CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ziensw Herziening Omgevingsbel Wonen Werken Werelderfgoed

Commissie Ruimte en Verkeer 18 januari 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Herziening provinciaal omgevingsbeleid (nr. 2351831)2.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimte en Economie Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Wouter Zweerink Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

Telefoon 06-40606730 wzweerink@delft.nl

Provincie Zuid-Holland Team Omgevingsbeleid Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG

Datum

Onderwerp

23-05-2023

Zienswijze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Wonen, Werken en Werelderfgoed

Ons kenmerk

Internet www.delft.nl Telefoon 14015

5509409 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geacht college van Gedeputeerde Staten, Van 10 maart 2023 tot en met 20 april 2023 heeft de Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Wonen, Werken en Werelderfgoed ter inzage gelegen. Op 19 april 2023 heeft u van ons een pro forma zienswijze ontvangen. In deze brief geeft de gemeente Delft haar inhoudelijke zienswijze op de ontwerpherziening. Algemeen In eerdere reacties op (wijzigingen van) het provinciale omgevingsbeleid hebben wij al aangegeven dat het provinciale omgevingsbeleid naar onze mening nog teveel een optelsom van sectorale beleidsterreinen is. Een aantal beleidskeuzes lijken onderling strijdig. In de provincie Zuid-Holland en zeker in Delft is de ruimte schaars en komen verschillende opgaven samen. Dit vraagt om integrale keuzes maken, samenwerking tussen verschillende partijen en flexibiliteit. Vooral ten aanzien van de Module Werken ervaren wij een te sectorale insteek en worden bovendien aanpassingen voorgesteld die niet in lijn zijn met ambities en doelstellingen waarvoor wij als gemeente Delft, samen met u en andere partners, de handen ineen hebben geslagen. Module Werken Wij hechten net als u belang aan voldoende ruimte voor bedrijvigheid en sturingsmogelijkheden om het juiste bedrijf op de juiste plek te krijgen. Wij kunnen ons dan ook vinden in de meeste voorstellen die u doet op dit onderwerp in de herziening van het omgevingsbeleid.

Onze zienswijze zich wat betreft de Module Werken op de aanwijzing en begrenzing van bedrijventerreinen.

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

Aanwijzing Technopolis Innovation Park (Campus Delft) en Schieoevers Zuid als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ Wij verzoeken u nadrukkelijk om ‘Technopolis Innovation Park (Campus Delft)’ en ‘Schieoevers Zuid’ in het provinciale omgevingsbeleid niet aan te wijzen als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’. De gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland werken samen met TU Delft, MRDH en Bedrijvenkring Schieoevers aan de ontwikkeling van Delft Zuidoost als Innovatiedistrict Delft. Op 20 april 2023 is tijdens een Bestuurlijk Overleg de samenwerkingsovereenkomst voor deze aanpak getekend. Het aanwijzen van Technopolis Innovation Park (Campus Delft) en Schieoevers Zuid, als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’, staat de wenselijke doorontwikkeling van Innovatiedistrict Delft in de weg. De aanwijzing is tegenstrijdig met de gezamenlijke ambities en doelstellingen voor het Innovatiedistrict Delft. De betreffende bedrijventerreinen beslaan een groot deel van het Innovatiedistrict Delft waardoor deze strikte aanwijzing, de ambities van het Innovatiedistrict onmogelijk maken en het de samenwerking tussen partijen onder druk zet. Innovatiedistrict Delft wordt gerealiseerd vanuit de geldende definitie van een innovatiedistrict als plek van stedelijke functiemenging tussen wonen en werken, gericht op gemakkelijke interactie en grote onderlinge nabijheid.

In het innovatiedistrict werken bedrijven, onderzoeksinstellingen, overheidsinstanties en andere organisaties nauw samen om innovatie te stimuleren en economische groei te bevorderen. Een succesvol innovatiedistrict brengt economische, fysieke en sociale kwaliteiten op evenwichtige wijze bijeen. Naast menging van functies zal er in het Innovatiedistrict Delft ook sprake zijn van intensivering. Het aantal banen zal fors toenemen. De ontwikkeling van het Innovatiedistrict Delft is dus een positieve ontwikkeling voor de werkgelegenheid en de economie. De voorgestelde strikte bescherming van het gebied door de ‘niet te transformeren’ aanduiding is vanuit economisch oogpunt helemaal niet nodig en kan zelfs averechts werken. De gezamenlijke ambitie is om het gebied, dat volop in ontwikkeling is, verder te ontwikkelen tot een toekomstbestendige en duurzame woon-, leeren werkomgeving, waar het aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken, te ondernemen en te verblijven. Niet alleen omwille van economische groei, maar ook om maatschappelijke uitdagingen op te lossen. Hier profiteert niet alleen de stad Delft en de regio van, maar ook Nederland. Om dat te bereiken werken de partners gezamenlijk aan een integrale aanpak en gebiedsontwikkeling waarbij campus, woongebied en industriegebied in samenhang ontwikkeld worden. Wonen maakt hier nadrukkelijk onderdeel van uit.

