorzitter,
drs. H.W.M. Wouters
dr. E.A.M.J. Verkaar
Bijlagen 1. Rapport Rekenkamercommissie ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’
Registratienummer Bevoegdheid raad Portefeuillehouder Commissie Afdeling Inlichtingen
11836822 kaderstellend / controlerend Presidium Bedrijvigheid, 14 februari 2022 Rekenkamercommissie / griffie H.W.M. Wouters / e.wouters@s-hertogenbosch.nl / 073-615 9770
6
Besluit van de raad Registratienummer Raadsvergadering
Onderwerp
11836822
8 maart 2022
Onderzoek Rekenkamercommissie ‘Subsidiebeleid Bossche culturele sector’
De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch; gezien het voorstel van de Rekenkamercommissie, van 9 december 2021; Gelet op de Gemeentewet; Gelet op de Verordening op de Rekenkamercommissie; besluit: In te stemmen met de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in het onderzoeksrapport Subsidiebeleid Bossche culturele sector, te weten: a. Het college te verzoeken de cultuurnota aan te vullen met een uitvoeringsprogramma waarin de beleidsdoelen worden uitgewerkt in concrete maatschappelijke doelen en prestaties, die ook voor het subsidiebeleid het richtsnoer vormen; b. In dit uitvoeringsprogramma kwantitatieve en kwalitatieve prestaties op te nemen, die zoveel mogelijk meetbaar zijn en waarover met de gesubsidieerde instellingen afspraken worden gemaakt m.b.t. het realiseren van deze vooraf gestelde doelen. c. Het college te verzoeken dit uitvoeringsprogramma in 2022 op te stellen, de raad hierover te informeren en dit programma met ingang van 2023 te gaan hanteren. 7
d.
Het college te verzoeken om de raad jaarlijks op hoofdlijnen te informeren over de door de gesubsidieerde instellingen behaalde maatschappelijke doelen en prestaties - zoals vastgelegd in het bedoelde uitvoeringsprogramma - in relatie tot de verstrekte subsidies.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 maart 2022 De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch, De griffier,
De voorzitter,
drs. W.G. Amesz
drs. J.M.L.N. Mikkers
8