De samenleving staat voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, werken en leven. Dit is ook zichtbaar in Delft. Er is een toenemende kansenongelijkheid en een groot onbenut arbeidspotentieel. Inwoners van Delft kunnen hiervan profiteren op voorwaarde dat aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt verbetert en het woningaanbod gelijke tred houdt met het banenaanbod. Wonen zorgt voor een levendig stadsdeel

2/7

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

waar de verschillende gebruikers elkaar ontmoeten en van waaruit innovaties ontstaan. Ten slotte hebben wij nog een technische opmerkingen over de bepaling ten aanzien van “niet te transformeren bedrijventerreinen” in artikel 6.12 lid 9 (nieuw) van de provinciale omgevingsverordening. Deze luidt: In afwijking van het vierde tot en met het achtste lid zijn woningen of huisvesting, dan wel transformatie naar woningbouw of huisvesting, uitgesloten op bedrijventerreinen met de aanduiding ‘bedrijventerrein, niet te transformeren’, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II.

Zoals het nu geformuleerd is zijn niet alleen nieuwe woningen uitgesloten maar ook bestaande. Wij stellen voor hier specifiek op te nemen dat het nieuwe woningen of huisvesting betreft. Begrenzing bedrijventerrein Schieoevers Noord Op kaart 20 behorende bij de Provinciale Omgevingsverordening zijn de bedrijventerreinen aangeduid waarop de instructieregels uit de verordening van toepassing zijn. In de ontwerpherziening wordt voor de bedrijventerreinen Binckhorst, Laakhavens (Den Haag) en Unileverterrein (Vlaardingen) de aanduiding (deels) geschrapt, naar aanleiding van de vaststelling van bestemmingsplannen of omgevingsplannen waarin bedrijventerreinen worden geschrapt. Op 18 oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Delft het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de transformatie van delen van het bedrijventerrein Schieoevers Noord tot een gemengd gebied met werken, wonen, stedelijke voorzieningen en recreatie. Het betreft specifiek de delen ‘Kabeldistrict’ en ‘Nieuwe Haven’ van het bedrijventerrein Schieoevers Noord, zoals hieronder weergegeven.

Kabeldistrict (oranje) en Nieuwe Haven (paars) 3/7

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

Wij verzoeken u de gebieden van bedrijventerrein Schieoevers Noord waarvoor het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is vastgesteld, niet langer aan te wijzen als bedrijventerrein en de betreffende aanduiding te schrappen op kaart 20 behorende bij de provinciale omgevingsverordening. Overige opmerkingen Module Werken In artikel 6.12 lid 5 a (nieuw) is er nu rekening mee gehouden dat de VNGmilieuzonering komt te vervallen en dat in het omgevingsplan niet meer gewerkt wordt met milieucategorieën. De formulering hiervoor in dit artikel is echter te vaag: milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur.

Wij verzoeken u uit te gaan van concrete zones/normen zoals gehanteerd in de VNG-handreiking nieuwe stijl. Module Wonen Op hoofdlijnen kijken wij positief tegen de Module Wonen aan. De inhoud sluit aan bij de weg die het Rijk is ingeslagen. Wij vinden het belangrijk dat er een consistent overheidsbeleid gevoerd wordt, waarbij de verschillende overheidslagen elkaar versterken om de woningnood zo snel als mogelijk te verminderen. Woningzoekenden verwachten dat van ons. Wij willen voortvarend te werk gaan. Dat doen we met beperkte middelen zoals menskracht en geld. Vanuit dat oogpunt willen we activiteiten die weinig tot geen meerwaarde bieden zoveel mogelijk schrappen. Daardoor kunnen we ons focussen op realisatie van woningbouw en een rechtvaardige verdeling van woningen. Meerwaarde regionale woonvisie Wij vragen u niet in te zetten op het maken van regionale woonvisies. Met een Regionale Realisatieagenda / Tussenakkoord Wonen, regionale woningbouwprogrammering met concrete locaties, een te maken regionale woonzorgvisie en een gezamenlijke uniforme basis voor de Huisvestingsverordeningen is de kern van het woonbeleid helder. Daarmee kunnen we sturen op een regio die in balans is met voldoende betaalbare en passende woningen en de spreiding ervan.

Verder wil de rijksoverheid afscheid nemen van een lokale woonvisie, ten faveure van omgevingsbeleid met een module wonen en een volkshuisvestingsprogramma. Een regionale woonvisie wordt daarmee een vreemde eend in de bijt. Wij zijn van mening dat een regionale woonvisie geen meerwaarde oplevert en niet opweegt tegen de inzet die dit vergt en in welke mate zo’n document ´ertoe doet´.

4/7

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

Meer evenwicht bij instroom in sociale huurwoningen Wij vragen u om nog nadrukkelijker stil te staan bij een meer evenwichtige verdeling van de sociale voorraad over de regiogemeenten. Met u zijn we het eens dat de voorraad sociale huurwoningen beter in balans moet zijn. We zien graag dat u in het provinciale omgevingsbeleid meer aandacht schenkt aan een meer evenwichtige instroom in sociale huurwoningen. Als centrumgemeente met een relatief grote sociale voorraad stromen er relatief veel huishoudens in onze lokale sociale huurvoorraad in die tot de primaire doelgroep en/of tot bijzondere doelgroepen behoren. Wij willen ook voor de instroom van deze huishoudens een betere balans nastreven. Dit vraagt niet zozeer afspraken over het aantal huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens, maar afspraken over instroompercentages voor de primaire doelgroep. In het Tussenakkoord hebben we op dit punt in Haaglanden een begin gemaakt. Als Koploperregio willen we ook tot afspraken komen over instroom en huisvesting van bijzondere doelgroepen in de sociale voorraad. Met o.a. als doel om centrumgemeenten zoals Delft te ontlasten. De focus ligt daarbij op woningen met huurprijzen tot de aftoppingsgrens en in bijzondere situatie de kwaliteitskortingsgrens en niet zozeer op woningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens.

Wij vragen u meer expliciet het belang van regionale balans in de huisvesting van de primaire en bijzondere doelgroepen duidelijk te maken en dat te koppelen aan huurprijsniveaus tot de aftoppingsgrens en zo nodig de kwaliteitskortingsgrens. Handelwijze bij onvoldoende betaalbare woningen U geeft aan dat elk regionaal woningbouwprogramma vanaf het jaar 2025 voor 2/3 deel moet bestaan uit betaalbare woningen (huur en koop). Het gaat om het totaalpercentage van de hele regio. Dat onderschrijven wij. Wij zijn het niet eens met uw handelwijze als hieraan niet voldaan wordt. U stelt: Indien geen overeenstemming bereikt wordt tussen de provincie en de samenwerkende gemeenten, zal de provincie niet instemmen met het regionaal woningbouwprogramma of onderdelen daarvan. In dat geval gaat de provincie ervan uit dat elke stedelijke ontwikkeling voor wonen op zichzelf dan voorziet aan de doelstelling 2/3 betaalbare woningbouw (huur en koop) vanaf 2025 zoals opgenomen in de omgevingsverordening.

Delft wil voldoende betaalbare woningen programmeren. Op het moment dat andere gemeenten daaraan niet kunnen of willen voldoen, is het niet fair dat u elke afzonderlijke ontwikkeling in Delft toetst op 2/3 deel betaalbaar. In dat geval dient u Delft te toetsen op een evenwichtig bouwprogramma met voldoende betaalbaar. Evenwichtig in de tijd (bijv. niet alle dure woningen eerst) en evenwichtig in de samenstelling (voldoende betaalbaar). Het Delftse bouwprogramma moet ruimte blijven geven voor bijvoorbeeld 100% betaalbaar op een locatie in de ene wijk, om een andere wijk vanuit ‘veerkracht’ te ontlasten. Delft-West is bijvoorbeeld zo’n minder veerkrachtig gebied dat onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid valt. In Delft-West streven we een nieuwbouwprogramma met minder dan 2/3 deel betaalbare nieuwbouw na en in meer veerkrachtige wijken een hoger aandeel betaalbaar om o.a. Delft-West te ontlasten. Ook willen we op locatieniveau een passend aanbod van nieuwbouwwoningen kunnen nastreven om binnen de desbetreffende wijk gerichte doorstroming te bewerkstelligen. Dit vraagt niet als vanzelf om tenminste 2/3 deel betaalbare nieuwbouw. 5/7

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

Wij vragen u om de tekst als volgt aan te passen: In dat geval gaat de provincie ervan uit dat elke gemeente met een evenwichtig woningbouwprogramma voldoet aan de doelstelling 2/3 betaalbare woningbouw (huur en koop) vanaf 2025.

Adviesrecht regiokoepels corporaties U stelt: Bij de beoordeling van het regionale woningbouwprogramma kan GS de regionale koepel van actieve woningcorporaties (dan wel de actieve woningcorporatie(s) in een gemeente waar geen regionale koepel is) op basis van de slaagkans voor sociale huurwoningen in de betreffende regio/gemeente een advies vragen over het door de gemeente voorgestelde ingroeipercentage. Bij een negatief advies van de regionale koepel stellen GS het voorgestelde woningbouwprogramma van de betreffende gemeente niet vast totdat er overeenstemming is tussen provincie en gemeente over de te nemen maatregelen zoals beleidsaanpassingen, het ingroeipercentage of het beoogde tempo. Tot die tijd gaat de provincie ervan uit dat elke nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen dan op zichzelf voldoet aan de doelstelling dat 30% sociale huur wordt gerealiseerd zoals dit is opgenomen in de omgevingsverordening.

Het vetgedrukte deel kan bij ons niet op draagvlak rekenen. Wij interpreteren de tekst als een bindend advies van – in ons geval - de koepel Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH). Een afweging van een regionale koepel van corporaties mag in onze ogen nooit bindend zijn voor de afweging van GS. Het is wenselijk dat GS een bredere afweging maakt dan een koepel van corporaties. Wel vinden wij het advies van een corporatiekoepel belangrijk voor een goede afweging van GS. Definitie sociale huur Op grond van de provinciale omgevingsverordening tellen alleen sociale huurwoningen in het bezit van woningcorporaties mee bij de berekening van het aandeel sociaal. In een bestemmingsplan/omgevingsplan kan echter niet worden geregeld wie woningen bezit/verhuurt. Dit stelt u zelf ook: Omdat in een omgevingsplan niet staat aangeven welke partij (woningcorporaties of marktpartijen) de woningen gaat bouwen / in portefeuille neemt kan de provincie in het kader van de omgevingsverordening alleen maar toetsen op de doelstelling minimaal 2/3 betaalbare woningbouw en minimaal 30% sociale huur.

In de definitie van sociale huur wordt echter wel uitgegaan van (alleen) corporatiebezit. Onder sociale huur vallen: alleen “woningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens en in het bezit van woningcorporaties”.

Dat betekent dat een bestemmingsplan/omgevingsplan niet kan voldoen aan artikel 6.10h van de verordening. De eis dat bij een ontwikkeling 30% sociale corporatiewoningen worden gerealiseerd kan niet in een bestemmingsplan/omgevingsplan worden opgenomen. Wij verzoeken u de definitie van sociale huur hierop aan te passen en daarbij aan te sluiten bij de definitie die door het rijk wordt gehanteerd. 6/7

Datum

23-05-2023 Ons kenmerk

5509409

Overige opmerkingen Module Wonen De definitie van ouderen is niet consistent. U gebruikt zowel 55+ als 65+ als leeftijdsgrens. Wij geven er de voorkeur aan de leeftijd van 65+ te hanteren. De module schenkt ook aandacht aan woonmilieus. Voor Delft biedt dit weinig meerwaarde en willen we het graag arbeidsextensief houden. In alle gevallen gaat het vanwege de schaarste aan grond om verdere verstedelijking van bestaande wijken dan wel nieuwe woongebieden met een stedelijk milieu. Bij flexwoningen merken we op dat deze in de RRA als volwaardige (nieuwbouw)woning worden meegeteld en verplaatsing van flexwoningen niet. De provinciale omgevingsvisie dient hierop aan te sluiten. Wij voorzien een structurele stroom van flexproducten, en willen op dit punt niet geconfronteerd worden met extra administratief werk. Wel willen we het aantal flexwoningen kunnen registreren en tellen in de provinciale woningbouwmonitor. Afsluiting Wij vragen u bovenstaande zienswijze te betrekken bij de uiteindelijk besluitvorming over de voorliggende herziening van het omgevingsbeleid. Wij ontvangen graag uw reactie op deze zienswijze en worden graag op de hoogte gehouden van het verdere verloop van de procedure. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft

M. Berger Loco-secretaris

J.M. Bijsterveldt, van Burgemeester

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658021/1